Verslag OOGO Waadhoeke d.d 6-7-2021.pdf
Tekst van het document
Notulen Op Onderwijs Gericht Overleg (OOGO) Datum: Locatie:
6 juli 2021, 15.30 – 16.50 uur via MS Teams
Aanwezig: Mevrouw N. Haarsma, wethouder gemeente Waadhoeke Mevrouw M. de Jonge, OVO-Fryslân Noord De heer J. Peters, onderwijshuisvesting gemeente Waadhoeke De heer R. Brandsma, Stichting Gearhing De heer T. de Groot, CBO-NWF De heer J. Visser, CVO-NF De heer A. Hooijsma, BMS-onderwijs, i.p.v. de heer D. Hooghiemstra
1. Opening Mevrouw Haarsma opent de bijeenkomst. Deze jaarlijkse vergadering is vervroegd van oktober naar nu. De geagendeerde voorstellen zijn nog niet besproken in het college. Vanuit de Bisschop Möller Stichting (BMS) waren er vragen en opmerkingen over de huisvestingsverordening en op deze wijze kan de reactie van het OOGO nog worden toegevoegd aan de stukken naar het college. Mocht het college daar toch een afwijkend standpunt innemen, dan kan het OOGO mogelijk in oktober weer bijeenkomen. 2. Mededelingen Harmonisatie gemeentelijk beleid berekening m2 Ons is gebleken dat er een verschillende uitleg is gegeven aan de toepassing van de berekening van het benodigd aantal m2 bij gezamenlijke nieuwbouw van 2 scholen onder 1 dak. Het kwam voor dat er dan 1x een vaste voet werd “geschrapt”, zodat beide scholen dan gezamenlijk 200 m2 minder toegewezen kregen. Wij willen het college voorstellen (bij de vaststelling van het programma 2022) om in voorkomende gevallen ervan uit te gaan dat beide scholen recht hebben op de volledige vast voet. Zo zullen wij in voorkomende gevallen dan ook eventuele aanvragen om uitbreiding behandelen. Voorstel: t.k.n. De heer Hooijsma geeft aan dat dit speelt bij nieuwbouw en dat aanvragen beoordeeld moeten worden naar de verordening zoals die hier nu ligt.
De heer Peters beaamt dit en merkt op dat vanaf nu altijd de 200 m2 vaste voet wordt toegekend in de berekening voor elke school. Besluit: het voorstel wordt ter kennisneming aangenomen. 3. Beleid verwijzing naar leegstand Als een school recht heeft op uitbreiding (permanent of tijdelijk) zou er volgens de verordening verwezen moeten worden naar leegstand in een schoolgebouw binnen ten hoogste 2 km, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. Geconstateerd is dat er in de praktijk niet volgens de verordening wordt gehandeld. Enerzijds heel begrijpelijk, want “inwoning” wordt in zijn algemeenheid niet als prettig ervaren. Zeker als dit min of meer permanent is voor bijvoorbeeld 1 of 2 groepen. Anderzijds is het dan wel zo dat er dan voor leegstand wordt gebouwd met financiële consequenties. Omdat wij binnen de bandbreedte van de jaarlijkse uitzetting moeten blijven, kan dit consequenties hebben voor toekomstige investeringen (temporiseren). 1
Voorstel: gezamenlijk standpunt over innemen Wethouder Haarsma licht toe, dat De Korendrager er graag één lokaal bij wil. Bij De Steven is ruimte over, maar het volgens de verordening overbrengen van één groep, werkt in de praktijk vaak niet. Bij de BMS zijn indertijd – in overleg – vier groepen elders overgebracht. Als een aanvraag gehonoreerd wordt, moet men zich ervan bewust zijn dat dit consequenties heeft. De heer Hooijsma merkt op dat in 2015-’16 De Kabas is doorverwezen naar de huidige Steven; daar is een oplossing voor gevonden. Nu is het zaak eerst de lijst in het IHP af te werken en daarna te kijken welke ruimte er nog is dit beleid te verwezenlijken. Andere zaken qua leegstand honoreren terwijl De Kabas nog op twee locaties zit, zou wrang zijn. De heer Peters merkt op dat het ook aan schoolbesturen is hoe hiermee om te gaan. Het zou voor De Korendrager zeer ongelukkig zijn om één groep permanent elders te huisvesten. Hij zou het college willen voorstellen de ingediende aanvraag toch te honoreren. De heer De Groot meldt dat de druk op De Korendrager steeds groter wordt. Intern zijn er geen mogelijkheden en men heeft bij voorkeur permanente huisvesting. Men ziet op termijn ook mogelijkheden voor kinderopvang aldaar. Vraag is of de financiële ruimte die er is bij de reserve al dan niet voldoende is. Als het niet anders kan, gaat men liever met twee i.p.v.
één groep naar De Steven, om zo ruimte in De Korendrager te krijgen. De school zou blij zijn met een akkoord op de ingediende aanvraag om zo het probleem aan te pakken. Hij vraagt de instemming van dit platform. Wethouder Haarsma licht toe dat college en raad het IHP hebben vastgesteld. Het moet helder zijn dat het bedrag dat nu wordt gevraagd voor volgend jaar, de ontwikkelingen rond De Kabas niet in de weg mogen staan. Misschien zou Menaldum, gepland voor 2023 of 2024, wel moeten opschuiven. Daarmee moet nog worden begonnen en realisatie in 2023 is niet aan de orde. Elk jaar komen er aanvragen, maar als er echte knelpunten zijn, moet daar iets aan worden gedaan. Getracht wordt alles binnen het budget te realiseren. Het honoreren van aanvragen kan echter gevolgen hebben voor de langere termijn. De heer De Groot deelt mee dat men in Menaam al twee jaar bezig is met ruimte; het is ook daar een nijpende situatie en men wacht op nieuwbouw. Plan is nu om van de personeelskamer een lokaal te maken; personeel moet dan koffiedrinken op de gang. Hij ziet een groei van het aantal leerlingen en misschien is binnen de gemeente toch nog geld vrij te maken. Wethouder Haarsma merkt op dat men op zoek is naar 4 miljoen. Het grote bedrag (2,3 miljoen) voor Menaam kan in 2023 nog niet worden uitgegeven. De heer De Groot merkt op dat leden van de MR dit ook aangaven.
De school koerst echter nog steeds aan op 2023. De heer Peters verduidelijkt dat het hele proces van planologische procedures, enz. nog gevolgd moet worden en dat is niet klaar in 2024. Het plan is destijds van 2025 naar 2023 gehaald, i.v.m. de plannen voor multifunctionele accommodatie. Die combinatie is wat losgelaten. Ook bij realisatie in 2024 zou afschrijving pas lopen in 2025. Dan zijn ook pas de middelen nodig. Hierdoor is er 1 à 2 jaar ruimte om de investeringen voor bijvoorbeeld De Korendrager te dragen. Het IHP zou eigenlijk eens per twee jaar financieel qua planning bijgesteld moeten worden. Wethouder Haarsma merkt op dat als het OOGO dit wenst, dit mogelijk is. De BMS steunt het verhaal; het is niet prettig verwezen te worden naar een andere school. Als het consequenties heeft dat door de bouwplannen van de BMS de plannen van De Kabas zouden opschuiven, heeft men daar problemen mee. Wethouders Haarsma begrijpt dit, maar merkt op dat dit niet aan de orde is. 4. Conceptprogramma onderwijshuisvesting 2022 Bijgaand conceptprogramma is nog niet aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd en is mede afhankelijk van het standpunt dat met betrekking tot agendapunt 3 wordt ingenomen. Voorstel: instemmen 2
De heer Peters geeft een toelichting op het conceptprogramma en de ingediende aanvragen. Het college moet nog instemmen met dit concept. M.b.t. de aanvraag Fûgelsang, in combinatie met Lyts Libben: beide scholen zouden gezamenlijk recht hebben op 81 m2. Dat zou een permanente uitbreiding kunnen zijn. De school vraagt de gemeente de kosten van het door hen zelf geplaatste noodlokaal over te nemen. Als dat lokaal als permanent beschouwd kan worden, kan de gemeente dat wel doen. Daarnaast is er geen recht meer op de 67m2. De heer De Groot merkt op dat het noodlokaal prima voor permanente huisvesting kan doorgaan. Wethouder Haarsma heeft er geen problemen mee, als beide scholen dit zo aangeven. De heer Hooijsma vraagt naar de extra groepsruimte die De Korendrager in 2016 bekostigd heeft gekregen. Die kon worden gebruikt voor kinderopvang en wordt nu gekort op het totale aantal? De heer Peters licht toe dat De Korendrager in overleg met de gemeente die groepsruimte uiteindelijk zelf heeft betaald. De heer Hooijsma twijfelt of de in het IHP genoemde oppervlakte van De Korendrager 1.416 m2 is. De heer Peters zegt dat dit inderdaad niet klopt. Er is een nieuwe NEN-meting uitgevoerd; het oppervlak is kleiner. De NEN-meting wordt bij de stukken gevoegd. Scholen mogen zelf een NENmeting laten uitvoeren als zij dit wenselijk vinden.
De heer Hooijsma vindt het lastig dat de cijfers niet goed zijn vermeld. Dit geeft geen juist beeld. Wethouder Haarsma vraagt of de indruk bestaat dat het vaker voorkomt dat cijfers niet juist zijn. Als het nodig is, kan bij twijfel een NEN-meting worden gedaan. Wethouder Haarsma vraagt of de vergadering het conceptprogramma onderschrijft, zodat het richting college kan. Mocht het college toch anders besluiten, dan kan dit opnieuw worden besproken. Besluit: de vergadering stemt in met het programma. 5. Verordening onderwijshuisvesting Op 24 maart van dit jaar is de aangepaste verordening onderwijshuisvesting aan de schoolbesturen toegezonden. Hierop is van de Bisschop Möller Stichting een reactie ontvangen. Een deel van die opmerkingen is verwerkt in het bijgevoegde exemplaar van de verordening (zichtbaar via “wijzigingen bijhouden”). Van een aantal opmerkingen is het wenselijk om deze in het OOGO te bespreken en een standpunt in te nemen. (Zie “reactie op opmerkingen Bisschop Möller Stichting”). Voorstel: standpunt innemen t.a.v. de openstaande opmerkingen van de Bisschop Möller Stichting. 1. Algemeen. Discussie over Total Cost of Ownership. Wethouder Haarsma vraagt of dit voor deze bijeenkomst is, of dat dit in een project besproken wordt. De heer Peters licht toe dat dit punt is toegevoegd aan de verordening om ruimte te creëren.
De heer Hooijsma geeft aan waarom hij dit punt heeft opgevoerd. Met name bij nieuwbouw kan het verantwoorden van bijdragen door de school lastig zijn richting accountant. Bij total cost of ownership weet je van tevoren niet waar je precies aan toe bent; de berekening komt later. Hoe gaan we hiermee om? De heer Peters merkt op dat de gemeente heeft gekozen voor samenwerking met Stichting Maatschappelijk Vastgoed om zoveel mogelijk projecten mogelijk te kunnen maken. Deze stichting bouwt alleen energieneutraal en daardoor ben je gehouden te kiezen voor total cost of ownership. Op een ander moment is discussie over de bijdrage van het schoolbestuur en of dat redelijk is, wel mogelijk. De heer Hooijsma is van mening dat een schoolbestuur van tevoren moet weten waar het aan toe is en daarin ook keuzes kan maken. Als door de keus voor deze stichting total cost of ownership van toepassing is en een school moet flink bijdragen, hetzij vooraf, hetzij in huurprijs, is dat lastig te verantwoorden richting een accountant. Hij weet niet of een bepaalde bijdrage past of niet past. Is de keus voor total cost of ownership niet van invloed op het doorgaan van een project? 3
Wethouder Haarsma merkt op dat vanaf het begin bekend was dat bij energieneutraal bouwen een bijdrage van schoolbestuur gevraagd zou worden, ook om alle aanvragen te kunnen honoreren. Die bijdragen van scholen zijn in de berekening meegenomen. Anders klopt het financiële plaatje van de gemeente betreffende IHP en wensen niet. De heer Peters merkt op dat een bijdrage in huur een berekende bijdrage is. De stichting zal met een voorstel voor een prijs per m2 komen. Daarover is discussie mogelijk op het moment dat men met het project verdergaat. Als een schoolbestuur niet wil bijdragen, heeft dit ook gevolgen voor realisatie van de overige projecten. De heer Visser denkt dat deze discussie in het project gevoerd moet worden; niet nu. Het gaat erom hoe daar de kosten worden verdeeld. Gesprek met de gemeente is daar toch mogelijk? Wellicht leidt het werken met deze stichting en hun wijze van financieren ertoe dat de exploitatie gunstiger uitvalt. De heer Peters vult aan dat schoolbesturen dan ook geen kosten meer hebben voor gas, elektra enz. en ook onkosten voor onderhoud van installaties zullen niet meer van toepassing zijn voor de school. Wethouder Haarsma vraagt of dit punt zo voldoende beantwoord is. De heer Hooijsma is van mening dat een nieuwbouwproject in ieder geval moet kunnen doorgaan, zonder forse verplichtingen vooraf. BMS wil hierin graag meegaan en het een kans geven.
Het blijft lastig een verplichting vooraf te hebben, zonder te weten hoeveel het gaat kosten. 2. Waarom stelt gemeenteraad per project definitief het budget vast? Dat is een taak van het college. Dualisering. Verder in de verordening wordt dit ook aangehouden. Wethouder Haarsma licht toe, waarom hiervoor gekozen is. Als bedragen binnen budget vallen, hoeft het geen probleem te worden. Het punt wordt besproken. Besloten wordt aan te geven in dit verslag, dat in het kader van de wet dualisering twee bestuurders een opmerking hebben gemaakt over de verdeling van taken van gemeenteraad en college. 3. Art. 23. Bij lid 2. Dit artikel is boterzacht geformuleerd. En biedt geen bescherming aan een IKC. Ik zou graag zien dat ruimte voor opvang en zorg beter beschermd wordt. De heer Hooijsma geeft een korte toelichting. We willen voorkomen dat een IKC ‘eruit gedrukt’ wordt, maar de formulering hiervoor is nog ‘zachter’ dan in een eerder verslag (juni vorig jaar). Wethouder Haarsma merkt op dat een school is gebouwd voor onderwijs en is betaald door de gemeente. Indien er een commerciële partij in een schoolgebouw zit, zal men hiermee in gesprek moeten als er bijvoorbeeld bijgebouwd moet worden bij groei. Deze tekst in de verordening biedt opties om indien nodig in overleg te gaan, om de beste oplossing voor alle partijen te vinden.
De heer Hooijsma denkt dat het binnen de regelgeving organiseren door middel van een vaststellingsovereenkomst ook een mogelijkheid is, als de gemeente daaraan zou willen meewerken. Wethouder Haarsma stelt voor de tekst zo te laten en als de situatie aan de orde is, daarover te praten. De vergadering stemt hiermee in. 4. Bijlage III, A.1.5. Blz. 28/55. Nulmeting toevoegen waar de school op 1-1-2015 voor was ingericht. De heer Peters beaamt dat er een nulmeting zou moeten zijn voor hoeveel groepen een school ooit is ingericht. Of dat er is, is iets om uit te zoeken, maar het heeft niet hoogste prioriteit. De vergadering gaat ermee akkoord dat het wordt onderzocht, maar nu niet de hoogste prioriteit heeft. Wethouders Haarsma geeft aan dat het verslag van dit overleg aan eenieder ter beoordeling zal worden voorgelegd en daarna met de verordening naar college en raad gaat. 6. Rondvraag en sluiting De heer Hooijsma heeft een vraag over de jaarlijkse actualisatie IHP. Wordt dit alvast ingepland voor het volgende OOGO, oktober-november? 4
Wethouder Haarsma merkt op dat dit eigenlijk de OOGO-vergadering voor dit jaar was. Als het college met een afwijkend standpunt komt n.a.v. de voorstellen, wordt nog een overleg gepland in oktober-november. In het najaar worden raad en OOGO in ieder geval in een memo op de hoogte gebracht van besluitvorming rond projecten e.d. met onderwijsgeld. Wethouder Haarsma bedankt de aanwezigen voor het constructieve overleg. Het was jammer dat niet iedereen aanwezig was. De vergadering wordt gesloten om 16.50 uur.
5