Reactie op vragen en aannames raadsvergadering 3 april 2025
Tekst van het document
Q&A naar aanleiding van de vragen, onduidelijkheden en aannames tijdens de raadsvergadering van 3 april 2025 (bestemmingsplan Hoarnestreek 10-14) Tzummarum) Op 3 april 2025 heeft de raad van de gemeente Waadhoeke besloten om de besluitvorming omtrent het bestemmingsplan voor Hoarnestreek 10-14 in Tzummarum uit te stellen tot 22 mei 2025. Dit vanwege een aantal onduidelijkheden en vragen vanuit raadsleden en insprekers die nog een nadere reactie van het college behoefden. Initiatiefnemer van het bestemmingsplan heeft de raadsvergadering gevolgd en vindt het wenselijk om te reageren op de aannames die tijdens de raadsvergadering zijn gedaan, onduidelijkheden en vragen die naar voren zijn gebracht. Deze notitie biedt inzicht in de planologische veranderingen als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan en geeft een reactie op de diverse aannames en vragen. Vooraf is het van belang om te benadrukken dat het bestemmingsplan uitsluitend tot doel heeft om de planologisch-juridische verbinding tussen het pluimveebedrijf en het vergistingsbedrijf ‘door te knippen’. Voor het overige worden slechts bestaande rechten (zoals vergund of voortvloeiend uit het geldende bestemmingsplan) en/of de bestaande feitelijke situatie in het nieuwe bestemmingsplan vastgelegd. Er worden geen uitbreidings- of veranderingsmogelijkheden gecreëerd, die er onder het geldende bestemmingsplan niet reeds zijn.
Ten tijde van het ontstaan van de bestaande rechten (vaststelling bestemmingsplan en verlenen vergunningen) is met diverse onderzoeken reeds aangetoond dat het pluimveebedrijf en de vergistingsinstallatie ter plaatse geëxploiteerd kunnen worden binnen de geldende milieuwet en -regelgeving. Voor zover veranderingen plaatsvinden, is hiervoor een vergunningaanvraag in voorbereiding. Ten behoeve van deze aanvraag wordt opnieuw aangetoond dat de bedrijven binnen de geldende regelgeving geëxploiteerd kunnen worden. Sterker nog: De onderzoeken tonen overwegend een afname van emissies. Dit is ook logisch, aangezien er fors minder pluimvee gehouden zal worden en biogas omgezet zal worden in groen gas, in plaats van verbrand in WKK’s. Op basis hiervan kan dus ook gesteld worden dat de omgeving de aanwezigheid van de beide bedrijven minder zal ervaren.
Was – wordt Bouw- en gebruiksmogelijkheden Hoarnestreek 14 Capaciteit vergister (max.) Aantal stuks pluimvee Opp. gebouwen t.b.v. vergister (max.)
Geldend bestemmingsplan
Nieuw bestemmingsplan
Geen beperking* Geen beperking** 6.500 m2
Hoogte gebouwen t.b.v. vergister (max.)
Bouwhoogte: 8 m
Opp. overige bouwwerken t.b.v. vergister (silo’s, opslagen etc.)(max.) Hoogte overige bouwwerken t.b.v. vergister (silo’s, opslagen etc.)(max.) Oppervlakte gebouwen t.b.v. pluimveebedrijf (max.) Hoogte van gebouwen t.b.v. pluimveebedrijf en overige bedrijfsgebouwen (max.)
Geen beperking
100.000 ton/jaar 0 3.700 m2 (binnen aanduiding voor vergister) en; Bestaand (buiten aanduiding voor vergister) Goothoogte: 6 m Bouwhoogte: 14 m Dakhelling 0-60° 4.120 m2
Bouwhoogte: 10 m
Bouwhoogte: 10 m
Per gebouw: 1.600 m2 Totaal: Geen beperking Goothoogte: 5 of 6 m Bouwhoogte: 14 m Dakhelling: 15-60° Geen beperking: Beperkingen vloeien voort uit eerder verleende milieuvergunning. Geen beperking: Beperkingen vloeien voort uit eerder verleende milieuvergunning.
0 m2***
Transportbewegingen**** (Hoarnestreek 10 en 14 gezamenlijk, niet uitgesplitst t.b.v. vergunningaanvraag) Geur**** (Hoarnestreek 10 en 14 gezamenlijk, niet uitgesplitst t.b.v. vergunningaanvraag)
0 m***
Het aantal transportbewegingen neemt af ten opzichte van de vergunde situatie. De vergunde geurbijdrage vanwege het pluimvee blijft maatgevend voor de cumulatieve geurbijdrage vanwege de gehele inrichting. De geurbelasting vanwege de inrichting als geheel neemt daarbij fors af ten opzichte van de vergunde situatie. Dit omdat de hoeveelheid pluimvee met ruim 41% afneemt.
Geluid**** (Hoarnestreek 10 en 14 gezamenlijk, niet uitgesplitst t.b.v. vergunningaanvraag)
Geen beperking: Beperkingen vloeien voort uit eerder verleende milieuvergunning.
Stikstof**** - NH3 Stikstof**** - NOx
18.548,7 kg/j 19.927,6 kg/j
Aan de geluidgrenswaarden als vastgelegd in het gemeentelijke omgevingsplan van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode kan (ruimschoots) worden voldaan. 10.667,4 kg/j 10.309,6 kg/j
*De vergistingscapaciteit wordt op dit moment slechts beperkt door de capaciteit, zoals die was opgenomen in de vigerende milieuvergunning. Dit betekent dat het geldende bestemmingsplan ruimte biedt om méér dan 100.000 ton/jaar te vergisten. **Het aantal stuks pluimvee wordt op dit moment beperkt door de vigerende milieuvergunning. Op basis van deze vergunning mogen op de locatie Hoarnestreek 14, 150.500 stuks pluimvee worden gehouden. ***Op basis van het nieuwe bestemmingsplan mogen geen gebouwen meer worden gebouwd ten behoeve van een pluimveehouderij. Aangezien er onder het geldende bestemmingsplan geen limiet is als het gaat om de oppervlakte van de bebouwing, mag het perceel thans volledig worden bebouwd. Onder het nieuwe bestemmingsplan is dit niet meer het geval. Het totaal bebouwde oppervlak neemt daarmee dus af. ****Zowel het geldende als het nieuwe bestemmingsplan kennen geen beperkingen voor wat betreft het aantal transportbewegingen, geur-, geluid- en stikstofemissie. Beperkingen vloeien voort uit de geldende (en toekomstige) milieuvergunning. Een milieuvergunning kan daarbij alleen verleend worden als een project in overeenstemming is met de normen en grenswaarden uit het Besluit activiteiten leefomgeving.
Reactie op vragen en aannames 1
2
3
4
Vragen, aannames en stellingnames In hoeverre moet de co-vergister op nummer 14 al dan niet worden aangemerkt als een industriële vergister?
Antwoord/reactie De installatie wordt niet beschouwd als een industrieel bedrijf als bedoeld in de Verordening Romte Fryslân. In de reactie op de zienswijzen (onderdeel van de raadsstukken, afkomstig van de gemeentelijke huisadvocaat en relevante gedeelten bijgevoegd als bijlage 1) wordt onder 18 t/m 22 uitgebreid uitgelegd waarom gemeente en provincie het erover eens zijn dat géén sprake is van een industrieel bedrijf.
Is het ‘loskoppelen’ van de vergister van het pluimveebedrijf in strijd met provinciale regelgeving? Is er een verschil van inzicht tussen gemeente en provincie over de vraag of sprake is van een industriële vergister? Het nieuwe bestemmingsplan maakt méér mogelijk dan onder het geldende bestemmingsplan mogelijk is (gebruiksmogelijkheden). Er mag meer materiaal vergist worden.
In aanvulling daarop kan nog worden aangegeven dat hoofdzakelijk uit het agrarisch gebied afkomstige producten worden vergist (mest en plantaardige restproducten uit de landbouw) en dat het digestaat en de door het bedrijf te produceren kunstmestvervanger ook weer worden afgezet in het agrarisch gebied. Nee, er is geen verschil van inzicht tussen gemeente en provincie omtrent de vraag of de installatie moet worden aangemerkt als industrieel bedrijf. Het loskoppelen van de vergister van het pluimveebedrijf is niet in strijd met provinciale regelgeving. Zie wat dit betreft ook de beantwoording van vraag 1. Dit is niet juist. In het geldende bestemmingsplan is géén maximum opgenomen als het gaat om de capaciteit van de installatie. Met het nieuwe bestemmingsplan wordt de capaciteit beperkt tot 100kton/jaar, wat overeenkomt met de bestaande rechten, zoals die voortvloeien uit de in 2018 verleende omgevingsvergunning.
Het nieuwe bestemmingsplan biedt ruimere bouwmogelijkheden dan het geldende bestemmingsplan. Er kunnen bijvoorbeeld ‘blokkendozen’ van 14 meter hoog worden gerealiseerd.
Het nieuwe bestemmingsplan werkt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan dus juist beperkend. Dit is niet juist. Verwezen kan worden naar de ‘was-wordt’-tabel, zoals die eerder in deze notitie is opgenomen. Het nieuwe bestemmingsplan biedt geen ruimere bouwmogelijkheden voor de vergister dan het geldende bestemmingsplan. De bouwmogelijkheden worden op onderdelen juist beperkt.
Het bestemmingsplan laat daarbij niet toe dat ‘blokkendozen’ van 14 meter hoog worden gebouwd. In de bouwregels is voor gebouwen telkens een goot- en bouwhoogte, alsmede een minimale en maximale dakhelling opgenomen. Door deze constellatie van regels is de maximale hoogte van een plat afgedekt gebouw (‘blokkendoos’) slechts 6 meter. Een ‘blokkendoos’ van 14 meter hoog is niet toegestaan, omdat in dat geval zowel de goot- als de bouwhoogte 14 meter bedragen. Een dergelijke ‘blokkendoos’ is dus in strijd met de bouwregels, voor wat betreft de goothoogte.
5
Vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan heeft als gevolg dat er meer transportbewegingen zullen ontstaan.
6
Er zijn veel klachten over de vergister en het bedrijf zorgt voor overlast voor de omgeving. Met het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan, verergert dit.
7
Als gevolg van de mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan biedt, zal er meer in de avond- en nachtperiode geladen en gelost worden. Laden en lossen tijdens de nachtperiode leidt tot lichtvervuiling.
Tenslotte moet wat dit betreft worden opgemerkt dat de bouwregels overeenkomen met de bouwregels voor (agrarische) bedrijfsgebouwen, zoals die in het gehele buitengebied van Waadhoeke worden gehanteerd. Het aantal transportbewegingen zal niet toenemen als gevolg van het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan. Er vindt geen uitbreiding plaats van gebruiksmogelijkheden ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. De transportbewegingen ten behoeve van de exploitatie van Hoarnestreek 10 en 14 nemen af, als gevolg van het feit dat minder pluimvee zal worden gehouden. Als gevolg van het ‘ombouwen’ van de installatie voor de productie van groen gas, zullen emissies afnemen: - Er wordt geen gas meer verbrandt in WKK’s (behoudens in het geval sprake is van een ongewoon voorval); - Er wordt minder pluimvee gehouden (geen pluimvee meer op 14 en minder pluimvee op 10); en - Er vindt dus minder transport plaats in de avond- en nachtperiode. Dit is niet juist. De aan- en afvoer van mest vindt hoofdzakelijk in de dagperiode plaats. Vanwege de afname van de hoeveelheid pluimvee, vindt er juist minder transport plaats in de avond- en nachtperiode.
8
De exploitatie van de vergister heeft negatieve gevolgen voor de gezondheid van omwonenden. Dit is bevestigd in een rapport van de GGD met betrekking tot de installatie op nummer 14.
Een rapportage van de GGD is volstrekt onbekend. De afname van het aantal te houden kippen heeft echter een positief gezondheidseffect. Als de GGD overigens negatieve gezondheidsgevolgen van een vergister heeft vastgesteld, heeft zij dit waarschijnlijk ook van het gemotoriseerd verkeer in Nederland of het gebruik van gastoestellen. De emissies vanuit de vergister betreffen immers uitsluitend het verbranden van biogas in WKK’s. Juist deze activiteit komt te vervallen met het ombouwen van de installatie. In die zin zou de vaststelling van het bestemmingsplan dus juist een positief effect hebben op de gezondheid.
9
De ervaringen van omwonenden wijken af van de bevindingen, zoals die zijn neergelegd in de deskundigenrapporten. Hoe kan dit?
10
Is er een toename van geuremissie te verwachten als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan?
11
Is er een toename van geluidsemissie te verwachten als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan?
12
Neemt het aantal transportbewegingen toe als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan?
13
Wat is het scenario als de raad besluit om het bestemmingsplan niet vast te stellen?
Voorts levert de vergister een bijdrage aan de noodzakelijke energietransitie die het gebruik van fossiele brandstoffen voorkomt/beperkt. Ervaringen zijn altijd subjectief. Gelet hierop schiet de wetenschap ons te hulp, aangezien zij met objectieve en harde cijfers de bevindingen onderbouwt. Ook daarom beschouwt de Provincie sommige klagers niet als belanghebbende (en dus hun bezwaren niet-ontvankelijk), op het moment dat deze klagers te ver van de activiteit afwonen en de daar ervaren overlast niet objectief kan worden geduid. Nee. de geuremissie neemt juist af. Er wordt geen biogas meer verbrandt (behoudens ongewone voorvallen) en het aantal te houden stuks pluimvee wordt verlaagd. Zie wat dit betreft de conclusie van het rapport van het door initiatiefnemer uitgevoerd geuronderzoek (bijlage 2). Nee, er is geen toename van geluidsemissie als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan. Zie wat dit betreft de conclusie van het rapport van het door initiatiefnemer uitgevoerd akoestisch onderzoek (bijlage 3). Nee. De reeds vergunde capaciteit van de installatie neemt niet toe en het aantal te houden stuks pluimvee neemt juist af. Daarmee is er een afname van het aantal transporten. De raad mag besluiten om een bestemmingsplan niet vast te stellen, als zij kan motiveren dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening.
De huisadvocaat van de gemeente Waadhoeke heeft (verwoord in de reactienota op de
ingediende zienswijzen) juist geconcludeerd dat géén sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Op basis hiervan zou een weigering om het bestemmingsplan vast te stellen in strijd zijn met de wet. In het geval een besluit in strijd is met wet- en regelgeving, houdt dit besluit bij een eventueel beroep bij de rechter geen stand en wordt dit besluit vernietigd.
14
Met de vaststelling van het bestemmingsplan ontstaat een industrieel vergistingsbedrijf naast een bedrijf dat ‘plofkippen’ houdt.
15
In hoeverre heeft de vaststelling van het bestemmingsplan negatieve gevolgen (voor de omgeving)? Verandert de situatie voor omwonenden? Waarom heeft de procedure tot aan het moment van besluitvorming door de raad zo lang geduurd?
16
Daarbij kan een onrechtmatig genomen besluit leiden tot een verplichting tot vergoeding van de schade die het gevolg is van het onrechtmatige besluit. In het onderhavige geval zou daarbij kunnen worden gedacht aan vertragingsschade (gederfde inkomsten etc.). Er is geen sprake van een industrieel bedrijf als bedoeld in de Verordening Romte Fryslân. Zie wat dit betreft de beantwoording van vraag 1. De kwalificatie dat op Hoarnestreek 14 ‘plofkippen’ worden gehouden, is onjuist. Het pluimvee dat wordt gehouden, wordt gehouden onder het Beter Leven Keurmerk. De situatie voor omwonenden verandert niet in negatieve zin. Zo is onder andere sprake van een afname van geuremissie als gevolg van uitvoering van de plannen. Zie wat dit betreft ook de reactie op vragen 10 en 11. De planprocedure heeft lang ‘on hold’ gestaan, vanwege een handhavingsverzoek van de MOB met betrekking tot de natuurvergunning in combinatie met een verzoek van initiatiefnemer om de natuurvergunning te splitsen. Alvorens besluitvorming kon plaatsvinden omtrent het bestemmingsplan, moesten door GS besluiten worden genomen op de beide verzoeken. De beide verzoeken hebben inmiddels geleid tot twee nieuwe natuurvergunningen: een eigen natuurvergunning voor Hoarnestreek 10 en een eigen natuurvergunning voor Hoarnestreek 14.
De voorbereiding van de twee vergunning heeft de nodige tijd gekost (tijd voor overleg, een ambtelijke beoordeling en het doorlopen van de wettelijke procedure). Nu de besluitvorming door GS is afgerond, kan besluitvorming omtrent het bestemmingsplan plaatsvinden.
17
18
Maakt het nieuwe bestemmingsplan mogelijk dat de pluimveehouderij en de vergister worden geëxploiteerd door twee verschillende entiteiten? Ondanks dat het bestemmingsplan niet meer mogelijkheden biedt dan het geldende bestemmingsplan, zal de overlast toenemen.
19
Wordt er na de splitsing nog pluimveemest van nummer 10 vergist?
20
Er wordt nu slechts 30.000 ton per jaar vergist. Daar komt straks 70.000 ton bij. Dat is een forse verandering en toename.
Hierbij is het goed om te vermelden dat initiatiefnemer een aanzienlijke hoeveelheid ‘stikstofrechten’ heeft ingeleverd. Voor zover er vrees bestaat voor uitbreiding van de vergistingsactiviteiten of pluimveehouderij, kan deze reeds weggenomen worden door te wijzen op de beperkingen die de natuurvergunningen wat dit betreft geven. Het exploiteren van de vergister en pluimveehouderij door twee verschillende entiteiten is onder het geldende bestemmingsplan reeds mogelijk. Wat dit betreft verandert niets in het nieuwe bestemmingsplan. ‘Overlast’ is subjectief. Uit onderzoek blijkt dat emissies vanuit zowel de pluimveehouderij als de vergister afnemen (of tenminste niet toenemen) als gevolg van de plannen die beide bedrijven hebben. Zie wat dit betreft ook de ‘was-wordt’tabel. Ja, er zal na splitsing (en het ombouwen van de installatie voor de productie van groen gas) nog steeds pluimveemest van nummer 10 vergist worden, zoals ook in de bestaande situatie het geval was. Het geldende bestemmingsplan kent geen capaciteitsbeperking. Ten opzichte van de vergunde situatie maakt het nieuwe bestemmingsplan niet mogelijk dat méér wordt vergist dan de vergunde capaciteit. Op dit moment worden geen mest en co-producten vergist. De installatie is stilgezet, omdat deze op dit moment wordt omgebouwd ten behoeve van de productie van groen gas.
Het is niet juist dat in het verleden maximaal 30.000 ton per jaar is vergist. Daarmee is de gestelde toename van 70.000 ton per jaar eveneens onjuist. In een vergister worden er doorgaans verschillende hoeveelheden vergist, afhankelijk van de prijs en beschikbaarheid van mest en co-producten en de kwaliteit van de co-producten (hoogwaardig of laagwaardig). Ook de energieprijzen kunnen effect hebben op de productie. De hoeveelheid vergist materiaal kan daarmee van jaar tot jaar verschillen, tussen 0 en 100.000 ton per jaar.
Bijlage 1: Fragment reactie op zienswijze (o.b.v. advies huisadvocaat gemeente)
Bijlage 2: Conclusie geurrapport
Bijlage 3: Conclusie akoestisch rapport