CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Vooraf gestelde vragen bij Keuzedocument SWF.pdf

Voorlichting Raad 9 maart 2021, gemeente waadhoeke2.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vooraf gestelde vragen bij Informerende bijeenkomst Keuzedocument “Voor iedereen een zinvol leven” – visie op de Participatie(wet) in Fryslân-West Locatie

: Digitaal (Teams)

Dag

: dinsdag 9 maart 2021

Tijdstip

: vanaf 19.30 uur

Mevrouw L. van der Wal (VVD) Voor de info bijeenkomst van volgende week over het Keuzedocument "voor iedereen een zinvol leven" zou ik graag de volgende onderwerpen belicht zien: H4. De gemeentelijke missie, visie en ambitie Dit hoofdstuk wordt specifiek genoemd in het raadsvoorstel. Waarom? In principe hebben we deze visie nu toch ook al? H7. Het budgettair kader + Bijlage 6 het budgettair kader De financiële consequenties zijn op basis van dit keuzedocument (nog) niet goed in te schatten. Hier zou ik graag wat meer informatie over ontvangen en dinsdag op in kunnen gaan. Schrijven we nu een blanco cheque uit? Komt er over een jaar een grote rekening met 'jullie hebben met het keuzedocument ingestemd'? Hoe kunnen wij een keuze maken voor de koers zonder dat de financiële consequenties voor de diverse koersen/modellen in ieder geval deels zichtbaar zijn? Het is duidelijk dat er bij elk plan gemeentelijk geld bij moet, maar in wat voor mate is mij niet duidelijk. In H4. en bijlage 6 staat dat gemeenten individueel bepalen welk budget beschikbaar is voor het behalen van de gewenste plaatsing doelen.

Hoe zijn de verhoudingen als andere gemeenten geen-weinig geld besluiten in te leggen? Wat is nou precies de keuze die wij moeten maken? Want het lijkt alsof er helemaal geen keuze voor ons als raad is? Er zijn 3 modellen, uitgewerkt in dit document en de keuze en koers is al gemaakt en wij moeten deze vaststellen. Zijn er nog andere afslagen die we kunnen nemen, of is dit het? Wat is de rol dan nog voor ons als raad? Graag wat meer toelichting hierop. De businesscase van de NV Empatec, wanneer kunnen we die verwachten als we dit vaststellen? Kunnen we daar nog wel aanpassingen op maken? Toen de position paper kwam, werd er heel erg verwezen naar het Keuzedocument. Nu is het keuzedocument er en wordt er veel verwezen naar de businesscase (vooral in de reacties op de adviesraden). Graag iets meer duidelijkheid en toelichting op die businesscase en onze rol daarin.

Mevrouw S. Joustra (CDA) Vraag 1: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij punt 7 over “onderschrijven dat de GR, na overleg met de NV, een bedrijfsplan/businesscase maakt op basis van de in hoofdstuk 9 van bijgaande notitie aangegeven kaders en de hiervoor onder 1 t/m 5 genoemde punten”. Wat is de rol van de raad hierin? Wordt het bedrijfsplan/businesscase voorgelegd aan de raad? Vraag 2: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij het punt Communicatie “In het plan van aanpak voor het vervolgproces wordt een communicatieparagraaf opgenomen”. Is dit hetzelfde als het bedrijfsplan? Zo niet, wat zal dit plan van aanpak behelsen? Wie is hier verantwoordelijk voor en zullen hierin ook deadlines worden opgenomen?

Vraag 3: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij aanvullende opmerkingen bij punt 4 “Omdat niet alle categorieën via het Werkleerbedrijf begeleid worden, zullen gemeenten voor die groepen inwoners eigen beleid maken en uitvoeren”. Wat zijn hier de financiële gevolgen van? Vraag 4: In het bijbehorende raadvoorstel wordt wat betreft alternatieven alleen “geen samenwerking bij uitvoering van de Participatiewet” genoemd. Hoe verhoudt zicht tot de alternatieven die enkel summier worden benoemd in het Keuzedocument? Vraag 5: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt voor risico’s verwezen naar het keuzedocument. In het keuzedocument wordt echter enkel verwezen naar de factoren die een risico kunnen opleveren en niet de daadwerkelijke risico’s die de keuze tot een werkleerbedrijf met zich meebrengt en wordt aangegeven dat een risico-analyse pas wordt gedaan bij de businesscase. Is er duidelijk welke concrete risico’s deze keuze met zich meebrengt en kan hier duidelijkheid in verschaft worden? Vraag 6: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt bij het kopje risico’s aangegeven dat er geen zicht is op eventuele wetswijzigingen.

Is daarbij ook rekening gehouden met de initiatiefnota van het CDA en de SP “Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelbedrijf” en wat is de verwachte impact van deze nota op de voorgelegde keuze? Vraag 7: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt voor de financiële gevolgen verwezen naar het keuzedocument en in het keuzedocument wordt gesproken over een transitiebudget. Wordt een eventueel transitiebudget aan de raad voorgelegd, hoe vindt de evenredigheid ten aanzien van de GR hierop plaats en valt de inhuur van experts, over bijvoorbeeld aanbestedingsrecht, ook binnen dit transitiebudget? Vraag 8: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt ten aanzien van het vervolgproces aangegeven dat er een projectorganisatie wordt gevormd.

Hoe gaat deze projectorganisatie er uit zien en wordt deze organisatie gefinancierd door het transitiebudget? Vraag 9: Wat zijn de exacte financiële gevolgen van de keuze voor het Werkleerbedrijf of zijn deze pas bekend na het uitwerken van de business case? Vraag 10: Wat is de reden dat de financiële gevolgen van de andere opties, waaronder de sociale onderneming, niet mee genomen zijn in de besluitvorming en/of het keuzedocument? Vraag 11: Op pagina 9 van het keuzedocument wordt gesproken over regie en coördinatie, wat is het verschil hier tussen? Vraag 12: Op pagina 14 van het keuzedocument wordt aangegeven dat de intake de verantwoordelijkheid is van de gemeente, maar er wordt ook gesproken over samenwerking met de consulenten van de publieke organisatie. Wat is precies de rol van die consulenten en vallen die consulenten op dat moment onder de verantwoordelijkheid van de gemeente? Vraag 13: Op pagina 27 van het keuzedocument wordt aangegeven dat er ten aanzien van lokale successen moet worden onderzocht hoe dergelijke projecten een rol kunnen spelen.

In hoeverre wordt dit meegenomen in de business case en/of door de projectorganisatie? Vraag 14: Op pagina 28 van het keuzedocument wordt gesproken over de aanbevelingen in het rapport van KokxDeVoogd en dat deze mee worden genomen in het vervolg op het keuzedocument en dat dit wordt uitgewerkt door de projectorganisatie en daarnaast wordt aangegeven dat dit mee zal worden genomen in aparte besluitvorming. In hoeverre zal dit onderdeel zijn van de business case en wat wordt wanneer en hoe aan de raad voorgelegd? Vraag 15: er wordt in het keuzedocument meermaals verwezen naar “conform de position paper” of

“in de position paper is vastgesteld”, terwijl dit document door enkele raden binnen de GR enkel ter kennis is aangenomen. Hoe kan er dan sprake zijn van vaststelling? Vraag 16: Waarom wordt in het keuzedocument de raad niet geadviseerd over keuzen en waarom worden geen keuzen ter besluitvorming voorgelegd? Bijvoorbeeld alternatieven over de verdeling van taken tussen de gemeente en het werkleerbedrijf. Vraag 17: Wat is het gevolg als één of meerdere raden dit keuzedocument niet vaststellen en hoe kan hier mee worden omgegaan? Daarnaast zouden wij graag op de informerende bijeenkomst graag het proces extra toegelicht willen hebben. Dus wat gebeurt wanneer en wie is waar verantwoordelijk voor? Er wordt gesproken over een business case, wanneer is die klaar en wanneer wordt de governance opgepakt etc?

Mevrouw J. Ruiter-Postma (FNP) De FNP wol graach mear taljochting tidens de presintaasje fan it Keuzedocument ‘Voor iedereen een zinvol leven’ op de folgende ûnderdielen:

-

Rânebetinksten: wetlik en finansjeel Rol GR Fryslân-West / Empatec / Ried Rol en taak gemeentlike gebied tiims. Hokker taken lokaal en hokker regionaal It ferskil yn ‘werkbelasting’ foar bij gelyks de amtlike organisaasje en de ferhâlding ta finansjes, kapasiteit, kennis, útfiering taken ensf. Banen mei leankosten subsydzje / Banen-afspraakbanen Mooglikheden gearwurkje mei ûnderwiisynstellingen

Mevrouw M. Poelman (PvdA) We sluiten ons aan bij de vragen gesteld door de VVD. Aanvullend en op hoofdlijnen zien we graag de volgende aspecten toegelicht; Timing Vanuit SWF zal er een enquête dan wel rekenkameronderzoek komen die terug gaat in de tijd en opnieuw conclusies, geleerde lessen en aanbevelingen oplevert. 1. Waarom beslissen we in maart 2021 over het Keuzedocument, zonder de opbrengst van het onderzoek in oktober 2021 daarin mee te nemen? 2. Is er overwogen om de besluitvorming over het Keuzedocument uit te stellen? Fundamentele keuzes Het document is geschreven met een sterke invloed van hoe het nu is (bv oude discussie wie gaat er over de klant) en gaat verder op beslissingen die blijkbaar al zijn genomen (position paper) Daardoor worden er geen nieuwe inzichten aangekaart en groots en meeslepende keuzes voorgesteld. Oude wijn in oude zakken. De titel onderstreept ons inziens die conclusie. 1. Waarom is gekozen voor het uitgangspunt “De toekomstige uitvoering van de PWet nader beschouwd” in plaats van waar het om zou moeten gaan “De visie op de rol, positie en resultaten van Empatec bij de uitvoering van de PWet? 2. Waarom worden er geen principiële en fundamentele keuzes voorgelegd? Denk aan totale uitbesteding of juist volledige inbesteding van (on)rendabele diensten, uittreding uit de GR, uitvoering van Werk & Inkomen in één, en dergelijke.

Iedere keuze heeft uiteraard zijn eigen dynamiek en gevolgen, maar is dit überhaupt besproken of overwogen? 3. Waarom zijn de bevindingen vanuit voorgaande onderzoeken rondom de governance niet concreet uitgewerkt? Ook daarin missen we de diverse scenario’s.

De heer G.C.A. Schouwstra (ChristenUnie) Vraag: In de nota wordt op pagina 10 en 11 aangegeven dat uitstroom naar regulier werk conjunctuurafhankelijk is. Daarvoor worden een aantal redenen gegeven: • • •

Gevolgen coronacrisis op middellange termijn (3-5 jaar) Minder werk voor de doelgroep bij werkgevers. Minder aandacht bij gemeenten voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Kan van deze redenen een hardheidsanalyse worden gemaakt, met een boven- en ondergrens en de gevolgen van de uiteenlopende scenario’s voor het werkleerbedrijf, vertaald naar een exploitatie? Vraag: Op blz 11 wordt een flinke onzekerheid ingebouwd vanwege keuzes die de gemeenten zelf mogen maken (“minder aandacht voor….”). Is het logisch om zo’n voorbehoud te maken binnen een gezamenlijke visie van alle gemeenten op ons werkleerbedrijf? Door dit voorbehoud lijkt het commitment van de gemeenten zich te beperken tot de wettelijk verplichte onderdelen. Is dat ook de intentie? Ontkrachten we met deze disclaimer niet de visie dat we onze inwoners zoveel mogelijk willen faciliteren en ondersteunen, zoals in de 1e alinea van H4 staat? Vraag: Op pagina 12 staat als uitgangspunt geformuleerd: “De wettelijke taken die we lokaal kunnen uitvoeren doen we lokaal. Waar de dienstverlening uit het oogpunt van doeltreffendheid en doelmatigheid gebaat is bij samenwerking, voeren we die uit in samenwerking in Fryslân-West en/of binnen de arbeidsmarktregio.” Lokaal prevaleert dus boven samen. Maar is dit uitgangspunt wel echt zo gehanteerd? Verderop in de visie wordt regelmatig aangegeven hoe de taken zullen worden verdeeld, maar nooit hoe de colleges op grond van dit criterium tot de voorgestelde verdeling zijn gekozen.

Op pagina 13 worden als uitgangspunt de 3 categorieën verdeeld over de gemeenten en de publiek organisatie. Waar is de onderbouwing voor deze taakverdeling, uitgaand van het eerdere principe dat lokaal altijd prevaleert als dat mogelijk is? Op pagina 15 wordt keuze 1 (lokaal of regionaal) uitgewerkt, waarbij vooral nog veel open wordt gelaten (“is mogelijk, zou kunnen, een zekere omvang, het is noodzakelijk….”) Hoe verhoudt zich deze nogal vage tekst tot het eerder genoemde criterium? Vraag: Welke alternatieve namen zijn er mogelijk voor de categorie “Van waarde”? Vraag: Op blz 17 wordt gesteld dat de bedrijfseconomische risico’s bij een werkleerbedrijf lager zijn dan van de andere modellen. Op andere plekken in de visie wordt gesteld dat financieringstekorten zeker zijn. Betekent dit de andere modellen meer mogelijkheden bieden om de tekorten te compenseren?

Vraag: Op blz 17 staat: “Eerder hebben de gemeenten binnen de GR Fryslân-West aangegeven deze koers

niet wenselijk te vinden.” Wanneer en door wie (op welk bestuursniveau) is dit aangegeven? Graag onderbouwen door het betreffende besluit bij te voegen. Vraag: Blz 17, Kan worden onderbouwd waarom het zo onwenselijk zou zijn om het werkleerbedrijf openbaar aan te besteden? Dat doen we toch voor exact dezelfde kwetsbare doelgroep ook bij de Jeugdwet en de WMO? Hangt het resultaat niet vooral af van de gestelde contracteisen? Dus waarom zou een aanbesteding aan een commerciële partij niet tot succesvolle output kunnen leiden? Het werkleerbedrijf Larcom BV in Ommen is een commerciële dienstverlener, maar zonder winstoogmerk en werkt al meer dan 10 jaar succesvol voor 13 gemeenten in Twenthe, maar ook bijvoorbeeld Edam-Volendam. Er wordt rechtstreeks (dus zonder aanbesteding) gegund op basis van art 2 WSW. Het bedrijfsmodel wijkt sterk af van de drie modellen die in de visie worden besproken en alle opdrachtgevers zijn erg tevreden. Kunnen we daar op werkbezoek gaan om te zien hoe zo’n model echt functioneert? Vraag: De in 2019 vastgestelde Position Paper is leidend geweest voor het opstellen van de visie. Maar in 2020 kwamen grote tekorten aan het licht, gevolgd door een vertrouwenscrisis, waarbij een bestuurder en een directeur die grote invloed hadden gehad op de Position paper, het veld moesten ruimen.

Hoe kan de raad te weten komen of de Position paper nog valide is, danwel achterhaald, danwel mogelijk vanuit een tunnelvisie opgesteld? Moet er niet eerst gewerkt worden aan herstel van vertrouwen en validatie van eerder gemaakte keuzes, voor er nu een stap gemaakt kan worden? Vraag: De rekenkamer heeft voor gemeente Waadhoeke en commentaar geleverd op de visie en vooral vragen gesteld over de governance. Daarnaast leven er ook bij de gemeenteraden vele vragen en onzekerheden. Kan dit voor de colleges aanleiding zijn om het stuk terug te nemen en te herschrijven?

Namens de Intergemeentelijke Radenwerkgroep 1. Wat is de reactie van de vier wethouders op de door de Rekenkamer Waadhoeke gepubliceerde analyse van het raadsvoorstel en het keuzedocument, de conclusies en kwalificaties van de Rekenkamer? 2. Is er reden om te mogen verwachten, dat het raadsvoorstel, alsmede het keuzedocument worden herschreven naar aanleiding van de bevindingen van de Rekenkamer en de besluitvorming hieromtrent wordt uitgesteld? Zo ja, wat is dan de planning? Zo nee, waarom niet? 3. Hoe kijken de wethouders aan tegen de in de Tweede Kamer aangenomen motie Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelingsbedrijf en wat is de verwachte invloed van de uitwerking van deze motie op de huidige ideeën en planmakerij door de vier gemeenten met betrekking de uitvoering participatiewet? Geeft dit reden voor uitstel van behandeling van en besluitvorming over het voorliggende raadsvoorstel en het keuzedocument?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=a79a8668-5caa-45d1-9212-4e90862c4b9a