CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

70 T Weijters 'Waalwijk Laageinde 103'

Raadsvergadering (B) 28 januari 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (R1.3-21) Vaststellen bestemmingsplan `Waalwijk, Laageinde 103`1.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad van de gemeente Waalwijk Taxandriaweg 6 Postbus 10150 5140 GB WAALWIJK

Betreft

:

Raadsvoorstel ‘Vaststellen bestemmingsplan ‘Waalwijk, Laageinde 103’ Agendanummer R1.3-21, geagendeerd bij ‘Vergadering e-Besluit (A) 28-01-2021’

Waalwijk, 27 januari 2021

Op 8 januari jl. heeft ondergetekende ter attentie van het College van de gemeente Waalwijk - met een kopie aan de gemeenteraad - reeds een schriftelijke reactie gegeven met betrekking tot bovenvermeld raadsvoorstel. [ zie nummer 45 op ‘Lijst ingekomen stukken BESLUIT (A) 11 februari 2021’ ]. Intussen heeft wethouder E. Daandels op 13 januari 2021 een antwoord gegeven op schriftelijke vragen Art 47 RvO van de fractie van de ChristenUnie. Deze beantwoording is voor ondergetekende aanleiding om aanvullend naar u als raadsleden te reageren. Citaat: “Wettelijk is geregeld dat bij nieuw te projecteren woningen de geluidsbelasting van rijkswegen moet worden berekend met gebruikmaking met de gegevens van het geluidregister. Hiervan mag niet worden afgeweken, zie Reken-en Meetvoorschrift geluid 2012, artikel 3.8 lid 2. Alhoewel uit de namens de gemeente uitgevoerde metingen is gebleken dat er sprake is van andere waarden, dient bij de beoordeling van de akoestische rapporten behorende bij bestemmingsplannen uitgegaan te worden van berekeningen. Rijkswaterstaat volgt bij het treffen van maatregelen de wettelijk vastgelegde regels. Het bouwplan Laageinde 103 en het toestaan van een geluidsbelasting tot 53 dB heeft hierin geen consequenties.

De nieuw te realiseren woningen doen namelijk niet mee in de saneringsopgave voor bestaande woningen waartoe Rijkswaterstaat maatregelen zal moeten treffen.” Bij het lezen van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ heeft ondergetekende zich niet uitsluitend beperkt tot lid 2 van artikel 3.8, maar heb ik tevens ook de artikelen 1 en 3 erbij genomen. 1. De geluidsbelasting van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, vanwege een weg, een weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, aangegeven op de geluid-plafondkaart, is de geluidsbelasting vanwege alle op die kaart aangegeven delen van wegen. 2. De equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van de in het geluidregister opgenomen brongegevens, waarbij de plafond-correctiewaarde wordt opgeteld bij het emissiegetal (E), berekend volgens formule 1.3 uit paragraaf 1.5 van bijlage III bij deze regeling, dan wel bij de emissietermen (LE), berekend volgens formule 2.3 uit paragraaf 2.4 van bijlage III bij deze regeling. 3. Bij de bepaling van de equivalente geluidsniveaus voor de berekening van de geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, worden, in aanvulling op het tweede lid, tevens betrokken alle overige kenmerken van de bron en de omgeving, voor zover relevant voor het berekenen van de geluidsbelasting.

[ Equivalent geluidsniveau Leg = een denkbeeldig constant geluidsniveau dat binnen een bepaalde tijdsduur evenveel geluidsenergie geeft als er in werkelijkheid is gegeven. Vanaf 2004 moet binnen de EU de geluidsbelasting overal op dezelfde manier berekend worden met de grootheden Lden en Lnight ].

Het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ is naar verluidt een “regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 12 juni 2012, nr. IENM/BSK-2012/37333, inhoudende vaststelling van regels voor het berekenen en meten van de geluidsbelasting en de geluidproductie ingevolge de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer.” - pagina 1 van 3 -

vervolg reactie d.d. 27.01.’21 n.a.v. Raadsvoorstel R1.3-21 Vaststellen bestemmingsplan ‘Waalwijk, Laageinde 103’

[ Noot: het ministerie van Infrastructuur en Milieu [ IenM ] droeg de zorg voor het ruimtelijke beleid, het vervoersbeleid en het water- en milieubeheer van ons land. Sinds mei 2015 was het ministerie ook belast met nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Het ministerie werd in 2010 ingesteld, grotendeels door samenvoeging van de ministeries van Verkeer en Waterstaat en van VROM. In 2017 werd het milieubeleid ('klimaat') overgeheveld naar Economische Zaken en werd de naam gewijzigd in 'Infrastructuur en Waterstaat' ].

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat [ IenW ] is verantwoordelijk voor verkeer en waterstaat, ruimtelijke ordening en leefbaarheid. [ Bewindspersonen: demissionair minister C. (Cora) van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD), demissionair staatssecretaris S. (Stientje) van Veldhoven-van der Meer (D66) ] Rijkswaterstaat [ RWS ] is het uitvoerende ‘agentschap’ van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in Nederland. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [ VWS ] is verantwoordelijk voor de volksgezondheid, preventiebeleid m.b.t. gezondheid en voedselveiligheid, welzijnszorg en sport. [ Bewindspersonen: demissionair minister Hugo de Jonge (CDA), demissionair minister Tamara van Ark (VVD) voor Medische Zorg en Sport en demissionair staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) ]. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu [ RIVM ] zet zich als kennisinstituut in voor een gezonde bevolking en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving.

Met als kerntaken:  adviseren van de rijksoverheid, andere overheden, professionals en burgers;  verzoeken om advies of onderzoek aan het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu , als rijksinstituut, kunnen gedaan worden door of via (regionale) overheden;  uitvoeren van preventieprogramma's ;  monitoren van gezondheid, ziekten en de kwaliteit van de leefomgeving en milieu;  bijdragen aan het voorkomen, bestrijden en beheersen van incidenten en crises;  wetenschappelijk onderzoek en verzamelen, duiden en delen van beschikbare wetenschappelijke kennis. Tot de opdrachtgevers van het RIVM behoren o.a. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Naar eigen zeggen is een belangrijke expertise van het RIVM ‘Geluid en hinderbeleving’ op het terrein van ‘Milieu en Veiligheid’, waarbij geluid wordt gemeten en de gezondheidseffecten ervan worden onderzocht. In een brief d.d. 2 september 2019 heeft Dr. C.M. van Schie - directeur Milieu & Veiligheid van het RIVM geantwoord op een vraag van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat of de regelgeving over geluid in de concepten ‘Aanvullingswet’ en ‘Aanvullingsbesluit’ een gelijkwaardig beschermingsniveau biedt ten opzichte van de huidige regelgeving en of e.e.a.

daarmee voldoet aan het generieke uitgangspunt van de ‘Omgevingswet’. Het antwoord is in dat verband geweest dat “een kwantitatief oordeel over de ‘rijksregels’ niet is te geven, aangezien een belangrijk deel van de uiteindelijke besluiten op lokaal niveau wordt genomen. Het bevoegd gezag krijgt meer mogelijkheden tot het maken van afwegingen. Daarbij wordt het bevoegd gezag aangemoedigd tot het toepassen van maatwerk en tot het maken van eigen integrale afwegingen over het geluiddomein heen. Het bieden van een beschermingsniveau gelijk aan het huidige is op lokaal veelal mogelijk, maar dat is wel afhankelijk van de afwegingen die op decentraal niveau zullen worden gemaakt.” In die brief van 02-09-2019 valt verder te lezen dat het RIVM de instantie is die kwalitatief de wijzigingen in de regelgeving toetst op respectievelijk het bereik van de regels, de rekenregels zelf en de gehanteerde normen (standaardwaarden en grenswaarden). De ‘rijksregels’ zijn gericht op het in stand houden van de geluidsituatie, het voorkomen van overschrijding van in besluiten vastgelegde geluidniveaus en het streven naar een goed woon- en leefklimaat in nieuwe situaties. - pagina 2 van 3 -

vervolg reactie d.d. 27.01.’21 n.a.v. Raadsvoorstel R1.3-21 Vaststellen bestemmingsplan ‘Waalwijk, Laageinde 103’

Citaat: “Het geluidsniveau bij woningen wordt per bronsoort (bijv. geluid van alle gemeentelijke wegen) bepaald. Voor het bepalen van het geluidniveau in een woning vindt geluidcumulatie van alle bronsoorten plaats. Dit was onder de ‘Wet Geluidshinder’ niet het geval. Hierdoor is een bredere bescherming vanwege meer realistische waarden van geluidniveaus geborgd wanneer per bronsoort het geluidniveau in een woning wordt bepaald.” Tevens werd nog speciale aandacht gevraagd voor het ‘Laag Frequent Geluid’ dat - net als in het huidige beleid - nog niet de aandacht krijgt die het verdient. Citaat: “De duidelijke toename van daaraan gerelateerde klachten worden door het RIVM toegeschreven aan de intensivering van het verkeer, het gebruik van (nieuwe) installaties om energie en warmte op te wekken en/of te transporteren en het bouwen van woningen op relatief korte afstand van industriële activiteiten of verkeersstromen.” Op pagina 1 van bijlage 2 bij de brief van 02-09-2019 met kenmerk 174/2019 M&V EvS/DW/avdb staat Tabel 1 vermeld met de normen rondom rijkswegen. Het betreft de waarden van het geluidsniveau vanwege de bronsoort nabij de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen.

De grenswaarde voor nieuwe woningen rondom een (auto)snelweg, met een snelheid van meer dan 70 km/uur, is de norm / voorkeurswaarde [ = standaardwaarde ] wordt in de 'Omgevingswet' verhoogd van 57 naar 60 dB. Door wethouder Daandels is aangegeven dat Rijkswaterstaat bij het treffen van maatregelen de wettelijk vastgelegde regels volgt. Dat de nieuw te realiseren woningen niet meedoen in de saneringsopgave voor bestaande woningen waartoe Rijkswaterstaat maatregelen zal moeten treffen, is op zich juist. Echter zoals uit Tabel 1 blijkt, zou voor de goede orde bij het 'Project Laageinde 103' wel alvast rekening gehouden dienen te worden met wat in de 'Omgevingswet' komt te staan m.b.t. de betreffende nieuw te realiseren woningen. En het gaat daarbij dan niet uitsluitend over de voorpui van betreffende woningen.

Vanwege de verhoging van de grenswaarden heeft het lokaal bestuur weliswaar soms meer ruimte gekregen om eventueel hogere geluidsniveaus nabij woningen toe te staan, echter daarvoor is goede onderbouwing noodzakelijk, inclusief actuele geluidsgegevens! Tot slot merk ik nog op dat het toch moeilijk anders dan als zeer merkwaardig valt te kwalificeren, dat het College - in opdracht van de Raad voor een degelijk meetonderzoek - geld heeft uitgegeven aan een specialistisch bedrijf voor geluidsmetingen, terwijl blijkbaar op voorhand bij het College duidelijk zou zijn geweest dat het zinloos zou zijn omdat - ongeacht de uitslag - toch volgens de richtlijnen van Rijkswaterstaat gehandeld diende te worden! Erop vertrouwend dat e.e.a. morgenavond tijdens de ‘Vergadering e-Debat & Besluit (B)’ aandacht krijgt, verblijft ondergtekende, met vriendelijke groeten,

Theo Weijters, medeburger van de gemeente Waalwijk. Bijlage

:

- RIVM tabel normen per geluidbronsoort, bijlage 2, pagina 1, 02-09-2019

Kopie aan

:

- de Raad van de gemeente Waalwijk - griffie gemeente Waalwijk

- pagina 3 van 3 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9687086/1