252 Bijlage A Problematiek rondom stikstof en PFAS
Tekst van het document
Bijlage A bij brief d.d. 10 september 2021 t.a.v. het College van B&W van de gemeente Waalwijk Kamerstuk Datum publicatie
Organisatie
Vergaderjaar Dossier- en ondernummer
04-12-2019 14:25
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2019-2020
35334 nr. 19
35 334 Problematiek rondom stikstof en PFAS Nr. 19 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MILIEU EN WONEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 29 november 2019 “Het is bekend dat op veel plekken in ons land stoffen uit de PFAS-groep worden aangetroffen in de land- en waterbodem. Deze stoffen komen van nature niet voor in het milieu en kunnen schadelijk zijn voor onze gezondheid en de omgeving.“ “Ik heb daar, net als alle betrokkenen, zorg over. “Vóór 8 juli 2019 golden op grond van de wettelijke zorgplicht aanzienlijke beperkingen voor het toepassen en verspreiden van grond en baggerspecie waarin PFAS werd aangetroffen. Op basis van die zorgplicht geldt immers dat als een stof niet is genormeerd, zoals in het geval van PFAS, de bepalingsgrens geldt tenzij de achtergrondwaarde bekend is.” “Vanwege stagnatie bij grond-, weg, en waterbouw kreeg ik van andere overheden en de sector daarom het verzoek een landelijk handelingskader op te stellen. In overleg met de betrokken partijen heeft dit geleid tot de tussenstap van het tijdelijk handelingskader, d.d. 8 juli jl. (Kamerstuk 28 089, nr. 146), om de sector zo snel mogelijk weer ruimte te bieden. In mijn brief van 8 juli heb ik daarom aangegeven dat het tijdelijk handelingskader PFAS een eerste stap is in het traject naar een definitief handelingskader.
Het was toen al bekend dat het handelingskader niet alle problemen omtrent PFAS houdende grond en bagger kon wegnemen. In afwachting van de onderzoeken die voor het definitieve handelingskader noodzakelijk zijn, heb ik samen met de andere overheden en het bedrijfsleven gewerkt aan oplossingen voor diverse problemen. Ik heb uw Kamer geïnformeerd over de aanvullende maatregelen en acties die in gang gezet zijn met de brieven van 9 oktober 2019 (Kamerstuk 28 089, nr. 149), 29 oktober 2019 (Kamerstuk 35 300 XII, nr. 57) en 13 november 2019 (Kamerstuk 35 334, nr. 1). Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor het verder op gang helpen van baggerwerkzaamheden en grondverzet. Mijn inzet is er al die tijd op gericht om samen met alle partijen zo snel als mogelijk onduidelijkheden en stagnatie weg te nemen, de redelijke ruimte die er is te vinden en te benutten, rekening houdend met onze gezondheid en omgeving. Met deze brief zet ik een aantal belangrijke nieuwe stappen. Op basis van de uitkomsten van de adviezen van RIVM en Deltares verruim ik de norm voor grond en bagger. Deze stappen hebben een breed draagvlak. Met de provincies, gemeenten en de waterschappen heb ik afgesproken de verantwoorde ruimte zoveel mogelijk te benutten in de praktijk. Door deze aanpassing van het tijdelijke handelingskader ontstaat aanzienlijk meer ruimte voor grondverzet en baggerwerkzaamheden.
Daarnaast bevat het aangepaste tijdelijk handelingskader verduidelijkingen, zoals hoe om te gaan met grond die afkomstig is van bieten en aardappelen, de zgn. tarragrond. Het geactualiseerde handelingskader wordt 1 december gepubliceerd.”
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Het Nederlandse bodembeleid is volgens Arjen Wintersen van het RIVM erop gericht de verspreiding van vervuilende stoffen te voorkomen. “Dan moet je weten hoe vervuild de grond of bagger is, maar ook hoeveel vervuilende stoffen de bodem bevat waar je het wil storten. Van dat laatste hebben we geen goed beeld, en daarom gaat de wet ervan uit dat de bodem schoon is. En geldt het storten als vervuiling als we PFAS kunnen aantonen.” Voor de risico’s van deze stoffen wordt al decennia gewaarschuwd. Maar de vervuiling door deze stoffen gold als een lokaal probleem. En daarmee als een zaak van provincies die vergunningen verstrekten. Maar PFAS bleek zich over veel grotere gebieden te verspreiden. Tegelijk toonden studies keer op keer aan dat de risico’s zich al bij veel lagere concentraties voordeden. “Die twee sporen kwamen afgelopen jaar bij elkaar waardoor het een landelijk probleem werd. En landelijk beleid. Met als gevolg dat vanaf 1 oktober 2019 deze landelijke norm van kracht werd”, aldus Arjen Wintersen. Theo Weijters, medeburger van de gemeente Waalwijk.