48 Bijlage 1 Startnotitie subsidiebeleid
Tekst van het document
Concept onderzoeksopzet Onderwerp:
Subsidiebeleid
Gemeente:
Waalwijk
Versie:
concept
Steller:
Judith Hendrickx
Inleiding In de raadsvergadering van 15 juli jl. is er door de gemeenteraad van Waalwijk een motie aangenomen met een verzoek aan de rekenkamercommissie om het subsidiebeleid onder de loep te nemen. Aanleiding van deze motie vormt een voorgenomen bezuiniging door het College van B&W op het sociaal cultureel centrum Den Bolder. De gemeenteraad is van mening dat bij de discussie over de subsidie aan Den Bolder is gebleken dat er niet altijd duidelijkheid is ten aan zien van de subsidieverstrekking. Met name het aspect van het eigen inkomsten verwerven door een gesubsidieerde instelling en de rol van historisch gegroeide vergunningen en subsidies roept vragen op. De gemeenteraad wil graag meer inzicht in de huidige subsidie systematiek en vraagt zich af of de huidige subsidie regeling moet worden herijkt. In 2009 heeft de rekenkamercommissie ook al onderzoek gedaan naar het subsidiebeleid. Dit op verzoek van de toenmalige gemeenteraad. In haar rapport heeft de rekenkamercommissie verschillende tekortkomingen in het subsidiebeheer geconstateerd. Het ontbreken van concreet geformuleerde prestatieafspraken maakte het voor de rekenkamer destijds lastig om na te gaan of het subsidiebeleid doelmatig en doeltreffend was.
Over de gehele linie concludeerde de rekenkamercommissie dat het subsidiebeleid substantiële verbetering behoefte en heeft daar destijds verschillende aanbevelingen voor gedaan. Als rekenkamercommissie vinden we het belangrijk om te kunnen leren van de acties die in het verleden hebben plaatsgevonden en op basis daarvan voorstellen te doen om het beleid en de controle daarop beter vorm te geven. Onze eerste gedachten voor dit onderzoek naar het Waalwijks subsidiebeleid betreft een QuickScan om te onderzoeken of de aanbevelingen uit het rapport van 2009 goed zijn geïmplementeerd en of dat daardoor de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid zijn verbeterd. Meer specifiek gaan we in op de vragen van de raad die gaan over neveninkomsten van een gesubsidieerde instelling en de rol van historisch gegroeide vergunningen en subsidies.
Doel De rekenkamercommissie is van mening dat we dit onderzoek naar het Waalwijks subsidiebeleid breder moeten inzetten. Zeker in het licht van een discussie die de Raad wil voeren
1
over herijking lijkt het ons verstandig om naar het subsidiebeleid in haar volle breedte te kijken. We gaan daarbij ook in op de specifieke onduidelijkheden met betrekking tot de historische gegroeide vergunningen en subsidies en het verwerven van eigen inkomsten door gesubsidieerde instellingen.
Onderzoeksvragen Om het doel van het onderzoek te realiseren moeten de volgende onderzoeksvragen worden beantwoord, De centrale vraag luidt: Wat is er gedaan met de aanbevelingen uit het onderzoek naar het subsidiebeleid en hoe heeft de subsidieverstrekking en vergunningverlening zich in de tijd ontwikkeld? Deelvragen: 1. Wat was de centrale vraagstelling en de aanbevelingen van het onderzoek naar subsidiebeleid? 2. Op welke wijze heeft de raad en het college zich uitgesproken over de aanbevelingen uit het rapport? 3. In hoeverre zijn de aanbevelingen door de raad en het college overgenomen? 4. Zijn er afspraken gemaakt over de implementatie van de aanbevelingen? 5. Op welke wijze is de raad geïnformeerd over de aanbevelingen in het vervolgtraject en in hoeverre heeft de raad zelf om informatie gevraagd? 6. Zijn de aanbevelingen uiteindelijk vertaald in beleid? Deelvragen die betrekking hebben op de meer specifieke vragen van de raad: 7. Hoe hebben de subsidieafspraken en vergunningverlening zich in de tijd ontwikkeld? 8. Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen ten aanzien van gesubsidieerde instellingen die neveninkomsten willen verweven en meer specifiek voor Den Bolder?
Afbakening/Reikwijdte Het onderzoek naar het subsidiebeleid heeft de rekenkamer in februari 2009 opgeleverd. De rekenkamer wil nagaan in hoeverre er gevolg gegeven aan de aanbevelingen. De rekenkamer richt zich met dit opvolgingsonderzoek op de feitelijke instrumentele doorwerking van het rekenkamerrapport naar subsidiebeleid. Dat betekent dat er wordt gekeken in hoeverre de conclusies en aanbevelingen overgenomen zijn, vastgesteld zijn via een raadsbesluit en een concreet aantoonbaar vervolg (door de raad, het college, de ambtelijke organisatie en/of griffie) is gegeven in vervolgtrajecten en in het beleid van de gemeente Waalwijk. Hiervoor wordt er gekeken naar (beeld) verslagen van vergaderingen, uit vervolgactieplannen en uit raads-, college en beleidsdocumenten van de gemeente. Bij de vragen over de subsidieafspraken en vergunningen is het leerzaam om te kijken naar een aantal specifieke casussen/instellingen die te maken hadden met vergunningverlening en subsidieverlening voor en
2
na het rekenkamerrapport uit 2009. Evenals de vraag die ingaat op de mogelijkheden en beperkingen ten aanzien van het verwerven van eigen inkomsten door gesubsidieerde instellingen.
Normenkader In april 2018 heeft de NVRR een nieuw model gepresenteerd voor het meten en verklaren van de doorwerking van een rekenkamerproduct en voor het trekken van lessen daaruit1. Voor het doorwerkingsonderzoek heeft de rekenkamer zich laten inspireren door het model van de NVRR. Wij spreken van goede doorwerking als achtereenvolgens aan drie voorwaarden is voldaan: 1. Het college ondersteunt de aanbevelingen van de rekenkamercommissie in zijn bestuurlijke reactie. Daarbij gaat het zowel om aanbevelingen aan het college als om aanbevelingen aan de raad omdat die toch vaak een gerichte opdracht aan het college inhouden. 2. De raad neemt de aanbevelingen van de rekenkamercommissie over en geeft waar nodig opdracht aan het college tot uitvoering. 3. Het college neemt de uitwerking de overgenomen aanbevelingen ter hand en wel op een zodanige manier dat de resultaten goed zichtbaar worden in de beleids- en/of uitvoeringspraktijk.
Werkwijze Het onderzoek wordt uitgevoerd door bestudering van relevante documenten, beeldmateriaal en het houden van interviews. De verkregen informatie zal vervolgens aan de hand van de onderzoeksvragen worden verwerkt in het onderzoek. De uitvoering van het onderzoek wordt uitbesteed aan een onderzoeksbureau.
Rapportage Het onderzoek moet uitmonden in een korte en bondige rapportage waarmee er inzicht wordt verkregen over de wijze waarop de gemeenteraad en het college de aanbevelingen uit het rapport naar het subsidiebeleid al dan niet heeft geïmplementeerd. Daarnaast wil de rekenkamer komen met een aantal aanbevelingen om de doorwerking van rekenkameronderzoeken indien mogelijk te verbeteren. We streven ernaar om het onderzoeksrapport halverwege 2022 op te leveren.
1
3
NVRR (april 2018), Handreiking meten van doorwerking rekenkamerproducten. De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies stelde in samenwerking met lokale rekenkamers een model samen voor het meten van doorwerking van rekenkamerproducten. Dit model bevat o.a. het bereik van het product, de effecten die het product teweeg heeft gebracht en de mate en het type van doorwerking en verklaringen hiervoor.