Beantwoording openstaande vragen nav gespreksavond 19 juni 2025
Tekst van het document
Naar aanleiding van de gespreksavond van 19 juni onderstaand de beantwoording van een aantal vragen. De antwoorden zijn helaas nog niet helemaal compleet. Het antwoord op de laatste vraag volgt later. 1. Waarom is de verschuiving tussen de kredieten hockeyveld en atletiek genoemd als beslispunt in het voorjaarbericht? De verschuiving gaat over 2026 en het VJB over 2025. Zowel de renovatie van de toplaag van de atletiekbaan ACW (2026) als de vervanging van het hoofdveld van KMHC Waalwijk (2022) zijn vervangingsinvesteringen. Voor vervangingsinvesteringen worden geen afzonderlijke kredietvoorstellen gemaakt. Nu beide kredietbedragen gaan afwijken hebben wij de raad hierover tijdig willen informeren en is dit zodoende meegenomen in het Voorjaarsbericht 2025. Door het nu als beslispunt mee te nemen in het Voorjaarsbericht kan er tijdig worden gestart met de voorbereidingen. Het vervangingskrediet van het hoofdveld van KMHC Waalwijk is immers al beschikbaar vanuit de Programmabegroting 2022. De vervanging van dit veld heeft echter nog niet plaatsgevonden, omdat we – in overleg met de hockeyvereniging – de ontwikkelingen rondom watervelden willen afwachten en de kwaliteit van het veld nog voldoende is. 2. Er is eerder besloten dat parkeren in principe kostendekkend moet zijn.
Waarom zijn er nu wel meer opbrengsten dan kosten? En kunnen de opbrengsten en kosten verder worden uitgesplitst. De raad heeft op 14 januari 2021 besloten dat het parkeerbeleid door een mix van maatregelen minimaal kostendekkend moet zijn (beslispunt 2). Hiertoe is bij de actualisering van de begroting 2021 besloten om geleidelijk toe te groeien naar kostendekkendheid en vervolgens is in de Kadernota 2022 besloten om met ingang van de begroting 2022 de parkeeropbrengst in één keer te verhogen. Aan de lastenkant hebben eveneens mutaties plaatsgevonden, waaronder een verlaging van de kosten voor parkeertoezicht waardoor een situatie van meer dan kostendekkend is ontstaan. Bovendien werken we op dit moment aan een grote gebiedsontwikkeling in de binnenstad, inclusief de bouw en exploitatie van een parkeergarage. Hierdoor ontstaat waarschijnlijk een korte dip in de parkeerinkomsten en verhoging van de lasten. Op dit moment is nog niet helder wat de exacte financiële consequenties zijn, zoals ook beantwoord in de eerdere technische vragen. Over de uitsplitsing van het parkeerproduct komen wij op een later moment terug. 3. Waarom wordt de afschrijvingstermijn (15 – 10 jaar) ook toegepast op de al gedane investeringen en niet alleen op de nieuwe. Het zou conform eerdere besluitvorming alleen op nieuwe investeringen betrekking hebben.
Het klopt dat in de nota waarderings- en afschrijvingsbeleid 2023, die een bijlage is bij de financiële verordening 2023 (raad 23 november 2023, agendapunt 18), is opgenomen dat alleen voor nieuwe investeringen de nieuwe, gewijzigde, afschrijvingstermijnen gelden. In het Voorjaarsbericht is hier per abuis aan voorbij gegaan en is uitgegaan van een stelselwijziging die ook van toepassing is op al gerealiseerde investeringen. Het is voor het college dus geen bewuste keuze geweest om hiervan af te wijken, omdat wij ervan uitgingen dat dit conform het in 2023 ingevoerde beleid was. Het college staat nog steeds achter het voorstel, omdat de kortere afschrijvingstermijn beter aansluit bij de werkelijkheid. Echter begrijpt het college ook als de raad in overeenstemming met eerdere besluitvorming niet akkoord gaat met deze financiële maatregel.
4. De jaarrekening laat bij de lokale heffingen een meeropbrengst zien van ongeveer 1,5 miljoen t.o.v. de begroting. Is er niet goed begroot? Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment.