Presentatie Subsidieverstrekking Waadhoeke
Tekst van het document
Presentatie onderzoek subsidieverlening • 17 januari 2023 • Rekenkamer Waadhoeke • Dr. mr. Rick Anderson
Opbouw • Aanleiding • Onderzoeksvraag • Methoden van onderzoek • Analyse • Conclusies • Aanbevelingen • Bestuurlijk wederhoor
Aanleiding en onderzoeksvraag • Tijdens de jaarlijkse afstemming met de fracties uit de gemeenteraad van Waadhoeke, d.d. 14 juni 2022, werd door enkele fracties aangegeven dat behoefte bestaat aan een actueel inzicht met betrekking tot de subsidieverstrekking. • Daarnaast is met het verstrekken van subsidies vrij veel geld gemoeid (inschatting: € 10 mln. op jaarbasis). • Hoe verloopt het verstrekken van subsidies binnen de gemeente Waadhoeke en hoe zou het verstrekken van subsidies verder geoptimaliseerd kunnen worden?
Methoden van onderzoek • Normenkader o.b.v. eerder onderzoek, VNG- en BZK-publicaties, overige publicaties, vergelijking andere gemeente. • Raadplegen financiële administratie, analyse besluiten raad en college, afnemen interviews, interne correspondentie- en documentenanalyse, drie casestudies, experiment.
Analyse
Administratieve Organisatie • De gemeente is niet in staat om jaarlijkse overzichten te verstrekken waarin per subsidieontvanger het subsidiebedrag wordt vermeld (p. 64). • De overzichten die de gemeente in eerste instantie verstrekt, betreffen enkel de afdeling Samenleving. Daarnaast geven deze overzichten niet het totale subsidiebedrag per ontvanger weer (p. 63). • “Als je ook de overzichten over 2019 en 2018 inclusief bedragen nodig hebt voor het onderzoek vergt dat veel werk van onze kant. Aanlevering daarvan zal dan, ook in verband met de vakanties, naar verwachting niet voor medio september kunnen plaatsvinden” (ambtelijke reactie, 14 juli 2022) (p. 63).
• Uiteindelijk verstrekt de gemeente op 2 augustus vanuit de afdeling Samenleving overzichten voor de jaren 2018 tot en met 2022. Ook vanuit de afdeling Communicatie komen documenten binnen (het betreft hier 1 subsidie). De afdeling Omgeving verstrekt enkel een overzicht voor 2021. Van andere afdelingen is geen reactie vernomen (p. 64). • De overzichten die vanuit de afdeling Samenleving worden verstrekt, bevatten subsidies die ook in het overzicht 2021 van de afdeling Omgeving staan vermeld. • Een gesprek tussen de ambtelijk contactpersoon en de rekenkamer op 8 september 2022 leidt tot het inzicht, dat de gemeente niet over een integraal overzicht van verstrekte subsidies beschikt. De gemeente hanteert het beleid, dat iedere afdeling verantwoordelijk is voor zijn eigen subsidies en dus ook voor zijn eigen subsidieadministratie. Niet iedere afdeling volgt hierin echter dezelfde werkwijze (p. 64). • Deze werkwijze bevordert een adequaat inzicht en een goede beheersing van subsidies uiteraard niet bepaald.
• 12 oktober 2022 wordt een overzicht verstrekt, maar dit overzicht betreft enkel het jaar 2022. Bovendien staan in dit overzicht tevens bijdragen (voor de raad, het college, promotie, representatie, overige personele kosten, etc.) vermeld, zodat dit overzicht de facto niet goed bruikbaar is. Een nadere analyse leert, dat de oorzaak hiervan gelegen ligt in het feit dat subsidies en bijdragen op één en dezelfde kostensoort worden geboekt (438.00). Het gevolg hiervan is, dat subsidies en bijdragen niet meer te splitsen zijn (p. 65). • Uiteindelijk leidt deze werkwijze ertoe, dat ook de raad niet adequaat geïnformeerd kan worden over de verstrekte subsidies.
• Een tweede opvallend kenmerk van de gemeente is, dat met afzonderlijke subsidieregelingen wordt gewerkt, die ieder een eigen besluitvormingstraject kennen. • Dit heeft tot gevolg, dat het niet mogelijk is snel een overzicht te verkrijgen van alle geldende subsidieregelingen (p. 65). • Het verkrijgen van een overzicht van subsidiebepalingen wordt verder gecompliceerd doordat niet altijd gebruik wordt gemaakt van een subsidieregeling als grondslag voor subsidieverstrekking (p. 65). • De grootste complicatie bij het verkrijgen van een totaalbeeld van subsidieregelingen, vormt het gegeven, dat ook op dit onderdeel de gemeente het beleid voert dat iedere afdeling verantwoordelijk is voor zijn eigen subsidieregelingen (p. 66).
• “Wat we nu hebben aangeleverd betreft de subsidieaanvragen en besluiten van de afdeling Samenleving. • Er zijn ook andere afdelingen betrokken bij subsidieaanvragen. • Willen jullie alle subsidierelaties (incidenteel en structureel) in beeld hebben?” • De rekenkamer reageert die zelfde dag dat inderdaad alle regelingen nodig zijn voor dit onderzoek.
• Na een aantal reminders, wordt op 8 september 2022 in een gesprek tussen de rekenkamer en de ambtelijk contactpersoon aangegeven, dat de gemeente niet over een integraal overzicht van subsidieregelingen beschikt. • De vraag rijst nu, in hoeverre alle verstrekte subsidies een grondslag kennen in één van de bovenstaande regelingen. Het gaat dan om een koppeling van verstrekte subsidies aan de subsidieregelingen (p. 66). • Logischerwijs beschikt de gemeente ook niet over een overzicht waarin wordt aangegeven welke subsidies nu verstrekt zijn op basis van welke subsidieregeling. Dit houdt in, dat ook geen inzicht bestaat in het gebruik van de subsidieregelingen (p. 112).
• Als gevolg hiervan, kan een dergelijk overzicht ook niet op de site van de gemeente kenbaar worden gemaakt aan mogelijke subsidieaanvragers. Het gebrek aan inzicht en sturing op subsidieregelingen heeft tevens tot gevolg, dat veelal wordt omgezien naar de uitzonderingsmogelijkheden die de Awb biedt (in 3 van de 3 casestudies) (p. 112).
Grondslag subsidies • Als geen gebruik wordt gemaakt van een subsidieregeling, maar van de uitzondering die art. 4:23 lid 3c Awb biedt, dan is het wel de bedoeling dat de raad hierover in de begroting wordt geïnformeerd (maximaal subsidiebedrag, subsidieontvanger)….. • Navraag leert, dat de gemeente dit type subsidies niet opneemt in de programmabegroting, maar in de activiteitenraming (p. 75 en 89).
• Ook is niet altijd in eerste instantie duidelijk op welke grondslag de subsidie wordt verstrekt. De juiste grondslag wordt doorgaans ook niet in het collegeadvies en de beschikking opgenomen: veelal wordt verwezen naar de algemene subsidieverordening, maar dit is geen juiste juridische grondslag (p. 98). • Zo wordt in de casus van Eenhoorn in eerste instantie de algemene subsidieverordening als juridische grondslag aangevoerd (ambtelijke reactie, 24 augustus 2022). Na overleg met de juridische afdeling wordt gesteld dat de subsidie verstrekt wordt op basis van de algemene wet bestuursrecht en de algemene subsidieverordening. Vervolgens wordt artikel 4:23 lid 3c Awb opgevoerd als grondslag. Deze grondslag wordt niet vermeld in het collegeadvies (p. 98).
• Gesteld kan worden, dat bij structurele subsidies, zoals bij Eenhoorn en het museum Martena, gebruik wordt gemaakt van artikel 4:23 lid 3c Awb, maar dat de ambtelijke organisatie zich hier zelf niet van bewust is (p. 99). • Dit artikel wordt namelijk niet opgenomen in de collegeadviezen en ook niet vermeld in de beschikkingen (p. 98). • Ook bij de incidentele subsidie voor het agrarisch collectief wordt de juiste grondslag (artikel 4:23 lid 3d) niet opgevoerd in het raadsvoorstel of in de beschikking (p. 98). • In alle drie de cases wordt in de ambtelijke reactie ook niet in eerste instantie naar deze artikelen van de algemene wet bestuursrecht verwezen en in het geval van het museum Martena zelfs in het geheel niet (p. 98).
• De VNG stelt in dit verband: “De Model ASV 2013 geeft een raamregeling met bepalingen over procedures en delegatie van de raad aan het college, die op alle subsidies van de gemeente van toepassing zijn. Concrete activiteiten worden echter niet genoemd. Daardoor biedt de ASV op zichzelf geen voldoende grondslag voor het verstrekken van subsidies; artikel 4:23 eerste lid bepaalt immers dat het wettelijk voorschrift de activiteiten moet noemen waarvoor subsidie kan worden verstrekt” (Vraag/Antwoord, VNG, 27 september 2022) (p. 98).
• Het risico van artikel 4:23 lid 3c Awb…… • De VNG: “Wanneer overwogen wordt hiervan (art. 4:23 lid 3c) gebruik te maken is het van belang om er zeker van te zijn dat er geen andere gegadigden zijn voor deze specifieke subsidie. Als dat wel zo is, bestaat namelijk de mogelijkheid dat er sprake is van een schaarse subsidie en dan is de rechtsnorm m.b.t. de verdeling van schaarse rechten van toepassing. Zie ABRvS11 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2310). Dat betekent dat andere gegadigden moeten kunnen meedingen en dat de procedure daarvoor transparant moet zijn. In dat geval is wel een subsidieregeling nodig waarin een en ander wordt vastgelegd” (p. 99).
Verdeling en plafonds • Een subsidieregeling biedt de mogelijkheid een plafond in te stellen. • “Het doel van een subsidieplafond is in de eerste plaats om een openeinderegeling te voorkomen. Dat wordt bereikt doordat artikel 4:25, tweede lid, van de Awb voorschrijft dat een aanvraag om subsidie moet worden afgewezen als het subsidieplafond is bereikt. Een inhoudelijke toets is dan verder overbodig. Het ontbreken van geld op de begroting is op zichzelf geen voldoende motivering om een aanvraag af te wijzen. Als er geen subsidieplafond is vastgesteld en op de juiste manier is bekendgemaakt, zou iedere aanvraag die voldoet aan de inhoudelijke criteria moeten worden toegewezen. Verder geeft een bekendgemaakt subsidieplafond duidelijkheid aan de eventuele aanvragers. Zij weten daardoor immers hoeveel geld er in een bepaald tijdvak beschikbaar is” (Adviesnota, Subsidieplafond, 13 juli 2022) (p. 82).
• Soms doet de gemeente dit (SR Dorpen en Wijken, 2018) (p. 80). • Soms ook niet (SR Peuteropvang en VVE) (p. 80). • Soms wel, maar ‘komt men terug bij het college’ als het plafond overschreden wordt (Kleinschalige Ontmoetingsactiviteiten) of voert de regeling het plafond niet als weigeringsgrond op (SR Onderhoud Dorpshuizen) (p. 81).
Budgettering • Subsidieregelingen zijn niet altijd gedekt in de begroting, zodat een additioneel raadsbesluit nodig is (AED’s) (p. 83). • Niet altijd wordt een inschatting gemaakt van het benodigde budget in de adviesnota’s richting het college (Indexering subsidies) (p,. 84). • Soms is de onderbouwing wat ‘kort door de bocht’. Het feit dat de verdeling van het gemeentefonds gebaseerd is op een aantal verdeelsleutels en dat het rijk per fictie bedragen hiervoor benoemd, verplicht de gemeenteraad niet om deze bedragen ook daadwerkelijk te besteden (subsidie lokale omroep) (p. 85).
Procesbeheersing • Ambtelijk wordt ook in dit verband gesteld, dat iedere afdeling verantwoordelijk is voor zijn eigen subsidies, inclusief de administratie daarvan en het in stelling brengen van geactualiseerde subsidieregelingen. • Dit heeft logischerwijs tot gevolg dat grote verschillen per afdeling kunnen ontstaan in de manier waarop dit proces gevoerd wordt. De ene afdeling houdt bijvoorbeeld bij, hoeveel subsidies op jaarbasis worden verstrekt aan welke subsidieontvanger en wat de stand van zaken is. Ook heeft deze afdeling inzicht in de subsidieregelingen die door deze afdeling worden ingezet. De andere afdeling heeft een dergelijke administratie niet en van deze afdeling is geen overzicht van relevante subsidieregelingen ontvangen. Van weer andere afdelingen is in het geheel niets vernomen (p. 105).
• Dit maakt, dat een eenduidig beeld van de manier waarop het proces van subsidieverstrekking wordt beheerst, niet mogelijk is. Wel kan geconstateerd worden, dat van enige centrale kaderstelling, sturing en handhaving geen sprake is. Centraal bestaat geen inzicht in de binnengekomen aanvragen, de stand van zaken met betrekking tot de afhandeling, de resterende werkvoorraad, etc. (p. 105).
• Tijdens het onderzoek kan geconstateerd worden, dat de gevraagde informatie zeer versnipperd wordt opgeleverd. Het opgevraagde dossier met betrekking tot museum Martena wordt op 23 september 2022 opgeleverd. Nadien wordt het verslag van het bestuurlijk overleg met museum Martena aangeboden, nadat hier specifiek om gevraagd wordt: op 11 oktober 2022. Dit leidt tot de constatering, dat dit verslag niet in het dossier is opgenomen (anders was dit verslag op 23 september 2022 aangeleverd). De indruk ontstaat dan ook, dat de dossiers niet volledig zijn (p. 104).
Rol en communicatie gemeenteraad • Het college geeft de raad soms de mogelijkheid om een specifieke subsidieregeling te bespreken. Zo wordt op basis van de raadsdiscussie de voorgestelde subsidieregeling Dorpen en Wijken aangepast door het college. De afwijzingsgrond als de aanvrager over voldoende middelen beschikt, wordt op verzoek van de raad in een ‘kan’ bepaling omgezet. • In de nieuwe subsidieregeling van 2020 is deze passage abusievelijk weggevallen (p. 87).
• Bij de bespreking van individuele subsidies vervult de raad inhoudelijk een actieve rol. • Bij de bespreking van generieke voorstellen, zoals de algemene subsidieverordening, vervult de raad een passievere rol (p. 60 e.v.).
• Subsidie aan de lokale omroep. • Op grond van art. 4:23 lid 3c Awb verstrekt, maar de subsidie staat niet in de begroting (wel in de activiteitenraming). • “Inderdaad, in de programmabegroting valt dit onder het taakveld 5.6 en is niet specifiek uitgesplitst in onderdelen. Als het goed is, heeft iedere fractievoorzitter van een partij een Activiteitenraming ontvangen. Dus niet iedere raadslid heeft een Activiteitenraming ontvangen, maar dit is zo afgesproken in de raad en de raadfracties” (p. 88).
• Het blijkt, dat de gemeente de activiteitenramingen verstrekt, maar enkel aan de fractievoorzitters. Bovendien betreft zo’n raming een nadere specificatie van de gehele programmabegroting. Op basis van een activiteitenraming kan onmogelijk een overzicht van de verstrekte subsidies worden verkregen. • Een activiteitenraming, waarin de gehele programmabegroting nader wordt gespecificeerd en waarin geen separaat overzicht van subsidies wordt opgenomen, biedt de raad geen mogelijkheid tot democratische controle. • De activiteitenraming voor 2022 beslaat bijvoorbeeld 263 pagina’s. Door deze gehele raming heen, wordt 129 keer melding gemaakt van een subsidie. Voor een integraal overzicht van subsidies en voor een adequate democratische controle, is een dergelijke presentatie uiteraard minder bruikbaar (p.90 en 100).
• In vergelijkend perspectief is zeer opmerkelijk, dat de raad geen inzicht wordt gegeven in de verstrekte subsidies op jaarbasis. Subsidies die op grond van artikel 4:23 lid 3c Awb worden verstrekt, zouden zelfs verplicht in de begroting of in de toelichting op de begroting moeten worden opgenomen, zo stelt dit artikel (p. 100).
Het aanvragen van subsidie • Subsidie wordt niet op de beginsite van de gemeente genoemd, maar wel als thema opgevoerd onder het thema Geld en Zorg. Doorklikken op deze site heeft tot resultaat, dat enkel de subsidie voor opvang regenwater en meer groen en de subsidie voor kleinschalige ontmoetingen worden vermeld. • Alle overige subsidies worden niet genoemd. Wel staat vermeld dat de gemeente verschillende subsidieregelingen kent. Als men benieuwd is of men voor subsidie in aanmerking komt, kan vervolgens een contactformulier worden ingevuld. Binnen vijf werkdagen neemt de gemeente dan contact op (p. 90).
• Wat opvalt is, dat de site dus geen totaal overzicht geeft van de mogelijke subsidies. • Bij Waadhoeke blijft de geïnteresseerde in het ongewisse en dient een contactformulier in te vullen om nadere informatie te krijgen. Dit legt een extra werkdruk op de ambtelijke organisatie (een ambtenaar zal immers nu contact moeten opnemen), maar ook op de geïnteresseerde uiteraard. • Een tweede opvallende constatering is, dat een gemeentelijke subsidie niet digitaal is aan te vragen (p. 90).
• De twee constateringen hangen samen met elkaar. Doordat de gemeente geen totaal overzicht geeft van de mogelijke subsidies, weet de geïnteresseerde dus niet voor welke activiteiten mogelijk subsidie kan worden aangevraagd. Daarom opteert men niet voor een digitale aanvraag. Bij een digitale aanvraag bestaat immers het gevaar dat de aanvrager het hele formulier invult en vervolgens een afwijzing krijgt omdat de activiteit in het geheel niet gesubsidieerd wordt. • De gemeente formuleert dit als volgt: “Het alternatief is, dat aanvragers eerst een heel formulier moeten invullen om vervolgens te vernemen dat voor die bepaalde activiteit helemaal geen subsidie beschikbaar is” (Gesprek rekenkamer met ambtelijke organisatie, 8 september 2022) (p. 91).
• Als de gemeente ‘gewoon’ alle mogelijke subsidies en subsidieregelingen op de site vermeldt, is het voor iedereen duidelijk welke activiteit wel en welke niet wordt gesubsidieerd. • Ernstiger is, dat initiatiefnemers in deze werkwijze helemaal niet digitaal gewezen worden op mogelijke subsidies (p. 91).
Het experiment…… • Het contactformulier dat de onderzoeker met betrekking tot een subsidie inzendt, wordt niet als zodanig aangemerkt. Het blijkt namelijk, dat ambtelijk is ontgaan, dat het contactformulier is ingevuld met betrekking tot een subsidie. De ambtenaar die het formulier in eerste instantie behandelt, gaat van de veronderstelling uit, dat in het formulier wordt gevraagd of de ambtelijke organisatie zelf behoefte heeft aan een public controlling bijeenkomst. De ambtenaar reageert hierop afwijzend, maar deze reactie wordt niet direct meegedeeld aan de onderzoeker die het contactformulier heeft ingediend. Het formulier, inclusief de afwijzende reactie van de ambtenaar, komt bij een leidinggevende terecht. Deze leidinggevende neemt vervolgens wel contact op met de onderzoeker (p. 91).
Controle en verantwoording • De gemeente beoogt op basis van vertrouwen samen te werken met subsidieontvangers. De algemene subsidieverordening reserveert dit vertrouwen voor kleinere subsidies: tot € 5.000 wordt niet meer standaard om verantwoording gevraagd (ASV, artikel 13, toelichting). Het college gaat hierin verder en besluit om kleine instellingen te laten volstaan met een beoordelingsverklaring in plaats van een controleverklaring (18 december 2018). Het kan hier ook om grote subsidiebedragen gaan, aangezien de omvang van de subsidieaanvrager bepalend is om gebruik te maken van deze versoepeling en niet zozeer de hoogte van de subsidie. Expliciet gaat het om instellingen die meer dan € 50.000 op jaarbasis aan subsidie ontvangen (Regeling verantwoording subsidie kleine instellingen, artikel 1, 18 december 2018) (p. 106).
• Als deze subsidieregeling verantwoording subsidie kleine instellingen wordt bezien, valt op, dat de criteria om al dan niet in aanmerking te komen voor deze regeling niet eenduidig zijn geoperationaliseerd. Zo is niet duidelijk wanneer nu sprake is van een ‘een in geld hoog verstrekte subsidie in vergelijking met andere instellingen’, wanneer sprake is van belangrijke tekortkomingen in de administratieve organisatie, wat precies een liquiditeitsprobleem is, etc. Feitelijk kan op basis van deze criteria niet eenduidig aangegeven worden wanneer sprake is van een hoog, dan wel een laag risicoprofiel. • Dit is van belang, aangezien de toets aan deze criteria bepaalt of sprake is van hogere financiële risico’s en aangezien instellingen met hogere financiële risico’s niet in aanmerking komen voor de versoepeling in verantwoording (Artikel 2 b, regeling verantwoording subsidie kleine instellingen Waadhoeke) (p. 106).
• Los van het feit dat een eenduidige toetsing aan de criteria niet mogelijk is, vindt daarnaast niet altijd een expliciete toetsing plaats. In het geval van Museum Martena volgt de ambtelijke organisatie het oordeel van een extern bureau en adviseert daarop het college om te volstaan met een beoordelingsverklaring. Als echter naar het rapport van dit extern bureau wordt gekeken, dan valt op dat dit bureau geen nader onderzoek heeft gedaan naar het risicoprofiel van het museum op basis van de criteria uit de regeling. Zo is de administratieve organisatie en de interne beheersing van het museum niet geanalyseerd en is ook geen liquiditeitsanalyse uitgevoerd, hetgeen wel had gemoeten op basis de regeling om tot een oordeel te komen of sprake is van hogere financiële risico’s (p. 107).
Aanbevelingen • Aanbevolen kan worden om meer gebruik te maken van subsidieregelingen. Deze zouden specifieker kunnen worden geformuleerd, jaarlijks in één voorstel kunnen worden geactualiseerd door het college en vervolgens via de site kunnen worden gecommuniceerd. Het lijkt raadzaam om deze aanbeveling centraal en gemeentebreed op te pakken, opdat een integraal overzicht van subsidieregelingen en het gebruik daarvan gegenereerd en gecommuniceerd kan worden. • Sterk wordt aanbevolen de raad op jaarbasis bij de programmabegroting een separaat overzicht te verstrekken van verstrekte en te verstrekken subsidies. In het geval de subsidie verstrekt wordt op grond van artikel 4:23 lid 3c Awb, zullen tevens de subsidieontvangers in dit overzicht vermeld moeten worden.
• Aanbevolen wordt, subsidies onder een aparte kostensoort te boeken, opdat het mogelijk wordt een integraal inzicht te verstrekken in verstrekte subsidies en subsidieontvangers op jaarbasis. Tevens wordt aanbevolen om de financiële administratie van subsidies te centraliseren en centraal te beheersen. • Het gebruik van subsidieregelingen biedt tevens de mogelijkheid om subsidieplafonds in te stellen en deze periodiek te bewaken. Ook dit zou de beheersing van subsidies in de hand kunnen werken.
• Het verdient aanbeveling om de procesbewaking op het verstrekken van subsidies centraal te beleggen. Op die manier kan integraal en uniform inzicht verkregen worden in het aantal aanvragen dat binnenkomt, de stand van zaken met betrekking tot de afhandeling, de werkvoorraad en de stand van zaken met betrekking tot bezwaaren beroepsschriften. • Aanbevolen wordt om het aanvragen van subsidies digitaal mogelijk te maken via de site van de gemeente. Daarbij zou tevens een duidelijk overzicht gepresenteerd moeten worden van activiteiten die mogelijkerwijs voor subsidie in aanmerking komen.
• Aanbevolen wordt om de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een lichtere verantwoording eenduidig te formuleren en er navolgbaar op toe te zien dat daadwerkelijk aan deze voorwaarden wordt voldaan. Tevens zou men in de ASV de mogelijkheid kunnen opnemen om ook zonder subsidieregeling te opteren voor een lichtere verantwoordingsvorm.
Reactie college • Wij onderschrijven in hoofdlijnen uw conclusies en de gedane aanbevelingen. • In het kader van het project Juridische Kwaliteitszorg zijn wij bezig alle verordeningen, nadere regelingen en beleidsregels in kaart te brengen. • Wij zijn voornemens een overzicht te maken met alle verstrekte en te verstrekken subsidies als bijlage bij de begroting. Met de raad zullen we dan het gesprek aangaan over het gewenste detailniveau van een dergelijk overzicht.
• Na de gemeentelijke herindeling hebben de subsidies een aparte kostensoort gekregen. Wij constateren samen met u, dat dat in het verleden niet consequent is doorgevoerd. Wij zullen hier een interne controle op laten uitvoeren en de noodzakelijke aanpassingen doorvoeren. De rekenkamer constateert echter, dat in het overzicht dat op 12 oktober 2022 is verstrekt, subsidies niet onder een aparte kostensoort worden opgevoerd. • Bij de overige subsidieverstrekkingen geven we via de bestuursrapportage (2x per jaar) en de Jaarrekening inzicht in en leggen we verantwoording af over de uitgaven op het gebied van subsidies. De rekenkamer concludeert, dat in de jaarrekeningen en de bestuursrapportages geen integrale overzichten worden opgenomen van verstrekte subsidies. Zo wordt in de jaarstukken 2021 van de gemeente 78 keer melding gemaakt van subsidies, maar deze subsidies staan niet vermeld in een separaat overzicht. Dit geldt ook voor de bestuursrapportages.
• Indien het bestuursorgaan reeds beleidsvrijheid heeft om de subsidie op beleidsmatige gronden te weigeren, zal het dat ook kunnen doen op grond dat onvoldoende gelden beschikbaar zijn. De vraag rijst in dit verband, in hoeverre het college alle potentiële gegadigden de ruimte biedt om mee te dingen naar een beschikbare subsidie. Verder valt in dit verband te wijzen op een adviesnota gericht aan het college zelf waarin het volgende staat opgenomen: “Het ontbreken van geld op de begroting is op zichzelf geen voldoende motivering om een aanvraag af te wijzen. • Wij onderzoeken de wijze waarop de procesbewaking, en daarmee ook het kunnen verschaffen van een integraal overzicht richting de gemeenteraad, verder kan worden geoptimaliseerd. • In het kader van ons Programma Dienstverlening heeft dit punt (digitaal aanvragen) inmiddels onze aandacht. • Wij zien in het onderzoek van u en de aanbevelingen op dit punt zeker aanleiding om de ASV en de regeling te evalueren en waar nodig aan te passen c.q. aan te scherpen.