6 T. Weijters zienswijze Addendum op Nota Bodembeheer
Tekst van het document
Aan de leden van de Gemeenteraad van de gemeente Waalwijk Postbus 10150 5140 GB WAALWIJK
Betreft
: zienswijze over ontwerp “Addendum op de Nota Bodembeheer, Gemeente Waalwijk” met bijbehorende documenten; projectnummer 0471368.100 d.d. 18 augustus 2021.
Waalwijk, 2 november 2021 Geachte leden van de Raad, Hiermee reageert ondergetekende n.a.v. de oproep in het ‘Gemeenteblad van Waalwijk’ van 22.09. jl., jaargang 2021, nummer 322658, in de rubriek “ander besluit van algemene strekking”. Natuurlijk heeft onderstaande zienswijze betrekking op het ontwerp “Addendum op de Nota Bodembeheer, Gemeente Waalwijk”, echter de beoordeling ervan valt niet los te zien van de twijfelachtige handelwijze van het College van B&W m.b.t. de case ‘Effecten van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’.
Inleiding Waarom hebben overheden - en vaak ook de diverse adviesbureaus - toch zoveel moeite met het zonder omwegen aanvaarden dat zij nog niet alles van en over een kwestie weten? Een pas op de plaats maken en verstandig doorgaan met het verrichten van professioneel wetenschappelijk onderzoek - zou bij een meerderheid van de burgers en kiezers ongetwijfeld respect genereren. Dat zou de geloofwaardiheid ten goede komen. En dat zou meer effect hebben dan de huidige aanpak, waarbij (regerings)leiders zich bedienen van “bla-bla-bla-retoriek” en vanwege - niet zelden gekunstelde - economische en financiële motieven ‘gewoon’ doorgaan! Onderstaande zienswijze is in ieder geval wel met inhoud. Met deze opvatting over het door het College voor inspraak vrijgegeven ontwerpbesluit - m.b.t. het lokale beleid voor het hergebruik van PFAS-houdende grond - wordt door ondergetekende bij u allen een klemmend beroep gedaan op het welbewust erkennen en herkennen van morele waarden en normen bij het vervullen van een maatschappelijke rol. Echter dan niet op de eerste plaats als een gekozen volksvertegenwoordiger namens medeburgers van de gemeente Waalwijk, maar puur als individuele mens.
En dan gaat het dus zeker niet alleen om de ‘instinctieve moraal’ [ zelf overleven, zorgen voor eigen kring en noodzakelijke samenwerking ] en de ‘conventionele moraal’ [ geschreven en ongeschreven regels wat wel en niet mag, hetgeen vaak cultureel is bepaald ]. Het gaat vooral om de ‘institutionele moraal’ ofwel de geschreven en ongeschreven regels over wat wel en niet hoort binnen beroepen, betrekkingen en organisaties. En dat zowel bij de overheid, alsook in de markt en binnen de burgermaatschappij. Bij onderstaande opvatting wordt bovendien ervan uitgegaan dat op de handelwijze van alle betrokkenen de Nederlandse Grondwet van toepassing is. Daarbij hebben dus de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke staatsmachten [ ‘Trias politica’ ] elk hun eigen taak. In onze democratische rechtstaat kunnen deze drie staatsmachten elkaar controleren en waar nodig weerstand bieden tegen de andere machten. Daarbij is het van groot belang om de gezamenlijke taak in beeld te houden: de rechtsstaat ondersteunen en bijstaan door middel van overleg én tegenwicht.
SAMENVATTING Glashelder wordt in de oproep in het ‘Gemeenteblad van Waalwijk’ als volgt aangegeven wat het doel van het “Beleid PFAS” in bovenvermeld ontwerprapport is: “het vereenvoudigen [ = gemakkelijker maken ] van het grondverzet binnen de gemeente Waalwijk en het beheergebied Haven 8 Oost / GOL.” - pagina 1 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer”
[ NOOT: in de toelichting bij het ‘Ontwerp beleid PFAS’ wordt in 2e alinea allereerst gezegd dat het ontwerprapport “Addendum op de Bodembeheernota” gaat over “het lokale beleid voor het hergebruik van PFAS-houdende grond”. In beide gevallen gaat het over ‘gebiedsgericht beleid’, echter in het eerste geval ligt de nadruk in de omschrijving vooral op de kostencomponent door vereenvoudiging van het grondverzet. In het tweede geval heeft de omschrijving van het doel meer weg van het geforceerd creëren van mogelijkheden voor hergebruik van PFAS-houdende grond. In beide gevallen zonder echt te weten wat de gevolgen op termijn zijn! ]
In het ontwerprapport “Addendum op de Nota Bodembeheer, Gemeente Waalwijk” wordt door Antea Group meermaals verwezen naar de per 2 juli 2020 geactualiseerde versie van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, bij monde van de minister voor Milieu en Wonen, heeft daarin bij de inleiding nadrukkelijk vermeld dat in die versie van het handelingskader een aantal van de voorlopige toepassingswaarden voor PFAS zijn aangepast, dit vooruitlopend op de definitieve vaststelling daarvan in de ‘Regeling bodemkwaliteit’. Inmiddels schrijven we november 2021 en is het nog altijd wachten op die definitieve vaststelling! Dit kan vooralsnog moeilijk anders worden geduid dan het (voort)bestaan van onzekerheid over de uiteindelijke effecten van genomen en/of nog te nemen maatregelen m.b.t. de “PFAS-problematiek”. In dit kader is de aantekening van Antea Group met betrekking tot de kwaliteitsaspecten van het bodemonderzoek van essentieel belang.
“Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen.” “Het is juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek.” Realiseert het College zich wel terdege dat Antea Group hiermee op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van: de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie; mogelijke beslissingen die de Gemeenteraad - op voorspraak van het College - naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt? Tevens dient ervoor te worden gewaakt dat bij mogelijke beslissingen zich geen onverwachte moeilijkheden kunnen voordoen, die mogelijk jurische gevolgen kunnen hebben omdat sprake zou zijn van ‘de slager die zijn eigen vlees heeft gekeurd’! Belangrijke attentiepunten zijn in dit verband:
1. In de Wet bodembescherming (Wbb) is in Artikel 13 de zogenoemde zorgplicht neergelegd. Deze bepaling behelst dat degene(n) die op of in de bodem bepaalde handelingen verricht(en) en ervan weet/weten - of redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast - verplicht is/zijn alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/hen kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Onder handelingen op of in de bodem vallen: het laten van stoffen op of in de bodem; het uitvoeren van werken; het transporteren van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen; handelingen die het bovenstaande als nevengevolg hebben; handelingen die leiden tot erosie, verdichting of verzilting. De zorgplicht geeft overigens geen verbod op handelen bij onzekerheid, maar van dat verbod is wel sprake als men redelijkerwijs weet of kan vermoeden dat door bepaald handelen de bodem (verder) wordt verontreinigd! - pagina 2 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer”
2. Het huidige beleid - ook t.a.v. PFAS - houdt in dat grond en baggerspecie die met een onbekende stof zijn verontreinigd, niet mogen worden toegepast als de aanwezigheid van die grond of baggerspecie kan worden vastgesteld; d.w.z. bij concentraties boven de bepalingsgrens. Zo lang de gevolgen van een stof voor mens en milieu nog niet bekend zijn, moeten geen onverantwoorde risico’s voor mens en milieu worden genomen en mag de bestaande milieukwaliteit niet verder achteruit gaan doordat de verontreinigde stof zich verder in het milieu verspreidt. Het gezondheidsrisico van PFAS zit vooral in de eigenschap dat het niet wordt afgebroken. Wanneer de verspreiding ervan niet wordt gestopt, komt er dus steeds meer van in de lucht, het water en de bodem. Op die manier komt PFAS ook in ons eten en in ons lichaam. En omdat het zich opstapelt kan PFAS daarmee op termijn wel degelijk een volksgezondheidsrisico gaan vormen! Daarnaast zijn er op dit moment nog volop onzekerheden over het gedrag van deze stoffen in het bodemwater systeem. Het is daarom wenselijk dat er meer inzicht komt in de aanwezigheid, het gedrag en de risico’s van dit type verbindingen in de grond en het grondwater. Om op de korte termijn om te gaan met deze onzekerheden adviseert het RIVM om grond of bagger toe te passen die voldoet aan de gebiedskwaliteit (= achtergrondgehalte).
3. Met het aangepaste ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van 29 november 2019 heeft de toenmalige minister voor Milieu en Wonen, mevr S. van Veldhovenvan der Meer - op basis van adviezen van het RIVM en Deltares - het eerder tijdelijke handelingskader aangevuld met tijdelijke landelijke achtergrondwaarden in de landbodem, alsmede met een voorlopig herverontreinigingsniveau voor de waterbodem. Volgens het RIVM zou er bij die vastgestelde waarden (vooralsnog) geen sprake zijn van risico’s voor de gezondheid of overschrijding van effectniveaus voor ecosysteem. Daarom was vanaf dan hergebruik van grond met gehalten beneden betreffende achtergrondwaarden tijdelijk weer toegestaan.
4. Op 15 juni 2021 is door portefeuillehouder Odabasi de toezegging gedaan dat van de PFAS-mandatering geen gebruik gemaakt wordt, wanneer de plannen voor het GOL door de uitspraak van de Raad van State worden uitgesteld. In de ´Bestuurdersbrief 37-21´ van 23 juni 2021 is deze toezegging nog eens op schrift vastgelegd. De enige reden dat het College gebiedsspecifiek beleid via mandatering wilde regelen, bleek naar verluidt gelegen te zijn in de ontwikkeling GOL en Haven 8 en de uitvoerbaarheid van de plannen. Vóór 1 oktober 2021 zou het gebiedsspecifiek beleid vastgesteld dienen te zijn, teneinde dan meteen met de activiteiten van de GOL te kunnen starten! Nu er per heden nog altijd geen uitspraak door de Raad van State is gedaan, dient de vervallen PFAS-mandatering alsnog officieel te worden ingetrokken!
5. Volgens de minister voor Milieu en Wonen leidde de PFAS-houdende grond al in 2019 tot problemen in het kader van projecten in de grond-, weg- en waterbouw; dit vanwege de omstandigheid dat vrijkomende grond en baggerspecie niet kon worden afgezet. Deze stagnatie had tot gevolg dat er maatschappelijke kosten ontstonden, immers diverse infrastructuele werken en woningbouwprojecten werden vertraagd. De vraag is echter of het onder druk van de ‘klagers’ ontstane tijdelijk handelingskader in de praktijk ook echt een significante vermindering van deze stagnatie heeft teweeggebracht? Bovendien dient erbij te worden vermeld, dat betreffende periode deels samenviel met de ‘stikstofproblematiek’! En doordat de Raad van State nog altijd geen uitspraak heeft gedaan in de beroepzaak “Noord-Brabant InpassingsPlan Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost en West en uitvoeringsstukken’, is voor het ‘beheergebied Haven 8 Oost / GOL’ enige terughoudendheid met het nemen van besluiten geboden!
- pagina 3 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer”
Aanleiding voor het indienen van een zienswijze Zoals in de eerste alinea van deze brief reeds door ondergetekende is gesteld, valt de beoordeling van het ontwerp “Addendum op de Nota Bodembeheer, Gemeente Waalwijk” niet los te zien van de twijfelachtige handelwijze van het College van B&W m.b.t. de case ‘Effecten van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. Het begint feitelijk al met het indienen van het ‘Raadsvoorstel R5.2-21’ uit de collegevergadering van 12.04.2021. Daarin wordt voor het eerst aan de Raad medegedeeld dat in Haven 8 Oost en het GOL reeds in 2020 bij onderzoeken gehalten aan PFAS zijn gevonden, die boven de normen van het landelijke tijdelijk handelingskader liggen. Vervolgens wordt in de collegevergadering van 8 juni 2021 een (ongenummerd) Raadsvoorstel opgemaakt i.v.m. een ‘Aanvullend krediet GOL’. En op pagina 3 van betreffend raadsvoorstel wordt onder de kop “PFAS Waalwijk” ineens vermeld dat de geconstateerde PFAS-verontreiniging de toepassingswaarde fors overschrijdt! “Deze grond [ of baggerspecie? ] dient waarschijnlijk te worden afgevoerd. Dit leidt tot extra kosten, waar geen rekening mee is gehouden (minimaal € 0,5 miljoen)” Met de e-mail d.d.
20 juli 2021 [ nummer 223 ] heeft ondergetekende daarna - naar aanleiding van het door de gemeenteraad aan het College verleende PFAS-mandaat - een Wob-verzoek bij het College van B&W ingediend [ bijlage 1 bij nummer 223 ]. Weliswaar werd reeds op 4 augustus 2021 via DHL een pakket met informatiestukken bij ondergetekende aangeleverd, echter dat pakket bleek niet compleet te zijn. Daarna is/wordt vanaf 6 augustus 2021 tot heden daarover gecorrespondeerd. Via de website noreply@overheid.nl en de wegwijzer 'Berichten over uw buurt' ben ik op 23 september jl. de publicatie van 22-09-2021 tegengekomen in het 'Gemeenteblad van Waalwijk' 2021’. In betreffend bericht werd verwezen naar het artikel op de site van de gemeente Waalwijk, alwaar na wat zoeken de betreffende stukken werden bereikt om te lezen en te downloaden. Dat heb ik intussen gedaan. Wat ik mij overigens allereerst heb afgevraagd, is waarom u als leden van de gemeenteraad juist voor dit geval niet officieel tevoren op de hoogte bent gebracht van betreffend besluit van het College van B&W om dit 'Ontwerp beleid PFAS' vrij te geven voor inspraak? Mijns inziens zou dat vanzelfsprekend moeten zijn geweest, gelet op de verlopen stemming over het gewijzigde ‘Raadsvoorstel R5.2-21’ inzake het onderwerp “Gebiedsspecifiek beleid PFAS”, dat eerder door het College werd ingediend.
Immers, nadat door uw Raad op 15 juni 2021 de bevoegdheid voor het vaststellen van een gebiedsspecifiek beleid PFAS voor het beheergebied Haven 8 Oost en het GOL met 8 tegenstemmen aan het College werd gemandateerd, liet portefeuillehouder Bakker - mede namens zijn collega Odabasi - met ‘Bestuurdersbrief 37-21’ d.d. 23 juni 2021 officieel weten dat geen gebruik van het mandaat gemaakt wordt. Dat zou voor een goed verstaander logischerwijs toch inhouden dat elk vervolg in vooroverleg en samenspraak met uw Raad dient plaats te vinden?! Voorts heb ik vastgesteld dat de definitieve versies van het 'Rapport achtergrondwaarden PFAS: GOL en Haven Acht te Waalwijk' [ projectnummer 0471368.100 ] en het 'Addendum op de Nota bodembeheer, Gemeente Waalwijk' [ projectnummer 0471368.100 ], met inbegrip van de 'Bodemfunctieklassekaart 2021 van 13-08-2021' op 18 augustus 2021 door Anteagroup zijn vrijgegeven en aan de Gemeente Waalwijk als opdrachtgever zijn aangeleverd. Zoals bij u bekend is, heeft ondergetekende - toevallig op diezelfde woensdag 18-08-2021 - de brief [ met nummer 223b ] ter attentie van zowel het College als uw Raad aan de balie van het gemeentehuis afgegeven.
Met de op 26 augustus 2021 gedateerde brief [ documentnummer D2021-08-009437 ] - welke ik zoals eerder gemeld pas op 01-09-2021 per post heb ontvangen - werd hierop namens ‘HET COLLEGE VAN WAALWIJK’ door de afdeling Team Ruimte, Economie en Werk gereageerd. Ongetwijfeld zult u als leden van de gemeenteraad kunnen begrijpen dat het mij zeer heeft bevreemd dat in betreffende brief op geen enkele wijze is vermeld dat er binnen afzienbare tijd nog rapporten openbaar zouden worden, die met het oog op het door mij ingediende Wob-verzoek relevant zijn. - pagina 4 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer”
Zo’n melding had voor mij namelijk betekend dat ik gewacht zou hebben met het sturen van mijn brief d.d. 10 september jl. [ nummer 252 ]. Echter met de kennis van toen is door ondergetekende de brief d.d. 10-09-2021 geschreven. Nu ik inmiddels heb kennisgenomen van de inhoud van het rapport 'Achtergrondwaarden PFAS: Haven Acht waaronder project GOL en Haven Acht te Waalwijk', alsook van de inhoud van het 'Addendum op de Nota bodembeheer, gemeente Waalwijk' [ met inbegrip van de 'Bodemfunctieklassekaart d.d. 13.08.2021' ] - beide daterend van 18 augustus 2021 - geeft dat voor mij aanleiding hierop officieel met deze zienswijze ter attentie van uw Raad te reageren.
Kaderstelling Het College schrijft dat in het rapport “Addendum op de Nota Bodembeheer, Gemeente Waalwijk” invulling wordt gegeven aan Artikel 44, lid 2, van het Besluit bodemkwaliteit: “De lokale maximale waarden kunnen boven de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 55, tweede lid, worden vastgesteld en het afwijkende percentage bodemvreemd materiaal kan worden vastgesteld, indien aan een 3-tal voorwaarden wordt voldaan.” Bij artikel 55, lid 2, van het besluit bodemkwaliteit staat bij paragraaf 2 ‘Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing’: “Bij regeling van Onze Ministers worden voor de bodemfunctieklassen, zijnde industrie of wonen, maximale waarden vastgesteld.” Echter in Artikel 54 van betreffende paragraaf 2 staat dat deze paragraaf 2 uitsluitend van toepassing is, indien geen besluit als bedoeld in artikel 44 is genomen! Tevens wordt volgens het College ook invulling gegeven aan de eisen uit paragraaf 5 van het ‘Tijdelijk Handelingskader’ voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, waarbij wordt verwezen naar de geactualiseerde versie van 2 juli 2020. De oorspronkelijke versie van het ‘Tijdelijk Handelingskader’ dateert al van juli 2019, waarna in november 2019 een eerste actualisatie heeft plaatsgehad.
Bij Koninklijk Besluit van 13 december 2019 werd vervolgens besloten tot wijziging van het ‘Besluit bodemkwaliteit‘ in verband met een beoogde versnelling van de totstandkomingsprocedure voor het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor PFAS. In Artikel I van betreffend Koninklijk Besluit wordt melding gemaakt dat aan Artikel 44 van het ‘Besluit bodemkwaliteit’ tijdelijk een lid wordt toegevoegd: “In afwijking van het eerste lid kan een besluit als bedoeld in dat lid ook worden genomen door burgemeester en wethouders in plaats van de gemeenteraad, als het betrekking heeft op poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS). Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn een besluit als bedoeld in het eerste lid te nemen, wordt daarvan een openbare kennisgeving gedaan. Burgemeester en wethouders stellen het besluit niet eerder vast dan een week nadat de kennisgeving is gedaan.” In Artikel II van het Koninklijk Besluit van 13 december 2019 is onder punt 2 ook vermeld dat het tijdelijk toegevoegde lid 3 van artikel 44 van het ‘Besluit bodemkwaliteit‘ met ingang van 1 januari 2021 vervalt! Daarmee verviel dus de versnelde voorbereidingsperiode voor het vaststellen van besluiten inzake gebiedsspecifiek beleid voor PFAS. Het College heeft blijk ervan gegeven dat zij hiervan op de hoogte is geweest. In de ‘Collegebesluiten d.d.
12-04-2021’ heeft het College bij de toelichting bij het onderwerp “Handelingskader voor hergebruik PFAS grond en baggerspecie” het namelijk zelf als volg verwoord: “Tot 31 december 2020 was het door een tijdelijke aanpassing van het ‘Besluit bodemkwaliteit’ mogelijk om de vaststelling van gebiedsspecifiek beleid voor PFAS door het college te laten vaststellen in plaats van door de gemeenteraad.” Dit is echter niet op tijd gebeurd, ondanks dat reeds in 2020 duidelijk werd dat de gemeente in het gebied Haven 8 Oost / GOL een probleem met PFAS had. Pas in het ‘Raadsvoorstel R5.2-21’ - behandeld tijdens de collegevergadering op 12-04-2021 - is door het College op pagina 3 bij hoofdstuk 5 vermeld dat “de PFASproblematiek zich vrij plotseling heeft gemanifesteerd.” [ NOOT: in het ontwerp “Addendum op de Nota Bodembeheer, Gemeente Waalwijk” is deze eerdere ‘misvatting’ erkend en staat bij paragraaf 1.3 op blad 3 ( van 12) dat de tijdelijke procedure niet meer van toepassing is en dat de reguliere procedure dient te worden gevolgd. ]
- pagina 5 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer”
Kortom, vanaf 01-01-2021 dient daarom voor het toepassen van grond en baggerspecie weer te worden uitgegaan van het Artikel 44, lid 1, van het ‘Besluit bodemkwaliteit‘: “De gemeenteraad kan voor het toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onderdeel a tot en met e en h op of in de bodem, uitge-zonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, voor een door hem aangewezen bodem-beheergebied lokale maximale waarden vaststellen voor de bodem, waarop of waarin de grond of bagger-specie wordt toegepast, alsmede een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid tot een maximum van 20 gewichtsprocenten.”
Zienswijze Bij mijn weten dient een zienswijze volgens de regel te worden gericht aan degene die het besluit heeft genomen - in dit geval het college van burgermeester en wethouders - echter bij de aanwijzing voor het insturen van de zienswijzen m.b.t. het ‘Ontwerp beleid PFAS’ staat nadrukkelijk de raad van de gemeente Waalwijk vermeld. Vanzelfsprekend ontvangt ook het College via ondergetekende een kopie van deze zienswijze. De opvatting van ondergetekende is nadrukkelijk mede opgebouwd uit diverse communicatiestukken die reeds ruim vóór 18 augustus 2021 - de datum van de ontwerprapporten van Antea Group - met het College en/of de gemeenteraad zijn gewisseld en waarvan uw Raad steeds kopieën heeft ontvangen. Voor de goede orde maak ik u erop attent dat alles in dit verband dan ook betrekking heeft op “Haven Acht, waaronder project GOL” en het voornemen om tot ‘Gebiedsspecifiek beleid PFAS’ te komen. NOOT: Onderaan mijn brief van vandaag vermeld ik op pagina 10 (van 10) in een opsomming volledigheidshalve om welke stukken van ondergetekende het hierbij precies gaat.
Zoals op pagina 2 (van 12) van het ‘Addendum op de Nota bodembeheer, Gemeente Waalwijk’ wordt vermeld, is dit aanhangsel “een aanvulling dan wel wijziging op het ‘Rapport Bodembeheer gemeente Waalwijk, kenmerk 257000, revisie 02 d.d. juli 2013” van bureau Oranjewoud [ tegenwoordig Antea Group ], waarvan de huidig vigerende Bodembeheernota van de gemeente Waalwijk deel uitmaakt! De onderbouwing voor het lokale beleid t.a.v. PFAS in de gemeente Waalwijk zou naar verluidt te vinden zijn in navolgende rapporten: het ‘Rapport Achtergrondwaarden PFAS Gemeente Waalwijk’, projectnummer 0459526.100, definitieve revisie 01 d.d. 18 december 2020 ; het 'Rapport achtergrondwaarden PFAS: GOL en Haven Acht te Waalwijk' projectnummer 0471368.100, definitieve revisie 00 d.d. 18 augustus 2021. ‘Rapport Bodembeheer gemeente Waalwijk’, kenmerk 257000, revisie 02 d.d. juli 2013 https://www.waalwijk.nl/document.php?m=23&fileid=21830&f=66b9c2d6a067dc01e212858dca88c95a&attachment=0&c=519
Teneinde tot een juiste beoordeling te kunnen komen, was het nodig om eerst kennis te nemen van de inhoud van dit rapport uit 2013. Meteen bij de Inleiding op pagina 4 (van 35) wordt in betreffend rapport aangegeven dat daarin “het beleid ten aanzien van het (opnieuw) toepassen van grond en baggerspecie als bodem” is beschreven. Citaat: “Sinds 1 juli 2008 is binnen de gemeente Waalwijk het generieke beleid van het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Sinds augustus 2012 beschikt de gemeente over een bodemkwaliteitskaart. De gemeente heeft besloten om aan te sluiten bij het gebiedspecifieke bodembeleid van de regio MiddenBrabant en de bodemkwaliteitskaart te integreren in de regionale bodemkwaliteitskaart. In deze nota is het geactualiseerde bodembeleid opgenomen met een motivatie van de keuzes die de gemeente heeft gemaakt bij de aansluiting op het regionale beleid.” Beheergebied: “Het bodembeleid dat in deze beheernota is beschreven, is van toepassing op het gemeentelijk grondgebied van Waalwijk. De gemeenten die in onderstaande figuur zijn omcirkeld, beschikken echter over vergelijkbaar bodembeleid. Daar waar in deze beheernota wordt gesproken over 'het beheergebied' wordt dan ook niet alleen het grondgebied van de gemeente Waalwijk bedoeld, maar het grondgebied van alle aangesloten gemeenten. - pagina 6 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer”
NOOT:
De actuele situatie is echter anders! De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant vertegenwoordigt in totaal 23 deelnemende gemeenten. De gemeenten Tilburg en Waalwijk hebben hun eigen bodembeleid opgesteld m.b.t. PFAS in de bodem en nemen derhalve niet deel aan de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart. [ Bron: “Rapport Bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant, projectnummer 0462683.100, definitieve revisie 0.0 d.d. 28 oktober 2020, van Antea Group ]
De gemeente Tilburg heeft reeds sinds 10 januari 2020 - ruim binnen de looptijd van de tijdelijke overheidsregeling - voor haar gemeente een herziene definitieve versie van de nota bodembeheer vastgesteld. Op 8 juli 2019 stond de Rijksoverheid immers een tijdelijk handelingskader toe, welke het mogelijk maakte om het hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie te versoepelen. Deze tijdelijke regeling had een looptijd van het kalenderjaar 2020. De actualisatie van betreffende regeling vond daarna nog plaats op 29-11-2019, de dag waarop tevens de voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten zijn gedefinieerd. [ Bron: “Nota bodembeheer gemeente Tilburg Beleid voor het tijdelijk opslaan en/of toepassen van grond en gerijpte baggerspecie op of in de bodem, documentcode: SOB006623.RAP002 ]
Het bovenstaande geconstateerd hebbend, is door ondergetekende vervolgens gekeken naar de vermelde geldigheidsduur van het in de bodembeheernota voor de gemeente Waalwijk geldende beleid. In paragraaf 1.3 staat op pagina 6 (van 35) dat de geldigheidsduur 10 jaar is. Daaraan is echter nog toegevoegd: “De actualiteit van de bodemkwaliteitskaart en functiekaart, waar de bodembeheernota op is gebaseerd, dient daarentegen elke 5 jaar te worden geverifieerd op basis van nieuwe en/of beschikbare data.” “Ook in het geval van relevante wijzigingen in de wet- en regelgeving moet worden nagegaan of het noodzakelijk is om de bodembeheernota te actualiseren.” Tenzij thans uit niet eerder vrijgegeven stukken naar aanleiding van het door ondergetekende ingediende Wob-verzoek alsnog zou blijken dat door door de verantwoordelijke wethouder(s) dienovereenkomstig is gehandeld, kan niet anders dan worden geconcludeerd dat het College zijn plichten niet naar behoren heeft vervuld! Verder dient te worden opgemerkt dat de eindverantwoordelijkheid voor het toepassen van een partij grond of baggerspecie naar verluidt altijd ligt bij de eigenaar van de locatie waar de grond of baggerspecie wordt toegepast.
Het is derhalve ook nog maar zeer de vraag of de gemeente Waalwijk zich juridisch erop kan beroepen niet aansprakelijk [ ?! ] te zijn voor eventuele schade die voorkomt uit onzekerheden van de bodemkwaliteitskaart en/of het beleid dat in het ‘Rapport Bodembeheer gemeente Waalwijk’ van juli 2013 is beschreven! De tekst bij Paragraaf 1.6 Leeswijzer geeft volop aanleiding om hieromtrent vraagtekens te plaatsen: “In hoofdstuk 2 is beschreven welke extra afzetmogelijkheden de gemeente Waalwijk voor licht verontreinigde grond heeft gecreëerd door het hanteren van gebiedsspecifiek beleid.” Een eigen ‘voortbrengsel’ kan leuk zijn bedacht , echter bij het vaststellen en/of tussentijds aanpassen van gebiedsspecifiek beleid voor het eigen beheergebied dient dan wel de gemeenteraad de bodembeheernota (opnieuw) vast te stellen! In het ‘Besluit Bodemkwaliteit’ is de bevoegdheid tot o.a. het vaststellen van een bodembeheergebied namelijk toegekend aan de gemeenteraad. Vermeldenswaard is in dit verband nog wat bureau Oranjewoud [ tegenwoordig Antea Group ] reeds op 28-02-2011 in een ‘Memo’ betreft “Bestuurlijke vaststelling van generiek en gebiedsspecifiek bodembeleid voor landbodems” hierover aan AgentschapNL ¹) heeft geschreven.
Citaat: “Bij de implementatie van het Besluit bodemkwaliteit (hierna te noemen ‘Besluit’) ontstaan bij gemeenten veel vragen bij het vaststellingsproces van het gebiedsspecifieke beleid en het generieke beleid. In veel gevallen is het niet geheel duidelijk wat exact moet worden vastgesteld door een gemeenteraad en wat de mogelijkheden zijn voor mandateren of delegeren van delen van de besluitvorming.
- pagina 7 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer”
De gang naar de gemeenteraad voor tussentijdse aanpassingen en wijzigingen blijkt een drempel voor de vaststelling van gebiedsspecifiek bodembeleid. Mandateren of delegeren van bevoegdheden kan hiervoor een oplossing bieden.” ¹) NOOT: Agentschap NL was een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, dat ondernemers, kennisinstellingen en overheden één aanspreekpunt voor duurzaamheid, innovatie en internationaal ondernemen biedt. Sinds 1 januari 2014 is zij gefuseerd met Dienst Regelingen en heet vanaf dan voortaan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland [ RVO].
PFAS-mandatering In het voorafgaande is door ondergetekende op een aantal plaatsen - genoegzaam met redenen omkleed betoogd dat door het College niet overeenkomstig de bedoeling met de procedure is omgegaan. Ná 31 december 2020 had het bewuste ‘Raadsvoorstel R5.2-21’ inhoudelijk überhaupt niet meer op een dergelijke wijze ingebracht mogen worden. Door dit oneigenlijke gebruik is de Raad volstrekt verwerpelijk onder druk gezet en zijn bovendien de raadsleden en ook de burgers feitelijk op het verkeerde been gezet! ‘Ontwerp beleid PFAS’ Volgens het kennisplatform voor PFAS het ‘Expertisecentrum PFAS’ is PFAS kennisintensief. Naar verluidt is veel over PFAS is nog tamelijk onbekend: toxiciteit, stofgedrag, precursors, voorkomen in Nederland, etc. “Onbekendheid, onzekerheid en mogelijke (toekomstige) aansprakelijkheid leiden tot risicomijdend gedrag en het stapelen van zekerheden door actoren in de keten van sanering en grondverzet. Dit is mede de aanleiding voor stagnatie.” “Met een beleidsinvulling waarbij doorgang in de gehele keten (van initiatief tot afronding) is geborgd en er oog is voor onzekerheden, kennisvragen en aansprakelijkheden kunnen de barrières die stagnatie veroorzaken, worden weggenomen.” Het kennisplatform geeft tevens aan dat het een intensief proces is.
De beleidsinvulling van PFAS vergt een procesaanpak die meer vraagt dan alleen invulling geven aan het beleid voor reguliere verontreinigingen. “Het proces is op hoofdlijnen te vergelijken met het proces om te komen tot gebiedsgericht grondwaterbeheer. Het initiëren en deelnemen aan een dergelijk (gebieds)proces vraagt om inspanning, kennis en kunde van alle actoren (ambtelijk/bestuurlijk en publiek/privaat). Betrokkenheid, voldoende mandaat en een goede samenwerking zijn medebepalend voor het succes. Ook is het herkennen en erkennen van rollen, verantwoordelijkheden, belangen en urgentie nodig om eventuele tegenstrijdige belangen te overwinnen en voortgang te blijven boeken.” Ondergetekende neemt aan dat het College de opvatting deelt dat de communicatie richting burgers, bedrijven en bestuurders bij alle stappen voor het opstellen van lokaal en/of regionaal beleid een uiterst belangrijk aandachtspunt is en een duidelijke plaats dient krijgen in de aanpak? Echter, helaas is thans noch in het ‘Addendum op de Nota bodembeheer, Gemeente Waalwijk’ noch in het ‘Rapport achtergrondwaarden PFAS, GOL en Haven Acht te Waalwijk’ door Antea Group duidelijk vermeld uit welke concrete stappen het ‘Beleid PFAS’ bestaat, in welke volgorde die gezet dienen te worden en wat de actuele status in de procedure is.
Bovendien is nog niet exact duidelijk op welke plaatsen binnen het ‘projectgebied GOL/Haven Acht’ inclusief het terrein van de volkstuinen aan de Weteringweg - er inmiddels reeds oppervlaktewater is gecreëerd of nog staat te gebeuren. Dat is van belang om te weten, immers grond met PFAS boven de bepalingsgrens [ 0,1 ug/kg ] mag niet in oppervlaktewater worden toegepast! Voorts dient bij de beleidsinvulling rekening te worden gehouden met het in werking treden van de nieuw in te voeren ‘Omgevingswet’. Bovendien gaat de ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen [ Wkb ]‘ op hetzelfde moment als de Omgevingswet van start. Door demissionair minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is op 27-05-2021 gemeld dat de beoogde datum voor inwerkingtreding van de Omgevingswet met een half jaar is verplaatst naar 1 juli 2022. “Dit geeft het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden.” - pagina 8 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer”
Citaat van de Rijksoverheid: Het Rijk en de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen staan volledig achter de samenhangende aanpak en het instrumentarium van de Omgevingswet. Alle partijen willen een goede start van de wet. Om de wet verantwoord in werking te kunnen laten treden, moet de continuïteit van primaire processen - de planvorming en de vergunningverlening - en de dienstverlening aan inwoners en ondernemers zijn gegarandeerd. Waardoor belangrijke gebiedsontwikkelingen, waaronder woningbouw, niet worden gehinderd. Het werkend krijgen van het stelsel van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, omdat partijen van elkaar én van derden afhankelijk zijn bij het werken in ketens.” “Dat betekent in de eerste plaats dat er een stabiele landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) moet zijn, waarop bevoegde gezagsinstanties moeten aansluiten. Voor softwareleveranciers en bevoegde gezagsinstanties is het lokaal werkend krijgen van het DSO een complexe operatie. Daarom moeten bevoegde gezagsinstanties genoeg tijd hebben om het stelsel in te regelen en ermee te oefenen.
En willen de bestuurlijke partners minimaal zes maanden effectieve oefentijd voor bevoegd gezaginstanties.” Erop vertrouwend dat uw Raad grondig kennis neemt van de complete inhoudelijkheid en onderbouwing van deze serieus weergegeven zienswijze, verblijf ik, met vriendelijke groeten,
Theo Weijters, medeburger van de gemeente Waalwijk.
Kopie aan
: - College van B&W - griffie
- pagina 9 van 10 -
vervolg brief van ThW d.d. 02-11-2021 inzake zienswijze over ontwerp “Addendum op Nota Bodembeheer” Opsomming van communicatiestukken die reeds ruim vóór 18 augustus 2021 met het College van B&W en/of de Gemeenteraad zijn gewisseld: Brief met nummer 166 d.d. 03-05-2021 betreft reactie n.a.v. Raadsvoorstel R5.2-21 inzake het onderwerp ‘Gebiedsspecifiek beleid PFAS’ brief met nummer 172 d.d. 24-05-2021 betreft een aanvullende reactie n.a.v. Raadsvoorstel R5.2-21 inzake het onderwerp ‘Gebiedsspecifiek beleid PFAS’ brieven met nummers 182 en 182a d.d. 03-06-2021 betreft de reactie op het ‘Gewijzigd Raadsvoorstel R5.2-21 van 25.05.2021 inzake het onderwerp “Gebiedsspecifiek beleid PFAS”; e-mail met nummer 184 d.d. 09-06-2021 betreft de reactie vanwege de omstandigheid dat het College heeft erkend dat inzake ‘PFAS Waalwijk’ er een PFAS-verontreiniging is geconstateerd die de toepassingswaarde fors overschrijdt, waardoor de grond zeer waarschijnlijk afgevoerd dient te worden. Verder werd gemeld dat de zogenoemde achtergrondwaarde(n) naar verwachting pas half juni 2021 bekend zijn; e-mail met nummer 198 d.d. 21-06-2021, met bijlage n.a.v. onderwerp “Aanvullend krediet GOL” betreft de reactie op de volgende overschrijding van de deadline m.b.t.
de uitspraak van de Raad van State inzake het beroep van zaaknummer 201805874/1/R2 “Noord-Brabant Provinciaal InpassingsPlan Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost en West en uitvoeringsbesluiten” [ brief Afdeling bestuursrechtspraak RvS d.d. 17.06.2021 ]; e-mail met nummer 200 d.d. 24-06-2021 betreft de reactie op het onderwerp “Aanvullende financiering Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat” tijdens de behandeling in de fysieke ‘Vergadering Besluit (A)’ van de gemeente Heusden. Met daarbij de door wethouder Mart van der Poel gedane toezeggingen inzake het GOL-project; e-mail met nummer 207 d.d. 07-07-2021 betreft de reactie op het ‘Raadsvoorstel Aanvullend krediet GOL’ dat op 07-07-2021 bij punt 9 op de agenda van de ‘Vergadering Debat & Besluit (B)’ behandeld is. Met daarbij de ‘Ingezonden mening’ onder de titel “Gebiedsontwikkeling met Grip Op Leefbaarheid”; e-mail met nummer 217 d.d. 09-07-2021 betreft de reactie met voorlopige conclusies n.a.v. de behandeling van het onderwerp “Financiering Gebiedsontwikkeling Langstraat (GOL) [ oordeelvormend ] tijdens de digitale ‘Themadag van provinciale Staten van Noord-Brabant’ op 09.07.2021; brief met nummer 223 d.d.
19-07-2021, met Bijlage 1 betreft officiële Wob-verzoek inzake PFAS-mandaat en GOL, mede in reactie op de beantwoording per 13-07-2021 [ documentnummer D2021-07-005943 ] van de op 28-06-2021 door de fractie Lijst De Jongste PvdA gestelde schriftelijke vragen art. 47 RvO NOOT: brief d.d. 19.07.2021 is op 20.07.2021 bij de balie van het gemeentehuis aangeleverd, beantwoord en toegezonden op 03-08-2021 en samen met een pakket stukken ontvangen op 04-8-2021; brief met nummer 223a d.d. 10-08-2021 betreft de reactie op brief d.d. 03-08-2021 [ documentnummer D2021-07-020844 ] namens ‘HET COLLEGE VAN WAALWIJK’ van Team Ruimte, Economie & Werk n.a.v. Wob-verzoek van 19.07.2021; NOOT: een reactie op brief nummer 223a d.d. 10.08.2021 is op 12.08.2021 toegezonden; brief met nummer 223b d.d. 18-08-2021 betreft de reactie op brief d.d. 12.08.2021 [ documentnummer D2021-08-006916 ] van Beleidsafdeling Milieu e n.a.v. 1 verzoek per 10-08-2021 om aanvullende gegevens i.v.m. Wob-verzoek van 19.07.2021; NOOT: een reactie op brief nummer 223b d.d. 18.08.2021 is op 01.09.2021 ontvangen; Ná 18-08-2021 zijn nog toegevoegd: brief met nummer 252 d.d. 10-09-2021, met bijlage A betreft de reactie op brief d.d. 26.08.2021 [ documentnummer D2021-08-009437, ontvangen per post op e 01.09.2021 ] namens ‘HET COLLEGE VAN WAALWIJK‘ van Team Ruimte, Economie & Werk n.a.v.
2 verzoek per 18.08.2021 om aanvullende gegevens i.v.m. Wob-verzoek van 19.07.2021. NOOT: een reactie op brief nummer 252 d.d. 10.09.2021 is op respectievelijk 04.10.2021 en 21.10.2021 ontvangen in de vorm van een aankondiging en een uitnodiging voor deelname aan een hoorzitting op 4 november 2021 van de ‘commissie Bezwaarschriften’; brief d.d. 25-10-2021 betreft de uitspraak van portefeuillehouder Bakker m.b.t. PFAS-mandering. - pagina 10 van 10 -