Raadsvoorstel vaststellen WRP 2026-2030
Tekst van het document
Water- en Rioleringsprogramma 2026-2030
Datum behandeld in college Datum agendering Onderwerp Portefeuillehouder
2 september 2025
Samenvatting
Het huidige gemeentelijke rioleringsprogramma (GRP) loopt af. Omdat riolering en water een belangrijke bijdrage leveren aan de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving is het wenselijk om periodiek (eens per 5 jaar) de onderbouwing van onze wettelijke zorgtaken en de bekostiging ervan vast te (blijven) leggen. Het voorstel is om dat vanaf nu in het Water- en Rioleringsprogramma (afgekort WRP) te gaan doen. Het WRP 2026-2030 is daarmee de opvolger van het huidig GRP én als omgevingsprogramma de brug tussen de (concept) omgevingsvisie en de regels in het omgevingsplan.
16 oktober 2025 K. Arendz
Behandelend ambtenaar E-mailadres Telefoonnummer
S. Smit s.smit@waadhoeke.nl 0517-380142
Voorstel 1. Vanaf 2026 jaarlijks aanvullend € 100.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) en deze lasten middels een verhoging van de rioolheffing te dekken. 2. Met ingang van 2026 een egalisatievoorziening riolering in te stellen om schommelingen in de exploitatielasten en -baten op de vangen. 3. De dotatie aan de voorziening riolering in de jaren 2031 t/m 2035 te verhogen met een extra dotatie van € 95.000 cumulatief structureel. 4. Bij akkoord op het voorgaande het Water- en Rioleringsprogramma 2026-2030 (WRP) vast te stellen.
Aanleiding Riolering speelt een cruciale rol in de volksgezondheid. Riolering zorgt ervoor dat we niet in contact komen met bacteriën en ziekteverwekkers in het afvalwater. Een goed functionerend rioleringssysteem, inclusief regenwaterafvoer, is essentieel voor een gezonde leefomgeving en helpt wateroverlast te voorkomen. In Nederland hebben gemeenten en waterschappen wettelijke zorgtaken en verantwoordelijkheden om de rioolvoorzieningen op orde te houden. In het Gemeentelijke Rioleringsplan (afgekort GRP) geven wij als gemeente aan hoe wij invulling geven aan de gemeentelijke zorgtaken. Ons huidig GRP “Samenwerken aan de rioleringszorg, met aandacht voor klimaatadaptatie” uit 2019 had een looptijd t/m 31 december 2024. De raad heeft op donderdag 14 november 2024 besloten het GRP met één jaar te verlengen. Dit kon éénmalig, waarmee deze eindigt op 31 december 2025. Onder de Wet Milieubeheer gold het GRP als verplicht plan. Met het in werking treden van de Omgevingswet (1 januari 2024) is het opstellen van een GRP niet langer verplicht. Toch is het wel verplicht om vanuit het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten) een goede onderbouwing van de rioolheffing te hebben. In de Omgevingswet is het GRP teruggekomen als facultatief programma.
Daarmee verdwijnt weliswaar de planverplichting, maar gemeenten kunnen ervoor kiezen om de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vast te leggen. Omdat riolering en water een belangrijke bijdrage leveren aan de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving is het wenselijk om periodiek (eens per 5 jaar) de onderbouwing van onze wettelijke zorgtaken en de bekostiging ervan vast te leggen. Het voorstel is om dat vanaf nu in het Water- en Rioleringsprogramma (afgekort WRP) te gaan doen. Het WRP 2026-2030 is daarmee de opvolger van het huidig GRP én als omgevingsprogramma de brug tussen de (concept) omgevingsvisie en de regels in het omgevingsplan.. Het WRP 2026-2030 kent de volgende speerpunten en aanbevelingen: 1. De negen ambitiethema’s uit het huidig Gemeentelijk Rioleringsplan worden ongewijzigd doorgezet in de periode 2026-2030; 2. Het programma aan onderzoeks-, onderhouds-, vervangings- en verbeteringsmaatregelen voor de periode 2026-2030 die nodig zijn om invulling te geven aan de negen ambitiethema’s; 3. De strategie volgt het principe van risico gestuurd beheer en toekomstbestendig werken. 4. Naast de voorziening riolering een nieuwe egalisatievoorziening in te richten voor opvang van eventuele voor- en nadelen in de reguliere exploitatie; 5.
Net als bij het huidige GRP; in de planperiode een jaarlijks gestaffelde extra dotatie van € 95.000 aan de voorziening riolering te doen; 6. De tarieven rioolheffing jaarlijks te laten stijgen met de jaarlijkse stijging van de verhaalbare kosten;
2
|
Beoogd (meetbaar) effect ▪ Een goed functionerend rioleringssysteem, inclusief regenwaterafvoer, is essentieel voor een gezonde leefomgeving en helpt wateroverlast te voorkomen. ▪ Vastleggen van de kaders op strategisch, operationeel en financieel niveau voor de drie wettelijke zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater en de daarmee samenhangende benodigde middelen voor de planperiode van 2026 tot en met 2030. ▪ Met het nieuwe WRP Waadhoeke leggen wij éénduidig vast wat inwoners en bedrijven van de gemeente met betrekking tot de invulling van de wettelijke zorgtaken mogen verwachten én andersom. Wat verwachten wij van de inwoners en bedrijven. ▪ Het WRP draagt bij aan een duidelijke en gezonde financiële positie zonder grote schommelingen in de opbouw van de tarieven rioolheffing. Motivering Argumenten 1.1 Uitbreiding van middelen is nodig om de rol/functie van beleidsmedewerker/regisseur watertaken goed in te kunnen vullen. Met behulp van de formatiecalculator van Stichting RIONED is bepaald welke capaciteit de komende planperiode minimaal benodigd is om het WRP uit te kunnen voeren. Daaruit blijkt dat er beleidsmedewerker/regisseur watertaken nodig is voor een goede en juiste uitvoering van het WRP. Gedurende de planperiode van het WRP wordt besloten of en hoe dit eventueel omgezet kan worden naar een vaste uitbreiding van de formatie.
2.1 Door het inrichten van een nieuwe egalisatievoorziening riolering beperken we de impact van jaarlijkse fluctuaties in de rioolexploitatie. Eventuele voor- en nadelen in de reguliere exploitatie worden tot dusver opgevangen vanuit de algemene middelen. Met name in het programmadeel regulier onderhoud is jaarlijks sprake van fluctuaties in de werkelijke kosten, omdat: ▪ Wijziging van de energietarieven en fluctuatie in de draaiuren van de gemalen (in een relatief nat jaar verpompen de gemalen meer regenwater) leiden tot variatie in de jaarlijkse elektriciteitskosten; ▪ Het aantal storingen en reparaties aan riolen en gemalen is niet elk jaar gelijk; ▪ Bij uitbestede werkzaamheden zijn we mede afhankelijk van capaciteit van aannemers. Dit maakt dat de werkelijke uitgaven jaarlijks kunnen fluctueren. Door een egalisatievoorziening riolering (art. 44 lid 2) in te richten kunnen we fluctuaties binnen de gesloten boekhouding van de rioolheffing opvangen en is compensatie van voor- en nadelen vanuit algemene middelen niet langer nodig.
3
|
3.1 Door structureel de voorziening aan te vullen zorgen we ook op lange termijn voor voldoende financiële middelen. Bij het vaststellen van het huidig vGRP in 2020 is besloten in 10 jaar (tot en met 2030) via een ingroeiregeling een extra dotatie aan de voorziening riolering te doen. De dotatie in de jaren 2021 t/m 2030 wordt ieder jaar verhoogd met € 94.500 naar € 945.000. Dit is ook opgenomen en akkoord bevonden in de kadernota 2026-2029 Wanneer de huidige koers t.a.v. de jaarlijkse dotatie aan de voorziening wordt gevolgd is deze vanaf 2041 negatief; dit is niet toegestaan. Er is daarom op termijn een aanvullende dotatie aan de voorziening nodig. Het voorstel is om, vergelijkbaar als met het huidig vGRP; na de planperiode (vanaf 2031) een jaarlijks gestaffelde extra dotatie van € 95.000 aan de voorziening riolering te doen. Dit met een doorkijk tot 2035. In de tussenliggende jaren wordt nog twee keer een WRP opgesteld waarin de nut, noodzaak en hoogte van de dotatie opnieuw kan worden bepaald. 4.1 De ambitie van het huidige GRP sluit aan op de (concept) omgevingsvisie. De omgevingsvisie is de paraplu waaronder alle uitvoeringsprogramma’s vallen. Hiermee verankert de omgevingsvisie het beleid in de uitvoeringsprogramma’s Het WRP is één van de vele uitvoeringsprogramma’s binnen de gemeente.
De raad heeft de omgevingsvisie nog niet definitief vastgesteld, maar vanuit de werkgroep verwachten wij dat eventuele aanpassingen in de omgevingsvisie geen directe invloed hebben op dit WRP. Mochten er wel aanpassingen in de nog vast te stellen omgevingsvisie gedaan worden welke invloed hebben op het WRP, dan zullen wij de aanpassingen per ommegaande in het WRP verwerken. In ons huidige GRP hebben wij de volgende zes ambitiethema geformuleerd: ▪ Een goede inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater ▪ Overtollig hemelwater inzamelen en verwerken ▪ Goed omgaan met grondwater ▪ Oppervlaktewateren goed beheren, zodat ze water bergen en afvoeren ▪ Rekening houden met klimaatverandering ▪ Behouden en verbeteren wat we hebben Sinds het vaststellen van het huidige GRP in 2019 is er in 2022 een nieuw coalitieakkoord vastgesteld en zijn er een aantal (nieuwe) beleidsplannen/-visies opgesteld. De (concept) omgevingsvisie is daarin een belangrijk kader geworden. De ambtelijke projectgroep heeft beoordeeld of de ambitiethema’s van het huidige GRP aangepast moeten worden vanwege deze nieuwe inzichten. In bijlage 2 is een vergelijk van de negen speerpunten uit de (concept) omgevingsvisie met de ambitiethema’s uit het huidige GRP opgenomen. De speerpunten en ambitiethema’s zijn sterk met elkaar verweven.
Met name op speerpunt 1 “Een fijne gemeente om te wonen en te recreëren, met een goed onderhouden en toegankelijke openbare ruimte” en speerpunt 7 “Een gemeente waarin we ons landschap en bebouwde omgeving zo inrichten dat we de veranderingen in het klimaat op kunnen vangen”. Daarom adviseert de ambtelijke projectgroep om de zes ambitiethema’s uit het huidige GRP niet te wijzigen en te continueren in het WRP
4
|
4.2 Met de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma pakken we bestaande knelpunten aan Voor dit nieuwe WRP is vanuit het beheersysteem een nieuwe (risico gestuurde) onderhouds- en vervangingsplanning opgesteld. De hierin voorgestelde maatregelen hebben wij afgestemd met overige kansen en maatregelen binnen het domein riolering (o.a. de bij ons bekende problemen/knelpunten in het rioolsysteem en resultaten vanuit de klimaatstresstest). Vervolgens hebben wij deze integraal afgestemd met andere (beheer)disciplines, beleidsvelden, opgave(n) en projecten. Dit resulteert in 19 integrale projecten die we de komende planperiode 2026 t/m 2030 uit gaan voeren. Met 6 projecten zijn wij ondertussen al gestart. Voor deze projecten heeft de raad al krediet vrijgegeven (raadsbesluit d.d. 14 november 2024). 4.3 Met risico gestuurd beheer in combinatie met toekomstbestendig werken zorgen wij voor efficiëntere inzet van middelen (budget en personeel) en beperken we hinder voor de omgeving. Om middelen (budget en personeel) efficiënter in te zetten en hinder voor de omgeving bij werkzaamheden tot een minimum te beperken hanteren wij het principe van risico gestuurd beheer en toekomstbestendig werken volgens een wijk en buurgerichte aanpak.
Dit betekent het volgende: ▪ Wij renoveren of vervangen een riool pas wanneer de riolen hun functie niet meer goed kunnen uitvoeren en het risico op uitval/bezwijken te groot wordt. Dit doen wij met een in Nederland breed gehanteerd systeem/programma welke ons actuele en goede inzichten geeft. ▪ Als er in de buurt op korte termijn geen andere maatregelen voorzien zijn (bijvoorbeeld wegreconstructie) dan repareren we eventuele schades aan het riool (levensduurverlenging), zodat we het moment van vervangen kunnen uitstellen en in de toekomst maatregelen in de uitvoering met andere vakgebieden combineren; ▪ In de afweging beschouwen we het totaal; dat kan ook betekenen dat we riolen vervangen die op dit moment nog niet aan vervanging toe zijn, maar waar vervanging wél doelmatig is en dus op andere gebieden (financieel) voordeel oplevert; ▪ We wijken hiermee af van de strategie uit het huidige GRP. Daarin is uitgegaan van een theoretische vervanging van een rioolbuis na precies 70 jaar; hier zijn de budgetten en tarieven rioolheffing ook op gebaseerd. In de praktijk is gebleken dat dit niet wenselijk is; sommige riolen moeten eerder vervangen worden en vele kunnen, gezien de nog goede technische staat, later vervangen worden; Dit heeft een positieve invloed op de financiën, want overal het algemeen kan het riool later vervangen worden.
▪ We passen bij voorkeur technieken toe waarmee we zoveel mogelijk water lokaal proberen vast te houden (infiltreren in de bodem als dat goed mogelijk is en/of vasthouden in watergangen). Zodat er in tijden van droogte extra water lokaal beschikbaar is. Dit draagt bij aan de klimaatadaptatie en verhogen van de biodiversiteit; ▪ Ook betrekken we in deze projecten actief de aanwonenden en bieden we ze bijvoorbeeld de mogelijkheid om de straatzijde van hun daken af te koppelen.
5
|
▪ Wanneer wij riolen gaan vervangen (omdat ze hun functie niet meer goed kunnen uitvoeren) benutten wij dit moment om de omgeving direct klimaat robuust(er) te maken; werk-met-werk maken. Dit conform onderstaand plaatje waarin het verschil in aanpak wordt verduidelijkt. Dit doen wij volgens een wijk en buurgerichte aanpak en bij voorkeur, zoals al eerder genoemd, in combinatie met andere werkzaamheden.
Kanttekeningen/risico’s 1.1 Uitbreiding van middelen is nodig om de rol/functie van beleidsmedewerker/regisseur watertaken goed in te kunnen vullen. Met behulp van de formatiecalculator van Stichting RIONED is bepaald welke capaciteit de komende planperiode minimaal benodigd is om het WRP uit te kunnen voeren. Met ingang van 2026 is budget opgenomen om in eerste instantie via inhuur derden de extra benodigde capaciteit aan te vullen. Gedurende de planperiode van het WRP wordt besloten of en hoe dit omgezet wordt naar een vaste uitbreiding van de eigen formatie. 1.2 Verhoging van rioolheffing is nodig om deze hogere kosten te dekken De kosten voor inhuur van beleidsmedewerker/regisseur watertaken is geraamd op € 100.000. Omdat er geen dekking binnen de andere exploitatiebudgetten voor riolering is zal dit uit verhoging van de rioolheffing gedekt moeten. Uitgaande van 19.957 basisheffingseenheden, zijnde woningen of bedrijven. Daarmee bedragen de meerkosten afgerond € 5,00 per heffingséénheid. 4.1 Het WRP is de opvolger van het GRP Omdat riolering en water een belangrijke bijdrage leveren aan de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving kiezen wij er voor periodiek (eens per 5 jaar) de onderbouwing van onze wettelijke zorgtaken en de bekostiging ervan vast te (blijven) leggen. Dit doen wij vanaf nu in het Water- en Rioleringsprogramma (afgekort WRP).
Het WRP 2026-2030 is daarmee de
6
|
opvolger van het huidige GRP én als omgevingsprogramma de brug tussen de (concept) omgevingsvisie en de regels in het omgevingsplan. 4.2 Voor dit WRP is een nieuwe (risico gestuurd) onderhouds- en vervangingsplanning opgesteld. Hierbij is een zo reëel mogelijke planning aangehouden met actuele inzichten anno 2025. Echter op voorhand kan niet exact worden bepaald hoe het realisatietraject verloopt. Met name voor projecten in de tweede helft van de planperiode. Onder andere vergunnings- en inspraakprocedures, afstemming met nutsbedrijven, capaciteit en beschikbaarheid bij aannemer en voortschrijdend inzicht in (technische) ontwikkelingen kunnen tot wijzigingen van de planning leiden. Dit is tijdens de planperiode van het huidig GRP op onderdelen ook gebeurd. Binnen de reguliere P&C cyclus doen wij de komende planperiode jaarlijks een (financiële) review als evaluatie en bijstuurmiddel. Eventuele afwijkingen vermelden we daarin, met de hierbij behorende technische en financiële consequenties. Alternatieven Een alternatief is om het nieuwe WRP niet vast te stellen. Dan ontbreekt er een onderbouwing van de voorziening riolering en voldoen we niet aan de kaders van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Het BBV stelt als eis dat gemeenten een recent beheerplan (maximaal 5 jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar) moeten hebben als onderbouwing van een voorziening.
Daarnaast wordt bij aanpassen van het onderhoud naar beneden toe het risico op schade groter. Verhogen berging in de openbare ruimte Er is uitgezocht wat de extra kosten zijn als in de openbare ruimte i.p.v. 40mm1 neerslag 60mm1 neerslag moet worden geborgen zonder dat er schade aan particuliere eigendommen ontstaat. De uitkomst is dat kosten voor de projecten met gemiddeld 20% stijgt. In onderstaande tabel is een vergelijk van de rioolheffing voor een meerpersoonshuishouden uitgewerkt. 2026
2027
jaar 2028
2029
2030
Tarieven meerpersoonshuishouden bij berging 40mm1/uur
€ 253,09
€ 257,51
€ 261,93
€ 266,35
€ 270,80
Tarieven meerpersoonshuishouden bij berging 60mm1/uur
€ 261,95
€ 275,22
€ 297,36
€ 319,50
€ 333,16
Vergelijk berging 40mm1 t.o.v. 60mm1 neerslag per uur
Vervolg 1. Na vaststelling vindt publicatie plaats via de daarvoor gebruikelijke kanalen. 2. Binnen de reguliere P&C cyclus doen wij de komende planperiode jaarlijks een (financiële) review als evaluatie. Dit om te beoordelen of de plannen/doelen behaald worden en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. 3. De financiële en planning paragraaf zullen minimaal een keer per 2 jaar worden geactualiseerd.
7
|
Participatie Voor dit nieuwe WRP is een interne ambtelijke workshop geweest waarin alle relevante domeinen zijn vertegenwoordigd (Financiën, Wegen, Groen, Riolering/Water, Communicatie en Duurzaamheid/Omgevingswet). Daarnaast is gebruik gemaakt van de resultaten die bij het opstellen van de (concept) omgevingsvisie beschikbaar zijn gekomen (o.a. de vragenlijst en uitkomsten van de gebiedsuitkomsten). De tussenresultaten zijn op 17 september 2024 in een kernsessie aan de raad gepresenteerd. De aanvullingen die de raad die avond heeft geplaatst zijn meegenomen in de uitwerking van het WRP. Voorgaande is uitgebreider dan de participatie ten behoeve van het GRP 2020-2024. Hiervoor was toen weinig belangstelling en ook leverde dit geen tot zeer weinig nieuwe inzichten op. De bestaande beleidsuitgangspunten, ontwikkelingen, technische gegevens en ambities zijn in hoofdstuk 7 benoemd en op deze basis is dit concept WRP uitgewerkt. Afgelopen maanden zijn alle aanpassingen en wijzigingen financieel doorgerekend en afgestemd met de afdeling Financiën. Financiën Exploitatiekosten planperiode De exploitatiekosten worden in het WRP voor de planperiode als volgt geraamd: programmadeel Onderzoek & planvorming Regulier onderhoud - kostenstijging a.g.v. areaalgroei Facilitair Personeel totaal
Jaar 2028
2029
2030
120.000 1.280.000 7.700 572.300 719.700
120.000 1.280.000 11.700 572.300 719.700
120.000 1.280.000 15.600 572.300 719.700
120.000 1.280.000 19.600 572.300 719.700
2.699.700
2.703.700
2.707.600
2.711.600
2026
2027
120.000 1.280.000 3.900 572.300 719.700 2.695.900
Het beschikbare budget is € 2.595.900 (net als de raming o.b.v. prijspeil 2025). Dit betekent een tekort waarvoor een voorstel wordt gedaan (zie voorstel 1 en argument 1.1). Investeringsuitgaven planperiode De investeringsuitgaven worden in het WRP voor de planperiode als volgt geraamd: programmadeel 2026
2027
jaar 2028
2029
2030
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
Levensduur verlengend onderhoud vrijverval riolering Groot onderhoud en vervanging mechanische riolering Integrale projecten
218.950
218.950
218.950
218.950
218.950
1.890.500
2.850.700
2.744.600
2.744.600
2.744.600
totaal
2.359.450
3.319.650
3.213.550
3.213.550
3.213.550
8
|
De investeringen komen direct ten laste van de voorziening riolering. Het verloop van de voorziening is als volgt:
Benodigd Beschikbaar: - Voorziening per 01-01-2026 (inschatting) - Jaarlijkse dotatie Balans voorziening [tekort/over]
2026
2027
Jaar 2028
2029
2030
2.359.450
3.319.650
3.213.550
3.213.550
3.213.550
10.552.581 2.399.088 10.592.249
2.502.301 9.774.868
2.605.515 9.166.791
2.708.728 8.661.928
2.815.750 8.264.086
Tabel 1: ontwikkeling voorziening planperiode 2026-2030
Omdat in de planperiode 2026-2030 de begrootte onttrekking uit de voorziening groter is dan de jaarlijkse dotatie zal de stand van de voorziening geleidelijk teruglopen. Naar verwachting heeft de voorziening aan het einde van de planperiode een stand van circa € 8.200.000. In 2025 worden de kosten voor 94,6% gedekt uit de opbrengst rioolheffing. De overige 5,4% wordt opgevangen door de algemene middelen. De jaarlijkse ontwikkeling van de tarieven wordt bepaald op basis van de stijging van de verhaalbare kosten. In 2026 is sprake van een stijging van de verhaalbare kosten van 4,0%. Vanaf 2027 t/m 2030 bedraagt de jaarlijkse stijging 1,7%. Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de tarieven rioolheffing in de planperiode, inclusief het aanvullende budget van € 100.000 voor uitvoering van de WRP. In deze tarieven is nog geen rekening gehouden met prijsindexatie. Indexering zal jaarlijks gebeuren op basis van de dan geldende CBS indexatie. Dit zal tot uitdrukking komen in de begroting 2026 en de belastingverordeningen 2026. 2026 Stijging verhaalbare kosten
2027
jaar 2028
2029
2030
4,0%
1,7%
1,7%
1,7%
1,7%
Tarieven: - Éénpersoonshuishouden - Meerpersoonshuishouden - Bedrijfsafvalwater of overige niet woningen - Recreatieterrein - Basistarief
180,78 253,09 397,71 72,31 108,47
183,93 257,51 404,65 73,57 110,36
187,09 261,93 411,60 74,84 112,25
190,25 266,35 418,55 76,10 114,15
193,43 270,80 425,54 77,37 116,06
Dekkingsgraad
94,6%
94,6%
94,7%
94,7%
94,8%
Tabel 6: Ontwikkeling tarieven rioolheffing planperiode 2026-2030 (op prijspeil 2025)
Bijlagen Bijlage 1: Concept Water en Rioleringsprogramma Waadhoeke 2026-2030 Bijlage 2: koppeling speerpunten (concept) omgevingsvisie ambitiethema’s gemeentelijke watertaken
9
|
Burgemeester en wethouders van Waadhoeke
, burgemeester
, secretaris
10
|
NR.: 2024-190649 De raad van de gemeente Waadhoeke
Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke van ;
BESLUIT 1. Vanaf 2026 jaarlijks aanvullend € 100.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) en deze lasten middels een verhoging van de rioolheffing te dekken. 2. Met ingang van 2026 een egalisatievoorziening riolering in te stellen om schommelingen in de exploitatielasten en -baten op de vangen. 3. De dotatie aan de voorziening riolering in de jaren 2031 t/m 2035 te verhogen met een extra dotatie van € 95.000 cumulatief structureel. 4. Bij akkoord op het voorgaande het Water- en Rioleringsprogramma 2026-2030 (WRP) vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 oktober 2025 ,
{{Signer2}}
{{Signer1}}
Dit document is digitaal ondertekend.
11
|
, voorzitter
, griffier