75-8 Trio Investment BV Zienswijze Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Tekst van het document
T.a.v. het college van B&W van de gemeente Waalwijk Taxandriaweg 6, 5141 PA Waalwijk Betreft: Zienswijze Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau GODE
Trio Investment BV www.trioinvest.nl Adres Wassenaarseweg 20 2596 CH Den Haag Datum 3 februari 2022
Geachte lezer, Met deze brief willen wij graag een zienswijze indienen betreffende de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Grootschalige Opwek Duurzame Energie. Wij zijn Trio Investment BV, een Nederlands bedrijf gespecialiseerd in de ontwikkeling, financiering, bouw en exploitatie van projecten met een duurzaam karakter met een specialisatie in zonne-energie. Sociaal maatschappelijk verantwoord ondernemen is ons credo. Daarom hebben wij met interesse kennisgenomen van de publicatie van de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Als ontwikkelaar volgen wij de ontwikkelingen in Waalwijk met interesse, en wij zien veel kansen. Hieronder leveren wij puntsgewijs onze zienswijze op de in de notitie gepubliceerde voornemens. Wij hopen dat u deze in de vaststelling van de notitie ter overweging mee zult nemen. 1. M.E.R.-plicht Zonnevelden Op pagina zeven wordt opgemerkt dat de m.e.r.-plicht waarschijnlijk niet voor grootschalige opwek van zonne-energie zal gelden. Hierbij wordt verwezen naar een uitspraak van de raad van state. Ook op pagina 27 van de notitie staat dat zonnevelden naar verwachting geen m.e.r.-procedure hoeven te doorlopen. Als ontwikkelaar van zonneprojecten zien wij dat de verschillende milieu en natuuraspecten die zonnevelden raken in de uitgebreide WABO-procedure ruimschoots aan bod komen.
Wij zien daarom ook geen noodzaak voor het meenemen van zonneprojecten in de m.e.r.-procedure. Dit kan bovendien tot onnodige vertraging in de energietransitie leiden. Echter wordt op pagina 22 beargumenteerd dat er besloten is dat de effecten van zonne-energie wél mee te nemen in de planMER, waarbij de samenhang tussen wind- en zonne-energie wordt aangehaald als voornaamste reden. Wij vinden de onderbouwing van deze keuze summier en de uitwerking hiervan onduidelijk. Dit kan bij zowel burgers als andere stakeholders in dit proces tot verwarring leiden. Er wordt in meerdere hoofdstukken bijvoorbeeld voornamelijk verwezen naar windprojecten (bijvoorbeeld het stoplichtmodel, de opstellingsvarianten, schematische weergave planMER-fase in afbeelding 5.1). Dit maakt dat er niet duidelijk en eenduidig uit de notitie voortkomt wat de exacte procedure en tijdslijn voor zonne-initiatieven zal worden. Wij raden u aan het stuk met deze gedachte in het hoofd te herzien, en eventueel middels een apart hoofdstuk voor zonne-initiatieven duidelijkheid te scheppen. 2. Voorkeursgebieden en landschappelijke impact zonnevelden Als ondernemers in de energietransitie onderschrijven wij de noodzaak voor een goede landschappelijke inpassing van duurzame energieprojecten.
In de ontwikkeling van onze zonneprojecten is dit altijd een belangrijk aandachtspunt waarvoor nooit een eenduidige aanpak voor handen ligt. Er is altijd maatwerk nodig.
Wij zien in de open gebieden aan de oostkant van het zoekgebied goede kansen voor een geslaagde landschappelijke inpassing door gebruik te maken van de koppelkans in de ontwikkeling van recreatiefuncties. Dit laatste wordt ook in de nota benoemd als wenselijke mogelijkheid. Echter ligt dit gebied niet direct grenzend aan de bebouwde omgeving, zoals dit wel in de kadernota GODE als wenselijk is opgenomen. Wij adviseren op dit punt om vooral in te zetten op maatwerk door initiatieven op hun merites te beoordelen en een directe aansluiting op de bebouwde omgeving niet op zichzelf doorslaggevend te laten zijn. 3. Lokaal eigendom, mede-eigenaarschap en financiële participatie Als ontwikkelaar van zonneprojecten bieden wij een uitgebreide menukaart aan met opties voor financiële participatie en lokaal eigenaarschap. Het uiteindelijke aanbod verschilt van project tot project en is gebaseerd op de wensen en behoeftes van de lokale omgeving. In de notitie worden aandelen als concreet voorbeeld genoemd voor financiële participatie en eigenaarschap. Projectaandelen hebben voordelen, maar hebben ook een bepaald financieel risico. Als ontwikkelaar bieden wij ook groene obligaties aan die gecertificeerd worden door het climate bonds Initiative. Deze hebben geen ontwikkelrisico en kunnen daarmee laagdrempeliger zijn voor lokale participanten.
Het is van belang dergelijke wenselijke opties maar ook termen als ‘lokale samenleving’ duidelijk te definiëren (kunnen dorpsbewoners aan de andere kant van de gemeentegrens die dicht bij het project wonen bijvoorbeeld financieel participeren?). Bij beide opties moet er rekening worden gehouden met de financiële draagkracht en vraag naar dergelijke financiële producten in de lokale samenleving. Dit is des te meer relevant omdat er een minimum van 50% wordt gesteld voor alle projecten die de ambitie moeten vervullen. Conclusie Als ontwikkelaar van duurzame energieprojecten met een zo breed mogelijke sociaal-maatschappelijke meerwaarde kunnen wij ons op hoofdlijnen vinden in de overwegingen van de voorliggende notitie. Echter zien wij de onduidelijkheid omtrent de noodzaak en vormgeving van de MER-procedure voor zonne-initiatieven als een onnodige belemmering voor de lokale energietransitie. Voor zonneenergieprojecten zijn er binnen de reguliere WABO-procedure afdoende instrumenten beschikbaar om de milieu en natuuraspecten te toetsen en hierover politieke besluitvorming te houden. Wij hopen dat u naar aanleiding van deze zienswijze de notitie op de aangeven punten zal herzien. Wij volgen het proces uiteraard nauwlettend en gaan graag met u in gesprek. Met vriendelijke groeten,
Dick Spruitenburg Senior project development manager Dick.spruitenburg@trioinvest.nl www.trioinvest.nl