CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl. 1.4 - Verkennend bodemonderzoek Verhoeven Milieutechniek B.V.

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Adviesrecht gemeenteraad- woningbouwontwikkeling op de locatie Irenestraat, Prins Bernhardstraat, Julianastraat te Waspik. (Oranjehoek)22.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik

PROJECTNUMMER: B24.9246 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik

PROJECTNUMMER: B24.9246 Versie 01

OPDRACHTGEVER: Casade Woondiensten

DATUM: 12 augustus 2024

Auteur:

Autorisatie:

ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B24.9246/R9246-01/MH

Alle informatie in deze rapportage mag NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING Casade Woondiensten heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een onderzoek naar asbest, inclusief historisch onderzoek, ter plaatse van de locatie aan de Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling (sloop en nieuwbouw) op de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform c.q. afgeleid van de richtlijnen van de NEN 5725:2023, NEN 5740:2023 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De diverse (bodem)onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest van de druppelzone) op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling (sloop en nieuwbouw). Conclusies vooronderzoek en hypothese In onderstaande tabel worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch vooronderzoek kort samengevat, waarbij de onderzoeksvragen conform de NEN 5725:2023 zoveel als mogelijk worden beantwoord en/of gemotiveerd. Hieruit volgt de hypothese, waaruit de in hoofdstuk 6 opgestelde onderzoeksopzet is gebaseerd. Tabel 1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Aanleiding

A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Potentiële bronnen van Nee, wel rekening houdend dat sprake is van voormalige watergangen en de asbestverdachte bodembelasting dakbedekking op de schuur achter nr. 24. Op basis van de verkregen informatie van het bevoegd gezag en aanwezig? het locatiebezoek wordt de locatie niet als verdacht beschouwd. Verwachte Op basis van de ontgravingskaart betreft zowel de boven- als de ondergrond ‘AW2000’ bodemkwaliteitsklasse (achtergrondwaarde). De bodemfunctieklasse van de percelen is ‘wonen’. Ter plaatse van nummer 24 is een schuur met asbestverdachte dakbedekking aanwezig. Voor zover Verdacht op asbest bekend zijn geen kassen aanwezig (geweest). Het is niet bekend of op de locatie bijmengingen van bodemvreemde materialen (zoals puin) aanwezig zijn in de grond. Asbestverdachte materialen en puinbijmengingen in de bodem kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Deklaag tot circa 6,0 m-mv aanwezig, bestaande uit een afwisseling van fijn tot Bodemopbouw en midden zand met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. 1e Watervoerend geohydrologie pakket tot circa 35 m-mv aanwezig, voornamelijk bestaande uit midden tot grof zand. Grondwaterstand op circa 0,5 a 1,0 m-mv.

De stromingsrichting van het freatisch grondwater is noordwestelijk gericht. Nee Invloed omgeving Verwachting sterke bodemverontreiniging Milieuhygiënische kwaliteit afdoende bekend? Hypothese en/of vervolgtraject

In verband met de diverse bijzonderheden (voormalige watergangen en asbestverdachte dakbedekking op de schuur achter nummer 24) kan de aanwezigheid van sterke verontreinigingen momenteel niet worden uitgesloten. Nee. Geen recente voorgaande onderzoeken bekend van de vaste bodem. Verkennend onderzoek is noodzakelijk om de actuele bodemkwaliteit van de te onderzoeken locatie vast te leggen in verband met de voorgenomen herontwikkeling. De locatie is onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de voormalige watergangen en asbestverdachte dakbedekking op de schuur achter nummer 24 aandachtspunten vormen. Geadviseerd wordt de locatie te onderzoeken conform de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige verdachte locatie (ONV-NL) volgens de NEN 5740. Bij de situering van de boringen en peilbuis dient rekening te worden gehouden met de voormalige watergangen en asbestverdachte dakbedekking op de schuur achter nummer 24. Voor wat betreft asbest wordt voor de contactlaag bij de schuur uitgegaan van een verdachte druppelzone. Een onderzoek naar asbest in grond en voorkomen van PCB ter plaatse van de afwatering is derhalve noodzakelijk. Voor de overige onderzoekslocatie wordt uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Een onderzoek naar asbest in de overige grond is derhalve niet noodzakelijk.

Het is echter niet bekend of er bodemvreemde asbestverdachte (puin)bijmengingen aanwezig zijn op de locatie.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

3 Resultaten en conclusies diverse onderzoeken Conclusies verkennend bodemonderzoek Voor de algemene bodemkwaliteit werd de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige watergangen en de te slopen schuur met asbestverdachte dakbedekking (asbest en PCB in de actuele contactlaag) wel aandachtspunten. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de onverdachte hypothese formeel gezien te worden verworpen, aangezien in de grond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters zijn aangetoond, ten opzichte van de betreffende voormalige achtergrond- en streefwaarden, waarbij het gehalte voor lood in boring B07 de index van 0,5 overschrijdt. In de boven- en onderliggende bodemlagen is geen tot een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen. De watergangen zijn naar verwachting waarschijnlijk gedempt met gebiedseigen grond. Ter plaatse van de voormalige druppelzone is een licht verhoogd gehalte voor PCB aangetoond, ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond maximaal klasse ‘industrie.

Conclusies onderzoek naar asbest druppelzone Voor wat betreft asbest in de bodem werd voor de locatie de hypothese gesteld van een verdachte locaties met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Zintuiglijk (> 20 mm) is geen asbest aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de verdachte hypothese formeel gezien te worden aangenomen, aangezien in de druppelzone analytisch 23,8 mg/kg d.s. aan hechtgeboden en niethechtgebonden asbest is aangetoond. Het gehalte bestaat voor 9,2 mg/kg d.s. uit respirabele (chrysotiel en crocidoliet) vezels. Doordat de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek niet wordt overschreden, zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst nog asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusies en aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten is de locatie aan de Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik afdoende onderzocht en is de kwaliteit van de grond (inclusief druppelzone en asbest) en het grondwater afdoende vastgelegd.

In de grond en het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond, waarbij het gehalte voor lood in één boring de index van 0,5 overschrijdt. In de boven- en onderliggende bodemlagen is geen tot een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Daarnaast is de verontreiniging visueel herkenbaar (zand met sterk baksteen, zwak kolengruis en sporen gips) en vormt geen risico’s (immobiel en geen contactmogelijkheden in huidige situatie). Derhalve is de kwaliteit ons inziens in voldoende mate vastgelegd, waarbij er geen vervolgstappen noodzakelijk zijn, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond maximaal klasse ‘industrie’.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

4 Zintuiglijk is geen asbesthoudend materiaal (> 20 mm) aangetroffen. In de contactlaag is 23,8 mg/kg d.s. aan hechtgebonden en niet-hechtgeboden asbest aangetoond. Het gehalte bestaat voor 9,2 mg/kg d.s. uit respirabele (chrysotiel en crocidoliet) vezels. Verder hebben de diverse aandachtspunten niet geleid tot ernstige grondverontreinigingen op de onderzoekslocatie. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (vegetatie > 2 cm) op het maaiveld. Geadviseerd wordt om, na verwijdering van de momenteel aanwezige belemmering op het maaiveld, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone van de druppelzone. Bij toekomstige herontwikkeling van de locatie / civieltechnische werkzaamheden ter plaatse van het licht verhoogde (index > 0,5) gehalte voor lood dient mogelijk rekening te worden gehouden met aanvullende werkzaamheden. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft enkel een adviserende rol. Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag ter beoordeling.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken en zijn bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing en worden mogelijk aanvullende keuringen en onderzoeken verlangd. Een extra aandachtspunt bij deze locatie is dat grondstromen die op basis van voorliggende rapportage verschillende indicatieve kwaliteiten hebben, niet met elkaar mogen worden vermengd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen zijn gegaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan. Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 2 1.

INLEIDING ............................................................................................................................................ 6

2.

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK....................................................................................... 6

3.

LOCATIEGEGEVENS .......................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS .......................................................................................................................... 6 3.2. HISTORISCHE GEGEVENS EN LOCATIEBEZOEK ...................................................................................... 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE....................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ................................................................................................................................. 8

5.

CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE .................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ............................................................................... 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ....................................................................................................................... 9

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ..................................................................... 11 7.1. GROND ................................................................................................................................................ 11 7.2. GRONDWATER ..................................................................................................................................... 12 7.3. ASBEST ................................................................................................................................................ 13

8.

RESULTATEN..................................................................................................................................... 14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN .......................................................................................................... 14 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN ........................................................... 14 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ............................................................................................... 17

9.

CONCLUSIES DIVERSE (BODEM)ONDERZOEKEN .................................................................... 19 9.1. CONCLUSIES VERKENNEND BODEMONDERZOEK.................................................................................. 19 9.2. CONCLUSIES ONDERZOEK NAAR ASBEST DRUPPELZONE ...................................................................... 19 9.3. ALGEHELE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 19

10. REFERENTIES.................................................................................................................................... 21

BIJLAGEN 1.

Situering in de regio

2.

Situatieschets met boringen, peilbuis en proefgat

3.

Boorprofielen beschrijvingen

4.

Analysecertificaten grond, grondwater en asbest

5.

Toetsingstabellen achtergrond-, streef- en interventiewaarden grond en grondwater

6.

Toetsing RBK 2022

7.

Formulieren verkennend onderzoek naar asbest, inclusief foto’s

8.

Relevante historische informatie

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

6

1.

INLEIDING Casade Woondiensten heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een onderzoek naar asbest, inclusief historisch onderzoek, ter plaatse van de locatie aan de Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling (sloop en nieuwbouw) op de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform c.q. afgeleid van de richtlijnen van de NEN 5725:2023 [1], NEN 5740:2023 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK De diverse (bodem)onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest van de druppelzone) op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling (sloop en nieuwbouw).

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1. Algemene gegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan de Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik en betreffen rijtjeswoningen met tuinen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Waspik, sectie F, nummers 2393 (ged.), 2344, 2377, 2378, 1431 en 1433 (ged.) met een totale oppervlakte van circa 2.200 m2. Voor de situering van de locatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historische gegevens en locatiebezoek

Algemeen Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2023. Voor de historie van de locatie wordt deels gebruik gemaakt van het voorgaand bodemonderzoek (VMT, kenmerk B23.9045, d.d. 19 december 2023). Daarnaast zijn door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) de relevante gegevens van de websites www.topotijdreis.nl en www.kadaster.nl bestudeerd. Tevens is een omgevingsrapportage gedownload van de website van de samenwerkende omgevingsdiensten van de provincie NoordBrabant en heeft de opdrachtgever historische informatie aangeleverd. De relevante historische gegevens zijn opgenomen in bijlage 8. Bodemkwaliteitsgegevens / (voormalige) bodembedreigende activiteiten Uit het voorgaand onderzoek (VMT, kenmerk B23.9045, d.d. 19 december 2023) blijkt dat op basis van de onderzoeksresultaten de gestelde onverdachte hypothese aangenomen kan worden, aangezien zowel in de boven- als ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN, arseen en/of chroom) werden aangetoond. In het grondwater werden geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond. Op basis van de historie en zintuiglijke waarnemingen in het veld, waarbij geen asbestverdachte materialen of puinbijmengingen werden aangetroffen, kon de onverdachte hypothese voor wat betreft asbest worden gehandhaafd.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

7 Bij de gemeente Waalwijk is verder geen relevante historische informatie van de locatie bekend. Op basis van de omgevingsrapportage zijn van de locatie geen voorgaande bodemonderzoeken, saneringen en/of bodembedreigende activiteiten bekend. Wel blijkt uit de omgevingsrapportage en informatie van de gemeente Waalwijk dat in de omgeving op diverse adressen (voormalige) ondergrondse brandstoftanks aanwezig zijn (geweest). Historisch kaartmateriaal, luchtfoto’s en kadaster Op het historische kaartmateriaal zijn 2 voormalige watergangen zichtbaar rond 1958. De huidige bebouwing dateert van 1950-1953. Boomgaarden/kassen zijn niet zichtbaar op het historische kaartmateriaal. Het kaartmateriaal uit 1959 komt redelijk overeen met de huidige situatie. Voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik De locatie maak sinds circa 1950 deel uit van een woonwijk aan de zuidzijde van Waspik. Hiervoor betrof de locatie landbouwpercelen. De straten zijn zichtbaar op het kaartmateriaal vanaf 1959. Het voornemen bestaat de huidige bebouwing te slopen ten behoeve van woningbouw. De huidige bestemming (gemengd) blijft hierbij ongewijzigd. Asbest De locatie is vooralsnog niet verdacht op het voorkomen van asbest. Indien puinbijmengingen worden aangetroffen kan de onderzoeksopzet worden aangepast.

Ter plaatse van de bebouwing op de locatie en in de grond is naar verwachting geen asbest toegepast (geweest). In een aantal woningen zijn steekproefsgewijs asbestinventarisaties uitgevoerd door SGS Search Ingenieursbureau BV (kenmerk RFI-20-00005889-SI, d.d. 14 december 2020). In de woningen zijn asbesthoudende materialen (plaat in cementvloer, vloerzeil en plafondplaten) aangetroffen. In de huidige situatie is de kans op vezelemissie bij normaal gebruik van de ruimte gering en een deel van de materialen vormen geen direct blootstellingsrisico aangezien de materialen afgedekt zijn. Geadviseerd werd om de materialen voor sloop- of renovatiewerkzaamheden te saneren. Bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS) Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Waalwijk (Bodembeheer gemeente Waalwijk 2013-2023) is de locatie gelegen in de zone 1 voor de bovengrond en zone 7 voor de ondergrond. Voor zone 1 en zone 7 voldoet zowel de boven- en ondergrond aan de klasse AW2000 (achtergrondwaarde). De bodemfunctieklasse betreft Wonen. Bij bodemonderzoek of grondverzet dient grond uit de gemeente Waalwijk altijd aanvullend onderzocht te worden op chroom, aangezien dit een kritische parameter betreft in verband met de diffuse verspreiding vanuit het mogelijk toepassen van verontreinigd havenslib in de gemeente.

Voor zover als bekend zijn geen PFAS-bronnen bekend op en/of nabij de locatie en is de voor dit gebied de functieklasse landbouw/natuur van toepassing voor PFAS in zowel de boven- als de ondergrond. Locatiebezoek Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Ter plaatse van de achtertuin bij nummer 24 is een schuur aangetroffen met asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot. De zuidzijde van het dak watert af op onverhard maaiveld. Op de locatie zijn verder geen bijzonderheden waargenomen die kunnen wijzen op het voorkomen van een mogelijke bodemverontreiniging.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

8 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1. Bodemopbouw Op de onderzoekslocatie is een circa 6 meter dikke deklaag aanwezig die is opgebouwd uit de Formatie van Boxtel. Dit is een goede waterdoorlatende laag bestaande uit fijn tot midden zand met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. De onderliggende goed waterdoorlatende laag is circa 29 meter dik en hoofdzakelijk opgebouwd uit midden tot grof zand van de Formaties van Kreftenheye en Sterksel. Hieronder bevindt zich een scheidende laag hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand tot circa 38 m-mv. 4.2. Geohydrologie Er wordt globaal een noordwestelijk gerichte grondwaterstroming in het (ondiepe) grondwater verwacht, in de richting van de Bergsche Maas. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is, voor zover bekend, niet gesitueerd binnen een grondwaterberschermingsgebied.

5.

CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE In onderstaande tabel worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch vooronderzoek kort samengevat, waarbij de onderzoeksvragen conform de NEN 5725:2023 zoveel als mogelijk worden beantwoord en/of gemotiveerd. Hieruit volgt de hypothese, waaruit de in hoofdstuk 6 opgestelde onderzoeksopzet is gebaseerd. Tabel 5.1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Aanleiding

A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Potentiële bronnen van Nee, wel rekening houdend dat sprake is van voormalige watergangen en de asbestverdachte bodembelasting dakbedekking op de schuur achter nr. 24. Op basis van de verkregen informatie van het bevoegd gezag en aanwezig? het locatiebezoek wordt de locatie niet als verdacht beschouwd. Verwachte Op basis van de ontgravingskaart betreft zowel de boven- als de ondergrond ‘AW2000’ bodemkwaliteitsklasse (achtergrondwaarde). De bodemfunctieklasse van de percelen is ‘wonen’. Ter plaatse van nummer 24 is een schuur met asbestverdachte dakbedekking aanwezig. Voor zover Verdacht op asbest bekend zijn geen kassen aanwezig (geweest). Het is niet bekend of op de locatie bijmengingen van bodemvreemde materialen (zoals puin) aanwezig zijn in de grond. Asbestverdachte materialen en puinbijmengingen in de bodem kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Deklaag tot circa 6,0 m-mv aanwezig, bestaande uit een afwisseling van fijn tot Bodemopbouw en midden zand met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. 1e Watervoerend geohydrologie pakket tot circa 35 m-mv aanwezig, voornamelijk bestaande uit midden tot grof zand. Grondwaterstand op circa 0,5 a 1,0 m-mv.

De stromingsrichting van het freatisch grondwater is noordwestelijk gericht. Nee Invloed omgeving Verwachting sterke bodemverontreiniging Milieuhygiënische kwaliteit afdoende bekend?

In verband met de diverse bijzonderheden (voormalige watergangen en asbestverdachte dakbedekking op de schuur achter nummer 24) kan de aanwezigheid van sterke verontreinigingen momenteel niet worden uitgesloten. Nee. Geen recente voorgaande onderzoeken bekend van de vaste bodem. Verkennend onderzoek is noodzakelijk om de actuele bodemkwaliteit van de te onderzoeken locatie vast te leggen in verband met de voorgenomen herontwikkeling.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

9

Vervolg tabel 5.1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Hypothese en/of vervolgtraject

De locatie is onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de voormalige watergangen en asbestverdachte dakbedekking op de schuur achter nummer 24 aandachtspunten vormen. Geadviseerd wordt de locatie te onderzoeken conform de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige verdachte locatie (ONV-NL) volgens de NEN 5740. Bij de situering van de boringen en peilbuis dient rekening te worden gehouden met de voormalige watergangen en asbestverdachte dakbedekking op de schuur achter nummer 24. Voor wat betreft asbest wordt voor de contactlaag bij de schuur uitgegaan van een verdachte druppelzone. Een onderzoek naar asbest in grond en voorkomen van PCB ter plaatse van de afwatering is derhalve noodzakelijk. Voor de overige onderzoekslocatie wordt uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Een onderzoek naar asbest in de overige grond is derhalve niet noodzakelijk. Het is echter niet bekend of er bodemvreemde asbestverdachte (puin)bijmengingen aanwezig zijn op de locatie.

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken

Algemene kwaliteit (inclusief voormalige watergangen) Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2023 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een ‘onverdachte nietlijnvormige locatie’ (ONV-NL, < 3.000 m2). Onderzoek vindt enkel uitpandig plaats, waarbij de boringen rondom de bebouwing worden geplaatst en worden doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. Wel worden aanvullend de grond en het grondwater geanalyseerd op arseen en chroom in verband met het mogelijk toepassen van havenslib. Ter plaatse van de voormalige watergangen worden 2 raaiboringen geplaatst, van drie boringen per raai tot circa 2,0 m-mv. Hiervoor is vooralsnog één extra analyse op een NEN-pakket opgenomen. Onderzoek naar asbest en PCB ter plaatse van mogelijk voormalige druppelzone schuur De druppelzone van de mogelijk voormalige asbesthoudende dakbedekking op de schuur achter nummer 24, waar het onbedekte maaiveld door ‘asbestregen’ mogelijk verontreinigd is geraakt met asbestvezels en PCB, wordt onderzocht gebaseerd op de NEN 5707 en de NEN 5740, met een strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting (VEP) met een oppervlakte van maximaal 10 m2. Voor het aantonen van respirabele vezels in de fijne fractie (< 0,5 mm) dient aanvullend een SEM (stereo elektronen microscoop) analyse te worden uitgevoerd.

De veldwerkzaamheden voor het onderzoek naar asbest wordt gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels analyse(s) te worden geverifieerd. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 7). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

10

Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 22 juli 2024

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker(s) De heer J.B. Koppelman

1 augustus 2024

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer J.B. Koppelman

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 7) 2018 (v. 7) 2002 (v. 7)

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor, zuigerboor en een schop. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn in totaal 17 boringen (B01 t/m B13) geplaatst, waarbij boring PB03 is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De raaiboringen B09A-C en B11A-C zijn ter plaatse van de voormalige watergangen geplaatst. Boring (en proefgat) B13 is ten behoeve van het PCB-onderzoek gesitueerd in de voormalige druppelzone van de asbestverdachte dakbedekking op de schuur achter nummer 24 waar het aanwezige asbestverdachte dak heeft afgewaterd op het onbedekte maaiveld. Verder zijn de boringen verdeeld over de locatie, rekening houdend met de bebouwing. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden verkennend bodemonderzoek Boring tot maximaal 1,0 m-mv B01, B02, B04 t/m B08, B10, B12, B13

Boringen en peilbuis Boring tot circa 2,0 m-mv B09A-C, B11A-C

Peilbuis (filterstelling) PB03 (2,80-3,80)

Grondwater Het grondwater uit de geplaatste peilbuis PB03 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 1 augustus 2024 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Onderzoek naar asbest en PCB ter plaatse van mogelijk voormalige druppelzone schuur Ten behoeve van het onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Het maaiveld was volledig begroeid met vegetatie > 2 cm (circa 100 %) waardoor geen efficiënte maaiveldinspectie (> 25 % onbedekt) uitgevoerd kon worden. Op het maaiveld zijn, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest is bij de afwatering op onverhard maaiveld 1 proefgat (B13) gegraven met een omvang 1,0 x 1,0 m tot 0,1 m-mv. Het proefgat is dieper doorgezet met een omvang van 0,3 x 0,3 x 0,5 m-mv en doorgeboord met een brede boor (diameter 12 cm), gecombineerd met het bodemonderzoek waarna het vrijkomende materiaal uit de proefgaten/boringen is geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten en bemonsterd voor analyse op asbest (fractie < 20 mm).

Hierbij is in het proefgat geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Van de vrijkomende grond zijn 2 mengmonsters samengesteld voor analytisch onderzoek op asbest (< 20 mm; 0-0,1 en 0,1-0,5 m-mv). Tevens zijn van deze lagen grondmonsters genomen voor het onderzoek naar PCB. De veldwerkformulieren van het onderzoek naar asbest, inclusief foto’s, zijn opgenomen als bijlage 7. De situatieschets met de boringen, peilbuis en proefgat is opgenomen als bijlage 2.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

11

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1. Grond De verontreinigingssituatie van de grond kan sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet [6] op 1 januari 2024 worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de kwaliteitseisen voor landbodem en grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022) [4] en aan de interventiewaarde zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) [5]. In onderstaande tabel is schematisch de indeling per kwaliteitseis weergegeven en het verschil in benaming tussen de voorgaande en huidige wetgeving. De benaming van de kwaliteitseis bevat direct de benaming van de functie waarvoor de landbodem geschikt is. Tabel 7.1: Kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen voor landbodem en grond Kwaliteitseis Omgevingswet Landbouw/ natuur Wonen Industrie Matig verontreinigd

Ondergrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie

Bovengrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie Interventiewaarde

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde

-

Benaming voor inwerkingtreding Omgevingswet Achtergrondwaarde (AW) Klasse wonen (WO) Klasse industrie (IND) Niet toepasbaar- niet sterk verontreinigd (>IND en <IW) Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (>IW)

De Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat is momenteel nog niet geschikt om analyseresultaten te toetsen aan de Omgevingswet. Zodoende wordt momenteel enerzijds gebruikt gemaakt van een bèta toetsservice van onze software leverancier, deze kan toetsen aan de interventiewaarde uit het Bal en aan de kwaliteitseisen uit de Rbk2022. Parallel daaraan wordt tevens een toetsing uitgevoerd via BoToVa aan de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [8], in combinatie met de achtergrondwaarden voor grond uit de voormalige Regeling bodemkwaliteit [9]. De kwaliteitseisen voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt in de BoToVa toetsing een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde - achtergrondwaarde).

Uit de toetsing van de GSSD aan de achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd;  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een sterke bodemverontreiniging. Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, kan de omvang van de verontreiniging(en) worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een sterke bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering;

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

12 

Bij onderzoeken ten behoeve van bepaalde activiteiten onder de Omgevingswet, bijvoorbeeld realisatie van een woning met tuin, kan het bevoegd gezag ook aanvullend onderzoek verlangen als de kwaliteitseis voor wonen wordt overschreden. Dit betreft maatwerk per locatie, parameter en bevoegd gezag en wordt zodoende niet verder op ingegaan.

Als het te ontgraven bodemvolume kleiner of gelijk is dan 25 m3 (ook wel kleinschalig graven genoemd), gelden geen regels uit het Bal. Wel kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels stellen aan kleinschalig graven. Bij het ontgraven van een bodemvolume groter dat 25 m3 is sprake van een ‘milieubelastende activiteit’ conform het Bal. Hierbij wordt, op basis van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem, onderscheid gemaakte tussen 2 milieubelastende activiteiten:  Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarden bodemkwaliteit;  Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Bij grondverzet groter dan 25 m3 dient altijd voorafgaand een bodemonderzoek uitgevoerd te worden, bestaat er een melding of informatieplicht aan het bevoegd gezag en zijn inhoudelijke voorschriften tijdens de activiteit, zoals uitvoering volgens BRL 7000 en/of BRL 6000 bij graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Tevens is bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond altijd de CROW-publicatie 400 van toepassing. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit 2022 tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd december 2023), worden gehanteerd.

In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020 met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2. Grondwater Bij het inwerking treden van de Omgevingswet in 2024 zijn de toetsingsnormen voor grondwater vervallen, maar zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [7]. Hierin wordt gesproken over ‘Rijksomgevingswaarden’, ‘standaardwaarden grondwater’ en ‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’.

Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [8], voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

13 De streefwaarden (omgevingswaarden) geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een van een duurzame bodemkwaliteit (grondwaterlichaam met goede chemische toestand). In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De interventiewaarden (‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’ voor grondwater) geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. 7.3. Asbest De maximale hergebruikswaarde voor asbest in grond en/ of asbest in puin (niet vormgegeven bouwstof) zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022). De maximale hergebruikswaarde voor grond voor de kwaliteitseis wonen tot en met sterk verontreinigd en voor puin bedraagt in alle gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Verder is in de Rbk2022 opgenomen, dat als asbest opzettelijk is toegevoegd de maximaal gewogen concentratie 0 mg/kg d.s. mag zijn.

Daarnaast wordt voor de kwaliteitsklasse landbouw/ natuur de stof asbest niet betrokken, tenzij het gewogen gehalte groter is dan 100 mg/kg d.s. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van het Bal eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd, zoals was vastgelegd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Daarnaast moet basis van het Bal eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd als er een specifieke verdenking voor respirabele vezels is vanuit het vooronderzoek. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/ maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.

Er is sprake van een geval van sterke verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/ maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Het is in de praktijk mogelijk dat het asbestgehalte niet boven de interventiewaarde bodemkwaliteit komt, maar het gehalte aan respirabele vezels wel de risiconorm overschrijdt. In een dergelijke situatie kan graafwerk in principe plaatsvinden onder de milieubelastende activiteit Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit volgen het Bal. Gemeenten kunnen voor deze situatie in het omgevingsplan eventueel een regel opnemen die borgt dat bouwen op zo'n verontreiniging niet mogelijk is zonder sanerende maatregelen. Uiteraard blijven, vanwege de overschrijding van de SRC-arbo-waarde, veiligheidsmaatregelen conform CROW-publicatie 400 van toepassing. Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

14

8.

RESULTATEN 8.1. Zintuiglijke waarnemingen De bodem ter plaatse van de locatie bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot circa 1,0 m-mv uit zeer fijn, zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus zand en lokaal sterk zandige, matig humeuze klei. Vanaf 1,0 m-mv tot aan de maximale boordiepte van 3,8 m-mv bestaat de bodem uit zeer fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig zand. Lokaal is een zwak kleiige veenlaag aanwezig van circa 0,9 m-mv tot 1,4 m-mv. In de grond zijn zintuiglijk diverse (bodemvreemde) bijmengingen waargenomen. De waargenomen zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring B02

Diepte boring (m -mv) 1,00

PB03 B04 B06

3,80 1,00 1,00

B07

1,00

B08 B09A B09B B09C B10 B13

1,00 2,00 2,00 2,00 1,00 0,50

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,10 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 0,90 0,55 - 0,80 0,80 - 1,00 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 1,00 - 1,50 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 0,10 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand Klei Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

Sporen kolen, sporen baksteen Zwak veenhoudend, sporen baksteen Sporen baksteen Sporen kolen Sporen kolengruis Sporen baksteen Sterk baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, sporen gips Zwak veenhoudend Sporen baksteen Sporen veen Sporen veen Sporen veen Sporen baksteen Sporen beton

Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het opgeboorde/opgegraven materiaal uit de overige boringen/proefgaten geen asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen of zijn er overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Conform de NEN 5725 (bijlage A) is de overige grond derhalve 'onverdacht op het voorkomen van asbestverdachte puinbijmengingen (NEN 5707)', aangezien er geen asbestverdachte puinbijmengingen zijn aangetroffen. Het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in grond, naast de druppelzone is, ons inziens, derhalve niet noodzakelijk op de rest van de locatie. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

Algemeen De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater, asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. De kwaliteitseisen voor grond, maximale hergebruikswaarde voor asbest in grond of puin, maximale samenstellingswaarden voor de uitloogparameters zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022. De meest recente interventiewaarden voor de grond en signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering zijn opgenomen zoals bedoeld in bijlage IIa bij het Bal, behorend bij de Omgevingswet. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grond- en grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

15 Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Tevens zijn de resultaten indicatief getoetst aan de RBK2022, welke is opgenomen in bijlage 6. Op de analysecertificaten zijn de in tabel 8.2 opgenomen opmerkingen geplaatst. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat- (Meng)- Parameter Opmerking Nummer monster Grond 14125740 MM03 PCB 180 Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. MM06 Individuele Om die reden is de onzekerheid in het resultaat PAK vergroot M07 PCB 138

MM06

Lutum

In verband met een storende matrix is de onzekerheid in het resultaat vergroot

Toelichting

Aangezien de som parameter voor PCB de voormalige achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Aangezien de som parameter voor PAK de voormalige achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Aangezien de som parameter voor PCB de indexwaarde van 0,5 niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. De gemeten gehalten voor zware metalen, welke op het lutumgehalte worden gecorrigeerd, zijn mogelijk overschat. Aangezien geen verhoogde gehalten voor zware metalen zijn aangetoond in dit monster, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Toelichting bij tabel: PCB Polychloorbifenylen; PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

Grond Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de onderzoeksopzet tijdens de veldwerkzaamheden zijn de in tabel 8.3 weergegeven grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Aangezien ter plaatse van de voormalige watergangen zintuiglijk geen afwijkende lagen zijn aangetroffen, is de aanvullende NEN-analyse ingezet ten behoeve van de algemene kwaliteit en zijn de betreffende grondlagen tevens opgemengd ten behoeve van de algemene kwaliteit. In verband met de diverse bodemvreemde bijmengingen en de diverse grondsoorten (zand en klei) zijn nog 2 extra grond(meng)monster ingezet voor analyse op een NEN-pakket, arseen en chroom en in verband met de druppelzone 1 analyse op PCB. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Monster

Omschrijving

Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen kolen, sporen baksteen

M02 MM03

M04

MM05

Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen kolengruis Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

Boring (traject in m-mv)

Analysepakket

B02 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) PB03 (0,10 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50)

NEN, As, Cr

Cd, Hg, Pb, Zn, PAK

WO

NEN, As, Cr

Cd, Pb, Ni, Zn, PAK, MO Pb, Zn, PAK

-

IND

-

IND

-

IND

-

LN

B01 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B07 (0,10 - 0,55) B09B (0,00 - 0,50) B11B (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B07 (0,55 - 0,80)

Ondergrond, zand Zintuiglijk: sterk baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, sporen gips Ondergrond, zand B07 (0,80 - 1,00) Zintuiglijk: zwak veenhoudend B09B (0,50 - 1,00) B09B (1,00 - 1,50) B09B (1,50 - 2,00) B11B (0,50 - 1,00) B11B (1,00 - 1,50) PB03 (1,40 - 1,70) PB03 (1,70 - 2,00)

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

NEN, As, Cr

NEN, As, Cr

NEN, As, Cr

> AW < I

Cd, Co, Cu, Hg, Pb*, Ni, Zn -

Resultaten >I

RBK 20221

16 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Monster

Omschrijving

Boring (traject in m-mv)

Analysepakket

> AW < I

Resultaten >I

RBK 20221

Algemene kwaliteit MM06 Ondergrond, veen B06 (0,90 - 1,00) NEN, As, Cr LN Zintuiglijk: PB03 (1,00 - 1,40) Afwatering op onbedekt maaiveld M07 Contactlaag, zand B13 (0,00 - 0,10) PCB PCB WO Zintuiglijk: Toelichting bij tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); As, Cr Arseen en chroom; PCB Polychloor bifenylen, inclusief organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; RBK2022 Indicatieve toetsing aan de kwaliteitseisen Regeling bodemkwaliteit 2022 (LN= Landbouw/natuur; WO: Wonen; IND: Industrie; MV: Matig verontreinigd; SV: Sterk verontreinigd); 1 Indicatieve toetsing op basis van de geanalyseerde parameter(s); Niets aangetroffen/waargenomen.

Grondwater Ten behoeve van het grondwateronderzoek is op basis van de onderzoeksopzet één grondwatermonster geanalyseerd. Het grondwatermonster met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuis met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid AnalyseResultaten (m -mv) (m -mv) (µS/cm) (NTU) pakket >S<I >I PB03 2,80 - 3,80 1,88 6,1 703 19,76 NEN, As, Cr Ba, Cr Toelichting bij tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); As, Cr Arseen en chroom; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond/geanalyseerd.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB03 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (< 10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Onderzoek naar asbest Tijdens het veldwerk zijn op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond uit de boringen/proefgaten geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn 2 mengmonsters samengesteld van de grond. Hiervan is 1 grondmengmonster aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN5898:2015 (asbest in grond/puin in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de mengmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses is in tabel 8.5 weergegeven.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

17 Tabel 8.5: Samenstelling mengmonsters asbest Monstercode

Samenstelling

Laagdikte

Zintuiglijk

MMASB01 B13 0,00-0,10 (afwatering) MMASB02 B13 0,10-0,50 Sporen beton Toelichting bij tabel: 1 Asbestanalyse asbest in grond of puin (< 20 mm); SEM Stereo Electro Microscoop.

Soort

Analysepakket

Grond

Asbest in grond (> 10 kg) 1 + SEM Niet geanalyseerd

Grond

De resultaten van het geanalyseerde monster en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte mengmonster en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode MMASB01

Soort materiaal

Hechtgebonden Nee Ja Nee

Type*

Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.) 1,46 6,48 6,68

Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) 23,8 (#)

Bundels chrysotiel Chrysotiel Plaat Chrysotiel Verweerde plaat Chrysotiel Toelichting bij tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; # Gehalte bestaat voor 9,2 mg/kg d.s. uit respirabele vezels (chrysotiel en crocidoliet) gevonden in de fractie < 0,5 mm d.m.v. kwalitatief onderzoek m.b.t. stereo microscopie.

8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Grond Algemene kwaliteit In mengmonster MM01 van de bovengrond (zand) met sporen baksteen en sporen kolen zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kwik, lood, zink en PAK aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de voormalige achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond klasse wonen. In monster M02 van de bovengrond (klei) met sporen kolengruis zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, lood, nikkel, zink, PAK en minerale olie aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de voormalige achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond klasse industrie. In mengmonster MM03 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn licht verhoogde gehalten voor lood, zink en PAK aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de voormalige achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond klasse industrie. In monster M04 van de sterk baksteenhoudende, zwak kolengruishoudende ondergrond (zand) met sporen gips zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink aangetoond.

De aangetoonde gehalten overschrijden de voormalige achtergrondwaarden, waarbij het gehalte voor lood de index van 0,5 (norm voor nader onderzoek) overschrijdt. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond klasse industrie. In mengmonster MM05 van de zwak veenhoudende ondergrond (zand) en mengmonster MM06 van de zintuiglijk schone ondergrond (veen) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond klasse landbouw/natuur.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

18 Afwatering op onbedekt maaiveld In monster M07 van de zintuiglijk schone contactlaag (zand), ter plaatse van de afwatering van de asbestverdachte dakbedekking op onbedekt maaiveld, is een licht verhoogd gehalte voor PCB aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond klasse wonen. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB03 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en chroom aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de voormalige streefwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de index van 0,5. Asbest Zintuiglijk zijn op het maaiveld en in de opgeboorde/opgegraven grond geen asbestverdachte materialen (> 20 mm) aangetroffen. In mengmonster MMASB01 van de asbestverdachte grond in de druppelzone (proefgat B13; 0,00,1 m-mv) is analytisch 23,8 mg/kg d.s. aan hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest aangetoond. Het gehalte bestaat voor 9,2 mg/kg d.s. uit respirabele (chrysotiel en crocidoliet) vezels. Het aangetoonde gehalte blijft ruim onder de interventiewaarde alsmede onder de waarde voor nader onderzoek.

Diverse (bodem)onderzoeken, Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik Rapportnr.: B24.9246 versie: 01 datum: 12 augustus 2024

19

9.

CONCLUSIES DIVERSE (BODEM)ONDERZOEKEN 9.1. Conclusies verkennend bodemonderzoek Voor de algemene bodemkwaliteit werd de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige watergangen en de te slopen schuur met asbestverdachte dakbedekking (asbest en PCB in de actuele contactlaag) wel aandachtspunten. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de onverdachte hypothese formeel gezien te worden verworpen, aangezien in de grond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters zijn aangetoond, ten opzichte van de betreffende voormalige achtergrond- en streefwaarden, waarbij het gehalte voor lood in boring B07 de index van 0,5 overschrijdt. In de boven- en onderliggende bodemlagen is geen tot een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen. De watergangen zijn naar verwachting waarschijnlijk gedempt met gebiedseigen grond. Ter plaatse van de voormalige druppelzone is een licht verhoogd gehalte voor PCB aangetoond, ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreft de grond maximaal klasse ‘industrie. 9.2.

Conclusies onderzoek naar asbest druppelzone Voor wat betreft asbest in de bodem werd voor de locatie de hypothese gesteld van een verdachte locaties met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Zintuiglijk (> 20 mm) is geen asbest aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de verdachte hypothese formeel gezien te worden aangenomen, aangezien in de druppelzone analytisch 23,8 mg/kg d.s. aan hechtgeboden en niethechtgebonden asbest is aangetoond. Het gehalte bestaat voor 9,2 mg/kg d.s. uit respirabele (chrysotiel en crocidoliet) vezels. Doordat de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek niet wordt overschreden, zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst nog asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. 9.3. Algehele conclusies en aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten is de locatie aan de Prins Bernhardstraat 10-24 te Waspik afdoende onderzocht en is de kwaliteit van de grond (inclusief druppelzone en asbest) en het grondwater afdoende vastgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16951043/1