162 Bijlage Reactie op brief dd 160522 inzake grondtransactie Van Mossel Automotive Groep
Tekst van het document
Waalwijk, 12 juni 2022
Reactie op brief namens College van B&W d.d. 16 mei 2022 Kenmerk 2021-060124 / documentnummers D2021-12-003719 en D2022-04-010023 Referentie: ingezonden stukken onder nummer 14, ingekomen op 17-11-2021
Ruim een half jaar geleden heeft ondergetekende een Wob-verzoek ingediend in verband met de grondtransactie met Van Mossel Automotive Groep. Door de gemeente Waalwijk werd In eerste instantie met documentnummer D2021-11-008863 op 17 november 2021 de ontvangst ervan bevestigd. De behandeling ervan zou door Team Ruimte, Economie en Werk in behandeling worden genomen. Overigens had ik eraan voorafgaand het College reeds via een e-mail tot tweemaal toe rechtstreeks respectievelijk per 22.10.2021 en 10.11.2021 - speciale aandacht gevraagd voor een foutieve weergave daaromtrent in ‘Raadsinformatiebrief 94-21’ van 19.10.2021 ! Pas twee maanden later werd op 17 januari 2022 opnieuw bevestigd dat de brief + de bijlagen in goede orde waren ontvangen, dit keer door de teammanager. Daarbij werd tevens gesteld dat het Wob-verzoek niet als zodanig kon worden aangemerkt. Dat zou gebaseerd op de beoordeling dat de inhoud van het verzoek geen duidelijkheid zou geven of door ondergetekende “(niet openbare) stukken” opgevraagd werden en welke dit dan zouden moeten zijn. Bovendien zou volgens het College “in lijn met de vaste gedragslijn” zij aan mij geen verantwoording zijn verschuldigd over de door mij gestelde vragen.
Verder werd daaraan toegevoegd dat dergelijke vragen grotendeels handelend over de relatie tussen college en raad - vanuit de gemeenteraad het College nooit hebben bereikt! In eerste instantie heeft ondergetekende per e-mail ter attentie van de leden van de Raad en het College op 20 januari 2022 op betreffende brief gereageerd. Citaat: “Zoals in mijn bijlage "Visuele weergave van de chronologische reeks gebeurtenissen binnen het dossier 'Ontwikkeling Haven 8 Oost, Waalwijk" bij de brief met nummer 14 zeer zorgvuldig en ordelijk is weergegeven, betreft het stuk voor stuk vragen waarvoor het College tenminste aan de Raad verantwoording verschuldigd is. Door simpelweg ervan uit te gaan dat betreffende vragen nooit via de Raad het College hebben bereikt en daarom volledig onbeantwoord zouden kunnen blijven, dat is natuurlijk een voorbarige aanname. Wanneer in de 'Lijst ingekomen stukken' als behandelwijze "College verzoeken de raad te informeren over het besluit over het Wobverzoek' staat vermeld, dan is bijgaande brief - die u als raadsleden naar verondersteld niet via het College maar nu via ondergetekende krijgt doorgespeeld - het eerste signaal hoe het College op een brief van 16-11-2021 reageert. Het is vervolgens niet meer dan logisch dat u als raadsleden de gelegenheid hebt om eerst iets van betreffende reactie namens het College te vinden.
En daarna kunt u wat ondergetekende betreft zich volledig vrij voelen om al dan niet een of meer vragen uit voornoemde bijlage bij de brief met nummer 14 aan het College ter beantwoording / verantwoording voor te leggen. Helaas hebben de coalitiefracties eerder in vergelijkbare situaties in mijn beleving door zich te hullen in stilzwijgen - duidelijk laten merken dat zij blijkbaar het systeem van 'coalitie-monisme' van groter belang vinden. Toch hoop ik van ganser harte dat ook zij met deze casus alsnog op serieuze wijze wensen om te gaan en hierover met ondergetekende - al dan niet in aanwezigheid van het College - een echt debat willen aangaan.”
Op 21 januari 2022 is daaraan - eveneens per e-mail - nog toegevoegd: “Naar ondergetekende inmiddels heeft begrepen, berust de uitspraak met de slotzin in de laatste alinea van bijgaande brief / reactie van 17 januari jl. niet op juistheid! Naar aanleiding van 'Raadsinformatiebrief 94-21' van 19 oktober 2021, met als onderwerp "grondtransactie met van Mossel Automotive Groep", blijken er op 25 oktober 2021 hieromtrent via de griffie namelijk wel degelijk onderhandse vragen aan het College gesteld te zijn. Daarop zijn ook antwoorden gekomen. Als raadsleden bent u allen daarvan ook op de hoogte gebracht.”
Tot zover het kader van de casus. Aangezien er sinds de gemeenteraadsverkiezing in maart 2022 een flink aantal nieuwe raadsleden en fractievolgers zijn aangetreden, acht ondergetekende het zonder meer van belang dat de samenhang van diverse zaken niet uit het oog wordt verloren. Daarom heb ik onderstaand in de op 16 november 2021 met de brief met nummer 14 meegezonden bijlage "Visuele weergave van de chronologische reeks gebeurtenissen binnen het dossier 'Ontwikkeling Haven 8 Oost, Waalwijk" direct na de vragen [ lettergrootte 10 in groen ] telkens de antwoorden uit de brief van 16 mei 2022 [ lettergrootte 11 in rose ] eronder te vermelden. Aansluitend heb ik in zwart [ lettergrootte 11 ] mijn reactie gegeven op de antwoorden d.d. 16-05-2022. De overige tekst uit de opgestelde oorspronkelijke bijlage is verkleind naar lettergrootte 8. - pagina 1 van 10 -
ONTWIKKELING HAVEN 8 OOST, Waalwijk Aan de hand van een visuele weergave van de chronologische reeks gebeurtenissen binnen het dossier 'Ontwikkeling Haven 8 Oost' is het procesverloop in kaart gebracht. Onderstaand beeld is daaruit ontstaan, waarbij in het kader van het Wob-verzoek per onderdeel de diverse (nog) te beantwoorden vragen zijn vermeld. Op 21 januari 2016 is er een terugkoppeling geweest door wethouder J. Keijzers van de Commissie Ruimte. Vermeld werd: “Op grond van de huidige RRO-afspraken [Regionaal Ruimtelijk Overleg] over de ontwikkeling van bedrijventerreinen is Haven 8 opgenomen als lange termijn reservering voor met name grootschalige logistiek.” “In regionaal verband wordt er naar gestreefd om in maart 2016 met de provincie Noord-Brabant een intentie-overeenkomst te sluiten over de ontwikkeling van de bedrijventerreinen in de regio Hart van Brabant, waarin wij het principe van vraaggericht ontwikkelen van Haven 8 ook onderdeel uit willen laten maken van deze overeenkomst.”
VRAAG [ zakelijk van karakter ] • Aangenomen dat de beoogde intentie-overeenkomst met de provincie ook daadwerkelijk is gesloten, wanneer heeft dat dan precies plaatsgehad en waar kan in dat geval ten behoeve van de controle door de gemeenteraad betreffende overeenkomst worden ingezien ?
Antwoord Wij gaan er van uit dat u doelt op de “Bedrijventerreinafspraken Regio Hart van Brabant”, zoals deze in september 2016 op grond van de Provinciale Omgevingsverordening gemaakt zijn door de regiogemeenten met de provincie voor de periode 2016-2020. Inmiddels zijn deze afspraken geactualiseerd voor de periode 2020-2024, terwijl momenteel voorbereidingen worden getroffen voor de periode 2024-2028. De vastgestelde afspraken zijn openbaar en voor een ieder te raadplegen via de website van de Regio Hart van Brabant. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Deze handelwijze komt de geloofwaardigheid en de integriteit beslist niet ten goede nu pas na een half jaar [ 1 ] wordt geschreven dat het College ervan uitgaat dat met de beoogde intentie-overeenkomst met de provincie de “Bedrijventerreinafspraken Regio Hart van Brabant” van september 2016 wordt bedoeld. Zoals bovenstaand - voorafgaand aan de vraagstelling - glashelder werd verwezen naar januari 2016 en maart 2016, ligt het voor de hand dat zulks het geval moet zijn.
Aanvullende vragen, zakelijk van karakter • Zijn er in 2016 wellicht meerdere intentie-overeenkomsten met de provincie zijn gesloten ?! • Waarom werd de huidige reactie niet meteen op 17 januari 2022 gegeven met een directe link naar de plaats waarop de gemaakte afspraken terug te vinden zijn ? • Op welke wijze werd de Raad indertijd officieel op de hoogte gebracht en welke fracties hebben e.e.a. inhoudelijk gecontroleerd ? In het ‘Raadsvoorstel R9.5-17’ uit de collegevergadering van 10 oktober 2017 inzake het onderwerp ‘Bestemmingsplannen Haven 8 West en Oost’ staat gemeld: “Wij hebben voor het gebied Haven 8 Oost op dit moment nog geen concrete aanvragen, maar we willen wel adequaat kunnen handelen wanneer een aanvraag zich aandient.” Conclusie: de aanvraag van Van Mossel Automotive Groep was op dat moment nog niet binnen. In de “Besluitenlijst Raadsvergadering 23 november 2017” staat het zonder hoofdelijke stemming aangenomen amendement vermeld waarin werd voorgesteld het ‘Raadsvoorstel R9.5-17’ als volgt gewijzigd vast te stellen: 1. “Het bestemmingsplan Haven 8 West op de door het college voorgestelde wijze in procedure te brengen; 2. het bestemmingsplan Haven Oost op de gebruikelijke wijze, dus met inspraak, in procedure te brengen en daarbij de milieueffecten integraal onderdeel te doen zijn van besluitvorming; 3.
Haven 8 Oost pas daadwerkelijk in ontwikkeling te nemen, nadat de raad zich heeft kunnen uitspreken over de toetsing van deze ontwikkeling aan de criteria woon- en leefklimaat van de stad en de omliggende groene omgeving, meer gespecificeerd in de criteria: bereikbaarheid, huisvestingsbehoefte, energie en lokale economie en werkgelegenheid.” Op 16 januari 2020 heeft het College van B&W het ‘Raadsvoorstel R1.5-19’ van haar collegevergadering d.d. 10-12-2019 als input ingebracht onder nummer R1.5-20. Onderwerp ‘Ontwikkeling Haven 8 Oost’. Hierin staat gemeld: “Wij zijn met een Waalwijks bedrijf in onderhandeling over de aankoop van een perceel bedrijfsgrond voor uitbreiding en centralisering van dit bedrijf.” Conclusie: naar later bekend geworden, betreft het de aanvraag van Van Mossel Automotive Groep. Verder werd vermeld: “Doordat de vraag naar grootschalige logistieke kavels groot blijft, zijn wij als gevolg hiervan inmiddels een principeovereenkomst met een Waalwijks bedrijf aangegaan voor een kavel op Haven 8 Oost”. “Met de voorbereidingen van Haven 8 Oost zijn wij inmiddels gestart: de verwerving van de benodigde percelen is voltooid, de bodemkwaliteit is in kaart gebracht, evenals de schetsen voor de benodigde infrastructuur.
Na besluitvorming door uw raad kan de overeenkomst die wij in principe zijn aangegaan met het eerder bedoelde Waalwijkse bedrijf door beide partijen getekend worden. “Vervolgens zullen wij gaan starten met de voorbereidingen voor saneringswerkzaamheden, bouwrijp maken e.d.”
- pagina 2 van 10 -
VRAGEN [ zakelijk van karakter ] • Wanneer precies werd de toen nog ongetekende principe-overeenkomst opgesteld en welke concrete afspraken en/of voorwaarden werden erin vastgelegd ? • Wanneer precies werd de definitieve principe-overeenkomst door partijen ondertekend en werden er ten opzichte van het ongetekende concept nog wijzigingen doorgevoerd en zo ja, welke ? • Waar kunnen ten behoeve van de controle door de gemeenteraad betreffende overeenkomst(en) worden ingezien ?
Antwoord De “Bedrijventerreinafspraken Regio Hart van Brabant2016-2020” dateren van september 2016. In deze afspraken vindt op grond van de Provinciale Omgevingsverordening afstemming plaats binnen de regio en met de provincie op welke (bedrijven)terreinen in de regio voor de afgesproken periode planologische ruimte wordt geboden om vraaggericht bedrijventerrein te kunnen ontwikkelen, de inhoud van de desbetreffende stukken zijn via bovengenoemde website van de Regio Hart van Brabant raadpleegbaar. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Met name op de vraag of er, en zo ja welke, wijzigingen in het ongetekende concept ten opzichte van de definitieve principe-overeenkomst werden doorgevoerd, is door het College geen concreet antwoord gegeven. Aanvullende vragen, zakelijk van karakter • Is er aan de Raad open en transparant in een kort overzicht aangegeven welke wijzigingen er werden doorgevoerd ? • Op welke wijze werd de Raad indertijd officieel op de hoogte gebracht en welke fracties hebben e.e.a. inhoudelijk daadwerkelijk gecontroleerd ? Tevens werd nog gemeld: “In het kader van de afspraken hierover binnen de ‘regio Hart van Brabant’ is de mogelijkheid van vestiging van dit bedrijf op Haven 8 besproken en door de provincie geaccordeerd.”
VRAGEN [ zakelijk van karakter ] • Wanneer precies heeft betreffend gesprek met de provincie plaatsgehad en op welke wijze werd de accordering door de provincie vastgelegd ? • Waar kan het betreffende stuk worden ingezien ?
Antwoord De afstemming met betrekking tot serieuze belangstelling voor concrete vestiging vindt plaats binnen het z.g. Poho Fysiek van de regio Hart van Brabant, waarbij de Provincie Noord-Brabant aanwezig is. Verslaglegging vindt plaats in de besluitenlijst van de regio Hart van Brabant. De openbare besluitenlijsten worden gepubliceerd via de website. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 In de reactie werd niet concreet aangegeven op welke datum of welke data hierover is gesproken en het door de provincie is geaccordeerd. Aanvullende vragen, zakelijk van karakter • Is e.e.a. wel aan de Raad bekendgemaakt ? Zo ja, wanneer ? • Zo nee, kan het College alsnog betreffende datum openbaar maken ? In antwoord op een ex Art. 47 RVO vraag van de fractie van GroenLinksaf - om een een meer uitgebreide toelichting naar aanleiding dat het college voorstelt om m.b.t. dit raadsvoorstel geen inspraak/participatie te verlenen - is namens wethouder J. Keijzers o.a. geantwoord: “Op 22 september 2016 zijn m.b.t. de mogelijke vraag naar (zeer) grootschalige kavels (> 5 ha) de RRO-afspraken [Regionaal Ruimtelijk Overleg] ‘Bedrijventerreinen Hart van Brabant 2016-2025’ vastgesteld.”
VRAGEN [ zakelijk van karakter ] • Werden betreffende RRO-afspraken al dan niet eerst aan de raad voorgelegd en zo ja, wanneer precies werd ná besluitvorming door de gemeenteraad van Waalwijk het groene licht gegeven ? • Gaat deze regeling over meer dan alleen uitvoering of is ook sprake van mandatering ? • Is de complete ‘Gemeenschappelijke Regeling Regio van Brabant 2016’ hierna van toepassing geworden en waar en op welke wijze is e.e.a. vastgelegd ?
- pagina 3 van 10 -
Antwoord De afspraken betreffen regionale besluitvorming op basis van de Provinciale Verordening Ruimte door het bestuur van de regio Hart van Brabant. Deze besluiten worden niet aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Ook zou het niet de plicht van het College zijn om hieromtrent vooroverleg met de Raad te hebben, waarom heeft het College zich niet moreel geroepen gevoeld om open en transparant hierover te zijn ! Aanvullende vragen, zakelijk van karakter • Wat is het concrete antwoord op de 2e vraag ? • Wat is het concrete antwoord op de 3e vraag ? Verdere tekst van het ‘Raadsvoorstel R1.5-19’ onder punt 2. “Wat willen we bereiken en waarom?” en onder punt 3. “Wat gaan we daarvoor doen?”: “Bij de besluitvorming over de ontwikkeling van Haven 8 West zijn destijds door uw raad in een motie [ m/z amendement ?! ] zorgen geuit over de gevolgen van een eventuele doorontwikkeling in de vorm van Haven 8 Oost. Het ging uw raad hierbij om een toetsing vooraf van deze ontwikkeling op de criteria woon- en leefklimaat van de stad en de groene omgeving, gespecificeerd in bereikbaarheid, huisvestingsbehoefte, energie en lokale economie en werkgelegenheid.
Destijds is dit ook in het definitieve raadsbesluit opgenomen.” “Wij hebben getracht dit raadsbesluit te vertalen in onder meer de formulering van een aantal nadere criteria, waaraan bedrijven - willen ze zich vestigen op Haven 8 - moeten voldoen.” “Daarnaast geldt al het uitgangspunt dat in het kader van de bereikbaarheid de aanleg van de zgn. GOL-structuur een must is voor het kunnen ontwikkelen van het totale gebied van Haven 8 Oost.” “Verder hebben wij - naar aanleiding van de opgedane ervaringen met de snelle uitgifte van Haven 8 West - het voornemen de selectiecriteria te verzwaren voor de bedrijven die zich willen vestigen op Haven 8 Oost, in die zin dat zoveel als mogelijk het gemeentelijk beleid op andere terreinen hiermee wordt ondersteund. Hoewel de bedoelde beleidsregels nog niet zijn opgesteld, denken wij hierbij aan: 1. het gebruik maken van de nieuwe insteekhaven (een bedrijf dat zich wil vestigen op Haven 8 Oost, dient een aantoonbare forse aanvoer dan wel afvoerstroom te hebben via water); 2. duurzaamheid (het daadwerkelijk bijdragen in de (regionale) energieketen door de verplichting het dakvlak (nagenoeg) volledig te bedekken met zonnepanelen, BREAAM certificering ets.); 3.
aansluiting met/op de regionale arbeidsmarkt (wij willen ons bij de invulling van Haven 8 Oost meer gaan richten op de eigen, regionale, arbeidsmarkt en niet (minder gewenst) op de inzet van arbeidsmigranten); 4. een voorkeur voor eigen bedrijvigheid (primair is het ons streven om eigen bestaande bedrijvigheid te kunnen faciliteren). “Hoewel deze lijst niet volledig is, willen wij op deze criteria gaan selecteren, ons realiserend dat op het Waalwijkse bedrijventerrein de ruimte niet onbeperkt is.”
In antwoord op een op 31 december 2019 gestelde ex Art. 47 RVO vraag van de fractie van SGP over eventuele aanvullende selectiecriteria werd namens wethouder Bakker als volgt geantwoord: “In onze collegevergadering van 17 december 2019 hebben wij de selectiecriteria voor Haven 8 Oost vastgesteld. Naast de criteria die wij al in het raadsvoorstel R1.5-19 hebben genoemd, hebben wij deze hoofdcriteria nader uitgewerkt naar bijvoorbeeld verkeersbewegingen (belasting op de infrastructuur), stikstofuitstoot, personeelsbehoefte, bereidheid tot opname van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt, omvang van de ruimtebehoefte (RRO-eisen) en een link naar andere economische sectoren dan de puur logistieke.” “De komende weken zullen wij deze wensen nader concretiseren en ook aan uw raad kenbaar maken.” “Overigens maken wij een onderscheid tussen harde en preferente [ voorrang krijgende ] criteria. Het gebruik van de insteekhaven en de duurzaamheidsinspanningen gelden als harde criteria. De andere criteria kunnen leiden tot een hogere preferentie.” Op 6 februari 2020 zijn per memo 2 harde en 5 preferente selectiecriteria Haven Acht Oost aan de gemeenteraad voorgelegd.
Tevens werd met betrekking tot het milieu nog het navolgende vermeld: “Op moment van redigeren van dit raadsvoorstel (november 2019) speelt bij diverse ontwikkelingen de discussie over stikstofdepositie [ de stikstofoxiden en ammoniak in de lucht komen uiteindelijk weer op de grond terecht ] en de aanwezigheid van PFOS /PFAS een belangrijke rol. Het moge duidelijk zijn dat wij deze discussie nauwgezet volgen en waar nodig en indien mogelijk maatregelen te nemen.” In antwoord op een op 31 december 2019 gestelde ex Art. 47 RVO vraag van de fractie van SGP over de actuele stand van zaken hieromtrent werd namens wethouder Bakker als volgt geantwoord: “Voor zover we nu kunnen beoordelen is het PFOS / PFAS-probleem voor Haven 8 Oost oplosbaar: weliswaar worden in het gebied plaatselijk hogere concentraties dan de norm aangetroffen, maar wij verwachten in het kader van de sanering dit afdoende op te kunnen lossen.” “Het probleem van de stikstofdepositie is bij het in ontwikkeling nemen van Haven 8 Oost minder eenvoudig op te lossen.
Voor Haven 8 Oost geldt hetzelfde als voor andere projecten in Waalwijk (en de rest van Nederland): als uit een stikstofberekening blijkt dat de depositie groter is dan 0,00 mol/ha/jaar¹) en niet door intern salderen²) kan worden weggenomen of met een ecologische [ betrekkingen tussen de organismen en hun omgeving ] onderbouwing kan worden verantwoord, kunnen significante [ statistisch niet aan toeval toe te schrijven en dus betekenisvolle ] effecten niet worden uitgesloten en is een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig.” “In dat geval zullen er maatregelen moeten worden getroffen ten aanzien van de gevolgen van de depositie.
- pagina 4 van 10 -
Hierbij is zowel de aanlegfase als de gebruiksfase relevant. De gebruiksfase is in beginsel de verantwoordelijkheid van het bedrijf dat zich ter plaatse wil vestigen en zal hiervoor ook de benodigde Wnb-vergunning zelf moeten aanvragen. De verlening daarvan is uiteraard sterk afhankelijk van de specifieke bedrijfsvoering. Wel zijn wij hierbij mede afhankelijk van acties die door het rijk en de provincie in deze worden geїnitieerd.”
¹) Het aantal mol van een bepaalde stof, zegt iets over de hoeveelheid deeltjes waaruit een bepaalde stof bestaat. Alle verschillende stoffen hebben een bepaalde massa per mol. Dit wordt de molaire massa genoemd. De molaire massa van zuurstof is 16,0 gram per mol d.w.z. dat 1 mol zuurstof 16,0 gram weegt. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig wanneer de stikstofdepositie van het project 0,00 mol/ha/jaar bedraagt.
²) Intern salderen betekent dat de voorgenomen activiteit zo wordt aangepast, dat de stikstofuitstoot per saldo vermindert of gelijk blijft op dezelfde locatie in vergelijking met de bestaande, vergunde situatie (referentiesituatie). [ Noot:
als gevolg van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 kan de generieke Passende Beoordeling die aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ten grondslag lag, niet langer worden gebruikt voor toestemmingverlening voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. ]
In antwoord op een op 15 januari 2020 gestelde aanvullende ex Art. 47 RVO vraag van de fractie van SGP welke maatregelen zijn genomen om het stikstofprobleem en de problematiek rondom PFOS / PFAS op te lossen werd namens wethouder Bakker op 16-01-2020 als volgt gereageerd: “In het kader van de PFAS-problematiek hebben we het hele plangebied Haven 8 Oost inmiddels onderzocht; hierbij zijn enkele lokale spots aangetroffen, waarbij concentraties boven de toegestane norm zijn vastgesteld. In omvang bekeken gaat het om kleine hoeveelheden waar oplossingen voor te vinden zijn. Voor de stikstofproblematiek zijn wij, in afwachting van richtlijnen vanuit het rijk, de mogelijkheden aan het verkennen op welke wijze wij een verantwoord evenwicht kunnen bereiken tussen (economische) ontwikkeling en natuur.” Op 6 februari 2020 werd daaraan nog toegevoegd: “Over PFAS / PFOS valt op dit moment niet meer te melden dan hetgeen wij in onze beantwoording van 16 januari jl. hebben gedaan.”
VRAGEN [ zakelijk van karakter ] • De datum van de beantwoording van betreffende ex Art. 47 RVO vragen stond niet altijd op de formulieren vermeld. Kan worden aangegeven op welke datum de antwoorden werden gegeven: al dan niet nog vóór de raadsvergadering op 23 januari 2020 ? • Waarom werden door het college niet voorafgaand aan de onderhandelingen met het Van Mossel Automotive Groep concrete criteria met de raad afgesproken en is van meet af aan niet 100% vastgehouden aan harde selectiecriteria ? • Werd er bovendien al dan niet op enigerlei wijze - voorafgaand aan het afwijken - hieromtrent met de gemeenteraad van gedachten gewisseld ? • Zo ja, wanneer precies en wat werd er toen afgesproken ?
Antwoord De uitgifte van gronden is een collegebevoegdheid. De uitgiftecriteria zijn in de vergadering van 14 april 2020 vastgesteld door de Raad van Waalwijk. Op dat moment waren de onderhandelingen met het bedrijf al dermate ver gevorderd dat het op dat moment ten volle opleggen van deze voorwaarden aan het bedrijf, niet gewenst was. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Ook al is de uitgifte van gronden een bevoegdheid van het College, dan mag het toch niet meer dan normaal worden geacht dat onderhandelingen over de verkoop pas opgestart kunnen worden nadat de exacte uitgiftecriteria ter goedkeuring aan de Raad zijn voorgelegd ! Waarom heeft het College zich niet moreel geroepen gevoeld om open en transparant hierover te zijn ! [ NOOT: op 23 november 2017 is unaniem een amendement aangenomen met duidelijke criteria waaraan de raad de daadwerkelijke ontwikkeling van Haven 8 wil toetsen. Het door de portefeuillehouder gehanteerde argument dat tussentijds de spelregels zijn gewijzigd, is onterecht. Integendeel, de spelregels waren nog niet vastgesteld en toch is het College al gestart met de onderhandelingen ! ]
Aanvullende vragen, zakelijk van karakter • Wat is de concrete reden waarom het College zich niet moreel geroepen heeft gevoeld om volledig open en transparant hierover te zijn ? • Welke toezeggingen waren er eerder dan 14 april 2020 al aan het bedrijf gedaan, die achteraf nog zouden kunnen rechtvaardigen dat het College zich erop beroept dat het opleggen van ALLE voorwaarden niet gewenst was ? Tijdens de raadsvergadering op 23 november 2017 werd met betrekking tot de milieueffectrapportage (MER) door de CDA-fractie navolgend opgemerkt: “De redenering van het college is ongeveer: we verwachten geen belangrijke milieugevolgen en daarom is een MER niet nodig. Wij zouden het willen omdraaien. Een MER is juist gewenst om te weten of er geen belangrijke milieugevolgen zijn.”
- pagina 5 van 10 -
Door wethouder Daandels werd daarop als volgt gereageerd: “Voor de MER geldt dat het nu net lijkt of wij met de verkorte MER een verkapte procedure uitvoeren en minder doen dan de gewone MER. Dat is helemaal niet zo. Wij toetsen wel degelijk de milieueffecten, maar we zitten ook met de Wvg.” [ Noot: de Wet voorkeursrecht gemeenten verplicht eigenaren om een perceel waarop een voorkeursrecht is gevestigd, bij verkoop eerst aan de overheid (de gemeente, provincie of het Rijk) aan te bieden. Deze wet geeft overheden de mogelijkheid om een betere positie - en dus meer grip - op de grondmarkt te krijgen. Bovendien kan prijsopdrijving door speculatie worden voorkomen. ] “Dat heeft te maken met het feit dat we dit gebied anders ontwikkelen. We ontwikkelen niet meer dan 100 ha tegelijk, waarbij alles dan vastligt. Nee, wij leggen hectares neer, waarin nog niemand de titel van ontwikkelaar heeft. Dat is het uitwerkingsplan. In het kader van dat plan wordt inspraak georganiseerd. Daar zitten toetsingskaders aan met milieu en andere zaken. Met een brede MER loop je vast in de tijd en ook in de planningsprocedure die we eerder met elkaar hebben afgesproken. Tijdens de ‘Vergadering Input’ van 16 januari 2020 werd door de fractie van de ChristenUnie m.b.t.
het ‘Raadsvoorstel R1.5-20’ nogmaals gerefereerd aan het op 23 november 2017 unaniem aangenomen amendement met duidelijke criteria waaraan de raad de daadwerkelijke ontwikkeling van Haven 8 wil toetsen. “Denkt het college dat met dit voorstel is voldaan aan wat is aangegeven in het amendement?” Het antwoord van wethouder Bakker: “Het amendement uit 2017 is geїnterpreteerd [ uitgelegd en in woorden uitgedrukt ]. De raad kan iets zeggen over een aantal ontwikkelingen voordat deze ingaan.” “Deze elementen uit het amendement zijn overgenomen in het raadsvoorstel R1.5-20 en daarnaast heeft het college een document vastgesteld waarin deze criteria voor vestiging zijn uitgewerkt.” Zie hiervoor de MEMO met als onderwerp ‘selectiecriteria Haven Acht Oost’ die op 6 februari 2020 kort voor bespreking met de raad tijdens de ‘Vergadering Debat & Besluit (B)’ van die avond werd toegezonden, met de opmerking van de wethouder: “Helaas is verzuimd deze criteria in zijn door het college besloten vorm aan de raad expliciet toe te leiden als onderdeel van dit raadsvoorstel.” De bespreking ervan heeft op 11 februari 2020 plaatsgehad. Vervolg reactie van de wethouder op 16-01-2020: “Het is aan de raad om te bepalen of aan de wensen is voldaan. Als er vragen zijn, ga ik ervan uit dat deze nog voor de behandeling in de raad worden gesteld.
Het college is van mening dat met de voorgelegde criteria het amendement is afgedekt.” Tijdens de ‘Vergadering Debat & Besluit (B)’ van 6 én 11 februari 2020 werd inzake het in exploitatie nemen van Haven 8 Oost door de raad besloten dat op korte termijn de selectie/uitgiftecriteria voor dit gebied vast te stellen, alsmede het dictum [ de uiteindelijke beslissing ] van het ingediende amendement met betrekking tot de formulering van het besluit als volgt te wijzigen: 1. “In te stemmen met het in exploitatie nemen van het gebied Haven 8 Oost als bedrijventerrein ten behoeve van grootschalige logistiek. 2. De exploitatie opzet van Haven 8 Oost vast te stellen. 3. Aan de selectiecriteria door het college toe te voegen ‘het minimaliseren van geluidsweerkaatsing’, bijvoorbeeld door middel van landschappelijke inpassing, materiaalgebruik en vormgeving van de gevels. 4. De ontwikkeling van het meest zuidelijke perceel van Haven 8 Oost als bedrijventerrein ten behoeve van grootschalige logistiek, zoals aangegeven op bijgevoegde schets (bijlage 1) conform artikel 6.5, derde lid, Bor, aan te wijzen als categorie van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen ³) is vereist. Voor de andere percelen, vooralsnog, de reguliere procedure te handhaven. 5. De hierop betrekking hebbende begrotingswijziging vast te stellen 6.
Voor verdere ideeontwikkeling van het gebied van Haven 8 Oost tot het Drongelens Kanaal de gemeenteraad proactief te consulteren door niet later dan februari 2021 de raad een nota van uitgangspunten voor te leggen voor planontwikkeling in het gebied alvorens tot verdere planontwikkeling over te gaan. 7. De raad op korte termijn de selectiecriteria Haven Acht Oost vaststelt.”
³) Een verklaring van geen bedenkingen is een instemming van een ander bestuursorgaan voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Zonder de verklaring van geen bedenkingen kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning niet verlenen. De wettelijke basis voor de verklaring van geen bedenkingen is Artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en deze verklaring kan alleen worden afgegeven door het bestuursorgaan dat hiervoor is aangewezen.
VRAAG [ zakelijk van karakter ] • Het college heeft (kennelijk) diverse besluiten genomen zonder eraan voorafgaand overleg te hebben met de raad, noch dienaande opdracht van de raad te hebben gehad en eveneens ook geen mandaat ervoor te hebben! Op welk recht is dat gebaseerd ?
Antwoord Zoals wij in het antwoord op de vorige vraag/vragen al hebben aangegeven, is de uitgifte van gronden een bevoegdheid van het college. Het is ook niet gebruikelijk dat het college, behalve in uitzonderingsgevallen, in de onderhandelingsfase al met de raad afstemming zoekt. In dit geval was de toestemming van de raad benodigd voor het in exploitatie nemen van Haven 8 Oost als bedrijventerrein voor grootschalige logistiek en diende de raad de exploitatieopzet van het projectgebied vast te stellen. Voor de kavel ten behoeve van dit bedrijf heeft de raad ook ingestemd met ons voorstel dit aan te wijzen als categorie van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Het College kan met respect voor de Raad toch niet volhouden dat in onderhavig geval niet van een uitzonderingsgeval sprake is geweest ! [ NOOT: in het ‘Raadsvoorstel R1.5-20’ werd uiterst merkwaardig met geen woord gerept over geїntensiveerde contacten met een Waalwijks bedrijf en eveneens niet over reeds gemaakte afspraken ! ] - pagina 6 van 10 -
Aanvullende vraag, zakelijk van karakter • Op basis van welke procedure(s) en bevoegdheden kan het College aantonen dat rechtmatig door haar in deze is gehandeld ? Op 20 februari 2020 stond het agendapunt “Vaststelling uitgiftecriteria Haven 8 Oost’ op de agenda van de ‘Vergadering Besluit (A)’. Door een 5-tal fracties werd verzocht om het raadsvoorstel uit de collegevergadering van 18-02-2020 te behandelen in de ‘Vergadering Debat & Besluit (B)’ op 12 maart 2020. Overigens werd in betreffend raadsvoorstel duidelijk aangegeven dat er enerzijds sprake zou zijn van beleidsvrijheid, maar anderzijds ook van een fatale beslisdatum. Als reden daarvoor werd aangegeven “dat er op korte termijn gestart zal worden met de besprekingen met de geїnteresseerde partijen. Essentieel hierbij is dat de selectie/uitgiftecriteria bekend zijn.” Echter, in het raadsvoorstel werd uiterst merkwaardig met geen woord gerept over geїntensiveerde contacten met een Waalwijks bedrijf en eveneens niet over reeds gemaakte afspraken ! Pas in antwoord op een tweetal op 20 februari 2020 gestelde ex Art. 47 RVO vragen van de fractie van ChristenUnie werd door het college noodgedwongen enige toelichting gegeven.
De portefeuillehouder was er dan ook als de kippen bij om nog diezelfde dag - voorafgaand aan de raadsvergadering - het volgende te laten weten: “Met het bedrijf, waar wij op 11 februari 2020 in de raad over spraken als gegadigde voor de zuidelijke kavel op Haven 8 Oost, dateren de eerste contacten voor centralisatie van het bedrijf op een nieuwe locatie al van enkele jaren geleden. De contacten zijn geїntensiveerd in het voorjaar van 2019 en dit heeft geleid tot (voorlopige) afspraken met dit bedrijf over kavelgrootte en prijs per m2.” “Dit laatste heeft eind september 2019 geleid tot afspraken met dit bedrijf, die alle gemaakt zijn onder voorbehoud van de toestemming van de raad van Waalwijk om Haven 8 Oost ook daadwerkelijk in explotatie te kunnen nemen.” “Op het moment dat overeenstemming met het bedrijf werd bereikt, hebben wij het bedrijf tevens betrokken in andere beleidsdoelstellingen van de gemeente, waarvan wij hoopten dat deze mede door de vestiging van bedrijven op Haven 8 dichter bij realisatie zouden kunnen komen, zoals duurzame energie en havengebruik doelstellingen. Op deze doelstelling (havengebruik) van de gemeente heeft het bedrijf destijds aangegeven hier niet een harde toezegging te kunnen doen, omdat in zijn branche de logistieke stromen op een andere manier verlopen.
De bereidheid is wel uitgesproken om daarin mee te denken omdat wel sprake is van import- en exportstromen waarbij vervoer via de Rotterdamse haven speelt. Door de komst van een nieuwe generatie elektrisch aangedreven producten uit tot nu toe minder bekende productielanden, worden deze mogelijkheden door het bedrijf in de toekomst hoger ingeschat.” “Op het moment van het maken van de afspraken met dit bedrijf waren onze nevendoelstellingen niet juridisch hard neergelegd in selectie/uitgifte criteria. Andere overwegingen ( bijv. Waalwijks bedrijf, het behoud van een behoorlijke regionale werkgelegenheid) hebben ons er toe gebracht dit criterium (daad-werkelijk gebruik van de insteekhaven) voor dit bedrijf minder stringent [ = strikt ] te hanteren.” “Nadat wij met het bedrijf tot overeenstemming waren gekomen is de vraag naar grootschalige logistieke kavels sterk toegenomen, waardoor wij binnenkort keuzes moeten maken tussen de belangstellende bedrijven voor de schaarse bedrijfskavels. Vanaf dit moment ontstond de behoefte bij ons aan de hand van strakkere criteria te kunnen selecteren voor de uitgifte van bedrijfskavels.“ “Dit heeft rond de jaarwisseling 2019/2020 ertoe geleid dat wij deze criteria scherper hebben geformu-leerd en nu aan uw raad ter vaststelling hebben aangeboden.
Afspraken die na het vaststellen van het raadsbesluit zullen worden gemaakt met andere bedrijven zullen wel een op een afhankelijk gesteld worden van de selectie-/uitgifte criteria.” “Wij achten het onverantwoord en getuigen van onbehoorlijk bestuur het bedrijf waarmee wij in september 2019 afspraken hebben gemaakt, nu mee te delen dat de transactie geen doorgang zou kunnen vinden, omdat wij tussentijds de spelregels hebben aangepast.” “Overigens hebben wij het bedrijf inmiddels wel op de hoogte gebracht van de wens van uw raad op het gebied van geluidsabsorptie op de gevels van het bedrijf. Omdat het ontwerp van het bedrijfsgebouw nog niet gereed is, kan dit criterium nog worden ingebracht in het ontwerp.” “Voor wat betreft de algemene vraag m.b.t. de omvang van de aan- en afvoerstroom willen wij aangeven dat wij bewust geen kwantitatieve verplichting qua omvang hebben opgenomen. Wij willen niet op de stoel van de ondernemer zitten door een volume voor te schrijven. Door inzicht te geven in de vervoerstromen kan echter wel een inschatting worden gemaakt van het havengebruik. Het spreekt voor zich dat de omvang dan wel onderdeel is van de afweging.” De portefeuillehouder heeft tijdens de behandeling van het raadsvoorstel even gesproken over de betekenis van de criteria en daarbij aangegeven dat een kandidaat niet aan alle preferente criteria hoeft te voldoen.
Houdt dit feitelijk in dat dat alleen een belangstellende wordt geweigerd die niet aan de harde criteria kan voldoen? “Wij hebben tijdens de raadsbehandeling op 11 februari 2020 aangegeven dat de harde criteria (duur-zaamheid en gebruik van de haven) redenen zijn om een bedrijf niet te selecteren voor vestiging op Haven 8 Oost wanneer daaraan niet wordt voldaan. De preferente criteria zijn in dit selectieproces aanvullend; op voorhand sluiten wij een bedrijf dat gebruik maakt van arbeidsmigranten niet uit; het bedrijf kan excelleren op de andere preferente criteria, alleen zullen wel harde afspraken gemaakt moeten worden over bijv. de huisvesting van deze arbeidsmigranten.” Vanwege maatregelen rond Covid-19 moest de ‘Vergadering Debat & Besluit (B)’ van 12 maart 2020 worden geannuleerd en evenzo de ‘Vergadering Besluit (A)’ van 26 maart 2020. Na inventarisatie bleek de meerderheid van de fracties het raadsvoorstel “Vaststelling uitgiftecriteria Haven 8 Oost’ te willen behandelen tijdens een ‘Digitale Raadsvergadering’ op 9 april 2020. Bij agendapunt 7 (R2.10-20) Vaststelling uitgiftecriteria Haven 8 Oost werden de betogen opgetekend, alsmede de motie ‘Toetsingskader preferente criteria’ uitgaande van meetbaarheid bijv. door het instellen van een puntensysteem. De motie werd afgewezen.
Door de fractie van ChristenUnie werd in haar betoog getracht de vinger op de zere plek te leggen:
- pagina 7 van 10 -
1. “Het is ons opgevallen dat leden van dit college geregeld iets zeggen wat haaks staat op en soms zelfs het tegenovergestelde is van wat zij eerder hebben beweerd.”
“Tijdens de vorige B-raad [ op 6 en 11 februari 2020 ] hebben wij de wethouder gevraagd in welke mate het bedrijf dat hij op het oog had, voldoet aan zowel de harde criteria als de preferente criteria die het college in januari 2020 heeft vastgesteld. Het antwoord luidde toen: aan de harde criteria wordt volledig voldaan en aan de preferente in principe ook. Naar aanleiding van dit voorstel over de criteria heeft onze fractie op 20 februari 2020 geїnformeerd naar het gebruik van de insteekhaven door Van Mossel. Het antwoord luist nu ineens: “Ten aanzien van het gebruik van de insteekhaven heeft het bedrijf destijds aangegeven hier niet een harde toezegging te kunnen doen, omdat in zijn branche de logistieke stromen op een andere manier verlopen.” [ zie verder hetgeen bovenstaand op eerdere pagina’’s is weergegeven ]. 2. “Vindt u dat er wel sprake is van behoorlijk bestuur als u afspraken met de raad aan uw laars lapt ? Of moet de raad het normaal vinden dat u gesprekken met een ondernemer aanknoopt, waarbij u een raadsbreed ondersteund amendement compleet negeert ?”
“Omdat u al een tijdje in gesprek bent met nieuwe gegadigden, zou de raad nu met spoed deze boterzachte criteria vaststellen. Daarom onze laatste vragen: 3. “Hoe bewaakt u de balans tussen enerzijds het bedrijventerrein ten noorden van de A59 en anderzijds het woon- en leefklimaat ten zuiden van de A59 ? Heeft het college de na uitgebreide inspraak tot stand gekomen strategische visie Waalwijk 2025 “Samenwerken aan de toekomst”” naar het rijk der fabelen verwezen, of gebruikt u die visie alleen als het u goed uitkomt ?
Bij de tweede termijn van de behandeling van het raadsvoorstel “Vaststelling uitgiftecriteria Haven 8 Oost’ tijdens de ‘Digitale Raadsvergadering’ op 9 april 2020 werd door de fractie van ChristenUnie als volgt gereageerd:
“Wij zijn niet een beetje teleurgesteld, maar erg teleurgesteld over de reactie van de wethouder. Wij hebben drie vragen gesteld, maar hij heeft er niet één beantwoord.” “We hebben aangetoond dat hij de vorige vergadering dingen heeft gezegd die niet kloppen. Hij vraagt de raad wel om het college te vertrouwen. Dan moeten ze eerst andere dingen zeggen. Ik heb er heel veel moeite mee in dit college vertrouwen te geven. Dat geldt ook voor het hanteren van de criteria.” “De heer Klapwijk denkt dat de raad straks nog kan reageren, maar mijn ervaring is dat als het college een akkoord heeft gesloten met iemand die een stuk grond wil kopen - wat de gemeente veel geld oplevert - geen enkele raad er tegenop is gewassen om nog nee te zeggen.” “Wij houden vast aan het amendement dat in 2017 is aangenomen: eerst een discussie over de vraag of we überhaupt uitbreiden en áls we gaan uitbreiden, onder welke voorwaarden. Die discussie is per 09-04-200 nog steeds niet gevoerd. Het college is al met allerlei partijen in gesprek en de raad loopt er weer achteraan en wordt genegeerd.”
Vervolgens werd noch door wethouder Bakker alsnog op de drie onbeantwoord gebleven vragen verder ingegaan, noch door voorzitter Kleijngeld ingegrepen door bij de wethouder daarop aan te dringen! “Overigens was het uiterst opvallend dat door de woordvoerder van de fractie van LokaalBelang op 11-02-2020 niet over ‘een Waalwijks bedrijf’ werd gesproken, maar dat zelfs de naam van het bedrijf werd genoemd.”
VRAAG [ zakelijk van karakter ] • Veel wijst erop dat er in dit geval sprake zou kunnen zijn geweest van een bepaalde vorm van voorkennis. Is er al dan niet op grond van art. 23 van de Gemeentewet op voorstel van het college door de raad een beslissing genomen tot het hieromtrent vergaderen met gesloten deuren en zo ja, wanneer heeft dat dan plaatsgehad en in welk raadsvoorstel werd in dat geval ernaar verwezen ?
Antwoord Voorafgaand aan de raadsvergaderingen van 06-02-2020 en 11-02-2020 heeft geen vergadering achter gesloten deuren plaatsgehad over dit onderwerp. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Door het College wordt niet volmondig uitgesproken dat er op geen enkele wijze ergens tijdens het proces sprake kan zijn van welke vorm van voorkennis dan ook. Door expliciet de data 06-02-2020 en 11-02-2020 te noemen wordt bovendien niet uitgesloten dat op een andere datum een vergadering achter gesloten deuren heeft plaatsgehad ! Aanvullende vraag, zakelijk van karakter • Gezien de opmerkingen vanuit de Raad zou een wat meer uitgebreide concrete reactie van het College op zijn plaats zijn. Is het College - met name met het oog op het belang van openheid en transparantie - alsnog daartoe bereid ? - pagina 8 van 10 -
Op 19 juli 2021 werd daarna door ondergetekende een Wob-verzoek t.a.v. het college ingediend [ nummer 223 Bijlage 1 ] inzake het verleende PFAS-mandaat en GOL. Op 10 augustus 2021 werd vervolgens door ondergetekende een 1e reactie gegeven [ nummer 223a ] op het antwoord namens de gemeente Waalwijk, met daarin gekoppeld een verzoek om toezending van enkele ontbrekende stukken. Op 18 augustus 2021 werd opnieuw door ondergetekende gereageerd [ nummer 223b ], wederom met daaraan gekoppeld een verzoek om toezending van nog altijd ontbrekende stukken. Op 10 september 2021 werd door ondergetekende formeel bezwaar gemaakt [ nummer 252 ] tegen het besluit van het college. [ Noot: op 4 november 2021 werd tijdens een hoorzitting van de commissie Bezwaarschriften betreffend bezwaar behandeld. Het is thans nog wachten op de uitspraak ]. Pas op 19 oktober 2021 werden de leden van de gemeenteraad met ‘Raadsinformatiebrief 94-21’ over de grondtransactie met Van Mossel Automotive Groep als volgt geїnformeerd. “In onze collegevergadering van 19 oktober 2020 hebben wij ingestemd met een voorstel om tot verkoop over te gaan van een kavel bedrijfsgrond op bedrijventerrein Haven 8 Oost te Waalwijk. Zoals u weet zijn wij met het bedrijf Van Mossel Automotive Groep te Waalwijk al geruime tijd in onderhandeling over de aankoop van deze kavel.
De onderhandelingen zijn onlangs succesvol afgerond en daarmee blijft dit Waalwijks bedrijf voor de stad behouden.”
VRAAG [ zakelijk van karakter ] • Naar verluidt zou de vermelde datum 19 oktober 2020 een typefoutje / verschrijving betreffen, maar waarom is dit per heden nog niet officieel gecorrigeerd of is dit niet te doen gebruikelijk ?
Antwoord Gezien het tijdstip dat de brief is uitgegaan en de inhoud van de betreffende brief was het voor een ieder dusdanig duidelijk dat het 2021 diende te zijn in plaats van 2020. Behalve van u, hebben wij geen opmerkingen of vragen hierover gehad. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Door het College is niet expliciet aangegeven of een foutieve datumvermelding procedureel al dan niet dient te worden gecorrigeerd ! Aanvullende vraag, zakelijk van karakter • Komt er van het College alsnog een officiële verklaring in deze ? Op 25 oktober 2021 heeft ondergetekende een brief ter attentie van de leden van de gemeenteraad gestuurd, dit naar aanleiding van een uitspraak van portefeuillehouder Bakker met betrekking tot PFAS-mandatering. Eveneens op 25 oktober 2021 zijn namens de fracties van Lijst De Jongste en PvdA onderhandse vragen gesteld naar aanleiding van ‘Raadsinformatiebrief 94-21’ van 19 oktober 2021, waarin namens het college officieel melding wordt gemaakt van de grondtransactie met Van Mossel Automotive Groep.
Op de vraag onder welke voorwaarden deze grond is verkocht, werd als volgt geantwoord: “De onderhandelingen met het bedrijf Van Mossel Automotive Groep hebben geruime tijd in beslag genomen; ten tijde van de raads-behandeling van het Raadsvoorstel R1.5-20 in de tijdspanne januari 2020 / februari 2020 waren de onderhandelingen al een aantal maanden gaande.” “Dit had mede tot gevolg dat de uitgiftecriteria zoals deze tijdens en na de raadsvergadering zijn besproken voor de uitgifte op Haven 8 Oost, deels te laat kwamen om nog aan het bedrijf op te leggen.” NOOT •
•
• • • •
Het ‘Raadsvoorstel R9.5-17’ betreffende de ‘Bestemmingsplannen Haven 8 West en Oost’ dateert van de collegevergadering van 10-102017. Het amendement dat hieruit is voortgekomen dateert van 23-11-2017 en werd zonder hoofdelijke stemming aangenomen. Met de voorstellen tot de wijziging m.b.t. het met inspraak in procedure brengen en pas daadwerkelijk in ontwikkeling nemen, nadat de raad zich heeft kunnen uitspreken over de toetsing van deze ontwikkeling aan diverse criteria kon het college naar eigen zeggen instemmen. Het ‘Raadsvoorstel R1.5-19’ betreffende ‘Ontwikkeling Haven 8 Oost’ dateert van de college-vergadering van 10-12-2019. Daarin staat dat het college inmiddels een principe overeenkomst met een Waalwijks bedrijf is aangegaan. Maar er is ook geschreven dat de beoogde eindgebruiker aantoonbaar aan een aantal vigerende eisen moet kunnen voldoen. Bovendien gaf het college toen zelf aan het voornemen te hebben de selectiecriteria te verzwaren voor de bedrijven die zich willen vestigen op Haven 8 Oost. In de collegevergadering van 17-12-2019 zijn de selectiecriteria voor Haven 8 Oost vastgesteld. Het amendement m.b.t. de bestemmingsplanprocedure dateert van 06-02-2020. De MEMO met als onderwerp ‘selectiecriteria Haven Acht Oost’ dateert van 06-02-2020. Het AANGEPAST raadsvoorstel dateert van de collegevergadering van 18-02-2020.
[ de enige aanpassing betrof het minimaliseren van geluidsweerkaatsing ]
“Met betrekking tot de GOL-structuur hebben wij het bedrijf op de hoogte gebracht van de juridische situatie zoals deze toen, maar ook nu nog, gold en geldt voor het tot stand komen van deze verbinding met de A59. “ “Voor het bedrijf Van Mossel geldt echter ook dat het voor het grootste deel een verplaatsing en concentratie van het al in Waalwijk bestaande bedrijf betreft. Door deze concentratie heeft het bedrijf in het kader van de stikstofdepositie ook aaan kunnen tonen dat ten opzichte van de huidige locaties, geen toename van stikstofdepositie te verwachten is. Hierdoor kon ook de omgevingsvergunning worden verleend.” “Tenslotte is de aanwezigheid van PFOS / PFAS op zich geen belemmering voor het kunnen uitgeven van gronden op bedrijventerreinen.”
- pagina 9 van 10 -
VRAGEN [ zakelijk van karakter ] • Zonder instemming van de gemeenteraad werden blijkbaar niet alle uitgiftecriteria door het college aangehouden. Wat zijn de concrete afspraken die door het college met Van Mossel Automotive Groep zijn gemaakt ? • Waar kan t.b.v. de controle door de gemeenteraad betreffende overeenkomst worden ingezien ? • Waar kan door de gemeenteraad worden gecontroleerd wat precies door Van Mossel Automotive Groep is aangetoond m.b.t. de stikstofdepositie ? • Op welke wettelijke grondslag(en) is de uitspraak m.b.t. PFOS / PFAS gebaseerd ?
Antwoord Hierboven hebben wij al de reden genoemd dat niet alle criteria even stringent konden worden opgelegd aan dit bedrijf. De uiteindelijke eindversie van de koopovereenkomst was voor raadsleden in te zien. Dat aan het bedrijf een omgevingsvergunning is verleend die inmiddels onherroepelijk is, betekent dat het bedrijf heeft aangetoond dat er geen sprake is van extra stikstofdepositie. Een en ander behoeft niet door de gemeenteraad te worden gecontroleerd, omdat de provincie inzake stikstofdepositie het bevoegd gezag is en niet de gemeenteraad. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Het College geeft in haar reactie niet aan wanneer de eindversie van de koopovereenkomst voor de raadsleden ter inzage is gekomen en op welke wijze dit aan hen is bekendgemaakt ! Bovendien is niet duidelijk gemaakt op welke wijze het bedrijf heeft aangetoond dat er geen sprake zou zijn van extra stikstofdepositie ! Aanvullende vragen, zakelijk van karakter • Op welke datum hebben de raadsleden van het College betreffend bericht gekregen ? • Ook al is naar verluidt de provincie het bevoegd gezag inzake stikstofdepositie, dan is het voor het college toch volledig legitiem om tenminste de gemeenteraad op open en transparante wijze daaromtrent te informeren ? Waarom is dat dan niet gebeurd ? Op 2 november 2021 werd door ondergetekende in verband met het dossier ‘Ontwikkeling Haven 8 Oost’ nog
een zienswijze over het ontwerp “Addendum op de Nota Bodembeheer, Gemeente Waalwijk’ met bijbehorende documenten bij de gemeenteraad van Waalwijk ingediend, met een CC aan het college. Door de griffie is de ontvangst ervan schriftelijk bevestigd en tevens is gemeld dat de raadsleden op 03-11-2021 via de ‘dagpost’ de zienswijze ter inzage hebben ontvangen. Als afdoening is aan de raad voorgesteld: “Zienswijze betrekken bij de behandeling raadsvoorstel Gebiedsspecifiek beleid PFS, gepland voor Besluit (A) op 20 januari 2022.” Inmiddels staat op de agenda van de ‘Vergadering Besluit (A)’ van 25 november 2021 op nummer 16 de “Wijziging Gemeensschappelijk Regeling Regio Hart van Brabant.” Hiertoe is het ‘Raadsvoorstel met het dossiernummer 2021-055952’ uit de collegevergadering van 26-10-2021 ingebracht. In de meegezonden versie van de “GR Regio Hart van Brabant 2022” staat in Hoofdstuk 4 Bevoegdheden van de bestuursorganen bij Artikel 12 Verdeling van de bevoegdheden bij lid 1: “Het algemeen bestuur is opdrachtnemer van de colleges van de deelnemende gemeenten en via deze van de raden. Het algemeen bestuur is opdrachtgever van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is opdrachtgever van de directeur Regio Hart van Brabant.” In het schrijven d.d.
6 oktober 2021 van de Regio Hart van Brabant aan de colleges van de deelnemende gemeenten van Regio Hart van Brabant staat op pagina 2 bij punt 3: “Nu ook gemeenteraden toetreden tot de gemeenschappelijke regeling, stellen wij u voor om de gewijzigde gemeenschappelijke regeling voor besluitvorming aan uw gemeenteraad voor te leggen.” [ Zie ook het antwoord d.d. 08-11-2021 op de ex Art. 47 RVO vraag van de fractie van ChristenUnie d.d. 01-11-202, namens burgemeester S. Ausems! ].
VRAAG [ persoonlijk van karakter ? ] • Waar zijn vanaf 2019 tot nu toe de concrete harde afspraken tussen de gemeenteraad van Waalwijk en het College van B&W van de gemeente Waalwijk m.b.t. zowel het overleg alsook de beslissingsbevoegdheid vastgelegd ?
Antwoord Geen. Reactie n.a.v. antwoorden d.d. 16-05-2022 Blijkbaar beschouwt het College dit als een vraag die persoonlijk van karakter zou zijn, immers er wordt geen antwoord gegeven Aanvullende vraag, zakelijk van karakter • Zowel het College als de Raad hebben een gedragscode. Het moet dan ook mogelijk zijn om met terugwerkende kracht schriftelijk vast te leggen welke concrete harde afspraken m.b.t. overleg en beslissingsbevoegdheid er zijn gemaakt ? - pagina 10 van 10 -