CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Ecologische quickscan.pdf

Gemeenteraad Waadhoeke 29 april 2021, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Recreatieve ontwikkeling Zwarte Haan4.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2019 Natuurtoets Rho Adviseurs Ontwikkeling recreatieterrein Zwarte Haan

++

COLOFON BUREAU FAUNAX Badweg 40 B 8401 BL Gorredijk 0513-435024 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Natuurtoets Rho Adviseurs Ontwikkeling Recreatieterrein Zwarte Haan Gorredijk, maart 2019 In opdracht van: Rho Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Dhr. J. Breidenbach & Dhr R. Fokker Autorisatie: Dhr. E. P. de Boer Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied

© Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2019). Natuurtoets Rho Adviseurs/ Ontwikkeling Recreatieterrein Zwarte Haan. Rapport 19037. Bureau FaunaX, Gorredijk.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1

Flora .............................................................................................................................. 4

2.2

Vogels ............................................................................................................................5

2.3

3

Jaarrond beschermde vogelnesten ................................................................5

2.2.2

Overige (broed)vogelsoorten ........................................................................ 6

Zoogdieren ....................................................................................................................7 2.3.1

Vleermuizen ...................................................................................................7

2.3.2

Overige zoogdieren ....................................................................................... 8

2.4

Vissen, reptielen & amfibieën en ongewervelden ....................................................... 8

2.5

Gebiedsbescherming .................................................................................................... 8

2.6

Houtopstanden ............................................................................................................ 8

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ...............................................................................9 3.1

Overzicht beschermde soorten ................................................................................... 9

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................. 9

3.3 4

2.2.1

3.2.1

Essentakziekte ............................................................................................... 9

3.2.2

Algemene broedvogels .................................................................................. 9

3.2.3

Jaarrond beschermde nesten van vogels ...................................................... 9

3.2.4

Zorgplicht ..................................................................................................... 10

Overzicht vervolgstappen ........................................................................................... 10

LITERATUUR EN BRONNEN ........................................................................................ 11

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring .................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten provincie Fryslân .....................................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 3 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 3 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Bij de gemeente Waadhoeke is het verzoek ingediend een nachttuin in het recreatiegebied bij Zwarte Haan te realiseren. Bij deze quickscan wordt er vanuit gegaan dat er geen bomen worden gekapt (hoogstens gesnoeid), er geen watergangen worden aangepast en de werkzaamheden geheel binnen het recreatieterrein plaats zullen vinden. Centraal binnen het recreatieterrein wordt een gebouw (genaamd Starbarn) met vijf trekkershutten, een sterrenobservatorium en een expo-ruimte gerealiseerd. Hiernaast wordt een nachttuin, een parkeerterrein en een schelpenpad inclusief bruggetje ingericht en aangelegd. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden.

Figuur 1.1. Het plangebied in het stationsgebied bij Zarte Haan (rood gemarkeerd) (bron: www.google.com/maps).

1

1.2 Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

1.3 Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van Rho Adviseurs heeft Bureau FaunaX het planvoornemen door middel van een ecologische quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze quickscan is uitgevoerd op vrijdag 8 maart 2019 en vond plaats onder winterse weersomstandigheden (7°C, windkracht 4, vrijwel geheel bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten zich binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent de Ecologische Hoofdstructuur, ganzengedooggebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief. 2

1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het onderzochte plangebied ligt ten oosten van het restaurant Zwarte Haan en bestaat uit grasvelden (functie: camperplaats) met toegangsweggetjes en is volledig omringt door bomen (es) Ten noorden van dit recreatiegebied scheidt een sloot dit gebied van de zeedijk. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit intensief agrarisch gebied met enkele bebouwingen in de vorm van huizen en een restaurant. Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een nachttuin, Starbarn met observatorium en verblijfsfunctie, parkeerterrein voor 17 parkeerplaatsen en een schelpenpad inclusief bruggetje. Hierbij vindt geen bomenkap plaats en wordt hooguit gesnoeid voor de aanleg van het schelpenpad. Ook vinden er geen aanpassingen aan de sloot ten noorden van het plangebied plaats; er wordt slechts een bruggetje aangelegd.

Figuur 1.2. Impressie van het plangebied.

3

2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora De vegetatie van het plangebied wordt gevormd door een grasveld, struiken en bomen. De bomen in het plangebied bestaan voornamelijk uit es met een enkele eik en els. Op het grasveld zijn soorten aangetroffen als engels raaigras, fluitenkruid, hoornbloem (spec.), kleine veldkers, ooievaarsbek (spec.), grote brandnetel, kleefkruid, scherpe boterbloem, rietgras, gestreepte witbol, reuzenbereklauw, geel nagelkruid, ridderzuring, smalle weegbree, paardenbloem, madeliefje, vogelmuur, canadese fijnstraal, hondsdraf, brede weegbree, lookzonder-look, vroegeling, liggende vetmuur, wilgenroosje en kruipende boterbloem. In de bosschages rondom het plangebied zijn soorten aangetroffen als duindoorn, klimop, grote ereprijs, sneeuwklokje, duizendblad en akkerkool. De struiken bestaan vooral uit duindoorn en kornoelje (spec.). Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Wnb beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan. Vooral het feit dat de grond in het plangebied uit voedselrijke zeeklei bestaat, speelt hierin een belangrijke rol. Tijdens het veldbezoek werd binnen de populatie essen, een groot aantal besmet met deessentakziekte aangetroffen.

Dit is een veelvoorkomende ziekte die uiteindelijk voor sterfte binnen deze populatie zal zorgen. De verwachting is dat binnen een termijn van 5 á 10 jaar vele essen zullen sterven en om zullen vallen. Door vroegtijdig aanplanten van jonge bomen , kan het voorkomen worden dat beschutting van het recreatieterrein verloren gaat. 

4

De aanwezigheid van beschermde plantensoorten en effecten op deze soorten ten gevolge van de werkzaamheden kunnen door afwezigheid van geschikte standplaatsen worden uitgesloten. Essentakziekte is aanwezig binnen het plangebied. De verwachting is dat vele essen zullen sterven als gevolg van deze ziekte op een termijn van 5 á 10 jaar. Geadviseerd wordt over te gaan tot nieuwe aanplant (van andere boomtypen) om te voorkomen dat het recreatieterrein zijn beschutting verliest.

Figuur 2.1. Impressie van de flora in het plangebied met v.l.b.n.r.o.: reuzenbereklauw, vroegeling, kornoelje (spec.) en look-zonder-look.

2.2 Vogels 2.2.1

Jaarrond beschermde vogelnesten

Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten of horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels. De bomen in het plangebied zijn gecontroleerd op de eventuele geschiktheid of aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Binnen het plangebied werden drie eksternesten en twee zwarte kraaiennesten aangetroffen. Eén eksternest werd actief bewoond en de overige twee zaten in de bomen aangrenzend aan dit actieve nest, vermoedelijk gemaakt door hetzelfde broedpaar eksters. Eén van de twee zwarte kraaiennesten werd actief gebouwd en bewoond, waar het bij het andere nest ging om een oud zwarte kraaiennest. Nesten van soorten als gierzwaluw, huismus of kerkuil worden over het algemeen aangetroffen in bebouwing. Bebouwing is op en in het plangebied niet aanwezig.

5

Figuur 2.2. Een eksternest in gebruik in het plangebied.

2.2.2 Overige (broed)vogelsoorten Naast jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Deze nesten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedproces. Het plangebied biedt veel mogelijkheden voor diverse broedvogels. In de essen werden bijvoorbeeld een tweetal oude houtduifnesten aangetroffen. Daarnaast werden tijdens van de quickscan soorten als de groenling, koolmees, pimpelmees, roodborst, winterkoning, vink en houtduif waargenomen, welke potentieel in het plangebied tot broeden kunnen komen.

6

Figuur 2.3. Een overzicht van allen aangetroffen vogelnesten binnen het plangebied (bron: www.google.com/maps).

 

Er zijn potentieel jaarrond beschermde nesten in het plangebied aangetroffen. Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten weliswaar geen jaarronde bescherming genieten, maar slechts beschermd zijn tijdens het broedseizoen.

2.3 Zoogdieren 2.3.1

Vleermuizen

Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. In de bomen in het plangebied zijn geen holten aangetroffen waarin vleermuizen kunnen verblijven. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Naast verblijfplaatsen van vleermuizen, kunnen ook vliegroutes en/of foerageergebieden van vleermuizen een beschermde status hebben als deze van essentieel belang zijn voor het in stand houden van een verblijfplaats. Als vliegroute worden afhankelijk van de soort waterlichamen, bosranden, bomenlanen of gebouwen gebruikt. Door de voorgenomen werkzaamheden worden geen potentiële vliegroutes doorbroken of essentieel foerageergebieden aangetast. Negatieve effecten op eventuele vliegroutes of foerageergebieden kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten.

7

2.3.2 Overige zoogdieren Het voorkomen van verblijfplaatsen van overige beschermde soorten zoogdieren, zoals de boommarter, otter en waterspitsmuis, kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (bron: NDFF) en ongeschikte habitateigenschappen. Binnen het plangebied kunnen wel andere lichter beschermde (vrijgestelde) zoogdiersoorten voorkomen, zoals de veldmuis.  

Het is op voorhand uit te sluiten dat er verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en/of essentiële foerageergebieden van vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. In het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid wel enkele lichter beschermde zoogdiersoorten voor. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).

2.4 Vissen, reptielen & amfibieën en ongewervelden Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten van de overige diergroepen kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (NDFF) en habitateigenschappen. Door de afwezigheid van geschikt voortplantingswater in en buiten het plangebied, is het uitgesloten dat er in het plangebied beschermde amfibiën, vissen, molusken of libellen(larven) voorkomen. Het voorkomen van andere beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten, bijvoorbeeld op basis van de afwezigheid van waardplanten van beschermde vlindersoorten. Voor andere, meer algemene, (vrijgestelde) soorten die in de sloot aangetroffen kunnen worden, zoals gewone pad of watersalamander, geldt de zorgplicht (Bijlage I).  

Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten uit de overige diergroepen kan op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid licht beschermde amfibieënsoorten voor. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).

2.5 Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied valt niet onder de EHS/NNN of Natura2000, doch grenst hier wel aan. Dit betreft de N2000-Waddenzee. Echter, de voorgenomen plannen en werkzaamheden zijn zodanig kleinschalig, dat wij negatieve effecten op de aangewezen habitattypen- of soorten van dit N2000-gebied kunnen uitsluiten. Het plangebied is tenslotte niet aangewezen als ganzenfoerageergebied dan wel weidevogelgebied. 

Voor wat betreft het plangebied is er geen sprake van gebiedsbescherming.

2.6 Houtopstanden Als er een houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- of herplantingsplicht. In het geval van de beoogde werkzaamheden worden er geen bomen verwijderd. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente Waadhoeke informatie worden aangevraagd. 

8

Er is geen sprake van een meld- of herplantplicht, omdat er geen bomen worden gekapt.

3 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 3.1 Overzicht beschermde soorten In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfsplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn alleen die soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus, en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in het plangebied. Soortgroep Vogels

Soort Algemene broedvogels

Aanwezigheid

Art. 3.1

Mogelijk

X

X

Vogels

Jaarrond beschermde nesten

Mogelijk

Divers

Divers

Ja

Art. 3.5

Art. 3.10

Vrijgesteld

X

Advies Werken buiten broedseizoen. Anders Broedvogelcheck Geen werkzaamheden bij en in de directe nabijheid van de mogelijk jaarrond beschermde nesten. Anders  Nader onderzoek Zorgplicht

3.2 Effectbespreking en aanbevelingen Het project kan naar ons inzien doorgang vinden, mits men zich houdt aan de hieronder volgende aanbevelingen.

3.2.1

Essentakziekte

Tijdens het veldbezoek is binnen de populatie essen, essentakziekte aangetroffen, dat met grote waarschijnlijkheid binnen 5 á 10 jaar zal zorgen voor sterfte en omvallen van bomen. Geadviseerd wordt om vroegtijdig jonge bomen aan te planten om het wegvallen van de beschutting biedende bosschages te voorkomen en het gesloten karakter te behouden.

3.2.2 Algemene broedvogels Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten in de broedtijd beschermd zijn. We adviseren daarom om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Eventueel kan voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck worden uitgevoerd, zodat in delen van het plangebied waar geen verstoring op kan treden reeds tijdens het broedseizoen kan worden gewerkt. De verwachting is echter dat er verspreid over het plangebied broedgevallen zullen zijn.

3.2.3 Jaarrond beschermde nesten van vogels In de bomenhaag in en rondom het plangebied zijn enkele nesten aangetroffen van zwarte kraai en ekster. Het is niet uitgesloten dat de oude exemplaren in gebruik zijn of worden genomen door ransuil, sperwer of boomvalk, welke jaarrond beschermd zijn en mogelijk hinder kunnen ondervinden door werkzaamheden. Er wordt aanbevolen geen werkzaamheden grenzend aan deze nesten plaats te laten vinden, zeker binnen een straal van 20 meter. Mocht dit niet voorkomen kunnen worden dan dient er nader onderzoek plaats te vinden naar de

9

gebruiker van deze nesten. Dit dient te gebeuren door middel van twee veldbezoeken (conform datumgrenzen SOVON, eind april – eind juni) met minimaal twee weken ertussen.

3.2.4 Zorgplicht Er kunnen slechts enkele, meer algemene, soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in geval van schade aan deze soorten (bv veldmuis). Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I.

3.3 Overzicht vervolgstappen De uitvoering van voornoemde plannen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:   

10

Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). Is dit niet mogelijk, dan voor aanvang werkzaamheden broedvogelcheck uitvoeren. Jaarrond beschermd nest: Niet werken binnen 20 meter van oude nesten van zwarte kraai en ekster. Mocht dit niet voorkomen kunnen worden, dan nader onderzoek naar status (wel of niet jaarrond beschermd nest roofvogels en uilen) van deze nesten. Licht beschermde en vrijgestelde soorten: Naleven van de zorgplicht.

4 LITERATUUR EN BRONNEN Literatuur Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (red), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Natuur van Nederland 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Bronnen internet Ganzenfoerageergebieden 2017-2020 provincie Fryslân https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap=24e6bb5bbae74878aa9c 861afdc1c9c1&extent=120990,533762,221778,617075,28992b Kaarten provinciale natuurbeheerplannen Bij12 https://flamingo.bij12.nl/pnl-viewer/app/PNLNatuurbeheerplan Kennisdocument Huismus Bij12 https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal Planologische Ecologische Hoofdstructuur kaart provincie Fryslân http://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap=eb4e12aa6eea4591af7c0f 48ef6def54&extent=120990,533762,221778,617075,28992 Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Synbiosys Alterra kaartenmachine Natura 2000-gebieden http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx

Verspreidingsatlas planten FLORON http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl

11

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.

Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.

Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).

Vrijgestelde soorten provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.

-1-

Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming provincie Fryslân.

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat

Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker

Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de provincie Fryslân, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen, niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.

Dit is vooral van toepassingen bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.

-2-

Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.

Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden.

Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.

Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De, voor gemeenten, belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Friese gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.

Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.

-3-

NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.

-4-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=a0064909-fc9e-4620-ac71-290415f5b2a0