5 Bijlage 5 FIN Nota kostentoerekening 2026
Tekst van het document
NOTA KOSTENTOEREKENING 2026 GEMEENTE WAALWIJK
Bijlage 2 Artikel 11 Financiële verordening Gemeente Waalwijk (artikel 212 Gemeentewet)
nota kostentoerekening 2026
D16-01 935 91
1
INHOUDSOPGAVE
Pagina
1.
INLEIDING
3
2.
AANLEIDING HUIDIGE REGELGEVING
4
3.
UITGANGSPUNTEN KOSTENTOEREKENING
5
4. DE KOSTENTOEREKENINGSYSTEMATIEK 4.1 4.2
Kostentoerekening Productieve uren
7 7
8
nota kostentoerekening 2026
2
1. INLEIDING Een gemeente levert een veelheid aan diensten, in het spraakgebruik producten genoemd. Om deze producten te kunnen beheersen moeten de kosten per product inzichtelijk worden gemaakt. Iedere gemeente dient verantwoording af te kunnen leggen over de kostprijzen van de gemeentelijke heffingen en de tarieven. Verder is een inzichtelijke en juiste kostentoerekening belangrijk voor het vergelijken (benchmarking) van gemeentelijke heffingen en tarieven. Het doel van de nota is het zo juist mogelijk verdelen van kosten naar de producten van de gemeente. Hierbij staan de organisatiekosten centraal. De organisatiekosten zijn alle personele en materiële kosten die niet uitsluitend ten behoeve van de levering van één product gemaakt worden maar verbonden zijn aan het functioneren van de gemeentelijke organisatie. Bij de kostenverdeling en toerekening dient iedere gemeente in Nederland te voldoen aan alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Het inzichtelijk maken van de kosten per product is het meest eenvoudig voor de kosten die specifiek voor één product gemaakt worden. Dergelijke kosten noemen we directe kosten en deze worden rechtstreeks aan een product toegerekend. Veel lastiger is het om de kosten toe te rekenen die niet uitsluitend voor de levering van één product gemaakt worden maar wel bijdragen aan de levering van dat product.
Dergelijke kosten noemen we indirecte kosten. Middels een kostentoerekeningssystematiek rekenen we dergelijke kosten toe aan de producten waarvoor ze gemaakt worden. Een aanzienlijk deel van de indirecte kosten wordt gevormd door de overheadkosten. In de gemeente Waalwijk is de kostenplaatssystematiek vastgesteld voor de toerekening van indirecte kosten aan producten. In het vervolg van deze nota gaan wij hierop nader in. De nota is als volgt opgebouwd: 2. Aanleiding huidige regelgeving 3. Uitgangspunten kostentoerekening 4. Kostentoerekeningsystematiek
nota kostentoerekening 2026
3
2. AANLEIDING HUIDIGE REGELGEVING Op grond van de Financiële verordening 2026 (artikel 17) stelt de raad de beleidskaders vast met betrekking tot de wijze van kostentoerekening ten behoeve van het bepalen van de kostprijs van de levering van goederen, werken en diensten. Deze nota wordt, indien daartoe aanleiding bestaat, tenminste éénmaal per raadsperiode geactualiseerd en aan de raad aangeboden. In 2017 is een vernieuwing van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) met betrekking tot het gewenste inzicht in overhead en kosten doorgevoerd. In december 2023 is vanuit de commissie BBV de “Notitie overhead 2023” verschenen, met daarin een uitgebreidere beschrijving en een overzicht van stellige uitspraken en aanbevelingen. Met de stellige uitspraken was al rekening gehouden in de nota kostentoerekening 2023 en ook de aanbevelingen zitten in grote lijnen in onze nota kostentoerekening. Op basis van een capaciteitsplanning worden voor de begroting en de jaarrekening per afdeling (met uitzondering van OBL en RBL) de directie en indirecte kosten toegerekend. Voor de afdeling Ontwikkeling en Beleid Leefomgeving (OBL) en de afdeling Realisatie Beheer Leefomgeving (RBL) worden in de begroting de directe en indirecte kosten toegerekend op basis van de capaciteitsplanning.
Toerekening in de jaarrekening vindt echter plaats op basis van werkelijk bestede uren aan producten, kredieten en grondexploitatie(s). Om de raad op eenvoudige wijze (meer) inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, wordt in artikel 8, eerste lid, onderdeel c van de BBV voorgeschreven dat in het programmaplan een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. In de programma’s moeten dan de kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Door de commissie BBV is in de “Notitie overhead 2023” de volgende definitie voor overhead gehanteerd Overhead = het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen. Binnen de BBV worden voor de kostentoerekening de volgende uitgangspunten voorgeschreven: Directe kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan de betreffende taakvelden; Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren derhalve tot de overhead.
Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead; Sturende taken vervult door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead; De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead.
nota kostentoerekening 2026
4
3. UITGANGSPUNTEN KOSTENTOEREKENING Voor het toerekenen van kosten worden binnen de gemeente Waalwijk de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen De basis voor de te hanteren uitgangspunten is het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) dat het verplicht voorgeschreven kader vormt; In de basis geldt dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende producten, kredieten en grondexploitatie; Alle overheadkosten worden rechtstreeks ten laste van taak ‘0.4 Overhead’ gebracht. De kosten van ondersteunende afdelingen worden indien mogelijk direct toegerekend aan producten, de overige kosten worden ten laste van taak ‘0.4 Overhead’ gebracht; Er vindt geen onderlinge doorbelasting van kosten tussen de afdelingen en/of producten plaats. Directe en indirecte kosten per afdeling Voor het toerekenen van de directe en (beperkte) indirecte kosten van afdelingen wordt jaarlijks met het opstellen van de begroting per afdeling een capaciteitsplanning vervaardigd. In deze capaciteitsplanning wordt per medewerker het aantal uren aangegeven dat hij/zij naar verwachting aan producten, kredieten en grondexploitatie gaat besteden.
Op basis van deze capaciteitsplanning worden voor de begroting en de jaarrekening per afdeling (met uitzondering van OBL en RBL) de directe en indirecte kosten toegerekend; Voor de afdeling Ontwikkeling en Beleid Leefomgeving (OBL) en de afdeling Realisatie Beheer Leefomgeving (RBL) worden in de begroting de directe en indirecte kosten toegerekend op basis van de capaciteitsplanning. In de jaarrekening worden deze kosten op basis van werkelijk bestede uren tegen het voorcalculatorisch uurtarief toegerekend aan producten, kredieten en grondexploitatie(s); Jaarlijks wordt met het opstellen van de begroting, op basis van het totaal aantal productieve uren (met uitzondering van het Sportbedrijf en de Buitendienst), een uurtarief voor de overheadkosten vastgesteld. Indien er voor een afdeling een doorbelasting plaatsvindt naar kredieten of grondexploitatie wordt hieraan ook een opslag voor overheadkosten toegerekend. Kosten ingehuurd personeel De kosten van ingehuurd personeel komen direct ten laste van producten, kredieten en grondexploitatie(s) waarvoor ingehuurd wordt Indien de kosten van ingehuurd personeel direct ten laste gebracht kunnen worden van kredieten en grondexploitatie vindt er ook toerekening van overheadkosten plaats.
nota kostentoerekening 2026
5
4. DE KOSTENTOEREKENINGSYSTEMATIEK 4.1 Kostentoerekening Bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening, alsook bij berekenen van kostprijzen en tarieven, worden alle kosten zoveel mogelijk direct toegerekend aan de betreffende taakvelden en projecten. In de begroting en de jaarrekening worden de kosten van de ondersteunende afdelingen, automatisering, huisvesting, algemene organisatie- en personeelskosten inzichtelijk gemaakt c.q. verantwoord op de taak “overhead”. Bij de direct productieve afdelingen / medewerkers worden de kosten via de kostenplaatsmethode op basis van productieve uren doorbelast op de betreffende producten en projecten. Doordat bij de berekeningen van de uurtarieven, de leges en de belastingtarieven wel uitgegaan moet worden van de integrale kostprijs (inclusief overhead), moeten deze extracomptabel geschieden. Onderstaande tabel geeft aan hoe het uurtarief voor een medewerker wordt berekend: Berekening uurtarief Uurloon Het totaal van de loonkosten + overige kosten gedeeld door het totaal aantal afdeling productieve uren van de betreffende afdeling Tarief Alle overheadkosten van de gemeente gedeeld door het totaal aantal overhead productieve uren van de gemeente. + Voor alle afdelingen binnen de gemeente geldt hetzelfde tarief voor de overhead.
Uurtarief
Uitzonderingen hierop zijn de afdelingen “Sportbedrijf” en “Buitendienst”. Bij deze afdelingen zijn de kosten voor ICT en Huisvesting uit de berekening geëlimineerd, aangezien zij van deze faciliteiten geen of minder gebruik maken. Het tarief dat voor alle medewerkers van de betreffende afdeling gehanteerd wordt voor het maken van kostprijsberekeningen
Onderstaande tabel geeft aan hoe de kostendekkendheid van een heffing word berekend: Berekening kostendekkendheid van een heffing Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en) Netto kosten taakveld
Deze kosten zijn inclusief omslagrente. Deze inkomsten zijn exclusief de opbrengsten van heffingen.
Perceptiekosten + Toe te rekenen kosten + Overheadkosten + Rente + BTW + Kruisbestuiving + Inzet voorziening beklemde middelen Totale kosten
Kosten die zijn gemoeid met de heffing en invordering van belastingen. Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten.
Opbrengst heffingen
Opbrengsten betreffende legesheffingen door de gemeente.
Dekkingspercentage
De mate waarin de kosten kunnen worden betaald uit de opbrengsten van de heffingen.
Deze kosten zijn inclusief omslagrente. Verschil tussen de omslagrente en de gemiddelde rente die de gemeente op de aangetrokken geldleningen betaald. Betreft niet verrekenbare / compensabele btw. Bijdrage samenhang niet kostendekkende producten/tarieven. Beklemde middelen derden betreffen (van derden) ontvangen gelden met een specifiek bestedingsdoel.
nota kostentoerekening 2026
6
4.2 Productieve uren In de begroting, tariefs- en kostprijsberekeningen van de gemeente wordt het aantal productieve uren dat een full time medewerker (1 fte = 36 uur) geacht wordt te maken, éénmaal per 4 jaar en/of indien daar aanleiding toe is, geactualiseerd. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: De onderstaande omrekening van bruto naar productieve uren per fte is gemeentebreed vastgesteld; Leidinggevenden worden begrotingstechnisch voor 100% vrijgesteld van productieve taken; Het aantal verlofdagen, de marges voor ziekte/doktersbezoek, studieverlof en indirect productieve werksoorten worden geactualiseerd en bepaald. Onderstaande tabel geeft aan hoe de norm voor het aantal productieve uren per fte wordt berekend: Omrekening van bruto naar netto uren Aantal uren
Formele werktijd (365,25 dagen; 7,2 uur per werkdag bij 36 uur) Af: landelijke feestdagen
1.878 ...
Gemiddelde arbeidsduur per jaar landelijk cf. CAR / UWO (A)
.…
Af: Collectieve improductieve uren:
...
(Dit zijn uren waarin de werknemer niet beschikbaar is voor het verrichten van werk)
Wettelijk verlof (gemiddeld .. dagen) Bovenwettelijke verlof Buitengewoon verlof (gem .. dagen) Ziekteverzuim (… % van saldo A)
...
Beschikbare productieve uren per jaar
.…
Indirect productief (alg. overleg, OR/OC, cursussen, diversen etc.)
...
Aantal direct productieve uren per fte
…
... ...
Ten behoeve van de afdelingsplanningen wordt het aantal productieve uren afgerond op hele uren, op een veelvoud van 5. De norm voor het aantal productieve uren per fte wordt eenmaal in de vier jaar (bestuursperiode) door het college vastgesteld t.b.v. het opstellen van de begroting en de nota grondexploitatie.
nota kostentoerekening 2026
7