03 GroenLinksaf - Algemene Beschouwing
Tekst van het document
Voorzitter, Vandaag praten we over de kaders voor de begroting van 2025. Kaders die een iets andere vorm hebben dan waar ik als fractievoorzitter van Groenlinksaf 12 keer eerder een mening over heb mogen geven. Kaders die een vertaling zouden moeten zijn van het coalitieprogramma, kaders waarvan we samen moeten bekijken wat we overeind kunnen houden. Voorzitter, laten we dan eens beginnen met het constateren dat het maken van keuzes moeilijk is, en vandaag ook zal blijken moeilijk te zijn, de afgelopen periode hebben we dat al een paar keer mogen constateren. Zoveel mensen, zoveel zinnen, en met 10 partijen in de raad, een beperkte hoeveelheid geld, en verkiezingen aan de horizon, worden de keuzes er niet makkelijker op. Kiezen we voor mensen, voor stenen, voor natuur, voor cultuur.. Het lijkt allemaal een beetje voor de hand liggend, maar dat blijkt toch wat ingewikkelder te zijn. Voorzitter, laten we eens niet te moeilijk beginnen. Vorige week heeft GroenLinksaf ervoor gekozen een relatief moeilijk amendement in stemming te brengen. Zoals toen al gezegd niet met de bedoeling om te laten zien hoe moreel goed wij wel niet zijn, alhoewel dat er tegenwoordig blijkbaar wel bijhoort, maar meer om het besproken probleem van bestaanszekerheid duidelijk neer te zetten.
Vooraf wisten we dat het amendement het waarschijnlijk niet zou halen, maar het was dan ook slechts een opmaat tot de motie die we vandaag over hetzelfde onderwerp indienen. Armoede is echt een probleem, en volgens een artikel in Binnenlands Bestuur kost de daarmee samenhangende schuldenproblematiek de maatschappij minimaal 8,5 miljard per jaar De motie vraagt van het college om inzichtelijk te maken wat de verschillende mogelijke scenario’s voor positief effect hebben op de bestaanszekerheid van onze burgers, en tegen welke kosten. Aan de hand van dat overzicht kunnen we dan kijken welke investering voor ons verantwoord voelt. Wij hopen dat u die relatief simpele opdracht wilt geven. Vorig jaar begon GroenLinksaf het betoog met de opmerking dat, ondanks alle ellende, de AR in ieder geval nog redelijk gevuld was. Helaas lijkt dat ondertussen niet meer het geval. Tegenvallers in bijvoorbeeld de grondexploitatie en de projecten waar wij geld voor gereserveerd hebben zorgen er voor dat er eigenlijk niets meer is. Dat wil zeggen, er is een slordige 2,1 miljoen waar we iets mee zouden kunnen doen, en dat klinkt een stuk meer dan het is.
Nou doen zich een opvallende situatie voor in die AR. We hebben 21 miljoen, maar die hebben we niet, maar eigenlijk wel. Begrijpt u het nog. We leggen het
snel uit. Het grootste deel van het geld dat er nu in zit, en dat is heel veel, gaat naar het GOL, het gat in de Oosten van de Langstraat. Van onze AR is 13 miljoen geblokkeerd als dekking voor de meerkosten die ontstaan zijn door de vertragingen in dat project. Voorzitter, hoe is het mogelijk dat we blijven accepteren dat dit project duurder en duurder wordt. Er wordt vanavond gepraat over het bijstellen van ambities. Wordt het niet eens tijd dat we hier ambities gaan bijstellen? We zouden dan bijvoorbeeld kunnen beginnen met het schrappen van het onzalige plan voor de Spoorbrug en het afgraven van de dijk tussen Waalwijk en Drunen. Als een relatief simpel geluidsscherm 13,5 miljoen kost, kan hier serieus geld bespaard en natuur gespaard worden. Verder is de reservering voor het GOL een vreemd ding. We moeten het doen voor als de plannen eindelijk uitgevoerd worden, maar als ze uitgevoerd worden hebben we het niet nodig. Volgens de portefeuillehouder kunnen we de grond morgen verkopen voor zo veel meer geld dan waar we 6 jaar geleden rekening mee hielden, dat die 13 miljoen probleemloos terugverdiend zal worden. En zo lijkt het allemaal iets minder bleek te zijn. Klopt dit overigens nog wethouder? Voorzitter, GroenLinksaf constateert nog een ander probleem in de manier waarop we met plannen omgaan.
Het is maar een voorbeeld, maar toch! We zijn al jaren aan het praten over bouwen op het terrein van de gedempte haven. Een relatief klein stukje Waalwijk, vlak bij het centrum, op geurafstand van de snelweg. De plannen waar we nu op uit dreigen te komen zijn van hoge kwaliteit, zeer hoge kwaliteit, 11 hoge kwaliteit zelfs. Die hoogte is nodig om voldoende woningen te realiseren, we willen ten slotte sociale woningbouw en woningen voor starters en doorstromers. Daar hangt dan wel een heel specifiek prijskaartje aan, een beperkt prijskaartje. Bouwen in de hoogte levert meer m2 woonruimte op, maar betekent ook een onevenredig beslag op de resterende grond. Hoe hoger je bouwt, hoe meer grond je zult moeten reserveren voor . Dat soort “onproductieve” grond levert verder niets op, kost alleen maar geld, en er komt een moment waarop het voor een ontwikkelaar niet meer rendabel te maken is zonder de prijs per unit te verhogen, en dat kan niet, want wij willen hoogwaardige woonwijken met starters en sociale woningbouw. In het Engels zeggen ze dan dat je je taartje niet kan bewaren als je het opeet, oftewel, je kan niet alles hebben. De principiële keuze is makkelijk: kies je voor mensen of kies je voor auto’s? In de opzet van deze wijk is die keuze van het begin af aan duidelijk geweest. Wij hebben een tekort aan woonruimte, geen tekort aan auto’s.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen behoefte is aan duidelijkheid over parkeernormen. Het is vervelend dat we als raad moeten discussiëren zonder te weten waar we plannen nu eigenlijk aan moeten toetsen. Gegoochel met getallen maakt een en ander niet makkelijker uit te leggen.
Voorzitter, ondanks het feit dat we al weer ruim 6 jaar deel uit maken van de coalitie, heb ik persoonlijk het grootste deel van mijn raadslidmaatschap doorgebracht in de oppositie, 10 van de ruim 14 jaar dat ik raadslid ben om precies te zijn. Je zou het bijna vergeten, en volgens sommigen zijn we dat ook
vergeten, net zoals sommige raadsfracties wel eens vergeten dat voor hun het omgekeerde geldt. In onze oppositionele rol hebben wij ons altijd zeer duidelijk uitgesproken over de soms ronduit bizarre manier waarop de planvorming rondom het Schoenenmuseum vanuit raad en college vormgegeven werd. In de laatste maanden van mijn eerste drie raadsperioden werd er dan eindelijk een klap op dat plan gegeven, en er wordt ons nu gevraagd of we die klap met twee ton extra structureel per jaar willen honoreren. Graag herinner ik u aan de opmerkingen waarmee wij ons toen niet achter het raadsvoorstel geschaard hebben. Wij doen even een greep uit wat we toen gezegd hebben: het college vraagt ons akkoord te gaan met een plan zonder deugdelijke financiële onderbouwing. Er ligt een mooi plan, maar dat plan gaat veel geld kosten. De verwachtingen waarop dit plan gebaseerd zijn zijn niet of matig onderbouwd. Wij willen de Raad van Waalwijk er nogmaals op wijzen dat we ons op zeer glad ijs begeven als we nu, omwille van de snelheid, ondoordachte beslissingen gaan nemen waar we later wellicht met spijt op terugkijken.
Voorzitter, spijt is een groot woord, maar de veronderstelling dat de financiële onderbouwing matig was, daar kunnen we het achteraf toch over eens zijn? Op het moment dat ik, namens GLa, bovengenoemde woorden sprak, ging het over een structurele bijdrage van 9 ton, dat werd 1,1 – daarna tijdelijk 1,3 – en nu zou het structureel 1,3 moeten zijn. Voorzitter, GroenLinksaf hecht er waarde aan te laten weten dat we serieus trots zijn op ons museum, maar net zoals bij de gedempte haven is er een evenwicht tussen wat je wilt investeren en wat je dan mag terugverwachten. We begrijpen de vraag van het museum, we onderschrijven het gewenste ambitieniveau, zeker in het licht van de reden waarom we de mega-investering in dit museum gedaan hebben: het versterken van het centrum van Waalwijk. Aan de andere kant praten we vanavond over de grenzen aan onze ambities in het licht van tekorten waar we iets mee zullen moeten. Wellicht is het goed om het verhaal een jaar door te schuiven, 2025 is sowieso gedekt, en het museum in de tussentijd te laten bedenken op welke manier ze het maximale kunnen persen uit wat ze hebben, zodat ze wellicht met iets lagere extra bijdragen toch kunnen doen wat wij van ze verwachten. Voorzitter, nog een motie. Onlangs is er in het Waalwijk’s podium ingesproken door twee zeer enthousiaste vertegenwoordigers van de sport.
Zij stelden voor onze Groene Wig om te bouwen tot een sportcampus, met ruimte voor biodivers groen en toegang tot brede laagdrempelige sportvoorzieningen voor iedereen. Een mooi plan, met een heel fors prijskaartje. Zo fors, dat het ons niet lijkt dat Waalwijk in haar meest welvarende jaren die kosten had kunnen ophoesten, zeker niet als al ons geld al naar vertraagde projecten gaat. Nu is het mooie van dit specifieke project dat het ons eigenlijk niets zou hoeven te kosten, en dat het niet overmorgen klaar zeker hoeft te zijn. Volgens de insprekers zou het bedrijfsleven van Waalwijk de kosten kunnen en willen ophoesten, en zou onze rol weinig meer dan een faciliterende hoeven te zijn. De motie vraagt dan ook alleen maar om de intentie van het plan te omarmen, om eens te gaan praten met de initiatiefnemers, om te kijken of en hoe we ze kunnen helpen dit plan te realiseren. Dat hoeft geen geld te kosten, daar is in deze fase marginale
ambtelijke inzet voor nodig, het gaat om niets meer dan kijken wat kan, en actief waardering tonen voor een mooi initiatief. Voorzitter, een laatste opmerking. We hebben niet alles besproken, dat kan ook niet. Andere partijen in deze raad zullen vast zaken aanstippen die wij ook belangrijk vinden. Maar ja, keuzes en zo. Ik zou graag afsluiten met een persoonlijke anekdote. Het lijkt er op dat we de komende periode de financiële kaasschaaf uit de kast zullen moeten halen. Toen ik jong was, nog jonger dan nu, hadden we bij ons thuis niet veel geld. Als goed Christelijk nest hadden mijn ouders 7 kinderen, en mijn vader was een alleenverdienende jonge leraar in de tijd dat het onderwijs echt geen vetpot was. Als wij ‘s morgens met zijn negenen aan de ontbijttafel zaten, lag er ook altijd een groot stuk kaas. De bedoeling was dan dat je netjes, met de kaasschaaf, een stuk van de korst afhaalde zodat de kaas netjes van boven naar beneden afgeschaafd kon worden, zodat de kaas netjes recht bleef. Maar ja, veel kinderen, haast, honger, boeien.. Wij schaafden lekker een beetje tussen de korst door, net zo makkelijk. Ons moeder werd daar gek van, de kaas uithollen noemde ze dat. Nog erger werd het als we na een tijdje van arren moede maar aan de kop van die holle kaas gingen zagen, zodat we net zoveel van de bovenkant als de onderkant wegnamen..
Voorzitter, zullen we dat als gemeenteraad van Waalwijk niet doen met de financiële kaas van de gemeente Waalwijk? Niet uithollen, en zeker niet de boven en de onderkant even ver wegschaven! Tot zover.