CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie Bodemvisie 2020 concept 20200975

Kernsessie 2 februari 2021, gemeente waadhoeke5.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Op weg naar een Bodemvisie Startnotitie

Foto: Waadhoeke Bútendyks Noorderleech

Datum: 19-2-2020 (concept) Afdeling: Omgeving Behandelend ambtenaar: Doede Machiela Portefeuillehouder: Jan Dijkstra

1

Inhoudsopgave

Hoofdstuk

pagina

Inhoudsopgave

2

1. Introductie en definitie

3

2. Opdracht en doelstellingen

4

3. Huidige situatie en opgaven

5

4. Beleidskaders

9

5. Procesaanpak

12

6. Planning

13

7. Betrokken partijen en ketenpartners

14

8. Raakvlakken

16

9. Financiën

16

10. Eindresultaat

17

2

1.

Introductie

 Inleiding Waadhoeke heeft de ambitie om zich op duurzame wijze te ontwikkelen. Gekozen is voor een duurzame ontwikkeling richting een energie neutrale gemeente met oog voor en het versterken van de aanwezige landschapskwaliteiten. Dit is gebaseerd op het coalitieakkoord waarin staat dat Waadhoeke een voorbeeld wil zijn voor duurzaam handelen. De specifieke onderdelen die hieraan bijdragen staan in het coalitieakkoord 2018 - 2022, zoals het ontwikkelen van integrale visie op bodembeheer. Ook in kader van het gemeentelijke ontwikkelingsperspectief wil de gemeente zich verder ontwikkelen de komende jaren. In het ontwikkelperspectief 2018 -2028 is een verbinding gelegd met de toekomst van het landschap en de rol van de landbouw onder meer als het gaat over voedselproductie. Duurzame ontwikkeling kan dan ook zeker niet los van de basis van ons bestaan worden gezien; de bodem. Waadhoeke is een relatief schone gemeente en wil dat graag zo houden. Om kansen ook in de toekomst maximaal te kunnen benutten is zorgvuldig beheer van de bodem noodzakelijk. Zo biedt de bodem kansen voor actuele opgaven onder meer op het gebied van de energietransitie, natuurontwikkeling, voedselvoorziening en landbouw.

Een gemeentelijk bodemvisie beschrijft voor de belangrijkste thema’s in de bodem de doelen, opgaven, ambities en voorkeuren van onze gemeente en vormt daarmee een basis voor zorgvuldig beheer van de bodem in Waadhoeke.  Terminologie bodem en ondergrond De bodemvisie gaat over de bodem en ondergrond en het bodemgrondwatersysteem dat daar onderdeel van uit maakt. Wanneer we deze termen gebruiken hebben we het dus over de hele bodemkolom vanaf maaiveld, de bovengrond, de ondiepe ondergrond, het grondwater daarin tot de (ultra)diepe ondergrond. Voor een eenduidige bruikbaarheid en herkenbaarheid kan ruwweg de volgende verdeling worden gehanteerd. De bovengrond betreft de bovenste 5 meter vanaf het maaiveld en is de laag waarmee direct contact bij mogelijk is. Deze laag is vooral van belang voor landbouw, bouw en infrastructuur. De ondiepe ondergrond gaat over de bodemlaag vanaf 5 tot 500 meter en deze laag is voornamelijk van belang voor onderwerpen op het gebied van grondwaterwinning en bodemenergie. De diepe ondergrond gaat over een diepte van meer dan 500 meter en is alleen van belang in relatie tot het gebruik van de bodem op grotere diepte voor mijnbouwactiviteiten, zoals zout- en/of gaswinning (ca. 2 - 3 km diepte) of ultradiep (ca. 4 - 6 km diepte) voor geothermie. Maaiveld (mv) 0

• bodemlaag: 0 - 5 meter-mv • gewasteelt, funderen en buizen/leidingen

BOVENGROND

5

• bodemlaag 5 - 500 meter-mv • grondwater en bodemenergie

ONDIEPE ONDERGROND 500

DIEPE ONDERGROND

• bodemlaag > 500 meter-mv • mijnbouw en aardwarmte (evt. opslag)

5.000

• bodemlaag > 5.000 meter-mv • geothermie

ULTRADIEPE ONDERGROND

2.

Opdracht en Doelstellingen 3

 Opdracht De visie bodem en ondergrond vloeit voort uit het coalitieakkoord 2018 - 2022 van Waadhoeke. Daarin staat de volgende opgave vermeld: Untwikkelje, mei ketenpartners, fan in yntegrale fyzje op boaiembehear, dêr’t omtinken yn is foar it sâltich wurden fan de grûn, boaiemenerzjy, grûnwetter en it tsjingean fan gas- en sâltwinning op lân. De gemeente Waadhoeke wil dus een integrale visie op het bodembeheer ontwikkelen met daarbij specifiek aandacht voor actuele thema’s op het gebied van benutten van bodemenergie, verzilting van grond en grondwater, grondwatervoorraad en het tegengaan van mijnbouwactiviteiten op land. Om daaraan invulling te geven is deze startnotitie opgesteld waarin een aanpak wordt voorgesteld. Een bodemvisie draagt bovendien concreet bij aan het realiseren van de ambities uit het gemeentelijke ontwikkelperspectief 2018 - 2028. Hierin is het accent gelegd op vier ontwikkellijnen die gaan over het versterken van de positie en ambities van Waadhoeke. In het kader van de ontwikkellijn Ons Landschap: duurzame oogst voor de toekomst zijn er ambities op het gebied van de unieke opbouw van het landschap, de belangrijke rol van de landbouw en de bijdrage aan de voedselproductie. Deze ambities zijn zeer nauw verbonden met het thema bodem.

Naast het coalitieakkoord vormt ook het ontwikkelperspectief de basis voor de opdracht om te komen tot een integrale bodemvisie.  Doelstellingen Een integrale visie draagt bij aan een schone, gezonde en duurzame omgeving De gemeente heeft een integrale bodemvisie met het doel om een schone, gezonde en duurzame leefomgeving op de korte, middellange en lange termijn te creëren. Waadhoeke streeft naar een gemeente die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om in hun behoeften te kunnen voorzien. De gemeente wil zich daarbij verder ontwikkelen en specifiek in relatie tot de bodem gericht op versterking van het unieke landschap en het belang van de positie van de landbouw voor de voedselproductie. Met de bodemvisie de bodem en ondergrond duurzaam en zorgvuldig te beheren De gemeente Waadhoeke wil haar bodem en ondergrond duurzaam en zorgvuldig beheren. We willen dat bereiken door het stimuleren en faciliteren van een duurzame, integrale benadering van de bodem en concrete kansen voor gebruik van de bodem in relatie tot actuele maatschappelijke opgaven uit te werken. Tegelijkertijd om de informatievoorziening (intern en extern) te verbeteren door het toegankelijk maken van relevante bodeminformatie.

De bodemvisie vormt een bouwsteen voor de op te stellen omgevingsvisie Tevens kan met een bodemvisie het onderwerp bodem en ondergrond volwaardig en optimaal in de omgevingsvisie van Waadhoeke worden opgenomen tezamen met de andere relevante omgevingsthema’s en die met elkaar worden verbonden. Daarmee kunnen in een vroegtijdig stadium mogelijk strijdige of juist gekoppelde ontwikkelingen in relatie met de bodem en ondergrond met elkaar in verband worden gebracht. De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving in het grondgebied. Tot het begrip grondgebied behoort immers ook de boven- en ondergrond op verschillende niveaus.

3.

Huidige situatie en opgaven 4

 Huidige situatie: wat speelt er zich af in de bodem Figuur 1: Fragment bodemkaart Noordwest Friesland (bodemkartering 1971 en PDOK viewer 2019)

Opbouw en gebruik De gemeente Waadhoeke is gelegen in de noordelijke klei gebied gelegen aan de kust van de Waddenzee. Onder invloed van de zee is een uniek landschap ontstaan. Dit is terug te vinden in de geologische ondiepe opbouw van de bovenste bodemlaag (0 tot 50 meter beneden NAP) bestaande uit diverse geologisch te onderscheiden formaties (van Naaldwijk, Boxtel, Drenthe, EEM en Urk) in het zeekleigebied. Binnen het gemeentelijke grondgebied zijn verschillende landschapstypen te onderscheiden, namelijk: jonge en oude zeekleipolders, kwelders (buitendijkse gronden), kwelderwallen, kweldervlakten, dijklichamen (slaperdijken) en terpenlandschap. Gebiedsdelen zijn gelegen ter plaatse van de voormalige zeearm: Middelzee. Deze gebieden zijn deels ontstaan door de dichtslibbing van de Middelzee. Het gebiedsdeel het Bildt is ontstaan uit verdere opslibbing van het oude Middelzeegebied. Eeuwenlang gebruik, bewoning en daaraan gerelateerd de strijd tegen water heeft dan ook mee zichtbaar de landschapsvorm (en daarmee samenhangend de identiteit) bepaald, denk aan de aanleg van zeedijken, terpen, polders en kwelders.

Belangrijk kenmerk van het gebied is de overwegend zichtbaar aanwezige landbouwfunctie, die zich kenmerkt door grasland in het zuidelijke en oostelijke gebied, akkerbouw op de meest vruchtbare gronden in het noorden en glastuinbouw nabij Sexbierum, Oosterbierum en Berltsum. Het noordelijke akkerbouwgebied wordt gebruikt voor het telen van o.a. suikerbieten, graan en staat bekend om uitstekende condities voor grootschalige pootaardappelteelt. Delfstoffen en bodemdaling Onder invloed van verdamping van de zee ca. 200/300 miljoen jaar geleden bevindt zich in het gebied in de thans diepe ondergrond op ca. 2,5 - 3 km diepte een haliet (NaCl) zoutlaag van 500-1.000 meter, dat enigszins taai stroperig is. Op een aantal plekken wordt sinds 1996 dit unieke zout gewonnen door middel van oplossingsmijnbouw uit de diepe ondergrond, nabij Sexbierum en ten zuiden van Tzummarum. Vanwege de winning bevinden zich in het gebied 5 cilindrisch vormige ondergrondse cavernes. In de nabije omgeving van Franeker bevinden zich in de ondergrond een tweetal nabij elkaar gelegen gasvelden. Veld Harlingen bevindt zich in de bodemlaag “Bovenkrijt” en veld Ried in de dunne (4 m) bodemlaag “Vlieland zandsteen”. De winning uit gasveld Harlingen ten westen van Franeker is gestart in 1988 en in 2008 beëindigd. Alleen uit het kleine gasveld Ried wordt nog steeds aardgas geproduceerd.

Ten gevolge van de zout- en gaswinning is bodemdaling opgetreden tot ca. 35 cm in het diepste punt. Binnen het volledige grondgebied treedt maaivelddaling op ten gevolge van autonome bodemdaling door natuurlijke oorzaken. In Noordwest Friesland bedraagt de daling ca. 3,5 cm in 43 jaar. 5

Grondwater en verzilting In het noordelijk kustgebied is sprake van chloride (zout) in het grondwater, dat onderdeel uitmaakt van het grondwaterlichaam “eilanden”, één van de vier grondwaterlichamen in Friesland. Door neerslagoverschot is op het zoute grondwater een zoetwaterlens ontstaan. Deze zoetwaterlens staat in het kustgebied door verschillende redenen (zeespiegel, bodemdaling) onder druk en er treedt een verschuiving op van zoet water dominantie naar een grotere invloed van zout water (verzilting). De bovenkant van het grondwater, de grondwaterstand, is heel bepalend voor hoe we het land gebruiken. In de bodem is van nature warm water aanwezig in de diverse gesteentelagen. Hoe dieper in de ondergrond hoe warmer het water. Gemiddeld stijgt de temperatuur met 30 graden Celsius per kilometer diepte. De energie in dit warme water is thermische energie ook wel aardwarmte of geothermie. In Noordwest Friesland is volop potentie aan aardwarmte aanwezig om mogelijk in de toekomst te gebruiken voor het verwarmen van gebouwen, woningen, kassen of industrie. Bodemkwaliteit en vervuiling Voor de kwaliteit van de grond zijn wettelijke achtergrondwaarden vastgesteld op basis van milieu hygiënische gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreiniging bronnen.

Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond. De bovengrond (tot 5 meter) in Waadhoeke is overwegend schoon en voldoet aan de landelijk vastgestelde achtergrondwaarden. Dit is voor diverse stoffen vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart, aangevuld voor de actuele situatie voor PFAS. Door voormalige (bedrijf)activiteiten of bronnen is de chemische kwaliteit van de bodem op bepaalde plekken verontreinigd. Deze plekken zijn door middel van bodemonderzoek in beeld gebracht, vastgelegd in een bodeminformatiesysteem.  Ontwikkelingen: wat komt er op de bodem af De regio en het gemeentelijke grondgebied krijgen te maken met de volgende ontwikkelingen onder invloed van verschillende factoren, die ook direct te maken hebben met de bodem en ondergrond: Klimaatverandering Het klimaat verandert en dat manifesteert zich door gemiddelde stijging van de temperatuur en het vaker voorkomen van extreme weersomstandigheden. Deze klimatologische omstandigheden hebben gevolgen zoals het stijgen van de zeespiegel, afname van de zoetwatervoorraad, lagere grondwaterstanden, (regen)wateroverlast, extra bodemdaling, zoutere bodem. Klimaatverandering heeft dan ook grote invloed op de waterhuishouding (verdroging /vernatting) en op het gebruik van de bodem (gewasteelt).

Aan de andere kant kan een juiste inrichting van de ondergrond veel van de negatieve effecten van de klimaatverandering beperken. De problematiek rond verzilting hangt samen met klimaatverandering, het bovengronds gebruik en het complexe grondwatersysteem. Energietransitie In het kader van de energietransitie dient het gebruik van fossiele brandstoffen te worden vervangen door duurzame energiebronnen. De komende jaren wordt het traditionele gebruik van aardgas afgebouwd (en daarmee dus ook de gaswinning). Het gebruik van bodem en ondergrond biedt daartoe nieuwe mogelijkheden. In de bodem is van nature warm water aanwezig. Dit warme water kan gebruikt worden voor het verwarmen van gebouwen, woningen, kassen en industrie of voor het opwekken van elektriciteit. Via warmte en koude opslagsystemen (open en gesloten) in de bodem (10 - 200 meter diepte) of via geothermie waarbij warmte uit de (ultra) diepe ondergrondse waterlagen wordt benut (2.000 - 4.000 meter diepte). Omgekeerd kan de energietransitie leiden tot een grote bodemopgave m.b.t. het reserveren voor aanleg en onderhoud buisleidingen om de warmte te kunnen benutten. Geabonneerde gasvelden of zoutcavernes 6

kunnen in de toekomst mogelijk worden ingezet voor de opslag van (vloei)stoffen of gassen, waarbij op voorhand afgevraagd kan worden wat daarvan de mogelijke risico’s voor het gebied kunnen zijn. Natuur en waarden De aanwezige ecologische waarden (biodiversiteit) zijn de afgelopen decennia afgenomen en lopen nog steeds verder terug. Het aantal weidevogels neemt sterk af in het gebied en ook de populaties van bedreigde rode lijst-soorten laten een voortgaande daling zien. Onvoldoende ruimte- en milieucondities in de leefgebieden van dieren en planten zijn de oorzaken van deze achteruitgang. Ook het bodemleven en de bodemvruchtbaarheid van landbouwgronden is een aandachtspunt. De kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater is de afgelopen jaren verbeterd. Binnen het gemeentelijk grondgebied vindt bodemdaling plaats door mijnbouwactiviteiten en daalt de bodem ook de komende jaren door natuurlijke oorzaken. Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten vragen aandacht.  Opgaven: wat is er nodig voor de toekomst Eerdergenoemde ontwikkelingen leveren toekomstige opgaven op voor het gebied en vormen dan ook een belangrijk uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige (on)mogelijkheden van het gebied. Maatschappelijke opgaven doen zich voor op het gebied van de energietransitie, beschermen grondwatervoorziening (incl.

verzilting), behoud van landschappelijke kenmerken, transitie in de landbouw. De bodem en ondergrond kan benut worden om (gedeeltelijk) deze opgaven op te pakken. Schematisch zijn de overwegend aanwezige gebiedskenmerken van de bodem en ondergrond en de relevante ontwikkelingen die daarop van invloed zijn vertaald in een aantal mogelijke opgaven voor de bodem en ondergrond voor Waadhoeke. Dit is in dit stadium op te vatten als een handreiking voor de gemeentelijke visievorming en geeft al een voorschot op de mogelijke denkrichtingen die vanuit de hoofdkenmerken goed aansluiten bij de situatie in Waadhoeke. Uiteindelijk zal dit definitief vorm krijgen in de beleidsvisie. Kwaliteiten  BODEMOPBOUW

Hoofdkenmerken

Ontwikkelingen

Opgaven

Geologische bodemopbouw

Aanhoudende natuurlijke bodemdaling

Voorspelbaarheid toekomstige daling

Diverse (unieke) landschapstypen en reliëf

Verandering, aantasting en verschraling landschap

Waardering en bescherming waardevolle landschapselementen

Noordelijk kustgebied

Verzilting grondwater

Adaptatiemaatregelen

Invloed van de zee

Stijging zeespiegel

Bescherming tegen zeewater (zeewering)

 GEBIEDSLIGGING

 BODEMKWALITEITEN

7

Goede bodemkwaliteit

Afname bodemvruchtbaarheid/-moeheid en vervuiling

Schone, gezonde en vruchtbare bodem

Grondwater maakt onderdeel uit van groter systeem/lichaam

Klimatologische omstandigheden veranderen (droogte en natte perioden)

Beschikbaarheid zoete grondwatervoorraad

Prima draagkracht

Gevoeligheid voor zettingen wijziging grondwaterstand

Monitoring grondwaterstanden

Aanwezige ecologische waarden

Afname ecologische diversiteit

Conditionering biodiversiteit (bodemleven)

Aanwezigheid natuurlijke grondstoffen

Uitputting voorraden en grondstoffen

Hergebruik en circulair produceren

Historisch langdurig gebruik en bewoning

Toenemende behoefte aan versterken identiteit

Aanwezigheid en expositie bodemschatten uit het verleden en het verhaal vertellen

Huidige hoogwaardige landbouwfunctie

Toename duurzaam (voedsel) produceren

Adaptatie agrarische sector

Aardgasvelden en zoutlaag aanwezig

Toename inzicht risico’s winning uit diepe ondergrond

Positionering bestaande en nieuwe winningen

Potentieel aanwezige aardwarmte

Energietransitie: afbouw gebruik fossiele brandstoffen

Mogelijkheden aardwarmte voor energietransitie

Bodemdaling mijnbouwactiviteiten

Toename meetgegevens bodemdaling

Herstelmaatregelen dalingscontouren

Geabonneerde productievelden

Mogelijkheden ondergrondse opslag

Terugneembaarheid en risicobeheersing

 GEBRUIKSFUNCTIE

 MIJNBOUWPRODUCTIE

4.

Beleidskaders bodem en ondergrond 8

De beleidskaders voor bodem en ondergrond worden bepaald op Europees, nationaal en provinciaal niveau. Met de komst van de Omgevingswet gaat er een en ander veranderen in taken en regelgeving ook op bodemgebied.  Europese bodemstrategie Op Europees niveau zijn de kaders voor bodem uitgewerkt in de Europese Bodemstrategie. De nadere uitwerking daarvan heeft niet plaatsgevonden in de kaderrichtlijn Bodem. Voor grondwater zijn deze uitgewerkt in de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn. In de bodemstrategie zijn de bedreigingen voor de bodem en de maatregelen beschreven. Doel is het beschermen van de bodemfuncties, het voorkomen van de achteruitgang van bodems, het herstellen van verontreinigde bodems en het integreren van bodembescherming in andere beleidsvelden. Daarnaast gaat de strategie over gebieden waar thema’s spelen op het gebied van risico’s door erosie, afname organische stofgehalte, verdichting, afname biodiversiteit, landverschuivingen of verzilting. De Grondwaterrichtlijn gaat over voorkoming en bescherming van grondwaterverontreiniging. Op nationaal niveau dienen deze Europese beleidskader te worden door vertaald in nationaal beleid door de rijksoverheid en provincies.  Nationaal bodembeleid Op nationaal niveau zijn de beleidskaders uitgewerkt in Beleidsbrief en Convenant.

De Beleidsbrief Bodem is een aanzet voor de vernieuwing van het Nationale bodemkwaliteitsbeleid. Daarin zijn de koers en de uitgangspunten voor de decentrale uitwerking van het bodembeleid vastgelegd. Doel is om een duurzame omgang met de bodem te bevorderen door integraal bodembeheer. Met de Beleidsbrief ondergrond worden een aantal uitgangspunten gehanteerd voor een goede ordening van de ondergrondse ruimte. In het convenant zijn afspraken vastgelegd over het bodemontwikkelingsbeleid en de aanpak van zogenaamde spoedlocaties. Het convenant beoogt een verbreding en verdieping van het toekomstig bodembeleid voor de ondergrond, gebiedsgerichte benadering en aanpak van verontreinigde spoedeisende locaties. De Rijksoverheid ontwikkelt samen met andere overheden een samenhangend beleid voor het gebruik van de ondergrond. Dat doen ze in het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond gericht op een samenhangend beleid voor bodem en ondergrond. Daarbij moeten er keuzes worden gemaakt over hoe en waar de ondergrond gebruikt kan worden. En hoe het grondwater daarbij wordt beschermd. Of hoe de overheden moeten omgaan met bodemvervuiling als er op een nieuwe plek gegraven wordt. Hiervoor is het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond opgezet. Het Rijk en andere overheden werken hierin samen.

Het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond bestaat uit thema's: diepe ondergrond, bodem en ondiepe ondergrond en bodemverontreiniging. In de Structuurvisie Ondergrond staat het beleid voor activiteiten in de diepe ondergrond, met centraal de drinkwatervoorziening en mijnbouw. Bodem en ondiepe ondergrond. De Rijksoverheid en decentrale overheden werken beleid uit voor de activiteiten in de bodem en ondiepe ondergrond. In het Meerjarenplan 2018-2020 Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond staan onderwerpen als bodemdaling, bodemenergie en kabels en leidingen. In het kader van het thema bodemverontreiniging wordt via Bodem+ informatie over beleid, onderzoek en wetgeving van de Rijksoverheid op het gebied van bodemsanering verstrekt. Naast het beleid voor bodem en ondergrond investeert de overheid in onderzoek naar het gebruik van bodem en ondergrond en de gevolgen ervan. Zo is er het Kennis- en Innovatieprogramma Bodem & Ondergrond (KIBO). Daarnaast staat in het landelijke systeem Basisregistratie ondergrond (BRO) wat er in heel Nederland gebeurt in de ondergrond. 9

In de Wet bodembescherming (Wbb) is de landelijke zorgplicht neergelegd. Deze bepaling verplicht bij bodemverontreiniging (dus ook grondwater) tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. De zorgplicht is van toepassing op degene die op of in de bodem handelingen verricht: het laten van stoffen op of in de bodem, het beïnvloeden van de bodemstructuur of de –kwaliteit, het uitvoeren van werken, het transporteren van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen, handelingen die het bovenstaande als nevengevolg hebben en handelingen die leiden tot erosie, verdichting of verzilting. Met de komst van de Omgevingswet gaat dit veranderen en krijgt de gemeente meer beleidsruimte en taken van de provincie.  Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) gaat het een en ander veranderen in regelgeving en taken. De gemeente wordt primair beheerder van de bodemkwaliteit. De bodem is in de Omgevingswet een onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wetgever verwacht van de gemeente dat zij de bodem beheert, zodat deze in staat is om lokale opgaven te dienen. Daarbij gaat het om een brede ruimtelijke interpretatie van de bodem en haar chemische, ecologische, energetische en fysische bodemkwaliteiten. Ook de regels zelf veranderen waardoor gemeenten meer ruimte krijgen om binnen grenswaarden zelf keuzes voor hun bodemkwaliteit te maken.

Alle gemeenten worden op de dag van invoering van de Omgevingswet voor bodem bevoegd gezag.

 Provinciale kaders De provinciale ontwerp- Omgevingsvisie De romte Diele biedt een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van de Friese leefomgeving op de lange termijn. Hierin gaat het om een vergezicht, een gezamenlijke blik op het Fryslân richting 2050. Met deze Omgevingsvisie wordt richting gegeven aan alle activiteiten van de provincie op het gebied van de fysieke leefomgeving, waaronder inbegrepen de bodem en ondergrond. De Omgevingsvisie is een instrument in de nieuwe Omgevingswet. De uitvoering van de Omgevingsvisie gebeurt via programma’s en plannen, naar thema of gebied. Een belangrijk inhoudelijk uitgangspunt van het Streekplan is dat de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen in Fryslân herkenbaar blijven. In de Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte (hierna: Grutsk) is, als nadere uitwerking van het streekplan, een verdiepingsslag gemaakt waarin de landschappelijke 10

kernkwaliteiten zijn verbonden aan cultuurhistorische kwaliteiten. De provinciale belangen op gebied van landschap en cultuurhistorie zijn beschreven in onze visie Grutsk op ’e Romte. Veel kennis uit de plannen is gebundeld in kaarten: Cultuurhistorische Kaart, Archeologische beleidskaart FAMKE en Landschapstypenkaart. In het kader van de Wet Bodembescherming is de provincie Fryslân bevoegd gezag.  Gemeentelijk bodembeleid In 2012 hebben Friese gemeenten gezamenlijk bodembeleid opgesteld en vastgelegd in de Nota Bodembeheer. Dat beleid is gebaseerd op de bepalingen van het Besluit bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op het milieu hygiënisch beoordelings- en toepassingskader voor grondstromen. In dat Besluit staat dat het beleid na vijf jaar geëvalueerd en voor zover nodig de bodemkwaliteitskaart geactualiseerd dient te worden. In 2017 is gestart met de evaluatie en op grond daarvan is het beleid vervolgens geactualiseerd. De Nota Bodembeheer inclusief Bodemkwaliteitskaarten is in 2018 vastgesteld. Het doel is om bij het ontgraven, toepassen en opslaan van grondstromen een optimale afstemming te verkrijgen tussen de geldende functie van de bodem en de plaatselijk aanwezige bodemkwaliteit. Grondbeginsel daarbij is dat er vanuit kwaliteitsoogpunt geen verslechtering van de aanwezige bodemkwaliteit optreedt (stand-still principe).

In 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een tijdelijk handelingskader PFAS ingesteld. Op grond daarvan is de bodemkwaliteitskaart aangevuld met PFAS op basis van onderzoek in 2019. De gemeente heeft de afgelopen jaren veel gedaan om de chemische bodemkwaliteit van de omgeving in kaart te brengen. Via het Bodeminformatiesysteem zijn de bij de gemeente en provincie bekende onderzoeksgegevens geregistreerd. Ook ziet staat daarin waar vroeger (bedrijfs)activiteiten, ondergrondse tanks of stortplaatsen hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen omdat ze de bodemkwaliteit beïnvloed kunnen hebben.

5.

Procesaanpak 11

Met een gefaseerde procesaanpak wordt omschreven hoe we in Waadhoeke komen tot een bodemvisie. Daar is een globale planning opgenomen wanneer het daarbij aangegeven resultaat in het proces wordt opgeleverd voor de daarbij te onderscheiden fasen en welke rol de gemeenteraad daarbij heeft.  Fase 1: Wat: Wanneer: Doel: Resultaat: Rol Raad:

Vaststellen werkwijze Voorstel met startnotitie aan de raad voorleggen Raadsvergadering maart 2020. Werkwijze vaststellen om te komen tot een bodemvisie Opdracht uitwerking en start proces Besluitvormend

 Fase 2: Wat: Wanneer: Doel: Resultaat: Rol Raad:

Inventariseren Inventariseren van beschikbare en relevante informatie over bodem en ondergrond maart - mei 2020. Inventariseren feiten en omstandigheden met bodempartners en deskundigen. Inventarisatie van de bodemsysteem en ondergrondsituatie in grondgebied Waadhoeke Niet van toepassing/geen

 Fase 3: Wat: Wanneer: Doel: Resultaat: Rol Raad:

Analyseren Analyse van de beschikbare informatie in relatie tot relevante gebiedsopgaven mei – juni 2020. Aan de hand van inventarisatie bepalen van belang en invloed van bodem en ondergrond Analyse van de bodemsituatie, waarden en aandachtspunten in Waadhoeke Niet van toepassing/geen

 Fase 4: Wat: Wanneer: Doel: Resultaat: Rol Raad:

Uitwerken en checken Uitwerken van het resultaat van de analyse en voorleggen aan bodempartners en deskundigen juli - september 2020. Betrouwbaar en correct beeld van de huidige situatie in Waadhoeke Feedback vanuit de bodemketen en partners Tussentijds kennis nemen van de voorlopige resultaten

 Fase 5: Wat: Wanneer: Doel: Resultaat: Rol Raad:

Visie vormen Opstellen bodemvisie voor gemeente Waadhoeke september - november 2020. Een visie over hoe in de gemeente Waadhoeke met bodem en ondergrond wordt omgegaan Ontwerp-bodemvisie Besluit om Inspraakprocedure op te starten

 Fase 6: Wat: Wanneer: Doel: Resultaat: Rol Raad:

Inspraak en advies Ontwerp-bodemvisie voorleggen aan bodempartners en deskundigen november – december 2020. Ontwerp voor inspraak en advies voorleggen aan andere partijen uit de keten Een visie de aansluit bij de omstandigheden en breed wordt gedragen door ketenpartners Kernsessie

 Fase 7: Wat:

Vaststellen Bodemvisie Voorstel om de bodemvisie vast te stellen aan de raad voorleggen 12

Wanneer: Doel: Resultaat: Rol Raad:

Raadsvergadering februari 2021. Vaststellen van de gemeentelijke bodemvisie Vastgestelde bodemvisie Waadhoeke Besluitvormend (incl. resultaat van inspraak)

 Fase 8: Wat: Wanneer: Doel: Resultaat: Rol Raad:

Voorlichting Bodemvisie Gemeente breed uitdragen van de nieuwe bodemvisie Eerste kwartaal 2021. Gemeentelijke beleidskoers voor bodem en ondergrond toelichten en uitleggen Brede bekendheid over de gemeentelijke visie Informatief

6.

Planning

Het proces is schematisch in een planning globaal per fase uitgewerkt. Fase

Wanneer

Wie

1. Startnotitie voorleggen aan raad

Maart 2020

2. Inventariseren informatie bodem en ondergrond

Maart-April 2020

3. Analyseren informatie bodem en ondergrond

Mei–Juni 2020

4. Uitwerking en checken met deskundigen en ketenpartners

Juli–September 2020

5. Ontwerpen en visievorming

September–November 2020

6. Inspraak voorleggen en advies inwinnen

November – december 2020

7. Vaststellen Bodemvisie

Februari 2021

8. Uitdragen en voorlichting Bodemvisie

Maart - Juni 2021

College: voorbereiden Raad: besluiten College: uitwerken Raad: n.v.t. College: uitwerken Raad: n.v.t. College: uitwerken Raad: kennisnemen College: uitwerken Raad: start inspraak College: uitwerken Raad: behandelen kernteam College: adviseren Raad: besluiten College: voorlichten Raad: informeren

13

7.

Betrokken partijen en ketenpartners

Bij de bodemvisie zijn diverse partijen betrokken. De gemeente zelf als opdrachtgever van de visievorming, waar vanwege het specialistische beleidsterrein allerlei deskundigen bij nodig zijn. Visievorming vraagt om meer kennis, samenwerking (afstemming) en expertise van de gemeente en betrokken ketenpartners. Dat geldt ook voor ketenpartners en medeoverheden (tevens buurgemeenten) die volop annex zijn met het onderwerp, waarbij het bodemsysteem gemeentegrenzen overstijgt. Er spelen bij het gebruik van de bodem en ondergrond allerlei belangen waar rekening mee dient te worden gehouden en bovendien zijn er de inwoners. Iedere partij heeft een eigen rol en/of belang.  Gemeente De gemeente heeft de regie bij de visievorming en is opdrachtgever. Vanwege de specialistische beleidsdiscipline worden daar deskundigen en partners in de bodemketen door de gemeente bij betrokken. Binnen de gemeentelijke organisatie is een onderscheid tussen de rol van het college en de gemeenteraad. Het college bereidt voor, werkt uit en komt met een voorstel. De raad neemt kennis van de opgeleverde informatie, bepaalt op onderdelen mee en stelt vast.

Ambtelijk dienen diverse beleidsdisciplines (ruimtelijke ordening, duurzaamheid, bodem- en grondzaken, vergunningverlening, informatiebeheer) te worden betrokken bij de visievorming in een te formeren ambtelijke werkgroep, met ondersteuning van een (extern) bodemkundig specialist.  Deskundigen bodem & ondergrond - Staatstoezicht op de Mijnen (mijnbouw en geothermie) - Deltares is een onafhankelijk instituut voor toegepast onderzoek op het gebied van ondergrond - Bodem+ onderdeel van het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat Rijkswaterstaat - Werkgroep Bodem (WEB) van de VNG - Bodemkundig adviesbureaus (sonderingen, milieu hygiënisch onderzoek) - Onderzoeks- en kennisinstellingen (Wageningen Environmental Research, TNO, Van Hall, Nordwin, Wetsus) - Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) - Geologische Dienst Nederland (Dinoloket) - Energie Beheer Nederland EBN onderdeel ministerie van EZ en klimaat (aardwarmte) - Expertisenetwerk bodem en ondergrond - Kennis- en Innovatieprogramma Bodem & Ondergrond (KIBO) - Werkgroep verzilting, vakgebied natuur en techniek van de Academie van Franeker  Ketenpartners bodem & ondergrond - Provincie Fyslân (grondwater, Wet bodembescherming) - Wetterskip Fryslân (grondwater) - Fryske Utfieringstsjinst Milieu en Omjouwing (Wet bodembescherming) - Buurgemeenten (Harlingen, Súdwest Fryslân, Noardeast Fryslân, Leeuwarden en evt.

Waddeneilanden) - Mijnbouwbedrijven (Vermilion gaswinning en Frisia Zout BV zoutwinning) - Waterbedrijven (waterleiding Vitens) - Netbeheerders (ondergrondse kabels en leidingen) - Energiebedrijven (geothermie) - Land- en tuinbouworganisaties: LTO-Noord, Nederlandse Akkerbouw Vakbond

14

 Belanghebbenden Degenen wiens belang rechtstreeks bij de (vastgestelde) bodemvisie is betrokken kunnen worden aangeduid als belanghebbende. Dit belang is meestal redelijk eenzijdig en soms ook meervoudig afhankelijk van het specifieke onderdeel waar de bodem en/of ondergrond voor wordt gebruikt. Zo heeft een zoutfabriek alleen een belang als het gaat om de aanwezigheid van steenzout in de diepe ondergrond, een gasproducent bij de aanwezigheid van gasvelden, een agrariër heeft meerdere belangen als het gaat over de grondwaterstand in relatie tot landbewerking, de vruchtbaarheid van de teeltlaag of de beschikbaarheid van zoet grondwater voor gewasteelt, een bouwbedrijf alleen een belang bij de plaatselijke bodemstructuur in relatie tot de draagkracht voor het funderen van (ondergrondse) bouwactiviteiten, een netbeheerder heeft een belang bij voldoende ruimte in de bovengrond voor de aanleg van ondergrondse kabels en leidingen, een energiebedrijf heeft belang bij warmtepotentie in de diepe ondergrond als bruikbaar alternatief voor het opwekken van energie, etc. Kortom de belangen en daarmee de belanghebbenden zijn zeer uiteenlopend en bovendien sterk afhankelijk van de specifieke connectie met een facet van de bodem en ondergrond.

 Inwoners Op voorhand wordt de rol van de inwoners in het proces voor het opstellen van een visie voor bodem en ondergrond beperkt geacht, want de rol van inwoners beperkt zich feitelijk alleen tot het bovengrondse gebruik. Inwoners hebben inhoudelijk geen grote rol bij het vormen van de visie die hoofdzakelijk gebaseerd is op de opbouw, kenmerken en eigenschappen van de verschillende ondergrondse bodemlagen en de diepe ondergrond. Dit is vooral een rol weggelegd voor deskundigen en partners in de bodemketen. Evenwel dient de uiteindelijke visie en beleidskoers over hoe om dient te worden gegaan met de bodem en ondergrond goed te worden uitgelegd cq. te worden gepresenteerd aan inwoners, organisaties, instellingen en bedrijven in Waadhoeke. Ook is het besluitvormingsproces openbaar via kernsessies en is er een officiële tervisielegging. Op die manier kan op het stuk worden gereageerd. Figuur 2: weergave functies en waarden bodem en ondergrond (Ministerie van I&W, Staatscourant 2018)

15

8.

Raakvlakken

De bodemvisie Waadhoeke heeft raakvlakken en verbinding met een aantal andere beleidsvelden. Samenwerking tussen deze diverse beleidsvelden zal dan ook van essentieel belang zijn om te slagen in de gemeentelijke ambities.  Verbinding van de bodemvisie met andere beleidsthema’s De bodemvisie raakt de volgende gemeentelijke beleidsvelden:  Programma Ontwikkelperspectief 2018 – 2028. Met de ontwikkellijn ‘Ons landschap – Duurzame oogst voor de toekomst’ wil Waadhoeke dat landschap, natuur en landbouw elkaar duurzaam gaan versterken. Zodat we kunnen blijven genieten van een gezond en divers landschap. Om dit te bereiken is een bodemvisie een belangrijke bouwsteen om tot een integrale ambitie te komen op het terrein van een duurzaam landgebruik, inclusief landschap, biodiversiteit, natuur en natuur inclusieve landbouw.  Duurzaamheidsagenda. Met deze agenda wil de gemeente concreet vorm geven aan de toekomstige duurzaamheidsambities voor de thema’s die gaan over afval en circulariteit, energieopwekking, openbaar groen en duurzaam vastgoed. Deze thema’s krijgen in meer of mindere mate allemaal te maken met de bodem.

Met name op het gebied van de energietransitie kan de bodem en vooral de ondergrond een belangrijke rol gaan spelen bij de duurzame vormen van energie opwekken (zoals aardwarmte en geothermie) en tegelijkertijd de benodigde afbouw van traditionele energievoorziening met fossiele brandstoffen (zoals aardgas).  Omgevingsvisie. Vanwege de Omgevingswet treden er een aantal veranderingen op in wetgeving over bodemkwaliteit. Daarnaast vraagt de klimaatverandering en de energietransitie daarbij extra aandacht voor bodem en ondergrond. De wijze waarop bodem en ondergrond volgens de Omgevingswet dient te worden benaderd gaat uit van het natuurlijke bodem- en watersysteem, inclusief haar potenties en kwetsbaarheden. Voor deze onderwerpen is de omgevingsvisie een essentieel instrument om de gemeentelijke toekomstige ambities voor wat niet wettelijk geregeld is te borgen en gebruik te maken van lokale afwegingsvrijheid.  Woonvisie 2020 - 2030. Hiermee wil de gemeente richting geven aan de gemeentelijke ambities rond het thema wonen. Inspelen op de vraag naar de juiste woningen, waarbij optimaal rekening wordt gehouden met diverse ontwikkelingen. Opgaves zijn er rond de bouw van nieuwe woningen of het aanpassen van bestaande woningen die aansluit bij de woningvraag. Welke plekken hebben de beste kansen om een nieuwe invulling te geven.

Daarbij speelt de bodem en ondergrond een belangrijke rol, immers bij voorkeur op plekken waar de draagkracht het meest geschikt is of waar de effecten van bodemdaling het minst merkbaar zijn. Een ontwikkeling die daarbij hoort is de energietransitie waarbij gebruik wordt gemaakt van duurzame energievormen, zoals aardwarmte uit de diepe ondergrond of de uitrol van nieuwe ondergrondse warmtenetwerken voor dorpen en wijken.  Biodiversiteitsactieplan. De gemeente neemt de achteruitgang van de biodiversiteit serieus en heeft de ambitie om daar, samen met inwoners, actief iets aan te veranderen. De gemeente stelt daartoe een biodiversiteitsactieplan op, waarin concrete doelen en maatregelen zijn opgenomen om de biodiversiteit te verhogen. Ook de aandacht voor de levende bodem neemt toe en duidelijk is dat ecologische kwaliteiten in de bodem van belang is voor stedelijk groen, landbouw en natuurontwikkeling.

9.

Financiën

Op dit moment zijn er in de begroting 2020 geen financiële middelen beschikbaar gesteld voor het ontwikkelen van een bodemvisie. Voor externe ondersteuning is eenmalig € 25.000 nodig. 16

10.

Eindresultaat

Het gehele proces wordt samengevat in een document als handreiking met een weergave en vertaling van de concreet aanwezige waarden en kansen van de bodem en ondergrond in het gemeentelijke grondgebied. Dit is op te vatten als een leidraad voor de gemeente waar en wanneer zij met de bodem en ondergrond rekening moet houden om haar visie op de omgeving te kunnen realiseren, alsmede te gebruiken in relatie tot andere beleidsvelden.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=d1877395-ae99-4b9b-9926-8e84c3ae8782