54c Bijlage Reactie op antwoord College van BW inzake procedureverloop oprichting BIZ
Tekst van het document
Reactie op antwoord College van B&W inzake kritiek op procedureverloop oprichting BIZ Betreft :
complete schriftelijke reactie op het antwoord d.d. 6 januari 2022 van het College van B&W inzake kritiek op het procedureverloop oprichting BIZ; in aanvulling op de brief d.d. 10 januari 2022.
[ Noot: in het overzicht is puntsgewijs ingegaan op de beantwoording namens uw College. Allereerst is telkens het antwoord geciteerd, waarna ondergetekende zijn reactie heeft weergegeven. ] Antwoord 1. “Uit uw vraagstelling krijgen wij de indruk dat “klachten” en “bezwaren” enigszins door elkaar lopen. U kunt een formele “klacht” indienen als u meent dat een ambtenaar of bestuurder zich niet correct tegenover u heeft gedragen. Dat lijkt ons hier niet aan de orde. Het gaat in dit geval om bestuurlijke beslissingen waar u kritiek op heeft. U kunt wel formeel “bezwaar” aantekenen tegen een specifieke beschikking van het college, althans voor zover u belanghebbende bent. Als het gaat om de BIZ bent u dat echter niet. Los daarvan is er in het geval van de oprichting van de BIZ geen sprake van een specifieke beschikking maar van “een besluit van algemene strekking”. En daartegen staat geen bezwaar open. Om deze redenen kunnen wij u geen “officiële beslissing op bezwaar” geven. Wij beschouwen uw emails daarom als uw commentaar op de gang van zaken rond de draagvlakmeting voor de BIZ. Niettemin geven wij met deze brief een reactie op uw diverse berichten, zodat u daarmee kan doen wat u nuttig en nodig acht.”
Reactie op antwoord 1. Om elk misverstand van een foutief denkbeeld over een ‘klacht’ en een ‘bezwaar’ te voorkomen, heb ik op de website van de ‘Nationale ombudsman’ gekeken wat daarover wordt geschreven. Klacht of bezwaar?
Een klacht of een bezwaar/beroep zijn juridisch gezien heel verschillend van aard en soms moeilijk uit elkaar te houden. Hieronder daarom een korte uitleg: Klacht: een uiting van ontevredenheid over de manier van handelen of het niet handelen van een overheidsinstantie. De eerste stap is om te klagen bij de instantie zelf. Bezwaar/beroep: als u het niet eens bent met de beslissing van een overheidsinstantie kunt u bij die instantie een bezwaarschrift indienen. In de beslissing is vaak te lezen binnen welke tijd u dat moet doen. Als uw bezwaar wordt afgewezen, kunt u bij de rechter in beroep gaan.
Kortom, in mijn geval is duidelijk sprake van een klacht, alhoewel uw College aangeeft dat het bij u niet zo is overgekomen. Het is echter een glasheldere uiting van ontevredenheid over de manier van handelen van enerzijds de verantwoordelijk portefeuillehouder en anderzijds van uw College. Als betrokken bestuurders hebt u zich in eerste instantie tegenover de inwoners van Waalwijk namelijk niet correct gedragen. Dat gedrag heeft vervolgens geleid tot een beslissing van uw College als bestuursorgaan! Door mijn ingezonden onderbouwde stukken nu simpelweg te willen afdoen met uw opmerking dat deze slechts kunnen worden beschouwd als mijn commentaar op de gang van zaken rond de draagvlakmeting voor de BIZ, daarmee doet u mij als burger van de gemeente Waalwijk, maar evenzo alle medeburgers van de kernen Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik, onrecht aan. Wij allen mogen in z’n algemeenheid toch van het College en vooral ook van de coalitiepartijen in onze gemeenteraad verlangen dat de manier waarop te werk wordt gegaan - en overigens ook waarop besluiten worden genomen - op een open, transparante, evenwichtige en correcte manier gebeurt.
Immers in die zin zijn ondernemers en wij allen toch de normale natuurlijke personen die voor hun burgerbelangen opkomen! Deze ontstane BIZ-kwestie mag dan in eerste aanleg weliswaar een zaak zijn tussen het College en de Raad, maar deze twee uitvoerende en wetgevende machten werken toch ten behoeve van ons als inwoners van de gemeentelijke samenleving in Waalwijk? Inmiddels is gebleken dat de ‘verdediging’ door uw College bij voorkeur hoofdzakelijk op juridisch vlak wordt ingestoken. Daarmee is op zichzelf niets mis, echter dan dienen zowel interpretatie én gedrag absoluut onberispelijk te zijn en daarbij moet bovendien ook het geschetste beeld compleet zijn. En van het voldoen aan deze voorwaarden is helaas in onvoldoende mate sprake! Een besluit is in de Nederlandse wetgeving een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De Algemene wet bestuursrecht [ Awb ] geeft regels m.b.t. de voorbereiding, de motivering en de bekendmaking van besluiten, alsmede voor bezwaar en beroep tegen besluiten.
- pagina 1 van 6 -
vervolg reactie d.d. 10-01-2022 op antwoord College van B&W inzake kritiek op procedureverloop oprichting BIZ
Een beschikking is een overheidsbeslissing in een concreet geval. Indien de beslissing het element van rechtshandeling mist - door bijvoorbeeld een afwijzing te zijn van een aanvraag die op een ‘besluit van algemene strekking’ is gericht - dan is het geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht! Wanneer een besluit geen (specifieke) beschikking is, dan wordt dat in het Nederlands bestuursrecht - ofwel het recht betreffende het handelen van het openbaar bestuur - aangeduid als een ‘besluit van algemene strekking’. Het is dan een beslissing die niet gericht is op een individu of een concreet geval. Het heeft dan gevolgen voor een groep gevallen, zoals o.a. bij een ‘verordening‘ of een ‘bestemmingsplan’ het geval is. Bij wettelijk voorschrift of besluit van het bevoegde bestuursorgaan kan in zo’n geval dan worden bepaald dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd vóór het nemen van het besluit [ Awb art. 3:10, lid 1 ].
De voorbereiding van het ‘besluit van algemene strekking’ geschiedt volledig in het openbaar en van de terinzagelegging van de aanvraag / het ontwerp wordt dan kennis gegeven [ Awb art. 3:11, lid 1 en art. 3:12, lid 1 ]. Daarin wordt aangegeven wie inspraak mogen geven bij de voorbereiding tot het nemen van het besluit [ Awb art. 3:12, lid 3 sub b ]. Dit zijn in ieder geval belanghebbenden gedurende zes weken vanaf het moment van terinzagelegging [ Awb art. 3:16, lid 1 ]. Binnen zes maanden na de aanvraag beslist het bestuursorgaan [ Awb art. 3:18, lid 1 ]. Na de bekendmaking van het besluit treedt het in werking [ Awb art. 3:40 ]. Bedrijveninvesteringszone BIZ Ten aanzien van de oprichting van een BIZ geldt vanaf 1 januari 2015 de ‘Wet op de bedrijveninvesteringszones’. Per diezelfde datum is de ‘Experimentwet BI-zones’ van 19 maart 2009 komen te vervallen! Uw College heeft met het ‘Raadsvoorstel met dossiernummer 2021-035090’ gekozen voor de ‘Verordening Bedrijveninvesteringszone Centrumgebied Waalwijk 2022-2026’. Naar verluidt “komt het initiatief voor het instellen van een BIZ voor het centrum bij de ondernemers zelf vandaan”.
Vooruitlopend op een definitieve ingangsdatum van de BIZ werd tussen de ‘Stichting BIZ Waalwijk centrum’ en de publiekrechtspersoonlijke rechtspersoon Gemeente Waalwijk alvast een ‘Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone Centrumgebied Waalwijk 2022-2026’ in concept opgemaakt. De door uw College aan de gemeenteraad voorgelegde ‘Verordening Bedrijveninvesteringszone Centrumgebied Waalwijk 2022-2026’ en het ‘Reglement draagvlakmeting Bedrijveninvesteringszone Centrumgebied Waalwijk 2022-2026’ werden daarna op 30 september 2021 door de Raad aangenomen en vastgesteld. Bezwaar tegen een ‘besluit van algemene strekking’ Het bestuursrecht betreffende het handelen van het openbaar bestuur is het middel voor de overheid om de samenleving te besturen. Maar het biedt tevens ook waarborgen voor de burgers ten opzichte van het overheidsbestuur. Zo ligt in de wet o.a. de bevoegdheid van bestuursorganen om besluiten te nemen vast, alsmede op welke wijze en de termijnen waarbinnen ze genomen worden. Een bestuursorgaan dient verder bij het nemen van een beslissing alle relevante belangen tegen elkaar af te wegen. Dat laat onverlet dat een beslissing van een bestuursorgaan mensen toch direct in een belang kan treffen en dat daarvan nadelen ondervonden kunnen worden. In een dergelijke situatie geeft de wet wel degelijk de mogelijkheid om een dergelijke beslissing aan te vechten.
Doorgaans staat slechts bezwaar open tegen beschikkingen, maar door de overheid genomen ‘besluiten van algemene strekking’, alsmede beslissingen die zien op de voorbereiding en uitvoering van besluiten, kunnen zo nodig ook aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd. Kortom, de verdediging door of namens uw College door het argument aan te voeren dat “tegen een besluit van algemene strekking geen bezwaar openstaat” gaat beslist niet in alle gevallen op!
- pagina 2 van 6 -
vervolg reactie d.d. 10-01-2022 op antwoord College van B&W inzake kritiek op procedureverloop oprichting BIZ
Belanghebbende In het Nederlandse bestuursrecht staat de belanghebbende centraal, omdat alleen de belanghebbende op kan komen tegen besluiten van bestuursorganen. Weliswaar is daarbij opkomen voor het belang van een ander niet mogelijk, echter het is wel mogelijk om via een schriftelijke verklaring als gemachtigde een ander te vertegenwoordigen [ Awb art. 2:1, lid 1 ]. In dat geval wordt het belang van de vertegenwoordigde getoetst, niet dat van de gemachtigde! Conclusie Volgens uw College hebben de onder punt 1 van het antwoord weergegeven redenen tot gevolg dat uw College geen ‘officiële beslissing op bezwaar’ meent te kunnen geven. Voor het indienen van een klacht bij de ‘Ombudscommissie Waalwijk’ is echter geenszins een ‘officiële beslissing op bezwaar’ noodzakelijk. Uit de in de e-mail van 6 januari jl. door en/of namens uw College gegeven antwoorden - alsmede uit het inmiddels opgebouwde dossier - kan voldoende worden afgeleid dat in dit geval ruimschoots aan de ‘kenbaarheidsvereiste’ werd voldaan! Kortom, niets behoeft de ombudscommissie ervan te weerhouden om tot nader onderzoek van de klacht over te gaan. Antwoord 2. “Bij herhaling hebben wij u laten weten dat wij niet steeds inhoudelijk zullen reageren op uw politieke commentaren over hetgeen zich tussen de gemeenteraad en het college voordoet.
U geeft oordelen over wat en hoe wij naar de raad communiceren en gaat daarbij in onze ogen veelvuldig op de stoel van de raad zitten. Het is natuurlijk uw goed recht om een mening te geven. En wij nemen er ook met belangstelling kennis van. Maar wij achten de gemeenteraad uitstekend in staat om zelf te bepalen hoe zij omgaat met de inhoud van raadsinformatiebrieven en de antwoorden die wij op politieke vragen geven. Wij gaan de discussies die wij met de raad hebben niet met u overdoen. Dit betekent dat wij veel van uw berichten voor kennisgeving aannemen. Is er onzerzijds aanleiding om er toch op in te gaan, dan doen we dat.”
Reactie op antwoord 2. Zonder de vooropgezette bedoeling om op de stoel van de Raad te gaan zitten, heeft ondergetekende overigens net als elke andere Nederlandse staatsburger - het recht op vrijheid van meningsuiting. “De vrijheid hebben om te zeggen en schrijven wat je vindt en om informatie te ontvangen en verspreiden, is cruciaal voor een democratisch land. Het biedt burgers de mogelijkheid zich een mening te vormen over onderwerpen die spelen in de maatschappij en deel te nemen aan het publieke debat. Deze vrijheid van meningsuiting geldt ook online. De online wereld is tegenwoordig bij uitstek een plek waar mensen zich uiten, bijvoorbeeld door te reageren op (nieuws)berichten en door informatie te delen. In Nederland is het recht op vrijheid van meningsuiting beschermd in artikel 7 van de Grondwet en daarnaast is ook in verschillende internationale verdragen de vrijheid van meningsuiting opgenomen.” [ Bron: College voor de Rechten van de Mens ]. Dat het met onderbouw en bewijs leggen van de vinger op de kwetsbare plaatsen tegenwoordig bij steeds meer bestuurders vooral als bijzonder lastig en zelfs door sommigen als verstorend wordt ervaren, is voor ondergetekende geen reden om het er dan maar bij te laten zitten.
Integendeel, wij burgers mogen van het uitvoerende College en de wetgevende en controlerende Raad - zoals eerder al is gesteld - op z’n minst verwachten dat zij ten behoeve van ons als inwoners van de gemeentelijke samenleving in Waalwijk werken en dat daarbij in principe zowel interpretatie als gedrag betamelijk zijn, ofwel zoals dat hoort! “Ook voor politici geldt natuurlijk dat zij een ruime uitingsvrijheid hebben. Politici moeten kritiek kunnen uitoefenen op het beleid en standpunten over de inrichting van de samenleving kunnen uitdragen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft anderzijds ook gezegd dat politici vanwege hun belangrijke maatschappelijke functie moeten vermijden dat hun publieke uitingen intolerantie tegen bepaalde groepen voeden” [ Bron: College voor de Rechten van de Mens ]. Overigens staat onderhavige klacht niet op zichzelf. Bij menig andere casus is sprake geweest van een vergelijkbare grondhouding van uw College en de machtspositie van de coalitiefracties.
- pagina 3 van 6 -
vervolg reactie d.d. 10-01-2022 op antwoord College van B&W inzake kritiek op procedureverloop oprichting BIZ
Weliswaar heeft op 28 februari 2002 de ‘Wet tot wijziging van de Gemeentewet’ en enige andere wetten tot dualisering van de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het gemeentebestuur enige ruimte gegeven voor verbeteringen. Er is toen in ieder geval beweging ontstaan; zo werden er o.a. veranderingen in vergader- en meespreeksystemen doorgevoerd, alsmede diverse aanpassingen m.b.t. het uitvoeren van gemeentelijke enquêtes. Sinds de invoering op 7 maart 2002 van de ‘Wet dualisering gemeentebestuur’ werden de rollen, taken en posities van de gemeenteraad en het college gescheiden en beschikten beide organen voortaan over een eigen ambtelijke organisatie ter ondersteuning. Een onderdeel van de beoogde ombuigingsoperatie was de ontvlechting van het raadslidmaatschap-wethouderschap. Daardoor zou de gemeenteraad compleet onafhankelijk worden van het college en kunnen komen tot het op een eerlijke wijze controleren van dat college. Maar zoals vaak bij veranderingen het geval is, ging niet altijd alles even goed. In de eerste jaren werd door menige gemeenteraad duaal vertaald naar duel. Met als gevolg dat er inmiddels een systeem van ‘coalitiemonisme’ is ontstaan d.w.z. een sterke band tussen college en coalitie.
De coalitie is als het ware een verlengstuk van het college geworden, waardoor de weerstand door de oppositiepartijen (te) weinig effect sorteert! In Nederland kan daarom heden ten dage zowel op landelijk, provinciaal als gemeentelijk niveau slechts van een gematigd dualisme worden gesproken: de coalitiepartijen steunen namelijk meestal de wetsvoorstellen van respectievelijk de regering, het college van Gedeputeerde Staten of het college van Burgemeester en Wethouders. Daarmee is zichtbaar geworden hoe stug - vanwege het koppig bieden van tegenstand - het verloopt bij een proces om een verandering van stelsel te laten volgen door een politieke cultuurverandering! Antwoord 3. Op het punt van de draagvlakmeting voor een BIZ zijn door enkele raadsfracties in twee ronden schriftelijke vragen gesteld. Deze fracties zijn van mening dat wij in de procedure buiten de kaders hebben gehandeld. Dat vindt u kennelijk ook. Wij vinden dat niet. In ons antwoord op de vragen uit de raad hebben we dat duidelijk gemaakt en onderbouwd. Waar het gaat om de toepassing van de formele regels rondom de BIZ hebben wij de juridisch aspecten laten beoordelen. Wij vinden die beoordeling valide en hebben om die reden gehandeld zoals we hebben gehandeld. U bent niet overtuigd. Dat vinden wij jammer, maar dat kan natuurlijk. Voor ons is de discussie nu wel afgerond.
Reactie op antwoord 3. Wanneer uw College uit de diverse door ondergetekende ingezonden stukken heeft opgemaakt dat ik eveneens van mening ben dat uw College bij de BIZ-draagvlakmeting in de procedure buiten de kaders heeft gehandeld, dan bevestig ik dat hierbij nogmaals. In de diverse door mij aan uw College én de Raad geadresseerde stukken staat glashelder onderbouwd - en bovendien concreet met verwijzingen naar relevante rechtstreeks erop betrekking hebbende wetten en/of spelregels - keurig opgesomd. Hoewel namens uw College bij herhaling geschreven is en wordt dat u niet de mening bent toegedaan dat uw College in de procedure buiten de kaders heeft gehandeld, heeft uw College tot op heden absoluut onvoldoende duidelijk gemaakt, noch onderbouwd, op welke preciese gronden uw College na beoordeling van de juridische aspecten en juridisch advies tot deze opvatting bent gekomen. Kortom, voor de geldigheid van het standpunt van uw College is vooralsnog geen enkel deugdelijk bewijs geleverd. Om die reden kan de uitspraak namens uw College, dat voor u de discussie nu wel is afgerond, door ondergetekende moeilijk anders dan als te voorbarig worden gekwalificeerd. Antwoord 4. “In uw berichten heeft u ook een mening over de toon van de bejegening die wij kiezen in onze antwoorden aan de raadsfracties.
Het is jammer dat u zich hieraan stoort, maar soms worden in de politiek over en weer harde woorden gesproken. Op dit punt stellen wij wel vast dat uw kritiek niet gaat over de wijze waarop wij u hebben bejegend.”
- pagina 4 van 6 -
vervolg reactie d.d. 10-01-2022 op antwoord College van B&W inzake kritiek op procedureverloop oprichting BIZ4
Reactie op antwoord 4. Aangenomen dat uw College onder bejegening - net als bij ondergetekende het geval is - de manieren verstaat waarop iemand zich tegenover een ander gedraagt, dan kan het m.i. niet anders dan dat ontzag hebben en houden voor die ander bij elke zichzelf respecterende mens te allen tijde heel belangrijk gevonden zal worden. Als College hebt u daarin een voorbeeldfunctie. Natuurlijk zijn er situaties waarbij ‘het hoge woord eruit moet’, echter het gaat daarbij vooral om de manier waarop het ‘onaangename’ wordt geschreven en/of uitgesproken. Met betrekking tot de manier waarop namens uw College in deze casus - maar ook bij andere zaken - met ondergetekende is omgegaan, spreek ik hierbij uit dat de gekozen handelwijze in mijn beleving allerminst als ’klantvriendelijk’ valt te kwalificeren. Een uitzondering hierop betreft burgemeester Ausems, waarmee ondergetekende op 27 december 2021 een respectvol kennismakingsgesprek heeft gevoerd, waarbij wij elkaar volledig de mogelijkheid hebben geboden en de vrijheid gelaten om open en transparant met elkaar over heel wat zaken van gedachten te wisselen. Antwoord 5. “In een van uw recente brieven heeft u gemeld graag een gesprek te hebben met onze burgemeester. Zij is op dat verzoek ingegaan en u hebt op 27 december 2021 met haar gesproken.
In dat gesprek heeft de burgemeester de hier boven beschreven lijn bevestigd, namelijk dat wij uw rol als politiek commentator uiteraard respecteren, kennis nemen van uw berichten aan ons, maar niet in discussie gaan over alles dat u ons aanreikt.”
Reactie op antwoord 5. In de beantwoording door de Gemeentesecretaris en Algemeen directeur wordt ten onrechte de indruk gewekt dat het gesprek met de burgemeester op 27 december jl. uitsluitend over de ‘BIZ-kwestie’ is gegaan. Dat onderwerp heeft slechts circa 10 tot 15% van de duur van het onderhoud in beslag genomen. Reeds op 13 augustus 2021 heeft ondergetekende per e-mail persoonlijke gelukwensen tot mevrouw Ausems gericht met haar benoeming tot burgemeester en haar succes gewenst. Tevens heb ik daarbij gereageerd op zowel haar gepubliceerde eerste blog voor alle inwoners van de gemeente Waalwijk alsmede ook op haar speech ter gelegenheid van de installatie als burgemeester van Waalwijk inclusief de kernen Sprang-Capelle en Waspik. Bij het lezen ervan ben ik meteen geïnspireerd geraakt. Uit mijn hart gegrepen. Bovendien heb ik in dat verband toen meteen ook van de gelegenheid gebruikt gemaakt om de burgemeester attent te maken op de wekelijkse columns van ondergetekende in 'Weekblad Waalwijk' en die voor publicatie op woensdag 18 augustus 2021 in het bijzonder. Onder de titel "Waalwijk doe én bouw je SAMEN" was dat mijn bijdrage aan de oproep aan alle inwoners van en direct betrokkenen bij de gemeente Waalwijk om met elkaar de schouders te zetten onder het ontwerpen en realiseren van realistische plannen.
Ieder natuurlijk binnen zijn eigen mogelijkheden, maar vooral op de basis dat men met hoofd en hart achter een plan of idee staat. Afsluitend heeft ondergetekende op 13-08-2021 nog de wens uitgesproken om elkaar bij gelegenheid eens te gaan ontmoeten voor een persoonlijke kennismaking. En dat heeft dus op 27 december jl. plaatsgehad. Antwoord 6. “Met het oog op het voorgaande kunnen wij u samenvattend melden dat wij met belangstelling kennis hebben genomen van uw berichten, maar geen aanleiding zien om hier inhoudelijk op in te gaan. Onze wijze van opereren in het BIZ dossier is in de antwoorden op vragen van enkele raadsfracties naar onze mening afdoende beschreven en onderbouwd.”
Reactie op antwoord 6. Ondergetekende betreurt het zeer dat namens Uw college wordt medegedeeld dat er geen aanleiding wordt gezien om inhoudelijk in te gaan op mijn klacht over het onrechtmatig procedureverloop inzake BIZ Draagvlakmeting.
- pagina 5 van 6 -
vervolg reactie d.d. 10-01-2022 op antwoord College van B&W inzake kritiek op procedureverloop oprichting BIZ
Voor ondergetekende is deze stellingname aanleiding om mij met een officieel verzoek tot het doen van nader onderzoek opnieuw te wenden tot de ‘Ombudscommissie Waalwijk’. Het staat de fracties van de gemeenteraad Waalwijk intussen natuurlijk volledig vrij om alsnog aan uw College kenbaar te maken dat de gebezigde wijze van opereren in het BIZ-dossier in de namens uw College gegeven antwoorden geenszins afdoende beschreven en onderbouwd is. Waalwijk, 10 januari 2022 Theo Weijters, medeburger van de gemeente Waalwijk.
Kopie aan
: - leden van de Raad van de gemeente Waalwijk - griffie - ’Ombudscommissie Waalwijk’
- pagina 6 van 6 -