182 T. Weijters GEWIJZIGD Raadsvoorstel R5.2-21 van 25 mei 2021 inzake Gebiedsspecifiek beleid PFAS
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad van de gemeente Waalwijk Postbus 10150 5140 GB WAALWIJK Betreft
: GEWIJZIGD Raadsvoorstel R5.2-21 van 25 mei 2021 inzake het onderwerp “Gebiedsspecifiek beleid PFAS”; dossier 2021-020106.
Waalwijk, 3 juni 2021 Geachte dames en heren raadsleden, Onder verwijzing naar de eerdere door ondergetekende aan uw Raad gezonden brieven - respectievelijk met het nummer 166 van 3 mei 2021 en het nummer 172 van 24 mei 2021 - wil ik met een 3e schrijven nogmaals uw speciale aandacht vragen voor het ‘GEWIJZIGD Raadsvoorstel R5.2-21‘ van 25 mei 2021 inzake het onderwerp “Gebiedsspecifiek beleid PFAS”. Als bijlage ontvangt u hierbij allereerst een kopie van de brief die ik vandaag ter attentie van het College van burgemeester en wethouders aan de balie van het gemeentehuis heb aangeleverd. Zoals u bij lezing ervan opnieuw zult vaststellen, heeft ondergetekende als burger van de gemeente Waalwijk ernstige kritiek op de handelwijze van het College in deze zaak. Zonder ten behoeve van een gedegen beoordeling ook maar enige serieuze informatie aan uw Raad te hebben aangeleverd, gaat het College zonder meer ervan uit dat door u - als de gekozen vertegenwoordigers door de kiezers van de gemeente Waalwijk - wel in goed vertrouwen ‘bij het kruisje zal worden getekend’ en het gevraagde mandaat ‘zonder moeilijk te doen‘ zal worden verleend! Ongetwijfeld voelt u ook in deze zaak uw verantwoordelijkheid om zorgvuldig - en in ons aller belang zo objectief mogelijk - te werk te gaan.
Volkomen terecht heeft het College zelf in het raadsvoorstel reeds aangegeven en daarmee erkend dat u als Raad het bevoegd gezag bent. De burger van de gemeente Waalwijk moet dan ook in deze zaak op u als Raad kunnen rekenen. Door een glasheldere opstelling kunt u als individuele onafhankelijke volksvertegenwoordiger laten zien en horen dat u al dan niet van oordeel bent dat in een ECHT gemeend democratisch stelsel de kaarten duidelijk ‘in het zicht’ geschud dienen te worden. Alom geldt dat het bereiken van een bepaald effect het voornaamste doel van communicatie is. En binnen de marketing heeft de ervaring geleerd dat je - om dat effect optimaal te bereiken - jammer genoeg in je ‘boodschap’ niet altijd (volledig) transparant kunt zijn. Weliswaar weten we doorgaans van jongs af dat liegen niet de goede manier is, maar in ons DNA is kennelijk verankerd dat we de neiging hebben om het licht vooral op de mooie aspecten van de boodschap te laten schijnen. Dat zou binnen de politiek echter niet het geval moeten zijn. Op 19 april jl. heeft ondergetekende in dit verband onder nummer 153 reeds een ‘Politieke petitie’’ aan Uw raad gezonden.
Daarin opgenomen was een oproep aan u en aan alle thans deelnemende partijen in de gemeenteraad tot het realiseren van een hechtere vorm van onderlinge samenwerking om zodoende vooral ook verdere versnippering van het politieke landschap in de gemeente Waalwijk tegen te gaan. Daarbij mag de realiteit niet uit het oog worden verloren. Zeker niet alle kiezers die hun keuze op ‘zijn of haar’ politieke partij laten vallen, blijken daarvoor dezelfde motieven te hebben. Bovendien voelt menig kiezer bij het uitbrengen van zijn/haar stem vaak enige sympathie voor een bepaalde verkiesbare persoon binnen die partij waarvoor de stem wordt uitgebracht. Dat zou binnen een politieke partij ook veel meer zichtbaar moeten zijn. De diverse raadsleden binnen een partij kunnen bij een zaak namelijk evengoed verschillende opvattingen / motieven hebben. En dat zou in het stemgedrag dan op democratische wijze voor de kiezers tot uiting moeten komen.
- pagina 1 van 4 -
vervolg brief d.d. 03-06-2021 van T. Weijters inzake aanvullende reactie n.a.v. GEWIJZIGD Raadsvoorstel R5.2-21
Dat punt van kritiek ligt naar de beleving van ondergetekende vooral op het bordje van de coalitiepartijen. Immers het is de coalitie die in haar “Coalitieprogramma Waalwijk Samen Vooruit 2018-2022” aan de Waalwijkse kiezers hebben laten weten dat zij voor een open en transparante bestuursstijl staat. Citaat: “Een bestuursstijl waarbij we proactief de samenwerking opzoeken. Met inwoners, organisaties, ondernemers, en met andere overheden. Ook willen we tot een nieuwe samenwerking en verhouding met de raad komen. We willen elkaar en de Waalwijkse samenleving versterken en de ruimte geven, elkaar scherp houden en daadwerkelijk luisteren naar wat alle betrokken partijen zeggen.” En dat gekoppeld aan de politieke opvatting dat College en gemeenteraad twee strikt onderscheiden machten zijn, zou feitelijk moeten betekenen dat het College van burgemeester en wethouders en de Coalitie niet als een gesloten meerderheidsblok het debat aangaan óf als het hen beter uitkomt zelfs uit de weg gaan! Het meest recente voorbeeld dat in de praktijk toch als een ‘gesloten (motor)blok’ wordt opgetreden, is de stellingname bij het ‘GEWIJZIGD Raadsvoorstel R5.2-21’ betreffende het ‘Gebiedsspecifiek beleid PFAS’. Tijdens de raadsvergadering van 27 mei jl. hebben de 4 coalitiepartijen onomwonden aangegeven dat dit onderwerp direct als A-punt kan worden afgehandeld.
In de praktijk betekent dat evenwel het ‘blindelings’ akkoord gaan met een door het College gevraagd mandaat en dat zonder verder debat! En met 18 ‘vaste stemmen‘ van de in totaal 28 door de raadsleden uit te brengen stemmen zou daarmee dit onderwerp zelfs zonder de beschikbaarheid van essentiële informatie en gegevens - en zonder een hoofdelijke stemming - op voorhand al geregeld zijn! Dat kan voor u als zichzelf respecterend raadslid toch niet de bedoeling zijn? Het College heeft in het raadsvoorstel duidelijk aangegeven dat in ‘Haven 8 Oost en GOL’ bij onderzoeken PFAS-gehalten zijn aangetroffen die boven de normen liggen. Tevens heeft zij gesteld het betreffende bodemgebied te willen vrijwaren van verslechtering van de bestaande kwaliteit. Echter, een garantie daarvoor wordt in het voorstel niet gegeven! En zolang de essentiële data, bedragen, onderzoekresultaten en nadere uitleg t.b.v.
de beoordeling van het gewijzigde raadsvoorstel voor u als leden van de gemeenteraad nog ontbreken, valt er toch lastig door u een verantwoorde keuze te maken? Wanneer uw Raad als bevoegd gezag op basis van dit gewijzigde raadsvoorstel het door het College gevraagde mandaat zou verlenen, dan gaat die mandatering en uw verantwoordelijkheid mogelijkerwijs aanzienlijk verder dan slechts de poging tot een eventuele verkorting van de procedure?! Door middel van een verhoging van Lokale Maximale Waarden zou het namelijk mogelijk worden om de vorig jaar vastgestelde gehalten aan PFAS en/of PFOS - die zelfs boven de door het RIVM vastgestelde tijdelijk reeds verhoogde achtergrondwaarden uitkomen ! - te omzeilen. En daarmee zou de rem op de verkoop van gronden binnen het gebied Haven 8 Oost en het GOL zijn weggenomen! Wat u als Raad bij uw beoordeling zeker nog moet meenemen, is een stukje voorgeschiedenis in deze zaak. Met haar brief d.d. 29 november 2019 aan de Tweede Kamer is door mevr. S. van Veldhoven-Van der Meer - thans demissionair minister voor Milieu en Wonen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ingegaan op de mogelijk gemaakte “Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS”. Vóór 8 juli 2019 golden op grond van de wettelijke zorgplicht aanzienlijke beperkingen voor het toepassen en verspreiden van grond en baggerspecie waarin PFAS werd aangetroffen.
Op basis van die zorgplicht gold voor niet genormeerde stoffen, zoals o.a. PFAS, de bepalingsgrens, tenzij de achtergrondwaarde bekend was. Vanwege stagnatie bij grond-, weg- en waterbouw kreeg het ministerie van andere overheden en van de sector het verzoek om een ‘landelijk handelingskader’ op te stellen. Reeds op 8 juli 2019 is toen een ‘tijdelijk handelingskader’ [ THK ] in werking getreden voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. De initiatiefnemers van grondverzet moesten in het kader van de zorgplicht wel het gehalte aan PFAS-verbindingen meten in te verzetten grond en baggerspecie, die uit land-en waterbodem wordt ontgraven. Totdat een (gemeentelijke) achtergrondwaarde was bepaald, mocht echter beslist geen PFAS-houdende grond en baggerspecie worden toegepast.
- pagina 2 van 4 -
vervolg brief d.d. 03-06-2021 van T. Weijters inzake aanvullende reactie n.a.v. GEWIJZIGD Raadsvoorstel R5.2-21
De inzet van het ministerie om te komen tot een handelingskader is naar verluidt alle tijd erop gericht geweest om samen met alle partijen zo snel als mogelijk onduidelijkheden en stagnatie weg te nemen, de redelijke ruimte die er is te vinden ook te gaan benutten, maar wel rekening houdend met de gezondheid en de omgeving! Met de provincies, gemeenten en waterschappen is afgesproken de verantwoorde ruimte in de praktijk zoveel mogelijk te benutten. Het blijft echter van belang dat het bevoegd gezag lokaal bodemkwaliteitskaarten vaststelt conform het gedecentraliseerde bodembeleid. De landelijke achtergrondwaarden zijn een vangnet voor situaties waarin de bodemkwaliteitskaarten ontbreken. Gemeenten dienen deze landelijke achtergrondwaarden conform huidig bodembeleid als minimum waarden te hanteren. Zo kan binnen verantwoorde normen de ruimte worden geboden voor grondverzet. Als toevoeging op de bepalingsgrenzen voor niet genormeerde stoffen waren door het RIVM in de loop van het 4e kwartaal 2019 op basis van door overheden en bedrijfsleven beschikbare meetdata tijdelijke landelijke achtergrondwaarden afgeleid. Het RIVM heeft toen voor alle stoffen uit de PFAS-groep een landelijke achtergrondwaarde van 0,8 µg [ = 0,1 microgram ] per kg droge stof afgeleid.
Bij deze waarde is er volgens het RIVM geen sprake van risico’s voor de gezondheid of overschrijding van effectniveaus voor het ecosysteem. Specifiek voor PFAS was bovendien door het ministerie een wijziging van het ‘Besluit bodemkwaliteit’ doorgevoerd, waarmee tot 1 januari 2021 kon worden afgezien van het volgen de bestaande procedure, waardoor sneller gebiedsspecifiek beleid kon worden vastgesteld. Diezelfde wijziging voorzag tevens in vaststelling ervan door het College van B&W in plaats van door de Gemeenteraad. Het geactualiseerde handelingskader is op 1 december 2019 gepubliceerd. Ná 31 december 2020 werden de aanzienlijke beperkingen voor het toepassen en verspreiden van grond en baggerspecie waarin PFAS werd aangetroffen wederom van kracht. Waarom het College niet binnen de toegestane tijd van deze regeling gebruik heeft gemaakt, is tot op heden echter nog volledig onbeantwoord gebleven. Een simpele vraag bij het Rijk wat precies de motivatie is geweest om niet tot verlenging van de regeling over te gaan, had meteen de nodige duidelijkheid kunnen geven. Kijkend naar essentiële gegevens t.b.v. de beoordeling van het ‘GEWIJZIGD Raadsvoorstel R5.2-21’, die thans nog ontbreken, gaat het volgens ondergetekende o.a.
over navolgende vragen: Welk exact bodembeheergebied inzake Haven 8 Oost en GOL is precies bedoeld bij het verzoek om mandatering ? Waarom zijn er nog geen tekeningen aan de Raad ter beschikking gesteld? Van welke van de in totaal 9 te onderscheiden toepassingcategorieën is sprake? Welk(e) onderzoek(en) is/zijn reeds uitgevoerd ? Wat zijn de exacte bevindingen uit reeds gedaan onderzoek? [ Noot: per beheersgebied zijn er minimaal 30 waarnemingen [ boorlocaties ] per bodemlaag nodig om een bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen te kunnen actualiseren. ] Onderscheid van resultaten in respectievelijk de toplaag, bovengrond en in de ondergrond ? Kunnen daarvan rapporten worden overlegd ? Volgens het antwoord op de vraag van de heer Frodyma van de fractie van Lokaal Belang zijn er analyses bekend van de bodem in het gebied Haven 8 Oost en het GOL. Dat zou inhouden dat er rapportages beschikbaar zijn. Waarom is die informatie m.b.t. het analysepakket, bodemsoort, zintuiglijke waarnemingen e.a. nog niet met de Raad gedeeld? Opvallend is dat bij de antwoorden aan de heer Frodyma wordt gesproken over PFOS wat een afkorting is voor perfluoroctaansulfonaten, welke stof weliswaar tot de verzamelgroep PFAS behoort maar met name onverwoestbare verbindingen zijn die water, vet en vuil afstoten.
[ Via het afvalwater van fabrieken en bijvoorbeeld bij het naspoelen van blusschuim na een brand, komt de stof in de grond terecht. Via kanaaltjes en sloten verspreidt het zich verder naar bronnen die gebruikt worden voor ons drinkwater! Het stofje is vrijwel onverwoestbaar en niet biologisch afbreekbaar. Ook middels chemische behandeling is PFOS vrijwel onmogelijk onschadelijk te maken, je kunt het alleen verbranden bij heel hoge temperaturen ]. - pagina 3 van 4 -
vervolg brief d.d. 03-06-2021 van T. Weijters inzake aanvullende reactie n.a.v. GEWIJZIGD Raadsvoorstel R5.2-21
Ervan uitgaande dat hetgeen in het gebied Haven 8 Oost en het GOL de stof PFOS betreft, dan lijkt het erop dat het antwoord op de vraag van de fractie van de ChristenUnie m.b.t. de rol van het Waterschap nog eens goed tegen het licht gehouden dient te worden! [ Noot: de stofgroep Poly- en perfluoralkylstoffen [PFAS ] bestaat uit ruim 6.000 stoffen. Staan de ter plaatse op de locatie(s) aangetroffen stoffen op de lijst van zogenoemde Zeer Zorgwekkende Stoffen [ZZS] of op de lijst van zogenoemde Potentiële Zeer Zorgwekkende Stoffen [PZZS]? ].
Voorts wil ik u hierbij nogmaals wijzen op de optie dat u als Raad op donderdag 10 juni a.s. eventueel kunt besluiten tot het houden van een ‘Forum’ waarbij dan bijvoorbeeld een aantal betrokken burgers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties aanwezig kunnen zijn. Door simpelweg het indienen en aannemen van een amendement kunt u als gemeenteraad aan de inwoners van Waalwijk tonen dat u inderdaad het bevoegde gezag bent en dat u samen met de burgers die u vertegenwoordigt met betrekking tot deze kwestie tot een weloverwogen standpunt wenst te komen. Tot slot plaats ik nog de opmerking dat het ondergetekende is opgevallen dat de voor dinsdag 1 juni jl. ingeplande vergadering van de Agendacommissie op 27 mei nog op het agenda-overzicht stond vermeld, maar kort daarna ervan is afgehaald. Vervolgens is op woensdag 2 juni de agenda voor de ‘Vergadering e-Debat & Besluit’ op donderdag 10 juni a.s. in het overzicht opgenomen. Opvallend is voorts dat van het ‘Overzicht Termijnagenda Raad’ dat op 27.05. nog wel kon worden ingezien, een onderwerp is komen te vervallen in de agenda voor 10.06. Het betreft de “Aanvullende financiering Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (68494)”. Aangenomen mag worden dat het College nog met een verklaring naar de Raad gaat komen wat hiervan de reden is geweest.
Zoals bij vorige inzendingen van ondergetekende het geval is geweest, ook dit keer hierbij weer de melding aan de griffie dat deze brief en ook die aan het College openbaar geplaatst kunnen worden; en dan - net als bij de brieven met de nummers 166 en 172 - weer geagendeerd, dit keer bij punt 15 van de agenda voor 10 juni 2021. Met vriendelijke groeten,
Theo Weijters, medeburger gemeente Waalwijk. Bijlage
: kopie van brief d.d. 3 juni 2021 ter attentie van het College van burgemeester en wethouders
Kopie aan
: - College van Burgemeester en wethouders - griffie gemeente Waalwijk
- pagina 4 van 4 -