CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording schriftelijke vragen ChristenUnie 08-06-21 over Akkerlaan 20

Raadsvergadering (A) 16 september 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan `Akkerlaan 20`2.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de fractie van de raad van de gemeente Waalwijk

Ons kenmerk Uw brief Uw kenmerk

2021-026366

Betreft

Beantwoording schriftelijke vragen art. 47

6 mei 2021

Behandeld door Documentnummer Datum verzonden

R. Klimsop D2021-06-001008 8 juni 2021

Geachte ChristenUnie fractie, U heeft ons op 6 mei 2021 vragen gesteld op basis van artikel 47 van het Reglement van Orde. Hieronder vindt u in cursief uw vragen met daaronder onze antwoorden. Vraag 1 Welke mogelijkheden bovenop de wettelijke verplichte inspraak hebt u de omwonenden van Akkerlaan 20 geboden? Antwoord 1 Zoals in bestuurdersbrief 42-20 door de portefeuillehouder aan de raad is gemeld, heeft het voorontwerpbestemmingsplan 6 weken ter inzage gelegen en is een ieder in de gelegenheid geweest hierop een inspraakreactie in te dienen. Vanwege de coronabeperkingen is er geen inloopbijeenkomst georganiseerd. De direct omwonenden vermeld in de bestuurdersbrief zijn hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Daarnaast heeft de initiatiefnemer in het kader van de omgevingsdialoog per brief contact gezocht met de omwonenden Vraag 2 Welke trede van de participatieladder hebt u voor dit bouwtraject ingezet? Antwoord 2 Direct omwonenden zijn geïnformeerd over het plan en hebben de gelegenheid gehad hierop (schriftelijk) hun mening kenbaar te maken. Er is dus zowel sprake geweest van informatie (trede 1) als consultatie (trede 2). Vraag 3 Bent u bereid om de bij raadsbesluit op 19 mei 2016 vastgelegde raadsvoorhangprocedure weer conform uit te voeren? Antwoord 3 In het verleden werd de raad middels een raadsvoorhangbrief geïnformeerd over de start van ruimtelijke procedures.

Bij raadsbesluit van 19 mei 2016 is de voorhangprocedure gewijzigd en in lijn gebracht met de Gemeentewet. De Gemeentewet schrijft voor in welke gevallen de raad door het college in de gelegenheid moet worden gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Het gaat daarbij met name om het

aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Het informeren van de raad over de start van ruimtelijke procedures wordt in de Gemeentewet niet genoemd. De Wet ruimtelijke ordening vereist hiervoor evenmin een raadsbesluit. Wij hechten er belang aan de raad in een vroegtijdig stadium te informeren over ruimtelijke procedures waar de raad uiteindelijk een besluit over dient te nemen alsmede de wijze waarop inspraak zal worden vormgegeven. Het college is van mening dat een raadsinformatiebrief hiervoor het aangewezen instrument is. Vraag 4 Wat vindt u van de idee om voortaan bij ingrijpende bouwplannen met initiatiefnemer afspraken te maken over het tijdig en op juiste wijze in gesprek gaan met de buurt met als optie dat u voor rekening van de initiatiefnemer de omgeving op de hoogte gaat stellen van de plannen? Antwoord 4 Het is voor ons niet duidelijk wat u verstaat onder ‘ingrijpende bouwplannen’. Wij streven er in alle gevallen naar om de initiatiefnemer tijdig en op passende wijze de omgeving te laten informeren. Wij leggen deze verantwoordelijkheid in lijn met de nieuwe Omgevingswet nadrukkelijk bij de initiatiefnemer neer. Wel zien wij erop toe dat dit ook daadwerkelijk gebeurt en dat hiervan verslaglegging plaatsvindt. Het idee om dit als gemeente zelf te organiseren op rekening van de initiatiefnemer onderschrijven wij niet.

Dat past ook niet binnen het gedachtengoed van de Omgevingswet: het is aan de initiatiefnemer om in een vroegtijdig stadium participatie te organiseren. Vraag 5 Waarom hanteert u een beperkte definitie van het begrip belanghebbende (“Je moet het kunnen zien”), terwijl de wet spreekt over ‘degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’ en er zelfs een discussie gaande is over het verruimen van het begrip belanghebbende? Antwoord 5 Het begrip belanghebbende is een juridisch begrip uit de Awb. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt voor ruimtelijke besluiten als uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die een besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het moet daarbij echter wel gaan om "gevolgen van enige betekenis". Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. De Wet ruimtelijke ordening biedt echter een ieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Hiervoor hoeft men dus niet formeel belanghebbend te zijn. Inspraak hoeft zich evenmin te beperken tot de formeel belanghebbenden.

Wij stellen in beginsel een ieder in de gelegenheid om een inspraakreactie in te dienen. Het formele belanghebbende begrip kan wel een rol spelen bij het bepalen van de kring van betrokken die direct worden uitgenodigd voor het participatieproces. Vraag 6 Welke acties ziet uw college om de participatie te verbeteren? Antwoord 6 De acties om participatie te verbeteren binnen Waalwijk zijn reeds enige tijd in gang gezet. Zie hiervoor het raadsvoorstel R6.4-20 behorende bij het nieuwe participatiebeleid. Op 15 oktober 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe participatiebeleid in de vorm van een dynamische routekaart ‘Meedoen in Waalwijk’ vastgesteld. Deze routekaart biedt

helderheid over de verschillende stappen bij het meedoen en biedt ondersteuning aan inwoners, medewerkers en professionele partijen die met participatie aan de slag gaan. Op www.waalwijk.nl/meedoen bieden we al informatie en hulpmiddelen over participatie. Deze website gaan we aanvullen met een toolbox met praktische hulpmiddelen voor initiatiefnemers om participatie vorm te geven. Daarnaast zal de huidige Algemene inspraak-en participatieverordening vervangen worden door de Participatieverordening. Zodra de nieuwe modelverordening van de VNG verschijnt, gaan we deze voorbereiden. Vervolgens zijn goede werkafspraken nodig als verbinding tussen het participatiebeleid en de participatieverordening. Vraag 7 Zegt u ons toe dat u voortaan (voor)ontwerpbestemmingsplannen in geen enkele week van de zomervakantie voor de scholen ter inzage legt? Zo neen, waarom niet? Antwoord 7 Het college hanteert als uitgangspunt dat er geen terinzagelegging van plannen bekend wordt gemaakt in de zomervakantie voor scholen. De termijn van terinzagelegging is bij voorkeur geheel buiten de zomervakantie gelegen, maar een beperkte overlap aan het begin van de vakantie achten wij niet ondenkbaar.

Overigens is het vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) dat er geen beperking aan het moment van ter inzage leggen van ontwerpbesluiten/plannen is anders dan volgt uit de wet (bijvoorbeeld eindigend op een zon- of feestdag). De Afdeling is van mening dat gelet op de termijn van 6 weken de verantwoordelijkheid om kennis te nemen van een ontwerpbesluit/plan bij de belanghebbende ligt. Vraag 8 Wat betekent een gedeeltelijke verkoop voor de bestemmingsplanprocedure? Is de eigenaar van de grond waarop de woningen staan gepland, dan de initiatiefnemer? Kan het bestemmingsplan Akkerlaan 20 dan blijven bestaan of moet het hele proces opnieuw worden doorlopen? Antwoord 8 Mogelijke verkoop van de grond heeft geen invloed op de bestemmingsplanprocedure. Vraag 9 Is in eerste instantie gesproken over een duiker, omdat dit een goedkopere oplossing is dan een brug, en later over een brug, omdat een duiker voor het waterschap vanwege taken en verantwoordelijkheden niet acceptabel is, terwijl het waterschap in principe geen brug over categorie A oppervlaktewaterlichaam toestaat? Antwoord 9 In eerste instantie ging het waterschap akkoord met een duiker. Naar aanleiding van zienswijzen van omwonenden heeft het waterschap een brug als voorwaarde gesteld.

Vraag 10 Is in de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer opgenomen dat alle kosten van de brug, zowel aanleg als onderhoud, voor rekening komen van initiatiefnemer/eigenaren van de geplande woningen? Antwoord 10 Dat is correct.

Vraag 11 Waarom bent u van mening dat een zogeheten cul-de-sac (= doodlopende weg of straat met een keervoorziening aan het eind), zoals die bijvoorbeeld in de Jozef Israëlstraat bestaan, hier niet kan worden gerealiseerd? Antwoord 11 Een dergelijke oplossing dient gericht te zijn op een zo kort mogelijke ontsluiting om een (hoofd)weg. Als gekozen zou worden voor een cul-de-sac dan zou alsnog ontsloten worden op de Jozef Israëlsstraat omdat dat de kortste ontsluiting is naar een (hoofd)weg. Daarnaast zou het leiden tot een stuk openbare weg waarvoor de gemeente verantwoordelijk zou zijn in plaats van een erfontsluiting. Vraag 12 Wordt met een verkoop van een deel van het perceel een eventuele ontsluiting via de Akkerlaan onmogelijk gemaakt? Zo ja, is dat verstandig gezien de opmerkingen die de gemeenteraad heeft gemaakt? Antwoord 12 Gemeentelijk beleid is dat ieder woonperceel een zo kort mogelijke ontsluiting heeft naar de openbare weg. De te verkopen percelen ontsluiten daarbij op de Jozef Israëlsstraat en Akkerlaan 20 blijft ontsloten op de Akkerlaan.

Vraag 13 Kunt u zich iets voorstellen bij de bezwaren van de buurt tegen de ontsluiting via de Jozef Israëlsstraat? Hoe denkt u aan die bezwaren tegemoet te kunnen komen? Antwoord 13 Het college beoordeelt de zienswijzen van omwonenden met betrekking tot de ontsluiting op ruimtelijke en verkeerstechnische gronden, waarna een afweging wordt gemaakt tussen alle belangen waaronder die van de initiatiefnemer. Vraag 14 Klopt het dat de desbetreffende boom in de groene hoofdstructuur staat? Antwoord 14 Ja. Vraag 15 Maakt de boom deel uit van een beeldbepalende houtopstand? Antwoord 15 Ja. Vraag 16 Is de waarde van de desbetreffende boom al bepaald? Zo ja, wat is de uitkomst? Antwoord 16 De waarde van de boom is aan de hand van de Werkwijze bomen gemeente Waalwijk bepaald. De waarde is 60. Vraag 17 Is een verplantbaarheidsonderzoek uitgevoerd?

Antwoord 17 Er is geen nog verplantbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Een verplantbaarheidsonderzoek dient te worden overlegd bij de aanvraag omgevingsvergunning activiteit kappen (aanvraag kapvergunning). Vraag 18 Waarom kan deze boom volgens de Werkwijze bomen toch worden verplaatst dan wel gekapt? Antwoord 18 Omdat de groeiplaats niet komt te vervallen maar wordt verplaatst in de directe nabijheid binnen de groene hoofdstructuur. Vraag 19 Hoe wordt het kappen van zoveel bomen, gegeven de ambities van de gemeente Waalwijk op dit punt, gewogen ten opzichte van alle andere plussen en minnen van dit plan? Antwoord 19 Ten behoeve van dit initiatief zal één vergunningsplichtige boom verplaatst moeten worden. De overige 2 bomen mogen vergunningsvrij worden gekapt. Vraag 20 Is volgens u dit plan getoetst aan de nieuwe vrijstellingsregeling van het waterschap? Zo ja, waaruit blijkt dit dan? Zo neen, waarom niet? Antwoord 20 Op het moment dat het wettelijk overleg met het waterschap heeft plaatsgevonden en op het moment dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage lag waren de ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ niet van kracht. Het waterschap heeft ingestemd met het onderhavige plan zoals dat aan hen is voorgelegd.

Vraag 21 Bent u het met ons eens dat het hemelwaterstelsel moet zijn aangesloten op het oppervlakte watersysteem van het waterschap of met tussenkomst van een waterberging van 60 mm (conform ons gemeentelijk beleid) op het riool? Antwoord 21 Uitgangspunt van gemeentelijk beleid is dat hemelwater niet meer in het gemengde riool moet komen, maar zoveel mogelijk op de locatie waar het valt gehouden moet worden. Dat is mogelijk door infiltratie in de bodem, afvoer naar oppervlaktewater en de aanleg van waterberging op de betreffende percelen. Vraag 22 Heeft de verkoop van Akkerlaan 20 met een deel van het perceel gevolgen voor de procedure bij het waterschap? Zo ja, welke? Antwoord 22 Het college is geen partij noch bevoegd gezag in de procedure bij het waterschap. Het waterschap zal u hierover moeten beantwoorden. Daarnaast heeft het waterschap reeds een beslissing op bezwaar genomen om het kader van de ingekomen bezwaarschriften tegen de verleende watervergunning.

Vraag 23 Waarom lijkt het voor de door u uitgevoerde toetsing niet uit te maken tot wanneer op deze locatie daadwerkelijk nog een hobbypaard heeft gestaan? Als er geen paard meer staat, dan valt er toch geen stikstofvoordeel te behalen? Antwoord 23 Op de locatie is (nog) steeds een hobbypaard aanwezig. Als dit paard duurzaam niet meer op het perceel aanwezig is dan wordt een concreet stikstofvoordeel behaald. Vraag 24 Waarom maakt u blijkens de AERIUS berekening gebruik van het middel intern salderen, terwijl dat bij het hobbymatig houden van een paard niet is toegestaan? Antwoord 24 Bij een ruimtelijke procedure kan stikstofsaldering worden toegepast als de stikstofdepositie in de referentiesituatie bij het bestemmingplan, d.w.z. de “feitelijk aanwezige en planologisch toegestane” situatie ten tijde van de vaststelling van een plan hoger is als de situatie na vaststelling van het plan. Concreet wordt er een reductie bereikt. Zie hierover ook recent de uitspraak ABRS 14 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2439 (Efteling), r.o. 106.5. Met andere woorden: ook de aanwezigheid van hobbydieren kan ingezet worden in het kader van intern salderen.

Wij gaan ervan uit u hiermede voldoende geïnformeerd te hebben. Hoogachtend, HET COLLEGE VAN WAALWIJK, de secretaris,

de burgemeester,

J.H. Lagendijk

drs. A. M. P. Kleijngeld

Bijlagen: Klik of tik om tekst in te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10419565/2