BIjlage 5C: Advies Waadfugelgroep FRyske feriening foar fjildbiologu over het Project Op paad lans it Waad
Tekst van het document
Advies Waadfûgelwurkgroep Fryske Feriening foar Fjildbiology over het project ‘Op Paad lâns it Waad’ Aanleg fietspad van Harlingen naar Lauwersoog
1
Uitgave Waadfûgelwurkgroep Fryske Feriening foar Fjildbiology, juli 2021 Overname van informatie uit dit advies is alleen toegestaan met bronvermelding en na toestemming van de uitgevende partij.
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding 5
2.
Nadruk op vogels 7
3.
Verstoring van vogels 11 Impact 11 Verstoringsbronnen 11 Verstoringsafstanden 11
4.
Enkele niet-plaatsgebonden adviezen 13 Sloten en weren van predatoren 13 Dyksputten 13 Het ‘Paad lâns it Waad’ soms binnendijks 13 Flora, betreden/niet betreden 13 Recreatie en verstoring 13 Uitkijkpunten 14 Verstoringen door honden 14 Oplossingen: adequate zonering en ruime compensatie op ruimtelijke schaal 14
5.
Harlingen – Koehool (kaart 1) 17 Aandachtspunt 1 - havengebied Harlingen 17 Aandachtspunten 2 en 3 – Roptagemaal - Koehool 17 Aandachtspunt 4 - uitkijkpunt Koehool 17
6.
Koehool – Zwarte Haan (kaart 2) 19 Aandachtspunt 5 - Panorama Westhoek 19 Aandachtspunt 6 - Boulevard Zwarte Haan 19
7.
Zwarte Haan – Marrum (kaart 3) 21 Aandachtspunt 7 - Kweldercentrum 21 Aandachtspunt 8 - gemaal De Heining en Dobbepaad 21
8.
Marrum – Ternaard (kaart 4) 23 Aandachtspunt 9 - Terp Blije 23 Aandachtspunt 10 - Holwerd aan Zee 23 Aandachtspunt 11 - Uitkijkpunt Holwerd Oost 23
9.
Ternaard – Paesens (kaart 5) 25 Aandachtspunt 12 - ‘t Skoar & Ternaard 25 Aandachtspunt 13 - kwelder Wierum 25
10.
Paesens - Lauwersoog (kaart 6) 27
Aandachtspunt 14 - Peazemerlannen 27 Aandachtspunt 15 - Hoek van de Bant 27
3
11.
By eintsjebeslút 28
12.
Bron 29
Verklarende woordenlijst Broedseizoen
Op de kwelders en in de zomerpolders begint het broedseizoen van vogels in de eerste helft van maart en eindigt in de tweede helft van augustus. Tot die tijd kunnen nog niet zelfstandige jongen van kluut, scholekster, kokmeeuw of visdief worden aangetroffen.
Dobbe
Een dobbe langs de Friese waddenkust is een gegraven poel omgeven door een kade. De dobbe is bestemd als drinkplaats voor het vee, terwijl de ringkade tegelijkertijd functioneert als hoogwater vluchtplaats voor het vee bij extreme hoogwaterstanden.
Dijksloot
Een dijksloot is een sloot gegraven aan de voet van de dijk. Meestal ligt deze sloot aan de binnenkant van de dijk, maar er kan ook een aan de buitenkant gegraven zijn.
Hoogwatervluchtplaats (HVP)
Met hoogwatervluchtplaatsen bedoelen we in dit rapport specifiek de plekken waar wad- en watervogels tijdens hoog water overtijen.
Dyksputten
Dyksputten (of kleiputten) zijn plekken aan de binnenkant van de dijk waar klei is weggegraven, waardoor op die plekken regelmatig plassen of poelen zijn ontstaan.
Niet-broedseizoen
Dit is de tijd van nazomer- en najaarsdoortrek, overwintering en voorjaarsdoortrek. Deze periode begint met het arriveren van de eerste vogels uit noordelijke broedgebieden. Zwarte ruiters uit Scandinavië zijn de eerst vogels die uit de broedgebieden terug komen. En eindigt het daaropvolgende jaar in begin juni met het vertrek van de laatste noordelijke broedvogels naar hun broedgebieden. Hoe noordelijker de vogels broeden, hoe later ze uit de Waddenzee vertrekken.
Opvetten
Doortrekkende en overwinterende vogels bereiden periodes van groot energieverbruik voor door fors in gewicht toe te nemen. Daardoor kunnen ze grote non-stop vliegafstanden overbruggen of zijn ze voorbereid op koude winters.
Overtijen
Wadvogels zijn tijdens laag water aan het voedsel zoeken op het wad. Bij opkomend water vertrekken de vogels naar hun hoogwatervluchtplaatsen (HVP’s). Dit zijn vaak de rustige en droogblijvende delen van het Waddengebied: stranden, kwelders, akkers, weilanden. Op die HVP’s is vaak weinig voedsel te vinden: de vogels rusten en slapen er. Daardoor hebben de meeste soorten wadvogels eerder een getij- dan een dag-nachtritme.
4
1. Inleiding De leden van de Waadfûgelwurkgroep van de Fryske Feriening foar Fjildbiology (FFF) tellen al bijna 50 jaar de vogels langs de Friese Waddenkust. Ieder jaar zijn ruim 45 tellers actief op de kust. Daarnaast zijn er binnen de FFF floristen die zich gespecialiseerd hebben in de flora van dit unieke gebied. Door onze specifieke kennis van de flora en fauna van de Friese Waddenkust zijn we betrokken geraakt bij ‘Op Paad lâns it Waad’, de gehele ‘Dijkversterking’, en andere projecten in de kustzone, zodat het grote belang van de Friese Waddenkust voor flora en fauna een passende plek krijgt in de beleids- en besluitvorming, die recht doet aan de vereisten onder de Europese en nationale natuurwetgeving. De Friese Waddenkust is een belangrijk onderdeel van het Natura 2000-gebied Waddenzee. Alle N2000gebieden in Europa vallen onder Europese wetgeving. In dit geval zijn dat zowel de Europese Vogelrichtlijn als de Europese Habitatrichtlijn. Alle N2000-gebieden in Nederland vallen integraal onder de nationale natuurbeschermingswetgeving. Per N2000-gebied zijn natuurdoelen vastgelegd, die moeten worden gerealiseerd door betrokken overheden en beheerders. Menselijke activiteiten in N2000-gebieden mogen geen afbreuk doen aan de na te streven doelen. Voor het N2000-gebied de Waddenzee zijn ruim de helft van de overeengekomen doelen met de EU niet gehaald in de afgelopen jaren.
Voor de Waadfûgelwurkgroep FFF is het dan ook uitgangspunt voor dit advies dat ieder projectvoorstel in dit N2000-gebied, zoals de projecten ‘Op Paad lâns it Waad’, ‘Swiet Wetter’ en ‘Holwerd aan Zee’ worden getoetst aan de te realiseren doelen: de natuur mag er minimaal niet op achteruit gaat. Beter zelfs: ieder nieuw projectvoorstel draagt bij aan het realiseren van de (nog) niet gehaalde N2000-doelen. Daarbij verliezen we uiteraard het belang van menselijk handelen in dit gebied niet uit het oog. Dit betekent dat we soms adviseren de buitenzijde van de dijk te mijden met het tracé voor het fietspad. Op andere plekken krijgen bezoekers ruim baan. Vanuit het perspectief van natuur en vogels is de Friese waddenkust één geheel zowel in oost-west als noord-zuid richting. Er is veel uitwisseling: activiteiten op de ene plek hebben consequenties op andere plekken. Daarom benaderen we de kust met het flankerende wad en de flankerende akkergebieden als één geheel. Ook in het perspectief van dit rapport. In dit rapport richten we ons vooral op het project ‘Op Paad lâns it Waad’, omdat het al ver in de planontwikkeling is en potentieel zulke grote gevolgen (grote oppervlakte verstoord gebied) voor de aanwezige vogelpopulaties kan hebben.
Bovendien zijn er in de planontwikkeling uitgelezen kansen voor win-win situaties: goede recreatie-ontwikkeling met goede bescherming van natuur- en vogelwaarden. Vanwege de lengte van de kust en het gewenste gedetailleerde karakter van de adviezen zijn de hoofdstukken 5 t/m 11 helemaal toegespitst op de verschillende kustdelen. Hoofdstuk 5 begint aan de westkant bij de Noordpier in Harlingen en hoofdstuk 11 eindigt aan de oostkant bij de sluizen van Lauwersoog.
5
Leeswijzer In dit advies is het doorgaande fietspad in het project ‘Op Paad lâns it Waad’ van de drie samenwerkende Friese kustgemeentes de rode draad. De adviezen zijn onderbouwd met als achtergrond de toenemende verstoring van vogels als gevolg van (additionele) menselijke activiteiten: fietsen, wandelen, honden uitlaten. Omdat adviezen en conclusies nooit zomaar uit de lucht komen vallen, is het belangrijk helder te krijgen waar die adviezen en conclusies op zijn gebaseerd. Zonder achtergrondskader is er weinig ruimte voor begrip. Daarom wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de waarde van de Friese Waddenkust voor vogels en in hoofdstuk 3 op de impact en aard van verstoringen. Hoofdstuk 4 geeft ruimte aan een aantal niet-plaatsgebonden adviezen en richten zich dus op meerdere delen van de Friese Waddenkust. Er is tenslotte sprake van IenKust. Vanwege de gedetailleerde aard van de adviezen bestaan de hoofdstukken 5 t/m 10 uit plaatsgebonden adviezen op basis van 6 kaartbladen die het kustgebied tussen Harlingen en Lauwersoog beslaan. De adviezen zijn gebaseerd op het voorkomen van de vogelconcentraties ter plekke en onze ervaringen met de impact van menselijke activiteiten daarop. Daarbij is steeds oog geweest voor het geheel aan cumulatieve effecten als gevolg van de verschillende ruimtelijke plannen.
Het advies sluit met enkele nabranders (hoofdstuk 11) en een belangrijke bron voor nadere informatie (hoofdstuk 12).
6
2. Nadruk op vogels De Waddenzee is wereldwijd een van de belangrijkste verblijfplaatsen van vogels. Daarom is het een natuurlijk Werelderfgoed Waddenzee geworden en dat schept verplichtingen. De Waddenzee is een cruciale schakel in de Oost-Atlantische vliegroute: de route waarin 10-20 miljoen vogels op en neer trekken van de arctische gebieden tussen NO-Canada en Centraal Siberië naar de overwinteringsgebieden naar WestEuropese en -Afrikaanse waterrijke gebieden. De Waddenzee is onmisbaar in hun levenscyclus. Het gaat al snel om 100-150 soorten. De grote internationale erkenning is gekomen met Natura 2000 en de Werelderfgoed-status. Nu de lokale en regionale erkenning en borging nog! De Friese Waddenkust is weer een essentieel gebied binnen de Waddenzee. Juist vanwege het grote (inter)nationale belang van de Friese waddenkust voor wad- en watervogels zijn er in de afgelopen 50 jaren zoveel beschermingsmaatregelen genomen in het gebied. Veel van de huidige ruimtelijke plannen hebben weinig aandacht voor deze grote (inter)nationale functie van de Friese waddenkust. Op vrijwel ieder moment van het jaar zijn vele tienduizenden vogels aanwezig (Figuur 1). Sommigen blijven niet langer dan een week, maar anderen blijven de hele winter aanwezig. Vanwege de grote doorstroming ontvangt de Friese Waddenkust dan ook zeker enkele miljoenen vogels per jaar.
Zij komen hier om te eten, te ruien, uit te rusten en/of om op te vetten. Er zitten algemene en zeldzame soorten tussen. De omvang van de wereldpopulatie van verschillende van deze soorten kan vrij klein zijn, terwijl de aantallen bij ons op de Friese waddenkust juist hoog kunnen zijn: een groot deel van de wereldpopulatie is dan langs de Friese waddenkust te vinden. Het grote internationale belang vereist een nadruk op vogels. Vogels langs de Friese Waddenkust zijn vaak kwetsbaar. In nazomer en najaar zijn ze kwetsbaar vanwege hun doortrek vanuit noordelijker broedgebieden en moeten hier opvetten voor hun volgende non-stop vlucht naar zuidelijk Europa en westelijk Afrika, zoals Zilverplevier, Bonte Strandloper, Kanoetstrandloper en Rosse Grutto. Het gaat dan om te overbruggen afstanden van 4-5.000 km tijdens één lange vlucht. Dat doen ze door een enorme hoeveelheid vet op te slaan, waardoor ze verdubbelen in gewicht.
300.000
250.000
200.000
150.000
100.000
50.000
0 juli
september
november januari Maand van het jaar
maart
mei
Kwetsbare processen: Snelle doortrek vóór de vleugelrui (opvetten) Wegtrek na de vleugelrui Vleugelrui Overwinteren Voorjaarsdoortrek (opvetten/ broedconditie) Broeden
Figuur 1. Het totaal aantal getelde vogels per maand op de Friese Waddenkust vanaf (na)zomer (juli) via najaar, winter en voorjaar naar zomer (juni). De aantallen geven de maandgemiddelden van de periode 2014-2019 weer. De variatie van maand op maand is een gevolg van de vogeltrek.
7
Ook is een groot deel van de aanwezige vogels in nazomer en najaar kwetsbaar vanwege hun jaarlijkse rui naar het winterkleed. Zo ruien ongeveer 40.000 Bergeenden net boven de Friese kust op het wad. Deze eenden kunnen tijdens hun vleugelrui niet vliegen. Dit maakt ze kwetsbaar en vraagt speciale beschermingsmaatregelen. In de winter zijn de aanwezige vogels kwetsbaar bij barre weersomstandigheden: ze kunnen bevriezen of verhongeren. In zulke tijden kunnen er grote aantallen arriveren uit oostelijker en binnenlandse overwinteringsgebieden, terwijl er tegelijkertijd grote aantallen vertrekken naar zuidelijke delen van Nederland, België, Noord-Frankrijk en Zuid-Engeland om de strenge vorst te ontvluchten. In het voorjaar zijn de vogelpopulaties die moeten opvetten voor vertrek naar de noordelijke broedgebieden kwetsbaar: ze moeten vaak in enkele weken tijd verdubbelen in gewicht voor een non-stop vlucht van 4-5.000 km. Voorjaar en zomer zijn de enige periodes dat een populatie kan groeien door jongenaanwas: daarna kan er tot het volgende broedseizoen alleen maar weer sterfte optreden! Daarom zijn sommige delen van het gebied tussen 15 maart en 15 juli gesloten om tot een zo goed mogelijke jongenproductie te komen. De broedgebieden buitendijks kenmerken zich door de lange broedperiode.
Waar binnendijks de weidevogels tegenwoordig vaak al vanaf eind mei stoppen met broeden, gaat het buitendijks door tot in de tweede helft van augustus. Een grote waarde!
10 0
80
Paesens & Bant 60
't Scho or - W ierum Oa st-H olwert W est-Ho lwert Ferwert & Blija Marrum
40
No ard erlee ch Bildtp ollen Koeh ool - Zwarte H aan Ha rlinge n - Ko eho ol
20
0 juli
septemb er
no vemb er jan uari Maan d van h et ja ar
maa rt
mei
Figuur 2. Het relatieve voorkomen van vogels (in procenten) op de verschillende delen van de Friese Waddenkust vanaf (na)zomer (juli) via najaar, winter en voorjaar naar zomer (juni). De aantallen geven de maandgemiddelden van de periode 2014-2019 weer. De variatie van maand op maand is een gevolg van de vogeltrek.
8
Niet alle delen van de Friese Waddenkust worden door vogels hetzelfde gebruikt. Daarmee heeft recreatie op de ene plek andere impact dan op een andere plek. Enkele belangrijke statements zijn te maken (Figuur 2): 1. De grootste aantallen vogels van de Friese Waddenkust pleisteren (1) op de Bildtpollen, (2) Noarderleech & Marrum, (3) Koehool – Zwarte Haan en (4) Ferwert & Blije. Deze gebieden moeten dus adequate vogelbescherming hebben en houden. 2. De trajecten Koehool – Zwarte Haan en Ferwert & Blije zijn vooral in de doortrekperioden (juli – oktober en maart – mei) van zeer groot belang. Dat zijn ook belangrijke periodes van recreatie. Dit versterkt de behoefte op die plekken structurele aandacht te geven aan het reduceren van verstoringen door recreatie. 3. De zomerpolders en kwelders zijn in internationaal, nationaal en provinciaal perspectief van groot belang voor grasetende vogels (ganzen en eenden) en soorten die insecten in de zomerpolders zoeken (bijvoorbeeld goudplevier en kievit). De zomerpolders (met binnendijkse graslanden) hebben een cruciale functie als aanvullende voedselgronden voor wadvogels bij stormachtige omstandigheden. Dan vallen de voedselgronden in de Waddenzee niet of nauwelijks droog en kunnen de vogels daar dus niet eten.
9
10
Verstoring van vogels Tot een 40-tal jaren geleden was de gangbare gedachte dat de Waddenzee wel groot genoeg was en dat de vogels wel ergens anders een plekje konden vinden als mensen in dit gebied iets wilden gaan doen. Dat denken is in de afgelopen decennia grondig veranderd. Jongere generaties zijn doordrongen van zowel de klimaat- als de biodiversiteitscrisis, overheden zoeken naar integrale projectontwikkeling. Eendimensionale projectontwikkeling zonder structurele aandacht voor klimaat en biodiversiteit kennen we volop uit de 20ste eeuw. In de 21ste eeuw is dit achterhaald: het kan niet meer en hoeft ook niet. Het kan niet in een Waddenzee die Europees en landelijk beschermd is en is uitgeroepen tot natuurlijk Werelderfgoed, met alle bijbehorende voorwaarden en eisen. Het hoeft niet omdat in de Waddenzee met voldoende creativiteit heel goed win-win situaties zijn te creëren. Vanwege de Europese en Werelderfgoed-status moet daarom ook zorgvuldig met verstoring worden omgegaan: vermijden of ruimhartig compenseren is vaak goed mogelijk.
Impact Bij verstoring van vogelpopulaties is aandacht voor het begrip ‘impact’ nodig, net als dit het geval is bij het functioneren van olieplatforms, bedrijfsvoering op grote industrieterreinen en bij het formuleren van grote projectaanvragen (wat is de impact van welke tegenslagen?). Impact= kans x effect. Het gaat er om zowel de kans op een gebeurtenis als het effect van die gebeurtenis goed in te schatten. Als de kans op een gebeurtenis groot is en het effect klein, kan de impact van middelmatig kaliber of klein zijn. Als de kans op een gebeurtenis klein is maar het effect groot, kan de impact middelmatig of groot zijn. Daarom worden veel ontwikkelprojecten standaard voorzien van impact-assessments met de mogelijke oplossingen. Zo ook ten aanzien van de verstoring van de beschermde vogelpopulaties, de verstoringsbronnen, de frequenties van verstoren, de effecten en de uiteindelijke impact op de betrokken vogelpopulaties. Bij verstoring van individuen dan wel (delen van) populaties gaat het dus om de impact: kans van optreden x effect van verstoring.
Verstoringsbronnen Verstoringen zijn er in soorten en maten. Het kan gaan om vliegtuigen, slechtvalken, loslopende honden, kitesurfers, motorcrossers, wandelaars en fietsers. Het zijn allemaal activiteiten die in meer of mindere mate invloed hebben op de verspreiding en het gedrag van vogelpopulaties. Er is veel onderzoek naar gedaan en dit is samengevat in Krijgsveld et al. (2008). Een buitendijks fietspad langs de hele Friese Waddenkust gaat regelmatig worden gebruikt door fietsers en wandelaars al dan niet met hond(en). Bij structureel gebrek aan handhaving gaat het ook worden gebruikt door brommers en (cross-)motoren, zoals de afgelopen 30 jaren hebben geleerd. Krijgsveld et al. (2008) laten zien welke verstoringen erger zijn dan andere. Ook is aan de orde of een verstoring zich richt op een individu, enkele vogels of een hele populatie.
Verstoringsafstanden Verstoringsafstand is de afstand waarop verstoring van vogels plaats vindt die optreedt als gevolg van activiteiten door mensen. Verstoringsafstanden variëren afhankelijk van het type verstoringsbron, het moment in het jaar, de grootte van een soort en/of de groepsgrootte. Bijvoorbeeld: Brandganzen kunnen soms tot op 50 meter door een wandelaar worden benaderd voordat ze opvliegen, maar een sportvliegtuig kan ze al op 2400 meter afstand doen opvliegen. Een wandelaar doet op een afstand van 150-250 meter bergeenden opvliegen, ruiende bergeenden op de Waddenzee worden bij benadering al op 500 meter afstand ernstig verstoord. Er is veel onderzoek gedaan naar verstoring en effecten van verstoring op vogels in open gebieden als de Waddenzee. Die effecten variëren van gering (even opkijken door een individu) tot zeer ernstig (populatieafnames en sterfte individuen). Veel resultaten zijn samengevat in Krijgsveld et al. (2008). Een gangbare maat voor verstoring is de afstand van wegvliegen van (groepen) vogels. Let op: dan heeft men dus al verstoord en is de verstoring al een feit. In Figuur 3 is de informatie van Krijgsveld et al. samengevat voor verstoring door wandelaars en opvliegende vogels.
11
Figuur 3. Frequentiediagram met vastgestelde verstoringsafstanden bij wad- en watervogels veroorzaakt door wandelaars. De data zijn gebaseerd op de gegevens in Krijgsveld et al. (2008). Op de X-as is weergegeven bij welke gemiddelde afstandsklassen (0-25, 25-50 meter, etc.) vogels opvliegen door naderende wandelaars. Op de Y-as is de frequentie weergegeven. Bijvoorbeeld in de categorie 0-25 meter verstoringsafstand is 5 keer waargenomen dat vogels vertrokken. In die situatie waren wandelaars te dicht genaderd. De verschillende vogelsoorten en groepsgroottes zijn niet onderscheiden (zie daarvoor Krijgsveld et al. (2008)). Tot op een afstand van 150 meter accepteert 75% van de vogels nog naderende wandelaars: vooral de kleinere soorten en kleinere groepen zitten dan nog aan de grond. Bij 200 meter is 85% nog niet weg gevlogen waaronder ook grotere groepen (duizendtallen versus honderden) en grotere soorten (Bergeend, Rotgans, Wulp). Langs de Friese Waddenkust hebben we veel te maken met dergelijke soorten en met grote aantallen. Daarom komen we tot een verstoringszone van 200 meter. Die is op de kaarten in de hoofdstukken 5 t/m 10 aangegeven. Op basis van deze verstoringszone geven we advies voor het plangebied van ‘Op Paad lâns it Waad’.
12
3. Enkele niet-plaatsgebonden adviezen Sloten en weren van predatoren Over de hele lengte van het plangebied ‘Op Paad lâns it Waad’ zijn de sloten binnen- en buitendijks een belangrijke basis voor flora en fauna. Deze functie wordt dubbel zo belangrijk als er buitendijks geen kwelder aanwezig is. Het verdient aanbeveling om de sloten de ruimte te geven en als natuurzone uit te voeren. De sloot buitendijks kan een rol spelen in het weren van grondpredatoren als vos en bunzing. Bijvoorbeeld door het aantal toegangen te verminderen en predatorwerend te maken of het aanleggen van voorden (doorrijdbare plaatsen).
Dyksputten Dyksputten liggen meteen zuidelijk van de zeedijk en zijn op dit moment vaak rietplasjes. Ze liggen vooral tussen Harlingen en Zwarte Haan en tussen ’t Skoar en Paesens. Op de trajectkaarten zijn de dyksputten aangegeven met een A. Die plasjes zijn uitgegraven en de afgegraven grond is gebruikt voor vorige dijkverhogingen. Dyksputten hebben een meerwaarde voor ecologie en biodiversiteit ten opzichte van het omringende productieland. Vanwege het voornemen meer bezoekers toe te laten, de op handen zijnde dijkversterking en om de ecologie en biodiversiteit in het gebied te versterken, bevelen we aan enkele zones van 8 – 10 ha rondom die dyksputten voor ecologisch medegebruik in te richten langs de hele dijk van Harlingen tot Lauwersoog. En vooral op die delen van de kust waar geen of nauwelijks buitendijkse kwelders zijn: op het wad foeragerende vogels hebben er nu in drukke landbouwtijden of met hoge/dichte gewassen weinig of geen plek om te kunnen overtijen. Ook de polder tussen de dijken bij de Westhoek biedt goede perspectieven voor ecologisch medegebruik. Mogelijk is die polder ook een goede kleiwinlocatie voor de dijkversterking. Door deze ingrepen blijft de dijkzone voor bewoners, bezoekers én de natuur een aantrekkelijk gebied. Ook voor de landbouw die baat heeft bij een gezonde waterhuishouding en een sterke biodiversiteit.
En er worden voor de natuur verbindingen gelegd tussen buitendijks en binnendijks.
Het ‘Paad lâns it Waad’ soms binnendijks Het plan om het fietspad van Harlingen naar Lauwersoog, ‘Op Paad lâns it Waad’, geheel buitendijks aan te leggen is hier en daar niet te realiseren. Menselijke activiteiten in N2000-gebieden mogen geen afbreuk doen aan de na te streven doelen. Verstoring door bezoekers moet er zoveel mogelijk voorkomen worden. Dit hoeft echter geen afbreuk te doen aan het genot van het fietsen of het wandelen langs de Friese Waddenkust. Door het fietspad deels binnendijks aan te leggen krijgt de route veel meer variatie en komt de schoonheid van het binnendijkse landschap goed tot z’n recht. Ook biedt dit kansen voor lokale ondernemers. Het fietspad kan dan het hele jaar open blijven, enkele wandelpaden worden in het broedseizoen (15 maart – 15 juli) vanwege de broedvogels gesloten.
Flora, betreden/niet betreden Het is vanuit ecologisch perspectief belangrijk om bij de dijkverhoging en de aanleg van het fietspad zo weinig mogelijk asfalt te gebruiken. Enkele gebieden in de kustzone vragen, gezien de aanwezige flora, extra aandacht. Er is op plaatsen zeldzame, bijzondere of markante flora of begroeiing aanwezig, zoals Wilde Kool en Spiraalruppia. Ook zijn er interessante concentraties korstmossen. De botanische kwaliteit van de kustzone wordt dit zomerseizoen nader onderzocht. Daarom konden de bijzondere en kwetsbare zones nog niet op bijgaande kaarten worden aangegeven. Voorbeelden zijn de kwelder bij Zwarte Haan en het strandje bij Koehool. Daar zou een pad bezoekers door de kwelder en over het strandje moeten leiden, dit ter voorkoming van vertrapping van de zeldzame flora die hier groeit. Enige geleiding en een informatiebord kan hier al genoeg zijn.
Recreatie en verstoring Het bevorderen van recreatie met een fietspad langs de rand van de Waddenzee is goed mogelijk. Maar zorg er op de Friese Waddenkust dan wel voor dat niet-natuur gerichte recreatie buiten de zones met
13
belangrijke vogelconcentraties blijft. Belevingsrecreatie hoeft helemaal niet per sé in zones met belangrijke vogelconcentraties plaats te vinden: er zijn daarbuiten met enige goede wil vaak ook goede plekken te vinden. Hetzelfde geldt trouwens voor uitgezette wandelroutes voor wandelaars op de kust. Voordeel is dan dat de te bereiken natuurdoelen niet nog verder worden weg gezet, waardoor compensatie niet nodig is (als dit al mogelijk zou zijn). Het gaat bijvoorbeeld om dagjesmensen die willen uitwaaien en de ruimte van de Waddennatuur willen beleven zonder expliciete aandacht voor vogels. Of om hondenuitlaters die even lekker buiten willen zijn. Of om beginnende vogelaars die scholeksters van tureluurs willen leren onderscheiden. Of om fietsers die voor hun conditie kilometers willen maken. Erg goed. Graag stimuleren! Maar wel buiten de zones met belangrijke vogelconcentraties!
Uitkijkpunten In dit advies wijzen wij 18 uitkijkpunten aan. Dit zijn punten waar bezoekers een goed en weids uitzicht hebben over zowel het binnenland als een Waddenzee met niet-verstoorde vogels. De uitkijkpunten kunnen variëren van klein en eenvoudig tot ietwat groter met voorzieningen die passen bij de gewenste ontwikkeling van kleinschalig toerisme. De uitzichtpunten kunnen bezoekers naast weidse uitzichten ook beschutting en informatie bieden. Vooral ook voorkomen ze verstoring van vogels.
Verstoringen door honden Wandelaars met honden vragen om bijzondere aandacht. Ons advies is dat honden op en langs het fietspad overal en altijd aangelijnd moeten zijn. Adequaat en structureel toezicht hierop moet door de verantwoordelijke partijen in gezamenlijkheid ingeregeld worden. Mocht er vooraf geen zicht zijn op adequaat en structureel toezicht, dan is het onverstandig om het project te laten doorgaan. Bindende afspraken dus vooraf maken. Buiten het fietspad op de dijk en buitendijks moet het verboden worden voor honden. Honden en dan met name loslopende honden zijn enorme verstoorders. Zeker bij regelmatig voorkomen van loslopende honden is de impact op vogels (broedend en niet-broedend) enorm. Wellicht is het mogelijk om op de dijk of binnendijks speciale losloopgebieden voor honden te creëren en kunnen er buitendijks enkele afgegrensde badderplekken voor honden aangelegd worden.
Oplossingen: adequate zonering en ruime compensatie op ruimtelijke schaal Ons advies is om op alle plekken langs de kust waar toeristische dan wel recreatie-activiteiten wenselijk dan wel noodzakelijk zijn goed na te denken over de zonering van rust en drukte. Daardoor kan negatieve invloed door fietsers en wandelaars sterk gereduceerd worden. Ook adviseren we structurele aandacht voor ruimhartige compensatie. Dit vanwege de impact van alle opkomende nieuwe recreatieactiviteiten op de vogelbevolking van de Friese Waddenkust. Die structurele aandacht kan in samenhang gebeuren, waarbij de scope gericht is op de hele Friese Waddenkust. Voorbeeld: een nieuwe looproute op Wierum gaat alleen mogelijk worden als de kwelder op ’t Skoar rustiger wordt. Niet ieder dorp hoeft een ‘eigen’ nieuw recreatie-initiatief met ‘eigen’ looproutes en ‘eigen’ uitkijkpunten. Bij adequate zonering van rust en ruimte hoort ook zonering in de tijd: ons advies is belangrijke broedgebieden langs de kust niet tijdens het broedseizoen (15 maart – 15 juli) te betreden. Maar voor iedere weldenkende Fries met oog voor weidevogels is dat zo logisch als wat! Hetzelfde geldt voor -nieuw te ontwikkelen- gesloten periodes buiten het broedseizoen, als de vogelaantallen te hoog worden of de kwetsbaarheid van de situatie er om vraagt. Voorbeelden zijn: 1.
de zomerpolders in oktober en november met hun enorme vogelconcentraties. 2. het sluiten van delen van gebieden met belangrijke vogelconcentraties in tijden van ernstige vorst. Een voorbeeld zijn scholeksters op de Holwerder kwelders. 3. geen toegang tot de kwelders van Koehool, de Westhoek en Paesens tijdens de piekperiodes van de doortrek (augustus – oktober, maart – mei).
14
Plaatsgebonden adviezen
15
Kaart 1. Harlingen – Koehool.
16
4. Harlingen – Koehool (kaart 1) De dijk vanaf de Noordpier tot Koehool is voor dit deel van de Waddenzee een aantrekkelijke verblijfsplek voor vogels. Het is de enige rustplek voor overtijende wadvogels en daarom belangrijk voor vogels die op de aanliggende wadvlaktes voedsel zoeken. Met de onderstaande adviezen krijgen bezoekers zoveel mogelijk de kans om te wandelen, te fietsen of te vissen, terwijl de vogels zoveel mogelijk de kans krijgen om te rusten.
Aandachtspunt 1 - havengebied Harlingen Vanwege het belang voor vogels komen we tot de onderstaande adviezen. We adviseren de kop van de Noordpier niet toegankelijk te maken voor recreatie. Dit is, samen met het buitentalud van de dijk langs de Noorderhaven, een belangrijke verblijfplek voor honderden tot duizenden Aalscholvers, Scholeksters, Steenlopers en verschillende meeuwensoorten. Wel kan direct bij de aanlegplaats van de pont een uitzichtpunt (in een deels verdekte opstelling) over de Waddenzee waardevol zijn. Dit punt biedt een prachtig uitzicht over het Wad en op de aanwezige vogels, als het zo wordt ingericht dat het de aanwezigheid van vogels niet verstoort. Vanaf de aanlegplaats van het pontje tot zuidelijk van de windturbines is fietsen en wandelen aan de landzijde gewenst. Ter hoogte van de 4-5 windturbines in het havengebied is het gewenst de fietsroute naar de zeezijde te verleggen. Zo worden overtijende vogels zo veel mogelijk gedwongen bij de windturbines vandaan te blijven om elders hun heil te zoeken. Het buitendijkse fietspad kan vervolgens doorgaan tot de eerstvolgende dijkovergang na het Roptagemaal.
Aandachtspunten 2 en 3 – Roptagemaal - Koehool In dit deel van het traject komt op verschillende plekken dijkbeslag voor met losse veldkeien en basaltblokken. Deze stukken zijn historisch van belang (het oude steenleggersvak). Daarnaast hebben ze grote natuurwaarde door de er tussen groeiende zeeflora zoals Knopig Doornzaad en Blauw Walstro en het voorkomen van kenmerkende zeldzame korstmossen (bijv. Ziltmos). Hier zijn regelmatig Velduilen (zeldzame soort) aanwezig, die hier jagen op Bonte Strandlopers. Extra aandacht is hier nodig voor inrichting en beheer van de dijksloot aan de binnenkant van de dijk, door het ontbreken van buitendijkse kwelder vervult de sloot een grote rol voor flora en fauna. De aantallen overtijende vogels variëren hier bij hoog water tussen de 1.000 en 10.000 vogels. Deze bandbreedte is afhankelijk van de maand waarin geteld wordt. Het gaat dan om Aalscholvers, Bergeenden, Smienten, Wilde Eenden, Scholeksters, Tureluurs, Grutto’s, Steenlopers en verschillende meeuwensoorten. Het opvallende van deze zone is het relatief grote aantal overtijende meeuwen in nazomer en herfst. De zone van het Roptagemaal tot Koehool hebben we buitendijks rood-groen geblokt aangegeven. Hier moet ergens een 3 km lang stuk komen, waar het fietspad naar de landzijde gaat en het buitentalud exclusief voor vogels en flora is. Nader overleg is nodig over de exacte locatie.
Het is o.a. afhankelijk van de wandelrondjes vanuit de dorpen naar en van de kust. Het moet echter wel een aaneengesloten stuk van 3 kilometer zijn vanwege de verstoringsafstanden van vogels door mensen. Rust op deze dijkvakken is cruciaal. Vandaar dit advies voor een ongestoorde zone van minimaal 3 km. In deze zone liggen de eerder genoemde veldkeien en basaltblokken. Aan weerszijden van dat stuk kan de beleving worden verhoogd door het plaatsen van niet-verstorende uitkijkpunten en kan men genieten van de Waddenzee en de wadvogels.
Aandachtspunt 4 - uitkijkpunt Koehool Ons voorstel is dit uitkijkpunt (kijkscherm/ -kruis) te plaatsen aan het begin van het stuk fiets-/wandelpad dat over de oude Seedyk / Earmedyk gaat. Ook hier wordt niet verstoord, er is dus veel te zien. De kwelder Koehool is jaarrond een belangrijke verblijfplaats voor vogels. Verder hebben de vogels in dit deel van de Waddenzee weinig mogelijkheid tot overtijen tijdens hoog water.
17
Kaart 2. Koehool – Zwarte Haan.
18
5. Koehool – Zwarte Haan (kaart 2) Op dit traject stellen we voor om de route bij Westhoek en Zwarte Haan binnendijks te leiden. Dit om de vogels die hier bij tienduizenden op de kust foerageren en rusten niet te storen en om bezoekers gelegenheid te bieden die grote aantallen te bekijken. De aantallen overtijende vogels variëren hier bij hoog water tussen de 10.000 en ruim 50.000 vogels, afhankelijk van de maand waarin geteld wordt. De hoogwatervluchtplaatsen van Koehool, Westhoek en Zwarte Haan zijn vooral belangrijk voor Krombekstrandlopers, Kleine Strandlopers , Bergeenden, Kluten, Bontbekplevieren en Wulpen. Vooral in de maanden augustus t/m november en april en mei overtijen hier grote aantallen.
Aandachtspunt 5 - Panorama Westhoek We stellen voor om de kwelder Westhoek vanwege kwetsbaarheid en hoge vogelaantallen niet meer te betreden. Als hier geen overtijende vogels meer verstoord worden ontstaat een van de indrukwekkendste schouwspelen van de Waddenzee. Eerst hebben we dan de kwelder met zijn specifieke sfeer en soorten (zoals Baardmannetjes), daarachter de weidse wadden met de imponerende aantallen wad- en watervogels. Door het verdekte panoramapunt goed in te richten (o.a. voor telescopen) ontstaat hier een mooie locatie met een hoge educatieve waarde voor de bezoekers. De recreatieve drukte op de Westhoek is afhankelijk van een geïntegreerde aanpak van wegen, parkeren, afspraken met bewoners, hondenuitlaat-mogelijkheden en recreatieve voorzieningen. Na de Westhoek gaat het fietspad eerst nog even binnendijks vanwege de hoge aantallen vogels, die er nog pal tegen de dijk aan kunnen pleisteren. Daarna kan het fietspad weer naar de zeezijde gaan om voor Zwarte Haan weer naar binnen te gaan.
Aandachtspunt 6 - Boulevard Zwarte Haan Door het fiets-/wandelpad het laatste stuk binnendijks te leiden (zie kaart) ontstaat buitendijks rust voor vogels. Een brede opgang bij het gemaal van Zwarte Haan geeft toegang tot een boulevard die naar links en rechts 200 m doorloopt. Een goede plek voor wandelen en uitzicht. Op het gras voor de boulevard is gelegenheid voor chillen, er staan wat bankjes en er is hooguit een eenvoudige horecafaciliteit op de boulevard passend bij kleinschalige recreatieontwikkeling. De kwelder en rietvelden zijn niet te betreden op een oeverzone na van circa 100 meter aan weerszijden van de geul. Een win-win voor natuur en bezoeker. Auto’s komen niet in het dorp, maar parkeren op het parkeerterrein aan het begin. Ook hier geldt dat wegen, aantallen parkeerplekken en afspraken met bewoners bepalen hoe druk het kan worden.
19
Kaart 3. Zwarte Haan - Marrum.
20
6. Zwarte Haan – Marrum (kaart 3) Tussen Zwarte Haan en Holwerd kan de fietsroute grotendeels buitendijks op enkele kleine stukjes na. De buitendijkse kwelders en zomerpolders bieden hier voldoende ruimte voor de vogels. Het fietspad over het buitentalud van de dijk langs de Bildtpollen geeft met hoog water zicht op grote aantallen overtijende vogels. De aantallen overtijende vogels variëren hier bij hoog water tussen de 20.000 en ruim 60.000 vogels. Deze bandbreedte is afhankelijk van de maand waarin geteld wordt. Het gaat vooral om soorten als Slobeend, Kluut, Pijlstaart, Stormmeeuwen, Bergeend, Aalscholver, Zilverplevier en Rosse Grutto. Het Noorderleeg is als hoogwatervluchtplaats, broed- en foerageergebied voor veel wad- en watervogels belangrijk. Er kunnen hier bij hoog water 5-50.000 vogels overtijen. Op de kwelders van Marrum (oostelijk van het Noorderleeg) kunnen bij hoog water 2.500 – 25.000 vogels overtijen. Hieronder soorten als Kemphaan, Watersnip, Goudplevier en Zwarte Ruiter.
Aandachtspunt 7 - Kweldercentrum Westelijk van het Kweldercentrum – bezoekerscentrum van It Fryske Gea- gaat het fietspad naar binnendijks om zo het centrum logisch in de route op te nemen. Het Kweldercentrum is het hart van het ‘Paad lâns it Waad’. Hier is veel informatie over de kustzone te vinden. Hier is ook een rondwandeling door de zomerpolders naar de bunker en de nieuwe uitwateringsgeul te maken. Hier niet fietsen en geen honden buitendijks. Dit rondje wordt veel gebruikt door bezoekers en bewoners. Na het Kweldercentrum blijft het pad nog even binnendijks om het vogelleven rond de nieuwe uitwateringsslenk een goede kans te geven.
Aandachtspunt 8 - gemaal De Heining en Dobbepaad Het gemaal de Heining is recent gebouwd voor zowel zoetwaterafvoer als voor vispassage tussen zout en zoet water via een uitwateringsslenk naar de Waddenzee. Dat maakt de Heining een bijzonder kunstwerk. Het gemaal in werking is een mooi gezicht en er wordt informatie gegeven over het waterbeheer. Op de dijk bij het gemaal is goed zicht op de zomerpolders en drinkdobbes voor het vee buitendijks met binnendijks de productieve klei-akkers. Die zomerpolders zijn belangrijke broedgebieden voor weidevogels, kluten en visdieven en foerageergebieden voor ganzen, goudplevieren en kieviten. Aan de oostkant van het Noorderleeg gaat een wandelpad (Dobbepaad) naar de kwelder. Dit pad is het hele jaar toegankelijk. De slinger die langs de Hynstedobbe (met het paardenmonument) leidt is in het broedseizoen niet toegankelijk, omdat hier belangrijke broedvogelpopulaties zitten.
21
Kaart 4. Marrum – Ternaard.
22
7. Marrum – Ternaard (kaart 4) Het fietspad vervolgt buitendijks tot op de hoogte van het uitkijkpunt oostelijk van de pier bij Holwerd. Daarna stellen we voor het pad binnendijks te leiden tot bij ’t Skoar vanwege grote vogelconcentraties op het oostelijk deel van de kwelder tot vlak onder of op de voet van de zeedijk bij hoog water. Ter hoogte van Ferwert is nog een wandelroute gepland langs een nieuw te creëren lagune. De exacte vormgeving is nog niet duidelijk. Er kan bij planning en aanleg van deze lagune nog goed rekening gehouden worden met de verstoringsafstanden van zowel broedvogels (50-100 meter) als niet-broedvogels (200 meter). In het buitendijkse gebied van Ferwert & Blije kunnen bij hoog water 10-50.000 vogels overtijen. Deze bandbreedte is afhankelijk van de maand waarin geteld wordt. Het gebied is vooral belangrijk voor Goudplevier, Scholekster, Smient, Bontbekplevier, Regenwulp en Bonte Strandloper. Op de kwelder van West-Holwerd kunnen 1.000 – 14.000 vogels overtijen bij hoog water. De kwelder is vooral belangrijk voor Steenloper, Tureluur en Scholekster. Op die van Oost-Holwerd kunnen 2.000 – 16.000 vogels overtijen bij hoog water. De kwelder van Oost-Holwerd is vooral belangrijk voor Regenwulp, Eider, Groenpootruiter, Tureluur, Goudplevier en Wulp.
Aandachtspunt 9 - Terp Blije De Terp fan de takomst bij Blije is gepland als een nieuwe buitendijkse terp. Het is een uitkijkpunt met een toegangsroute die buiten het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli open is. De route gaat eerst door de zomerpolders en daarna over de kwelders.
Aandachtspunt 10 - Holwerd aan Zee Het fietspad komt buitendijks aan bij Oost-Holwerd. Voor dit gebied zijn vergaande plannen: Holwerd aan Zee. Wij baseren ons advies op de bestaande structuur. Bij de realisatie van Holwerd aan Zee zal opnieuw gekeken moeten worden naar de recreatieve structuren en hun verhouding tot flora en fauna. Het ligt voor de hand, dat bij de uitwerking van Holwerd aan Zee de Natura 2000 doelen van het Waddengebied zowel nageleefd als versterkt worden. Ruim de helft van het kwelderoppervlak van Oost-Holwerd valt in het plangebied. In dat deel van de kwelders overtijen grote aantallen vogels. Ook is het een belangrijke slaapplaats van blauwe kiekendieven in de winter en ligt er voor de Friese Waddenkust een belangrijke broedkolonie van kluten, meeuwen en sterns. De Postcodeloterij brengt Holwerd aan Zee als een tweede Marker Wadden (Nederlandse natuur op zijn mooist – XTR branded content in NRC 4 juni 2021). Dat schept heel erg grote verwachtingen ten aanzien van de Oostholwerder kwelder. Die is decennialang kwetsbare natuur geweest zonder toegang door mensen en heeft daardoor voor vogels erg grote waarde. Met de 15 miljoen euro van de Postcodeloterij voor natuurinvesteringen in Holwerd aan Zee raken de verwachtingen erg hoog gespannen.
Niet alleen moeten de huidige grote vogelwaarden (overtijen, broedkolonies, blauwe kiekendief, velduil) gehandhaafd blijven. Vooral ook moet een enorme meerwaarde voor de natuur gaan worden gerealiseerd in het plangebied, die 15 miljoen euro waard is. Zoals dit bij de Marker Wadden ook het geval is. En dat alles zonder noemenswaardige schade aan de huidige hoge vogelwaarden. Ook gelden in het plangebied van Holwerd aan Zee dezelfde verstoringszones als elders van 200 meter voor overtijende vogels en 50-100 meter voor broedvogels. Die zones moeten ook nog eens worden gerealiseerd binnen het huidige plangebied.
Aandachtspunt 11 - Uitkijkpunt Holwerd Oost De uitkijkhut is het hele jaar door toegankelijk, de route overdwars is vanwege kwetsbaarheid tijdens het broedseizoen gesloten. De kwelders oostelijk en noordelijk van de uitkijkhut zijn belangrijk voor grote aantallen vogels tijdens hoog water.
23
Kaart 5. Ternaard - Paesens.
24
8. Ternaard – Paesens (kaart 5) Op dit traject wisselt het fietspad regelmatig tussen de zee- en landzijde van de dijk om ook ruimte te geven aan vogels en andere recreanten. Net als dit bij Koehool, de Westhoek en Zwarte Haan het geval is. Op kaart 5 is dit switchen van binnen naar buiten goed te volgen. Het is een traject met weinig goede mogelijkheden voor broedende en overtijende vogels: de zee komt vaak tot de dijk of de buitendijkse begroeide delen zijn klein met een hoge druk van wandelaars en recreanten. Door afslag van de kwelder van Wierum en toegenomen drukte van bezoekers op ’t Skoar zijn beide plekken de laatste jaren sterk in waarde verminderd. Er vindt geen zonering van menselijke activiteit plaats. Op dit traject kunnen bij hoog water 500-6.000 vogels overtijen. Deze bandbreedte is afhankelijk van de maand waarin geteld wordt. Dit zouden er veel meer kunnen zijn, omdat er uitgestrekte foerageergebieden vlak voor de kust liggen. Het gebied is op dit moment belangrijk voor Bontbekplevier, Kokmeeuw, Stormmeeuw, Steenloper en Scholekster.
Aandachtspunt 12 - ‘t Skoar & Ternaard ‘t Skoar is een kwetsbare zomerpolder met kwelder. Hier staat Camera Batavia (een uitkijktoren) gepland. Wij baseren ons advies op de bestaande situatie (kaart 5). Bij realisatie van Camera Batavia zal een nieuwe afweging gemaakt moeten worden. Ons advies is om het pad over het kwelderdijkje in het broedseizoen (15 maart – 15 juli) te sluiten. Compensatie zou kunnen inhouden dat er niet aan de zeezijde gefietst gaat worden langs de zomerpolder van ’t Skoar, maar dat dit uitsluitend bestemd is voor wandelen (honden alleen aangelijnd). Ook kan bij compensatie gekeken worden naar andere binnendijkse mogelijkheden voor een ommetje Ternaard. Na ‘t Skoar gaat het pad buitendijks verder naar Wierum.
Aandachtspunt 13 - kwelder Wierum De Wierumer kwelder is grotendeels weg geslagen. Nieuwe kweldervorming met een natuurlijke zonering is de moeite waard. Als de kwelder voldoende omvang gaat krijgen en zonering van menselijke activiteiten gerichte aandacht gaat krijgen, gaat het gebied mogelijk weer iets betekenen voor zowel broedende (Bontbekplevier) als niet-broedende vogels. Wij stellen voor om het dijkje de Kromme Hoarne alleen aan te leggen als houten palissade of basaltdammetje om kweldervorming mogelijk te maken. Maak het niet toegankelijk voor mensen: een natuurlijk groeiende kwelder is al een fenomeen op zich, maar vogels hebben hier erg veel belang bij een rustige plek voor broeden en overtijen bij hoog water. Door recreatieve activiteiten dicht bij Wierum te brengen, gaat invulling gegeven worden aan zonering van recreatie en krijgt het dorp meer mogelijkheden voor kleinschalige recreatieve ontwikkeling. Daarom lijkt het logisch om bij het dorp het wad toegankelijk te maken met een rechte steiger ter hoogte van de dijkstrappen. Indien gewenst is dit bijvoorbeeld aan te vullen met een getijdenzwembad(je) op de kop van de steiger. We stellen voor om bij het dorp Wierum het fietspad binnendijks te leiden zodat buitendijks geschikt is voor wandelen en recreëren. Vanaf de kwelder is het buitendijks niet toegankelijk.
Dit kan worden gecompenseerd met plaatsing van een uitkijkpunt daar waar de palissade of het dammetje of houten hoofd begint.
25
Figuur 18. Paesens - Lauwersoog.
26
9. Paesens - Lauwersoog (kaart 6) Op dit traject wisselt het fietspad regelmatig tussen de zee- en landzijde van de dijk om ook ruimte te geven aan vogels en andere recreanten. Net als dit bij het vorige traject het geval was. Op kaart 6 is dit switchen goed te volgen. Tussen Moddergat en Lauwersoog kunnen 2-25.000 vogels overtijen bij hoog water afhankelijk van de maand waarin geteld wordt. De kwelders van de Peazemerlannen en de Bantpolder zijn onder andere belangrijk voor Reuzenstern, Groenpootruiter, Steenloper en Scholekster.
Aandachtspunt 14 - Peazemerlannen Het fietspad kan tot en met Moddergat buitendijks blijven, maar we adviseren bij Paesens weer naar binnen te gaan (zie kaart 6). Dit om de vogelwaarden van de zomerpolder van de Peazemerlannen te behouden. Ons advies is ook om buitendijks wandelen alleen aan de westzijde van de Peazemerlannen mogelijk te maken. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan zonering van recreatieve activiteiten: dicht bij het dorp recreatie, verder weg rust voor vogels en gelegenheid voor natuurlijke ontwikkelingen. Wandelen aan de westzijde van de Peazemerlannen kan jaarrond langs de houten palissade, op de dam de zee in en over het westelijke deel van de doorgebroken dijk. Als dit voor het realiseren van voldoende broedsucces noodzakelijk is, moet het wandelrondje door de Peazemerlannen in het broedseizoen worden gesloten. Het fietspad gaat in ons voorstel binnendijks om het oostelijk deel van de Peazemerlannen zo weinig mogelijk te verstoren. Dat geeft goede gelegenheid voor intensieve natuurbeleving en het geeft mooie vergezichten over het horizontale landschap van de Waddenzee. Aan de oostzijde is ruimte voor een verdekt uitkijkpunt waar je uit de wind goed uitzicht hebt naar zowel zee- als landzijde.
Aandachtspunt 15 - Hoek van de Bant De Hoek van de Bant is onlangs grondig opgeknapt. Er is nu een mooie theateropstelling met een wijds uitzicht over de Waddenzee met de Engelsmanplaat en Lauwersoog in de verte. Er zijn hier veel kitesurfers actief. Die kunnen voor veel verstoring zorgen tussen de Hoek van de Bant en Engelsmanplaat. Ook gaan ze regelmatig buiten de toegestane zone, waardoor ook overtijende vogels op het oostelijke deel van de Peazemerlannen verstoord worden. Er is weinig toezicht op hun doen en laten. Het fietspad kan hier al vanaf de oostpunt van de Peazemerlannen (laatste uitzichtpunt onder 14) buitendijks. Vanaf dit punt kan het fietspad gewoon buitendijks doorgaan tot aan Lauwersoog. Mogelijk is het gewenst vanwege de broedvogels in de Bantpolder (aan de zuidkant van de dijk) fietsers juist buitendijks te laten fietsen en het binnendijkse dijkspad in het broedseizoen te sluiten.
27
10. By eintsjebeslút De botanische kwaliteit van de kustzone is dit zomerseizoen onderwerp van studie. Daarom zijn de bijzondere en kwetsbare zones niet op de kaarten aangegeven. FLORON-Fryslân en FFF rapporteren daar na het veldseizoen over. De verschillende delen van de kust zijn voor de vogelbevolking ieder op hun eigen wijze uniek van samenstelling zowel wat betreft soorten als aantallen als verschillen in voorkomen. Een ‘one size, fits all’ benadering is dan ook niet passend. Daarom zijn de adviezen voor de trajecten 1 t/m 6 ook op maat gemaakt. Als er niets verandert, gaan er in de huidige situatie met alle ‘kleinschalige’ recreatieplannen in ontwikkeling voor vogels grote oppervlaktes verstoorde ruimte ontstaan op de kust tussen Harlingen en Lauwersoog tijdens de najaarsdoortrek, de winter en de voorjaarsdoortrek. In dat scala van plannen is ‘Op paad lâns it Waad’ een grote vanwege het structurele karakter van verstoringen over de gehele lengte van de kust. Als het hele tracé ‘Op paad lâns it Waad’ buitendijks komt te liggen, gaat dit zorgen voor 1.264 ha aan verstoord gebied voor vogels: 200 meter verstoringszone over een lengte van 63,2 km (Harlingen Noordpier – sluizen Lauwersoog). Daar is natuurlijk het een en ander op af te dingen, omdat verschillende delen van de kust al verstoord zijn.
Goed inzicht kunnen de betrokken overheden en initiatiefnemers prima leveren met de hen ter beschikking staande ruimtelijke planningsprogrammatuur. Die 1.265 ha is ook nauwelijks ergens te compenseren. In dit rapport adviseren we buitendijks fietsen op 63% van het totale tracé te realiseren. Door op de meest kwetsbare delen het fietspad naar binnendijks te geleiden (37% van het totale tracé) wordt ook recht gedaan aan het behalen van de N2000-doelen voor de Waddenzee, zodat de provinciale en landelijke overheden hun ruimtelijk en natuurbeleid richting Brussel in het licht van de Europese natuurwetgeving nog enigszins kunnen verantwoorden. Wij denken daarom met ons advies een win-win situatie tot stand te brengen voor zowel natuur als bewoners en bezoekers. Dit advies beperkt de oppervlaktes verstoorde kust aanzienlijk, versterkt de noodzakelijke zonering van rust en activiteit, doet recht aan de ontwikkeling van kleinschalige recreatie (zonder dat zich Giethoorn-situaties gaan voordoen) en bevordert de economische situatie in het gebied. Mogelijk helpt dit advies bij het formuleren van realisatieplannen van projecten langs de Friese Waddenkust.
Wij dringen er bij de betrokken instellingen op aan om bij ieder van die projecten vooral ook goed te letten op (1) cumulatieve effecten en cumulatieve impact van een project bovenop de andere voorstellen, (2) concreet geformuleerde en adequate compensatiemaatregelen en (3) het realiseren van een effectieve communicatie met simpele middelen om begrip te krijgen bij recreanten en andere gebruikers over nut en noodzaak van eventuele beperkende maatregelen. Eigenlijk zou ook ieder projectvoorstel moeten formuleren, hoe men met de realisatie van een kleinschalig recreatieproject concreet denkt bij te dragen aan het dichterbij brengen van de natuurdoelen in de Waddenzee, zoals dezen zijn geformuleerd in het N2000-beheerplan en in de documenten voor het Werelderfgoed Waddenzee. Op dit moment moet ieder project één of meerdere natuurtoetsen ondergaan. Het gaat om projecten als Op Paad lâns it Waad (verschillende vanwege planvorming), de Dijkversterking, de Terp fan Blije, de Dijkversterking (verschillende vanwege planvorming), Holwerd aan Zee en mogelijk nog wat Sense of Place projecten. En ook zijn er eenmalige projecten zoals de Wadopera, waarbij mogelijk ook geen natuurtoets is geweest. Ze krijgen nu elk voor zich een natuurtoets. De uitkomst kan zijn dat de effecten per project voor de natuur niet significant zijn.
Maar de kans is erg groot dat de som van alle projecten grote significante effecten voor de natuur op de Friese waddenkust laat zien. Daar lijkt niet in te gaan worden voorzien. Wij vinden het absoluut noodzakelijk, want er is sprake van IenKust en ingrepen op de ene plek hebben gevolgen op een andere plek. Daarom pleiten we voor een overkoepelende natuurtoets. Daarin kan naar voren komen, waar wad- en watervogels wel mogen en kunnen overtijen zonder menselijke verstoring en waar broedvogels wel jongen groot kunnen krijgen zonder menselijke verstoring.
28
11. Bron Krijgsveld, K.L., R.R. Smits & J. van der Winden. 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels. Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Rapport 08-173. Bureau Waardenburg, Culemborg.
29