003-22a Armoedemonitor 2019 gemeente Waalwijk
Tekst van het document
ARMOEDEMONITOR 2019 GEMEENTE WAALWIJK
Armoedemonitor 2019 gemeente Waalwijk Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen in de gemeente Waalwijk.
Colofon Opdrachtgever Gemeente Waalwijk Datum Juni 2020 Auteurs Michelle Ellens Tessa Schoot Uiterkamp Databewerking Johan Knol Geografische kaarten Pieter-Jan Karsijns Grafische ondersteuning Senne Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. 1
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Grafische samenvatting ................................................................................................................. 4 Samenvatting................................................................................................................................. 6 1. Minimahuishoudens .................................................................................................................. 9 2. Minimakinderen tot 18 jaar ...................................................................................................... 13 3. Minimaregelingen .................................................................................................................... 17 4. Wmo en schulddienstverlening ............................................................................................... 21 Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor ........................................................................................ 24 Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken Waalwijk ........................................................................... 26 Bijlage 3.
Kenmerken kinderen Waalwijk .................................................................................... 27 Bijlage 4. Schatting inkomensgroepen totale populatie .............................................................. 28 Bijlage 5. Kenmerken minima tot 100 procent Wsm ................................................................... 29 Bijlage 6. Afkortingen .................................................................................................................. 30
1
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Inleiding De armoedemonitor geeft inzicht in de doelgroep (omvang en kenmerken) van het minimabeleid en in het bereik van de regelingen. Het minimabeleid is in de gemeente Waalwijk een actueel thema. In het kader van de evaluatie en eventuele bijstelling van het minimabeleid wenst de gemeente nader zicht te hebben op de doelgroep en op het gebruik en bereik van de minimaregelingen. Bij het onderzoek naar de minimapopulatie staan de volgende vragen centraal: Hoe groot is de doelgroep minima in de gemeente Waalwijk? Hoe groot is de groep in vergelijking met de gegevens vanuit de Armoede Index van KWIZ? Wat zijn de inkomensbronnen van deze minima? In welke wijken bevinden deze minima zich? Hoe is de samenstelling van deze minimahuishoudens? Hoeveel kinderen zijn er in deze minimahuishoudens? Wat is het bereik van de verschillende regelingen? Wat is het meervoudig gebruik van de minimaregelingen? Hoeveel huishoudens maken gebruik van de Wmo, schulddienstverlening en Jeugdwet? Opzet Armoedemonitor De Armoedemonitor beschrijft de doelgroep voor het lokale armoedebeleid aan de hand van een aantal kenmerken. Daarnaast brengt de monitor het gebruik en bereik van de verschillende minimaregelingen in beeld.
De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 1 september 2019 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de regelingen is gemeten over de periode 1 september 2018 tot 1 september 2019. Onderzoeksmethode Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 1 september 2019. Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Tevens zijn voor dit onderzoek de registraties van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet (JW) en schulddienstverlening meegenomen. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen.
Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep die, doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan in deze Armoedemonitor wordt gerapporteerd: met de Armoedemonitor hebben we 85 tot 90 procent van alle minimahuishoudens in beeld. Voor het schatten van de omvang van de volledige doelgroep hebben we cijfers van het CBS bewerkt en. Hierbij een correctie toegepast op de vermogens van de minima, waardoor alleen díe minima worden meegenomen die geen of een laag eigen vermogen hebben en als zodanig in aanmerking komen voor gemeentelijke ondersteuning. Daarnaast hebben we op basis van eigen kengetallen correcties toegepast op de omvang van de diverse cijfers, om zodoende de afrondingsverschillen te verkleinen die ontstaan door de CBS-methodiek. Wanneer we het in deze monitor hebben over minimahuishoudens, dan hebben we het over de volledige minimapopulatie, dit zijn de minimahuishoudens en bevatten dus ook de minima die op basis van de bestandsanalyse niet in beeld zijn. De weergegeven kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op de kenmerken van de oudste persoon in het huishouden. 2
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Leeswijzer Na de samenvatting waarin de belangrijkste kenmerken van de minimapopulatie visueel worden weergegeven, worden de belangrijkste ontwikkelingen beschreven in de samenvattende analyse. In de daaropvolgende hoofdstukken wordt de minimapopulatie in kaart gebracht, evenals de overlap met de Jeugdwet, Wmo en schulddienstverlening. De bijlagen geven een aantal achterliggende cijfers weer. Alle landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS en vergelijking met andere gemeenten wordt gedaan op basis van ervaringscijfers van KWIZ.
3
MINIMA IN WAALWIJK Aantal minimahuishoudens
7%
van de huishoudens hebben een inkomen tot 110% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dit zijn 1.500 huishoudens.
Inkomensbron Inkomensbronnen van de minimahuishoudens in 2019.
36%
42%
2019
Bijstand Aantal minimahuishoudens met een bijstandsuitkering in 2019.
Bijstand AOW
22%
1.500
547
Overig
Minimakinderen
10%
van alle kinderen tot 18 jaar groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110% Wsm, dit zijn 875 kinderen.
2019
875
Eenoudergezinnen
Wijken
13%
26%
van alle huishoudens in Laageinde heeft een inkomen tot 110% Wsm. Dit aandeel is hoger dan in de gemeente. Ook in De Hoef (11%), Baardwijk (10%) en Zanddonk (10%) is het aandeel minima hoger dan in de gemeeente.
van de eenoudergezinnen (op huishoudniveau) heeft een inkomen tot 110% Wsm. Kinderen in een eenoudergezin groeien ruim vier keer zo vaak op in een minimahuishouden als kinderen in een huishouden met twee ouders.
Minimaproblematiek
Niet-westerse achtergrond
Wmo-voorzieningen
30%
29% Schulddienstverlening 2%
van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een inkomen tot 110% Wsm.
Jeugdwet 23%
Minimaregelingen
58%
30%
14%
62%
Kwijtschelding
Bijzondere bijstand
Collectieve zorgverzekering
PasWijzer
27%
2019 *De individuele inkomenstoeslag is in bovenstaand figuur niet meegenomen, omdat het bereik niet berekend kan worden.
26%
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Samenvatting In deze samenvatting staat een aantal kenmerken van de minimapopulatie in 2019 (huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm). Minimahuishoudens 2019 Op 1 september 2019 heeft de gemeente op basis van de bestandsanalyse 1.344 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld. Dit is 6,1 procent van alle huishoudens in de gemeente. De totale populatie op basis van door ons bewerkte CBS-gegevens en ervaringscijfers van KWIZ schatten we op 1.500 minimahuishoudens (6,9 procent van alle huishoudens in de gemeente), waarvan 1.000 een inkomen hebben tot 100 procent Wsm. Bij andere gemeenten (tot 50.000 inwoners) is het aandeel minimahuishoudens gemiddeld 5 procent. Er zijn 547 huishoudens met een bijstandsuitkering, dit is een derde van de 1.500 minimahuishoudens en 42 procent heeft een overig inkomen. Dit kan een inkomen zijn uit bijvoorbeeld werk of WW. Vergelijkend met andere gemeenten is het aandeel bijstandsgerechtigden in de gemeente Waalwijk lager (gemiddeld is dat 45 tot 50 procent van alle minima) en het aandeel minimahuishoudens met een overig inkomen juist hoger dan gemiddeld (gemiddeld ongeveer 30 procent). Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen; 26 procent van alle 736 eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 110 procent Wsm (190 huishoudens).
Daarnaast zijn huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond oververtegenwoordigd onder minima; 30 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. Ook in andere gemeenten zien we dat ongeveer een derde van de huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond minima is. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is 5 procent minima. Tenslotte hebben huishoudens in Laageinde, De Hoef, Baardwijk en Zanddonk vaker dan gemiddeld in de gemeente een minimuminkomen. Minimakinderen Op basis van de bestandsanalyse heeft de gemeente op 1 september 2019 747 minimakinderen tot 18 jaar in beeld. Zij vormen 8,3 procent van alle 9.036 kinderen in de gemeente Waalwijk. De totale populatie minimakinderen schatten we op 875 minimakinderen (9,7 procent van alle kinderen). Bijna de helft (411 kinderen) groeit op in een huishouden met een bijstandsuitkering. Een derde van alle kinderen in een eenoudergezin groeit op in een minimahuishouden. Dit is ruim vier keer zo vaak als kinderen in een gezin met twee ouders. Ook naar herkomst zijn er grote verschillen te constateren: Bijna de helft (47 procent) van alle kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm terwijl dat onder kinderen met een Nederlandse achtergrond 4 procent is.
Tenslotte groeien kinderen in de wijk Baardwijk vaker op in een minimahuishouden dan kinderen in de andere wijken. Van alle kinderen in Baardwijk groeit een op de vier op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm.
6
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Regelingen In de volgende figuur staat het bereik per regeling in de periode 1 september 2018 tot 1 september 2019. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de (geschatte) 1 doelgroep.
In 2019 hebben 576 huishoudens gebruik gemaakt van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Dit is een bereik van 58 procent. Dit ligt onder het gemiddelde bereik van 70 à 75 procent bij de meeste andere gemeenten. Omdat de kwijtschelding gemeentelijke heffingen eenmaal per jaar, na de aanslag van de gemeentelijke heffingen, aangevraagd kan worden, geven we hier alleen de kwijtscheldingen weer van het jaar 2019; Er zijn 448 huishoudens die in de analyseperiode een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand hebben gekregen. Afgezet tegen de (geschatte) doelgroep is dit een bereik van 30 procent. In andere gemeenten ligt het gemiddelde bereik tussen 25 en 30 procent; In de analyseperiode hebben 244 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag. We kunnen de doelgroep niet weergeven omdat de langdurigheid van de minima op basis van de aangeleverde bestanden niet vastgesteld kan worden. Overigens kennen de meeste andere gemeenten een referteperiode van 3 jaar, in Waalwijk is deze periode 5 jaar; In de analyseperiode hebben 150 huishoudens gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering. Dit is een bereik van 8 procent. Bijna 60 procent van de gebruikers heeft een verzekering afgesloten bij VGZ.
Het bereik in de gemeente Waalwijk ligt onder het bereik van 40 à 45 procent bij de meeste andere gemeenten; In de analyseperiode hebben 928 huishoudens gebruik gemaakt van de PasWijzer. Dit is een bereik van 62 procent van de doelgroep. Dit is hoger dan het gemiddelde bereik bij andere gemeenten: ongeveer 40 procent. Op persoonsniveau zijn er 1.143 volwassenen met een PasWijzer en 514 kinderen.
1 Op basis van ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke
gebruikscijfers hebben we de volledige doelgroep in kaart gebracht.
7
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Meervoudige problematieken Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen: 29 procent heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen, 2 procent is in beeld bij de schulddienstverlening en 23 procent van de minimahuishoudens hebben een of meerdere kinderen met een indicatie voor de Jeugdwet. Huishoudens in de gemeente die geen minimuminkomen hebben, maken minder vaak gebruik van een of meer van deze voorzieningen. Bij andere gemeenten zien we een gemiddelde overlap van 25 à 30 procent met Wmo, 10 tot 15 procent met de schulddienstverlening en 20 tot 25 procent met de Jeugdwet (op huishoudniveau).
8
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
1. Minimahuishoudens De gemeente Waalwijk hanteert in de analyseperiode (1 september 2018 tot 1 september 2019) voor de meeste regelingen in het minimabeleid een bovengrens van 110 procent van het Wettelijk sociaal minimum. In dit hoofdstuk beschrijven we de kenmerken van deze doelgroep.
1.1. Aantal minimahuishoudens Op basis van de bestandsanalyse heeft de gemeente op 1 september 2019 1.344 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld. Dit is 6,1 procent van alle huishoudens in de gemeente Waalwijk. Dit zijn alle huishoudens die gebruikmaken van een of meerdere minimaregelingen en/of een bijstandsuitkering ontvangen. Huishoudens die geen gebruikmaken van deze ondersteuning, ontbreken in de bestandsanalyse. Om toch een volledig beeld te geven van de minimapopulatie, hebben we aanvullende analyses gedaan op basis van ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke gebruikscijfers2. Het totaal aantal minimahuishoudens schatten we daarmee op 1.500 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in de gemeente Waalwijk (6,9 procent). Dat aandeel is iets hoger dan in andere gemeenten tot 50.000 inwoners) waar het aandeel minimahuishoudens gemiddeld 5 procent is. De cijfers die in dit hoofdstuk betreffen de schatting van de volledige minimapopulatie en bevatten dus ook de minima die op basis van de bestandsanalyse niet in beeld zijn. Ruim een derde van de 1.500 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm heeft een bijstandsuitkering en 42 procent heeft een overig inkomen. Dit kan een inkomen zijn uit bijvoorbeeld werk of WW.
Vergelijkend met andere gemeenten, is het aandeel bijstandsgerechtigden in de gemeente Waalwijk aanzienlijk lager (gemiddeld is dit 45 tot 50 procent van alle minima) en het aandeel minimahuishoudens met een overig inkomen is juist hoger dan gemiddeld (ongeveer 30 procent). Tabel 1.1.1 Huishoudens naar inkomen in Waalwijk Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% 100% tot 110% Subtotaal
Aantal
%
1.0003 500 1.500
4,6% 3,3% 6,9%
Overig Totaal
20.475 21.9754
93,1% 100%
Tabel 1.1.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 110% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal
2019 Aantal 547 325 628 1.500
% 36% 22% 42% 100%
Op basis van de door KWIZ bewerkte CBS-gegevens, is een schatting te maken van de inkomensbron van de groep met een ander inkomen. Naar schatting heeft een derde van de groep met een overig inkomen een inkomen uit arbeid, een derde een inkomen uit eigen onderneming en een derde is arbeidsongeschikt. Bij andere gemeenten bestaat gemiddeld 40 tot 45 procent van de minimahuishoudens met een overig inkomen uit huishoudens met een inkomen uit arbeid. Dit aandeel ligt in de gemeente Waalwijk dus iets lager. Het aandeel
2 De schatting van de volledige minimapopulatie per inkomensgrens is in bijlage 4 weergegeven. 3 De kenmerken van de huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm staat beschreven in bijlage 5. 4 In bijlage 2 worden de kenmerken van alle huishoudens in de gemeente Waalwijk uiteengezet.
9
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
minimahuishoudens met een inkomen uit eigen onderneming ligt hoger dan gemiddeld (20 tot 25 procent). Tabel 1.1.3 Schatting inkomensbron minima met een ander inkomen, inkomen tot 110% Wsm Bron van inkomen ‘Ander inkomen’ (schatting) WW-ontvangers Arbeidsongeschikten Inkomen uit arbeid Inkomen uit eigen onderneming Totaal
Aantal
%
25 200 200 203 628
4% 32% 32% 32% 100%
10
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
1.1.2. Eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn vaker dan gemiddeld minima Ruim de helft (52 procent) van de minimahuishoudens is een alleenstaand huishouden en een derde van de minimahuishoudens (439 huishoudens, 30 procent) heeft thuiswonende kinderen. De minimapopulatie van 1.500 huishoudens heeft daarnaast de volgende kenmerken: 46 procent van de minimahuishoudens is tussen de 45 jaar en de AOW-leeftijd en 16 procent heeft de AOW-gerechtigde leeftijd. Naar herkomst heeft ruim de helft een Nederlandse achtergrond, 36 procent heeft een niet-westerse migratieachtergrond en 12 procent heeft een westerse migratieachtergrond. Tenslotte woont het grootste aandeel minimahuishoudens in de wijken Waalwijk Centrum, Laageinde en Zanddonk. Gemiddeld heeft 65 tot 70 procent van de minimapopulatie langdurig een minimuminkomen. In Waalwijk betekent dit dat ongeveer 1.050 huishoudens vijf jaar of langer zijn aangewezen op een inkomen tot 110 procent Wsm5. Gemiddeld gezien hebben eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker dan andere huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm (zie laatste kolom “Aandeel minima t.o.v. alle huishoudens).
Een kwart van alle eenoudergezinnen in de gemeente Waalwijk heeft een inkomen tot 110 procent Wsm en 30 procent van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een minimuminkomen. Naar wijk is het aandeel minima het hoogst in Laageinde (13 procent), gevolgd door De Hoef is dit 11 procent en in Baardwijk en Zanddonk is dit 10 procent. Figuur 1.1.1. Relatief aandeel minimahuishoudens per wijk tot 110% Wsm
5 Op basis van de bestanden, kan de langdurigheid van de minimahuishoudens niet worden vastgesteld.
De aangeleverde bestanden bevatten te weinig historie.
11
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Verdeling naar kenmerken In de volgende tabel staat de verdeling naar diverse kenmerken. We vergelijken de minimapopulatie met alle huishoudens in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minima te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minima t.o.v. alle huish.’). Tabel 1.1.3 Kenmerken minima, inkomen tot 110% Wsm Aandeel Categorie
Aantal
%
Minima t.o.v. alle huish.
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
788 190 273 249 1.500
52% 13% 18% 17% 100%
11% 26% 3% 5% 7%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
118 450 695 237 1.500
8% 30% 46% 16% 100%
15% 8% 8% 3% 7%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
786 176 538 1.500
52% 12% 36% 100%
5% 6% 30% 7%
Wijken Waalwijk Centrum Waspik Nieuwevaart/ Capelle Besoyen Driessen Vrijhoeve Baardwijk Laageinde Antoniusparochie Bloemenoord/ Groenewoud Zanddonk Meerdijk De Hoef Totaal
184 76 37 132 114 120 109 213 84 84 207 31 109 1.500
12% 5% 2% 9% 8% 8% 7% 14% 6% 6% 14% 2% 7% 100%
7% 3% 4% 8% 4% 6% 10% 13% 8% 7% 10% 3% 11% 7%
* leeswijzer: van de 1.500 minimahuishoudens is 52 procent (788 huishoudens) alleenstaand. Afgezet tegen alle alleenstaande huishoudens in de gemeente laat de laatste kolom zien dat 11 procent daarvan een minimuminkomen heeft. Onder eenoudergezinnen is dat 26 procent.
12
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2. Minimakinderen tot 18 jaar In dit hoofdstuk geven we het aantal kinderen tussen 0 en 18 jaar weer dat opgroeit in een minimahuishouden.
2.1. Negen procent van de kinderen groeit op in een minimahuishouden Op basis van de bestandsanalyse heeft de gemeente op 1 september 2019 747 kinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld. Zij vormen 8,3 procent van alle 9.036 kinderen in de gemeente Waalwijk. Op basis van ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke gebruikscijfers zijn er naar schatting 875 kinderen die opgroeien in een minimahuishouden: 9,7 procent van alle kinderen. Het merendeel van de minimakinderen woont in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm, dit betreft 535 kinderen. 340 minimakinderen groeien op in een huishouden met een inkomen tussen 100 en 110 procent Wsm. 47 procent van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een bijstandsuitkering en 51 procent woont in een huishouden met een overig inkomen. Tabel 2.1.1 Aantal kinderen in (minima)huishoudens Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% 100 tot 110% Totaal tot 110% Overig Totaal
Aantal
%
535 340 875
5,9% 3,8% 9,7%
8.161 9.0366
90,3% 100%
Tabel 2.1.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens, inkomen tot 110% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal
2019 Aantal 411 13 451 875
% 47% 2% 51% 100%
6 In bijlage 3 worden de kenmerken van alle kinderen in de gemeente Waalwijk weergegeven.
13
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2.2. Kinderen uit eenoudergezinnen vaker minima dan kinderen uit huishoudens met twee ouders Een derde van alle kinderen (31 procent) in een eenoudergezin groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Bij kinderen in een huishouden met twee ouders is dit 7 procent. Kinderen in eenoudergezinnen groeien dus ruim vier keer zo vaak op in een minimahuishouden als kinderen in een huishouden met twee ouders. Ook kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker dan gemiddeld op in een minimahuishouden; bijna de helft van alle kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond woont in een minimahuishouden. Bij kinderen met een Nederlandse achtergrond is dit 4 procent. Tenslotte groeien de kinderen in de wijk Baardwijk vaker op in een minimahuishouden dan kinderen in de andere wijken. Van alle kinderen in Baardwijk groeit een op de vier op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Ook in Zanddonk (18 procent) en Laageinde (16 procent) groeien kinderen vaker dan gemiddeld op in een minimahuishouden. In absolute zin wonen de meeste minimakinderen in Zanddonk: 207 van de 875 minimakinderen, Figuur 2.2.1. Relatief aandeel minimakinderen per wijk tot 110% Wsm
14
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Verdeling naar kenmerken In de volgende tabel staat een aantal kenmerken van kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. We vergelijken de minimakinderen met alle kinderen in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minimakinderen te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minimakinderen.’). Tabel 2.2.2 Kenmerken minimakinderen, inkomen tot 110% Wsm Categorie
Aandeel minima
Aantal
%
Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal
355 520 875
41% 59% 100%
31% 7% 10%
Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
183 404 288 875
21% 46% 33% 100%
9% 10% 9% 10%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
322 54 499 875
37% 6% 57% 100%
4% 7% 47% 10%
Wijken Waalwijk Centrum Waspik Nieuwevaart/ Capelle Besoyen Driessen Vrijhoeve Baardwijk Laageinde Antoniusparochie Bloemenoord/ Groenewoud Zanddonk De Hoef Totaal
46 49 25 52 56 87 97 115 54 47 207 40 875
5% 6% 3% 6% 6% 10% 11% 13% 6% 5% 24% 5% 100%
8% 5% 7% 8% 4% 10% 25% 16% 13% 10% 18% 12% 10%
15
t.o.v. alle kinderen
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
2.3. Een op de vijf van de minimakinderen heeft indicatie voor Jeugdwet In de analyseperiode (1 september 2018 tot 1 september 2019) hadden 895 kinderen een indicatie voor de Jeugdwet. Dit is 10 procent van alle kinderen in de gemeente Waalwijk. Onder minimakinderen is dat aandeel iets hoger: 13 procent (111 kinderen). Van de 111 minimakinderen met een indicatie voor de Jeugdwet, woont ruim de helft (55 procent) in een eenoudergezin en de andere 45 procent in een huishouden met twee ouders. Twee derde heeft een Nederlandse achtergrond en 33 procent heeft een migratieachtergrond. Dit betekent dat 17 procent van alle minimakinderen in een eenoudergezin een indicatie voor de Jeugdwet heeft. Bij minimakinderen die opgroeien in een huishouden met twee ouders is dat 10 procent. De 111 minimakinderen met een indicatie voor de Jeugdwet groeien op in 101 huishoudens. Dat is bijna een kwart van alle minimahuishoudens met kinderen Dit aandeel ligt in lijn met de gemiddelde overlap in andere gemeenten (20 tot 25 procent). Tabel 2.3.1 Aantal kinderen met indicatie Jeugdwet naar huishoudinkomen Categorie Kinderen tot 110% Overige kinderen Totaal
2019 Aantal Aandeel 111 12% 784 88% 895 100%
Aandeel kinderen in JW t.o.v. alle kinderen 13% 10% 10%
Tabel 2.3.2 Aantal huishoudens met indicatie Jeugdwet naar huishoudinkomen Categorie
2019 Aantal Aandeel
Huishoudens tot 110% Overige kinderen Totaal
101 712 813
12% 88% 100%
Aandeel huishoudens in JW t.o.v. alle huishoudens 23% 15% 15%
Tabel 2.3.3 Kenmerken kinderen met indicatie Jeugdwet, inkomen tot 110% Wsm Categorie
2019 Aantal Aandeel
Aandeel minimakinderen in JW t.o.v. alle minimakinderen
Inkomensbron Participatiewet Ander inkomen Totaal
54 58 111
48% 52% 100%
23% 7% 13%
Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal
61 50 111
55% 45% 100%
17% 10% 13%
Leeftijdscategorie Tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
76 35 111
68% 32% 100%
13% 12% 13%
Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal
74 37 111
67% 33% 100%
23% 7% 13%
16
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
3. Minimaregelingen 3.1. Bereik minimaregelingen onder landelijke gemiddelden Het bereik van een gemeentelijke regeling wordt berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de doelgroep. In 2019 hebben 576 huishoudens gebruik gemaakt van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Dit is een bereik van 58 procent. Dit ligt onder het gemiddelde bereik van 70 à 75 procent bij de meeste andere gemeenten. Omdat de kwijtschelding gemeentelijke heffingen eenmaal per jaar, na de aanslag van de gemeentelijke heffingen, aangevraagd kan worden, geven we hier alleen de kwijtscheldingen weer van het jaar 2019; Er zijn 448 huishoudens die in de analyseperiode een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand hebben gekregen. Afgezet tegen de (geschatte) doelgroep is dit een bereik van 30 procent. In andere gemeenten ligt het gemiddelde bereik tussen 25 en 30 procent; In de analyseperiode hebben 244 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag. We kunnen de doelgroep niet weergeven omdat de langdurigheid van de minima op basis van de aangeleverde bestanden niet vastgesteld kan worden. Overigens kennen de meeste andere gemeenten een referteperiode van 3 jaar, in Waalwijk is deze periode 5 jaar. In de regio Midden Brabant is (bijna) unaniem gekozen voor een referteperiode van 5 jaar.
Dit is regionaal afgestemd; In de analyseperiode hebben 150 huishoudens gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering. Dit is een bereik van 8 procent. Bijna 60 procent van de gebruikers heeft een verzekering afgesloten bij VGZ. Het bereik in de gemeente Waalwijk ligt onder het bereik van 40 à 45 procent bij de meeste andere gemeenten; In de analyseperiode hebben 928 huishoudens gebruik gemaakt van de PasWijzer. Dit is een bereik van 62 procent van de doelgroep. Dit is hoger dan het gemiddelde bereik bij andere gemeenten: ongeveer 40 procent. Op persoonsniveau zijn er 1.143 volwassenen met een PasWijzer en 514 kinderen. Tabel 3.1.1 Gebruik en bereik regelingen 2019 Regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Doelgroep tot 100% Wsm Gebruik Bereik
2019 1.000 576 58%
Bijzondere bijstand Doelgroep tot 110% Wsm Gebruik Bereik
1.500 448 30%
Individuele inkomenstoeslag Doelgroep tot 105% Wsm (referteperiode 5 jaar) Gebruik Bereik
N.b.7 244 N.b.
Collectieve zorgverzekering Doelgroep tot 120% Wsm Gebruik Bereik
1.950 150 8%
Paswijzer Doelgroep huishoudens tot 110% Wsm Gebruik Bereik
1.500 928 62%
7 Op basis van de bestanden, kan de langdurigheid van de minimahuishoudens niet worden vastgesteld.
De aangeleverde bestanden bevatten te weinig historie.
17
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Cumulatief gebruik regelingen Gemiddeld maken minima gebruik van 1,8 van de volgende vijf regelingen voor volwassenen: kwijtschelding gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, collectieve zorgverzekering en Paswijzer. Huishoudens met kinderen en bijstandsgerechtigden hebben een hoger gemiddeld gebruik, zoals in onderstaande figuur te zien is. Figuur 3.1.1. Gemiddeld gebruik vijf regelingen, inkomen tot 110% Wsm Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen
1,7 1,9 1,7 2,0
Participatiewet AOW Overig inkomen
2,2 1,4 1,5
Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 jaar tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd
1,6 1,8 1,9 1,4
Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond
1,6 1,7 2,0
Niet-gebruikers minimaregelingen Van de naar schatting 1.500 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in de gemeente Waalwijk, maken in 2019 212 huishoudens geen enkel gebruik van een van de minimaregelingen. Dit is 14 procent van alle minimahuishoudens. Dit ligt in lijn met het gemiddelde niet-gebruik in andere gemeenten (10 à 15 procent). De groep die geen gebruik maakt van een van de minimaregelingen bestaat voornamelijk uit AOW’ers, alleenstaanden, en huishoudens met een Nederlandse achtergrond.
3.2. Kenmerken gebruikers per regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op of rond het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum. In 2019 hebben 576 huishoudens kwijtschelding toegekend gekregen: Meerpersoonshuishoudens maken vaker gebruik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen dan huishoudens met 1 volwassene; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken het vaakst gebruik van de kwijtschelding. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Waalwijk is erop gericht om mensen met een inkomen tot 110 procent Wsm die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. In de analyseperiode hebben 448 huishoudens een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand gekregen. Het merendeel van de huishoudens heeft een verstrekking voor rechtsbijstand gekregen. De kenmerken van de 448 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand zijn; Bijstandsgerechtigden maken het vaakst gebruik van de bijzondere bijstand. AOW’ers blijven wat achter in het gebruik; 18
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan andere huishoudens; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken het vaakst gebruik van de bijzondere bijstand.
Er zijn 197 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand voor de kosten van financiële transacties. Het begrip ‘financiële transacties’ is ruim, hieronder vallen onder anderen kosten voor alle vormen van bewindvoering en mentorschap. Deze groep bestaat voornamelijk uit huishoudens met een bijstandsuitkering en een overig inkomen, alleenstaanden en huishoudens met een Nederlandse achtergrond. De helft van deze 197 huishoudens heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen, dit zijn 101 huishoudens. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Waalwijk behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende vijf jaar een inkomen heeft tot 105 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. Er hebben 244 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag: De groep huishoudens die in de analyseperiode gebruik hebben gemaakt van de individuele inkomenstoeslag bestaat voornamelijk uit huishoudens met een bijstandsuitkering, alleenstaanden en huishoudens met een Nederlandse achtergrond.
Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekeringen van CZ en VGZ. De deelnemers krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Daarnaast krijgen ze een gemeentelijke bijdrage voor de aanvullende verzekering. Bij beide verzekeraars kunnen deelnemers kiezen uit drie aanvullende pakketten. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 120 procent Wsm. Er wordt geen vermogenstoets gedaan. In de analyseperiode hebben 150 huishoudens gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering. Bijna 60 procent van de huishoudens heeft een zorgverzekering afgesloten bij de zorgverzekeraar VGZ (zie tabel 3.5.1). De overige huishoudens (64 huishoudens) hebben een zorgverzekering bij CZ. Tabel 3.2.1 Gebruik collectieve zorgverzekering Categorie CZ VGZ Totaal
2019 64 86 150
Tabel 3.2.2 Gebruik per pakket uitgesplitst Categorie CZ CZ Start CZ Extra CZ Extra Uitgebreid
2019 64 4 47 15
VGZ VGZ Compact VGZ Compleet VGZ Compleet Eigen risico Totaal
86 7 24 55 150
19
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
De deelnemers die een verzekering hebben bij CZ maken voornamelijk gebruik van het pakket CZ Extra. Bij VGZ maakt het merendeel gebruik van VGZ Compleet Eigen risico, waarbij het eigen risico dus is meeverzekerd. De kenmerken van de 150 huishoudens die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering zijn: Bijstandsgerechtigden maken vaker gebruik van de collectieve zorgverzekering dan huishoudens met een andere inkomensbron; Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken het vaakst gebruik van de collectieve zorgverzekering; Huishoudens met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse migratieachtergrond maken iets vaker gebruik van de collectieve zorgverzekering dan huishoudens met een westerse migratieachtergrond. Maar de verschillen zijn klein. Naar leeftijd valt op dat de grootste groep (67 huishoudens) die gebruikmaakt van de collectieve zorgverzekering tussen de 45 jaar en AOW-leeftijd is. Verder zijn er 44 huishoudens in de leeftijd tussen de 27 en 45 jaar. Het aantal huishoudens met de AOW-gerechtigde leeftijd is met 25 huishoudens aan de lage kant. Tabel 3.2.3 Gebruik collectieve zorgverzekering naar leeftijdscategorie Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
2019 14 44 67 25 150
PasWijzer De PasWijzer geeft inwoners van Waalwijk kortingen om mee te kunnen doen aan sportieve en culturele activiteiten. Daarnaast kunnen ze bijvoorbeeld de ouderbijdrage voor de school er mee betalen of winkelen met de kindbonnen. De PasWijzer is bedoeld voor inwoners waarbij het huishoudinkomen niet hoger is dan 110 procent Wsm. Kinderen jonger dan 4 jaar, maken gebruik van de pas van de ouder(s), verder geldt dat iedereen een eigen pas heeft. In 2019 zijn 1.657 personen in het bezit van een PasWijzer, 514 kinderen (tot 18 jaar) en 1.143 personen van 18 jaar en ouder. Samen wonen zij in 928 huishoudens. Tabel 3.2.4 Gebruik PasWijzer Categorie Gebruik volwassenen Gebruik kinderen Totaal gebruik personen Totaal gebruik huishoudens
2019 514 1.143 1.657 928
De kenmerken van de 928 huishoudens zijn als volgt: Huishoudens met een bijstandsuitkering hebben vaker een PasWijzer in hun bezit dan huishoudens met een overig inkomen of een AOW-uitkering. AOW’ers blijven achter in het gebruik van de PasWijzer; Huishoudens met kinderen maken vaker gebruik van de PasWijzer dan huishoudens zonder kinderen; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de PasWijzer dan huishoudens met andere achtergrond.
20
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
4. Wmo en schulddienstverlening 4.1. Een op de drie minimahuishoudens maakt gebruik van de Wmo In de periode 1 september 2018 tot 1 september 2019 hebben 2.501 huishoudens gebruikgemaakt van één of meerdere Wmo-voorzieningen. Van deze huishoudens heeft 17 procent (429 huishoudens) een inkomen tot 110 procent Wsm. Dit betekent dat 29 procent van alle minimahuishoudens gebruik heeft gemaakt van een of meerdere Wmo-voorzieningen. Bij andere gemeenten is dit gemiddeld 20 à 25 procent van de minimahuishoudens. De overlap in de gemeente Waalwijk ligt hier dus boven. Onder huishoudens met een inkomen hoger dan 110 procent Wsm ligt het gebruik van de Wmo aanzienlijk lager: 10 procent van de huishoudens met een hoger inkomen maakt gebruik van de Wmo. Van de 429 minimahuishoudens met Wmo is ruim twee derde alleenstaand en heeft 15 procent thuiswonende kinderen. 45 procent is tussen de 45 jaar en AOW-gerechtigde leeftijd en twee derde heeft een Nederlandse achtergrond. Tabel 4.1.1 Inkomensverdeling Wmo-gebruikers Wmo
Aantal
%
Tot 110% Wsm Overige huishoudens Totaal
429 2.072 2.501
17% 83% 100%
Aandeel Wmo t.o.v. alle huish. 29% 10% 11%
Tabel 4.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 110% Wsm met Wmo Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal
Aantal
%
164 111 154 429
38% 26% 36% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
291 34 72 32 429
68% 8% 17% 7% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
27 100 191 111 429
6% 23% 45% 26% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
278 53 98 429
65% 12% 23% 100%
Zoals in vorig hoofdstuk al is aangegeven, zijn er 101 huishoudens die een of meerdere Wmovoorzieningen heeft en die daarnaast ook gebruik heeft gemaakt van de bijzondere bijstand
21
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
voor kosten voor financiële transacties. Hieronder vallen de kosten van alle vormen van bewindvoering en mentorschap. De kenmerken van deze 101 huishoudens zijn als volgt: Tabel 4.1.3 Kenmerken minimahuishoudens tot 110% Wsm met Wmo en financiële transactiesbijzondere bijstand Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal
Aantal
%
43 11 47 101
43% 11% 46% 100%
Huishoudtype Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal
85 16 101
84% 16% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
73 13 15 101
72% 13% 15% 100%
22
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
4.2. 2 procent van alle minimahuishoudens in traject bij PLANgroep Schulddienstverlening (SDV) is bedoeld voor inwoners die zelf hun problematische schulden niet meer kunnen oplossen. Het belangrijkste onderdeel van schulddienstverlening betreft een minnelijke schuldregeling, uitgevoerd door PLANgroep. Wanneer een minnelijk traject niet mogelijks is kan een aanvraag worden gedaan voor toelating tot de WSNP (het wettelijk traject). In deze paragraaf gaan we in op de (minima)huishoudens die in 2019 op enig moment in een traject bij PLANgroep zaten8. In 2019 zaten 55 huishoudens in een schuldhulpverleningstraject bij PLANgroep. Hiervan hebben 29 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm. Dat is 1,9 procent van alle minimahuishoudens Onder huishoudens met een inkomen hoger dan 110 procent Wsm volgde 0,1 procent een traject bij PLANgroep. 41 procent van de minimahuishoudens die in 2019 een vorm van schulddienstverlening heeft gekregen, heeft thuiswonende kinderen en 48 procent is jonger dan 45 jaar. Ruim de helft (59 procent) ontvangt een overig inkomen. Tabel 4.2.1 Inkomensverdeling huishoudens bij PLANgroep SDV
Aantal
%
29 26 55
53% 47% 100%
Tot 110% Wsm Overige huishoudens Totaal
Aandeel t.o.v. alle huish. 1,9% 0,1% 0,3%
Tabel 4.2.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 110% Wsm met traject PLANgroep Categorie Inkomensbron Participatiewet Overig inkomen Totaal
Aantal
%
10 19 29
41% 59% 100%
Huishoudtype Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal
17 12 29
59% 41% 100%
Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 jaar en ouder Totaal
14 15 29
48% 52% 100%
8 Gegevens over (afgewezen en toegewezen) gemeentelijke intakes en over de WSNP ontbreken voor dit
onderzoek.
23
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via encryptie versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 4 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen, meerpersoonshuishoudens met kinderen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan. Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden.
Statistisch kader In tegenstelling tot wat gangbaar is bij sociaalwetenschappelijk onderzoek is dit rapport gebaseerd op gegevens van de totale bevolkingspopulatie. Dat betekent dat de vermelde aantallen en percentages niet getoetst hoeven te worden op statistische betrouwbaarheid en altijd de feitelijke situatie weergeven. Operationele definitie huishouden Het bepalen van het soort en type huishouden gebeurt aan de hand van gegevens uit de bevolkingsadministratie en wel op de volgende wijze: indien één persoon op een adres woont, is duidelijk dat er sprake is van een alleenstaande; personen op één adres waartussen geregistreerde ouder-kindrelaties of echtrelaties bestaan worden tot een gezamenlijk huishouden gerekend; indien er één meerderjarige op een adres woont met een ouder-kindrelatie tellen we een eenoudergezin; indien er meer meerderjarige op een adres wonen waarbij één meerderjarige ouder is en er een ouder-kindrelatie bestaat met de andere meerderjarige (en/of minderjarige) tellen we een eenoudergezin; als er vier of meer meerderjarigen op een adres wonen, gaan we ervan uit dat er meerdere huishoudens op dit adres gevestigd zijn; indien er drie meerderjarigen zonder echtrelatie op één adres wonen, kijken we naar de gemiddelde leeftijd. Ligt die onder de 27 jaar dan rekenen we iedere persoon als een afzonderlijk (studenten)huishouden.
Ligt deze boven de 27 jaar dan tellen we één meerpersoonshuishouden. als er minimaal 20 personen op een gezamenlijk adres wonen, registreren we een institutioneel huishouden, tenzij de gemiddelde leeftijd van alle bewoners hoger is dan de AOW-leeftijd. Iedere bewoner wordt dan als afzonderlijk huishouden meegeteld (gehuwden tellen als één huishouden). Zelfstandig huishouden Een zelfstandig huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien. 24
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Institutioneel huishouden Tot de institutionele huishoudens behoren adressen met minimaal 20 personen, waarbij de gemiddelde leeftijd jonger is dan de AOW-leeftijd. Hiertoe behoren bijvoorbeeld opvangcentra, penitentiaire inrichtingen, kindertehuizen en internaten. In de bevolkingsoverzichten in deze rapportage zijn deze personen meegeteld. In de hoofdstukken waar de inkomensverdeling in termen van huishoudens wordt besproken blijven zij buiten beschouwing. Besteedbaar inkomen (CBS) Besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (zoals alimentatie) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting. Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals AOW, Anw, WAO/WIA, studiefinanciering, kinderbijslag en huursubsidie). Inkomensbron In dit onderzoek worden de termen Participatiewet, AOW en ‘ander’ inkomen gebruikt. Voor de bijstandsgerechtigden is de inkomensbron direct vast te stellen. De AOW-inkomensgrondslag is bepaald op basis van de leeftijd van de huishoudoudste. De AOW-gerechtigde huishoudens die tevens een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen rekenen we eveneens tot deze categorie. Alle overige inkomens zijn vervolgens onder de noemer ‘ander’ inkomen gebracht.
Wanneer het inkomen van een huishouden alleen bestaat uit AOW dan wordt het huishouden tot de minimapopulatie gerekend. Berekening van de duur van het minimuminkomen De duur van de periode waarin een huishouden op het minimuminkomen leeft, wordt berekend aan de hand van een combinatie van gegevens uit verschillende bronnen. Een sluitende definiëring in termen van een volledig onafgebroken periode is niet altijd mogelijk. Indien de periode tussen het gebruik van de ene regeling en de andere maximaal 30 dagen is, wordt dit daarom toch als aaneengesloten periode gezien. Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype. Deze normbedragen worden halfjaarlijks vastgesteld. Voor AOW-huishoudens is de netto AOWuitkering het normbedrag voor het wettelijke sociale minimum. Herkomst (CBS) Voor bepaling van herkomst wordt gekeken naar het geboorteland van de ouder(s). Iemand met een migratieachtergrond is iemand waarvan minimaal een van de ouders in het buitenland is geboren. Inwoners afkomstig uit Europa, Noord-Amerika, Australië, Japan en Indonesië worden als mensen met een westerse migratieachtergrond gezien. Andere landen worden gezien als niet-westers.
25
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken Waalwijk In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de bevolkingspopulatie. Alle huishoudens Onderstaande tabel geeft het aantal inwoners en huishoudens weer. Tabel B2.1 Aantal huishoudens en inwoners Waalwijk Categorie 2019 Aantal huishoudens 21.975 Aantal personen 48.663 Gemiddelde huishoudgrootte 2,2 Kenmerken Tabel B2.2 Kenmerken alle huishoudens 2019 Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
Aantal 7.319 736 9.377 4.543 21.975
33% 3% 43% 21% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
777 5.799 8.513 6.886 21.975
4% 26% 39% 31% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
17.354 2.810 1.811 21.975
79% 13% 8% 100%
Wijken Waalwijk Centrum Waspik Nieuwevaart/ Capelle Besoyen Driessen Vrijhoeve Baardwijk Laageinde Antoniusparochie Bloemenoord/ Groenewoud Zanddonk Meerdijk De Hoef Totaal
2.715 2.201 1.029 1.728 2.892 1.918 1.137 1.676 1.048 1.269 2.167 1.224 971 21.975
12% 10% 5% 8% 13% 9% 5% 7% 5% 6% 10% 6% 4% 100%
26
%
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Bijlage 3. Kenmerken kinderen Waalwijk In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de gemeente Waalwijk. Kenmerken Tabel B3.1 Kenmerken alle kinderen 2019 Categorie Aantal Huishoudtype Eenoudergezin 1.141 Meerpers met kinderen 7.895 Totaal 9.036
Aandeel 13% 87% 100%
Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
1.954 3.932 3.150 9.036
22% 43% 35% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
7.212 758 1.066 9.036
80% 8% 12% 100%
Wijken Waalwijk Centrum Waspik Nieuwevaart/ Capelle Besoyen Driessen Vrijhoeve Baardwijk Laageinde Antoniusparochie Bloemenoord/ Groenewoud Zanddonk Meerdijk De Hoef Totaal
563 912 362 660 1.584 889 383 728 403 493 1.184 537 338 9.036
6% 10% 4% 7% 18% 10% 4% 8% 5% 5% 13% 6% 4% 100%
27
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Bijlage 4. Schatting inkomensgroepen totale populatie In deze bijlage geven we per inkomensgrens het aantal minima weer dat de gemeente op basis van de bestandskoppeling in beeld heeft én het (geschatte) totaal aantal minima.
Aantal minima tot 120 procent Wsm Op basis van ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke gebruikscijfers geven we een schatting weer van het aantal minima per inkomensgrens. Tabel B4.1 Schatting aantal minima tot 120 procent Wsm Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 110% Tot 120%
In beeld in Armoedemonitor 860 1.344 1.640
Schatting totaal aantal minima 1.000 1.500 1.950
De gemeente Waalwijk heeft 1.344 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld. Naar schatting hebben 1.500 huishoudens een dergelijk inkomen. Dit houdt in dat de gemeente 156 huishoudens niet in beeld heeft, omdat deze groep van geen enkele regeling gebruik maakt. Bij een inkomen gelijk aan 120 procent Wsm zijn dit 310 huishoudens.
Aantal minimakinderen tot 120 procent Wsm In onderstaande tabel geven we het aantal minimakinderen op basis van de bestandsanalyse weer. Daarnaast geven we een schatting van het aantal minimakinderen per inkomensgrens weer. Hierbij hanteren we dezelfde methode als de schatting van het aantal minimahuishoudens. Tabel B4.1 Schatting aantal minima tot 120 procent Wsm Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 110% Tot 120%
In beeld in Armoedemonitor 462 747 776
Schatting totaal aantal minima 535 875 950
Er zijn 462 kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Naar schatting zijn er 535 kinderen in de gemeente die opgroeien in een minimahuishouden. De gemeente heeft naar schatting 73 kinderen niet in beeld. Bij een inkomen gelijk aan 110 procent Wsm zijn dit 128 kinderen en bij een inkomensgrens van 130 procent Wsm 174 kinderen.
28
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Bijlage 5. Kenmerken minima tot 100 procent Wsm In deze bijlage geven we kenmerken weer van de volledige groep minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm, dus ook de minima die de gemeente op basis van de bestandsanalyse niet in beeld heeft. Tabel B5.1 Aantal huishoudens en inwoners Waalwijk Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100%
Aantal 1.000
% 4,6%
Overig Totaal
20.975 21.975
95,4% 100%
Kenmerken Tabel B5.2 Kenmerken minima tot 100% Wsm 2019 Categorie
Aantal
%
Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal
547 150 303 1.000
55% 15% 30% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
545 141 173 141 1.000
55% 14% 17% 14% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
56 293 518 133 1.000
6% 29% 52% 13% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
503 121 376 1.000
50% 12% 38% 100%
Wijken Waalwijk Centrum Waspik Nieuwevaart/ Capelle Besoyen Driessen Vrijhoeve Baardwijk Laageinde Antoniusparochie Bloemenoord/ Groenewoud Zanddonk Meerdijk De Hoef Totaal
112 51 27 93 79 88 70 136 60 58 129 21 76 1.000
11% 5% 3% 9% 8% 9% 7% 14% 6% 6% 13% 2% 7% 100%
29
Gemeente Waalwijk
Versie 1.0
Bijlage 6. Afkortingen Tabel B6.1 Afkortingenlijst Afkorting AOW Algemene Ouderdomswet BRP Basisregistratie Personen CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CPB Centraal Planbureau SHV Schuldhulpverlening VT Vakantietoeslag WIA Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wsm Wettelijk sociaal minimum WSNP Wet schuldsanering natuurlijke personen WW Werkloosheidswet ZZP Zelfstandige zonder personeel
30