Vragenverzameling Keuzedocument compleet met antwoorden.docx
Tekst van het document
Franeker, 15 maart
Beantwoording van de vragen, door de raden van gemeenten Waadhoeke, Harlingen, de Fryske Marren en Sudwest Fryslân gesteld, voorafgaande aan de presentaties van het keuzedocument op dinsdag 9 maart 2021
Vanuit de intergemeentelijke radenwerkgroep sociaal domein De belangrijkste vraag met betrekking tot het keuzedocument aan de colleges is: Welke consequenties heeft het voorgenomen raadsonderzoek/raadsenquête van Sùdwest-Fryslân voor het moment waarop de gemeenteraden het keuzedocument moeten vaststellen? Welke impact hebben de uitvoering en de eventuele conclusies van het raadsonderzoek van Sùdwest voor het gehele vervolgproces? In hoeverre is het voorliggende keuzedocument nu voorbarig? Inmiddels heeft SWF besloten tot een raadsenquête . Uit de nu bekende planning zal pas in het najaar iets meer bekend zijn over de resultaten. De onderzoeksvragen lijken zich met name te richten op de vraag hoe zaken in het verleden zijn gelopen, welke rollen en functies een ieder daarbij had om daar voor de toekomst weer van te leren. De enquête richt zich niet op de inhoudelijke keus voor een Werkleerbedrijf.
Andere vragen: 1. Wat is de reactie van de vier wethouders op de door de Rekenkamer Waadhoeke gepubliceerde analyse van het raadsvoorstel en het keuzedocument, de conclusies en kwalificaties van de Rekenkamer? Deze is specifiek gericht aan de wethouders en wordt verder toegelicht tijdens de raadsvergadering/commissie. De rekenkamercommissie van de gemeente Waadhoeke heeft een analyse uitgevoerd gericht op het raadsvoorstel en raadsbesluit van het Keuzedocument uitvoering Participatiewet in Fryslân-West.
1
De kwaliteit van het raadsvoorstel en raadsbesluit zou getoetst worden aan een normenkader. Het is niet geheel duidelijk of het raadsvoorstel/raadsbesluit voldoet aan het normenkader. Ook in de analyse wordt echter nergens expliciet aangegeven of het voorstel/besluit al dan niet voldoet aan het normenkader. Dit is een gevolg van het feit dat er geen systeemanalyse van het voorstel is gemaakt maar een inhoudelijke beoordeling. Om die inhoudelijke beoordeling te kunnen geven is ook het Keuzedocument beoordeeld. Binnen een systeemanalyse zou dit niet nodig zijn; dan had volstaan kunnen worden met de opmerking dat raadsvoorstel- en besluit niet voldoende zelfdragend zijn.
Er wordt wel een inhoudelijke analyse gegeven van het Keuzedocument. Dit is echter niet goed mogelijk zonder kennis van het proces, en de inhoud daarvan, dat de afgelopen jaren is doorlopen. Ongetwijfeld zou de uitkomst van de analyse anders zijn geweest als ook kennis was genomen van het Iroko-rapport en de manier waarop de raden daarbij zijn betrokken. Hetzelfde geldt voor het rapport van KokxDeVoogd. Ook de status van de Position Paper wordt onjuist ingeschat gelet op de manier waarop hierover wordt geschreven.
Gezien de korte periode waarin de analyse van de Rekenkamer tot stand is gekomen, is het begrijpelijk dat in de analyse een aantal zaken onderbelicht zijn. Het gevolg daarvan is echter wel dat de raden een onjuist beeld wordt voorgelegd van de feitelijke situatie en de zorgvuldige manier waarop gezamenlijk naar het Keuzedocument is toegewerkt. Of “Keuzedocument” na dit zorgvuldige proces de best denkbare naam voor het rapport is, wat de rekenkamercommissie betwijfeld, lijkt niet de meest prangende vraag. De term trechterbesluitvorming heeft een negatieve connotatie en is om die reden niet erg correct. Wel is er na elke stap binnen het proces steeds minder sprake van keuzeruimte.
2. Is er reden om te mogen verwachten, dat het raadsvoorstel, alsmede het keuzedocument worden herschreven naar aanleiding van de bevindingen van de Rekenkamer en de besluitvorming hieromtrent wordt uitgesteld? Zo ja, wat is dan de planning? Zo nee, waarom niet? De bevindingen van de Rekenkamer hebben geen effect op het raadsvoorstel maar zullen zeker meegenomen worden in vervolgacties.
3. Hoe kijken de wethouders aan tegen de in de Tweede Kamer aangenomen motie Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelingsbedrijf en wat is de verwachte invloed van de uitwerking van deze motie op de huidige ideeën en planmakerij door de vier gemeenten met betrekking de uitvoering participatiewet? Geeft dit reden voor uitstel van behandeling van en besluitvorming over het voorliggende raadsvoorstel en het keuzedocument? In de presentatie is hierop ingegaan. Deze initiatiefnota van CDA en SP sluit inhoudelijk heel goed aan bij de voorgestelde keuzes in het keuzedocument. Ook in de initiatiefnota wordt uitgegaan van een doorontwikkeling van het SW bedrijf tot ontwikkelbedrijf gericht op toeleiding naar werk bij reguliere werkgevers voor wie dat kan. Qua impact verwachten we een goede aansluiting.
In de werkgroep is verder duidelijk gesteld, dat: 2
1. Er momenteel nog teveel onduidelijkheid bestaat voor de gemeenteraden. Hoe kunnen de gemeenteraden een keuze maken als de consequenties van die keuze onduidelijk zijn? Er dient eerst een keuze gemaakt te worden door de raden, in het voorstel het Werkleerbedrijf . Daarna kan een businesscase worden uitgewerkt. De uitgewerkte businesscase wordt vervolgens voorgelegd aan de raden. De raden beslissen welke keuzes zij maken binnen dit businessmodel. 2. er bij een aantal deelnemers een grote behoefte is aan een duidelijk procesbeschrijving en planning&control opzet met betrekking tot het totale proces van herinrichting van de uitvoering van de participatiewet binnen de GR. Er wordt op dit moment gewerkt aan het uitwerken van het vervolgproces. Als de besluitvorming in de raden heeft plaatsgevonden, zullen we dit zo spoedig mogelijk delen met de raden. 3. het dagelijkse proces van de NV Empatec wel moet blijven doordraaien. Hoe voorkomen we dat er onrust bij de betrokken medewerkers ontstaat. Goede communicatie met de NV. De NV zal ook goed betrokken worden bij het vervolgproces. Vragen aan de raden (niet aan de colleges): 1. Hoe staat de gemeenteraad tegenover de volgordelijkheid van informatievoorziening en het voorgenomen besluitvormingsproces in het licht van de hierboven gestelde vraag? 2.
Is de huidige voorgenomen informatievoorziening een voldoende basis voor de gemeenteraad om een goed en verantwoord besluit in april te nemen over het keuzedocument? Is er behoefte aan extra tussentijdse deskundige informatie? 3. Hoe wil de raad betrokken worden in het proces van keuze => business case => governance? 4. Is die volgorde goed, beslist noodzakelijk, kunnen er parallelle processen plaatsvinden? 5. Is het, gezien de onduidelijkheden die er nog voor de raad zijn, wenselijk nu een koersdocument voor 5-10 jaar vast te stellen? Zijn de alternatieve koersen wel voldoende in beeld gebracht en vergeleken en waaruit blijkt dat?
Verder is vanuit Sùdwest aangegeven dat: 1. de opzet van hun raadsonderzoek op 4 maart wordt vastgesteld in hun gemeenteraad; 2. de onderzoeksvragen zullen globaal zijn met als doel om een basis voor structurele keuzes voor de toekomst te vormen; Vooraf gestelde vragen CDA-fractie gemeente De Fryske Marren
1. Waarom is bij het keuzedocument geen overzicht toegevoegd wat de financiële effecten zijn voor de deelnemende gemeenten? Met het keuzedocument wordt een keuze gemaakt voor het werkleerbedrijf. Gemeenten committeren zich aan het beleggen van de taken die in het document worden benoemd. Hoeveel mensen per doelgroep worden doorgeleid per gemeente, dat wordt nader verkend in de businesscase. 3
Uitgangspunt is dat het werkleerbedrijf voldoende levensvatbaar moet blijven en dat het voor gemeenten betaalbaar blijft. Bij gemeenten zijn de uitgaven op reïntegratie kaderstellend en daarbinnen worden de keuzes gemaakt. En uiteraard wordt uitgangspunt een redelijke en billijke verdeling van kosten/baten tussen gemeenten. Waar het break-even point ligt wordt in de businesscase berekend. Gemeenten kunnen besluiten om aanvullend op de basisdienstverlening zoals beschreven in het keuzedocument opdrachten te verstrekken. Zo kan worden ingespeeld op lokale wensen. Een belangrijke randvoorwaarde waar nog aan moet worden voldaan zijn de aanbestedingsregels. Het keuzedocument gaat uit van opdracht geven zonder aanbesteding. Daarvoor is een aanpassing van de governance nodig.
Waarom is bij het keuzedocument geen opzet toegevoegd met de gevolgen voor de structuur (governance) van GR Fryslân -West en NV Empatec gebaseerd op de rapporten en adviezen van KokxDeVoogd en Berenschot.
In de presentatie is aangegeven dat de aanpassing van de governance in twee fasen plaatsvindt. De eerste fase pakken we nu op en betreft de samenstelling van de leden van het Dagelijks Bestuur, Algemeen Bestuur en Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Daarnaast de aanpassing van tien naar vier gemeenten binnen de GR. De tweede fase is de uitwerking na uitsluitsel bedrijfsplan/businesscase. Een van de belangrijkste aanbevelingen uit het rapport KokxDeVoogd is dat gemeenten een kader moeten stellen. Dat doen we met dit Keuzedocument.
2. De Raad van Súdwest-Fryslân heeft in haar vergadering van einde 2020 besloten om een enquête-onderzoek in te stellen. Naar verluidt wordt daar begin deze maand een besluit over verwacht hoe een en ander zal worden uitgevoerd. In hoeverre doorkruist dit de planning en voortgang van het keuzedocument en de uiteindelijk besluitvorming? Vervolg op het keuzedocument is het maken van een businesscase. De uitkomsten daarvan en een voorstel tot implementatie worden voorgelegd aan de raad. De businesscase is gereed in de zomer, het implementatieplan zal na de zomer worden voorgelegd. Dit loopt grotendeels parallel aan de planning van de raadsenquête. Beide trajecten kunnen separaat worden doorlopen omdat de onderzoeksopdrachten verschillen.
3. Door de Raad van de Waadhoeke is een Rekenkameronderzoek ingesteld naar de uitkomsten in het keuzedocument. Wat is het vervolg op de uitkomsten en aanbevelingen vanuit dit onderzoek?
4
Deze vraag wordt beantwoord tijdens de raadsvergadering. 4. Door het CDA en de SP is landelijk een initiatiefwetsvoorstel ingediend genaamd: “ Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelingsbedrijf”. Zoals het lijkt krijgt dit voorstel brede steun in de 2e Kamer. In hoeverre kan/zal dit wetsvoorstel invloed hebben op het keuzedocument? In de presentatie is hierop ingegaan. Deze initiatiefnota van CDA en SP sluit inhoudelijk heel goed aan bij de voorgestelde keuzes in het keuzedocument. Ook in de initiatiefnota wordt uitgegaan van een doorontwikkeling van het SW bedrijf tot ontwikkelbedrijf gericht op toeleiding naar werk bij reguliere werkgevers voor wie dat kan. Qua impact verwachten we een goede aansluiting. 5. Waarom wordt Position Paper niet bijgevoegd bij de documenten van 9 maart. Is dat nog mogelijk? Dit is gerealiseerd.
6. Wet Markt en Overheid. Er worden risico’s benoemd. Worden er op landelijk niveau maatregelen genomen om deze risico’s te beperken?
Risico’s beperken doen we door de governance aan te passen. Het keuzedocument gaat uit van opdracht geven zonder aanbesteding. Daarvoor is een aanpassing van de governance nodig .De opdrachten die aan de NV worden gegeven voor re-integratie, nieuwe doelgroepen, eigenlijk alles wat niet traditioneel SW is moeten worden aanbesteed. De bedragen komen boven de Europese drempel. De keuzes in het keuzedocument–rechtstreeks opdrachten beleggen – kunnen alleen worden uitgevoerd als er sprake is van quasi-inbesteden. Dit houdt in dat de overheid een beslissende stem krijgt in de NV en dat niet meer dan 20% van de omzet buiten de overheid wordt behaald. Aan het laatste criterium wordt bij benadering voldaan. Aan het eerste niet.
7. Wat we missen is een P&C-overzicht. Meerdere malen is gevraagd om een totaaloverzicht te krijgen van het gehele traject vanaf heden tot aan de gerealiseerde omvorming. Wanneer kunnen we dit verwachten inclusief de daarbij behorende financiële documenten.
Er wordt op dit moment gewerkt aan het uitwerken van het vervolgproces. Als de besluitvorming in de raden heeft plaatsgevonden, zullen we dit zo spoedig mogelijk delen met de raden.
Vragen vanuit Waadhoeke inzake het keuzedocument CDA: 1. Krimp bedrijf Empatec: Het aantal inwoners dat begeleiding nodig heeft om (productief) werkzaam te kunnen zijn is groter dan het aantal inwoners dat met begeleiding van Empatec werkzaam is. Waarom moet het bedrijf Empatec dan toch krimpen? 5
Waar krijgen onze inwoners straks die begeleiding die ze nodig hebben? Gemeenten kunnen Empatec toch meer benutten voor 'vrijwilligers'werkplekken of leerwerkplekken in het kader van hun Participatiebeleid? Met name de 50% perspectiefrijk die niet wordt uitgeplaatst door Empatec. Met de P-wet heeft het rijk ook een forse bezuiniging doorgevoerd die uitgaat op termijn van ongeveer 30% in beschutwerken ten opzichte van hetgeen bij ingang van de P-wet als SW’er werkzaam was. Begeleiding naar (regulier) werk of blijvende begeleiding om produc tieve arbeid te verrichten zijn activiteiten waarvoor maar een beperkt budget beschikbaar is. Uitdaging is dan ook om toch zoveel mogelijk inwoners te helpen bij het vinden van een zinvolle bijdrage in de samenleving. Afhankelijk van de mogelijkheden en specifieke vraag van de inwoner is het de gemeenten zelf , de publieke organisatie of een marktpartij die een adequate begeleiding geeft. 2. Ontwikkeling van sociaal werkbedrijf naar werkleerbedrijf: De bedrijfsfilosofie van Empatec, haar doelstellingen en inhoudelijke missie en taken worden verbreed. Empatec voert nu twee aspecten van de Participatiewet uit (wsw en beschut) en straks meerdere aspecten.
Welke investeringen zijn daarvoor nodig? Betekent dit dat Participatietaken van de gemeenten overgaan naar Empatec? Betekent dit een reorganisatie ook bij gemeenten? Of wordt Pastiel gewoon ondergebracht bij Empatec? Dit is wordt in het bedrijfsplan verder uitgewerkt 3. Budget, ambities en economie Blz 13: Past de omvang van ons Participatiebudget en de huidige economische conjunctuur bij de kwantitatieve ambities van zowel gemeente als Empatec? Wie draait financieel op voor de extra kosten wanneer ambities niet worden gehaald? Met een hoger P-budget kunnen meer inwoners begeleid worden. In de aantallen die geholpen kunnen worden is er dus een limiet, maar de ambities van de slagingskansen blijven ongewijzigd hoog. 4. Blz 23/24 Banen-afspraakbanen bij Empatec: Mist in de kostenberekening van banen-afspraakbanen niet enerzijds de verdiencapaciteit van de werknemer voor het bedrijf? En anderzijds de kosten van uitkering etc. die de gemeente houdt bij niet invulling van een banen-afspraakbaan? In veel situaties is bij een plaatsing van iemand met een arbeidsbeperking op de reguliere arbeidsmarkt sprake van een aanvullende loonkosten subsidie. De verdiencapaciteit is dan onderdeel van de berekening van de loonkostensubsidie. 5.
Financiële kaders en resultaten businessplan: Worden in de opdracht aan Empatec om een businessplan te schrijven ook financiële kaders en resultaatverplichtingen meegegeven? Ja
6
6. Een aantal voorgestelde raadsbesluiten (3, 4 en 5) betreffen voor een groot deel ook technische uitvoeringskwesties die dieper gaan dan de raadsdoelen. Zijn onderstaande 2 besluiten niet voldoende? Besluitpunten: 1. Onderschrijf de koers van ontwikkeling van Empatec naar een Werkleerbedrijf 2. Geef Empatec via de GR de opdracht tot het schrijven van een businessplan met in achtneming van de keuzes, taken en ambities zoals genoemd in het keuzedocument 'Voor iedereen een zinvol leven'. Dit is wel de kern van het Keuzedocument en de te nemen vervolgstappen 7.In de vergadering van 3 december heeft de raad unaniem een motie aangenomen, waarin verzocht wordt om het keuzedocument met financiële kaders te presenteren, waarom is hier van afgezien? Er moeten eerst keuzen gemaakt worden op hoofdlijnen voordat dit uitgewerkt kan worden ook met financiële kaders. 8. Wat kan de invloed zijn op het proces van een afwijkende keuze binnen de GR-raden, indien er middels verzoek tot uitstel of amendement een ander voorstel komt te liggen? De ombuigingen zullen dan worden verlaat en de tekorten zullen blijven oplopen . 9. In de position paper, welke is geschreven met het oog op de toekomst is vermeld dat de het keuze document gepaard zou gaan met financiële kaders, waarom zijn deze niet meegenomen als er 1 keuze voorligt. Zie onder 7 10.
Kunnen wij als de businesscase in de breedste vorm een onrendabele uitkomst heeft, halverwege dit proces dan nog een andere keuze maken? Het bedrijfsplan heeft nog alle ruimte om in aantallen en ook budgetten bij te stellen 11. Is het aannemelijk dat de uitwerking van de BC voor het opstellen begroting 2022 gerealiseerd is? Uitgangspunt en de presentatie van het bedrijfsplan voor 1 aug. 2021 12. Landelijk zijn er vanuit een initiatiefvoorstel ontwikkelingen voor een sociaal werkvoorziening. Hoe vertaalt het keuzedocument zich ten aanzien van deze ontwikkeling. Kunnen we meeliften/wachten op die landelijke ontwikkeling? In de presentatie is hierop ingegaan. Deze initiatiefnota van CDA en SP sluit inhoudelijk heel goed aan bij de voorgestelde keuzes in het keuzedocument. Ook in de initiatiefnota wordt uitgegaan van een doorontwikkeling van het SW bedrijf tot ontwikkelbedrijf gericht op toeleiding naar werk bij reguliere werkgevers voor wie dat kan. Qua impact verwachten we een goede aansluiting
7
SAM: 1. Er wordt een sterke aanname gedaan in het document waarvan wij op dit moment niet weten of het realistisch is. Namelijk dat de vele deelnemers ook in de lagere loonwaarde groepen, in staat zijn om binnen aanzienlijke tijd hun loonwaarde te verhogen en dan te kunnen uitstromen naar een reguliere werkplek. Waar is deze aanname op gebaseerd? Op basis van ervaring weten we dat training, oefening etc. bij draagt aan meer perspectief op betaald werk. Echter verwachting is ook dat ook de reguliere arbeidsmarkt zich zal moeten ontwikkelen waardoor instroom weer mogelijk is. 2. Er wordt in het document wel genoemd dat we afhankelijk zijn van de conjunctuur. Dat is natuurlijk een belangrijk punt. We hebben nu hoogconjunctuur waardoor werkgevers bereid zijn te investeren in werknemers. Hoe verandert deze situatie in laagconjunctuur? Wat betekent dat voor uitstroom en wie draagt de kosten als er een beperktere uitstroom is? In de praktijk blijkt dat voor de doelgroep Kansrijk en van Waarde niet zozeer de conjunctuur relevant is, maar veel meer het sociaal economische netwerk . 3. Wat vindt Empatec? Wat vindt de directeur van Empatec, de begeleiders op de werkvloer? Denken zij dat dit realistisch is? Dit is aan Directie en bestuur; bestuur =NV/RvC. 4. Beleid is beleid, een inzet van handelingen om een beoogd effect te behalen. Daarin is geen zekerheid.
Natuurlijk moeten wij ons voor meerdere jaren vastleggen omdat onstabiliteit in toevoer een bedrijf geen goed doet. Maar hoe stellen we tijdig bij als het anders blijkt te zijn dan gedacht? Naast het bedrijfsplan wordt ook de gouvernance , bestuurlijke- en ambtelijke organisatie effectiever en doelmatiger ingericht. 5. Waarom is er niet voor gekozen om een breed scala aan opties aan de raad voor te leggen? En is er 1 optie uitgewerkt. In hoofdstuk 6 worden de verschillende scenario’s benoemd en vergeleken 6. We richten ons op uitstroom, ontwikkeling en dat alles in korte tijd. Uiteindelijk moet met name ook gedacht worden aan duurzame, blijvende inzet. Maar ontwikkelen kost meer geld dan stabiel houden. Hoe gaan we om met de extra kosten die dat met zich mee brengt? Dit wordt uitgewerkt in het bedrijfsplan VVD: Keuzedocument “Voor iedereen een zinvol leven, visie op de Participatie(wet) in Fryslân West” 1. In het rapport van Kokx en de Voogd (pagina 33 Controle en toezicht) wordt aangegeven dat afdwingbare afspraken gemaakt moeten worden in samenwerkings- en jaarovereenkomsten
8
over de wijze en de momenten waarop de NV Empatec de GR (en de gemeenten) over financiële sturingsinformatie voorziet. Op pagina 28, punt 2, van het Keuzedocument staat dat de aanbevelingen die raken aan financiële posities worden voorbereid door de projectorganisatie. Vraag: Vorig jaar is er veel reuring geweest over de financiële positie van de NV Empatec en de GR Fryslân-West. Waarom is er nu nog geen informatie beschikbaar voor de raden over deze noodzakelijke afdwingbare afspraken? En wanneer kunnen de raden hierover informatie tegemoet zien? Dit wordt uitgewerkt in de gouvernance van de GR 2. Cedris, de brancheorganisatie van sociale werkplaatsen, meldde in november 2020 dat onderzoek uitwijst dat er de afgelopen jaren minder mensen met een arbeidsbeperking aan het werk geholpen zijn dan dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangeeft. Er zijn geen 53000 werkplekken bijgekomen maar circa 12000. Op bladzijde 5 van het Keuzedocument staat “in de regio gewortelde bedrijven zijn doorgaans best bereid om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te steunen….etc”.
Vraag: Is onderzocht of en hoeveel bedrijven in onze regio de bereidheid hebben om mensen met een afstand tot arbeidsmarkt en/of een mensen met een arbeidsbeperking een werkplek te bieden? Hoeveel banen zijn er, sinds 2015, in onze regio gekomen voor mensen met een arbeidsbeperking en wat voor soort banen zijn dit en in welke sectoren? Is er overleg geweest met de bedrijven in de regio over banen/vrijwilligerswerk voor mensen met een arbeidsbeperking? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is het resultaat van dit overleg? Is er begeleiding, tav de plaatsing van mensen, voor de bedrijven mogelijk? Vanuit Fryslân Werkt en de subregionale uitvoeringsteam is intensief overleg met de werkgevers. Over het algemeen kan gesteld worden dat de werkgevers in de regio zich positief opstellen en in de Arbeidsregio Fryslân het aantal plaatsingen redelijk via planning verlopen, de overheid zelf blijft wel achter. 3. Op bladzijde 9 van het Keuzedocument worden bij arbeidsinschakeling drie categorieën onderscheiden: Kansrijk, Perspectiefrijk en Van Waarde. Vraag: hoe wordt bepaald wie tot welke categorie behoort, is daarover binnen de gemeenten consensus, wat is de stem van de belanghebbende persoon hierin? Waarom deze drie categorieën, zijn er ook andere opties? Ieder onderscheid doet vast onrecht aan de specifieke individuele situatie en talenten van iemand.
De gekozen indeling doet het meest recht aan de diversiteit van de doelgroep waar het hier over gaat. Uitgangspunt is dat belanghebbende zelf het meeste invloed heeft op zijn/haar eigen toekomst. 4. Wat is, per categorie, de omschrijving, doelstelling en beleidsindicator voor de gemeente en/of de GR? Dit is onderdeel van het bedrijfsplan. 5. Op pagina 10 van het document staat dat gemiddeld 17% in de categorie Kansrijk valt, 57% in de categorie Perspectiefrijk en 26% in de categorie Van Waarde. Recent werd bekend dat het aantal mensen die een bijstandsuitkering ontvangen in de afgelopen 12 maanden sterk is toegenomen. De percentages die genoemd worden op pagina 10 kloppen daardoor 9
waarschijnlijk niet meer. Is onze veronderstelling juist? Zo ja, wat zijn nu de percentages betreffende de indeling in drie categorieën? Wat voor gevolgen heeft dit voor de groep Kansrijk en voor de gemeente? Wat voor gevolgen heeft dit voor de groep Perspectiefrijk? Betekent de groei van het aantal bijstandsgerechtigden dat een baan/vrijwilligerswerk voor deze groep nog meer op afstand komt? Is werk/een baan/vrijwilligers voor de groep Van Waarde nog haalbaar wanneer het aantal bijstandsgerechtigden stijgt? Naar verwachting zal het aantal kansrijke werkzoekenden tijdens de economische tegenwind , veroorzaakt door de pandemie, toenemen. De verwachting is dat deze op eigen kracht en met inzet van een diversiteit aan maatregelen snel weer een plek op de arbeidsmarkt zullen vinden. Maartregelen die voor een groot deel ook door de rijksoverheid gefaciliteerd zullen worden. 6. Op bladzijde 9 staat dat “voor de categorie Kansrijk de gemeenten opdrachten bij de publieke organisatie kunnen neerleggen. Gemeenten kunnen deze echter ook zelf of elders laten uitvoeren.” Vraag: Wat bedoelt u hier met publieke organisaties en zijn deze in staat om deze taak uit te voeren? Wat zijn de kosten die hieraan verbonden zijn? De gemeente kan het ook zelf uitvoeren? Is dat al verkend of dat mogelijk is? En zo ja, wat zijn de uitkomsten? Hier wordt bedoeld het Werkleerbedrijf.
De uitvoeringskosten daarvan moet blijken uit het bedrijfsplan. 7. In het raadsvoorstel onder 4.1 staat dat “niet alle categorieën via het Werkleerbedrijf begeleid worden, zullen gemeenten voor die groepen inwoners eigen beleid maken en uitvoeren. Het eigen gemeentelijk beleid valt buiten de scoop van het Keuzedocument.” Op bladzijde 26 van het Keuzedocument staat dat de ‘werkkant’ van de Participatiewet in samenhang met het Werkleerbedrijf wordt georganiseerd. Dit raakt bijvoorbeeld aan de rol en taak van de gemeentelijke wijk- en gebiedsteams. De gemeenten zullen hiervoor een plan moeten maken dat afgestemd is op het bedrijfsplan van publieke organisaties. Vraag: op bladzijde 9 noemt u dat gemeenten dit ook zelf kunnen uitvoeren. Op bladzijde 26 staat dat gemeenten een plan moeten maken dat is afgestemd op het bedrijfsplan van de publieke organisaties. Spreekt u zich hier tegen op bladzijde 9 en 26? Kunt u uitleggen wat u bedoelt? Wanneer de wijk- en gebiedsteams ingeschakeld worden bij de categorie Kansrijk, wat wordt dan de rol van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid? Uitvoering ligt in basis in ieder geval bij het gezamenlijke Werkleerbedrijf en daarop aanvullend kan het Werkleerbedrijf meer doen voor een gemeente, maar kan de gemeente ook zelf aanvullende begeleiding uitvoeren. 8.
Omdat niet alle categorieën door het werkleerbedrijf begeleid worden, moeten de gemeenten hiervoor eigen beleid maken en uitvoeren. Dit zal ongetwijfeld financiële en personele gevolgen hebben voor de gemeente. Wat is de planning van dit op te stellen beleid, wat zijn de kosten, welk proces wordt hierin gevolgd, kortom wat is het spoorboekje? Na vaststellen van het bedrijfsplan van het Werkleerbedrijf zal ook duidelijk worden wat de gemeenten nog aanvullend organiseren en tegen welke kosten. 9. We missen een indicatie van het verdienmodel van het werkleerbedrijf en de financiële gevolgen en bijdragen van gemeenten. Letters zijn prachtig maar cijfers zullen bepalen of een en ander uitvoerbaar is. 10
Vraag: waarom geen cijfermatige onderbouwing, wanneer komt de financiële onderbouwing? Het bedrijfsplan wordt voor 1 augustus 2021 opgeleverd.
Vragen vanuit de gemeente Sudwest Fryslân
Mevrouw L. van der Wal (VVD) Voor de info bijeenkomst van volgende week over het Keuzedocument "voor iedereen een zinvol leven" zou ik graag de volgende onderwerpen belicht zien: H4. De gemeentelijke missie, visie en ambitie Dit hoofdstuk wordt specifiek genoemd in het raadsvoorstel. Waarom? In principe hebben we deze visie nu toch ook al? In het keuzedocument wordt een gezamenlijke missie en visie beschreven waarin de deelnemende gemeenten zich herkennen, en die de basis vormt voor de keuzes uit het keuzedocument. Voor SWF ligt hieronder onze visie “Veerkracht in het Sociaal Domein”. H7. Het budgettair kader + Bijlage 6 het budgettair kader De financiële consequenties zijn op basis van dit keuzedocument (nog) niet goed in te schatten. Hier zou ik graag wat meer informatie over ontvangen en dinsdag op in kunnen gaan. Schrijven we nu een blanco cheque uit? Komt er over een jaar een grote rekening met 'jullie hebben met het keuzedocument ingestemd'? Hoe kunnen wij een keuze maken voor de koers zonder dat de financiële consequenties voor de diverse koersen/modellen in ieder geval deels zichtbaar zijn? Het is duidelijk dat er bij elk plan gemeentelijk geld bij moet, maar in wat voor mate is mij niet duidelijk. In H4. en bijlage 6 staat dat gemeenten individueel bepalen welk budget beschikbaar is voor het behalen van de gewenste plaatsing doelen.
Hoe zijn de verhoudingen als andere gemeenten geen-weinig geld besluiten in te leggen? Met het keuzedocument wordt een keuze gemaakt voor het werkleerbedrijf, een keuze die SWF al voorstond. Gemeenten committeren zich aan het beleggen van de taken die in het document worden benoemd. Hoeveel mensen per doelgroep worden doorgeleid per gemeente, dat wordt nader verkend in de businesscase. Uitgangspunt is dat het werkleerbedrijf voldoende levensvatbaar moet blijven en dat het voor gemeenten betaalbaar blijft. En uiteraard wordt uitgangspunt een redelijke en billijke verdeling van kosten/baten tussen gemeenten. Waar het break-even point ligt wordt in de businesscase berekend. Gemeenten kunnen besluiten om aanvullend op de basisdienstverlening zoals beschreven in het keuzedocument opdrachten te verstrekken. Zo kan worden ingespeeld op lokale wensen. Een belangrijke randvoorwaarde waar nog aan moet worden voldaan zijn de aanbestedingsregels. Het keuzedocument gaat uit van opdracht geven zonder aanbesteding. Daarvoor is een aanpassing van de governance nodig. Wat is nou precies de keuze die wij moeten maken? Want het lijkt alsof er helemaal geen keuze voor ons als raad is? Er zijn 3 modellen, uitgewerkt in dit document en de keuze en koers is al gemaakt en wij moeten deze vaststellen.
Zijn er nog andere afslagen die we kunnen nemen, of is dit het? Wat is de rol dan nog voor ons als raad? Graag wat meer toelichting hierop.
SW-bedrijven staan sinds 2015 voor noodzakelijke koerswijzigingen. Ruwweg zijn er 3 opties: het omvormen tot een sociale onderneming, een fusieorganisatie Werk& Inkomen met WSW of
11
omvormen tot een Werkleerbedrijf. Bij het aanbieden van de position paper hebben wij uw raad een brede verkenning van deze 3 modellen aangeboden. Wij opteerden voor de optie werkleerbedrijf als het meest kansrijke model. In het addendum bij de stukken van juli 2019 is ingestemd met het verder verkennen van deze optie.
De businesscase van de NV Empatec, wanneer kunnen we die verwachten als we dit vaststellen? Kunnen we daar nog wel aanpassingen op maken? Toen de position paper kwam, werd er heel erg verwezen naar het Keuzedocument. Nu is het keuzedocument er en wordt er veel verwezen naar de businesscase (vooral in de reacties op de adviesraden). Graag iets meer duidelijkheid en toelichting op die businesscase en onze rol daarin.
Het bestuur van de GR geeft opdracht voor het opstellen van de businesscase. Het resultaat wordt naar verwachting voor 1 juli opgeleverd aan het DB. Uw raad heeft met de position paper, de brede verkenning met addendum en dit keuzedocument de kaders gesteld. Op basis van deze kaders wordt de businesscase opgesteld. Het college zal -zoals beschreven in het keuzedocument- op basis van de businesscase een voorstel tot implementatie aanbieden aan uw raad. In dit voorstel zal – zoals gebruikelijk- worden ingegaan op alternatieven, mogelijke keuzes. En er zal aandacht worden besteed aan het transitieproces en de kosten daarvan.
Mevrouw S. Joustra (CDA) Vraag 1: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij punt 7 over “onderschrijven dat de GR, na overleg met de NV, een bedrijfsplan/businesscase maakt op basis van de in hoofdstuk 9 van bijgaande notitie aangegeven kaders en de hiervoor onder 1 t/m 5 genoemde punten”. Wat is de rol van de raad hierin? Wordt het bedrijfsplan/businesscase voorgelegd aan de raad? Zie antwoord vragen VVD. Met dit keuzedocument geeft de raad voldoende kaders voor de businesscase. Het opstellen van de businesscase is een co-creatie van gemeenten en NV Empatec, in opdracht van de GR en met externe begeleiding. Uiteraard zullen colleges raden tussentijds informeren. In het keuzedocument wordt aangegeven dat eens per 3 maanden een update wordt gegeven. Vraag 2: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij het punt Communicatie “In het plan van aanpak voor het vervolgproces wordt een communicatieparagraaf opgenomen”. Is dit hetzelfde als het bedrijfsplan? Zo niet, wat zal dit plan van aanpak behelsen? Wie is hier verantwoordelijk voor en zullen hierin ook deadlines worden opgenomen? Nee dit is niet hetzelfde. Met het plan van aanpak wordt bedoeld een overzicht van de stappen die gezet moeten worden in de besluitvorming. Dit stuk wordt ambtelijk voorbereid en bekrachtigd door de (bestuurlijke) stuurgroep. Bedoeld wordt dus een procesplan.
Vraag 3: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij aanvullende opmerkingen bij punt 4 “Omdat niet alle categorieën via het Werkleerbedrijf begeleid worden, zullen gemeenten voor die groepen inwoners eigen beleid maken en uitvoeren”. Wat zijn hier de financiële gevolgen van? Gemeenten hebben zorgplicht voor alle inwoners. Doelgroepen die niet via het Werkleerbedrijf begeleid worden, worden begeleid door de gebiedsteams. Dat is nu ook het geval. Er wordt gewerkt binnen de financiële kaders die uw raad stelt. Vraag 4: In het bijbehorende raadvoorstel wordt wat betreft alternatieven alleen “geen
12
samenwerking bij uitvoering van de Participatiewet” genoemd. Hoe verhoudt zicht tot de alternatieven die enkel summier worden benoemd in het Keuzedocument? In het keuzedocument wordt voorgesteld de huidige samenwerking te bestendigen en om te vormen naar vorm van samenwerking die past bij voorzienbare ontwikkelingen; waarbij het SW bedrijf wordt omgevormd tot een sociaal ontwikkelbedrijf dat past bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de behoeften van onze inwoners. De alternatieve modellen: sociale onderneming en fusieorganisatie zijn uitgebreid toegelicht in de brede verkenning die in juli 2019 is voorgelegd aan uw raad. Helemaal niet meer samenwerken zou betekenen dat ook de taken die nu belegd zijn bij Empatec, niet meer voor de gemeente worden gedaan. Als de GR daartoe besluit is dit in beginsel mogelijk, zonder besluit van de GR zou dit alleen kunnen als de gemeente SWF een eigen weg inslaat.
Vraag 5: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt voor risico’s verwezen naar het keuzedocument. In het keuzedocument wordt echter enkel verwezen naar de factoren die een risico kunnen opleveren en niet de daadwerkelijke risico’s die de keuze tot een werkleerbedrijf met zich meebrengt en wordt aangegeven dat een risicoanalyse pas wordt gedaan bij de businesscase. Is er duidelijk welke concrete risico’s deze keuze met zich meebrengt en kan hier duidelijkheid in verschaft worden? In de Brede Verkenning zijn de 3 basismodellen: sociale ondernemeing, werkleerbedrijf en fusieorganisatie tegen elkaar afgewogen. Het werkleerbedrijf levert de minste risico’s op. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de Brede Verkenning.
Vraag 6: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt bij het kopje risico’s aangegeven dat er geen zicht is op eventuele wetswijzigingen. Is daarbij ook rekening gehouden met de initiatiefnota van het CDA en de SP “Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelbedrijf” en wat is de verwachte impact van deze nota op de voorgelegde keuze? In de presentatie wordt hier op ingegaan. Deze initiatiefnota van CDA en SP sluit inhoudelijk heel goed aan bij de voorgestelde keuzes in het keuzedocument. Ook in de initiatiefnota wordt uitgegaan van een doorontwikkeling van het SW bedrijf tot ontwikkelbedrijf gericht op toeleiding naar werk bij reguliere werkgevers voor wie dat kan. Qua impact verwachten we een goede ansluiting. Vraag 7: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt voor de financiële gevolgen verwezen naar het keuzedocument en in het keuzedocument wordt gesproken over een transitiebudget. Wordt een eventueel transitiebudget aan de raad voorgelegd, hoe vindt de evenredigheid ten aanzien van de GR hierop plaats en valt de inhuur van experts, over bijvoorbeeld aanbestedingsrecht, ook binnen dit transitiebudget? Een transitiebudget zal nodig zijn om de eenmalige kosten voor de doorontwikkeling te dekken. Dit budget is nodig om de implementatie van het werkleerbedrijf mogelijk te maken. Kosten van externe adviseurs kunnen daarin worden begrepen.
Voorzover inzet en hoogte van dit budget buiten door uw raad gestelde kaders vallen, zal dit apart aan uw raad worden voorgelegd. Gebruikelijk is de kosten onder de deelnemende gemeenten te verdelen naar rato van het aantal SWers. Vraag 8: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt ten aanzien van het vervolgproces aangegeven dat
13
er een projectorganisatie wordt gevormd. Hoe gaat deze projectorganisatie er uit zien en wordt deze organisatie gefinancierd door het transitiebudget? Over de inrichting van de projectorganisatie wordt goed overlegd tussen de NV en gemeenten. Daarin worden vaste medewerkers betrokken, aangevuld met kennis en expertise van externen. Deze kosten vallen buiten het transitiebudget. Vraag 9: Wat zijn de exacte financiële gevolgen van de keuze voor het Werkleerbedrijf of zijn deze pas bekend na het uitwerken van de business case? Dat wordt duidelijk na het uitwerken van de businesscase. Vraag 10: Wat is de reden dat de financiële gevolgen van de andere opties, waaronder de sociale onderneming, niet mee genomen zijn in de besluitvorming en/of het keuzedocument? In juli 2019 is aan uw raad voorgelegd dat geopteerd werd voor een werkleerbedrijf als meest passend model en het bestuur van de GR deze optie verder wilde uitwerken/onderzoeken. Vraag 11: Op pagina 9 van het keuzedocument wordt gesproken over regie en coördinatie, wat is het verschil hier tussen? Dit wordt uitgelegd in de presentatie. Vraag 12: Op pagina 14 van het keuzedocument wordt aangegeven dat de intake de verantwoordelijkheid is van de gemeente, maar er wordt ook gesproken over samenwerking met de consulenten van de publieke organisatie.
Wat is precies de rol van die consulenten en vallen die consulenten op dat moment onder de verantwoordelijkheid van de gemeente? Dit wordt uitgelegd in de presentatie Vraag 13: Op pagina 27 van het keuzedocument wordt aangegeven dat er ten aanzien van lokale successen moet worden onderzocht hoe dergelijke projecten een rol kunnen spelen. In hoeverre wordt dit meegenomen in de business case en/of door de projectorganisatie? Dit wordt meegenomen in de businesscase. Vraag 14: Op pagina 28 van het keuzedocument wordt gesproken over de aanbevelingen in het rapport van KokxDeVoogd en dat deze mee worden genomen in het vervolg op het keuzedocument en dat dit wordt uitgewerkt door de projectorganisatie en daarnaast wordt aangegeven dat dit mee zal worden genomen in aparte besluitvorming. In hoeverre zal dit onderdeel zijn van de business case en wat wordt wanneer en hoe aan de raad voorgelegd? Dit wordt uitgelegd in de presentatie. Binnenkort volgt tevens een actieve info met planning van stukken. Vraag 15: er wordt in het keuzedocument meermaals verwezen naar “conform de position paper” of “in de position paper is vastgesteld”, terwijl dit document door enkele raden binnen de GR enkel ter kennis is aangenomen. Hoe kan er dan sprake zijn van vaststelling? Dit is een politieke vraag die elk college voor zich kan beantwoorden.
Vraag 16: Waarom wordt in het keuzedocument de raad niet geadviseerd over keuzen en waarom worden geen keuzen ter besluitvorming voorgelegd? Bijvoorbeeld alternatieven over de verdeling van taken tussen de gemeente en het werkleerbedrijf. De taakverdeling is een uitwerking van de keuzes gemaakt in de position paper. Vraag 17: Wat is het gevolg als één of meerdere raden dit keuzedocument niet vaststellen en hoe kan hier mee worden omgegaan?
14
Deze vraag wordt door de wethouder beantwoord tijdens de commissievergadering. Daarnaast zouden wij graag op de informerende bijeenkomst graag het proces extra toegelicht willen hebben. Dus wat gebeurt wanneer en wie is waar verantwoordelijk voor? Er wordt gesproken over een business case, wanneer is die klaar en wanneer wordt de governance opgepakt etc? Dit komt aan de orde in de presentatie.
Mevrouw J. Ruiter-Postma (FNP) De FNP wol graach mear taljochting tidens de presintaasje fan it Keuzedocument ‘Voor iedereen een zinvol leven’ op de folgende ûnderdielen:
-
Rânebetinksten: wetlik en finansjeel Rol GR Fryslân-West / Empatec / Ried Rol en taak gemeentlike gebied tiims. Hokker taken lokaal en hokker regionaal It ferskil yn ‘werkbelasting’ foar bij gelyks de amtlike organisaasje en de ferhâlding ta finansjes, kapasiteit, kennis, útfiering taken ensf. Banen mei leankosten subsydzje / Banen-afspraakbanen Mooglikheden gearwurkje mei ûnderwiisynstellingen
Hier wordt tijdens de presentatie op hoofdlijnen op ingegaan, voor zo ver dit raakt aan de kaderstellende taak van de raad. Mevrouw M. Poelman (PvdA) We sluiten ons aan bij de vragen gesteld door de VVD. Aanvullend en op hoofdlijnen zien we graag de volgende aspecten toegelicht; Timing Vanuit SWF zal er een enquête dan wel rekenkameronderzoek komen die terug gaat in de tijd en opnieuw conclusies, geleerde lessen en aanbevelingen oplevert. 1. Waarom beslissen we in maart 2021 over het Keuzedocument, zonder de opbrengst van het onderzoek in oktober 2021 daarin mee te nemen? 2. Is er overwogen om de besluitvorming over het Keuzedocument uit te stellen? Zoals de wethouder tijdens de presentatie heeft aangegeven is het belangrijk om de besluitvorming niet langer uit te stellen. Een van de belangrijkste conclusies uit het rapport van KokxdeVoogd was dat gemeenten heldere kaders moeten stellen voor de noodzakelijke doorontwikkeling van het SWbedrijf. Deze kaders worden gesteld in dit keuzedocument dat een logisch vervolg is op de position paper, de brede verkenning en het addendum waarmee uw raad in juli 2019 heeft ingestemd. Het keuzedocument is in lijn met voorzienbare ontwikkelingen zoals de initiatiefnota van SP en CDA. De keuze voor een werkleerbedrijf biedt financieel gezien de beste kansen, zoals eerder uitgelegd in de brede verkenning.
Het model biedt een vangnet voor meest kwetsbaren en is flexibel genoeg als dat nodig is in economisch slechtere tijden. Op basis hiervan is het college van mening dat het zeer gewenst is betrokkenen, zowel de kwetsbare doelgroepen, als hun begeleiders die bij Empatec werken, niet langer in onzekerheid te laten. Fundamentele keuzes Het document is geschreven met een sterke invloed van hoe het nu is (bv oude discussie wie gaat er
15
over de klant) en gaat verder op beslissingen die blijkbaar al zijn genomen (position paper) Daardoor worden er geen nieuwe inzichten aangekaart en groots en meeslepende keuzes voorgesteld. Oude wijn in oude zakken. De titel onderstreept ons inziens die conclusie. 1. Waarom is gekozen voor het uitgangspunt “De toekomstige uitvoering van de PWet nader beschouwd” in plaats van waar het om zou moeten gaan “De visie op de rol, positie en resultaten van Empatec bij de uitvoering van de PWet? 2. Waarom worden er geen principiële en fundamentele keuzes voorgelegd? Denk aan totale uitbesteding of juist volledige inbesteding van (on)rendabele diensten, uittreding uit de GR, uitvoering van Werk & Inkomen in één, en dergelijke. Iedere keuze heeft uiteraard zijn eigen dynamiek en gevolgen, maar is dit überhaupt besproken of overwogen? 3. Waarom zijn de bevindingen vanuit voorgaande onderzoeken rondom de governance niet concreet uitgewerkt? Ook daarin missen we de diverse scenario’s. Deze vragen zullen tijdens de commissievergadering worden beantwoord. De heer G.C.A. Schouwstra (ChristenUnie) Vraag: In de nota wordt op pagina 10 en 11 aangegeven dat uitstroom naar regulier werk conjunctuurafhankelijk is. Daarvoor worden een aantal redenen gegeven:
Gevolgen coronacrisis op middellange termijn (3-5 jaar) Minder werk voor de doelgroep bij werkgevers. Minder aandacht bij gemeenten voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.
Kan van deze redenen een hardheidsanalyse worden gemaakt, met een boven- en ondergrens en de gevolgen van de uiteenlopende scenario’s voor het werkleerbedrijf, vertaald naar een exploitatie? Dit wordt nader uitgewerkt in de businesscase. Vraag: Op blz 11 wordt een flinke onzekerheid ingebouwd vanwege keuzes die de gemeenten zelf mogen maken (“minder aandacht voor….”). Is het logisch om zo’n voorbehoud te maken binnen een gezamenlijke visie van alle gemeenten op ons werkleerbedrijf? Door dit voorbehoud lijkt het commitment van de gemeenten zich te beperken tot de wettelijk verplichte onderdelen. Is dat ook de intentie? Ontkrachten we met deze disclaimer niet de visie dat we onze inwoners zoveel mogelijk willen faciliteren en ondersteunen, zoals in de 1e alinea van H4 staat? Deze vraag wordt tijdens de commissievergadering beantwoord. Vraag: Op pagina 12 staat als uitgangspunt geformuleerd: “De wettelijke taken die we lokaal kunnen uitvoeren doen we lokaal. Waar de dienstverlening uit het oogpunt van doeltreffendheid en doelmatigheid gebaat is bij samenwerking, voeren we die uit in samenwerking in Fryslân-West en/of binnen de arbeidsmarktregio.” Lokaal prevaleert dus boven samen.
Maar is dit uitgangspunt wel echt zo gehanteerd? Verderop in de visie wordt regelmatig aangegeven hoe de taken zullen worden verdeeld, maar nooit hoe de colleges op grond van dit criterium tot de voorgestelde verdeling zijn gekozen. Op pagina 13 worden als uitgangspunt de 3 categorieën verdeeld over de gemeenten en de publiek organisatie. Waar is de onderbouwing voor deze taakverdeling, uitgaand van het eerdere principe dat lokaal altijd prevaleert als dat mogelijk is? Deze vraag wordt tijdens de commissievergadering beantwoord.
16
Op pagina 15 wordt keuze 1 (lokaal of regionaal) uitgewerkt, waarbij vooral nog veel open wordt gelaten (“is mogelijk, zou kunnen, een zekere omvang, het is noodzakelijk….”) Hoe verhoudt zich deze nogal vage tekst tot het eerder genoemde criterium? Lokaal maatwerk blijft mogelijk. Nadere uitwerking volgt in de businesscase. Vraag: Welke alternatieve namen zijn er mogelijk voor de categorie “Van waarde”? Alternatieven zijn mogelijk; dit benaming sluit aan bij de categorieën die het UWV hanteert. Ook in de position paper werd deze benaming al gehanteerd. Zie verder de reactie op de adviezen van de cliëntenraden. Vraag: Op blz 17 wordt gesteld dat de bedrijfseconomische risico’s bij een werkleerbedrijf lager zijn dan van de andere modellen. Op andere plekken in de visie wordt gesteld dat financieringstekorten zeker zijn. Betekent dit de andere modellen meer mogelijkheden bieden om de tekorten te compenseren? Dit betekent dat bij andere modellen de tekorten groter zijn. Zie ook de brede verkenning.
Vraag: Op blz 17 staat: “Eerder hebben de gemeenten binnen de GR Fryslân-West aangegeven deze koers niet wenselijk te vinden.” Wanneer en door wie (op welk bestuursniveau) is dit aangegeven? Graag onderbouwen door het betreffende besluit bij te voegen. Dit is op basis van het rapport van Iroko, dat gepresenteerd is aan de raden. Vraag: Blz 17, Kan worden onderbouwd waarom het zo onwenselijk zou zijn om het werkleerbedrijf openbaar aan te besteden? Dat doen we toch voor exact dezelfde kwetsbare doelgroep ook bij de Jeugdwet en de WMO? Hangt het resultaat niet vooral af van de gestelde contracteisen? Dus waarom zou een aanbesteding aan een commerciële partij niet tot succesvolle output kunnen leiden? Het werkleerbedrijf Larcom BV in Ommen is een commerciële dienstverlener, maar zonder winstoogmerk en werkt al meer dan 10 jaar succesvol voor 13 gemeenten in Twenthe, maar ook bijvoorbeeld Edam-Volendam. Er wordt rechtstreeks (dus zonder aanbesteding) gegund op basis van art 2 WSW. Het bedrijfsmodel wijkt sterk af van de drie modellen die in de visie worden besproken en alle opdrachtgevers zijn erg tevreden. Kunnen we daar op werkbezoek gaan om te zien hoe zo’n model echt functioneert? Op de aanbestedingseisen wordt ingegaan tijdens de presentatie. Het SWdeel wordt niet aanbesteed, dat hoeft niet. Alle andere opdrachten moeten wel worden aanbesteed.
Deze opdrachten nemen in omvang toe, de SWdoelgroep krimpt. Als niet rechtstreeks opdracht kan worden gegeven, komt het voortbestaan van de NV in gevaar. Uiteraard is het mogelijk dat de kwetsbare doelgroep dan in dienst komt van een nieuwe werkgever, maar het is de vraag of dit wenselijk is. Vraag: De in 2019 vastgestelde Position Paper is leidend geweest voor het opstellen van de visie. Maar in 2020 kwamen grote tekorten aan het licht, gevolgd door een vertrouwenscrisis, waarbij een bestuurder en een directeur die grote invloed hadden gehad op de Position paper, het veld moesten ruimen. Hoe kan de raad te weten komen of de Position paper nog valide is, danwel achterhaald, danwel mogelijk vanuit een tunnelvisie opgesteld? Moet er niet eerst gewerkt worden aan herstel van vertrouwen en validatie van eerder gemaakte keuzes, voor er nu een stap gemaakt kan worden?
17
Deze vraag wordt beantwoord tijdens de commissievergadering.
Vraag: De rekenkamer heeft voor gemeente Waadhoeke en commentaar geleverd op de visie en vooral vragen gesteld over de governance. Daarnaast leven er ook bij de gemeenteraden vele vragen en onzekerheden. Kan dit voor de colleges aanleiding zijn om het stuk terug te nemen en te herschrijven? Deze vraag wordt beantwoord tijdens de commissievergadering
18