136 Bijlage 1 Advies
Tekst van het document
Grootschalige opwekking wind- en zonneenergie, gemeente Waalwijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 juni 2023 / projectnummer: 3591
1
Advies over het MER in het kort De gemeente Waalwijk wil in 2030 minimaal de helft (215.500 megawattuur per jaar) van haar elektriciteitsgebruik duurzaam opwekken. Ze wil dit doen met een combinatie van zonne- en windenergie en zoekt daar ten noorden van de A59 ruimte voor. Voordat de gemeenteraad besluit over de plannen, zijn de mogelijke gevolgen voor de omgeving onderzocht in een milieueffectrapport (MER). De gemeente heeft de Commissie gevraagd om te adviseren over de juistheid en volledigheid van het MER1.
Wat blijkt uit het MER? In het MER zijn alternatieven onderzocht voor het plaatsen van zonnepanelen en windturbines. Ook is het voorkeursalternatief (VKA) uitgewerkt en onderzocht. Uit het MER blijkt dat alle alternatieven, afgezien van de klimaatwinst, weinig positieve milieueffecten hebben. Er zijn met name negatieve effecten te verwachten op natuur, cultureel erfgoed, de waterveiligheid en voor omwonenden.
Wat is het advies van de Commissie? De Commissie vindt het een grondig, goed leesbaar en uitgebreid MER. Het geeft helder weer welke milieueffecten optreden en welke mogelijke locaties er zijn voor de plaatsing van windturbines en zonnevelden. Eerder heeft de Commissie al geadviseerd over een tussentijdse versie van het MER en deze adviezen2 zijn goed verwerkt. De Commissie is van oordeel dat het MER de essentiële informatie bevat om een besluit te nemen over het opwekken van duurzame energie, waarbij het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.
Figuur 1 - Zoekgebied voor windenergie. Bron: MER.
1 2
PlanMER Grootschalige Opwek Duurzame Energie Waalwijk, Witteveen+Bos, 17-05-2023. Tussentijds toetsingsadvies over het milieueffectrapport, d.d. 11-02-2023, zie: https://commissiemer.nl/docs/mer/p35/p3591/a3591tts.pdf.
-1-
Aanleiding MER Om het grootschalig opwekken van duurzame energie mogelijk te maken wordt een beleidsvisie opgesteld. Omdat in de visie plaatsingzones worden aangewezen voor windturbineparken en zonnevelden, stelt de visie kaders voor m.e.r.-plichtige activiteiten (zoals de aanleg van windturbineparken, categorie C22.2 uit het Besluit m.e.r.). Daarom heeft de gemeente Waalwijk een plan-MER opgesteld. Bij nadere uitwerking en concretisering van deze plannen hoort vervolgens een project-MER, waarin ook in meer detail de milieueffecten onderzocht worden. Rol van de Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft zelf geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. De gemeenteraad van Waalwijk besluit vervolgens over het plan om duurzame energie op te wekken. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken, die bij het advies zijn gebruikt, zijn te vinden door nummer 3591 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
2
Toelichting op het advies De Commissie wil met onderstaande aanbevelingen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. De opmerkingen in dit hoofdstuk hebben geen betrekking op ontbrekende essentiële informatie.
2.1
Plaatsingzones en voorkeursalternatief De Commissie heeft eerder een tussentijdse versie van het MER beoordeeld en daar een advies over uitgebracht. Daarin adviseerde zij om per plaatsingzone3 de milieueffecten in beeld te brengen, aan te geven welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn en wat de maximale opwekpotentie is. Daardoor wordt duidelijk hoe de Waalwijkse ambitie om 100% duurzame elektriciteit op te wekken in 2043 eruit kan zien, zijn de alternatieven beter met elkaar te vergelijken en blijkt welke schuifruimte binnen plaatsingszones aanwezig is. Uit een globale analyse van de Commissie blijkt dat elk onderzocht alternatief, behalve dat van de Energie-opbrengst, de plaatsingszones (voor windturbines) een opwekpotentie heeft van ruim 170 Gigawattuur per jaar. Daaruit maakt de Commissie op dat er binnen een individueel alternatief weinig tot geen schuif- of uitbreidingsruimte is binnen de plaatsingzones. In een aparte notitie bij het MER is een voorkeursalternatief opgenomen. De milieueffecten van dit alternatief (of het risico daarop) zijn hierin duidelijk uitgewerkt. Het biedt een goede basis voor verdere uitwerking door projectontwikkelaars en de dan benodigde project-MER.
3
Binnen de ruimte die de alternatieven bieden zijn zones geselecteerd waarbinnen windturbines, maar ook zonnevelden, geplaatst kunnen worden. Dit worden plaatsingszones genoemd. Hiermee wordt de plaatsing van windturbines in een gebied concreet en realistisch gemaakt, met ruimte om te variëren.
-2-
Daarin worden de milieueffecten per plaatsingzone wel nauwkeuriger onderzocht. De Commissie vindt de (effect)beschrijving van het VKA in deze planMER-fase voldoende.
2.2
Beoordeling van milieueffecten Geluid Uit tabellen 7.14 t/m 7.16 van het MER blijkt dat elk onderzochte alternatief tot geluidhinder op “gevoelige objecten” (dit zijn vooral woningen) kan leiden. De verschillen tussen de alternatieven zijn soms groot. Zo leidt het alternatief Leefomgeving bij 13 tot 25 woningen tot een geluidbelasting van meer dan 45 decibel (Lden4), terwijl dit in de overige alternatieven om honderden woningen gaat. Dit flinke verschil in aantal gehinderde woningen uit zich niet in de uiteindelijke effectscore, omdat ervoor is gekozen om minimaal één gehinderde woning (met een Lden > 47 dB) al als sterk negatief te beoordelen. De Commissie beveelt aan om in de (management)samenvatting, die de besluitvormers met name lezen, deze nuance duidelijker aan te brengen.
Natuur De ecologische knelpuntenanalyse5 en de notitie over het VKA6 geven een goed beeld van de risico’s van windturbines en zonnevelden voor beschermde natuur. Het wordt niet uitgesloten dat de windparken en zonnevelden conflicteren met de natuurwetgeving en -regelgeving. De belangrijkste aandachtspunten zijn:
Gevolgen van extra stikstofdepositie in de aanlegfasen voor daarvoor gevoelige en overbelaste habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden waaronder de Langstraat.
Gevolgen van windturbines voor overwinterende ganzen die in de Biesbosch overnachten (en het studiegebied gebruiken om voedsel te zoeken en om heen en weer te vliegen tussen slaapplaats en voedselgebieden).
Gevolgen voor het Natuurnetwerk Brabant.
Gevolgen voor de staat van instandhouding van verschillende (weide)vogelsoorten (zoals de grutto) en vleermuizen.
Uit het MER blijkt dat de effecten op projectniveau (grotendeels) zijn te mitigeren. Meer gedetailleerd onderzoek hiernaar zal voor een deel (Natura 2000-gebied Biesbosch) in een Passende beoordeling plaatsvinden terwijl voorts een ‘nee tenzij-toets’ (Natuurnetwerk Brabant) en een aanvullende soortentoets aan de orde kunnen zijn. De Commissie vindt het denkbaar dat ruimte in het studiegebied nodig is voor ecologische inpassingsmaatregelen (waaronder mitigatie en compensatie) van de grootschalige energieopwek. Het daarvoor benodigde oppervlak is nog niet bekend, maar de Commissie beveelt aan om daar bij het opstellen van de visie rekening mee te houden.
Landschap Het onderdeel zon is in het MER uitgewerkt in alternatieven ‘Zon Besloten’ en ‘Zon Open’. Beiden alternatieven met bijbehorende plaatsingszones sluiten aan op stedelijk gebied. De Commissie vindt dit een goede vertaling van de voorwaarden uit de kadernota. 4 5 6
Lden is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai over een heel etmaal uit te drukken. Ecologische knelpuntenanalyse duurzame energie Waalwijk, Waardenburg Ecology, 16-05-2023.
Grootschalige opwerk duurzame energie, notitie milieuafweging van het voorkeursalternatief, Witteveen+Bos, 17-05-2023.
-3-
In bijlage 13 zijn landschapsvisualisaties opgenomen met een beeld voor en na realisatie en na landschappelijke inpassing. De Commissie beveelt aan om bij nadere uitwerking naast de reeds voorgestelde landschapselementen ook te onderzoeken of de aanleg van een brede natuurstrook meerwaarde biedt. Daarmee kan bijvoorbeeld verlies aan groene ruimte gecompenseerd worden en het draagt bij aan biodiversiteitsverbetering.7,8
7
Dit kan bijvoorbeeld door een aaneengesloten perceel aan een zijde van het zonneveld in te zaaien met bloemrijk grasland
8
In de oostelijke plaatsingszone zorgt de aanwezigheid van een ondergrondse buisleiding van Vermilion Oil & Gas
en extensief te beheren in plaats van smalle groenstroken tussen de panelen te plaatsen.
Netherlands B.V. voor een sterk negatief effect. Door 5 meter aan beide kanten van de buisleiding vrij te houden kan dit worden gemitigeerd. Dit kan een mooie aanleiding zijn om een bredere strook dan noodzakelijk aan te houden en in te zaaien met een natuurlijk bloemenmengsel ter compensatie van het zonneveld.
-4-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie
De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of
onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de
ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit
wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website.
Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Peter van der Boom MA dr. Theo Fens ing. Caspar Slijpen ing. Rob Vogel Wouter Berendsen MSc (secretaris) ir. Kees Slingerland (voorzitter) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Grootschalige opwekking wind- en zonne-energie, gemeente Waalwijk. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om het aanleggen van windturbineparken, activiteit C22.2. Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Waalwijk. Initiatiefnemer besluit College van Burgemeester en Wethouders van Waalwijk. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?
Het bevoegd gezag heeft de Commissie bij een tussentijdse toetsing (van het concept-MER) in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3591 in te vullen in het zoekvak.