Presentatie SEAP Waadhoeke
Tekst van het document
Presentatie onderzoek economisch beleid • 16 januari 2024 • Rekenkamer Waadhoeke • Dr. mr. Rick Anderson
Opbouw • Aanleiding • Onderzoeksvraag • Methoden van onderzoek • Analyse • Conclusies • Aanbevelingen • Overwegingen • Reactie college
Aanleiding en onderzoeksvraag • Tijdens de jaarlijkse afstemming met de fracties uit de gemeenteraad van Waadhoeke, d.d. 17 januari 2023, werd door enkele fracties aangegeven dat behoefte bestaat aan een onderzoek naar het gemeentelijk economisch beleid. • De gemeente voert een zeer actief economisch beleid: SEAP. • In welke mate wordt het sociaaleconomisch actieprogramma van de gemeente Waadhoeke doelmatig en doeltreffend uitgevoerd?
Methoden van onderzoek • Normenkader o.b.v. eerder onderzoek, VNG- en BZK-publicaties, overige publicaties. • Analyse documenten, zoals SEAP, uitvoeringsplannen, SOK, raads- en collegevoorstellen, notulen, voortgangsrapportages, etc. • Interviews met ambtenaren en portefeuillehouder. • Data van het CBS, provinsje Fryslân, BZK, planbureau Fryslân, etc.
Analyse
Norm Kwantitatieve doelstellingen
Operationele norm
Bevindingen en analyse
Beoogde werkgelegenheid wordt kwantitatief De beoogde werkgelegenheid wordt gekwantificeerd (< weergegeven en afgezet tegen een nul-situatie. 4%, arbeidsparticipatie 75%) en afgezet tegen de nulsituatie. Beoogde economische groei wordt kwantitatief De beoogde economische groei wordt gekwantificeerd (€ weergegeven en afgezet tegen een nul-situatie. 276 mln. oftewel 22% van 2018 tot 2033). Niet geheel duidelijk is hoe de eenmalige investering van € 23 mln. leidt tot een structureel effect van € 62 mln. en hoe dit structureel effect uiteindelijk leidt tot de beoogde groei van € 276 mln. De nul-situatie (het BRP) wordt in het actieprogramma gesteld op € 1,26 mrd. in 2018. Daarbij wordt aangesloten op de publicatie van Public Result. In de aanvraag voor de Regio Deal wordt deze nul-situatie gesteld op € 1,447 mrd. in 2018. De aanvraag heeft echter betrekking op een groter gebied (inclusief het noordwestelijke plattelandsgebied van Leeuwarden). Beoogde immigratie en het beoogde De behoefte aan extra werknemers wordt opleidingsniveau wordt kwantitatief gekwantificeerd (3.977 fte.) (vervanging en uitbreiding) weergegeven en afgezet tegen een nul-situatie. en afgezet tegen de nul-situatie. Ook het beoogde opleidingsniveau wordt gekwantificeerd en afgezet tegen de nul-situatie. Daarnaast wordt de beoogde immigratie uitgesplitst naar het beoogde opleidingsniveau van deze immigratie.
Veronderstellingen De veronderstellingen zijn expliciet geformuleerd.
De veronderstellingen zijn valide: onderbouwd op basis van eerder onderzoek en/of voorzien van voldoende reflectie.
De businesscases worden expliciet benoemd en uitgewerkt. In de aanvraag voor de Regio Deal worden de veronderstellingen schematisch expliciet weergegeven. Niet geheel duidelijk is, waarom men juist gekozen heeft voor de gekozen businesscases. De veronderstellingen in de aanvraag voor de Regio Deal zijn logisch en valide. Wel rijst de vraag in hoeverre daadwerkelijk gestuurd kan worden op de opgevoerde concepten. Economische groei bijvoorbeeld is afhankelijk van zeer veel context-gerelateerde factoren, waar een overheidsorganisatie niet altijd grip op heeft. Het meeste aantal bedrijven en de meeste werknemers zijn te vinden in de sectoren zakelijke dienstverlening, handel en reparatie en gezondheidszorg. Het planbureau Fryslân schat in, dat in de sectoren landbouw, bosbouw en visserij sprake zal zijn van een werkgelegenheidsafname. Aan de andere kant kennen deze sectoren wel een hoge specialisatiegraad en kunnen in die zin als stuwende kracht worden aangemerkt.
Organisatorische vormgeving Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn duidelijk belegd.
In het plan van aanpak wordt de organisatorische vormgeving zeer duidelijk beschreven, evenals de taken, de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden. Daarnaast wordt het actieprogramma uitgewerkt in een uitvoeringsplan voor de jaren 2022 en 2023. Hier wordt eveneens zeer specifiek ingegaan op de organisatorische vormgeving. Inhoudelijk en procedureel zijn afspraken tevens neergelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
Bestuurlijke eindverantwoordelijkheid.
In het uitvoeringsprogramma wordt per businesscase een doelstelling tot 2030 geformuleerd, alsmede een opgave voor de jaren 2021-2023, waarbij wordt aangegeven wat concreet gedaan moet worden. De bestuurstafel is verantwoordelijk voor het programma, maar waar nodig met behoud van de bevoegdheden van de colleges en de gemeenteraden. In de praktijk is een werkwijze ontstaan, waarbij onderwerpen die andere portefeuillehouders raken (dan de leden van de bestuurstafel), vooraf worden besproken met de desbetreffende portefeuillehouder.
Ambtenaren zijn voldoende toegerust. Voldoende ambtelijke capaciteit.
Het mandaat van het programmateam ten opzichte van de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de bestuurstafel, is in de praktijk goed uitgekristalliseerd. Op basis van de interviews en de geanalyseerde documenten, kan geconstateerd worden, dat de betrokken ambtenaren zeer goed zijn toegerust. Organisatorisch bestaat altijd een zekere spanning tussen lijnactiviteiten en programma-activiteiten. Het programmateam wil graag werken met eigen personeel van de gemeenten op programma’s, zodat de kennis behouden blijft voor de gemeentelijke organisaties. Aangezien die medewerkers ook reguliere lijn taken uitvoeren, speelt er altijd een zeker prioriteringsvraagstuk. Uit de notulen van de bestuurstafel en uit de voortgangsrapportages blijkt niet, dat activiteiten niet kunnen worden uitgevoerd wegens gebrek aan ambtelijke capaciteit.
Voldoende budget.
Tegelijkertijd met de vaststelling van het uitvoeringsplan wordt door de gemeente Waadhoeke € 402.150 beschikbaar gesteld. Harlingen stelt € 201.050 beschikbaar. In juni 2023 blijkt dit budget toereikend te zijn geweest. Voorgesteld wordt om het programma te verlengen tot december 2023 in aanloop naar de Regio Deal.
Duidelijke rapportagestructuur.
Gewerkt wordt met voortgangsrapportages die eens per halfjaar verschijnen. Deze rapportages worden besproken aan de bestuurstafel en daarna via de colleges aangeboden aan de raden. De voortgangsrapportages werden niet opgevoerd als officieel agendapunt aan de bestuurstafel, maar desgevraagd is aangegeven, dat dit in de toekomst wel gaat gebeuren.
Bestuurlijke en ambtelijke steun.
Het sociaaleconomisch actieprogramma en het uitvoeringsplan zijn unaniem vastgesteld door de raad. Ook ambtelijk is voldoende steun.
Voortgangsrapportages Concreet wordt aangegeven wat men gedaan heeft.
Sommige passages uit de voortgangsrapportages geven een minder concreet beeld van wat gedaan is en wat gedaan gaat worden. Andere passages geven wel een concreet beeld hiervan. Tijdens de interviews kan zeer concreet worden aangegeven wat met sommige begrippen wordt bedoeld en welke concrete acties men heeft ondernomen. Hoewel men met verschillende businesscases werkt, blijft men ook de inhoudelijke samenhang tussen deze businesscases zien. In sommige gevallen worden businesscases inhoudelijk gekoppeld aan elkaar.
Uit de notulen van de bestuurstafel blijkt, dat niet alle acties konden worden uitgevoerd. Hiervoor worden overigens valide argumenten aangedragen. In de voortgangsrapportages wordt hier echter niet expliciet melding van gemaakt. Concreet wordt aangegeven welk effect is bereikt. Dit is nu nog niet mogelijk. De uitspraken zijn voldoende onderbouwd. In sommige gevallen wordt in een voortgangsrapportage gesteld, maar niet onderbouwd. Zo vermeldt de tweede voortgangsrapportage dat door het programma Leren en Werken in je eigen Regio leerlingen nu een duidelijker beroepsbeeld hebben en veel meer kennis bezitten van het aanwezige bedrijfsleven. De vraag rijst dan uiteraard hoe dat gemeten en onderzocht is. De rapportages zijn toegankelijk en bieden een basis De voortgangsrapportages en de mondelinge verslagen tijdens de om tot bijsturing over te gaan. bestuurstafelvergaderingen bieden een goede basis voor eventuele bijsturing. De rapportages geven aan in hoeverre de acties tot het Sociaaleconomische effecten zijn nu nog niet waar te nemen, gewenste effect leiden en of men in de toekomst hetgeen na 2 jaar ook niet mogelijk is. Maatregelen op het gebied andere acties dient te overwegen. van sociaaleconomisch beleid vertalen zich pas enkele jaren door in effecten.
Besluitvorming Bestuurlijk eindverantwoordelijken hebben de mogelijkheid om op basis van de voortgangsrapportages het beleid en/of de uitvoering bij te stellen.
De bestuurstafel krijgt zeker de mogelijkheid om op de juiste momenten bij te sturen. Onderwerpen worden tevens tijdig ter goedkeuring voorgelegd aan de bestuurstafel. In dit verband kan ook geconstateerd worden, dat ook zaken die stroever verlopen mondeling aan de orde komen tijdens de bestuurstafelvergaderingen. Daarnaast wordt de bestuurstafel in de gelegenheid gesteld om terug te blikken en vooruit te kijken.
Conclusies
In het sociaaleconomisch actieprogramma worden ten aanzien van de beoogde economische groei, de werkgelegenheid, de beoogde immigratie en het opleidingsniveau zeer concrete en kwantitatieve doelstellingen opgenomen, die tevens zijn voorzien van een tijdspad (doorgaans tot 2033). De ambities ten aanzien van de beoogde ontwikkelingen worden daarnaast afgezet tegen een nul-situatie (2018). De beoogde economische groei wordt zelfs afgezet tegen de ontwikkeling van deze nul-situatie (de ontwikkeling van de nul-situatie betreft de ontwikkeling zonder actieprogramma). In het uitvoeringsplan worden de diverse businesscases zeer concreet uitgewerkt. Per businesscase wordt een doelstelling geformuleerd en een opgave voor de periode 2021-2023. Ook wordt aangegeven wat concreet gedaan moet worden om invulling te geven aan de opgaven. In het plan van aanpak en het uitvoeringsplan wordt het programma organisatorisch zeer duidelijk vormgegeven, waarbij aan alle relevante aspecten aandacht wordt besteed. Procedureel en inhoudelijk vindt daarnaast een nadere vertaling plaats in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden op deze manier eenduidig belegd. In de praktijk werkt de beoogde structuur goed, zo kan geconcludeerd worden op basis van de afgenomen interviews en de documenten die tijdens dit onderzoek geanalyseerd zijn.
De verantwoordelijkheidsverdeling tussen de bestuurstafel en het programmateam heeft zich in de praktijk uitgekristalliseerd en leidt niet tot problemen. Ook de afstemming tussen de bestuurstafel en de colleges heeft zich ontwikkeld tot een praktijk, waarbij onderwerpen die betrekking hebben op portefeuilles van collegeleden die niet deelnemen aan de bestuurstafel, vooraf worden besproken met die collegeleden. Ook dit werkt in de praktijk goed.
Het uitvoeringsplan is uitgevoerd binnen de gestelde budgettaire kaders. In juni 2023 blijkt, dat het budget nog toereikend is om het programma te verlengen tot december 2023 in aanloop naar de Regio Deal. De budgetten zijn tijdig en juist vastgesteld door zowel de gemeenteraad van Waadhoeke als de gemeenteraad van Harlingen. Het sociaaleconomisch actieprogramma zal in 2024 opgaan in de Regio Deal. De organisatie hiervan is echter nog niet vormgegeven. De Regio Deal beslaat inhoudelijk een breder programma dan het sociaaleconomisch actieprogramma. Ook bestuurlijk is de Regio Deal breder, aangezien ook de provincie Fryslân, de gemeente Leeuwarden en het Wetterskip deelnemen aan de Regio Deal. Aan de hand van de voortgangsrapportages, maar ook op basis van de notulen van de bestuurstafel en de afgenomen interviews, kan geconcludeerd worden dat zeer veel acties zijn ondernomen in het kader van het sociaaleconomische actieprogramma. Daarbij valt de hechte samenwerking tussen de gemeenten, de onderwijssector en het bedrijfsleven in positieve zin op. De voortgangsrapportages geven niet altijd een duidelijk en concreet beeld van datgene wat nu is gedaan en nog gedaan moet worden. Ook zijn de gehanteerde termen niet altijd even duidelijk.
Tijdens de interviews kan dit overigens wel zeer concreet worden aangegeven en weet men ook goed aan te geven wat met de gehanteerde termen wordt bedoeld. Daarnaast kunnen uitspraken in de voortgangsrapportages soms beter onderbouwd worden. Tevens geven de voortgangsrapportages niet altijd aan wat niet is uitgevoerd en wat daar de redenen voor zijn geweest.
Geconcludeerd kan worden, dat de voortgangsrapportages in combinatie met de mondelinge verslagen tijdens de bestuurstafelvergaderingen over het algemeen een goed beeld geven van datgene wat gedaan is en wat nog moet gebeuren. De bestuurstafel krijgt zeker de mogelijkheid om op de juiste momenten bij te sturen en maakt hier ook gebruik van. Onderwerpen worden tevens tijdig ter goedkeuring voorgelegd aan de bestuurstafel. Ook zaken die stroever verlopen, komen aan de orde tijdens de bestuurstafelvergaderingen. Daarnaast wordt de bestuurstafel in de gelegenheid gesteld om terug te blikken en vooruit te kijken. Als de data, zoals deze worden gepresenteerd in de aanvraag voor de Regio Deal en het sociaaleconomisch actieprogramma, worden vergeleken met de data van het planbureau Fryslân, de provincie Fryslân en met het CBS, kan het volgende worden geconcludeerd (zie hiertoe bijlage I). Van 2015 tot 2018 loopt de regio Noord-Friesland in de ontwikkeling van het Bruto Regionaal Product (BRP) achter op de landelijke ontwikkeling en op de ontwikkeling van het BBP in Friesland. Vanaf 2019 loopt de regio Noord-Friesland echter voor. Dit duurt tot 2021, waarna de regio weer achterloopt op Nederland en de provincie (CBS).
In de periode 2011 tot en met 2021 blijft de gemeente Waadhoeke in totaal gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden iets achter op de provincie Fryslân, maar vrij ver achter op het landelijk gemiddelde. De data gepresenteerd in de aanvraag voor de Regio Deal, sluiten aan op de data van het planbureau Fryslân.
Met betrekking tot de bevolkingsontwikkeling verschilt de prognose uit de aanvraag voor de Regio Deal met de prognose van het CBS. Dit hangt vermoedelijk samen met het feit dat beide prognoses verschillende tijdvakken hanteren. In alle prognoses is echter sprake van een bevolkingskrimp tot 2050 in Waadhoeke en de regio, terwijl landelijk juist sprake is van een groei. Met betrekking tot de beroepsbevolking stelt het actieprogramma, dat in 2030 een totale vraag naar arbeid zal ontstaan van 5.200 werknemers, oftewel 3.977 fte. (SEAP, p. 7 en 12). Dit betreft zowel de vervangings- als de uitbreidingsvraag. Het planbureau Fryslân stelt dat er in 2030 bijna 4.400 minder inwoners beschikbaar zijn voor werk. Dit betreft echter enkel de vervangingsvraag. Wel is opmerkelijk, dat het planbureau vervolgens een vervangingsvraag van 9.000 werknemers raamt voor het jaar 2040, terwijl het actieprogramma zich niet over deze periode uitlaat. Het lijkt een redelijk grote opgave om 9.000 nieuwe werknemers aan te trekken om alleen al aan de vervangingsvraag te voldoen, laat staan om daarboven nog meer werknemers aan te trekken om de economische ambitie te realiseren en te voldoen aan de uitbreidingsvraag. De netto arbeidsparticipatie voor Waadhoeke sluit voor het jaar 2021 en 2022 goed aan op het landelijk gemiddelde (70,5% resp. 71%).
Ook het aantal bijstandsuitkeringen in Waadhoeke volgt in de jaren 2021 en 2022 de landelijke ontwikkeling. Het lijkt dan ook minder realistisch om zeer fors op het verhogen van de arbeidsparticipatie in te zetten. Het aantal vestigingen van bedrijven per 10.000 inwoners blijft de afgelopen jaren (2021 t/m 2e kwartaal 2023) achter op het Nederlandse gemiddelde. Voor wat betreft de ontwikkeling van het totaal aantal bedrijven in Waadhoeke en Harlingen, sluit het actieprogramma aan op de data van de provincie.
Aanbevelingen
Aanbevolen wordt, om bij de organisatorische vormgeving van de Regio Deal zo veel mogelijk aan te sluiten op de vormgeving die men heeft gekozen voor het sociaaleconomisch actieplan. Uiteraard is de Regio Deal breder dan het sociaaleconomisch actieplan: de Regio Deal beslaat immers thema’s die niet in het sociaaleconomisch actieplan worden benoemd, zoals op het gebied van wonen, bereikbaarheid, leefbaarheid, etc. Deze inhoudelijke verbreding heeft ook een bestuurlijke verbreding tot gevolg. De Regio Deal is feitelijk een zaak van het gehele college, terwijl ook de provincie, het Wetterskip en de gemeente Leeuwarden deelnemen aan deze deal. Toch zouden de organisatorische principes, zoals het werken met een bestuurstafel en een programmateam en het werken met voortgangsrapportages, overgenomen kunnen worden. Deze principes werken in de praktijk immers goed. Ook wordt aanbevolen om de hechte samenwerking met de onderwijssector en het bedrijfsleven te continueren in de implementatie van de Regio Deal. Aanbevolen wordt, om in voortgangsrapportages concreter en duidelijker aan te geven wat men heeft gedaan en wat nog gedaan moet worden. Tevens wordt aanbevolen de gehanteerde termen beter toe te lichten. Zo is het voor de lezer niet altijd duidelijk wat onder een ‘hub’ of onder een ‘BBL- of werkcarrousel’ moet worden verstaan.
Het onderscheid tussen kwartiermaker en kennismakelaar is eveneens niet geheel duidelijk voor een lezer. Daarnaast wordt aanbevolen uitspraken in de voortgangsrapportages van een adequate onderbouwing te voorzien. Tevens kunnen de voortgangsrapportages ook ingaan op datgene wat niet is gerealiseerd. Zo is ten tijde van dit onderzoek het onderzoek onder nieuwkomers en verlaters nog niet uitgevoerd en verloopt bij de agri-hub de aansluiting van de agrariërs stroef. Tijdens de interviews blijken hier zeer goede redenen voor te zijn en ook deze redenen zijn het vermelden in de voortgangsrapportages waard.
Overwegingen
Het planbureau Fryslân heeft in mei 2023 enkele ontwikkelingen geanalyseerd die invloed hebben op de economische groei. Deze analyse van het planbureau komt er in essentie op neer, dat de werkende bevolking zal afnemen en dat de krapte die op de arbeidsmarkt ontstaat, zich vooral zal voordoen in de sectoren Handel en Reparatie, Gezondheids- en Welzijnszorg, en Zakelijke Dienstverlening. Deze analyse wordt tevens bevestigd in de data-analyse zoals deze tijdens dit rekenkameronderzoek is uitgevoerd (zie bijlage I). Om het arbeidsvolume te behouden stelt het planbureau voor om in te zetten op een versterking van de migratiestroom. Dit zal wel leiden tot een versterkte vraag naar woningen. Als alternatief stelt het planbureau voor om selectiever om te gaan met economische activiteit. Als deze analyse wordt afgezet tegen het sociaaleconomisch actieprogramma, rijst de vraag of het actieprogramma de analyse van het planbureau hierin volgt.
Het sociaaleconomisch actieprogramma besteedt aandacht aan de krimpende arbeidsmarkt en zet tevens in op een toename van het aantal arbeidsmigranten. Ook besteedt het actieprogramma aandacht aan de extra vraag naar woningen (ook kwalitatief) die wordt gegenereerd als men meer arbeidsmigranten wil aantrekken. Daarbij wordt voorgesteld om permanente arbeidsmigranten onder te brengen in dorpen en steden, terwijl voor tijdelijke (seizoensgebonden) arbeidsmigranten geopteerd wordt voor solitaire gebouwen. Rekenkameronderzoek bij andere gemeenten wijst uit, dat het onderscheid tussen short- en longstay in de praktijk niet altijd duidelijk te maken is (migranten weten vooraf namelijk niet altijd hoe lang zij zullen verblijven), dat het verlenen van vergunningen een zeer tijdrovende zaak kan zijn (zeker bij grotere locaties), dat registratie van arbeidsmigranten op zijn zachtst gesteld problematisch is en dat het toezicht op illegale huisvesting in de praktijk niet eenvoudig is. Ook nationaal wordt gewezen op deze problematiek (Aanjaagteam, 2020). Hoewel zeker niet onmogelijk, levert het huisvesten van arbeidsmigranten in de gemeentelijke praktijk de nodige problemen op en hier zal vooraf op kunnen worden geanticipeerd.
Het sociaaleconomisch actieprogramma zet sectoraal vrij fors in op de sectoren agri en maritiem en brengt dus ook het tweede alternatief van het planbureau in stelling: selectief omgaan met economische activiteit. Opvallend is daarbij, dat het actieprogramma met de keuze voor agri en maritiem minder inzet op de sectoren die het planbureau benoemt. Het planbureau komt goed overeen met de analyse die tijdens dit rekenkameronderzoek is uitgevoerd. Als een top vier van grootste sectoren kan worden samengesteld, ziet deze top er voor 2022 als volgt uit:
2022 1 2 3 4
Waadhoeke Aantal bedrijven Zakelijke dienstverlening Landbouw en visserij Handel en reparatie Bouwnijverheid
Waadhoeke Aantal werknemers Handel en reparatie Industrie/Gezondheidszorg Landbouw en visserij Zakelijke dienstverlening
Harlingen Harlingen Aantal bedrijven Aantal werknemers Zakelijke dienstverlening Handel en reparatie/Gezondheidszorg Handel en reparatie Industrie Bouwnijverheid Zakelijke dienstverlening Gezondheidszorg Vervoer en opslag
De rode sectoren komen in beide analyses (van het planbureau en van dit rekenkameronderzoek) overeen. De vraag rijst in hoeverre het actieprogramma niet beter het accent had kunnen leggen op zakelijke dienstverlening, handel en reparatie en op gezondheidszorg.
Het bureau Etil prognosticeert een daling van de werkgelegenheid in de industrie en in de landbouw, bosbouw en visserij voor de periode 2022-2025 voor Noord-Nederland (Etil, 2020, p. 20). Aan de andere kant is de specialisatiegraad voor landbouw, bosbouw en visserij de grootste van alle sectoren in Noord-Nederland in 2017. Deze graad geeft aan of een sector in de regio meer of minder gemiddeld bruto waarde toevoegt in vergelijking met Nederland. De werkgelegenheid binnen agri en maritiem loopt dus bij ongewijzigd beleid terug, terwijl de sector wel een hoge specialisatiegraad kent en in die zin als stuwende kracht kan worden aangemerkt. Aan de andere kant werken de meeste mensen in de regio niet binnen deze sectoren. De vervangings- en uitbreidingsvraag zal zich met name gaan voordoen in de sectoren zakelijke dienstverlening, gezondheidszorg en handel en reparatie. De bijna normatieve vraag rijst, in hoeverre het raadzaam is om enkel in te zetten op agri en maritiem. De twee alternatieven die het planbureau biedt, lijken de moeite van een nadere analyse waard. Als men inzet op een brede versterking van meer sectoren, dan zal zeer zwaar ingezet moeten worden op arbeidsmigratie en dus ook op huisvesting. Als men inzet op een nadere selectie van economische activiteit, zal men een keuze moeten maken voor bepaalde sectoren.
Bij die laatste keuze rijst de vraag of men dan wil inzetten op stuwende sectoren of juist op sectoren waar momenteel de meeste werknemers actief zijn en waar men de grootste krapte verwacht.
De aanvraag voor de Regio Deal lijkt beide opties te combineren. Hoewel de aanvraag voor de Regio Deal breder is dan enkel het sociaaleconomisch onderdeel, valt uit de aanvraag op te maken dat men inzet op de sectoren agri en maritiem (Aanvraag Regio Deal, p. 8). De aanvraag voor de Regio Deal merkt de sectoren agri en maritiem aan als stuwende sectoren. Zakelijke dienstverlening en zorg worden als niet stuwende sector aangemerkt (Aanvraag Regio Deal, p. 22). Hiermee wordt ingezet op het tweede alternatief van het planbureau: selectief inzetten op bepaalde sectoren. Aan de andere kant constateert de aanvraag een krimpende bevolking, vergrijzing en ontgroening (Aanvraag Regio Deal, p. 12) en wordt ingezet op arbeidsmigranten en huisvesting. Hoewel dit over de volle breedte juist is, geven bovenstaande analyses aan, dat binnen de sectoren agri en maritiem bij ongewijzigd beleid de werkgelegenheid juist terugloopt. De Regio Deal behelst dan ook een opgave: het ombuigen van de teruglopende werkgelegenheid in de sectoren agri en maritiem naar een stijging van de werkgelegenheid in deze sectoren. Hoewel dit zeker niet onmogelijk is, dient deze opgave gecombineerd te worden met een andere opgave: het tekort aan werknemers in de zorg. Deze opgave zal immers ook moeten worden ingevuld en zal zonder meer tot een toenemende vraag aan woningen tot gevolg hebben.
Tot slot wijst de analyse van het planbureau uit, dat in 2040 in totaal 9.000 werknemers nodig zijn om alleen al aan de vervangingsvraag te voldoen en ook dit kan als een behoorlijke opgave worden gezien.
Reactie college
Reactie college