Interpellatiedebat Kleasterwei 7.docx
Tekst van het document
IBT-onderzoek en IBT-rapport provincie naar het dossier Kleasterwei 7 in Tzummarum. Vragen interpellatiedebat van Gemeentebelangen.
1. Beschikt de raad over het definitieve IBT-rapport, de daarbij behorende reactienota en de actie- en verbeterpunten waarover Gedeputeerde Staten op 8 december 2020 heeft besloten? 2. Beschikt de raad over de brief en het besluit van GS? Toelichting: In het memo van de wethouder van 29 december 2020 aan de raad schrijft hij dat GS bij brief van 12 december 2020 de gemeente heeft geïnformeerd over de uitkomst van de behandeling van het IBT rapport en de reactienota. GS vraagt aanvullend om een actieplan en realisatiedata en dat de voortgang wordt besproken tussen CDK en burgemeester. 3. Hoe vaak is er vanaf 2010 sprake geweest van een door de provincie ingesteld IBT-onderzoek naar VTH-taken in de gemeente Waadhoeke en daarvoor in de gemeenten Franekeradeel, het Bildt en Menameradiel? 4. Kan de wethouder aangeven of er momenteel ook nog een ander IBT-onderzoek loopt? 5. Waarom heeft de wethouder de raad niet eerder over het lopend IBT-onderzoek ingelicht? Toelichting: In het memo van de wethouder van 6 mei 2020 aan de raad schrijft hij voor het eerst over het IBT onderzoek dat de provincie naar het dossier Kleasterwei 7 in Tzummarum instelt. De provincie is dan al vanaf 2018 vanuit IBT betrokken bij het dossier. Het voor 7 mei 2020 geagendeerde raadsvoorstel ‘Verklaring van geen bedenkingen’ wordt door het college ter elfder ure ingetrokken.
Aangegeven wordt dat zowel de raad als het college de bevindingen van het IBT-onderzoek willen wegen in de besluitvorming. Zodra het IBTonderzoek is afgerond wordt de raad daarover geïnformeerd, zo geeft de wethouder aan. 6. Waarom verstrekte de wethouder het IBT-rapport en de reactienota pas op 20 oktober 2020 aan de raad en nadat IBT-aanvrager via een WOB procedure daarover al de beschikking had gekregen? Het college ontving het IBT-rapport reeds op 25 augustus 2020. 7. Waarom nam het college over het procesverloop een ander standpunt in dan de wethouder in zijn beantwoording in de raadsvergadering van 8 oktober aangaf?
8. Waarom gaat de wethouder voorbij aan de overige actie- en verbeterpunten? Toelichting: In het memo van de wethouder van 29 december 2020 schrijft hij dat in de reactienota tien actie en verbeterpunten zijn opgenomen. Twee daarvan kunnen volgens hem de meeste impact hebben op het dossier Kleasterwei 7. Dit zijn het ingediende landschappelijke inpassingsplan opnieuw nauwgezet toetsen aan het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning en de uitspraak van de Raad van State. Het tweede is de legalisatie van de oostelijke strook grond die in eigendom is van Staatsbosbeheer. 9. Waarom wijkt de wethouder in zijn memo van 29 december 2020 af van het conclusies en aanbevelingen uit IBT-rapport, alsmede de actie en verbeterpunten? 10. Waarom zijn de fatsoensnormen t.a.v. Staatsbosbeheer en het niet nakomen van de erfpachtverplichtingen langdurig door de gemeente overschreden? Toelichting: Uit het beschikbare IBT-rapport en de reactienota blijkt dat Staatsbosbeheer en het Wetterskip een cruciale rol spelen. SBB heeft meerdere malen aangegeven geen bosgrond te willen verkopen. Niet aan het bedrijf en niet aan de gemeente die erfpachter van de bosgrond is. SBB heeft zelfs diverse handhavingsverzoeken verricht en aangedrongen op herstel van de oorspronkelijke situatie. Toch stuurt de wethouder tot de dag van vandaag aan op aankoop en doorverkoop van de strook bosgrond. 11.
In de adviesnota aan B&W van 6 oktober 2020 wordt geadviseerd het beplantingsplan (landschappelijke inpassing) niet goed te keuren en de oostelijke strook bosgrond onder voorbehoud van verwerving door het bedrijf JdV te legaliseren. Komt dit advies overeen met het standpunt van de wethouder zoals verwoord in zijn memo van 29 december 2020? 12. In dezelfde adviesnota wordt geschreven dat manager VTH en adviseurs verdeeld zijn over de juiste aanpak. En dat het college wellicht ook verdeeld is over een voorstel naar de raad, die de besluitvorming naar zich toe heeft getrokken. Is hier nog steeds sprake van? Toelichting: In het IBT-rapport zijn conclusies en aanbevelingen van de onderzoeker verwoord, alsmede de gemeentelijke reacties erop. Wat in het oog springt is de volgende: a. Overweeg een fundamenteel andere aanpak in de zaak met een strikte gemeente als bevoegd gezag; b. Overweeg nadrukkelijk of de verkoopconstructie wenselijk is en zuiver aangepakt volgens beginselen van behoorlijk bestuur. Neem nadrukkelijk in overweging wat de kosten van deze constructie zijn voor het bedrijf, overheid en of dat het allemaal waard is. Weigeren kan ook. Neem in de overweging mee of de raad op deze wijze wel om een verklaring van geen bedenkingen gevraagd mag worden. Bemiddel als gemeente niet bij grondverkoop.
*Reactie van gemeente: we stoppen met bemiddeling bij de verkoop van grond omdat dat onze rol hier niet is. Legalisering kan alleen als het bedrijf de grond
verwerft; c. Investeer in capaciteit en kwaliteit van toezicht in dit dossier; d. Nodig alle betrokkenen uit voor overleg en geef informatie over het rapport en de vervolgaanpak. Stel een objectieve casemanager in deze zaak aan die de gehele reikwijdte bewerkt en zorgt dat alle betrokkenen blijvend goed geïnformeerd zijn en de werkzaamheden op elkaar afstemmen. * Reactie van gemeente: wij zullen betrokken (het bedrijf, aanwonenden, SBB en Wetterskip een toelichting geven op het rapport en op onze reactienota. Met de IBT verzoeker doen we dat in elk geval in een gesprek; individueel of gezamenlijk. 13. Geeft de wethouder als portefeuillehouder van dit langslepende dossier naar zijn mening uitvoering aan bovenstaande leerpunten uit de conclusies en aanbevelingen? 14. In het IBT-rapport wordt verwezen naar het VTH-beleid in Waadhoeke en de Landelijke Handhaving Strategie (LHS). Geconcludeerd wordt dat Waadhoeke daar kennelijk niet mee werkt cq. aan voldoet. In de LHS sanctiematrix valt het bedrijf onder de rubriek ‘Calculerend’. Dit staat voor recidive en bewust belemmerend. De rubriek daaropvolgend is ‘Crimineel’. Het bedrijf geeft in een interview met de IBT-onderzoeker aan, dat de gemeente ‘aardig’ voor hem is en geen strobreed in de weg legt. Aangegeven wordt dat het bedrijf graag voor de gemeente wil blijven werken.
Ook geeft hij aan dat de dwangsombeschikking die in 2019 werd opgelegd, bedoeld is als betere uitgangspositie voor het bedrijf om de strook bosgrond te kunnen verwerven. Een uitlating die hem door de gemeente zou zijn ingegeven. 15. Waarom kiest de wethouder, bovenstaande in ogenschouw nemend, desondanks toch voor aankoop van bosgrond van SBB en de actieve bemiddelingsrol? 16. Welke bedragen van de opgelegde dwangsommen zijn ontvangen? 17. Indien de dwangsommen niet (tijdig) zijn ontvangen, is hier dan in overleg met de portefeuillehouder cq. het college van afgezien? 18. De Nationale Ombudsman startte in 2020 ook een onderzoek naar dit dossier. De National Ombudsman is een onafhankelijk Hoog College van Staat, dat klachten van burgers over onbehoorlijk gedrag van organen onderzoekt. Waarom betrekt de wethouder de te verwachten conclusies uit dit onderzoek niet bij de voorgestelde besluitvorming? 19. De sleufsilo’s van het bedrijf op grond van SBB zijn reeds gelegaliseerd. Er is echter beroep aangetekend. Voor zover ons bekend is er nog geen uitspraak. Waarom wacht de wethouder niet op de uitspraak en met de voorgestelde aankoop van de grond van SBB? De mogelijkheid bestaat dat de sleufsilo’s verwijderd moeten worden. 20.
Kan de wethouder aangeven op welke wijze de actie- en verbeterpunten en het actieplan die het gevolg zijn van het IBT-rapport tot uitvoering zullen worden gebracht? 21. Volgens het college “ademt” het rapport vorm uit van rechtsbescherming voor IBT-melder. Bedoelt het college hiermee dat naar haar oordeel het rapport van HMA niet objectief is? Zo nee, wat bedoelt het college dan wel met die opmerking?
22. De fracties van Gemeentebelangen en SAM stelden in september 2019 vragen aan het college. Als antwoord kregen zij dat het VTH-beleid “een interne richtlijn is”. Hoe denkt het college hier nu over?