40 Min van BZK Herziene circulaire 2022 onkostenvergoeding en bezoldiging politieke ambtsdragers+gemeenten
Tekst van het document
Directie Democratie en Bestuur Afdeling Politieke Ambtsdragers en Weerbaarheid Turfmarkt 147 DEN HAAG Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Contactpersoon Postbus.HelpdeskPa@minbzk.nl Datum 1 december 2021 Kenmerk 2021-0000634561 Onderwerp
Doelstelling
Wijziging per 1 juli 2021 van de bezoldiging van burgemeesters en wethouders en per 1 januari 2022 geïndexeerde bedragen van de (onkosten)vergoeding en toelagen voor politieke ambtsdragers van gemeenten Informatie over regelgeving
Relaties met andere circulaires
Hoofdstuk 3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers 21 oktober 2020, nr. 2020-0000572581
Ingangsdatum
1 juli 2021
Geldig tot
1 januari 2023
Juridische grondslag
Publicatie op internet Circulaires met betrekking tot de rechtspositie van politieke ambtsdragers worden uitsluitend bekend gemaakt op de site van de officiële bekendmakingen (Staatscourant) en op de website www.politiekeambtsdragers.nl. U kunt zich met een RSS-feed of e-mail-attendering abonneren op deze site. Als er een circulaire op deze site wordt gepubliceerd, ontvangt u een attendering. 1. Inleiding 1.1 Verkorte circulaire Ieder jaar worden de vergoedingen en toelagen voor politieke ambtsdragers en bestuurders geïndexeerd aan de hand van door het CBS vastgestelde indexatiecijfers. Voor bepaalde bedragen is bepaald dat zij jaarlijks worden herzien aan de hand van de consumentenprijsindex en voor een aantal andere bedragen is bepaald dat zij jaarlijks worden herzien aan de hand van het indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. Het doorvoeren van de wijzigingen in de bedragen in de regelgeving vergt tijd en was tot op heden meestal pas gereed in de laatste weken van het jaar. Om die reden was het staande praktijk dat u vooruitlopend op het formeel van kracht worden van die wijzigingen, door middel van een circulaire geïnformeerd werd over de aanstaande wijzingen voor burgemeesters, wethouders,
Pagina 1 van 8
Datum 1 december 2021 Kenmerk 2021-0000634561
raadsleden en commissieleden. U kon daardoor tijdig administratief de wijzigingen voorbereiden of doorvoeren. Vanaf dit jaar zal ernaar worden gestreefd de ministeriële regeling tot wijzigingen van de betreffende bedragen eerder gereed te hebben waardoor voor de nieuwe bedragen volstaan kan worden met een verwijzing naar de betreffende regeling. De ministeriële regeling is bijgevoegd. In deze circulaire wordt u om deze reden alleen nog geïnformeerd over de hoogte van de indexatie in zijn algemeenheid. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de gevolgen van de nieuw afgesloten CAO Rijk 2021 ook mee te nemen in de ministeriële regeling. 1.2 Indexatie vergoedingen en toelagen Wijziging op basis van indexatie Consumentenprijsindex Voor een aantal bedragen is in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: het rechtspositiebesluit) bepaald dat zij jaarlijks worden herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Voor de indexering met ingang van 1 januari 2022 betekent dit het volgende. De consumentenprijsindex voor september 2020 is vastgesteld op 107,88. Voor september 2019 is het indexcijfer vastgesteld op 106,70. Procentueel is dat een verhoging van 1,1.
Dit betekent dat deze bedragen met ingang van 1 januari 2022 worden verhoogd met 1,1 %. Het gaat om de volgende bedragen: • Ambtstoelage burgemeester (artikel 3.2.6, eerste lid); • Onkostenvergoeding wethouder (artikel 3.2.6, tweede lid); • Onkostenvergoeding waarnemende wethouder (artikel 3.2.6, tweede lid); • Onkostenvergoeding raadsleden (artikel 3.1.6, eerste lid). De hiervoor per 1 januari 2022 vastgestelde bedragen zijn in de ministeriële regeling opgenomen in de tabel onder artikel I, waarnaar ik u kortheidshalve verwijs. In de tabel wordt verwezen naar de genoemde artikelen uit het rechtspositiebesluit. Indexatie op basis van CAO-lonen overheid Voor een aantal andere bedragen in het rechtspositiebesluit is bepaald dat zij jaarlijks worden herzien aan de hand van het indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Voor de indexering voor het jaar 2022 betekent dit het volgende.
Pagina 2 van 8
Datum 1 december 2021 Kenmerk 2021-0000634561
Het indexcijfer CAO-lonen overheid inclusief bijzondere beloningen voor september 2020 is vastgesteld op 118,8. Voor september 2019 is dit indexcijfer vastgesteld op 115,1. Procentueel is dat een verhoging van 3,2. Dit betekent dat deze bedragen met ingang van 1 januari 2022 worden verhoogd met 3,2 %. Het gaat om de volgende bedragen: • Vergoeding raadsleden (artikel 3.1.1, eerste lid); • Vergoeding commissieleden (artikel 3.4.1, eerste lid). De hiervoor per 1 januari 2022 vastgestelde bedragen zijn in de ministeriële regeling opgenomen in de tabel onder artikel I, waarnaar ik u kortheidshalve verwijs. In de tabel wordt verwezen naar de genoemde artikelen uit het rechtspositiebesluit. Wijziging op grond van salarisverhoging CAO Rijk Een aantal andere bedragen in het rechtspositiebesluit wordt gewijzigd als in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen voor het personeel dat krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam is bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op 11 november 2021 is een akkoord gesloten voor een nieuwe Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk (hierna: CAO Rijk 2021) en wel voor de periode 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2022. In deze CAO-Rijk is onder meer met ingang van 1 juli 2021 een salarisverhoging van 2,0 % overeengekomen.
De volgende bedragen volgen deze afspraak en worden derhalve eveneens met 2,0 % verhoogd: • Mobiliteitstoelage burgemeester (artikel 3.2.5, eerste lid); • Tegemoetkoming voor de verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden voor de tijdelijke vervanger van een wethouder (artikel 3.2.15, eerste lid); • Tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering voor een raadslid (artikel 3.1.10, eerste lid); • Toelage van een lid van een vertrouwenscommissie of rekenkamerfunctie (artikel 3.1.2); • Toelage lid van een bijzondere commissie (artikel 3.1.4); • Toelage van een fractievoorzitter (artikel 3.1.5). De hiervoor per 1 juli 2021 vastgestelde bedragen zijn in de ministeriële regeling opgenomen in de tabel onder artikel II, waarnaar ik u kortheidshalve verwijs. In de tabel wordt verwezen naar de genoemde artikelen uit het rechtspositiebesluit.
Pagina 3 van 8
Datum 1 december 2021 Kenmerk 2021-0000634561
2. Bezoldiging burgemeester en wethouders 2.1 Salarisverhoging per 1 juli 2021 Op grond van artikel 3.2.1, eerste, derde en zevende lid, van het rechtspositiebesluit wijzigt de bezoldiging van burgemeesters en wethouders als in een collectieve arbeidsovereenkomst afspraken zijn gemaakt over een wijziging van het loon voor personeel dat krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam is bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Onlangs is in de CAO-Rijk 2021 afgesproken dat met ingang van 1 juli 2021 de salarisbedragen structureel worden verhoogd met 2,0 %. Concreet betekent die afspraak voor burgemeesters en wethouders dat zij structureel met terugwerkende kracht tot 1 juli 2021 een salarisverhoging krijgen van 2,0 %. De exacte bezoldigingsbedragen per inwonersklasse van een gemeente kunt u terugvinden in de ministeriële regeling in de tabel onder artikel II. De salarisverhoging per 1 juli 2021 moet ook met terugwerkende kracht worden betaald aan diegenen die sinds 1 juli 2021 het ambt hebben verlaten. 2.2 Doorwerking salarisverhoging naar uitkeringen en pensioenen voor burgemeesters Uitkeringen De structurele verhoging van het salaris heeft een algemeen karakter en werkt daarom op basis van artikel 133, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) door naar al ingegane Appa-uitkeringen.
Pensioenen De verhoging van het salaris per 1 juli 2021 is pensioengevend met ingang van 1 januari 2022. Het pensioengevend inkomen wordt in de ABP-regeling namelijk volgens de zogenoemde ‘peildatumsystematiek’ berekend op basis van het vaste inkomen, zoals dat op 1 januari van elk kalenderjaar bekend is, verhoogd met de variabele pensioengevende inkomensbestanddelen van het voorgaande jaar. Deze salarisaanpassing heeft geen effect op al lopende ABP-pensioenen. Die worden namelijk aangepast op basis van de prijsontwikkeling. 2.3 Doorwerking salarisverhoging naar uitkeringen en pensioenen voor wethouders Uitkeringen De structurele verhoging van het salaris heeft een algemeen karakter en werkt daarom op basis van artikel 133, derde lid, van de Appa door naar al ingegane Appa-uitkeringen.
Pagina 4 van 8
Datum 1 december 2021 Kenmerk 2021-0000634561
Pensioenen De structurele verhoging van het salaris is pensioengevend met terugwerkende kracht tot 1 juli 2021. In tegenstelling tot de ABP-regeling wordt het pensioengevend salaris in de Appa-regeling met terugwerkende kracht naar 1 juli 2021 aangepast. Deze salarisaanpassing heeft geen effect op al lopende Appa-pensioenen. Reeds ingegane Appa-pensioenen worden namelijk aangepast overeenkomstig de wijzingen van de ABP-pensioenen (indexatie op basis van prijsontwikkeling). 3. Eenmalige uitkering burgemeesters en wethouders 3.1 Eenmalige uitkering in december 2021 In de CAO Rijk 2021 is afgesproken dat alle werknemers die op 1 december 2021 een arbeidsovereenkomst met de Staat der Nederlanden hebben en waarop de CAO Rijk 2021 van toepassing is, in december 2021 een eenmalige uitkering ontvangen van € 300,- bruto. Dit bedrag geldt bij een volledige arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week. Voor werknemers met een andere arbeidsduur geldt dit bedrag naar rato van de volledige arbeidsduur. In artikel 3.2.1, dertiende lid, van het rechtspositiebesluit is bepaald dat indien een éénmalige uitkering wordt toegekend aan het personeel dat krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam is bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de burgemeester en de wethouder een uitkering op gelijke voet ontvangen.
Gelet op deze bepaling hebben in december 2021 de burgemeesters en wethouders die op peildatum 1 december 2021 in hun ambt zaten, aanspraak op een éénmalige bruto uitkering van € 300,-. Wethouders met een aangepaste tijdsbestedingsnorm ontvangen het bedrag naar rato. 3.2 Doorwerking eenmalige uitkering naar uitkeringen en pensioenen voor burgemeesters Uitkeringen Alleen de structurele verhogingen van het salaris werken op basis van artikel 133, derde lid, van de Appa door naar al ingegane Appa-uitkeringen. Aangezien de éénmalige uitkering van € 300,- geen structurele verhoging is, werkt deze dus niet door naar al ingegane Appa-uitkeringen. Pensioenen De éénmalige uitkering per december 2021 is pensioengevend per 1 januari 2022. Het pensioengevend inkomen wordt in de ABP-regeling namelijk volgens de zogenoemde ‘peildatum-systematiek’ berekend op basis van het vaste inkomen, zoals dat op 1 januari van elk kalenderjaar bekend is, verhoogd met de variabele pensioengevende inkomensbestanddelen van het voorgaande jaar. Pagina 5 van 8
Datum 1 december 2021 Kenmerk 2021-0000634561
Deze eenmalige uitkering heeft geen effect op al lopende ABP-pensioenen. Die worden namelijk aangepast op basis van de prijsontwikkeling. 3.3 Doorwerking éénmalige uitkering naar uitkeringen en pensioenen voor wethouders Uitkeringen De éénmalige uitkering van € 300,- werkt niet door naar al ingegane Appauitkeringen. Artikel 133, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) ziet namelijk alleen op de doorwerking van structurele verhogingen van het salaris. Pensioenen Op grond van artikel 13d, eerste lid, van de Appa is de éénmalige uitkering pensioengevend. De éénmalige uitkering heeft geen effect op al lopende Appa-pensioenen. Reeds ingegane Appa-pensioenen worden namelijk aangepast overeenkomstig de wijzingen van de ABP-pensioenen (indexatie op basis van prijsontwikkeling). 4. Eindejaarsuitkering en vakantie-uitkering burgemeester en wethouders Burgemeesters en wethouders hebben op grond van artikel 3.2.1, elfde en twaalfde lid, van het rechtspositiebesluit recht op een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering. De percentages hiervoor zijn niet aangepast en derhalve gelijk aan voorgaande jaren. Voor de vakantie-uitkering geldt voor beiden een percentage van 8 % van de genoten bezoldiging. Voor de eindejaarsuitkering geldt een percentage van 9,8 % van de genoten bezoldiging voor burgemeesters 1 en een percentage van 8,3 % voor wethouders.
Naast genoemde eindejaarsuitkering ontvangen burgemeesters op grond van artikel 3.2.1, veertiende lid, de aanvullende eindejaarsuitkering ad €450,- (in voorkomend geval naar rato). Deze eindejaarsuitkering is een vast bedrag en wordt dus niet geïndexeerd. 5. Geen doorwerking thuiswerkvergoeding Er is net als vorig jaar in de nieuwe CAO Rijk 2021 een eenmalige thuiswerkvergoeding € 430,- netto afgesproken. Omdat de vergoeding alleen op aanvraag kan worden verkregen en voor die verkrijging aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan, kan het niet worden aangemerkt als een algemene vergoeding. Het betreft een onkostenvergoeding en geen eenmalige uitkering. 1
In de circulaire van 21 oktober 2020, kenmerk 2020-0000572581, is aangekondigd dat de omissie van het wegvallen van de grondslag voor de sinds jaren toegekende toeslag van 1,5 % voor burgemeesters in de regelgeving zal worden hersteld met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2019.
Pagina 6 van 8
Datum 1 december 2021 Kenmerk 2021-0000634561
Dat betekent dat er ook dit jaar geen doorwerking plaatsvindt van de eenmalige thuiswerkvergoeding naar burgemeesters en wethouders. Naast deze eenmalige thuiswerkvergoeding is er ook een afspraak gemaakt voor een structurele thuiswerkvergoeding per 1 januari 2022. Deze vergoeding bestaat uit een netto vergoeding van € 2,- per thuiswerkdag ongeacht de werkuren van de werknemer per dag. Op dagen dat de werknemer deels thuiswerkt en deels werkt op een werklocatie of elders, is er geen recht op de vergoeding. Dit betreft geen eenmalige uitkering, maar een structurele vergoeding, waarvoor eveneens aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan. In de rechtspositieregelingen voor politieke ambtsdragers is er voor een dergelijke structurele vergoeding geen juridische grondslag. Ook van deze vergoeding is derhalve geen doorwerking naar politieke ambtsdragers. 6. Voorzieningen thuiswerkplek In de CAO Rijk 2021 zijn, naast afspraken over een thuiswerkvergoeding, afspraken gemaakt om werknemers die thuiswerken te faciliteren bij de inrichting van een thuiswerkplek. Dit gaat onder andere om arbovoorzieningen die door de werkgever worden verstrekt en/of door de werknemer voor het thuiswerken mogen worden aangeschaft en tot een maximaal bedrag mogen worden gedeclareerd.
Hiernaast gaat het om een extra werkgeversbijdrage één keer per vijf kalenderjaren en de mogelijkheid om aanvullend het IKB-budget, waar werknemers in de sector Rijk over beschikken, fiscaal vriendelijk in te zetten voor meubilering en stoffering van de thuiswerkplek. Voor politieke ambtsdragers geldt dat de algemeen geldende arbo-wetgeving ook op hen van toepassing is en dat zij op basis daarvan bijvoorbeeld aanspraak kunnen maken op een beeldschermbril, verstelbare bureaustoel en voetensteun. Een vergoeding ten behoeve van de verdere inrichting van de thuiswerkplek (meubilering en stoffering) is voor hen niet mogelijk. Hiervoor is in de rechtspositieregelingen voor politieke ambtsdragers geen juridische grondslag opgenomen. Ook het in januari 2020 voor het personeel in de sector Rijk afgesproken individueel keuzebudget (IKB) is niet op hen van toepassing. Een regeling als het IKB is voor politieke ambtsdragers niet uitvoerbaar, omdat zij geen verlofregeling kennen en dus ook geen geld voor tijd kunnen inwisselen of andersom. De in de CAO Rijk 2021 opgenomen afspraken wat betreft de voorzieningen voor de thuiswerkplek, hebben om deze redenen geen doorwerking naar politieke ambtsdragers. 7. Vragen en informatie op internet Informatie die betrekking heeft op politieke ambtsdragers kunt u vinden op de volgende internetsite: www.politiekeambtsdragers.nl.
Op deze site vindt u alle actuele wet- en regelgeving, circulaires en brochures over politieke ambtsdragers voor het Rijk, de provincie, de gemeente, de waterschappen en ook voor het Koninkrijk en de BES-eilanden voor zover deze afkomstig is van het
Pagina 7 van 8
Datum 1 december 2021 Kenmerk 2021-0000634561
ministerie van BZK. U vindt hier dus niet de modelverordeningen van de VNG of de gemeentelijke verordeningen. Voor eventuele nadere vragen kunt u ook contact opnemen met het ministerie van BZK via postbus.helpdeskpa@minbzk.nl. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor deze,
Ellen van Doorne, Directeur Democratie en Bestuur
Pagina 8 van 8