210408 verslag e-input
Tekst van het document
Verslag van e-Input gehouden op donderdag 8 april 2021 Voorzitter: Griffier a.i.:
de heer R. Tiemstra de heer A. Cornelissen
Aanwezig:
de heer J. van Baardwijk de heer J. van Dijk de heer R. Frodyma de heer A. van Hamond de heer T. Klerx de heer W. Lodenstijn de heer D. Zijlmans mevrouw I. Klerks de heer C. Kuijten de heer F. Spierings de heer H. van Tuyl mevrouw C. de Bruijn de heer D. Klapwijk de heer B. Bögemann de heer S. Slaats mevrouw S. van den Udenhout de heer N. Kieboom de heer H. van den Meerendonk mevrouw S. Schuijffel mevrouw B. de Jongste-van Heijst de heer H. de Vaan de heer L. Ottens de heer J. van Groos mevrouw S. Metz de heer K. van Tilborgh de heer T. Vink mevrouw Y. IJpelaar mevrouw E. Snoeren mevrouw A. Pouw mevrouw C. Wolfs
Portefeuillehouders:
de heer R. Bakker de heer H.A.W.M. Daandels de heer J. van den Hoven mevrouw R. Odabasi-Seker
Notulen:
notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig
LokaalBelang LokaalBelang LokaalBelang LokaalBelang LokaalBelang LokaalBelang LokaalBelang VVD VVD VVD VVD CDA CDA GroenLinksaf GroenLinksaf GroenLinksaf D66 D66 D66 Lijst de Jongste Lijst de Jongste PvdA ChristenUnie ChristenUnie SGP SGP Lijst IJpelaar Lijst IJpelaar Lijst Pouw Lijst Pouw
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen hartelijk welkom. Informatieronde 1.
Presentatie rekenkamerrapport Parkmanagement
De voorzitter geeft aan dat tijdens de behandeling van het raadsvoorstel over de benoeming van de directeur Parkmanagement op 12 september 2019 de raad een motie
Verslag van e-Input, 8 april 2021
1
heeft aangenomen waarin de Rekenkamercommissie is een onderzoek in te stellen naar de voor- en nadelen van de huidige juridische structuur van Parkmanagement Waalwijk B.V. Deze aanbevelingen liggen nu voor. Het rapport zal na een korte introductie door mevrouw Hendrickx nader toegelicht worden door de onderzoekers van PROOF Adviseurs. Mevrouw Hendrickx refereert aan het verzoek van de raad aan de Rekenkamercommissie om de juridische structuur van Parkmanagement te onderzoeken. De Rekenkamercommissie zag hierin voldoende aanleiding om samen met een bureau te kijken hoe deze juridische structuur in elkaar zit en vervolgens is een onderzoekstructuur opgesteld met een aantal onderzoeksvragen. Het rapport heeft wat langer op zich laten wachten omdat er enige vertraging is ontstaan in het vergaren van de juiste documenten. Ook de bestuurlijke reactie heeft wat meer tijd gekost. Mevrouw Den Toom verzorgt een presentatie (bijlage 1). Naar aanleiding van de presentatie worden de volgende vragen gesteld. De heer Ottens bedankt voor de heldere uiteenzetting van deze juridisch complexe materie. Hij hoopt dat hij allemaal goed begrepen heeft en heeft een aantal vragen naar aanleiding van het onderzoeksrapport en de reactie van het college daarop. Aangegeven wordt dat de raad van commissarissen meer bevoegdheden heeft dan strikt noodzakelijk is.
Hij vindt niet terug in de bevindingen of dit in het verleden een bewuste keuze is geweest. Aangegeven wordt dat niet wenselijk is dat een ambtenaar ook directeur is. Hij heeft begrepen dat dit inmiddels is opgelost doordat de detachering is omgezet in een benoeming. Hij verzoekt om verduidelijking of hiermee een strikte functie is gerealiseerd. De opdrachtverlening is niet in overeenstemming met het aanbestedingsrecht. Gesteld wordt dat dit gecorrigeerd kan worden door het alleenrecht te verklaren op bepaalde diensten. Hij verzoekt om een nadere toelichting. De gemeente kan stellen dat dit een publieke taak is, maar het kan zijn dat dit onvoldoende is om het aanbestedingsrecht niet te volgen. Er zijn voornemens voor uitbreiding van de dienstverlening van Parkmanagement naar Zanddonk en Waspik. Hij wijst in dit kader op de nu al redelijke diffuse relatie tussen de corporatie en Parkmanagement en vraagt wat deze uitbreiding kan betekenen voor bijvoorbeeld de raad van commissarissen. Hij kan zich voorstellen dat de ondernemersorganisaties op het moment dat de dienstverlening wordt afgenomen van Parkmanagement daar een zekere mate van invloed op zouden willen hebben. Mevrouw Den Toom antwoordt dat de afspraken die tussen de AvA en de raad van commissarissen zijn gemaakt niet ter discussie hebben gestaan.
De benoeming van de leden van de raad van commissarissen is wel veranderd in de loop der tijd; er mag geen connectie meer zijn met de gemeente. Toen de rapportage werd geschreven was er nog sprake van detachering. In de detacheringsovereenkomst is niets opgenomen over de scheiding van petten en hoe er omgegaan moet worden met belangenverstrengeling. De ambtenaar is in dienst van de gemeente en heeft daardoor een hiërarchische relatie met de gemeente waardoor belangen verstrengeld kunnen raken. De documenten hoe dit beter geborgd kan worden heeft zij niet ingezien. Bij alleenrecht moet er sprake zijn van algemeen publiek belang. Het zou kunnen zijn dat Parkmanagement de enige partij is die deze diensten kan leveren. Het is daarbij noodzakelijk dat de raad dit vastligt in een verordening. In de statuten staat dat leden van de raad van commissarissen expertise moeten hebben, er staat niet dat zij afkomstig moeten zijn van een vereniging of corporatie. Het enige wat nodig is dat er een lid is met
Verslag van e-Input, 8 april 2021
2
een achtergrond in financiën, in ICT/glasvezel en vanuit de Waalwijkse ondernemers. Het hoeft niet alleen voor het terrein Haven te zijn. De heer Klerx vraagt of hij het goed begrepen heeft dat de AvA helemaal geen invloed heeft op de grondverkopen en het verpachten. Hij vraagt voorts of er perse wenselijk is dat er een raad van commissarissen is of dat ook op een andere manier een verbinding met bedrijven en stakeholders gerealiseerd kan worden. Voor het toetsen van de rechtmatigheid waren geen documenten beschikbaar leest hij. Hij informeert welke documenten hiervoor nodig zijn. Mevrouw Den Toom antwoordt dat besloten is dat het een bevoegdheid is van de raad van commissarissen om over de grondverkopen te beslissen. Voor de raad van commissarissen is het strikt genomen niet noodzakelijk om deze bevoegdheid te hebben. Het is niet de bedoeling dat de raad van commissarissen belangen vertegenwoordigt van een vereniging of corporatiebestuur. Het is belangrijk dat zij als toezichthouder opereren en het bestuur daarover adviseren. Met betrekking tot de rechtmatigheid geeft zij aan dat zij documenten uit 2017 heeft ontvangen waarin advies is gevraagd. Destijds is gezegd dat er wel aanbesteed moest worden waardoor in eerste instantie van dat advies uitgegaan werd. Later zijn er aanvullende adviezen gegeven door externe juristen. Deze adviezen heeft zij niet ingezien.
De volledige toetsing van de verkoop van gronden is een grote toetsing die buiten de scoop van dit onderzoek valt. Er is uitgegaan van de bestaande documenten uit 2017 die verouderd bleken te zijn waardoor het niet mogelijk was om een oordeel over dit aspect te kunnen vellen. Mevrouw Schuijffel wijst op vraag of er strikte functiescheiding toegepast kan worden op het moment dat iemand ook in dienst is van de gemeente. Zij vraagt of dit betekent dat je eigenlijk de conclusie zou moeten trekken dat de directeur van Parkmanagement niet tevens een ambtenaar kan zijn van de gemeente. Mevrouw Den Toom antwoordt dat in de Kadernota door de raad is vastgesteld dat dit niet het geval mag zijn tenzij de raad hiervan afwijkt op basis van een politieke afweging. De heer Van Groos begrijpt dat het een politiek oordeel betreft maar is van mening dat de Rekenkamercommissie wel een opvatting kan hebben over de argumenten die door het college zijn aangedragen om aan de raad te vragen om daar een uitzondering voor te maken. Hij vraagt hoe valide deze worden aangemerkt. In het rapport worden aanbevelingen gegeven aan de raad en aan het college. Hij informeert of verwacht wordt dat de raad dit zelf oppakt, aangezien de raad enkel de kaders stelt en controleert, of dat aan het college wordt gevraagd om ook de aanbevelingen aan de raad voor te bereiden.
Mevrouw Hendrickx antwoordt dat het college aangeeft dat er gekozen is voor een ambtenaar vanwege zeggenschap, continuïteit en het oplossen van een praktisch probleem. De raad vond dit kennelijk zwaarwegend genoeg om daarvoor te kiezen. De Rekenkamercommissie kan niet aangeven of dit een verstandige keuze was. Strikt genomen is het onwenselijk vanwege de dubbele petten, maar het is verder aan de raad om hier een oordeel over te vellen. De raad wordt gevraagd om samen met het college te bekijken hoe één en ander verder handen en voeten gegeven wordt. Zij gaat er vanuit dat het college de aanbevelingen en conclusies ter harte neemt en deze doorspreekt met de raad. Het college wordt vervolgens gevraagd om met een voorstel richting de raad te komen hoe zij daar verder mee zou willen omgaan.
Verslag van e-Input, 8 april 2021
3
De heer Van Groos merkt op dat dit antwoord hem stof tot nadenken geeft. De heer Ottens wijst op het versterken van de positie van de AvA ten opzichte van de raad van commissarissen. Het college geeft aan dat zij de aanbevelingen opvolgt om de relatie te formaliseren en de versterking van de AvA ten opzichte van de raad van commissarissen verder vorm en inhoud te geven. Het college schrijft dat dit uiteraard in nauwe samenwerking met de raad van commissarissen gebeurt. Hij vraagt hoe er tegenaan gekeken wordt dat bij de opvolging van deze aanbeveling het college de samenwerking zoekt met de raad van commissarissen, maar daar de gemeenteraad niet in betrekt. Voorts vraagt hij welke rol hier wordt gezien voor de raad als kaderstellend orgaan. Mevrouw Hendrickx gaat er vanuit dat er op basis van het rapport gekeken wordt naar de verschillende taken en dat er een onderverdeling wordt gemaakt. Het college bespreekt dit met de raad van commissarissen en komt met het resultaat van dit gesprek terug bij de raad. De raad moet vervolgens een weging maken over deze afspraken met het rapport en het advies van PROOF Adviseurs in het achterhoofd waarin een aantal handreikingen is gedaan hoe de raad dit het beste kan regelen en borgen. De heer Ottens geeft eveneens aan dat dit antwoord hem stof tot nadenken geeft.
De heer Klerx begrijpt dat met betrekking tot de raad van commissarissen wordt aangegeven dat dit niet strikt noodzakelijk is en informeert of er een meerwaarde is om deze wel aan te stellen. Mevrouw Den Toom antwoordt dat dit een politieke keuze is. Vaak wordt de onafhankelijk toezichthouder qua rollen en taken als sparringpartner voor het bestuur en als toezichthouder gewaardeerd. Of de raad van commissarissen de rol vervult die raad, college en AvA voor zich zien is een afweging die de raad zelf moet maken. De voorzitter bedankt voor de presentatie en het beantwoorden van de vraag. Hij denkt dat één en ander inderdaad stof tot nadenken geeft en sluit de bespreking over dit onderwerp. 2.
Fietspad Haven 1-6
De voorzitter wijst op het memo op het RIS over aanleiding en inhoud. Het doel van de avond is de raad meenemen in de ontwikkeling van het plan en de maatregelen die nodig zijn om de verkeersveiligheid van fietsers op Haven 1-6 te optimaliseren. Wethouder Bakker geeft aan fietsen volop in de belangstelling staat. In de laatste jaren is behoorlijk geïnvesteerd in snelfietsroutes. Deze hebben voornamelijk het doel om het woon-werkverkeer te faciliteren en te promoten dat mensen de auto vaker laten staan. Op Haven 8 wordt met de inzichten van nu geïnvesteerd in vrij liggende fietspaden die het mogelijk maken om veilig over de bedrijventerreinen te bewegen. Op de industrieterreinen Haven 1-6 is dit nog niet het geval. Hij heeft daar zelf gefietst en een onveilig gevoel ervaren. Veel ondernemers geven aan dat hun werknemers wel op de fiets naar het werk willen komen, maar dat eigenlijk niet durven. Aan beiden zijden van de oversteken over de snelweg hebben dodelijke ongevallen plaatsgevonden. Dit heeft ertoe geleid dat hij opdracht heeft gegeven om onderzoek te doen naar de gedragingen van fietsers en automobilisten bij de oversteken. Ondanks dat zij voldoen aan de normen kan het zijn dat er bepaalde gedragingen uitgelokt worden door de constructie waardoor automobilisten en fietsers wellicht wat minder voorzichtig zijn.
Verslag van e-Input, 8 april 2021
4
In overleg met de heer Happel, het Waalwijks Bedrijvenplatform en Parkmanagement is onderzocht hoe het aantrekkelijker wordt om te gaan fietsen. Onderzocht is wat het betekent als het bedrijventerrein in één keer wordt voorzien van de juiste veilige wegdelen, in welke vorm het uitgevoerd zou kunnen worden en wat dit kost. Vanavond wordt de raad meegenomen in deze gedachtegang, niet met het oogmerk om daar binnen afzienbare tijd een voorstel voor neer te leggen, maar om het mogelijk te maken om hierover na te denken en te bekijken of dit eventueel een mogelijkheid is. De heer Happel verzorgt een presentatie (bijlage 2). Naar aanleiding van de presentatie worden de volgende vragen gesteld: De heer Van Groos heeft meer bedrijven op het bedrijventerrein bezocht op de fiets dan met de auto. Het is hem opgevallen dat veel bedrijven nauwelijks voorzieningen hebben voor mensen die met de fiets komen. Rijden op het terrein van de bedrijven is nog gevaarlijker dan rijden over de weg. Het rijden over het vrij liggende fietspad langs de Sluisweg is gevaarlijk vanwege het verkeer dat met hoge snelheid uit de zijstraten komt. Hij denkt dat hard rijden door mensen die daar bekend zijn het grootste probleem is, zowel in de ochtend- als de avondspits. De variant die wordt voorgesteld leidt tot meer afslaand verkeer. Hij vraagt of deze variant al met de bedrijven is besproken.
Als bedrijven merken dat zij minder goed bereikbaar zijn neemt het enthousiasme voor verkeersveiligheid vaak af is zijn ervaring. Wethouder Bakker geeft aan dat bedrijven graag zouden zien dat de terreinen fietsvriendelijker worden. Hij beaamt dat transportondernemers daar een mening over hebben op het moment dat vrachtauto’s op een andere manier moeten aanrijden. Als het gaat om veiligheid zou de overheid een prioriteit kunnen stellen bij de veiligheid ten opzichte van het ongemak dat wellicht wordt ondervonden. Het is niet zo dat altijd aan alle inwoners van een straat wordt gevraagd of zij het ermee eens zij dat de straat veiliger wordt gemaakt. Omwille van belangrijke doelstellingen, zoals het beter maken van de fietsbereikbaarheid en de fietsveiligheid, zouden bepaalde zaken zwaarder kunnen wegen dan de bezwaren of het ongemak dat men mogelijk zou kunnen ervaren. Deze afweging zou dan gemaakt moeten worden hoewel er altijd tegenstellingen zijn. De heer Happel vult aan dat de veiligheid op het eigen terrein een punt van aandacht is. Als wordt gekozen voor de variant met aan beide kanten van de weg een fietsvoorziening zal de snelheid lager worden. Een ideale lage snelheid van 30km per uur is lastig te realiseren omdat het om een bedrijventerrein gaat en bovendien is een bepaalde doorrijdruimte nodig.
De heer Van Groos noemt een voorbeeld waarbij sprake was van grote overeenstemming om in het kader van de verkeersveiligheid eenrichtingverkeer in te stellen dat door één ondernemer is tegengehouden. Er moeten altijd verkeersbesluiten genomen worden. Mensen hebben het recht om daar bezwaar tegen te maken. De bezwaren worden vervolgens getoetst. Als er geen draagvlak is en het wordt toch afgedwongen omwille van het verbeteren van de veiligheid is het de vraag of men zich in de praktijk aan de regels zal houden. Er zijn fietsers die zich keurig aan de regels houden, maar er zijn ook fietsers die van mening zijn dat de weg van hen is en dat verkeersregels alleen voor automobilisten bedoeld zijn. Wethouder Bakker reageert dat hij zich hierdoor op dit moment in de gedachtegang nog niet laat afschrikken. Het gaat niet zo zeer over omrijden, maar om een nieuwe manier van aanrijden. Op het moment dat navigatiesystemen de juiste manier van aanrijden aangeven krijg je altijd de snelste weg richting bedrijven. Als er echt heel veel weerstand
Verslag van e-Input, 8 april 2021
5
komt zal, wordt deze weging moeilijker en moet wellicht de vraag gesteld worden of er voor deze manier gekozen moet worden. De heer Happel vult aan dat er theoretisch gezien tegen het verkeer in gereden kan worden, maar de afstanden die daarbij moeten worden overbrugd zijn redelijk groot. Hij vermoedt dat automobilisten en chauffeurs zich hier niet prettig bij zullen voelen. De heer Klapwijk vindt het een positieve ontwikkeling dat er naar de veiligheid van de fietser gekeken wordt. Chauffeurs die minder goed de weg weten en twijfelen veroorzaken vaak een opstopping. Hij vermoedt dat dit erger zal worden. Ook als een chauffeur iets voorbij zijn bestemming rijdt, moet om het hele blok gereden worden voordat er een nieuwe poging gedaan kan worden. Hij vraagt of het mogelijk is om daar rekening mee te houden. Hij wijst op een toename in het gebruik van elektrische fietsen. De overgangen tussen de fietspaden en de kruisende wegen (de gootjes) zijn oncomfortabel en in het donker en bij slecht weer regelmatig gevaarlijk. Hij roept op om hier aandacht voor te hebben. De heer Happel bevestigt dat deze twijfel er in het begin zal zijn, maar op een gegeven moment zal er gewenning plaatsvinden. Er worden niet direct opstoppingen verwacht.
Uit ervaring blijkt wanner dit op een goede manier wordt aangelegd met de openbare verlichting op orde en fietssymbolen de gootjes geen problemen zouden moeten zijn, maar er kunnen altijd mensen zijn die dit niet begrijpen. Het is een verbetering van de situatie waarbij (vracht)autoverkeer en fietsverkeer wordt gemengd. De heer Klapwijk vervolgt dat in het buitengebied op smalle wegen gebruik wordt gemaakt van passeerstroken. Hier en daar zou wat ruimte gereserveerd kunnen worden voor de vrachtautochauffeurs die op zoek zijn naar hun bestemming zodat zij even kunnen stoppen en het overige verkeer door kan. De heer Happel begrijpt de zorg, maar er is een ruimteprobleem. Een passeerstrook voor vrachtverkeer vraagt om behoorlijk wat ruimte, maar hij geeft aan dat het de moeite waard is om naar deze suggestie te kijken. Mevrouw Schuijffel wijst op de vindbaarheid van de bedrijven wat als minpunt wordt genoemd bij de slalom-methode. Zij begrijpt dat het even duurt voordat navigatiesystemen zijn aangepast waardoor vrachtwagens verkeerd rijden. Zij vraagt wat er is bedacht om de dit tijdelijk goed vorm te geven. Zij is blij met de voorgenomen aanpassingen omdat het fietsverkeer richting het bedrijventerrein hierdoor gesimuleerd wordt. De heer Happel antwoordt dat de vindbaarheid gecommuniceerd moet worden vanuit de bedrijven richting hun leveranciers.
Aanvullend kan gewerkt worden met pijlen op de weg en bewegwijzering. Het systeem moet infrastructureel zodanig vormgegeven worden dat er zo min mogelijk aanvullende maatregelen nodig zijn. Mevrouw Schuijffel denkt dat het goed is om aanvullend dingen te doen zo lang de navigatiesystemen nog niet goed werken. Wethouder Bakker merkt op dat er heel veel bedrijven zijn gevestigd op het bedrijventerrein. Op elke kruising de bedrijfsnamen aangegeven acht hij onmogelijk. De heer Happel vult aan dat navigatiesystemen voorheen nog niet zo veel werden gebruikt. In blokken werd aangegeven voor bedrijf 0 t/m 1000 moet u linksaf of rechtsaf. Hij beaamt dat het is complex om dit aan te geven.
Verslag van e-Input, 8 april 2021
6
De heer Ottens wijst op nut en noodzaak. Iedereen is voor zo veilig mogelijke wegen voor de fietser. De twee dodelijke ongevallen hebben buiten het plan plaatsgevonden. Hij denkt dat het vooral een kwestie van gedrag is. Er werd in de presentatie geduid op enkele ongevallen waarbij geen eenduidige conclusies getrokken konden worden. Hij informeert of aangegeven kan worden of het hier alleen blikschade betrof of ook (ernstig) letsel. Hij informeert voorts of vanuit de analyse van deze ongevallen iets gezegd kan worden over de oorzaken. De heer Happel antwoordt het weinig ernstige ongevallen betrof en weinig gewonden. Als er regelmatig ongevallen plaatsvinden op het terrein bestaat de kans dat er een ernstig ongeval plaatsvindt. De heer Ottens is van mening dat dit geldt voor iedere weginrichting want uitritten van bedrijven blijven bestaan. Wethouder Bakker vult aan dat de aantrekkelijkheid om op de fiets richting het werk te gaan voornamelijk beïnvloedt wordt door het veiligheidsgevoel. Zijn eigen ervaring is dat automobilisten niet gauw stoppen voor fietsers en dat gaf hem een vrij onveilig gevoel bij het fietsen. Dit signaal krijgt hij ook terug van werknemers. Zij willen best op de fiets naar het werk, maar zij vinden het te onveilig om daar te rijden, zeker als dat in het donker is.
Door de opkomst van andersoortige elektrische voertuigen moet overwogen worden of vrij liggende infrastructuur aangelegd kan worden om dit gevoel weg te nemen, maar ook om het langzame en kwetsbare verkeer te scheiden van vrachtauto’s en personenauto’s. De heer Ottens geeft aan dat in de verkeerspsychologie ook geldt op het moment dat mensen zich bewust zijn van gevaar en risico’s zij extra alert zullen zijn. De heer Happel vervolgt dat het 69 ongevallen waren waarbij in 12 gevallen sprake was van enige mate van letsel, waarvan bij de helft van de ongevallen een fietser of bromfietser betrokken was. Bij ongeveer 60% van de aanrijdingen speelt voorrang een rol. De heer Ottens zou graag ten behoeve van de afweging inzicht willen in het aantal ongevallen versus fietsintensiteit ten opzichte van andere fietsroutes in de stad. De heer Happel merkt op dat er dan een onderzoek gedaan moet worden binnen de gemeentegrenzen. De heer Ottens verduidelijkt dat het hem om de bij de politie geregistreerde ongevallen gaat. De voorzitter stelt voor dat de wethouder aangeeft wanneer de raad welke informatie kan verwachten op basis van hetgeen nu beschikbaar is. Wethouder Bakker benadrukt dat de raad nog niet voor een afweging staat. Hij heeft geen plan voorliggen, hij komt vooralsnog niet met een voorstel. De raad wordt meegenomen in een gedachtegang.
Nadere duiding over het aantal ongevallen waarbij fietsers betrokken waren acht hij mogelijk. Mevrouw Pouw probeert zich voor te stellen hoe dit er in de praktijk uit gaat zien. Zij informeert welk wegdek wordt voorzien voor e-scooters en speed pedelecs. De huidige regelgeving stelt dat speed pedelecs in de bebouwde kom op de rijbaan dienen te rijden.
Verslag van e-Input, 8 april 2021
7
Veel mensen voelen zich niet veilig tussen auto’s en vrachtwagens. Zij kent voorbeelden van gemeenten die hiervoor een uitzondering maken door speed pedelecs toch toe te laten op het fietspad. De heer Happel antwoordt dat hier nog geen keuze in gemaakt is. Hij beaamt dat er goed nagedacht moet worden over deze keuze gezien het snelheidsverschil ten opzichte van de andere fietsers. Mevrouw IJpelaar bedankt voor de presentatie. De wethouder wees in zijn inleiding op de ongevallen die hebben plaatsgevonden. Eén van haar vriendinnen heeft daarbij blijvend letsel opgelopen. Er wordt ontzettend hard gereden op het industrieterrein. Zij kan zich de angst bij fietsers voorstellen en bedankt de wethouder dat hij zijn persoonlijke ervaring over het daar fietsen heeft gedeeld. De heer Van Groos wijst op vrachtauto’s die op de doorgaande weg aan het lossen zijn. Als er eenrichtingverkeer wordt ingesteld, wordt de weg afgesloten en moeten fietsers daar tussendoor. Voorts wijst hij op het toenemende aantal voetgangers met boodschappentassen die wandelen tussen het centrum van Waalwijk en de huisvesting in het noorden waar fietsers omheen moeten rijden over de rijbaan waar het autoverkeer te hard rijdt. Dit zijn voor zijn gevoel op de kruisingen waar fietsers geen voorrang krijgen de meest onveilige situaties. De heer Happel bevestigt dat dit een punt van aandacht is.
Daar waar vrachtwagens lossen is dat zeker niet veilig. De kans op obstructie is op dat moment aanwezig als wordt gekozen voor een vrij liggende fietsstrook aan beide zijden. Voetgangers zullen inderdaad ook gebruik gaan maken van de rode stroken, want de bermen blijven bermen. Aparte voetpaden aanleggen is vooralsnog niet de bedoeling. Wethouder Bakker vult aan er is gekozen voor dit concept vanwege de beperkte ruimte. Er wordt voorts vanuit gegaan dat er geen concessies worden gedaan aan de huidige bermen en de breedte van de weg. Hij wijst in dit kader op de aanwezige sloten en groenstroken. Gezien de klimaatdoelstellingen en duurzaamheidsdoelstellingen worden hier geen concessies aan gedaan en wordt geopteerd voor eenrichtingverkeer. Mevrouw De Jongste wijst op de gastvrijheid op de bedrijventerreinen voor arbeidsmigranten die fietsen te leen krijgen. Zij moeten geattendeerd worden op de verkeersregels die hier gelden. Het is voor hen onduidelijk wanneer er gefietst moet worden op het fietspad en wanneer op de weg. Er wordt ook gefietst op het trottoir. Zij vraagt of hier aandacht aan besteedt kan worden bij nieuwkomers. Voorts wijst zij op mensen in een scootmobiel of een rolstoel en roept daarom bij de bebossing rekening mee te houden met hen.
De heer Happel is het eens dat er in de richting mensen van die niet bekend zijn op het bedrijventerrein extra gecommuniceerd moet worden, maar uiteindelijk moeten zij de geldende regels wel begrijpen. Mevrouw De Jongste denkt dat die verantwoordelijkheid niet alleen bij de werknemer ligt. Werkgevers en het uitzendbureau moeten hun werknemers hierop attenderen. Wethouder Bakker merkt op dat dit natuurlijk in de informatievoorziening meegegeven kan worden, maar de verantwoordelijkheid voor het gebruik van de weg ligt bij de weggebruiker. Op Haven 8 zijn vrij liggende fietsvoorzieningen richting de bedrijven waar veel arbeidsmigranten werken. Hij heeft niet de indruk dat daar mensen vaak de
Verslag van e-Input, 8 april 2021
8
hoofdweg gebruiken in plaats van het fietspad. Fietspaden zien er vrijwel overal in Europa hetzelfde uit. Mevrouw Metz begrijpt dat het gaat om het behoorlijke bedrag van vijf miljoen. Zij heeft niets gehoord over verkeerslichten. Zij voelt zich als fietser heel erg veilig als er overgestoken kan worden met behulp van verkeerslichten en informeert of hier ook mogelijkheden voor zijn. De heer Happel antwoordt dat er vooralsnog is gekozen voor een combinatie van vrij liggende fietspaden en een logische routing. Verkeerslichten zijn technisch gezien altijd mogelijk, maar er hierover moet wel goed nagedacht worden. Als mensen langer moeten wachten, kan er ook schijnveiligheid ontstaan. Voorts is het de vraag op welke plaatsen dit gerealiseerd moet worden. Met een scheiding op de wegen wordt de veiligheid zo veel mogelijk gewaarborgd. Bij belangrijke oversteken dient de snelheid van het verkeer verlaagd te worden en een tweefasen-oversteek gerealiseerd te worden met een middeneiland. Mevrouw Schuijffel informeert of er ook combinaties kunnen worden gemaakt met faciliteiten voor voetgangers omdat veel mensen die op het industrieterrein werken lopend het terrein betreden. Wethouder Bakker antwoordt dat er op dit moment geen voorzieningen zijn voor voetgangers. Fietsers en voetgangers zijn op een fietspad gelijkwaardige weggebruikers. Fietspaden worden ook vaak gebruik als voetpad.
Dit is toegestaan. Door de beperkte snelheidsverschillen met fietsers en de overzichtelijkheid zullen voetgangers zich daar veiliger voelen dan wanneer zij wandelen op een fietssuggestiestrook met tegemoetkomende vrachtwagens. De heer Happel vult aan dat vanwege klimaatadaptatie de bermen niet worden betrokken. Een aparte voorziening voor voetgangers buiten de fietsstroken is niet in het plan opgenomen. De heer Klapwijk geeft aan dat voetgangers geen verlichting voeren waardoor zij toch minder zichtbaar zijn in het (schemer)donker. Hij roept daarom op te zorgen voor voldoende openbare verlichting. De voorzitter ziet dat er instemmend wordt geknikt. Hij bedankt voor de presentatie en het beantwoorden van de vragen en biedt de wethouder gelegenheid om een slotwoord te verzorgen. Wethouder Bakker hoort vaak het verzoek vanuit de raad om al in een vroegtijdig stadium meegenomen te worden bij een bepaalde ontwikkeling. Dit is de reden waarom hij aangaf dat er niet op korte termijn een voorstel richting de raad wordt gebracht. Veel zaken moeten nog afgewogen worden. De genoemde vijf miljoen rekent zich om naar kapitaallasten. Hij roept de raadsleden op om over dit onderwerp te sparren om toch tot een soort van voorstel te kunnen komen als zij van mening zijn dat dit iets is wat verder uitgewerkt moet worden op korte termijn.
Wat voorligt is onvoldoende om tot een uitgewerkt plan te komen. Hij gaat zaken nog niet nader uitwerken als blijkt dat het financiële niet haalbaar is of anderszins. De voorzitter bedankt voor deze open benadering sluit de bespreking over dit onderwerp. Vragenronde
Verslag van e-Input, 8 april 2021
9
(R4.3-21) Vaststelling bestemmingsplan Waalwijk, Wijnruitstraat 196 De heer Van Groos heeft met belangstelling het bestemmingsplan gelezen, met name op het terrein van flora en fauna. Het is hem opgevallen dat steeds wordt getoetst of wordt voldaan aan de regelgeving ten aanzien van bijvoorbeeld groenbeleid, blijven de bomen staan, worden beschermde diersoorten bedreigd. Dit alles blijkt niet het geval te zijn en vervolgens wordt overgegaan tot de orde van de dag. Hij vraagt of het college dan wel de organisatie heeft nagedacht over natuurinclusief bouwen omdat dit kansen biedt voor onbeschermde dieren. Hij noemt een zwanennest als voorbeeld dat na realisering van de bouwplannen niet meer terugkomt. Hij vraagt welke mogelijkheden er zijn bij inbreidingslocaties van deze omvang om de natuur te verbeteren in plaats van te verslechteren of op zijn minst te handhaven. Wethouder Daandels is blij met deze vraag. Er wordt heel goed verwoord wat de raad eerder heeft aangegeven; niet alleen kijken naar de bestaande situatie, maar ook naar het aanbrengen van een verbetering voor de toekomst. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt getoetst op natuurinclusief bouwen. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld het integreren van vleermuisnesten om flora en fauna niet alleen te behouden, maar ook te versterken.
Dit soort randvoorwaarden zal steeds vaker opgenomen worden in beleidstukken. Als het plan tot realisatie komt wordt getoetst op basis van de omgevingsvergunning of er mogelijkheden zijn tot. Er zijn niet altijd wettelijke middelen om dit af te dwingen, dit moet nog beter geborgd worden, maar het is wel een punt van aandacht. Over de juridische borging komt hij nog terug bij de raad. Hij deelt de mening dat intensiever aandacht moet komen voor hetgeen naar voren is gebracht. De heer Van Groos is blij met dit antwoord. Rapportage Rekenkamerrapport Parkmanagement De voorzitter geeft aan dat de agendacommissie er vanwege een betere spreiding van de onderwerpen over de beschikbare avonden voor heeft gekozen om het rapport met een procesvoorstel voor te leggen in de raad van 15 april a.s. waardoor er nu gelegenheid is om vragen te stellen aan de wethouder. De heer Ottens geeft aan dat hij deze vraag ook heeft gesteld aan de voorzitter van de Rekenkamercommissie. Over de verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de AvA en de raad van commissarissen geeft het college aan dat zij dit wil aanpassen in goed overleg met de raad van commissarissen. In die passage ontbreekt de rol van de raad. Hij vraagt welke rol de wethouder hierin ziet voor de raad en in welke fase de raad wordt betrokken.
Wethouder Bakker had graag gezien dat deze vraag van de voren was gesteld zodat hij zich beter had kunnen voorbereiden. De afspraken zijn opgenomen in de governance tussen het college (de aandeelhouder) en de raad van commissarissen. Er zijn aanbevelingen gedaan door de Rekenkamercommissie over de governance richting de raad waardoor hij het verstandig acht om het college opdracht te geven om dit zo in te richten. De manier waarop nu wordt ingestoken is voornamelijk gebaseerd op de vaststellingen en de conclusies die zijn getrokken in 2012 naar aanleiding van de complete aanpassing van de structuur en de governance van Parkmanagement. De rol van de directie, de raad van commissarissen en de aandeelhouder wordt wel in stand gehouden, maar er worden waardevolle aanbevelingen gedaan om die rollen wat nauwkeuriger te beschrijven en vast te leggen. Hij kan niet bevestigen of de raad een rol
Verslag van e-Input, 8 april 2021
10
heeft bij het inrichten hiervan, maar de raad kan deze rol wel pakken op het moment dat dit rapport wordt behandeld door bijvoorbeeld kaders mee te geven. De heer Ottens bedankt voor dit antwoord dat stof tot nadenken geeft. Mevrouw Schuijffel refereert aan de aanstelling van de directeur waarin inmiddels een wijziging is aangebracht. De directeur is gedeeltelijk in dienst bij de gemeente en gedeeltelijk in dienst bij Parkmanagement. Aangegeven wordt dat dit niet wenselijk is vanwege belangenverstrengeling. Zij informeert hoe de wethouder dit ziet. Wethouder Bakker antwoordt dat niet specifiek is aangegeven dat het onwenselijk is als een ambtenaar directeur is. Dit is in de nota verbonden partijen als een algemeen standpunt opgenomen. Indien hier anders over gedacht wordt of er volgt een voorstel met argumenten kan hierover niet zelfstandig worden besloten door het college. Dit voorstel moet naar de raad worden gebracht en in dat geval volgt een politieke afweging. Dit is gebeurd en daaruit is de besluitvorming gevolgd indertijd om iemand die in dienst is van de gemeente als directeur van Parkmanagement aan te stellen. Dat is later verder afgescheiden.
De directeur is nu zelfstandig ondernemer als het gaat om het zijn van directeur van Parkmanagement en daarnaast in dienst van de gemeente Waalwijk in een rol waarbij zijn hiërarchische positie niet ondergeschikt is aan een afdelingshoofd. Hij is van mening dat de situatie ten opzichte van de situatie waarin hierover werd besloten eigenlijk alleen maar onafhankelijker is geworden. De overweging of dit wenselijk is blijft. In dit geval had het voor het college grote voordelen om iemand aan te stellen die weet hoe de situatie op de industrieterreinen is en ook al het netwerk van bedrijven kent vanuit de economische rol bij de gemeente. Er moest een directeur aangesteld worden die in een beperkt aantal uren de rol van directeur namens de gemeente kon oppakken. Mevrouw Schuijffel geeft aan dat dit antwoord heel veel stof tot nadenken geeft. De heer Van Dijk merkt op dat er een groep van aandeelhouders is. Het college benoemt de raad van commissarissen. De directeur is nauw verbonden met de gemeente als ambtenaar. De AvA heeft de raad van commissarissen de toezichthoudende rol gegeven om over een grondaankoop te beslissen. Hij is van mening dat hiermee de lijnen door elkaar lopen. De raad van commissarissen heeft geen opdrachtgevende rol. Hij zou deze rol vanuit de directeur verwachten. De opdracht wordt gegeven door de AvA. Hij verzoekt om nadere uitleg.
Wethouder Bakker antwoordt dat de opdracht niet wordt gegeven door de AvA. Hij veronderstelt dat het gaat over de aankoop van de gronden van de containerterminal. Er is een bedrag dat moet renderen om uiteindelijk de organisatie Parkmanagement overeind te houden. De directeur is verantwoordelijk voor de aankoop van deze gronden, maar gelet op de grootte en het karakter van de transactie dient de raad van commissarissen daar toestemming voor te geven. De aandeelhouder is hier niet bij betrokken. Het initiatief is vanuit Parkmanagement gekomen omdat er de behoefte is om een immunisatieportefeuille die alleen nog maar uit liquide middelen bestaat vanwege de verkoop van ParkNed. (In de presentatie werd genoemd dat er nog een aandeelhoudersverbinding is met ParkNed, maar deze is er niet meer). De heer Van Dijk begreep uit de presentatie dat de AvA de raad van commissarissen opdracht heeft gegeven om over een grondverkoop te beslissen. Wethouder Bakker veronderstelt dat bedoeld is dat uiteindelijk de aandeelhouder de constructie heeft neergelegd in welke verhouding de directeur zich tot de raad van commissarissen verhoudt. Beslissingen op dit punt worden genomen door directeur. Als
Verslag van e-Input, 8 april 2021
11
dit een bepaalde grootte overschrijdt is de raad van commissarissen nodig om toestemming te verlenen. Het rapport heeft een aantal aanbevelingen en dit komt terug in de bespreking. Daar waar verbeteringen mogelijk zijn ziet hij dat met vertrouwen tegemoet. De primaire vraag die gesteld werd bij de opdracht aan de Rekenkamercommissie was is de BV nog steeds het juiste vehikel om Parkmanagement in de operatie te laten. Deze vraag is bevestigend beantwoord. Dit was en is nog steeds de beste rechtsvorm en daar is hij in hoofdlijn tevreden over. De heer Klerx is van mening dat het onderzoek uitwijst dat er misschien wel een onjuiste opdracht is gegeven, dat er had moeten worden aanbesteed. Hij hoort dat de wethouder aangeeft dat het goed is gedaan en informeert of er verschil van inzicht is. Wethouder Bakker begrijpt dat wordt bedoeld of de grondtransactie wel of niet correct zou zijn. De heer Klerx verduidelijkt dat aangegeven wordt dat de transactie eigenlijk niet zo had mogen zijn, want er had aanbesteed moeten worden. Wethouder Bakker vervolgt dat de commissie zich in haar beschouwing op deze transactief juridisch heeft gebaseerd op de situatie van 2017. Later bij de ambtelijke reactie is opgevallen dat dit niet op het meest recente advies was gebaseerd. Daarna is een tweede advies betrokken.
De transactie zelf is niet onderzocht, maar over de transactie is wel fiscaal en juridisch advies gevraagd. Daaruit blijkt dat de manier waarop dat is gedaan juist is. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van gemeente Waalwijk van 27 mei 2021. De griffier a.i.,
De voorzitter,
A.W.J.M. Cornelissen MMC
drs. A.M.P. Kleijngeld
Verslag van e-Input, 8 april 2021
12