CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Vervolg op raadsvergadering - info en antwoorden Werkgroep Mestvergissing 250310

Gemeenteraad Waadhoeke 22 mei 2025, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Tzummarum-Hoarnestreek 10-141.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vervolg op raadsvergadering 3 april 2025, agendapunt 10, bestemmingsplan Hoarnestreek 10-14

WERKGROEP ‘MESTVERGISSING TZUMMARUM-KOEHOAL’ 250310

1 1.a

1.b

onderwerp Transportbewegingen Hoeveel transportbewegingen zijn er te verwachten bij vergisting van 100.000 ton per jaar.

Wat is het verschil in aantal transportbewegingen op dit moment

informatie en antwoorden werkgroep ‘mestvergissing’ In de vergunning van 2018 is in het geluidsrapport vastgelegd hoeveel transportbewegingen er zijn voor de aan en afvoer t.b.v. de vergisting. Daar is uitgegaan van minder vrachten afvoer omdat het digestaat ontwaterd en gedroogd wordt. Omdat de vrachten niet gelijkmatig over de dagen verdeeld zijn, is uitgegaan van maximaal 16 vrachtwagens, 32 transportbewegingen per dag, alle tussen 7 en 19 uur. Daarop zijn de geluidsberekeningen van geluid op het erf dus gebaseerd. Er is niet een beoordeling gemaakt of dit een uit het oogpunt van ruimtelijke ordening wenselijke situatie is. Overigens is in mei 2024 een vergunningaanvraag gedaan voor een deel van de beoogde wijzigingen op nr. 14. Daarin is aangevraagd 38 i.p.v. 32 vrachtbewegingen per dag t.b.v. de vergisting. Door de beperkingen van de luchtwassers kon er tot nu toe max 31.000 ton vergist worden. Bij 100.000 ton (zie 1.a) zijn 38 vrachtbewegingen aangevraagd. Bij 31,000 ton zijn dit 11 vrachtbewegingen. De werkelijkheid is dat dit aantal van 11 lager 1/7

ligt omdat er veel mest van het naast gelegen pluimveebedrijf werd gebruikt maar dat is drastisch verminderd door het sterk reduceren van het aantal kippen. Er zal dus een toename van minimaal 27 transportbewegingen per dag zijn. 2 2.1 2.2

Geur Welke geurnormen worden op dit moment toegestaan Hoeveel overschrijdingen zijn er in het recente verleden vastgesteld

2.3

Welke geurnormen worden toegestaan op basis van gewijzigde bestemmingsplan

2.4

Is te garanderen dat de geuroverlast door het gewijzigde bestemmingsplan zal afnemen

In de huidige vergunningen is al per activiteit of installatie voorgeschreven hoeveel geur of geluid deze mag uitstoten. Tussen 2017 en 2023 zijn er in totaal 138 klachten over de vergister ingediend bij FUMO. Alleen SONAC en SOPREMA scoren hoger. Bron is jaaroverzicht van de FUMO. Is onbekend. In de reactienota op de zienswijzen staat: “Het doel is om duidelijk juridisch en handhaafbaar kader te stellen”. Ook elders in documenten komt het argument voorbij dat er een duidelijk kader ontstaat waarop gehandhaafd kan worden. Dit is echter niet juist. In de huidige vergunningen is al per activiteit of installatie voorgeschreven hoeveel geur of geluid deze mag uitstoten. Het is dus niet zo dat het na de splitsing eenvoudiger is om te handhaven. Daarnaast ontbreekt een berekening van de cumulatieve geurbelasting voor de omgeving. De geurbelasting die in de huidige vergunningen is toegestaan, leidt tot een zogenaamde overbelaste geursituatie. Ook wordt alleen al met de vergunde geurbelasting van de vergistingsactiviteiten de zogenaamde grenswaarde uit het provinciale geurbeleid ver overschreden. Boven de grenswaarde is volgens de provincie sprake van ernstige geurhinder. De gemeten geurbelasting is gebaseerd op 31.000 ton vergisting (zie 1.b). Bij vergisting van de 100.000 ton zoals opgenomen in het gewijzigde bestemmingsplan, zal de geurbelasting fors toenemen. 2/7

3 3.1

Gezondheid Welke onderzoeken zijn er geweest naar de gezondheidseffecten op omwonenden

Vergistingsinstallaties kunnen gasvormige verbindingen uitstoten, zoals waterstofsulfide (H2S) en ammoniak (NH3), die bij hoge concentraties giftig zijn voor mens en dier, en koolstofdioxide (CO2) en het brandbare methaan (CH4), die bij hoge concentraties verstikkend werken. Ook geur (stank) afkomstig van opgeslagen mest, digestaat, biogas en covergistingsmaterialen kan invloed hebben op de gezondheid van mens en dier in de omgeving. Bij sommige Gemeenschappelijke Gezondheidsdiensten (GGD’s) komen regelmatig vragen binnen van omwonenden over de gezondheidsrisico’s van covergistingsinstallaties. Het gaat hierbij vooral om klachten over geurhinder. In februari 2014 is door RIVM een informatiebijeenkomst over covergisting georganiseerd voor medewerkers van de GGD’s. Uit deze bijeenkomst volgt het beeld dat de hinder (korte termijn) die wordt ervaren door omwonenden vaak gaat over stank en dat de zorg (op lange termijn) vaak gaat over de te verwachten negatieve gezondheidseffecten. Bij verwerking van mest, slib en organisch afval kunnen bioaerosolen via water en via luchtdeeltjes met bacteriën, schimmels en virussen vrijkomen. Volgens het RIVM ( 2014-2017) zijn de risico’s voor omwonenden niet uit te sluiten, ondanks de goede technieken en veiligheidsmaatregelen.

Een uitgebreide, lange termijn studie naar de volksgezondheid van medewerkers en omwonenden van covergistingsinstallaties heeft echter nog niet plaatsgevonden. Tevens ontbreken data over gecombineerde effecten, de cumulatieve impact op de volksgezondheid bij het vrijkomen van én biogas, geur, fijnstof en andere stoffen uit de covergister.

3/7

3.2

Welke klachten zijn er bekend met betrekking tot de gezondheid

3.3

Zijn er wetenschappelijke rapporten die een verband aantonen tussen covergistingsactiviteiten en de gezondheid van omwonenden

3.4

Is aangetoond en onderbouwd dat het gewijzigde bestemmingsplan de kans op gezondheidsklachten reduceert tot nul Wijzigingen vigerend en nieuw bestemmingsplan Eerder is aangegeven dat er geen noemenswaardige wijzigingen zullen optreden en dat het louter zou gaan om het mogelijk maken van een zelfstandige covergister op de locatie Hoarnestreek 14. Klopt dit?

4 4.1

Omwonenden hebben geklaagd over hoofdpijn, misselijkheid, ademhalingsklachten, longontsteking, verergering astma of COPD , irritatie aan ogen/neus/keel, chronisch verkouden, slaapproblemen omdat men vaak wakker wordt van de stank en lawaai en ramen en deuren gesloten moet houden, stress en depressiviteit: verminderde levenskwaliteit. RIVM Heezen et al., 2015. In vele publicaties (o.a. Infomil/RIVM/WUR) wordt wel melding gemaakt van risico’s voor omwonenden. Zo wordt in het rapport van de WUR (WOt-technical report 32) het volgende aangegeven: “Bij hinder voor de directe omgeving van een covergistingsinstallatie gaat het vooral gaat om geurhinder (stank) en zorgen over de veiligheid en gezondheid. Stankoverlast kan leiden tot gezondheidsklachten, zoals hoofdpijn en misselijkheid. Ook kan een daling van het algehele welbevinden optreden (OpdenKamp-Adviesgroep, 2006). Het kiezen van een passende locatie voor covergistingslocaties en het houden van voldoende afstand tussen covergistingsinstallaties en omwonenden kan hinder en risico’s voor de omwonenden beperken”. De werkgroep heeft dit niet kunnen vinden.

Neen. Het gewijzigde bestemmingsplan biedt meer mogelijkheden dan het vigerende bestemmingsplan. Hierover is door de gemeente niet actief gecommuniceerd. Steeds is aangegeven dat er niets zou wijzigen en dat alleen de strijdige situatie door het ontstaan van een zelfstandige activiteit (niet langer meer een agrarische 4/7

4.2

De werkgroep heeft aangegeven dat er ruimere mogelijkheden ontstaan voor o.a. bouwhoogte. Zo zou een hoogte van 14 meter met platte daken worden toegestaan hetgeen in het vigerende bestemmingsplan niet is toegestaan. Klopt dat?

4.3

Zijn er nog meer wijzigingen die niet eerder zijn benoemd

5 5.1

Capaciteit Door de eigenaar is aangegeven dat er niet meer dan 31.000 ton jaarlijks is vergist en dat de vergunde 100.000 ton niet kon gerealiseerd vanwege het niet goed functioneren van de installatie. Blijft de in praktijk verwerkte capaciteit 31.000 ton en zo ja, waarom is dan

nevenactiviteit) met de wijziging van het bestemmingsplan zou worden gelegaliseerd. Ja. Het gaat niet zozeer om de plannen van het bedrijf op dit moment, maar om hetgeen het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt. Dat zijn (uitgezonderd op een klein deel van het terrein) o.a. gebouwen ten behoeve van de mestvergistingsinstallatie van maximaal 14 meter hoog met platte daken, terwijl volgens het huidige bestemmingsplan deze gebouwen maximaal 8 meter hoog mogen zijn. Ja. in 2018 is vergunning verleend om een grotere hoeveelheid grondstof te vergisten met de bestaande installaties en zonder toename van productie van biogas. Nu wil het bedrijf onder het nieuwe bestemmingsplan uitbreiden met o.a. een grote vergistingssilo, twee opslagsilo’s voor dunne fractie digestaat, en af van het voorschrift met maxima per categorie, dus meer biogasproductie en het hele terrein en voormalige stallen gebruiken voor de vergistingsactiviteiten. Dit zijn allerlei wijzigingen die onder het huidige bestemmingsplan niet mogelijk zouden zijn. Ook het realiseren van een CO2vervloeiingsinstallatie lijkt niet mogelijk onder het huidige bestemmingsplan. De werkgroep heeft begrepen dat de nieuwe installaties een vergisting van 100.000 ton op jaarbasis mogelijk moeten maken.

Dus in tegenstelling tot de praktijk van de afgelopen jaren, zal er een enorme toename zijn van het aantal tonnages dat vergist gaat worden. Zelfs als de huidige eigenaar niet meer dan 31.000 ton blijft vergisten, dan zal een nieuwe eigenaar de maximale ruimte 5/7

in het gewijzigde bestemmingsplan een capaciteit van 100.000 ton opgenomen

5.2

6 6.1 6.2 6.3

6.4

Wat zijn de effecten wanneer de in het gewijzigde bestemmingsplan opgenomen maximum capaciteit van 100.000 ton volledig wordt benut Wel of geen industriële activiteit Vastgesteld is dat er na de splitsing van het pluimveebedrijf en het vergistingsbedrijf, er twee zelfstandige entiteiten zijn Vastgesteld is dat het vergistingsbedrijf niet meer als een agrarisch ondergeschikte activiteit kan worden aangemerkt De provincie Fryslân heeft aangegeven dat de zelfstandige covergistingsactiviteiten als een industriële activiteit moeten worden aangemerkt Het gewijzigde bestemmingsplan geeft aan dat de covergistingsactiviteiten niet als industrieel worden beoordeeld

die het nieuwe bestemmingsplan biedt, ongetwijfeld willen gebruiken. Dat de kans groot is dat de vergistingsinstallatie wordt verkocht, is bekend. Nadat de gesprekken met SHELL/ENGIE in een ver gevorderd verkoopstadium zijn afgebroken, is de eigenaar nog met een andere potentiële koper in gesprek geweest. Hinder voor de omwonenden zal toenemen zoals transport, stank, licht etc. Ook de kans op meer gezondheidsklachten is aanwezig. Voorts zal door de forse toename van het aantal transportbewegingen de onveiligheid toenemen. Dat is juist en is bevestigd door de huidige eigenaar. Dat is juist. De gemeente heeft dat zelf geconstateerd en daarbij ook aangegeven dat er daardoor een strijdige situatie met het vigerende bestemmingsplan is ontstaan. Dat klopt. In het provinciale advies d.d. 21 maart 2023 is duidelijk aangegeven dat het hier om een industriële activiteit gaat: “De omvang (ongeveer 2 ha) en de aard van de activiteiten (industriële installaties) leidt tot de beoordeling dat sprake is van een industrieel bedrijf.” Het college heeft de volgende argumentatie gebruikt om aan te geven dat de activiteiten niet als industrieel worden beoordeeld: ‘In de eerste plaats omdat het mestvergistingsbedrijf in relatie tot haar omgeving niet industrieel oogt.

Ten tweede is het bedrijf geplaatst op een agrarisch perceel en heeft het een agrarische uitstraling doordat gebruik wordt gemaakt van bouwwerken die oorspronkelijk gerealiseerd zijn voor agrarische doeleinden. Vanuit de historische context is het bedrijf ruimtelijk en functioneel passend in de omgeving’. 6/7

Met andere woorden: het oogt niet industrieel en dus is het dat ook niet'. Dat lijkt ons niet goed vol te houden; niet het uiterlijk, maar de aard van de bedrijfsvoering moet hier het criterium zijn. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet heeft, in opdracht van o.a. RIVM, Inspectie Leefomgeving & Transport, en Rijkswaterstaat Leefomgeving, een rapport opgesteld over ‘Nut en risico’s van covergisting’. In dit rapport, uitgebracht door Wageningen University & Research, worden vier typen installaties onderscheiden. Type 1 tot en met 3 worden beschouwd als ‘bedrijfseigen’ voor een boerderij-installatie. Type 4 is dat niet. Deze vergisters voeren mest en covergistingsmaterialen aan van elders en het grootste deel van het digestaat wordt ook weer naar elders afgevoerd. In dat geval is er volgens het rapport sprake van “industriële vergisting” en moet het bestemmingsplan daarop zijn aangepast. De vergister waar we het hier over hebben is zo’n Type4 installatie. 7 7.1 7.2

Planologisch kader Zijn de zelfstandige covergistingsactiviteiten in strijd met het vigerende bestemmingsplan buitengebied 2013? Op dit moment is de vergister niet in bedrijf en kan er niet gehandhaafd worden op basis van het vigerende bestemmingsplan. Echter zodra de vergistingsactiviteiten weer zijn opgestart, is er sprake van strijdigheid. Klopt dat?

Ja De covergistingsactiviteiten zijn niet meer agrarisch ondergeschikt en derhalve strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Ja Op basis van de terinzagelegging van het gewijzigde bestemmingsplan kan handhaving achterwege blijven omdat er zicht is op legalisatie. De eigenaar heeft aangegeven niet eerder de vergistingsactiviteiten op te starten dan nadat duidelijk is geworden of de huidige strijdigheid middels het nieuwe bestemmingsplan wordt opgeheven.

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=e2e16d94-1251-458a-87cc-24c810317476