Beantwoording vragen ChristenUnie gesteld bij gespreksavond
Tekst van het document
Beantwoording vragen ChristenUnie, gesteld bij de gespreksavond op 9 november Inleiding Het bulkvoorstel bevat geen beleidsinhoudelijke wijzigingen. Door de komst van de omgevingswet treden er veranderingen op. Er worden andere termen gebruikt, maar ook de vindplaats van artikelen zal veranderen. Met het voorstel willen we onduidelijkheid als gevolg van onjuiste verwijzingen en afwijkende termen voorkomen. 1. In de nieuwe Afvalstoffenverordening komt onderdeel c van artikel 24 (zorg te dragen
dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de gelegenheid, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de gelegenheid achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die gelegenheid afkomstig, wordt opgeruimd), terwijl dit een belangrijke bepaling is. Waarom is deze keuze gemaakt? Krijgt deze bepaling een plek in de nieuwe APV? Antwoord: De bepaling is nu steviger verankerd in de regelgeving. Onderdeel c van artikel 24 is namelijk opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, de zogenaamde bruidsschat (Zie artikel 22.53 in paragraaf 22.3.3 Zwerfafval van de bruidsschat behorende bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet). Doordat de bepaling al opgenomen is in de bruidsschat kan de bepaling uit de verordening worden verwijderd.
2. In de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht verandert artikel 3
Betrokkenheid van de raad. In plaats van dat de raad toeziet op de hoofdlijnen van het beleid staat dat de raad voortaan op hoofdlijnen toeziet van het door het college gevoerde beleid? Dit is niet verder toegelicht. Wat is de motivering voor deze wijziging? Antwoord: De huidige verordening heeft betrekking op handhaving in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het college is het bestuursorgaan dat het beleid voert. De raad ziet hier op toe. Dit verandert niet onder de Omgevingswet. Dit betekent dat daar in de huidige bepaling nu ‘de gemeente’ staat ‘het college’ gelezen moet worden. De aanpassing biedt meer duidelijkheid en past daarom binnen de context van een beleidsarme aanpassing.