09 ChristenUnie - Algemene Beschouwing
Tekst van het document
Vz, onze bijdrage heeft als titel gekregen ‘Wrong governance’. [Governance gaat over het besturen en heersen van een organisatie en verantwoordelijkheid en zeggenschap binnen een organisatie. Good governance stelt bestuurders in staat onderbouwde beslissingen te nemen en aan regelgeving te voldoen.] Daarbij ga ik in op drie aspecten de volgende drie punten: 1. Verkeerde keuzes 2. Gebrek aan financiële discipline 3. Tekort aan democratie 1. Vorig jaar heb ik tijdens onze Algemene Beschouwing nadrukkelijk gewezen op een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, getiteld ‘Eigentijdse ongelijkheid’. Daarin is uitgelegd dat we in Nederland een klassenstructuur hebben. Hierbij zijn zeven klassen onderscheiden. De groepen ‘Onzekere werkenden’ en het ‘Precariaat’ ervaren hun positie als achtergesteld. Precariaat is een sociologisch begrip; het is een samentrekking van precair en proletariaat. Dat is de groep met de slechtste uitgangspositie. De onzekere werkenden en het precariaat tellen relatief veel niet-stemmers; en als men van plan is te gaan stemmen, kiest men vaak voor een partij op de flanken van het politieke spectrum. Diezelfde twee groepen, plus de laagopgeleide gepensioneerden, hebben beduidend minder vertrouwen in de politiek.
Ruim de helft van de drie sociale klassen aan de onderkant van de samenleving voelt dat de overheid te weinig doet voor mensen zoals zij (bij de sociale klassen aan de bovenkant is dat hooguit een kwart); bijna twee derde meent dat mensen zoals zij geen invloed hebben op wat de overheid doet (tegenover een derde bij de twee sociale klassen aan de bovenkant). ‘Wat je verdient’ = economisch kapitaal, ‘wie je kent’ = sociaal kapitaal, ‘waar je bij past’ = cultureel kapitaal en ‘wie je bent’ = persoonskapitaal: denk aan gezondheid en aantrekkelijkheid, zijn bepalend voor iemands toekomst. De gemeente Waalwijk zou moeten proberen tekorten van deze vier genoemde hulpbronnen aan te vullen. En niet alleen het economische kapitaal door de IIT te verruimen, zeg ik tegen de fractie van GroenLinksaf. Als argument noemt de fractie dat deze groep mensen al jaren in een ravijn zit. Met een gunstige financiële regeling wordt het ravijn comfortabeler, maar het blijft een ravijn. Je kunt vanuit de hoogte roepen dat het je eigen schuld is, als je problemen hebt, dat je in je kracht moet gaan staan als je uit het ravijn wilt komen. Van enige poging om iets te doen aan het tegengaan van de eigentijdse ongelijkheid laat dit college weinig zien. Neen, het werken aan de economie van het centrum, vooral ten gunste van de horeca waar de alcohol rijkelijk vloeit, aan vrijetijdsbesteding (leuke
dingen voor de mensen), aan sport en cultuur, aan economische groei door verkoop van bedrijventerrein wordt hard gewerkt. De coalitie stelt dat een schaalsprong naar 55.000 inwoners belangrijk is. Maar waar komen die extra inwoners vandaan en waar moeten ze wonen? Het afgelopen jaar zijn 123 woningen toegevoegd aan het areaal, waarvan 45 in het centrum. Voor de OV plannen wordt gerekend op 3.500 - 5.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Volgens het college zijn dit geen internationale medewerkers. Maar wie zijn het dan? Vluchtelingen, asielzoekers? We weten het niet, we horen het niet. Het informeren van de raad is sowieso een probleem voor dit college. De informatie wordt vaak niet, te laat of onvolledig verstrekt, onvoldoende en/ of onjuist beantwoorden van onze vragen door het college. Ook worden we nogal eens niet, te laat, onvolledig en/of onjuist geïnformeerd. Iedereen kent vast een aantal voorbeelden; toch noem ik er nog een paar. Tussen neus en lippen door meldde het college dat het krediet voor het Schoenenkwartier is overschreden, maar dat het binnen de marge blijft. Die marge van 5% geldt niet voor het informeren maar voor het moeten aanvragen van extra krediet. En op een bedrag van ruim € 10 miljoen ligt die grens op ruim een half miljoen. Het gaat waarschijnlijk over enkele tonnen, maar de raad is hierover nog steeds niet geïnformeerd.
Terwijl de raad nog wachtte op de Jaarrekening over 2023 heeft het college al in de Kadernota opgenomen dat de tijdelijke extra subsidie van € 2 ton structureel moet worden gemaakt. 2. De kadernota laat voor 2025 nog een positief saldo zien. Maar voor 2026 en volgende jaren lopen de tekorten in de miljoenen. De gemeente Waalwijk komt structureel geld tekort. Dit vraagt om bezuinigingen. Maar het college wil hier niet aan. De Kadernota 2025 staat vol met wensen van de organisatie en de coalitie, niet van de oppositie; deze lopen in de miljoenen. Het college wil pas na het zomerreces met de raad in gesprek over de bezuinigingen. Vz, het college zegt door niet te bezuinigen het advies van de VNG te volgen. Het is de vraag in hoeverre de toezichthouder, de provincie hierin wil meegaan. De fractie van de ChristenUnie wil daarop niet wachten en dient daarom nu een amendement in. Een bijkomend voordeel van het schrappen van allerlei wensen en ambities is dat er minder druk komt op de overbelaste organisatie. Eén van de opties die het college aanreikt voor het terugdringen van het tekort, is het verhogen van belastingtarieven. De kans is groot dat die dan fors omhoog moeten. Dan is het handiger om dit stapsgewijs te doen, in plaats van vlak voor de verkiezingen met een fors percentage te komen. Neem bijvoorbeeld de leges.
De afspraak is dat deze tarieven voor zover mogelijk kostendekkend moeten zijn. Uit de jaarrekening 2023 bleek dat deze voor de dienstverlening slechts 18% bedroeg en voor fysieke omgeving maar 55% was, terwijl het college bij de vaststelling van de tarieven bij de legesverordening het college nog een kostendekking van
77% beloofde (amendement). Wie in de jaarrekening een toelichting verwachtte, kwam bedrogen uit. Het college heeft op meer financiële punten moeite zich aan de financiële afspraken te houden, bijvoorbeeld ten aanzien van het overhevelen van bedragen, of gaat wel erg gemakkelijk om met door de raad afgegeven mandaten, zoals het boven het afgesproken maximum putten uit reserves en het inzetten van tijdelijk werkbudget voor structureel beoogde functies. De Kadernota 2025 kent meerdere voorbeelden van functies die nu structureel moeten worden gemaakt zoals de 2e wijk-GGZ-er, terwijl tegelijk nu weer nieuwe krachten zouden moeten worden aangetrokken met tijdelijke middelen, zoals de strategische communicatie adviseurs. De nieuwe domeinstructuur van de organisatie is al in gang gezet (zie het antwoord op vraag 36: in de kadernota is ervoor gekozen om de organisatie-indeling met drie domeinen aan te houden), terwijl de raad nog moet instemmen met de middelen (motie). Eerlijk gezegd vraag ik me af of de bestuurders en medewerkers de afspraken wel kennen. En dat vervult ons met zorg. Want mede vanwege de vergrijzing zijn de afgelopen jaren veel medewerkers vertrokken en daarmee ook hun kennis en ervaring. Die is niet op een of andere manier geborgd in de organisatie. Het collectieve geheugen van de organisatie wordt steeds minder. Wij zijn benieuwd hoe het college hier tegenaan kijkt.
3. Tekort aan democratie. Tijdens de discussie over de Skaeve Huse had de woordvoerder van GroenLinksaf het over de ruggengraat van de democratie. Hij had het toen over de ruggengraat, ik heb het nu over de democratie. Dit wordt vaak vertaald met de helft plus 1; dat is een definitie die uitgaat van macht. Lokaal Belang heeft vanwege de fractiegrootte veel macht. Samen met de VVD of met GroenLinksaf plus D66 heeft deze partij al een meerderheid en daarvan wordt vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt. Terwijl in een goed functionerende democratie ook wordt bezien of meer draagvlak voor besluitvorming kan worden gecreëerd door te verkennen of met de wensen van de gehele oppositie of van enkele kleinere fracties rekening kan worden gehouden. Fracties in Waalwijk die een ander besluit willen of het voorliggende voorstel willen aanpassen, moeten daarvoor praten als Brugman. Helaas volgt daarop lang niet altijd een reactie. Eerder wordt soms verbaal maar meestal non-verbaal te kennen gegeven dat leden van de coalitie het nogal wat gezeur en tijdverspilling vinden.
De fractie van de ChristenUnie sluit onze bijdrage in deze eerste termijn af met de eerder uitgesproken wens: “Ik hoop dat wij het verlangen opmerken naar gemeenschap waar uitsluiting heerst, naar een veilig thuis waar vervreemding heerst, naar liefde waar angst heerst. Dat mensen elkaar willen kennen als vervullers van elkaars leven, als medebouwers van een gemeenschap, waar mensen oog hebben voor elkaar. Dat wij bij ons knagend geweten, in ons aarzelend verlangen, in onze kwijnende
hoop, ons aan elkaar zullen verbinden in liefde voor de medemens, voor onze medeburgers”.