Uitgangspuntennotitie accommodatiebeleid
Tekst van het document
‘Mei inoar sterk’ Accommodatiebeleid gemeente Waadhoeke
Uitgangspuntennotitie Ter bespreking in de kernsessie van 15 april 2025
Inleiding In deze uitgangspuntennotitie bespreken we kort de achtergronden bij het maken van het accommodatiebeleid, en de hooflijnen - zo u wilt principes - die we daarbij hanteren. Deze hoofdlijnen verkennen we door ze in een kernsessie aan u voor te leggen, alvorens ze in een beleidstekst, met uw aanwijzingen, verder uit te werken, aan te passen en aan te vullen. Om iets over het beleid te kunnen zeggen is het eerst nodig om dit te definiëren en af te bakenen. Wat verstaan we onder een accommodatie? Een accommodatie is een gebouw en/of terrein, een (sport)veld of speelplek. De afbakening van het beleid ➢ Welke accommodaties passen in ons beleid? Dat zijn de accommodaties waar de gemeente op enige wijze (mede)verantwoordelijk voor is: 1e omdat de gemeente (juridisch) eigenaar is, en/of 2e omdat de gemeente de accommodatie of de activiteiten met subsidie ondersteunt, of vanwege het maatschappelijk belang van die activiteiten. ➢ Om welke activiteiten gaat het? Het gaat om de sectoren sport, cultuur, welzijn en gezondheid, om recreatieve of educatieve activiteiten in de vrije tijd en om ontspanning en ontmoeting. De activiteiten worden in veel gevallen door vrijwilligers georganiseerd (professionals zijn ondersteunend).
➢ Wat valt wel en wat valt niet in het beleid? De zwembaden en de publieke ruimte van de professionele zorg- en welzijnsorganisaties die niet geschikt zijn voor multifunctioneel gebruik of medegebruik vallen buiten de reikwijdte van dit accommodatiebeleid. De bibliotheekgebouwen betrekken we wél in het accommodatiebeleid, althans waar het gaat om de locatie en de ruimte. Ditzelfde geldt voor de schoolgebouwen. Voor de scholen zijn er eigen beleidskaders, het Integraal Huisvestingsplan en de onderwijsvisie. De schoolgebouwen kunnen op onderdelen in het onderzoek meegenomen worden, bijvoorbeeld daar waar koppelkansen zijn voor het medegebruik van ruimte buiten schooltijd. Tot slot wordt er op dit moment een kerkenvisie voor de gemeente Waadhoeke gemaakt. Het kan zijn dat we ook vrijkomende kerkgebouwen die geschikt zijn - of worden - voor maatschappelijke activiteiten in ons beleid betrekken. ✓
Het accommodatiebeleid gaat dus over: sporthallen en gymzalen, sportterreinen en -velden, speelplekken, musea, podia, dorps- en buurthuizen, MFA’s/MFC’s en clubhuizen.
Waarom accommodatiebeleid? Sociale, culturele en sportieve activiteiten dragen bij aan het welbevinden en de gezondheid van onze inwoners, aan het gevoel van saamhorigheid dat zij ervaren en dankzij deze activiteiten kan ook sociaal isolement worden tegengegaan. Voor deze activiteiten is er behoefte aan onderdak, aan ruimte. Via de activiteiten die er plaatsvinden dragen accommodaties dus bij aan de leefkwaliteit van een dorp, wijk, kern of gebied.
2
Trends en ontwikkelingen hebben gevolgen voor het gebruik van, en de behoefte aan gebouwen, terreinen en velden. Te denken valt aan demografische ontwikkelingen of economische veranderingen. Ook trends in vrijetijdsbesteding, in sport en bewegen, in cultuur beleven, en in ontmoeting en ontspanning zijn van invloed op het gebruik van ruimte binnenshuis én in de buitenruimte. Een paar voorbeelden: sinds jaren neemt het aantal mensen dat lid is van een sport- of culturele vereniging af. Het aantal vrijwilligers dat bereid is te helpen met het beheer en onderhoud van de gebouwen en velden staat onder druk. Bestuursleden voor verenigingen en stichtingen zijn steeds moeilijker te vinden. In de beleidstekst lichten we deze ontwikkelingen toe en gaan we in op de gevolgen die deze ontwikkelingen hebben voor de sport-, culturele en welzijnsaccommodaties. Naast het veranderend gebruik van (en de behoefte aan) accommodaties zijn er technische redenen om aan de slag te gaan met het maken van beleid: het is immers noodzakelijk om de gebouwen te verduurzamen, en ook zijn er vraagstukken rondom het beheer die om een oplossing vragen.
Het doel van accommodatiebeleid Het doel van integraal accommodatiebeleid is: 1e het bepalen van uitgangspunten waarmee we onderbouwde keuzes kunnen maken over individuele en groepen accommodaties; 2e het beheer van onze gebouwen, terreinen en (sport)velden baseren op een langetermijnvisie; en 3e het realiseren en in stand houden van voldoende, kwalitatief goede, bereikbare, duurzame en toekomstbestendige accommodaties in Waadhoeke. Integraal beleid Accommodatiebeleid heeft veel raakvlakken met ander beleid; in de beleidstekst werken we een overkoepelende visie verder uit. Ons inziens zou het beleid niet alleen over sport-, of culturele of welzijnsaccommodaties moeten gaan, maar zou het over alle accommodaties moeten gaan. Plannen die we maken voor sportaccommodaties kunnen immers niet los gezien worden van de plannen die we maken voor andere accommodaties. Beleidsterreinen waar accommodatiebeleid mee verwant is zijn: sport en speeltuinen, cultuur, dorps- en buurthuizen, gezondheid en sociale basis, duurzaamheid en de omgevingsvisie. Voorbeeld: in het gezondheidsbeleid wordt gewezen op de gezondheidsaspecten van sociale, sportieve en culturele activiteiten. Er is namelijk gezondheidswinst is als mensen anderen ontmoeten, meer bewegen of cultuur beleven.
Participatie Bij de totstandkoming van de uitgangspuntennotitie zijn gesprekken gevoerd en bijeenkomsten georganiseerd met verschillende organisaties die betrokken zijn bij het accommodatiebeleid. Daarnaast is een publiekssessie georganiseerd met inwoners, dorpshuizen, verenigingen en andere maatschappelijke organisaties. Al deze informatie heeft bijgedragen aan het opstellen van de beleidsdoelen. In de bijlage zijn verslagen van de bijeenkomsten bijgevoegd. Tot slot is een interne ambtelijke werkgroep opgericht om de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen te waarborgen en het beleid vorm te geven.
3
Beleid en uitvoering Na de vaststelling van de beleidstekst gaan we aan de slag met het maken van uitvoerings- of accommodatieplannen en (als deze er nog niet zijn) beheerplannen. Dit doen we per dorp of kern. De uitvoering van het beleid gebeurt gefaseerd. Wat doen we eerst? ✓
De keuzes over prioritering bepalen we op basis van locatie, inrichting en uitrusting, bezettingsgraad, staat van onderhoud en de kosten en opbrengst van verduurzaming.
4
Inventarisatie De accommodaties die we in ons beleid betrekken zijn geïnventariseerd. In totaal zijn er 290 accommodaties die vallen binnen de definitie van ons beleid. Hieronder staan ze op een rij. Het gaat dus om gebouwen, terreinen, velden en plekken voor sport, cultuur en welzijn.
Type accommodatie Bibliotheek Cultuur (musea en theater) Muziek(verenigings)gebouw Dorpshuis/buurthuis/MFA/MFC Jeugdsoos Atletiekbaan Gymzaal IJsbaan Kaatsveld Kanosport Korfbalveld Omnisport Paardensport Sport overig Sporthal Tennisbaan Voetbalveld en verenigingsgebouw Speeltuin Schoollocatie
Aantal 3 9 4 31 1 1 18 12 31 1 2 3 3 6 3 12 16 98 36
Totaal
290
In de beleidstekst zullen we op basis van het overzicht dat we hebben gemaakt ook inzicht geven in het juridisch eigendom, het beheer en de exploitatievorm per accommodatie.
5
Analyse Landelijk is er een daling zichtbaar in de ledenaantallen van verenigingen. Steeds meer mensen kiezen ervoor om zelfstandig - niet in verenigingsverband - te sporten, bijvoorbeeld in de vorm van hardlopen of fitness. Een groeiend probleem bij verenigingen is het tekort aan vrijwilligers. Steeds minder mensen melden zich aan voor vrijwilligerstaken. Dit zet de organisatiekracht van verenigingen onder druk. Vooral bestuurlijke functies zijn moeilijk te vervullen. Dit heeft gevolgen voor het gebruik van (en de behoefte aan) accommodaties. Tegelijkertijd zijn er steeds meer ouderen. Dit is een steeds grotere doelgroep voor activiteiten op het gebied van sport, cultuur en welzijn. Tegenover de groei van het aantal ouderen staat een afname van het aantal jeugdigen. In sommige dorpen verdwijnen basisscholen door te kleine leerlingaantallen. Deze ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de deelname aan sport en cultuur door jeugdigen, en daarmee voor het gebruik van gymlokalen voor het bewegingsonderwijs. De kosten van beheer en onderhoud van gebouwen en velden stijgen. De energiekosten drukken behoorlijk op de begroting. Als gevolg van stijgende prijzen staat de toegankelijkheid van deelname aan sport, cultuur en welzijn onder druk.
De gemeentelijke bestedingen op het gebied van buitensport zijn scheef: sommige sporten ontvangen (indirect) veel meer gemeentelijke subsidie of financiële steun dan andere. Deze ongelijkheid is historisch zo gegroeid, maar het lijkt in tijden van krapte niet onredelijk om vanwege de toegankelijkheid van de sport kritisch naar deze ongelijkheid te kijken. Van sommige accommodaties is de bezettingsgraad laag. Ook is er sprake van overcapaciteit, met name bij de binnensportaccommodaties (gymzalen en sporthallen). Veel van deze gymzalen en sporthallen zijn bovendien aan het einde van hun levensduur en toe aan renovatie of vervanging. Bij de aanleg en inrichting ervan kregen verenigingen destijds vaak een eigen accommodatie. We merken dat deze eigen accommodatie steeds vaker ‘knelt’ om redenen die we hierboven noemen. Een oplossing kan zijn: de accommodatie niet alleen voor leden maar voor alle inwoners toegankelijk maken. Andere mogelijkheden zijn clustering of multifunctioneel gebruik van ruimte. Clustering is het op één locatie samenbrengen van meerdere accommodaties; multifunctioneel gebruik is het delen van ruimte in één accommodatie.
6
Leidende principes Een goede bezettingsgraad, geografische spreiding, nabijheid en bereikbaarheid, toegankelijkheid en eenduidigheid in beheer, en de noodzaak (en mogelijkheid) van verduurzaming zijn criteria op basis waarvan wij besluiten nemen over de toekomst van accommodaties. ✓
We zetten in op kwalitatief goede, bereikbare, duurzame en toekomstbestendige accommodaties.
We zijn ons ervan bewust dat de verantwoordelijkheid of betrokkenheid die we als gemeente hebben per accommodatie anders kan zijn. Binnen de leidende principes van ons beleid is accommodatiebeleid daarom boven alles ook maatwerk.
Goede bezettingsgraad
Ruimte is schaars en energie is duur. Een goede bezettingsgraad is een eerste vereiste voor gemeentelijke ondersteuning bij de instandhouding van een gebouw, veld of terrein. Wat er onder ‘goed gebruik’ of ‘goede bezettingsgraad’ verstaan kan worden verschilt per accommodatie en de activiteiten die er plaatsvinden. Het kan zijn dat voor het behoud van kwaliteit clustering van activiteiten en accommodaties nodig is, waarbij het totale aantal accommodaties zal dalen. Een lage bezettingsgraad, of zelfs leegstand, moeten we tegengaan.
Toegankelijkheid voor alle inwoners
Een belangrijk principe is dat gebouwen, velden en terreinen voor iedereen toegankelijk moeten zijn. ✓
Alle accommodaties zijn er voor alle inwoners.
Toegankelijkheid kent drie componenten: De eerste is de fysieke toegankelijkheid die mensen met een beperking bijvoorbeeld kan belemmeren. De tweede is de financiële toegankelijkheid, waarbij je kunt denken aan de entreeprijzen, of het lidmaatschap van een vereniging. De derde vorm van toegankelijkheid is laagdrempeligheid, dat gaat over ‘ervaren’ drempels bij bezoekers of deelnemers. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om belemmeringen die er kunnen zijn als het gaat om sociale veiligheid en of mensen zich welkom voelen.
Geografische spreiding sluit aan bij de behoefte
Net als over de bezettingsgraad is er over de geografische spreiding een principe-uitspraak te doen (in de tekst hierna formuleren we bijbehorende beleidsdoelen). De geografische spreiding van accommodaties moet aansluiten bij de behoefte aan de activiteiten en bij de reisbereidheid die er voor die activiteiten is. Cijfers uit eigen en landelijk onderzoek geven hiervoor aanwijzingen op basis waarvan we kunnen sturen. Bij een goede geografische spreiding van accommodaties letten we daarom op de nabijheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van activiteiten. Per activiteit zijn deze criteria anders; zo moeten er speelplekken op loopafstand van school of thuis zijn, maar kan een sporthal op grotere afstand te vinden zijn, omdat de reisbereidheid hiervoor aanzienlijk groter is.
7
Doordat het aantal ouderen groeit is een centrale ontmoetingsplek in dorpen en kernen steeds belangrijker. Ouderen zijn immers vaak minder mobiel dan jongere mensen en hebben meer behoefte aan laagdrempelige ontmoetingsplekken (want: meer vrije tijd). Doordat het aantal ouderen groeit is een centrale ontmoetingsplek in dorpen en kernen juist voor deze groep steeds belangrijker. Ouderen zijn immers vaak minder mobiel dan jongere mensen en hebben meer behoefte aan laagdrempelige ontmoetingsplekken (want: meer vrije tijd). Op de laatste pagina’s van deze notitie brengen we de geografische spreiding van de accommodaties in beeld. Op de eerste kaart zijn de sportaccommodaties en de culturele accommodaties ingetekend, en op de tweede kaart staan de schoollocaties en de vestigingen van de bibliotheek. We weten dat de dorpshuizen, net als de sportaccommodaties, gelijkmatig verspreid zijn over de hele gemeente. De culturele accommodaties daarentegen concentreren zich met name in Franeker. Het betekent niet dat er geen culturele activiteiten in de dorpen plaatsvinden, integendeel. Culturele verenigingen, zoals de muziekkorpsen, toneelverenigingen en koren, hebben minder vaak een eigen onderkomen dan sportverenigingen. Zij huren vaker ruimte in bijvoorbeeld een dorpshuis.
Uniform beheer
Verschillen in overeenkomsten voor huurders en gebruikers betekent rechtsongelijkheid. In Waadhoeke zijn veel contracten na de herindeling nog niet geharmoniseerd. Dit moet worden aangepast; waar dat nodig is moeten er nieuwe overeenkomsten komen. Ook de exploitatie van accommodaties kent verschillende vormen. Ook hier werken we aan uniformiteit.
Verduurzaming van accommodaties
De gemeente Waadhoeke heeft een hoog ambitieniveau op het terrein van duurzaamheid; in 2040 zijn we een energieneutrale gemeente; we gebruiken dan niet meer energie dan we duurzaam opwekken. Dat betekent dat in 2040 alle gebouwen duurzaam geïsoleerd zijn en geen fossiele brandstoffen meer gebruikt worden voor elektriciteit en warmte. Gebouwen worden natuurvriendelijk geïsoleerd en gebouwd. Daarnaast streven we naar een circulaire economie in 2050. Dat betekent ook dat er circulair gebouwd en verbouwd wordt. Daarnaast willen wij een voorbeeld zijn in duurzaam handelen. Wij hebben als lokale overheid een belangrijke voorbeeldrol in de energietransitie.
Eerlijke verdeling van middelen
De gemeentelijke bestedingen voor de accommodaties voor sport, cultuur en welzijn zijn scheef. Dit is historisch zo gegroeid. We gaan onderzoeken of de beschikbare middelen anders - gelijker - verdeeld kunnen worden. Voorbeeld: sommige sporten ontvangen (indirect) veel meer gemeentelijke subsidie of financiële steun dan andere. Gezien de toegankelijkheid van alle sporten voor alle inwoners is het redelijk deze ongelijkheid kritisch te beoordelen. In de tekst hieronder werken we deze hoofdlijnen uit in meer concrete beleidsdoelen.
8
Beleidsdoelen - Gebouwen Clustering van activiteiten
Als het gebruik van accommodaties niet optimaal is streven we naar het bij elkaar brengen van gebouwen. Uit onderzoek kan naar voren komen dat er knelpunten zijn, bijvoorbeeld doordat een gebouw een lage bezettingsgraad heeft. Dit kan tot gevolg hebben dat er onvoldoende leden of vrijwilligers zijn die kunnen helpen met het beheer. In dat geval onderzoeken we of clustering met nabije accommodaties een optie is. Het mengen van functies (sport, welzijn, cultuur) kan daarbij nodig zijn.
Multifunctioneel gebruik
Door breed te kijken naar de accommodaties in een dorp of kern komen ook andere accommodaties dan het dorpshuis in beeld als de centrale ontmoetingsplek van het dorp. Zo kan het gebouw op het sportpark ook de centrale ontmoetingsplek zijn. Deze gedachte past in het streven naar grotere toegankelijkheid van de sportparken ook voor niet-leden. Als er knelpunten zijn in het gebruik van ruimte: door dreigende leegstand of juist door een groeiende behoefte aan ruimte, dan is multifunctioneel gebruik een kans om de levendigheid van een dorp of kern te behouden of te verbeteren. Behalve de sportaccommodatie kan ook een kerk of het dorpscafé deze centrale ontmoetingsplek zijn waar meerdere soorten activiteiten samenkomen. Daarbij kan samenwerking leiden tot ledengroei en aanwas van vrijwilligers en bestuurders. De betrokkenheid van inwoners neemt toe. Er zijn dorpen waar deze verandering al plaatsvindt (Deinum, Froubuurt, Sint Anna, Minnertsga), of in ontwikkeling is (Ouwe Syl, Tzummarum).
De capaciteit sluit aan bij de behoefte
Dit beleidsuitgangspunt is van toepassing op alle accommodaties voor cultuur, welzijn en sport, maar bij de sporthallen en gymlokalen zijn op dit moment de meeste knelpunten bekend. Een korte toelichting: Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat er in Waadhoeke een overcapaciteit aan sporthallen is. Ook worden niet alle sporthallen overdag gebruikt, omdat deze niet geschikt zijn voor bewegingsonderwijs. Daarnaast zijn het oude gebouwen die niet duurzaam zijn, veel onderhoud vragen en hoge kosten met zich meebrengen voor exploitatie en verduurzaming. Optie 1: Sporthallen op drie locaties behouden en de totale capaciteit verminderen en geschikt maken voor bewegingsonderwijs. Dit heeft tot gevolg dat omliggende gymzalen kunnen worden afgestoten. Optie 2: Sporthallen op twee locaties behouden en één sporthal afstoten. De sporthallen met vrijkomend budget geschikt maken voor onderwijs en andere activiteiten, zoals cultuur, om de bezettingsgraad te verhogen. Mogelijk een nieuwe gymzaal realiseren nabij de afgestoten sporthal. Gymlokalen: Er zijn 18 gymlokalen in Waadhoeke. Bij een aantal is de bezettingsgraad laag. Alle gebouwen moeten worden verduurzaamd. Hierbij gaan we na of het wenselijk of noodzakelijk is om alle gymzalen te behouden.
9
Gefaseerd worden alle gymzalen getoetst op de aanwezigheid en prognose van het bewegingsonderwijs, de bezettingsgraad door andere gebruikers dan het onderwijs, de kosten en opbrengst van verduurzaming en de eventuele vervangende accommodatie in de nabijheid. De uitkomst van deze toetsing bepaalt of de gymzaal wordt afgestoten, of dat we deze behouden en gaan verduurzamen.
Duidelijke kaders voor beheer en onderhoud
We onderscheiden hier drie subdoelen: 1e Harmonisatie van overeenkomsten Overeenkomsten zijn vaak verouderd, nog met de oude gemeenten afgesloten en dus weinig uniform. (Huur)overeenkomsten worden vernieuwd. Via een vast format worden afspraken vastgelegd. We onderzoeken of een hogere huur via een subsidie aan de huurder (gedeeltelijk) kan worden gecompenseerd. 2e Hanteren van uniforme tarieven Op dit moment worden accommodaties voor verschillende tarieven verhuurd. De tarieven voor de verhuur van accommodaties worden per type accommodatie uniform en waar nodig aangepast aan een systeem van huurdifferentiatie. 3e Exploitatie van binnensportaccommodaties in eigen regie Binnensportaccommodaties (gymzalen en sporthallen) worden op dit moment door verschillende partijen geëxploiteerd. Hierdoor is het exploiteren van accommodaties versnipperd en is er niet altijd een goede inhoudelijke afstemming. Het gevolg is een inefficiënte exploitatie, hogere beheerlasten en de bedrijfsvoering is minder professioneel en kwetsbaar. Om die reden kiezen we ervoor alle gemeentelijke binnensportaccommodaties onder te brengen in een intern of extern verzelfstandigd sportbedrijf.
Accommodaties zijn duurzaam
Bij alle nieuwbouw of verbouw toetsen we aan de hand van een vast stappenplan aan de duurzaamheidsagenda. We gaan uit van duurzaam, circulair en natuurvriendelijk beheer en onderhoud en goed gebruik van een gebouw. Ook het slopen ervan gaat op duurzame wijze. Veel van de gesubsidieerde culturele organisaties (musea, Planetarium, muziekschool) zijn gehuisvest in onze eigen gebouwen. Dit zijn oude gebouwen, vaak met een monumentale status, waar verduurzaming een ingewikkelde opgave is. Ook bij deze gebouwen is de leidraad: locatie, inrichting en uitrusting, bezettingsgraad, staat van onderhoud en de kosten en opbrengst van verduurzaming. Aanvullend is de cultuur-historische waarde van een gebouw een wegingsfactor. Met maatwerk kiezen we voor passende oplossingen.
10
Beleidsdoelen - Velden, banen en terreinen Sportvelden zijn van natuurgras
Bij de aanleg en het onderhoud van sportvelden hebben wij een brede afweging te maken. Niet alleen de eisen en wensen van gebruikers m.b.t. de bespeelbaarheid, maar ook onze doelen op het gebied van duurzaamheid en gezondheidsaspecten zijn voor ons belangrijke wegingsfactoren. Om het milieu zo min mogelijk te belasten, blessures bij spelers te voorkomen of te beperken - en niet in de laatste plaats uit financiële overwegingen leggen we natuurgrasvelden aan. ✓
Onze sportvelden zijn van natuurgras.
“Onze sportvelden zijn van natuurgras en kunstgras als het moet”, zo staat het omschreven in het sportbeleid. Dit betekent dat wij alleen sportvelden aanleggen en onderhouden vanuit de definitie van natuurgrasvelden; velden met een 100% natuurlijke opbouw, versterkte natuurvelden met een WeTra constructie en versterkte natuurvelden met een hybride constructie. Wij zullen alleen kunstgrasvelden aan (laten) leggen als dit aangetoond en objectief noodzakelijk is vanuit de combinatie van ‘benodigde capaciteit in uren’ en ‘beschikbare capaciteit op de velden’ op het gehele sportpark. Bij de behoeftebepaling hanteren we de objectieve KNVB-norm als uitgangspunt voor de bespeelbaarheid van de velden. Volgens een recente analyse is er op dit moment geen noodzaak om kunstgrasvelden aan te leggen.
Alle buitensportaccommodaties zijn ‘open’
De gemeente zet erop in dat mensen meer bewegen, o.a. met het inrichten van een beweegvriendelijke omgeving. Sportparken zijn hiervoor een inspirerende omgeving. Om buitenspelen, ontmoeten en bewegen te stimuleren gaan we sportparken open stellen voor alle inwoners. Een ‘open sportpark’ is een sportieve ontmoetingsplek, toegankelijk voor inwoners en bezoekers. Het sportpark integreert in de openbare ruimte waarin groene structuren zijn aangelegd. Speelplekken (speeltuinen en sport- en beweegfaciliteiten in de openbare ruimte) hebben een belangrijke functie in dorpen en kernen. Speelplekken zorgen voor ontmoeting en motiveren alle leeftijdsgroepen om (meer) te gaan bewegen en daarom gaan we ze fysiek ‘verbinden’ aan andere accommodaties. Het onderhoud wordt op niveau gebracht en er komen middelen voor de aanleg, beheer en onderhoud voor beweeg- en sportfaciliteiten (pannakooi, pumptracks, multicourt, beweegroutes). Op sommige plekken zijn er bijvoorbeeld (te) veel speelplekken in een klein gebied. Voor de aanleg, het beheer en onderhoud van speelplekken stellen we daarom criteria op aan de hand waarvan we onderbouwde keuzes kunnen maken over aantallen, spreiding en reikwijdte.
Duidelijke kaders voor beheer en onderhoud
Bij meerdere verenigingen bestaat er onduidelijkheid over het beheer en onderhoud; wat doet de gemeente, en wat moet de vereniging doen? Ook doet de ene vereniging meer zelf dan de andere en sommige verenigingen lukt het niet om de werkzaamheden op een voldoende niveau uit te voeren. De inzet van vrijwilligers staat onder druk. Om dit beter te organiseren bieden we elke vereniging eenzelfde basispakket onderhoudstaken aan. Aan de hand van een keuzemenu geeft de vereniging aan welke onderdelen zijzelf uitvoert en welke onderdelen zij
11
tegen betaling door de gemeente wil laten uitvoeren. Per type accommodatie wordt dit keuzemenu samengesteld. Jaarlijks wordt er samen met de betrokken vereniging een schouw uitgevoerd om na te gaan of het gewenste onderhoudsniveau is gehaald en of een aanpassing van de afspraken nodig is.
12
Monitoring en evaluatie Het accommodatiebeleid maken we voor een langere periode. De komende tien jaar – of langer – gaan we ermee aan de slag. De uitvoering gebeurt gefaseerd. Beleid is nooit statisch; er zijn altijd ontwikkelingen (intern en extern) op basis waarvan het nodig is het beleid tussentijds bij te stellen. In de beleidstekst geven we ook aan op welke wijze we het beleid zullen monitoren, aanpassen, en erover zullen rapporteren.
13
De geografische spreiding van accommodaties
14
15