75-39 Brabantse Milieufederatie Inspraakreactie op Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Grootschalige Opwek Duurzame Energie Waalwijk
Tekst van het document
Tilburg, 16 februari 2022
Aan: Gemeenteraad van Waalwijk Postbus 10150 5140 GB WAALWIJK Per e-mail: duurzaam@waalwijk.nl Kenmerk: Wa 06-2042-sl Betreft: Inspraakreactie op Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Grootschalige Opwek Duurzame Energie Waalwijk
Geachte Gemeenteraad, Hierbij reageren Vereniging Natuurmonumenten, Brabants Landschap en de Brabantse Milieufederatie op de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Grootschalige Opwek Duurzame Energie Waalwijk. Als natuur- en milieuorganisaties maken wij ons zorgen over de CO 2-uitstoot en daarmee gepaard gaande klimaatverandering en zijn wij voorstander van een versnelde energietransitie van fossiele naar hernieuwbare energie. Dit zien wij als een maatschappelijke opgave met impact op natuur en landschap, waarbij natuur- en milieubelangen dan ook volwaardig moeten worden meegenomen. Met deze inspraakreactie willen we op een constructieve wijze bijdragen aan een groene energietransitie, die niet alleen groen is door de opwekking van hernieuwbare energie, maar ook door zorgvuldig rekening te houden met natuur en landschap. Met de NRD worden de uitgangspunten vastgesteld voor het uitvoeren van de milieueffectrapportage (m.e.r). In deze zienswijze gaan we in op de drie vragen die wat ons betreft centraal staan in de NRD: A. zijn de juiste zoeklocaties voor windenergie geselecteerd als onderwerp van de plan m.e.r.? B. zijn de aspecten om de milieueffecten te beoordelen volledig en specifiek gekozen? C. zijn de criteria om de effecten te waarderen volledig en specifiek gekozen? Op elk van deze vragen gaan we hier onder afzonderlijk in.
A. zijn de juiste zoeklocaties voor windenergie geselecteerd als onderwerp van de plan m.e.r.? In de NRD worden de volgende zoeklocaties voor windenergie beschouwd, allen gelegen ten noorden van de A59: • Waalwijk-West, het poldergebied gelegen tussen bedrijventerrein Haven en Geertruidenberg • Waalwijk-Oost, het gebied tussen het bedrijventerrein Haven en Heusden A.1. We vinden dat het uiterwaardenlandschap van de Bergsche Maas unieke landschappelijke en ecologische kwaliteiten heeft en derhalve uitgesloten moet worden als zoeklocatie voor zon- en windprojecten Het gebied ten westen van bedrijventerrein Haven wordt in de concept NRD beschreven als ‘grootschalig open rivierenlandschap’. ‘Het gebied kent verschillende landschapstypen, die vanuit de maatschappelijke opgave tot de grootschalige opwek van duurzame energie met windturbines en zonnevelden onvoldoende onderscheidend zijn om hier een specifieke aanduiding aan te koppelen’ (p.15). Echter, wij vinden dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen het eigenlijke poldergebied en de strook uiterwaarden langs de Bergsche Maas. Deze uiterwaarden hebben duidelijk een ander landschappelijk, cultuurhistorisch en ecologisch karakter. Daarbij vragen wij speciale aandacht voor wintergasten en doortrekkende vogels.
Stichting Brabantse Milieufederatie | Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl KvK: 41095498 | Triodos: NL22 TRIO 0212 4972 51
A.2. We vragen u om het bedrijventerrein Haven zelf als zoekgebied mee te nemen Bij de definiëring van de zoekgebieden wordt het bedrijventerrein Haven zelf niet als zoekgebied voor windturbines en zonnepanelen meegenomen. Er zijn voorbeelden in de buurt waar op bestaande bedrijventerreinen windturbines kunnen worden geplaatst, zoals op bedrijventerrein Vossenberg in Tilburg. De bedrijfsdaken zijn natuurlijk uitermate geschikt voor zonne-energie, zeker nu er nieuwe lichtgewicht zonnepanelen beschikbaar zijn. A.3. We vragen u om de overdraai boven N2000/NNB mee te nemen als wettelijke beperking bij de afbakening van zoekgebieden Het is niet duidelijk op te maken uit de NRD of de overdraai van de wieken is meegenomen als minimale wettelijke afstandsbeperking van windturbines tot Natura2000- en Natuurnetwerk Brabantgebieden. De overdraai is afhankelijk van de lengte van de wieken, maar 100 meter lijkt vooralsnog een bruikbare afstand hiervoor. A.4. We vragen u om het waterwingebied Drongelen en de bijbehorende boringvrije zone op te nemen als uitsluitingsgebied voor zon- en windprojecten Volgens ons is het waterwingebied Drongelen niet als uitsluitingsgebied opgenomen, evenals de bijbehorende boringvrije zone.
B. Zijn de aspecten om de milieueffecten te beoordelen volledig en specifiek gekozen? In paragraaf 4.2.2. worden de aspecten benoemd waarop beoordeeld wordt. B.1. We vinden dat het aspect Natuur een expliciete onderverdeling moet maken naar broedvogels, wintervogels, akker- en weidevogels, vleermuizen Bij het aspect ‘Natuur’ worden in algemene zin de effecten op ‘beschermde soorten en habitattypen Natura 2000-gebied’ en ‘beschermde soorten Wet natuurbescherming’ benoemd. Wat ons betreft is dit een te generieke indeling. Graag zien we dit aspect onderverdeeld in de belangrijkste soorten die slachtoffer kunnen worden van windturbines: • broedvogels • wintervogels • akker en weidevogels • vleermuizen • overige beschermde soorten B.2. Het onderzoek moet verschillende effecten op vogels en vleermuizen expliciet meenemen: aanvaring, verstoring en barrièrewerking, en externe werking bij NNB en Natura2000 Vogels en vleermuizen kunnen op verschillende manieren negatieve effecten ondervinden van windturbines. Naast aanvaring of barotrauma (bij vleermuizen), is er ook de verstoring voor rusten en broeden, alsook de barrièrewerking voor trekvogels of voor broedvogels tussen rust- en foerageerplek. We vragen u om deze verschillende effecten apart mee te nemen in het onderzoek. Daarnaast vragen we nog extra aandacht voor de externe werking van effecten bij NNB en Natura2000-gebieden. B.3.
We zien graag dat cumulatieve effecten van meerdere windparken worden meegenomen Bij het aspect ‘Natuur’ zien we geen nadrukkelijke aandacht voor de cumulatieve effecten van windparken op ecologie, met name op vogels en vleermuizen. We vragen om daar expliciet rekening mee te houden en aan te geven hoe dat tot uiting komt in de beoordeling van de effecten. B.4. We zien graag dat stikstofdepositie als aspect wordt toegevoegd om de effecten op natuur te beoordelen De natuur in Brabant staat onder grote druk door de overmatige stikstofdepositie. Bij de aanleg van wind- en zonneparken komt ook stikstof vrij. Dit criterium is nu niet opgenomen. B.5. Bij effecten op landschap vragen we nadrukkelijk om ongerepte natuurpanorama’s mee te nemen in de beoordeling Windturbines hebben een grote visuele impact op het landschap. In de REKS wordt in paragraaf 6.2 nadrukkelijk aangegeven dat landschappelijke kwaliteit en natuurpanorama’s in de grotere Stichting Brabantse Milieufederatie | Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl KvK: 41095498 | Triodos: NL22 TRIO 0212 4972 51
natuurgebieden en in de kleinschalige coulisselandschappen behouden moeten blijven. In deze lijn vragen we om bij het aspect ‘Landschap’ de visuele effecten van de verschillende windturbines (hoogte 195 en 255 meter) vanaf de Loonse en Drunense Duinen te onderzoeken. Dit betekent dat het ‘Studiegebied’ (in paragraaf 4.1) uitgebreid wordt naar gebieden, zoals de Loonse en Drunense Duinen, vanwaar windturbines een effect kunnen hebben op ongerepte natuurpanorama’s.
C. Zijn de criteria om de effecten te waarderen volledig en specifiek gekozen? In paragraaf 4.2 wordt ook de waarderingsmethode beschreven. In vrijwel alle gevallen is dat een ‘kwalitatieve quickscan’. Omdat niet verder gespecificeerd is wat deze methode inhoudt, stellen wij de volgende aanpakken voor. C.1. We roepen u op om de effectmeting voor broed- en wintervogels te baseren op de voorkomende aantallen volgens de Sovon Broedvogel- en Wintervogelkaarten Naarmate er meer vogels in een gebied voorkomen, worden de te verwachten negatieve effecten door wind- en zonprojecten groter. Daarom vragen we u om de effecten op deze soorten te bepalen aan de hand van de mate waarin broedvogels en wintervogels in en rondom het gebied voorkomen in de 250 x 250 meter cellen op de Broedvogelkaart en Wintervogelkaart van Sovon, zoals ook in de plan m.e.r. van de RES MRE is gebruikt. Daar dient vervolgens een passende effectmeting bij te worden ontworpen op basis van voorkomende aantallen. C.2. Voor vleermuizen en vogels stellen we voor om een duidelijk criterium te kiezen, bijvoorbeeld op voorkomende aantallen, dan wel op basis van afstand Voor vleermuizen en vogels willen we graag ook een specifiek criterium om de effecten in kaart te brengen. Zo hanteert de plan m.e.r.
van de RES MRE voor vleermuizen een afstandscriterium van 200 meter tot bosschages/bossen als een redelijke inschatting van het aantal slachtoffers. Uit een recent onderzoek van Sovon naar de effecten van windturbines op weidevogels van de Beerse Overlaat uit 2019, waarbij een recente literatuurstudie is uitgevoerd (Sierdsema, Van Els en Van Irsel, 2019)1, blijkt dat een minimale effectafstand voor akker- en weidevogels van 1.200 meter moet worden aangehouden. Dit is in lijn met de afstanden die de Duitse Länderarbeits-gemeinschaft der Vogelschutzwarten LAG VSW (LAG VSW, 2015)2 hanteert en die zijn overgenomen in het rapport van Wageningen Universiteit ‘Kwetsbare soorten voor energie-infrastructuur in Nederland’ (Buij et al., 2018)3. Voor broedvogels is een minimale afstand van 500 meter tussen de windturbine en de Natura 2000/NNB-gebieden nodig. C.3. Bij de effectbepaling vragen we u om verstoring van de verlichting van de turbines mee te nemen Dat geldt zowel voor de verstoring van nachtdieren, als voor de effecten op de landschappelijke beleving tijdens het donker. C.4. Gebruik visualisaties om de effecten op landschap en ongerepte natuurpanorama’s te bepalen Om de visuele impact van windturbines op het landschap en ongerepte natuurpanorama’s te bepalen, stellen wij voor om realistische visualisaties te maken en deze te beoordelen.
Dat kan uitstekend met bijvoorbeeld Windplanner software.
1
Sierdsema, H., P. van Els, & J. van Irsel, Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines, 2019, Sovon rapport 2019/89: https://www.sovon.nl/nl/publicaties/vogels-van-de-beerse-overlaat-en-analyse-verstoring-vanvogels-door-windturbines 2
LAG VSW, Länderarbeitsgemeinschaft der Vogelschutzwarten, 2015, Recommendations for distances of wind turbines to important areas for birds as well as breeding sites of selected bird species (as at April, 2015): https://tethys.pnnl.gov/sites/default/files/publications/Lagvsw-2015.pdf 3
Buij, R. et al, Kwetsbare soorten voor energie-infrastructuur in Nederland, 2018, Wageningen University & Research: https://edepot.wur.nl/449804
Stichting Brabantse Milieufederatie | Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl KvK: 41095498 | Triodos: NL22 TRIO 0212 4972 51
D. Overige punten D.1. Mitigerende maatregelen In de planMER zal ook aandacht besteed worden aan mitigerende maatregelen. Wij verwijzen graag naar de publicatie van IUCN (2021) 4. Deze recente publicatie presenteert de zogenaamde ‘mitigation hierarchy’ voor effecten op biodiversiteit, met daarbij de volgende volgorde: 1. Negatieve effecten voorkomen 2. Negatieve effecten beperken/mitigeren 3. Negatieve effecten herstellen 4. Negatieve effecten compenseren Locatiekeuze is vooral bepalend voor negatieve effecten Belangrijk in deze hiërarchie is dat de bovenste trede ‘negatieve effecten voorkomen’ nadrukkelijk ook de locatiekeuze betreft. Voor de volledigheid stellen wij voor om mitigerende maatregelen volgens deze ‘mitigation hierarchy’ expliciet te rangschikken zodat uw Raad de genoemde maatregelen ook beter kan beoordelen op effectiviteit. Vogel- en vleermuisdetectie mét stilstandvoorziening Daar waar negatieve effecten door windturbines niet zijn uit te sluiten, stellen we voor om minimaal vogel- en vleermuisdetectie mét stilstandvoorziening voor te schrijven. D.2. Participatie is ook zeggenschap Het valt ons op dat in de NRD wordt gesproken over financiële en sociale participatie. Het is goed dat er aandacht is voor het verdelen van de lusten en de lasten.
Echter, een belangrijk aspect van participatie is co-creatie, dat wil zeggen dat de omgeving mede kan bepalen hoe een gebied wordt ingericht en welke plek windturbines en zonnepanelen krijgen. Dit aspect van lokale zeggenschap mist naar onze mening in het proces. Wij vragen nadrukkelijk dit aspect in de Green Deal mee te nemen, en dit als gemeente te faciliteren.
Tot slot We hopen met deze reactie op de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Grootschalige Opwek Duurzame Energie Waalwijk een inhoudelijke en constructieve bijdrage te leveren aan een natuurinclusieve en groene energietransitie. Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met Sandor Löwik, beleidsadviseur Energie, via mail: sandor.lowik@brabantsemilieufederatie.nl of telefonisch: 06-15 35 02 11. Met duurzame groet, mede namens Brabants Landschap en Vereniging Natuurmonumenten
Femke Dingemans, directeur Brabantse Milieufederatie
4
IUCN, Mitigating biodiversity impacts associated with solar and wind energy development, 2021, Cambridge: https://portals.iucn.org/library/sites/library/files/documents/2021-004-En.pdf
Stichting Brabantse Milieufederatie | Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl KvK: 41095498 | Triodos: NL22 TRIO 0212 4972 51