CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

157-11 Provincie Noord-Brabant Zienswijze Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Waalwijk

Raadsvergadering 9 oktober 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ingekomen stukken6.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 680 76 80

Gemeente Waalwijk Postbus10150 5140 GB Waalwijk

www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route

Onderwerp

Datum

Zienswijze ontwerp-omgevingsvisie Waalwijk

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810 Uw kenmerk

Contactpersoon

G.C. (Gaby) Toenbreker

Geachte raad,

Telefoon

(06) 52 79 42 05

Het ontwerp van uw omgevingsvisie Waalwijk, ‘Drie kernen, één koers; werken aan welvaart en welzijn’ ligt ter inzage van 21 augustus tot en met 1 oktober 2025. Hoewel wij beseffen dat de omgevingsvisie een zelfbindend karakter kent, reageren wij graag op deze visie om aan te geven welke provinciale belangen bij de verdere uitwerking van de visie meer aandacht verdienen. Participatie en samenwerking Aan het ontwerp is een breed participatieproces voorafgegaan. Gedurende diverse momenten in het proces heeft u ons uitgenodigd om deel te nemen aan de participatiesessies. Nu het ontwerp gereed is, en door uw college ter visie gelegd is, geven wij in deze brief een uitgebreide reactie op het stuk. Provinciaal beleidskader We reageren op de ontwerp omgevingsvisie vanuit de provinciale opgaven en taken. Onze inbreng is gebaseerd op het geldende beleidskader. Het provinciale omgevingsbeleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en in diverse beleidsnota’s en uitvoeringsagenda’s. Onze regels zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant (OV). De omgevingsvisie en omgevingsverordening zijn te raadplegen via https://www.brabant.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid. Inhoudelijke reactie Na een algemene reactie volgt hieronder per thema en onderwerp onze reactie.

Email

GToenbreker@brabant.nl Bijlage(n)

-

Algemeen In zijn algemeenheid zijn we van mening dat de omgevingsvisie (nader te noemen visie) een compleet beeld geeft, een goede analyse van de huidige situatie en de totstandkoming daarvan, de opgaven waar Waalwijk voor staat, en de manier waarop er invulling aan wordt gegeven. Er wordt uitgegaan vanuit een drietal centrale uitgangspunten en ambities: • • •

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Een gelaagd landschap met een krachtig ecosysteem Samen leven en samen bewegen Welvaart en welzijn verbreden (sterke economie)

Deze kwaliteiten zijn in paragraaf 2.4 van de omgevingsvisie uitgewerkt en bepalen de identiteit van Waalwijk. De opgaves zijn helder en herkenbaar, en sluiten ook aan bij wat wij onder andere in het ruimtelijk voorstel en de verstedelijkingsafspraken hebben opgenomen. Verstedelijking en regionale context We zijn van mening dat de verstedelijkingsambitie voor het stedelijk gebied van Waalwijk sterker benoemd kan worden. Het belang van de schaalsprong in stedelijkheid, zoals die ook in het ruimtelijk voorstel wordt beschreven, komt nog wat te voorzichtig uit de verf en zou sterker aangezet kunnen worden. Dat geldt ook voor het ontwikkelprincipe ‘landschap en natuur groeien mee met verstedelijking’. Dat onderdeel kan sterker ingevuld worden. Daarbij vragen we meer duidelijkheid te geven over waar Waalwijk uitloopgebied wil creëren en of versterken. Dit met het oog op de kwetsbaarheid van het Natura 2000 gebied de Westelijke Langstraat en het recreatief al erg drukke Natura 2000 gebied Loonse- en Drunense Duinen. Dat kan niet alleen bij het Hoefsven. Gezien de context van Waalwijk vraagt dat ook afstemming en het gezamenlijk optrekken in subregionaal verband, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan het Loons Hoekje met Loon op Zand of de Baardwijkse Overlaat met Heusden.

In de visie wordt wel ingegaan op de huidige positie van Waalwijk in de regio, maar is niet duidelijk welke positie Waalwijk voor zichzelf ziet in deze regionale context. Samenhang / Brede welvaart De visie is opgebouwd vanuit thema’s en deelgebieden en daarmee wat gefragmenteerd samengesteld. Het is lastig de samenhang en het integralere beeld te zien. Die samenhang is wel belangrijk, want dan wordt duidelijk waar het wringt en echt keuzes gemaakt moeten worden. Ook komen dan koppelkansen en méérwaardes sterker in beeld. Dat kan nog verder worden uitgewerkt.

2/19

In dit verband wordt in paragraaf 2.5 opgemerkt dat trends en ontwikkelingen bestaande kwaliteiten onder druk kunnen zetten of juist een kans kunnen bieden om kwaliteit toe te voegen. Daar waar meerdere ontwikkelingen samenkomen kunnen ook dilemma’s of koppelkansen aan het licht komen. Daarbij is aangegeven dat ‘Brede welvaart’ als overkoepelend kapstok en als strategische lijn antwoord moet geven op dilemma’s of koppelkansen.

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Brede welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen in algemene zin op gebied van gezondheid, leefomgeving, onderwijs, veiligheid etc. (pagina 21 en verder). De toenemende druk op de ruimte, de grote opgaven (woningbouw energie, klimaatadaptatie, economie, mobiliteit, bodem en water, natuur en landschap) en de complexiteit van ruimtelijke vraagstukken, vraagt om moeilijke keuzes. Daarom lijkt ‘Brede welvaart’ randvoorwaardelijk als overkoepelend thema en leidraad een goed uitgangspunt voor (de uitwerking van een) ontwikkeling, maar misschien ook te onbepaald als leidraad om samenhangende (strategische) keuzes te maken voor Waalwijk. We zijn we erg benieuwd hoe dit uitgangspunt wordt verankerd in nader uit te werken beleid (zoals bv. in programma’s) en hoe voorkomen wordt dat dit geen sluitpost vormt van beleidskeuzes. In het algemeen kunnen we op hoofdlijnen instemmen met de visie maar zijn we benieuwd op welke wijze thema’s beleidsmatig, integraal en samenhangend worden uitgewerkt in programma’s en of vertaald in het omgevingsplan. We denken daar graag in mee. In de uitvoering van beleid en uitwerking van plannen zal duidelijk worden waar het ‘schuurt’ en zal teruggegrepen moeten worden op de uitgangspunten uit deze visie.

Naast de gevraagde samenhang gaan onze opmerkingen en vragen op onderstaande thema’s met náme over verduidelijkingen in de tekst en of correcties daarop. Visiekaart en ontwikkelingen Op de Visiekaart in paragraaf 5.4 worden ambities en gewenste ontwikkelingen globaal op kaartbeeld weergegeven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in ontwikkellocaties, onderzoekslocaties en toekomstige onderzoekslocaties. Deze ontwikkelingen zijn globaal beschreven in Hoofdstuk 5. Het lijkt ons wenselijk om over de Visiekaart en beoogde ontwikkelingen nader door te praten om gezamenlijk duidelijkheid hierover te hebben en richting te bepalen.

3/19

Wonen Ten aanzien van woningbouw ligt er een gedegen basis met deze visie. De nationale en regionale doelen met betrekking tot wonen en volkshuisvesting worden onderstreept. Dit wordt nog gedetailleerd uitgewerkt in het volkshuisvestingsprogramma. We hebben hierbij een paar algemene opmerkingen. •

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

In paragraaf 5.2.2 ‘Gebiedsgerichte koers’ staat het volgende vermeld: ‘De duurzaamheidsambities voor nieuw te ontwikkelen gebieden zijn

hoger dan voor bestaande woongebieden. In nieuwe gebieden moeten gebouwen en woningen gebouwd worden met circulaire bouwmaterialen, met voldoende inpandige ruimte voor energiesysteem (warmte en koeling en opslag) en zongericht verkavelen’. Wij vragen ons af waarin dit wordt vastgelegd en hoe dit wordt geborgd. Zijn dit aanvullende eisen bovenop het vigerende Besluit bouwwerken leefomgeving? Onder 5.4 Linten en sub paragraaf 5.4.3 worden Westeinde en Hoogeinde genoemd. Voor beide wordt vermeld dat het in een samenhangend plan vervat moet worden. Onze vraag is of beide ontwikkelingen in één plan worden opgenomen of dat er twee afzonderlijke plannen worden gemaakt.

Bedrijven We constateren dat vanuit het thema ‘werklocaties’ de relevante onderwerpen worden benoemd, zoals de opgave om ruimtelijke vraagstukken in te passen vanuit onder andere het perspectief ‘Brede welvaart’ en hierin een keuze te maken. •

Als afsluiting van de paragraaf 4.4.3 ‘Een economie die bijdraagt aan de gemeenschap’ is op pagina 78 een samenvatting opgenomen van speerpunten. Onder andere is daar opgenomen: ‘We zorgen ervoor dat uitbreiding van bedrijventerreinen zorgvuldig wordt afgewogen, met oog voor ecologische waarde en ruimtelijke kwaliteit’.

In dit verband vragen we opnieuw aandacht voor de kwaliteitsverbetering van Haven t/m Haven 8 Oost-Afronding (22-6-2023) zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, waar tot dusver nog geen concrete invulling aan is gegeven. Wij hebben met name behoefte aan verduidelijking over de invulling.

Mobiliteit en infrastructuur Waalwijk neemt met deze omgevingsvisie een duidelijk standpunt in op de relatie tussen ‘Brede welvaart’, mobiliteit en toepassing van het STOMP principe. Dit geeft een goed basis voor verdere uitwerking. De ambitie van de gemeente op het gebied van OV komt grotendeels overeen met de afspraken die over de BRT zijn gemaakt in de regio.

4/19

Energie Algemeen De visie laat zien dat de gemeente ambitieus inzet op duurzaamheid en energietransitie. Positief zijn de duidelijke doelen richting klimaatneutraliteit (49% CO₂-reductie in 2030, klimaatneutraal in 2050), de aandacht voor grootschalige opwek (zon en wind), de aanwezigheid van een Transitievisie Warmte en de erkenning van netcongestie en energieplanologie. Ook de keuze voor minimaal 50% lokaal eigenaarschap bij energieprojecten is een sterk punt en sluit aan bij de provinciale inzet op participatie en principe van ‘Brede welvaart’.

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Op een aantal punten kunnen de ambities nog wel worden aangescherpt. In zijn algemeenheid vragen we om het onderwerp energie als centrale hoofdopgave zoals in figuur 7 onder paragraaf 2.5.5. mee te nemen. We merken ook op dat er al veel ervaring is met de energietransitie. De ontwikkeling op Haven 8, waar de plannen zijn om de nieuwe insteekhaven energieneutraal en zero emissie te ontwikkelen en te exploiteren, dient als een voorbeeld voor andere gemeenten. Tegelijkertijd wordt in de visie niets gezegd over de inzet van waterstof als energiedrager. Gezien de aanwezige logistieke bedrijventerreinen en de ambitie van gemeente Tilburg zouden wij dit wel verwachten. Het is aan te bevelen plannen rondom waterstof op te nemen en ook een visie met betrekking tot (kleine) SMR's (kernenergie). Dit zijn onderdelen van de energiemix waar nu nog niks over gezegd wordt. Daarnaast ontbreken er meetbare tussenstappen en indicatoren. We zien dat er nog winst te behalen valt met het benoemen van kansen om energieprojecten te combineren met landschapsverbetering en biodiversiteit. Het is jammer dat de aanpak ‘Grote Oogst’ niet wordt genoemd.

Tot slot is het voor ontwikkelingen op gebied van energie-infra in zijn algemeenheid belangrijk dat er niet alleen onderzocht wordt hoe ze ingepast kunnen worden, maar dat er ook een goede ruimtelijke locatieafweging plaatsvindt waarbij rekening wordt gehouden met cultuurhistorische en natuurwaarden. Dit is een verbeterpunt. Energieneutraal Onder de thematische uitwerking ‘Duurzaam en klimaatrobuust’ in paragraaf 4.2.4 wordt ingegaan op de ambities omtrent energieneutraal. We vragen ons af of de gemeente ook de ambitie heeft om volledig energieneutrale gebouwen /zero emission buildings (ZEB) (norm 2050) na te streven. In de visie op pagina 49 wordt tot dusver gewezen op streven naar verduurzaming door middel van energiezuinige gebouwen.

5/19

Op pagina 178 staat, "... en nieuwbouw voldoet minimaal aan energielabel C ". Hoewel feitelijk juist, wordt hier vermoedelijk verwezen naar de doelstelling om alle gemeentelijke gebouwen te verduurzamen naar minimaal label C in 2030 (zoals ook benoemd op pagina 48).

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Netcongestie, waterstof en kernenergie (energie-mix) Het is fijn dat de gemeente haar 'faciliterende' rol bij netcongestie benoemt. Er zijn echter ook nog kansen om binnen haar eigen activiteiten meer bij te dragen aan het verminderen van congestie. Zo is een zonnepark niet meer even wenselijk als voorheen. Verder adviseren wij rekening te houden met een oostwest oriëntatie om de spreiding van opwek te optimaliseren en zo geen extra congestie te veroorzaken. Maar denk ook aan geluidsmuren of andere verticale oriëntaties van zonnepanelen. Daarnaast zou met een dergelijk groot opgesteld vermogen aan opwek, ook aan waterstof als energieopslag gedacht kunnen worden. Dat werkt niet alleen mee in de optimalisatie van het netgebruik maar kan ook ingezet worden bij de industrie en of de mobiliteits- en clean energy hub. Zie ook onder kopje Algemeen hierboven. De herontwikkeling van de 'Linten" (pagina 105) biedt ook kansen om netcongestie tegen te gaan. De herverdeling van de beschikbare netcapaciteit kan een interessant gesprek met Enexis opleveren. We vragen dit mee te nemen in de plannen. Wind en zon Het is goed om te zien dat Waalwijk haar nek uitsteekt en ook de ambitie uitwerkt om windmolens te plaatsen. In deze samenvatting van speerpunten wordt ook gewezen op combinaties met wind en bossen en zon met water.

We wijzen erop dat ons provinciaal beleid géén ruimte biedt voor energie-opwek met wind en zon in Natuur Netwerk Brabant (NNB). Uitsluitend voor windopwek direct aansluitend aan hoofdinfrastructuur in het NNB wordt een uitzondering gemaakt onder daar vermelde specifieke voorwaarden (artikel 5.52 Omgevingsverordening). Dit zeggen wij vanwege de passage onder paragraaf 2.6.4 ‘Wil alleen onder voorwaarden energieopwekking in het Natuurnetwerk Brabant’ (pagina 28 ) waar dit terugkomt. Dit is dus te algemeen geformuleerd. Mobiliteit en laadinfrastructuur Het is goed om te lezen dat de gemeente aandacht heeft voor de rol van elektrisch aangedreven mobiliteit in de gemeente. Zowel elektrische (personen) auto's als elektrische trucks en binnenvaartschepen worden expliciet benoemd als concrete voorbeelden. Tegelijkertijd is de aandacht voor de bijbehorende laadinfrastructuur (of: laadvoorzieningen) beperkt, terwijl dit ruimtelijk gezien (in het kader van de visie) het meest relevant is. Laadpleinen worden expliciet benoemd in relatie tot De Haven, maar (snel)laadinfrastructuur elders in de gemeente blijft onbenoemd. De realisatie van (o.a. publieke) laadinfrastructuur is een randvoorwaarde voor de groei van elektrisch vervoer in de gemeente.

6/19

Daarom is het advies om het realiseren van voldoende laadinfrastructuur expliciet als doel op te nemen.

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

Duurzaamheid

C2361315/6194810

We zien dat de visie volop ingaat op duurzaamheidsthema’s en circulaire economie. Geconstateerd wordt dat volgens scenariostudies uit Ruimte voor circulaire economie (2023) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de transitie naar een circulaire economie belangrijke ruimtelijke implicaties heeft. Er is bijvoorbeeld meer ruimte nodig voor recyclingfaciliteiten, circulaire hubs en hergebruikcentra. Aangegeven wordt dat gestreefd wordt naar effectief ruimtegebruik en een balans tussen lusten en lasten. We vragen ons in dit verband af hoe het zit met toekomstige ruimteclaims op dit vlak, waar die in Waalwijk moeten landen, welke eventuele knelpunten er spelen en of uw gemeente in staat is om hier perspectief of een doorzicht op te geven. Dit geldt uiteraard ook voor de bovengenoemde laadinfrastructuur. We adviseren verder om op pagina 51 explicieter te benoemen wat het uitgangspunt is voor circulair en biobased bouwen bij eigen vastgoed van de gemeente. Daarnaast adviseren we om op pagina 78 en 178 het uitgangspunt “stimuleren van duurzame landbouw en het telen van biobased gewassen” explicieter te maken. Dit is een kansrijk wenkend perspectief als nieuw verdienmodel voor agrarische bedrijven.

Gezondheid Voor dit thema constateren wij dat dit goed is meegenomen in de visie, ook in combinatie met het begrip ‘Brede welvaart’ en mede de basis is voor visievorming en handelen. In de volle breedte is er aandacht voor de verschillende pijlers van positieve gezondheid en het wordt op een prima manier meegewogen met aandacht voor de fysieke leefomgeving (en de inrichting daarvan) én voor die samenhang in de sociale leefomgeving. Wél vragen we nog extra aandacht voor dit thema in relatie tot de aanwezige infrastructuur en bedrijvigheid.

Landbouw Het beschreven beleid ten aanzien van landbouw past prima binnen de beleidsdoelstellingen van Brabant. Uw gemeente kiest ervoor om mee te gaan in landelijk en provinciaal beleid en kiest voor een transitie van agrarische activiteiten die passen bij diverse opgaven. Onder deze opgaves vallen onder andere klimaatadaptatie en draagkracht van de bodem, door middel van natuur inclusieve landbouw, waarbij er extra aandacht bestaat voor de schil rondom Natura 2000 gebieden. Daarnaast is er ruimte voor kleinschaligheid en combinaties met andere activiteiten (recreatie, zorgboerderijen etc.).

7/19

Voor zover wij weten zijn er geen geitenhouderijen in Waalwijk maar wij wijzen er ten overvloede op dat eind dit jaar de Gezondheidsraad met een advies komt over de (ontwikkeling van) geitenhouderijen met betrekking tot ‘gezonde woonen leefomgeving’.

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Water en bodem Er is veel aandacht voor klimaatadaptatie en het principe van ‘water en bodem sturend’, zoals uiteengezet onder paragraaf 2.5.2 ‘Opgaven voor omgeving en landschap’. In zijn algemeenheid zouden we mee willen geven om op een aantal punten ook meer op te schrijven over hoe de gemeente dat beleidsmatig zou willen uitwerken. Daarnaast hebben we opmerkingen over een aantal specifieke passages. •

Onder Hoofdstuk 4 ‘Thematische uitwerking’ staan op pagina 39 een aantal hele goede uitgangspunten (waaronder niet afwentelen). De volgende passage valt ons op: ‘Wanneer vanwege een zwaarwegend

maatschappelijk belang een ontwikkeling op een locatie nodig is die niet optimaal is vanuit het perspectief van het water- en/of bodemsysteem, dan zijn water en bodem sturend voor de wijze waarop we een ontwikkeling vervolgens inpassen. Er kunnen met de wijze van inpassen namelijk ook juist kansen benut worden, die ten gunste komen aan de kwaliteit van het water, de bodem, ecologie en de landschappelijke inrichting’. In zo’n geval klinkt het toch minder sturend. Wij vragen ons af of deze passage een relatie heeft met de beoogde uitbreidingsrichting voor Landgoed Driessen en vragen dit nader te duiden. Tevens vragen wij om verduidelijking wat bedoeld wordt met ‘zwaarwegend maatschappelijk belang’ in deze context. •

Op pagina 40 ‘Water en bodem als basis’ lezen we het volgende: ‘Bodemverstoring beperken: we voeren zo min mogelijk

grondbewerking uit en dekken de bodem zo min mogelijk af met kunstmatige materialen’. In artikel 5.68 Omgevingsverordening is het provinciaal beleid ten aanzien van grondgebonden teelt opgenomen. We vragen ons af of het beleid van de gemeente ten aanzien van deze sector en teeltondersteunende voorzieningen verder gaat dan het provinciaal beleid. Ook vragen we het gebruik van de bodem en grond goed planologisch te vertalen in het Omgevingsplan. •

Op pagina 41 wordt het belang van vastlegging van koolstof in de bodem genoemd: ‘Middels inrichting en beheer gaan we

bodemprocessen beter benutten om extra koolstof vast te leggen en we brengen alternatieven voor koolstofvastlegging in beeld (bijvoorbeeld met drasland en biochar)’.

8/19

Datum

Tevens wordt ingegaan op het verbeteren van biodiversiteit in de bodem, maar in de verdere uitwerking van biodiversiteit gaat het over de bovengrondse biodiversiteit en komt bodembiodiversiteit en vitale bodem niet terug. Wij vragen hier aandacht voor. Ook vragen wij ons af in welke delen van Waalwijk er ruimte wordt gezien om deze bodemprocessen, ‘het vastleggen van koolstof’, te faciliteren en of de gevolgen voor een vitale bodem daarbij worden meegenomen.

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Wij kunnen ons overigens prima vinden in de benoemde speerpunten voor het bodem en watersysteem op pagina 42: “Wij versterken de biodiversiteit (in de

bodem en boven de grond) en zorgen voor meer groen en water in de stedelijke omgeving om hittestress en wateroverlast te verminderen en de leefbaarheid te vergroten.”. Het is op zich verder positief dat ruimte in de ondiepe ondergrond wordt betrokken bij te maken keuzes en dat wordt gekeken naar slimme combinaties van verschillende opgaven, zodat het boven en onder de grond veilig is. Hierbij heeft Waalwijk oog voor de benodigde ruimte voor klimaat, water, groen (ruimte voor bijvoorbeeld boomwortels), energie en ondergrondse infrastructuur. Ook meervoudige ruimtegebruik komt terug in de visie (bijvoorbeeld zonneveld, waterberging en biodiversiteit). Hoewel het principe ‘bodem- en water sturend’ onderdeel is van de zogenaamde ‘ lagenbenadering’ komt de ‘lagenbenadering’ zoals uiteengezet in artikel 5.9 Omgevingsverordening als begrip niet expliciet terug in de visie. Samenvattend zijn we van oordeel dat er een goede beschrijving ligt qua bijzonderheden in de bodem in Waalwijk en de impact op het water- en bodemsysteem. Er wordt beschreven dat er nog geen beleid is en er nog geen keuzes zijn gemaakt op vitale bodems. We zijn benieuwd naar de uitwerking hiervan. Het is goed om te constateren dat daarbij ook een relatie wordt gelegd met de ontwikkeling van de agrarische sector in relatie tot dit thema ‘bodem’ (pagina 76).

We geven graag aan de gemeente de volgende instrumenten mee voor verdere uitwerking : - De Watersignaleringskaart (https://www.klimaatadaptatiebrabant.nl/hulpmiddelen/hulpmiddelendetail/645/Watersignaleringskaart) en - de maatlat Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen: (https://klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/maatlat-groeneklimaatadaptieve-gebouwde-omgeving/) - Handreiking Water en Bodem in gemeentelijke visies en programma's:(https://www.brabant.nl/werkafsprakenomgevingsinstrumenten/g emeenten/handreiking-water-bodem/)

9/19

Datum

1 oktober 2025

Grondwaterbescherming In zijn algemeenheid is dit thema voldoende meegenomen in de omgevingsvisie. Op pagina 50 staat het belang van behoud van de kwaliteit van het grondwater beschreven, in relatie tot afkoppeling en infiltratie. We zien een goede vertaling van het grondwaterbeschermingsgebied Waalwijk op de kaart (pagina 52).

Ons kenmerk

C2361315/6194810

Aardkundige waarden In uw gemeente is sprake van één aardkundig waardevol gebied, "Binnenpolder Capelle”. Dit gebied overlapt voor een groot deel het Natura 2000 gebied Westelijke Langstraat. We constateren dat er in de visie geen specifieke aandacht is voor dit aardkundig waardevolle gebied en de te beschermen aardkundige waarden. De aandachtspunten voor de te beschermen aardkundige elementen voor Binnenpolder Capelle betreffen: •

De overgang Zandgrond-veengrond-kleigrond met mineraalrijke kwel, met name de veenrelicten hierin en de historische percelering.

Het is van belang dat deze waarden (net als alle andere thema’s overigens ) een goede vertaling en planologische bescherming krijgt in het Omgevingsplan. Daarbij zal geregeld moeten worden dat: • • • •

Ontgrondingen die het overgangspatroon verstoren niet zijn toegestaan, ook geen afgravingen in het kader van bijvoorbeeld natuurontwikkeling; Geen verdere uitbreiding van bebouwing is toegestaan; Grondwaterpeil niet mag dalen, omdat dit maaivelddaling en oxidatie van het veen tot gevolg heeft; Geen aantasting van de historische percelering plaatsvindt.

Cultuurhistorie De omgevingsvisie ziet kansen om cultuur en erfgoed tot leven te brengen en toegankelijk te maken. De paragraaf kernkwaliteiten geeft een goede samenvatting van de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Waalwijk in al zijn facetten weer. De bodem, water, landgebruik en zelfs religie spelen hierin een rol en hebben geleid tot bijzondere historische cultuurlandschappen die vaak hoge natuurwaarden hebben. Deze man-made historische cultuurlandschappen mogen wat ons betreft nadrukkelijker onder de aandacht worden gebracht. Dit geldt ook voor het bijzondere en haast unieke slagenlandschap in de gemeente Waalwijk. In de paragraaf koers voor de toekomst van de gemeente Waalwijk is het van belang dat de kenmerkende historische cultuurlandschappen behouden en hersteld worden. Echter wordt niet echt concreet gemaakt waar de gemeente nu effectief aan de slag gaat met het historisch cultuurlandschap. Wij verzoeken

10/19

dan ook om hieraan veel meer en concreet aandacht te besteden. Wij gaan er minstens vanuit dat de op de provinciale CHW-kaart aangeduide cultuurhistorische gebieden worden opgenomen in de omgevingsvisie. De gebieden van provinciaal cultuurhistorisch belang zijn: • • • • • • • • •

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Bergssche Maas De Dellen Binnenpolder van Capelle - westelijk deel Binnenpolder van Capelle - oostelijk deel Binnenpolder van Sprang en Labbegat Baardwijkse Overlaat (deels) Loonse en Drunense Duinen (klein deel) Landgoed Zuijdewijn (*) Landgoed Plantloon (klein deel) (*)

De met (*) aangeduide cultuurhistorische waardevolle gebieden zijn ook aangeduid als complex van cultuurhistorisch belang. Het provinciaal beleid is in deze gebieden gericht op behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden. Naast behoud van het erfgoed, dient er ook geïnvesteerd te worden in het versterken van het historisch landschappelijke erfgoed. In combinatie met natuurontwikkeling en of water kan met het mes aan meerdere kanten laten snijden. Zeker in de context van Waalwijk met haar unieke landschap zou cultuurhistorie en natuur elkaar moeten versterken. In de paragraaf Beleefbaar erfgoed wordt ook gesproken over de Rijksbeschermde stad- en dorpsgezichten. Maar voor zover we weten zijn er die niet in de gemeente Waalwijk. Mogelijk heeft men zicht vergist met de historische beschermde buitenplaats Huis Zuidewijn (complexnr 529525), die overigens niet wordt genoemd in deze omgevingsvisie.

Natuur Algemeen De Omgevingsvisie stemt vanuit Natuur tevreden. De Westelijke Langstraat komt duidelijk naar voren als een belangrijk en uniek natuurgebied, maar ook de Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen krijgen aandacht. Al met al zien we dat er veel aandacht aan besteed is aan natuur en ook met diepgang. Zodoende hebben we verder voor de visie geen opmerkingen over de provinciale doelstellingen voor Natuur. MER Ter aanvulling op de ambities zijn er in de MER-toetsing enkele aandachtspunten in relatie tot ecologie/natuur waar, in vervolgstappen, over nagedacht moet

11/19

worden. Het is begrijpelijk dat dat nu nog niet zó concreet is uitgewerkt maar het verdient wel aandacht:

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

•

•

•

•

De mate van detaillering van ecologische effecten is nog onvoldoende op deelprojectniveau, waardoor het lastig is om te beoordelen of de netto-effecten positief of neutraal zijn. De impact van stikstofdepositie en cumulatieve effecten is een aandachtspunt in de onderbouwing, en de effectiviteit van de voorgestelde mitigatiemaatregelen is niet gegarandeerd. De planning en uitvoering bieden ruimte voor verdere verduidelijking: welke maatregelen precies plaatsvinden, wie verantwoordelijk is, en hoe monitoring en bijsturing geregeld zijn. De vertaling van ambities naar concrete projecten en concrete ecologische winst moet nog plaatsvinden.

C2361315/6194810

GGA •

In paragraaf 3.1 (pagina 33) wordt als toekomstbeeld geschetst dat

‘samen met de provincie beschermen we onze natuurgebieden. De randzones rondom Natura 2000-gebieden zijn hersteld en versterkt en gebieden van Natuurnetwerk Brabant zijn met elkaar verbonden.’ Het stemt ons tevreden dat Waalwijk zich ook committeert aan het herstellen en versterken van randzones rondom N2000.

Landelijk gebied, linten en VAB-ontwikkelingen In de visie is naast agrarisch buitengebied een paragraaf over linten opgenomen. Hieronder gaan we er nader op in en verwijzen we naar relevante passages uit deze paragrafen. Ontwikkelrichting Naast Waalwijk en de kernen Sprang-Capelle en Waspik bevat het grondgebied van Waalwijk linten gelegen in het landelijk gebied en linten gelegen in landelijk gebied, als uitloper van het stedelijk gebied. Uitgangspunt van provinciaal beleid is dat nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied op bestaande bouwpercelen (zogenaamde VAB-locaties) moeten passen in de ontwikkelingsrichting van dat gebied of lint (artikel 5.12 Omgevingsverordening). In de visie wordt in zijn algemeenheid aangegeven dat bij de ontwikkeling van nieuwe functies in het landelijk gebied het niet alleen belangrijk is om te kijken naar welke functies en activiteiten wenselijk zijn, maar ook naar de aanwezige en historische (omliggende) waarden en de omgeving van een gebied. Daarnaast zorgen nieuwe functies en activiteiten voor nieuwe effecten in de (verre) omgeving (pagina 131). Dit zijn op zich prima uitgangspunten.

12/19

Datum

We vragen wél deze uitgangspunten meer specifiek en concreet per lint en of bebouwingsconcentratie uit te werken. Dit om ervoor te zorgen dat de gemeente regie houdt op (on)gewenste ontwikkelingen in landelijk gebied. Daarnaast is het zo dat op grond van onze Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit het toevoegen van woningen met fysieke tegenprestatie in principe alléén in deze gebieden (bebouwingsconcentraties en linten) op een ‘passende locatie’ voorstelbaar is.

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Niet-agrarische bedrijven Ten aanzien van de ontwikkeling van niet-agrarische bedrijven is het beleid gericht om uitbreiding te beperken en nieuwvestiging te voorkomen (pagina 78). Niet duidelijk is wat er precies mee wordt bedoeld. Nieuwvestiging is op grond van onze Omgevingsverordening niet toegestaan. Ons provinciaal beleid biedt ruimte om binnen een bestaand bouwperceel (VAB-locatie) een niet-agrarisch (neven) functie te vestigen. Dat noemen we vestiging en geen nieuwvestiging. Deze vraag zal toenemen als agrariërs hun bedrijfsvoering meer natuur-inclusief moeten inrichten en er behoefte is aan aanvullende ‘economische dragers’. Dan is het van belang dat duidelijk is welk type niet-agrarische (neven) functies aanvaardbaar is, én in welk deelgebied van het agrarisch gebied van Waalwijk bepaalde niet-agrarische (neven)functies meer of minder wenselijk zijn. We vragen de gemeente hierover na te denken en beleid te ontwikkelen voor de ontwikkelingsrichting van de meer dynamische linten en of bebouwingsconcentraties. We verwijzen hier ook naar de passages over ontwikkelrichting. Daarbij verwijzen we ook naar pagina 107, waarin is aangegeven dat indien bedrijven gelegen aan landelijk linten te groot worden, dat deze dan verplaatst moet worden.

In feite is enkel de mogelijkheid om een bedrijf te verplaatsen aan de orde wanneer er wederom een uitbreidingsverzoek komt, om dan vervolgens door de gemeente naar een bedrijventerrein te worden verwezen. Uitgangspunt bij een dergelijke verplaatsing is dan om te bezien hoe je het karakter van het lint en de omgevingskwaliteit op de vertrekplek weer terug krijgt. Dit uiteraard rekening houdend met de functies die er blijven en de ontwikkelingsrichting van het lint/gebied. Deze afwegingen missen wij. Beleidsregel omgevingskwaliteit Zoals aangegeven biedt onze Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit de mogelijkheid onder voorwaarden woningen in landelijk gebied toe te voegen op een passende locatie in een bebouwingsconcentratie of lint. Een ‘passende locatie’ voor toevoeging van woningen moet dus gekoppeld zijn aan een bebouwingsconcentratie. Dit staat er nu niet expliciet op pagina 132 en zie ook pagina 68.

13/19

Het is niet helemaal duidelijk of in landelijke linten het nu wel of niet de bedoeling is om hier middels onze Beleidsregel maatwerk voor omgevingskwaliteit woningen toe te voegen (pagina 107). Ten aanzien van de ontwikkeling van linten wordt gesproken over woningsplitsing. Waar het gaat om landelijk gebied is woningsplitsing vooralsnog alleen mogelijk bij karakteristieke en of cultuurhistorisch waardevolle panden met het oog op het behoud van deze panden. Indien er géén sprake is van een karakteristiek of cultuurhistorisch waardevol pand is woningsplitsing alleen mogelijk binnen de aangeduide bebouwingsconcentraties en of bebouwingslinten op een ‘passende locatie’ met toepassing van onze Beleidsregel Maatwerk omgevingskwaliteit.

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

In de gebiedsgerichte koers voor het agrarische buitengebied missen we de stimulering van sloop en de koppeling met onze Beleidsregel Maatwerk omgevingskwaliteit. Het terugdringen van verstening van het landelijk gebied is nadrukkelijk een provinciaal streven. Bij herontwikkeling van bouwpercelen (VAB-locaties) vragen we nadrukkelijk te sturen op bouwvolume en toelaten van maximum omvang aan bijgebouwen. Het ligt niet voor de hand om tweedelijns woningen mogelijk te maken in landelijke linten, tenzij daar een historische aanleiding voor is (pagina 107). Als daar geen aanleiding voor is ligt het voor de hand om een geschikte locatie elders voor te stellen om de ontwikkeling vlot te trekken. Voor de leefbaarheid en verkeersveiligheid van landelijke linten waar wonen de boventoon voert is het een gedachte, om daarvoor een restrictief verkeersregime in te stellen. Al zal dit waarschijnlijk ook gepaard moeten gaan met een herinrichting van de weg (pagina 107). Wat wordt bedoeld met verstaffelde verkaveling (pagina 108)? Is dit een vorm van staffelen waarbij je in een ring rondom, of in een lijn als lint bij een kavel meerdere kavels hebt liggen of wordt hier iets anders bedoeld? Agrarische functies •

Op pagina 134 lezen we: ‘Een economie die bijdraagt aan de

gemeenschap. Agrarische bedrijven met bijbehorende nevenactiviteiten zijn belangrijk voor de economisch positie van het buitengebied. We ondersteunen concepten die bijdragen aan de verbinding met het buitengebied, zoals zorgboerderijen of een Herenboerenconcept’. Het lijkt ons dat ook ander type bedrijven voorstelbaar zijn. Er wordt ook gesproken over de onwenselijkheid van nieuwvestiging van veehouderijen (pagina 132). Nieuwvestiging is in zijn algemeenheid uitgesloten in de Omgevingsverordening. Nieuwvestiging wordt gebruikt als vestiging op een locatie waar geen sprake is van een bouwperceel (met planologisch bouwmogelijkheden).

14/19

Datum

•

We lezen ook:“Het verder verruimen van de mogelijkheden voor IV (met

uitzondering van bestaande uitbreidingsmogelijkheden) zien we als ongewenst”.

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Hieruit maken we op dat er geen uitbreidingen van bouwvlakken van (intensieve) veehouderijen meer toegestaan worden, klopt dat? Ten aanzien van mestverwerking wijzen we erop dat dit hier ook niet juist is geformuleerd. Verwerking kennen we niet als begrip, bovendien gaat het om mestbehandeling, mestvergisting en mestbewerking ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest (pagina 132). In de beschrijving voor de toekomst van agrarische bedrijven en meer specifiek grondgebonden agrarische bedrijven missen wij de problematiek ten aanzien van drift en pesticiden en de zonering die nodig is nabij woongebieden en Natura 2000 gebieden. Overige vragen en opmerkingen • •

•

Wat is een zwaardere categorie, A/B-bedrijf (pagina 109)? Is er inzicht in welke (potentiële) inbreidingslocaties er zijn voor de gemeente binnen de linten, en hoe zijn deze locaties inzetbaar (korte, middellange en lange termijn) (pagina 109)? Qua mantelzorg gaat één en ander veranderen vanwege de aanpassing op de Wet Versterking regie Volkshuisvesting, daarmee wordt het mogelijk om familiewoningen mogelijk te maken (als variant op de mantelzorgwoning).

Glastuinbouwgebied Aan de Wendelnesseweg te Sprang Capelle is sprake van ‘doorgroeigebied glastuinbouw’. Op pagina 107 lezen we dat onderzocht zal worden of dit gebied nog toekomst heeft omdat het nog steeds niet volledig is gebruikt sinds 2002. Het is het onderzoeken waard of het gebied aan de Wendelnesseweg nog wel toekomst heeft. Vanuit de GGA Westelijke Langstraat is er een flinke opgave om te vernatten en daarbij is het de vraag wat dat betekent voor de glastuinbouw. Vanuit ZLTO wil men ook graag in beeld brengen wat de toekomstplannen van de glastuinders in dit gebied zijn. Het is daarom goed om bij de resterende bedrijven nu in beeld te gaan brengen wat de toekomstplannen zijn. Een dergelijk onderzoek is in regionaal verband van belang om na te gaan of een meer compact glastuinbouwconcentratiegebied (in relatie tot bijvoorbeeld het gebied in Loon op Zand en Dongen) voorstelbaar is of om op de langere termijn bedrijven in dat gebied te plaatsen en te consolideren.

15/19

Datum

Ontwikkellocaties in relatie tot bovengenoemde thema’s In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de gebiedsgerichte uitwerking en worden per thema (wonen, bedrijven of sport) ontwikkellocaties en (toekomstige) onderzoekslocaties beschreven. In dit onderdeel gaan wij in op ruimtelijke aspecten in relatie tot de specifieke ontwikkellocaties.

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Aandacht voor bodem- en water sturend We vragen opgaven in breder verband te blijven zien en het systeem van het gebied als geheel te benaderen voor de ontwikkelingen die gemeente voor ogen heeft. We lezen in paragraaf 6.7 dat er nog veel onduidelijk en of onzeker is over de bodem. Het aspect water en bodem lijkt nog onderbelicht in het afwegingskader bij de nieuwe locaties. Opvallend vinden we ook dat bodem – scoort in de MER rapportage, terwijl er juist ingezet wordt op meer water en bodem sturend werken. In zijn algemeenheid wijzen we er opnieuw op dat voor álle ontwikkellocaties het principe ‘bodem- en water sturend’ leidend moet zijn. Dit lijkt nog onderbelicht. Dáárnaast of in aanvulling daarop geldt dat voor alle ontwikkellocaties nog op basis van de lagenbenadering onderbouwd moet worden waarom dat dit goede ontwikkellocaties zijn. Op hoofdlijnen vinden wij de meeste locaties voorstelbaar. Hieronder gaan we er nader op in. Linten (paragraaf 5.4) In zijn algemeenheid merken we nog op dat ten aanzien van herontwikkeling in de linten (zie pagina 111 afwegingskader - water & bodem sturend) het óók van belang is bij herontwikkeling in bebouwd gebied om water en bodem in acht te nemen. Het biedt juist een kans om de situatie te verbeteren of knelpunten op te lossen. Hieronder gaan we in op de gebieden waar we nog specifieke opmerkingen voor hebben. •

Leisure boulevard

Dit deel aan de westzijde van de N261 dat grofweg afgebakend wordt door de Noorder Allee, Tilburgseweg, Bevrijdingsweg en de N261 wordt aangewezen voor de mogelijke ontwikkeling van een leisure-boulevard. Het noordelijke gedeelte is al stedelijk gebied, het zuidelijke gedeelte landelijk gebied, met ook een aanduiding reservering waterberging vanuit de Omgevingsverordening. Hier zijn wel verschillend kwalitatieve keuzes te maken. De vraag is of dit hele gebied gebruikt moet worden voor bebouwing of dat het juist wenselijk is, ook nog een groene buffer creëren tussen Sprang-Cappelle en Waalwijk? Graag worden we bij de verdere uitwerking van de plannen tijdig betrokken.

16/19

•

Zidewinde te Sprang-Capelle

Datum

1 oktober 2025

Hier wordt als doel gesteld de synergie te verbeteren tussen de voorzieningen. Het is ons nog niet duidelijk of dit ook voorziet in uitbreiding van voorzieningen. Aandachtspunt is dat dit gebied is gelegen in gebied met aanduiding cultuurhistorische waarden en groenblauwe waarden op grond van de Omgevingsverordening.

Ons kenmerk

C2361315/6194810

Bedrijven (paragraaf 5.5) De beoogde ontwikkelingen ((gedeeltelijke) herstructurering en transformaties) voor bedrijventerreinen zijn gelegen binnen stedelijk gebied. Wij vragen ons af: • •

Of transformatie dan wenselijk is of liever revitalisatie, hoe is dit benaderd in relatie tot elkaar ? Of er ruimte is voor uit te plaatsen milieuhinderlijke bedrijven (Eerste Zeine).

Sport- en recreatiegebieden (paragraaf 5.7) Voor wat betreft de genoemde sport- en recreatiegebieden gaan we hieronder in op de gebieden waar we nog specifieke opmerkingen voor hebben. •

Sportpark de Lindenheuvel

De sportvelden zijn gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. We zijn al geruime tijd in ambtelijk overleg over de uitbreiding/verplaatsing van sportvoorzieningen in Waspik en denken hierover graag mee. De verdere ontwikkeling van sportvoorzieningen in dit gebied is voorstelbaar met aandacht voor de groenblauwe waarden. Agrarisch buitengebied (paragraaf 5.8) Voor wat betreft de genoemde locaties in het buitengebied gaan we hieronder in op de gebieden waar we nog specifieke opmerkingen voor hebben. •

Kerkvaartse Haven (ten oosten van de Maasoever) Waspik

De wens is aangegeven voor verbreding van de haven en het ontwikkelen van de overzijde van het water. We kunnen volgen dat de ligging aan de weg en het water dit een geschikte locatie maken, er zijn ook geen bijzondere waarden vanuit provinciaal beleid hier. Maar er is óók een onderzoekslocatie aan de westzijde van Maasoever-Scharlo aangewezen. Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich tot elkaar? Het oversteken van het water lijkt een impactvolle ruimtelijke keuze. We worden graag tijdig betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen.

17/19

•

Sprang-Zuid Sprang-Capelle

Datum

1 oktober 2025

Dit deel betreft nu nog een open agrarisch gebied waarbij is aangegeven dat transformatie van dit gebied in de toekomst voorstelbaar is. Verder wordt dit niet toegelicht. We vragen de gemeente in het algemeen goed na te denken wat de waarde is van deze bestaande open agrarische gebieden tussen de verschillende kernen, die al behoorlijk aan elkaar gegroeid zijn. We kunnen ons voorstellen dat dit gebied zich juist wel leent om invulling te geven aan water- en klimaatopgaven, landschapsontwikkeling, o.i.d. Ook zal dit nader met Loon op Zand (Kaatsheuvel) afgestemd moeten worden. •

Ons kenmerk

C2361315/6194810

Capelsche Haven oost Sprang-Capelle

Hier wordt de mogelijke uitbreiding van de jachthaven richting oosten als aanvulling op transformatie bij de Nederveenweg Oost voorgesteld. Onderzocht wordt of er tussen jachthaven en de Spranckelaar een ontwikkeling met gemengde kwaliteiten (wonen aan dorpse haven, watergebonden recreatie) mogelijk is. Van belang is rekening te houden met groenblauwe waarden in dit gebied en de nabijheid van de Langstraat. Voor wonen is een gezond woon- en leefklimaat hier wel een aandachtspunt vanwege de nabijheid van de snelweg. We vragen aandacht voor kleinschaligheid en het karakter van het gebied. Capelle is als een soort T rondom het water ontwikkeld. De afgelopen decennia is daar de haven en jachthaven wel bij ontwikkeld, maar de structuur van de woongebieden is nog redelijk intact. Het ontwerp moet hier goed op aansluiten. Graag worden we tijdig betrokken bij de uitwerking van de plannen. •

Willem van Gentsvaart-Poolsestraat & Glas-Nat Sprang-Capelle

We weten niet hoe groot de beoogde woningbouwontwikkeling is ten opzichte van de ligging bestaand stedelijk gebied. Er zal aandacht moeten zijn voor groenblauwe waarden en attentiezone waterhuishouding. •

Marijkelaan/Benedenstraat Waspik

De locatie ten zuiden van bestaand stedelijk gebied van Waspik is een voorstelbare uitbreidingsrichting. De huidige structuur van het gebied is misschien wel een uitdaging, maar dat is een ontwerpopgave. •

Kerkvaartse Haven (ten oosten van Scharlo) Waspik

Ook hier wordt voorgesteld om het water (de Kerkvaart) in de toekomst mogelijk over te steken voor watergebonden activiteiten. Dat sluit dan aan op de wens om iets noordelijker ook aan de overzijde van de Kerkvaart te ontwikkelen. Hiervoor gelden dezelfde overwegingen als hier bovenstaand over Maasoever.

18/19

Datum

1 oktober 2025 Ons kenmerk

C2361315/6194810

Tot slot Bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie van de gemeente in concrete omgevingsplannen of omgevingsvergunningen gelden voor wat betreft de provinciale belangen de regels uit de omgevingsverordening. Het is raadzaam daarover in de omgevingsvisie een verwijzing naar te maken. Met het ontwerp van de Omgevingsvisie wordt een belangrijke stap gezet voor een verdere ontwikkeling van Waalwijk op langere termijn. Wij blijven hierbij graag betrokken en wensen u succes met de verdere uitwerking. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

F.T.M. Schippers, projectleider uitvoering Omgevingswet In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.

19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16044128/1