168 Inwoner Haarlem Intrekking Woo-verzoeken (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Waalwijk Ingekomen
Gemeente
(geanonimiseerd) >
=h
Gemeenteraad, B&W
en
Datum:
3 november 2025
Zaaknummer(s):
-1-
2025
Burgemeester
diverse
Betreft:
Intrekking Woo-verzoeken
Geachte
(Woo-)medewerker gemeente, B&W, Gemeenteraad
en
Burgemeester,
Bij dezen trek ik alle 12 (Woo-)verzoeken die ik bij uw gemeente heb ingediend in. Ik heb voldoende data verzameld. Het eigenlijke onderzoeksobject van deze casestudie was ‘de aanvang van de procedure’; niet de inhoudelijke beoordeling van die verzoeken. U kunt overgaan tot afsluiting van alle dossiers op mijn naam. De uitkomst
juridische procedures kan mede worden beïnvloed door de wijze waarop een besluitketen wordt ingericht. In een veranderende wereld waarin Al automatisering van Woo-verzoeken mogelijk zal maken is het van belang in kaart te brengen waar misbruik mogelijk is. Mijn onderzoek richt zich erop hoe u mijn ‘lastige’ Woo-verzoeken en een vermoeden van misbruik heeft aangevlogen. En welke juridisch-technische implicaties uw kadering zou kunnen hebben bij een vervolg van de procedures. Ik breng u graag op de hoogte van de resultaten zodra de analyse voltooid is. In deze brief deel ik alvast enkele voorlopige van
—
—
observaties. De Raad
en
de
Burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan
In ECLI:NL:RVS:2025:894 herhaalt de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat een verzoek om openbaarmaking van documenten waarop geheimhouding rust, altijd ook moet worden opgevat als verzoek om opheffing van die geheimhouding. Een opheffingsverzoek moet worden doorgezonden als de beslissingsbevoegdheid bij een ander orgaan rust. In die uitspraak onderstreept de Afdeling ook dat beide bestuursorganen ieder voor
zich moeten beslissen.
In
mijn verzoeken heb ik expliciet verwezen naar de opheffing van de geheimhouding. Toch is veruit het grootste deel van communicatie vanuit gemeenten stelselmatig vanuit alleen B&W gedaan! Ook als de communicatie zag op de verzoeken opheffing geheimhouding (de
opheffingsverzoeken). bestuursorganen binnen
!
Een kleine minderheid
van
De uw
opheffingsverzoeken betroffen in principe alle drie de
gemeenten.” Die verzoeken vielen onder de gemeentewet, zodat
de gemeenten
(vermoedelijk <5%)
heeft ook
namens
de raad en/of burgemeester
gecommuniceerd. ? Zoals u weet zijn sinds 1 april 2023 de burgemeester, B&W en de Raad alle drie bevoegd geheimhouding op te leggen, en dus ook op te heffen. Daarvóór waren dat B&W en de Raad. Dat betekent dat elk cluster van vier verzoeken dat ik indiende tien verzoeken opheffingen geheimhouding inhielden (4x Raad, 4x B&W en 2x Burgemeester) en 4 Woo-verzoeken. De termijnen van die opheffingsverzoeken zijn ingegaan op het moment dat het verzoek gedaan is, ongeacht het feit dat die verzoeken op dat moment mogelijk nog onduidelijk waren. In totaal liepen bij uw gemeente technisch gezien dus 42 termijnen ten aanzien van mijn 12 verzoeken: 12x onder de Woo
en
30x onder de gemeentewet.
|
daarvoor een beslistermijn van acht weken gold. 3 B&W lcan die termijn niet opschorten voor de Raad , tenzij die bevoegdheid expliciet is gedelegeerd 4 én B&W expliciet mededeelt dat het (ook) namens de Raad communiceert. 5 Meestal gebeurde dat laatste niet. Bovendien moet voor opschorting van de gemeentewettermijn expliciet het opheffingsverzoek genoemd worden (en niet alleen het Woo-verzoek). Ook dat gebeurde meestal niet. Het voorgaande betekent dat bij vrijwel alle gemeenten de termijnetl voor de opheffingsverzoeken ongeadresseerd doorliepen; zelfs als de WQo-tennijnen wel waren opgeschort. 6 Dit is voor u relevant om te weten omdat de gemeentewet niet is uitgesloten van de bestuurlijke dwangsom. Indien de Woo-verzoeken inmiddels buiten behandeling waren gesteld , zou daár — in ieder geval tijdelijk — geen bloed uit vloeien. 7 Maar als u de Wooverzoekenin beliándéling had genomen , had u in theorie tegen een veelvoud aan bestuurlijke dwángsómineri kunnen áanlópen:g Op de (veelvoud áán) ophèffingsverzoékeri moest namelijk steeds afzonderlijk worden beslist dóór Burgemeester , BBiW en de •Ráad. 9•De Afdeling bepaalde in ECLI:NL:RVS:2016:3140 weliswaar dat behandeling van . het opheffingsbesluit . de beslistermijn van het Wóo-vérzoek wel opschórt; máár niet. . ande. rsem. Opschorting via 4:15; eersté lid; onder a; van dè Awb ha.
d uitkóinst kunnén biéden , maar dát liad dán wel moeten worden ingeroepen door het betreffende bestuursorgaan; vóór afloop van de achtwekentermijn. Na een ingebrekestelling had dat niet meer gerepareerd kunnen worden. Ook in het kader van beroepen niet-tijdig10 hadden de gemeentewet-termijnen een lelijke schadepost kunnen worden. Hoewel ik er vanuit ga dat deze kwetsbaarheid is opgemerkt , valt op dat maar een klein percentage gemeenten daadwerkelijk namens de Raad (en de. Burgemeester) heeft gecommuniceerd. Steeds opnieuw opschorten So_mmige gemeénten hebben de (Woo-)beslistermijn steeds opnieuw opgeschort na mijn reactie op een informatieverzoek. " 'Éeri niéuwe ópschcir't'ing impliceert echter dat dé oude is gestopt (door het verstrekken van informatie door de aanvrager). Om te voorkomen dat steeds dagen `weglekken' tussen de brieven , verdient het technisch gezien de voorkeur vast te stellen dat de (initiële) schorsing `doorloopt' tot ook de nieuwe vragen beantwoord zijn. Geen bestuurlijke aangelegenheid• Mijn voorlopige indruk is dat sommige gemeenten verzoeken buiten behandeling hebben gesteld omdat deze niet onder de definitie van een bestuurlijke aangelegenheid zouden vallen. Naar mijri mening staat ECLI:NL:RVS:2016:659 aan die buitenbehandelingstelling in de weg.
De verzoeken hielden desondanks een moeilijke opgave in , waarop vrijwel nooit binnen de wettelijke termijnen beslist had kunnen worden. Het enige ventiel voor de Woo-termijnen is ' Zie artike14:13 tweede lid van de Awb 4 Gedelegeerd daarvoor moet zijn niet alleen de bevoegdheid over Woo-verzoeken te beslissen namens de Raad maar ook de bevoegdheid over opheffingen van geheimhouding te beslissen namens de Raad. 5 Voor de burgemeester ligt dat anders omdat die onderdeel uitmaakt van B&W maar technisch gezien kan dat ,
,
,
ook nadeel uitgelegd worden (het betreft irnmers verzoeken onder verschillende wetten). 6 En zelfs ongeacht of al op de Woo-verzoéken was beslist. ' De Raad B&W en de Burgemeester die op een ingebrekestelling onder de gemeentewet zouden moeten beslissen zouden dan komen tot `geen belang' en dus ook een buiten behandelingstelling. Dat type besluit is op grond van Artike14:17 zesde lid onder b van de Awb uitgesloten van de bestuurlijke dwangsom. 8 Namelijk in theorie tien per cluster: Zie hiervoor. 9 Zie ook: ECLI:NL:RVS:2025:894. 10 Zoals bedoeld in artikel 6:12 van de Awb. 11 Een verzoek op grond van artikel 4.1 vijfde lid van de Woo. in uw
,
,
,
,
,
,
,
,
gegeven in artikel 8.4 van de Woo, welk artikel pas opgaat bij een bestuursrechtelijke procedure. Deelbesluiten kunnen dit probleem alleen dan oplossen als de aanvrager meewerkt en
maken de gemeente kwetsbaar
niet
voor
rechterlijke dwangsommen als besproken termijnen
gehaald worden.
Voorlopige conclusie Uit de veelvoud
voorlopig worden opgemaakt dat de aangeschreven gemeenten meestal niet volledig op de verzoeken hebben gereageerd. De termijnen van de opheffingsverzoeken zijn zelfs vrijwel nooit geadresseerd. Dat is zorgwekkend aangezien de verzoeken in dit geval bijzonder omvangrijk en gedetailleerd van aard waren. Gezien de wijze van indiening zou mogen worden verondersteld dat gemeenten zich bewust waren van hun “technische? verplichtingen. van
data kan
opdracht die de Woo ende Wet dwangsom stellen onhaalbaar? In de Memorie van Toelichting bij de Wet dwangsom uit 2004 werd onder meer vermeld dat de wet naar verwachting geen grote financiële gevolgen zou hebben voor bestuursorganen of de bestuursrechtspraak./? Destijds werd aangenomen dat bestuursorganen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen een dwangsom zouden verbeuren. In de praktijk worden thans miljoenen begroot voor dwangsommen, ook door gemeenten. Gemeenten vertegenwoordigen veruit de grootste groep bestuursorganen die deze discrepantie zou kunnen aankaarten bij de landelijke politiek en beschikken gezamenlijk over een ongekende hoeveelheid data.
Is de
De komende maanden zal ik de verzamelde
gegevens
analyseren. In het bijzonder zal ik onderzoeken wat de verschillende aanvliegroutes van de gemeenten zijn geweest en de juridisch-technische implicaties daarvan. Daarnaast ben ik benieuwd of er onderlinge samenwerking of uitwisseling tussen gemeenten plaatsvindt waar ik mogelijk nog geen zicht op heb. Mocht
delen, dan waardeer ik dat zeer.
u
informatie hierover willen
Ik hoop dat
mijn bevindingen kunnen bijdragen aan een constructieve dialoog over mogelijke procedurele verbeteringen ten aanzien van de Woo en de Wet dwangsom. Hartelijk
be
(geanonimise rd)
voor uw
geduld en hoogachtend, verblijf ik, met vriendelijke groet,
B
Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2004-2005, Kamerstuk 29934, nr. 3.: “Dit wetsvoorstel heeft verwachting geen grote financiële gevolgen voor bestuursorganen of voor de bestuursrechtspraak. Wat de bestuursorganen betreft, mogen we ervan uitgaan dat zij over voldoende middelen beschikken om hun taken naar behoren uit te voeren, dus ook binnen de gestelde termijnen. Na de valbijl ondervinden uitsluitend de bestuursorganen die hun zaakjes dan nog niet op orde hebben, financiële gevolgen in de zin van het betalen van dwangsommen. Dit is te voorkomen of te beperken door in de aanloopfase waar nodig organisatorische maatregelen te treffen die ook los van dit wetsvoorstel al nodig zouden zijn of door waar nodig wettelijke termijnen aan te passen opdat die in alle gevallen haalbaar zijn.” naar
—
—