36a Bijlage Reactie op bespreking Incidenteel tekort Schoenenkwartier
Tekst van het document
Ingezonden stuk naar aanleiding van bespreking agendapunt 4 tijdens 'Gespreksavond' van 19.01. jl. Na het gadeslaan van met name de behandeling van agendapunt 4 “Incidenteel tekort Schoenenkwartier / onttrekking reserve” tijdens de ‘Gespreksavond’ met de gemeenteraad op donderdag 19 januari jl. wil ondergetekende positief kritisch hierop met een genuanceerd oordeel reageren. Dat wil zeggen zonder op enerlei wijze de bedoeling te hebben de privacy van wie dan ook te (willen) beschadigen. Daarom kan deze reactie via het RIS in alle openbaarheid als ingezonden stuk worden toegevoegd aan de agenda van de raadsvergadering van donderdag 2 februari a.s. Het gaat mij hierbij vooral om de manier van het - al dan niet rechtmatige - gebruik van de term ‘PRIVACY’, alsmede de handelwijze dienaangaande. Zo werd in de agenda bij de aankondiging van het onderhavige raadsvoorstel nadrukkelijk vermeld dat de door diverse politieke partijen vooraf ingebrachte schriftelijke vragen in verband met privacygevoelige informatie niet openbaar gemaakt konden worden. En ook de namens het college op die vragen gegeven antwoorden zouden om dezelfde reden voor andere personen dan het college en raadsleden met fractievolgers niet vrij toegankelijk zijn.
Zo’n opstelling - in de trant van “in het kader van de privacy kan hierop in het openbaar niet nader worden ingegaan”- voorafgaand aan de bespreking van een onderwerp, is daarmee feitelijk meteen een hindernis en werpt onmiddellijk een blokkade op. Zoiets zorgt sowieso voor verwarring, maar wekt niet zelden de schijn dat zoiets wordt gedaan onder de rechtvaardiging van iets anders! Zo kan het bijvoorbeeld de vraag oproepen of het mogelijk als truc wordt gebruikt om te proberen de bestrijders van een stelling publiekelijk vleugel-lam ofwel machteloos te maken? De ontstane verwarring gold overigens niet alleen voor de mensen die de bespreking als geïnteresseerd volger respectievelijk vanaf de publieke tribune of via de livestream aanhoren en aanschouwen, maar met name voor de aan de bespreking deelnemende raadsleden en fractievolgers in het bijzonder.
Het recht moet zegevieren Een verbod om zich over een onderwerp in het openbaar vrijuit te mogen uitlaten, druist volledig in tegen het recht op vrijheid van meningsuiting dat in Nederland in artikel 7 van de Grondwet en daarnaast is ook in verschillende internationale verdragen de vrijheid van meningsuiting opgenomen. Bijvoorbeeld in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In artikel 7 van de Grondwet staat dat niemand voorafgaand toestemming nodig heeft van de overheid om iets te zeggen of te schrijven in het openbaar. Maar natuurlijk zijn er wel grenzen en mag je niet alles zeggen en schrijven. Sommige uitingen kunnen dermate schadelijk zijn voor individuen en de samenleving, dat betreffende mensen die zulke uitlatingen doen daarvoor dan ook via de rechter gestraft kunnen worden. Vrijheid van meningsuiting houdt met name op daar waar in het strafrecht een grens is getrokken. Strafrecht is het geheel van regels waarin is vastgelegd welke feiten en gedrag strafwaardig zijn, welke straffen er worden gegeven en hoe de strafoplegging wordt uitgevoerd.
Met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting zijn onderstaande dingen verboden: • Discriminatie: mensen anders behandelden, achterstellen of uitsluiten op basis van hun persoonlijke kenmerken, zoals bijvoorbeeld hun geslacht, het hebben van een beperking of hun geloof; • Opruiing: mensen aansporen om iets te doen wat niet mag; • Smaad: iemand zwartmaken door informatie over iemand te verspreiden, met als doel om de reputatie van diegene kapot te maken; • Laster: iemand beschuldigen van iets terwijl je weet dat het eigenlijk niet waar is; • Belediging: iemand opzettelijk in een kwaad, ongunstig daglicht stellen, mondeling, schriftelijk of in een video of foto. Maar in Nederland kennen wij in onze democratische staatsvorm ook rechten, zoals: • het vragenrecht; • het recht van interpellatie; • het recht van enquête; • het budgetrecht. - pagina 1 van 5 -
Het recht van enquête is het recht van een parlement of een ander vertegenwoordigend orgaan - zoals in Nederland de Eerste en Tweede Kamer, Provinciale Staten, de gemeenteraden en de eilandsraden - om in een bepaalde zaak een onderzoek in te stellen. Zo'n onderzoek heet officieel een parlementaire enquête. Kortom, wanneer de gemeenteraad zou vinden dat een bepaalde affaire tot op de bodem moet worden uitgezocht dan mag het daar een onderzoek naar instellen om eventueel nieuwe feiten boven water te krijgen. Een parlementaire enquête is voor een overheid het zwaarste middel dat kan worden ingezet om haar controlerende taak uit te oefenen. De getuigen die door de in te stellen enquêtecommissie worden opgeroepen, zijn wettelijk verplicht om te verschijnen. De commissie kan getuigen dwingen inlichtingen te verschaffen. Dit geldt ook voor de leden van het College van Burgemeester en wethouders. De verhoren zijn openbaar en alle getuigen staan dan bij de ondervraging onder ede, hetgeen inhoudt dat ze strafrechtelijk wegens meineed kunnen worden vervolgd indien blijkt dat ze niet de waarheid spreken. Nu een beroep doen op voornoemd controlemiddel zou echter een onevenredig zware wissel trekken op de toekomst en het voortbestaan van het museum.
Ondergetekende pleit daarom voor het onder nog nader te bepalen voorwaarden instemmen met betreffend raadsvoorstel! De ‘Wet open overheid’ biedt daarvoor zowel voor leden van de gemeenteraad alsook voor individuele burgers een reële mogelijkheid.
Wet open overheid [Woo] Sinds de ingang van de ‘Wet open overheid’ op 1 mei 2022 is er nog meer druk komen liggen op overheden om verzoeken tot verstrekking van informatie tijdig af te handelen. Inmiddels is gebleken dat het informeel afhandelen van zo’n verzoek een legale uitkomst lijkt om de termijn en het formele proces te omzeilen. Maar zo’n informele behandeling gaat dan vrijwel altijd hand in hand met het niet openbaar maken van documenten voor het bredere publiek. De relevante documenten worden hierbij alleen met de individuele verzoeker gedeeld. Naar verluidt zouden burgers meestal niet geïnteresseerd zijn in e-mailverkeer tussen politieke ambtsdragers en "schriftelijke afspraken van de overheid met een of meer partijen gericht op het realiseren van bepaalde (beleids-) doelstellingen en het leveren van prestaties.” Burgers zijn kennelijk vooral nieuwsgierig naar de redenering achter een besluit en verzoekers van verstrekking van informatie voelen zich meer geholpen met een telefoongesprek van een half uur dan met honderden pagina’s aan documenten. Zich als verzoeker gezien en gehoord voelen zou daarmee bijdragen aan het vertrouwen in de overheid. Maar het zou natuurlijk nog beter zijn om te streven naar een werkwijze waarmee formeel en informeel afhandelen met elkaar worden verbonden! Ze kunnen elkaar namelijk versterken.
Immers wanneer er tijdens een telefoongesprek of een fysieke afspraak wordt verwezen naar slechts een paar documenten die naar de verzoeker worden gestuurd, dan kunnen diezelfde documenten ook openbaar worden gemaakt. Op die manier wordt in principe meteen ook aan de verplichting van de ‘Woo’ voldaan tot openbaarmaking van overheidsinformatie en wordt er tegelijkertijd geïnvesteerd in de relatie tussen burger en overheid en dat zou bijdragen aan het creëren van een transparante én menselijke overheid.
Reactie op “Incidenteel tekort Schoenenkwartier/onttrekking reserve” In het ‘Raadsvoorstel dossier 2022-062859’ heeft het College de leden van de gemeenteraad onder punt 1 als volgt laten weten: “het Schoenenkwartier heeft een aantal kosten gemaakt m.b.t. het vertrek van de voormalige directeur van het Schoenenkwartier. Ondanks dat het geen ontslag was maar een beëindiging van het dienstverband van rechtswege (het contract liep af per 30-11-2022) heeft dit het Schoenenkwartier geld gekost. Doordat het niet verlengen van het contract ook maatschappelijk voor veel onrust heeft gezorgd, heeft dit gevolgen voor o.a. het instellen van de Raad van Toezicht (deze wil/kan enkel aangesteld worden wanneer zij worden gesteund door externe partners waaronder de gemeente en niet starten met een tekort ad € 178.694 in 2023) en het werven van een nieuwe directeur (taak van de Raad van Toezicht).” Vervolgens werd onder punt 2 aangegeven dat het College “het Schoenenkwartier een incidentele subsidie wil verlenen ad € 178.694 voor de kosten die gemaakt zijn in 2022 en worden gemaakt in 2023 ten behoeve van het tekort dat is ontstaan door het vertrek van de directeur.” - pagina 2 van 5 -
“Hiermee wil zij het Schoenenkwartier per 2023 niet met een tekort laten starten en zorgen dat alle processen (waaronder het werven van een nieuwe directeur) zo snel mogelijk doorlopen kunnen worden.” Bij punt 8 wordt door het College vermeld dat er weliswaar geen sprake is van een ‘fatale beslisdatum’, maar dat er wel een reden is om het raadsvoorstel zo snel mogelijk bij de raad voor te leggen. Enerzijds zou dat naar verluidt te maken hebben met “het pro actief informeren van uw raad over de stand van zaken m.b.t. het Schoenenkwartier” en anderzijds om “het bestuur van het Schoenenkwartier in staat te stellen om de nieuwe Raad van Toezicht zo snel mogelijk in te stellen gezien de Raad van Toezicht niet zal starten met een tekort van € 178.694 zonder het voelen van steun vanuit de gemeente (vanuit beleid en financieel oogpunt)”. Proactief is het best te omschrijven als ‘jezelf tot actie aanzetten’ ofwel ‘de regie pakken en het stuur in eigen handen nemen’, waarbij ‘vooruitkijken en vooruitlopen’ onderdeel van het proces uitmaken. Dat is precies wat het College van B&W met dit raadsvoorstel heeft gedaan.
Echter gemakshalve ervan uitgaan dat in het kader van de privacy door de leden van de gemeenteraad in het openbaar niet nader op de onderliggende zaken kan worden ingegaan, dat is duidelijk een misvatting! Het hoogste bestuursorgaan van de gemeente heeft namelijk het wettelijke recht om zo nodig alles uit de kast te halen teneinde haar controlerende taak optimaal te kunnen uitvoeren. In het licht van de bescherming van ‘privacygevoelige informatie’ bezien, is het daarom wel raadzaam om uit het op donderdag 19 januari jl. in de eenzijdig door de inspreker namens het bestuur van het museum openbaar uitgesproken ene kant van het verhaal enkele passages nog eens letterlijk en onverkort de revue te laten passeren. “Wat heel jammer is, en dat vinden wij echt, in augustus van vorig jaar is er een crisissituatie ontstaan. Die crisis ontstond doordat door én ook namens de directeur er voortdurend een escalerend mediaspektakel is opgezet. Er werd gedreigd met gerechtelijke procedures voor het ‘Schoenenkwartier’, voor het bestuur maar ook voor de individuele bestuursleden. En ja, dat werd gedaan naar aanleiding van het feit dat wij haar hebben medegedeeld dat haar contract niet zou worden verlengd. De beoogde Raad van Toezicht-leden, die er toen al waren en ook al hadden toegezegd, die zeiden toen: ja bestuur, maak eerst schoon schip.
Voordat wij kunnen aantreden, willen wij dat eerst deze problemen zijn opgelost. Wat ik kan begrijpen. En hoewel de juridische situatie eigenlijk heel duidelijk was, want je hebt het over het eindigen van een arbeidscontract. En dat eindigt dan van rechtswege als er een tijdelijk contract, zeg maar afloopt. Wat toen heel duidelijk was, moesten wij ten behoeve van de bestijding van die crisis, werden wij gedwongen om en een advocaat, en een deskundige op het gebied van communicatie en een interimdirecteur erbij te betrekken. Wat toen ontstond, ik noem het maar gewoon een tsunami van ongenuanceerde berichtgeving. Agressief vaak en op de persoon gericht, en dat bleef maar doorgaan. Begin oktober hebben wij de directeur vrijgesteld van werk en ook uit haar functie ontheven. Eind november - er is dus best wel een periode overheen gegaan - is er een vaststellingsovereenkomst getekend door die twee partije: het bestuur en de directeur. En daarbij is afgesproken dat beide partijen geen gerechtelijke procedures zouden gaan beginnen, geen negatieve uitlatingen meer doen in de ruimste zin van het woord en ook geheimhouding zouden betrachten. En met ingang van 1 december is de directeur ook uit dienst gegaan.
Het crisismanagement, dus niet de ontbinding van die/of het aflopen van het arbeidscontract, maar juist de crisis die voortkwam uit de reactie die zij daarmee oproept die was natuurlijk nooit voorzien; die hadden wij nooit zo kunnen inschatten. En de kosten ervan zijn dus ook niet opgenomen in de reguliere begroting. Ik heb u net al de meest belangrijke factoren genoemd die deze kosten veroorzaken. Maar ten behoeve van de continuiteit van het Schoenenkwartier was die actie wel nodig. Wij werden gewoon gedwongen om dit soort zaken op te pakken.”
- pagina 3 van 5 -
“Nou, het bedrag waar we het dus over hebben, dat zijn de kosten die daaraan gerelateerd zijn; grotendeels zijn dat eenmalige incidentele kosten. Want ik heb u zojuist al aangegeven dat de reguliere exploitatie, ja die zit goed in elkaar. Dus wij denken toch op break-even te eindigen. Dus om die reden vragen wij de gemeente - omdat het niet in de begroting is opgenomen - wij ook geen enkele reserve hebben of zo hebben kunnen opbouwen de afgelopen jaren, om dat bedrag als extra subsidie beschikbaar te stellen. Als u daartoe zou besluiten dan zal de Raad van Toezicht, eigenlijk vrij snel daarna, onmiddellijk eigenlijk daarna, zou kunnen aantreden (dus in februari, begin februari), zullen wij aftreden, zodat er echt schoon schip is gemaakt wat betreft ook, zodat iedereen zonder die last van het verleden, zeg maar mee te hoeven dragen toch verder kan. En de inmiddels gestarte proces van werving en selectie van de nieuwe directeur waar we overigens in december al mee begonnen zijn en waarvoor al een selectieburo is gekozen - die kan dan ook gewoon doorgaan.” Voorts werden er tijdens de vragenronde nog diverse opmerkingen gemaakt en antwoorden gegeven die op z’n zachtst uitgedrukt wringen met ‘privacy gevoeligheid’. Zo werd door de inspreker namens het bestuur van het Schoenenmuseum - zonder enige toelichting uitgesproken dat “ook de pers niet altijd genuanceerd was”.
En verder werd er vreemd gereageerd op een vraag over uitgebleven communicatie van het bestuur naar de bevolking o.a. ná ontvangst van de petitie met een fors aantal handtekeningen. “Ik heb overigens, of wij hebben, in de afgelopen periode mensen best wel aangeboden, zij het in beperkte vertrouwelijke kring, zeg maar, om meer informatie te geven. Maar daar zijn we niet toe gekomen.” Bovendien werd - dat overigens met instemming van de voorzitter - op de zeer relevante vraag “Was al bekend voor het bestuur toen de begroting werd opgesteld dat het contract met de directeur niet zou worden verlengd?” slechts met lichaamstaal en niet met woorden gereageerd, terwijl die vraag toch simpel met een voor eenieder duidelijk verstaanbaar ja of nee had kunnen worden beantwoord. Ook in het verslag ontbreekt op pagina 9 het antwoord op die vraag. Maar ook de portefeuillehouder had niet op alle vragen een verhelderend antwoord. Zo werd door hem weliswaar bevestigd ervan te weten dat er - ondanks het dringende beroep om geheimhouding m.b.t. de samenstelling van het bedrag van het tekort - zeer recent informatie m.b.t. dat tekort via Facebook is gelekt, maar naar eigen zeggen zou hij niet op de hoogte [gebracht?] zijn van de exacte aard ervan. “Dat is het College namelijk ook een raadsel.
Ik heb ook in een aantal vragen die zijn gesteld begrepen dat men direct dan het lek bij de organisatie legt en dat vind ik een voorbarige. Dat wil ik even gezegd hebben. Kijk, als er informatie naar buiten treedt dan kan dat op een aantal vlakken gebeurd zijn. Ik betreur elk vlak, laat dat duidelijk zijn. Ik vind namelijk dat mensen hun verantwoordelijkheid moeten nemen daarin, of het nou een raadslid is of een medewerker van de gemeente of een collegelid is, ik denk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen, of het bestuur, dus als er dan iets gelekt is dan heb ik daar ook ernstige zorgen over. Maar ik kan er verder ook helemaal niks mee.” Maar vervolgens werd wel nog door de portefeuillehouder de vraag of de vertrouwelijkheid van de aan de raad verstrekte privacygevoelige informatie ná het lekken niet uitsluitend nog gaat over de specifieke hoogte van de verschillende bedragen kernachtig beantwoord met “klopt”.
Raad van Toezicht Zowel door inspreker namens het bestuur van het museum alsook door de portefeuillehouder wordt desgevraagd bevestigd dat de leden van deze Raad van Toezicht inmiddels zijn aangezocht. Zij zouden klaar staan om op 3 februari a.s. officieel te kunnen aantreden. De portefeuillehouder heeft verder nog gemeld dat hij op maandag 16 januari jl. met betreffende leden heeft kennisgemaakt en sprak zich lovend uit over hun gezamenlijke kwaliteiten c.q. bekwaamheden. Echter zij hebben naar verluidt aangegeven dat de gemeenteraad eerst akkoord zal moeten gaan met het voorliggende raadsvoorstel vooraleer zij als Raad van Toezicht van start wensen te gaan. Dat op zich is weliswaar alleszins begrijpelijk, maar dat zij daarop vooruitlopend in de tussenliggende tijd blijkbaar al wel achter de schermen actief blijken te zijn geweest en dus kennelijk reeds inzage in stukken hebben gehad, daarvan dient eenieder zich terdege af te vragen of dat wel wettig en aanvaardbaar is!
- pagina 4 van 5 -
Desgevraagd heeft de portefeuillehouder aangegeven dat zijn persoonlijke inschatting is dat er geen start komt van deze Raad van Toezicht, indien de gevraagde exploitatiesubsidie niet aan het Schoenenkwartier ter beschikking gesteld wordt.
“Vervelend spel” Naar eigen zeggen heeft de portefeuillehouder de conclusie getrokken dat er in deze netelige kwestie op enig moment “een vervelend spel is ontstaan”. Zowel de inhoudelijke alsook de verbale reactie op de navolgende - weliswaar op veronderstelling berustende - gestelde maar niettemin wel zeer essentiële vraag spreekt daarbij boekdelen. Vraag “Stel nou dat de (gemeente)raad - gehoord de signalen vanuit de samenleving, vanuit de vrijwilligers, vanuit andere direct betrokkenen bij het Schoenenkwartier, vanuit het personeel - had gezegd “zorg maar dat de directeur blijft”, dan had het kunnen zijn dat de twee bestuursleden waren opgestapt. En dan hadden we een nieuw bestuur moeten zoeken en ja, dan hadden we die twee ton niet hoeven te betalen. En waarom is dit dan nu toch de goede route?” Antwoord “Die laatste is een heel vervelende en heel lastige, want u suggereert nu dat die geluiden er zijn met betrekking tot geluiden die raadsleden hebben opgevangen. U noemt de samenleving, vrijwilligers en nog een groep, ik ben hem even kwijt. Ik moet u zeggen, ik heb ook geluiden uit de samenleving, en ook van vrijwilligers en ook van medewerkers. Ik heb er deze week zelfs nog een paar gesproken, medewerkers.
En heel vervelend maar er zijn medewerkers teruggekomen en er zijn vrijwilligers teruggekomen op de dag dat de voormalig directeur afscheid heeft genomen van het Schoenenkwartier. Dus ik denk dat het heel erg lastig ligt. Ik kan ook niet teveel daarover zeggen, maar de geluiden die u nu naar voren brengt, ik heb ze juist contrair gehoord. Dus ja, dat is een heel lastige discussie.” Voorts heeft de portefeuillehouder daarbij toch ook iets over zijn persoonlijke ‘werkrelatie’ met de voormalig directeur uitgesproken. “Ik kan gerust iets zeggen over de voormalig directeur. Ik heb daar bijna 2 jaar mee samengewerkt in de stuurgroep. Dat waren vanuit mij in ieder geval heel constructieve overleggen, waarbij het heel vaak wel heeft geschuurd en dan ging het vaak om financiën kan ik u ook zeggen. En dat is logisch, want een directeur die stapt op een rijdende trein, het concept was al ontwikkeld, zeg maar. En dan begrijp ik dat er heel vaak wensen zijn van een directeur die op een rijdende trein springt en nog graag een aantal zaken geregeld wil zien en daar hebben wij altijd pittige maar goede discussies over gehad en daar zijn wij volgens mij als stuurgroep altijd goed uitgekomen.”
Het individuele arbeidsrecht Hierbij gaat het om regels betreffende de specifieke relatie tussen werkgever en werknemer. Daaronder vallen onderwerpen als arbeidsovereenkomst en ontslag. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege na het verstrijken van de duur waarvoor deze is overeengekomen. Hiervoor is dus geen opzegging of ontbinding ervan nodig. Bovendien is het in zo’n geval niet verplicht en niet nodig om met elkaar nog apart een beëindigings- of vaststellingsovereenkomst overeen te komen. Bij het einde van een arbeidsovereenkomst is te allen tijde de wettelijk geregelde ontslagvergoeding ofwel transitievergoeding van toepassing. De hoogte van die vergoeding hangt af van het salaris en de lengte van het dienstverband. Aangezien het bestuur van het Schoenenkwartier op enig moment er belang bij had dat partijen zouden verklaren dat er geen gerechtelijke procedures zouden worden begonnen, geen negatieve uitlatingen in de ruimste zin van het woord meer zouden worden gedaan en dat ook geheimhouding zou worden betracht, werd er uiteindelijk door partijen toch een beëindigings- of vaststellings-overeenkomst ondertekend. Vanuit de positie van de vertrokken directeur bezien, zal tegenover die handtekening ongetwijfeld een ‘afkoopsom’ betaald zijn.
In hoeverre de gemeenteraad hierover concreet in kennis is gesteld, alsmede of het betreffende bedrag al dan niet inbegrepen is bij het tekort van € 178.694 laat zich voor de burgers van Waalwijk vooralsnog raden! Waalwijk, 26 januari 2023. Theo Weijters, medeburger van de gemeente Waalwijk. - pagina 5 van 5 -