CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5A - Ecologisch perspectief Friese Waddenzeekust

Gemeenteraad Waadhoeke 29 januari 2026, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Perspectief Waddenkust8.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ecologisch Perspectief Friese Waddenzeekust

Een verkenning naar het toepassen van de ecosysteembenadering voor de dijkverbetering Koehool-Lauwersmeer 2 september 2022

Dit ecologisch perspectief is, op verzoek van Wetterskip Fryslân, ontwikkeld door ecologen van Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Altenburg&Wymenga, Artemisiakwelderonderzoek, Wetterskip Fryslân en Witteveen+Bos. Voorliggend document is het resultaat van de inhoudelijke bijdragen en is door Witteveen+Bos opgesteld. Voor vragen en opmerkingen kunt u terecht bij Peter Lieverdink, omgevingsmanager bij Wetterskip Fryslân (plieverdink@wetterskipfryslan.nl)

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

2

INHOUDSOPGAVE 1. INTRODUCTIE

04

1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Leeswijzer 2. ECOSYSTEEMBENADERING

09

2.1 Wettelijk kader 2.2 Uitgangspunten 3. DE FRIESE WADDENZEEKUST

13

3.1 Kenschets van het landscap 3.2 Indeling 3.3 Knelpunten 4. ECOLOGISCH PERSPECTIEF

20

4.1 Geen of beperkt voorland (dijklandschap type A) 4.2 Voorland zonder zomerpolder (dijklandschap type B) 4.3 Voorland met zomerpolders (dijklandschap type C) 4.4 Ecologische meer waarde langs het hele dijktraject 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

37

5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen voor het ver volg REFERENTIES

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

41

3

1. INTRODUCTIE

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

4

1.1 Aanleiding De komende jaren werkt Wetterskip Fryslân samen met andere

land naar water en van zoetwater naar zoutwater werden abrupt.

Verder ziet het Wetterskip Fryslân vanuit de dijkverbetering nog

organisaties onder de naam 1DYK aan het verbeteren van de

Verbindingen met het achterland zijn afgesloten. Daarnaast zijn er

twee aanleidingen voor het ecologisch perspectief:

Waddenzeedijk tussen Koehool en Lauwersmeer. Delen van de

veel menselijke activiteiten in het gebied. Denk aan visserij, toerisme

huidige dijk voldoen niet aan de eisen voor hoogwaterveiligheid.

en baggeren voor de scheepvaart. Al deze factoren hebben, samen

1. integrale aanpak: het Wetterskip Fryslân probeert de

Daarnaast is er sprake van een stijgende zeespiegel en een dalende

met de gevolgen van klimaatverandering en intrede van exoten,

opgaven voor waterveiligheid en ecologie tegelijkertijd aan

bodem, waardoor de kans op overstromingen toeneemt. In

invloed op het mariene ecosysteem.

te pakken met de verbetering van de dijk. Het gekozen VKA

november 2021 heeft het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân

voor de dijkverbetering focust met name op waterveiligheid,

de voorkeursoplossing voor de dijkverbetering vastgesteld. Dit

Middels de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW)

maar biedt nog geen oplossing voor de ecologische opgave

zogenoemde voorkeursalternatief (VKA) vormt de basis voor de

werken de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)

die de beschermde status met zich meebrengt. Het VKA is dus

verdere uitwerking van de plannen voor de dijkverbetering.

en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) samen met de

nog onvoldoende integraal en dient voor het onderdeel natuur

provincie Fryslân, het Wetterskip Fryslân en maatschappelijke

nader uitgewerkt te worden1.

De Waddenzeedijk ligt in het Waddenzeegebied: een groot

organisaties aan de verbetering van de ecologische kwaliteit

getijdensysteem met mondiale betekenis. De unieke combinatie van

van het Waddenzeegebied. De focus ligt in dit programma op

2. ruimtebeslag: het gekozen voorkeursalternatief voor de

diep water, geulen, ondiepe platen, kwelders en stranden bieden een

het ‘verzachten van de randen van het Wad’ door bijvoorbeeld

dijkverbetering heeft op delen buitendijks ruimtebeslag, in het

groot en divers leefgebied voor o.a. vissen, bodemdieren, planten

het creëren van geleidelijke overgangen van wad naar land,

Waddenzeegebied. De buitenwaartse oplossing zorgt voor

en vogels. Vanwege zijn wereldwijd unieke geo(morfo)logische en

zoet naar zout en brakwaterzones en het herstellen van

aantasting van habitattypen, die beschermd zijn onder de Wet

ecologische waarden staat de Waddenzee op de Werelderfgoedlijst

(verbindingen tussen) leefgebieden en de natuurlijke dynamiek.

natuurbescherming (Natura 2000). Het buitendijks ruimtebeslag

van UNESCO. Het gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied

In Natuerlik Fryslân 2050 is een visie geschetst die hierop aansluit:

heeft een significant negatief effect en is daardoor niet zonder

en KRW-waterlichaam, en geniet hiermee een dubbele

Een ongestoord waddensysteem en een veilig kustlandschap

meer toegestaan.

natuurbescherming conform Europese wetgeving. Momenteel

waarin werken mét natuur de norm is.

is de ecologische kwaliteit van de Waddenzee onvoldoende, de doelstellingen voor ecologische kwaliteit (N2000 en KRW) worden niet

Met voorliggend ecologisch perspectief op de Friese

behaald. De Waddenzee ligt in een keurslijf van dijken en dammen.

Waddenzeekust op het traject Koehool-Lauwersmeer, beoogt

Door landaanwinning en afsluitingen van zeearmen is veel van het

het Wetterskip Fryslân in samenwerking met partijen invulling

oorspronkelijke intergetijdengebied verdwenen. Overgangen van

te geven aan de natuuropgaven.

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

Als reactie op het voorkeursalternatief heeft het Algemeen Bestuur van Wetterskip Fryslân een motie ingediend om het voorkeursalternatief meer integraal te benaderen. Ook de Commissie m.e.r. heeft dit geadviseerd. 1

5

Afbeelding 1.1 Natura 2000-gebieden Noord-Nederland.

Afbeelding 1.2 UNESCO gebied Waddenzee [i].

natuurlijk sterk veranderd kunstmatig

Afbeelding 1.3 KRW-waterlichamen Noord-Nederland [c]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

6

1.2 Doel Wetterskip Fryslân heeft een groep ecologen bijeen

Een voorwaarde vanuit het Wetterskip Fryslân is dat een

Het resultaat van het proces betreft voorliggend document

gebracht om een ecologisch perspectief te ontwikkelen,

dijkverlegging naar binnen toe nadrukkelijk buiten de

met daarin de bevindingen van de groep ecologen. Het

dat overtuigende meerwaarde biedt voor het ecosysteem

scope van het ecologisch perspectief valt, omdat deze te

vormt een fundament voor de ecosysteembenadering

van de Waddenzee en waarbij het huidige dijktracé

sterk afwijkt van het VKA van de dijkverbetering. Hoewel

en voor ecologische keuzes bij de dijkverbetering. Het

gehandhaafd blijft. Er is gekozen om hiervoor een

een dijkverlegging expliciet wordt genoemd als de

ecologisch

zogenaamde ecosysteembenadering te hanteren. Bij een

belangrijkste oplossingsrichting voor het verbeteren van de

processen, missende habitats en ecologische knelpunten

ecosysteembenadering wordt er verder gekeken dan de losse

ecologische waarden van het ecosysteem Waddenzee, is

langs de randen van het wad en binnendijks. Om vervolgens

instandhoudingsdoelen vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn

deze optie niet beschouwd voor de dijkverbetering omdat

maatregelen voor te stellen die inpasbaar zijn in het VKA en

(Natura 2000) en wordt gezocht naar wat het beste is voor het

de veiligheidsopgave van de dijk hiervoor geen aanleiding

leiden tot ecologische meerwaarde voor het ecosysteem.

ecosysteem als één samenhangend geheel. Het ecologisch

geeft.

perspectief

redeneert

vanuit

natuurlijke

perspectief vormt de eerste stap in de zoektocht naar een integraal én vergunbaar VKA op en rond het bestaande dijktracé met significant positieve effecten voor de natuur. Ook draagt het ecologisch perspectief bij aan de zoektocht naar de inpassing van de PAGW opgave ‘verzachten van de randen van het wad’ in het bestaande dijktracé.

Afbeelding 1.4 Voorkeursalternatief dijkverbetering Koehool-Lauwersmeer met buitendijks ruimtebeslag (zwarte pijl) [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

7

1.3 Context

1.4 Leeswijzer

Het uitwerken van dit ecologisch perspectief staat niet op

In hoofdstuk 2 is de ecosysteembenadering nader toegelicht,

zichzelf en moet in de context worden geplaatst van andere

inclusief de uitgangspunten die we daarbij hanteren. Hoofdstuk

ruimtelijke ontwikkelingen en het gebiedsproces dat in het

3 beschrijft de kenmerken en ecologische knelpunten van de

kader van de revitalisatie van de Friese Waddenzeekust

Friese Waddenzeekust. Vervolgens is het ecologisch perspectief

wordt doorlopen. Het ecologisch perspectief vormt hiermee

uiteengezet in hoofdstuk 4. Daarin staan de knelpunten,

een eerste ecologische schets met de dijk en het bestaande

maatregelen en meerwaarde benoemd. De notitie sluit af met

tracé als aanleiding, maar vormt nog geen ideaal eindbeeld

conclusies en aanbevelingen voor het vervolg in hoofdstuk 5.

bezien vanuit het ecosysteem Waddenzee. De ambitie vanuit de PAGW is dan ook overstijgend aan de dijk. Het ecologisch perspectief kan in dit licht gezien worden als een benaderingswijze met ecologische meerwaarde waarbij PAGW

bestaande grenzen en functies (grotendeels) gehanteerd blijven.

Holwerd aan Zee PAGW

Afbeelding 1.5 Raakvlakken in het gebied [d].

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

8

2. ECOSYSTEEMBENADERING

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

9

2.1 Wettelijk kader Voor

dijkverbeteringen

nabij

Natura

2000-gebieden

bijbehorende doelstellingen. Voorbeelden uit de praktijk

een juridische verkenning van Mendelts & Boerema (2011)

kan grofweg op twee manieren worden omgegaan met

laten zien dat bij vergunningverlening door provincies

is gebleken en is beschreven in het rapport van Altenburg

de Wet natuurbescherming. De eerste manier is een

zowel de doelensystematiek als de ecosysteembenadering

& Wymenga (2019). Voor de KRW geldt dat de algehele

traditionele benadering volgens de doelensystematiek,

worden gehanteerd (Altenburg & Wymenga, 2019). De Prins

ecologische toestand zoals beoordeeld conform de KRW-

waarbij op alle losse instandhoudingsdoelstellingen van

Hendrikzanddijk op Texel is een van de projecten waarin de

maatlatten (per kwaliteitselement) moet verbeteren en/of

het Natura 2000-gebied wordt getoetst. Deze benadering

ecosysteembenadering succesvol is toegepast.

de ontwikkeling niet tot doelobstructie leidt.

de dijkverbetering en het voorkomen van significante

Bij het toepassen van de ecosysteembenadering wordt het

Het toepassen van de ecosysteembenadering bij de

gevolgen op Natura 2000-gebieden. Bij het toepassen van

netto effect van een project op Natura 2000-instandhoudings-

dijkverbetering biedt mogelijkheden voor het creëren van

de doelensystematiek is de kans groot dat de passende

en KRW doelstellingen beoordeeld, waarbij de uitkomst

ecologische meerwaarde voor de Waddenzee. Indien

beoordeling uitwijst dat het VKA voor de dijkverbetering

moet zijn dat er een duidelijke ‘plus’ is voor het ecosysteem

er sprake is van significante gevolgen zal de Passende

Koehool- Lauwersmeer leidt tot significant negatieve

en

de

Beoordeling een ADC-toets moeten doorlopen. Echter,

effecten op het Natura 2000-gebied. Het VKA heeft namelijk

ecosysteembenadering

negatieve

de gedachte van het ecologisch perspectief is dat er juist

permanent ruimtebeslag op habitattypen in de Waddenzee.

effecten van het verlies van Natura 2000-habitattypen

geen significante gevolgen zijn door het toepassen van de

afgewogen

ecosysteembenadering.

is sterk juridisch van aard en focust op het realiseren van

coherente

instandhoudingsdoelstellingen.

worden

kunnen tegen

significant

positieve

Bij

effecten

van

De tweede manier is de ecosysteembenadering, die als

toegevoegde habitattypen of leefgebieden van soorten

uitgangspunt heeft om het ecosysteem als geheel te

met een instandhoudingsdoelstelling. Ook bij een dergelijke

versterken. Het ecosysteem wordt hierbij, conform de

afweging wordt in een Passende Beoordeling, zoals Artikel 6

realiteit, als een meer dynamisch systeem beschouwd,

lid 3 van de Habitatrichtlijn voorschrijft, rekening gehouden

waarbij gekeken wordt naar het verminderen van

met geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen. Er wordt

ecologische knelpunten door het versterken van de

hiermee nog steeds aan het doel van de bepaling voldaan,

natuurlijke processen wat uiteindelijk leidt tot verbetering

namelijk het beschermen van habitattypen en soorten met

van de natuurkwaliteit. Per saldo moet, binnen de kaders

het oog op de bescherming van het Natura 2000-netwerk

van de natuurwetgeving, sprake zijn van een verbetering

en van de biodiversiteit in Europa. De formulering van deze

van het Natura 2000-gebied en KRW-waterlichaam en

bepaling in de Habitatrichtlijn heeft beleidsruimte, zoals uit

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

10

2.2 Uitgangspunten Kwantificeren van meerwaarde

Duurzame ingreep

Het ecologisch perspectief gaat over een duurzame ingreep

Idealiter gaat door de systeemverbetering de natuur zijn

verbetering van het ecosysteem bereikt. Hierbij zou het

op systeemniveau, knelpunten die het natuurlijk functioneren

gang en beheert het ecosysteem zichzelf. Dit is anders dan

mogelijk zijn om oppervlak van het ene habitattype uit te

van het ecosysteem beperken. Natuurlijke processen

enkel het bieden van leefgebied (zoals getijdenpoelen),

ruilen voor een ander habitattype, zoals is toegepast bij

(water- en sedimentbewegingen) worden veroorzaakt

waarbij de meerwaarde vooral lokaal is. Hierbij wordt

de Prins Hendrikzanddijk. Deze gedachte past beter bij

door een combinatie van getij en weerscondities. Deze

meerwaarde vooral bereikt door het aanbieden van

de realiteit, waarbij natuur geen statisch geheel is, maar

natuurlijke processen staan aan de basis van al het leven in

habitat voor specifieke soorten, wat bijdraagt aan de lokale

dynamisch en zich als gevolg van (natuurlijke) processen

de Waddenzee. Het is daarom van belang om de natuurlijke

diversiteit en draagkracht. Ook regelmatig onderhoud aan

ontwikkelt en zich niets aantrekt van grenzen op papier.

dynamiek in de toekomst niet verder in te perken (door bijv.

het ecosysteem is geen duurzaam perspectief.

Volgens de ecosysteembenadering wordt een netto

harde structuren), maar juist om deze processen zoveel Het uitgangspunt voor de ecosysteembenadering is om te

mogelijk ruimte te geven, zodat het ecosysteem zich op

zorgen voor netto uitbreiding van leefgebieden in areaal en/

een natuurlijke manier kan ontwikkelen en leefgebieden en

of kwaliteit. Dit moet per saldo leiden tot verbetering van

soorten vanzelf herstellen.

de natuurwaarden in het gebied (binnen- en buitendijks). De meerwaarde dient zo veel mogelijk expliciet te worden

Meerwaarde kan ook bereikt worden door natuurwaarden

gemaakt, bij voorkeur kwantitatief. In dit ecologisch

met elkaar in verbinding te brengen. Hierbij gaat het om

perspectief is in de context van het dijktracé Koehool-

het wegnemen van barrières, maar ook het creëren en

Lauwersmeer een eerste aanzet gedaan.

behouden van gradiënten, die de basis vormen voor stabiele leefgebieden, waar soorten zich kunnen vestigen.

Er is in eerste instantie gekeken naar het ontstaan van

Het ecologisch perspectief draait dus om herstel vanuit de

habitattypen. Op basis hiervan is het mogelijk uitspraken te

basis (zie afbeelding 2.1).

doen over soorten die kunnen profiteren van het ontstane ecosysteem. Echter, het is moeilijk om (toekomstige) populatiegroottes te kwantificeren van specifieke soorten.

Afbeelding 2.1 Vijf niveaus om ecologische meerwaarde te bereiken [d].

Dat is in deze notitie dan ook niet gedaan. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

11

Onderzoeksgebied De afbakening van dit onderzoek betreft de Friese Waddenzeekust

Het VKA van de dijkverbetering heeft in totaal 26,5 ha

tot en met 2050 (in lijn met de dijkverbetering). In de lengte ligt

ruimtebeslag in het Natura 2000-gebied. In tabel 1 is opgenomen

de focus van het ecologisch perspectief op het traject Koehool-

om welke habitattypen het gaat. Het VKA grenst daarnaast

Lauwersmeer en het aangrenzende kustgebied. In de breedte is

aan het KRW-waterlichaam Waddenzee. Het VKA kent echter

code

de gradiënt beschouwd vanaf de rand van het voorland, over de

geen (grootschalige) effecten op voor het KRW-waterlichaam

dijk, tot en met het binnendijkse gebied (afbeelding 2.2).

kenmerkende soorten, zoals zeegras. Het ruimtebeslag op het

H1140A Slik- en zandplaten

2,70

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (buitendijks)

7,50

H1320

1,30

KRW waterlichaam is derhalve in dit ecologisch perspectief niet meegenomen. Dit zal in een nadere uitwerking beschouwd moeten worden.

Tabel 1: Aantasting van Natura 2000-habitattypen in het voorkeursalternatief voor de dijkverbetering (bron: milieueffectrapportage verkenning KoehoolLauwersmeer)

habitattype

ruimtebeslag (ha)

Slikgrasvelden

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) Totaal

15,00 26,50

Afbeelding 2.2: Scope Friese Waddenzeekust, met in rood aangegeven de dijksecties waar het VKA ruimtebeslag heeft op Natura 2000-gebied [d].

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

12

3. DE FRIESE WADDENZEEKUST

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

13

3.1 Kenschets van het landschap De Friese Waddenkust kenmerkt zich door een enorme grootschaligheid en openheid. Leegte, rust en nachtelijke duisternis zijn kenmerkend voor dit gebied . Het is ook een landschap van twee werelden. De dijk vormt een harde scheiding tussen de dynamische natuur van de Waddenzee buitendijks en het agrarische zeekleilandschap en klei-terpenlandschap binnendijks. Buitendijks heeft de dynamiek van het wad vrij spel en verandert het landschap continu met het getij. Voorland, zandplaten en geulen zijn voortdurend in beweging. De buitendijkse

Tot 1000

Omstreeks 1000

1000-1400

Omstreeks 1500

1600

Omstreeks 1700 - nu

zomerpolders vormen hier een uitzondering. Hier is de dynamiek van het getij (met name in de zomer) beperkt door de aanwezigheid van lage zomerkades. Voor de dijk ligt ook op grote delen hoog opgeslibd voorland met begroeide kwelders. De breedte van het voorland varieert sterk van enkele tientallen meters tot enkele kilometers aangegroeid voorland. Binnendijks ligt het oude klei-terpenlandschap en de zeekleipolders van verschillende leeftijden. De zeekleipolders zijn een cultuurlandschap dat aangewonnen is ten behoeve van voedselproductie. Door de vruchtbare kleigrond is de landbouw economisch van groot belang. Vooral de pootaardappelsector is hier groot. Om te begrijpen hoe de Waddenzeedijk in het landschap ligt, staan we eerst stil bij de ontstaansgeschiedenis van het landschap en de invloed van de mens hierop. Nadat bewoners zich eeuwenlang met terpen tegen het water hadden beschermd, begon rond het jaar 1000 de dijkenbouw op gang te komen. De landaanwinningen en daarmee de aanleg van nieuwe dijken vond niet gelijkmatig over de kust plaats, maar hebben er wel voor gezorgd dat het natuurlijke estuarium vrijwel volledig is verdwenen. Landaanwinningwerken en bedijkingen van de afgelopen eeuwen hebben een nieuw, half-natuurlijk kwelderlandschap voor de Friese kust gemaakt.

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

Afbeelding 3.1 Ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap, uit Ruimtelijk kwaliteitskader verkenning dijkversterking Koehool-Lauwersmeer [d].

14

Afbeelding 3.2 Rond 1900 - nauwelijks kwelders, landaanwinningswerken gestart [e].

Afbeelding 3.3 In 2021 - Kwelders zijn door opslibbing sterk uitgebreid [e]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

15

Door deze geschiedenis van landaanwinning en bedijking

maaisel of veek (aanspoelresten) treedt vaak wel verruiging

is er op veel plaatsen sprake van een harde en abrupte

op. Voor een goede analyse van de ecologische kwaliteit is

overgang tussen vegetatiezones in het Waddenzeegebied,

het derhalve zinvol om gedetailleerd naar het voorkomen van

terwijl deze overgangen vòòr de landaanwinning vloeiende

soorten en vegetatiegemeenschappen te kijken. Hiervoor is

gradiënten waren. Daarnaast leidt de inperking van de

in dit ecologisch perspectief aan de hand van de VEGWAD

natuurlijke dynamiek (o.a. ontbreken van opslibbing) tot

kartering

het verminderen van de voor het gebied kenmerkende

weergeven een eerste aanzet gedaan.

die

de

actuele

vegetatiegemeenschappen

pioniersvegetatie. Met name op de hogere delen en in de zomerpolders (waar de dynamiek ontbreekt) is er

De laatste kwelderwerken (twintigste eeuw) zijn overigens

sprake van kenmerkende eindstadia in de successie (bijv.

dusdanig effectief dat de kwelder nog steeds uitbreidt. Met

Zeekweekvelden) of het ontstaan van niet-zilte graslanden

name op Fryslân Bûtendyks, nabij het wantij, vindt een

(mede omdat wegens het agrarisch gebruik van de

sedimentatie van gemiddeld 2 cm per jaar plaats, waardoor

zomerpolders ook nog wel eens wat (dijk)grasmengsels

de kwelder met 15 m per jaar uitbreidt.

Afbeelding 3.4 Oude luchtfoto van de landaanwinning [bron: onbekend].

worden ingezaaid). Hierdoor is de kwaliteit van de leefgebieden op locaties afgenomen en zijn (natuurlijke)

Het onderzoeksgebied is geen statisch geheel, maar is

ecologische functies verloren gegaan.

altijd in beweging. Door de wisselwerking tussen zee en mens is hier een uniek gebied ontstaan, dat als geheel een

Echter, bij alles dient een kanttekening geplaatst te

bijzondere cultuurhistorische waarde heeft. Belangrijke

worden. Zo ook bij de generalisatie van de waarde van

structuurdragers zijn o.a. het verkavelingspatroon, de

de ‘half-natuurlijke kwelder’. Als gevolg van beweiding

zomerpolders en de landaanwinningswerken. In een zeer

kan verruigging met soorten zoals speerdistel, akkerdistel,

dynamisch natuurlandschap is streven naar behoud van

kamille, krulzuring, spiesmelde en strandmelde tegen

cultuurhistorische waarden tevens een aandachtspunt.

gegaan worden. Daardoor kunnen ook hoger op de kwelder ecologisch waardevolle delen aanwezig zijn. Verder dienen de zomerpolders als waardevol rust-, broed- en

Afbeelding 3.5 De aanleg van rijshouten dammen (uit de film Van waddenzand tot vruchtbaar land) [ j].

foerageergebied voor vogels. Op locaties met een hoge input aan nutriënten als gevolg van de depositie van bagger, ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

16

3.2 Indeling

3.3 Knelpunten

Op het traject van Koehool-Lauwersmeer zijn drie

De ecosysteembenadering richt zich op het verminderen van

De knelpunten met een relatie tot de dijkversterking zijn

karakteristieke

knelpunten die het natuurlijk functioneren van het ecosysteem

aangescherpt op basis van recente inzichten. Het ecologisch

Waddenzeezijde te zien. Een dijklandschap met:

beperken. Dat gebeurt binnen de randvoorwaarden van

perspectief biedt voor deze knelpunten een kans op

- Type A: geen of beperkt voorland;

het onderzoek, daarom is het wegnemen van de dijk als

verbetering. In het volgende hoofdstuk zijn de knelpunten

- Type B: voorland zonder zomerpolders;

knelpunt niet als optie beschouwd. Voor de Programmatische

en kansen verder uitgelicht per type dijklandschap en

- Type C: voorland met zomerpolders.

Aanpak Grote Wateren is een systeemanalyse van de

gekoppeld aan maatregelen.

typen

dijklandschappen

aan

de

Waddenzeekust uitgevoerd (Witteveen+Bos, 2021). Deze In onderstaande afbeelding is weergegeven waar de drie

systeemanalyse bracht op basis van wettelijke opgaven

typen zich bevinden langs het dijktraject. Aan de hand

vanuit Europese richtlijnen (Kaderrichtlijn Water, Vogel- en

van de drie typen dijklandschappen wordt in het volgende

habitatrichtlijn Natura 2000) en nationale beleidsambities

hoofdstuk het ecologisch perspectief geschetst. In dit

(zoals de PAGW) in beeld welke knelpunten er op dit

hoofdstuk zijn de ecologische knelpunten, maatregelen en

moment in de Waddenzee bestaan in de context van de

meerwaarde op hoofdlijnen beschreven voor typen A, B en

Friese Waddenzeekust.

C.

Afbeelding 3.6: Samenhang ecologisch perspectief Friese Waddenzeekust [d].

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

17

1. Ingeperkte natuurlijke dynamiek

In een natuurlijk ecosysteem aan de vastelandskust van de

1a) Bij de kwelders zie je dat door inperking van de natuurlijke

Waddenzee is er een geleidelijke overgang van kwelder naar

dynamiek met name de kenmerkende pioniersvegetaties

brakwater- en zoetwaterzone, waar natuurlijke processen

onder druk staan. Als gevolg van opslibbing verhoogt het

(zoals opslibbing) de overhand hebben. De natuurlijke

maaiveld zich gradueel waardoor de standplaatsfactoren

dynamiek is ingeperkt door bedijking als gevolg van de aanleg

veranderen van nat naar droog en zout (zee-gedomineerd)

van de zomerdijk (bij Fryslan Butendijks) en de winterdijk

naar zoet (regenwater-gedomineerd).

(gehele tracé). Hierdoor is er geen geleidelijke overgang van landschapstypen, met de bijbehorende kenmerkende

1b) Bij de zomerpolders zie je dat als gevolg van de

vegetatie, wat ook het voorkomen van insecten benadeeld.

bedijking in combinatie met klepduikers (water kan er niet

Daarnaast beperken andere fysieke barrières (zoals sloot, hek

door naar binnen, maar wel door naar buiten), minder

en onderhoudspad) het verplaatsen van grondgebonden

sediment binnenkomt en de opslibbing minimaal is (soms

dieren. Kleine zoogdieren kunnen hierdoor minder goed

zelfs negatief door inklink of compactie door beweiding).

migreren tussen verschillende natuurgebieden. Ook kunnen

Door de verminderde invloed van zout water verandert de

deze soorten bij extreme waterstanden geen hooggelegen

vegetatie naar niet-zilt grasland (mede omdat wegens het

vluchtplaats bereiken. De inperking van de natuurlijke

gebruik ook nog wel eens wat (dijk)grasmengsels worden

dynamiek heeft effecten voor de ecologische toestand in de

ingezaaid). Meestal vallen zomerpolders vanwege de

kwelders (1a) en in de zomerpolders (1b).

aanwezige vegetatie buiten de officiële kwelderhabitattypen,

Afbeelding 3.7: Landinwaartse barrières [a].

zoals H1330. Echter, ondanks het ‘onnatuurlijke karakter’ zijn zomerpolders van grote waarde als rustgebied (hoogwatervluchtplaats) voor tienduizenden steltlopers, broedgebied voor weidevogels en foerageergebied voor grote aantallen ganzen.

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

Afbeelding 3.8: Verruiging van vegetatie [b].

18

2. Tekort aan rust en broedgebied vogels

3. Achteruitgang onderwaternatuur en voedseltekort vogels

4. Ontbreken van vismigratie (zoet-zout verbindingen)

rustgebieden. Een goed broedgebied bevindt zich nabij

gebieden is over het algemeen te laag, door beperkte

tussen de Waddenzee en zoetwater in het achterland. Dit

een foerageergebied met voldoende voedsel (veelal

waterkwaliteit, intensieve visserij en afwezigheid van

beperkt de migratie van vissen die afhankelijk zijn van beide

buitendijkse slikken), en kent beperkte verstoring, een

(meerjarige) schelpdierbanken en zeegras. Oplossingen

gebieden, waardoor deze niet kunnen voortplanten. Een

lage predatiedruk en een laag overstromingsrisico.

voor schelpdierbanken en overstroomde gebieden zijn

aantal plaatsen (gemaal de Heining, gemaal H. G. Miedema,

Rustgebieden, of hoogwatervluchtplaatsen (hvp’s), zijn bij

geen onderdeel van de integrale dijkverbetering, maar

Roptazijl) zijn intussen vispasseerbaar gemaakt. Echter is de

voorkeur ook onverstoord en liggen dicht bij de buitendijkse

er dient geen verlies (oppervlak en kwaliteit) van deze

kwaliteit van de leefgebieden binnendijks ook niet altijd op

foerageergebieden.

essentieel

gebieden op te treden als gevolg van de dijkverbetering.

orde. Een goed functionerende zoet-zout verbinding kan

voor de overleving en voortplanting van de vogels van

Wel worden maatregelen beschouwd om de kwaliteit

bijdragen aan het herstel van vispopulaties. Dit draagt niet

de Waddenzee. Momenteel is er een groot tekort aan

van onderwaternatuur op de dijkteen te verbeteren als

alleen bij aan het behalen van KRW-doelen, maar de jonge

hoogwaardige broed- en rustgebieden, met name in het

meekoppelkans van de PAGW.

vis vormt ook een belangrijke voedselbron voor vogels die

Voor veel vogelsoorten, zoals de bontbekplevier en de kluut, is er een tekort aan geschikte broed- en

Beide

gebieden

zijn

De kwaliteit van tijdelijk en permanent overstroomde

westen (Koehool-Westhoek) en het oosten (Holwerd-

Op het traject zijn er nauwelijks zoet-zout verbindingen

vanuit Natura 2000 beschermd zijn.

Paezumerlannen) van het dijktraject.

Afbeelding 3.9: Grutto’s in vlucht [a]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

Afbeelding 3.10: Drooggevallen slik [a].

Afbeelding 3.11: Kwelderslenk bij Holwerd [a].

19

4. ECOLOGISCH PERSPECTIEF

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

20

Het ecologisch perspectief schetst langs de Friese Waddenzeekust een dijk waarbij de overgang tussen wad en land meer geleidelijk is waardoor ruimte ontstaat voor dieren en planten die kenmerkend zijn voor het gebied. Op de volgende pagina’s zijn voor elk type dijklandschap (A, B en C) visualisaties gemaakt die inzicht geven in de fysische omstandigheden die van invloed zijn op de ecologie, inclusief de kwaliteiten, knelpunten en kansen die hier bij horen. De ecologische kwaliteiten van de drie typen landschappen vormen samen één werkend ecosysteem, waarbij de onderdelen over de lengte van de kust en op de gradiënt van zee naar land complementair aan elkaar zijn. Dit hoofdstuk sluit af met een beschrijving van de ecologische meerwaarde langs het gehele dijktraject, aan de hand van de vijf ecosysteemniveaus (van natuurlijke processen tot biodiversiteit en productiviteit).

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

21

4.1 Geen of beperkt voorland (dijklandschap type A)

Afbeelding 4.2: Geen of beperkt voorland, Wierum [f ].

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

22

4.1 Geen of beperkt voorland (dijklandschap type A) Huidige situatie en knelpunten

Op twee stukken van het traject Koehool-Lauwersmeer grenst de asfalt dijk direct aan de Waddenzee: tussen Koehool en Zwarte Haan (dijksectie 1) en tussen Ternaard en PaesensModdergat (dijksecties 5, 6 en 7a). 3 1a

Knelpunt 1a - ingeperkte natuurlijke dynamiek (kwelders)

Grote delen van de dijk bestaan uit asfalt, waar nagenoeg niks op kan leven, en steenbestorting aan de dijkteen. Buitendijks is de ecologische waarde wél hoog. Bij laagwater liggen hier droogvallende slibplaten, die een leefgebied vormen voor bodemleven zoals wormen en schelpdieren (met name tussen Ternaard en Paesens-Moddergat). Dit biedt voedsel voor grote aantallen wadvogels.

2

Knelpunt 2 - tekort aan rust- en broedgebieden vogels Met hoogwater staat het water tot de teen van de dijk. De wadvogels verplaatsen zich dan naar hoogwatervluchtplaatsen (hvp’s). Deze liggen idealiter op een zo klein mogelijke afstand van hun foerageergebied, maar in de praktijk is dat lang niet altijd het geval. Hier zijn te weinig of te kleine voorlanden, dus zitten vogels dicht tegen de dijk aan. Door het ontbreken van voorland en door verstoring is er met name in landschapstype A een tekort aan hvp’s en broedgebied.

4 Knelpunt 4 - ontbreken van

vismigratie

Knelpunt 3 - achteruitgang onderwaternatuur en voedseltekort vogels

De kwaliteit van de onderwater natuur in de Waddenzee is niet overal op orde, wat de draagkracht voor sommige vogels beperkt. De dijkversterking zal hier weinig aan kunnen veranderen, maar wel kan het de natuur op de teen van de dijk verbeteren. De huidige asfalt bekleding is uitermate ongeschikt voor flora en fauna, waardoor de ecologische waarde hiervan praktisch nul is.

Daarnaast zijn er slechts enkele (kleinschalige) zoet-zout verbindingen in het traject, waardoor de migratie van vissen zeer beperkt is. Dat speelt met name tussen Wierum en Paesens-Moddergat (dijksecties 6 en 7a), waar nog geen visverbinding te vinden is. In het bijzonder voor aal is een verbetering van migratiemogelijkheden en habitat urgent.

1a 3

4

2

Afbeelding 4.3: Dijk landschap type A - huidige situatie [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

23

4.1 Geen of beperkt voorland (dijklandschap type A) Ecologisch perspectief met maatregelen

In dijklandschap type A is het binnenland onderdeel van de Waddenzee. In lijn met het VKA van de dijkverbetering, blijft de harde dijk gehandhaafd. Met de maatregelen eindigt de Waddenzee natuur niet bij de onderkant van de dijk, maar ontstaan nieuwe kansen voor de natuur op- en achter de dijk. Het leefgebied voor ( jonge) vis wordt vergroot, en er ontstaat voor vogels broed- en rustgebied in de nabijheid van hun foerageergebied. Bijgaand een toelichting van de maatregelen van zee naar land.

A

Dijkvoet met korstmossen en wieren

Aan de buitenzijde van de dijk, aan de dijkvoet zijn er optimalisatie kansen, met name voor zeewier en korstmossen. De soortenrijkdom is te stimuleren door zoneringen van leefgebied op de dijkvoet: variërend van nat, naar vochtig, naar droog. Hiervoor kunnen grove structuren worden gebruikt, gemaakt van duurzame materialen. Granietblokken zijn zeer geschikte natuurstenen waar verschillende soorten wieren en korstmossen kunnen groeien. Een praktijkvoorbeeld van deze toepassing is de dijk tussen Eemshaven en Delfzijl - de meest soortenrijke dijk van Nederland - waar circa 80 soorten korstmossen op groeien. Ook worden zeedijken gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan zeewiersoorten. Dit alles trekt weer insecten en kreeftachtigen aan die als voedsel dienen voor vogels. Als er geen verstoring plaatsvindt, kan dit ook een ideale plek zijn voor foeragerende vogels. Beoogde maatregelen worden uitgevoerd binnen het huidige ruimtebeslag, waardoor er geen areaal aan wadplaten verloren gaat.

Realisatie zoet-zout verbindingen

B

Het binnenland wordt door middel van een doorlaatmiddel in verbinding gesteld met de Waddenzee, hierdoor kan er migratie van soorten zoals de aal, bot en driedoornige stekelbaars plaatsvinden. Daarnaast wordt extra leefgebied gecreëerd in de vorm van dijkputten (maatregel D). De aanwezige vegetatie biedt schuil- en opgroeimogelijkheden voor jonge vis. Op deze manier ontstaan visvriendelijke brakke wateren, in de overgang tussen zoet en zout. Met name de Bantpolder of binnendijkse gebieden bij Wierum en Paesens lijken hiervoor geschikt. In het westen zijn al vispassages aanwezig (gemaal Miedema bij Zwarte Haan, en buiten het plangebied bij Roptazijl). Met omvang van de zoet-zoutverbinding (de mate van gradiëntherstel) kan gevarieerd worden. Onderstaand zijn een tweetal vormen van gradiënten en zoet-zout verbindingen (klein en groot) gevisualiseerd. Uiteraard zijn er meerdere varianten mogelijk. In dit perspectief is beoogd om een eerste stap te zetten en om een verbinding te realiseren met behulp van een kunstwerk.

D B

A

C

D

B

Afbeelding 4.4: Dijk landschap type A - Meerwaarde ecologisch perspectief [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

24

C

Hoogwatervluchtplaatsen en broedgebieden

De dijkputten (maatregel D) bieden de kans voor de aanleg van hoogwatervluchtplaatsen en broedeilanden in de nabijheid van foerageergebied. Het water in de Dijkput rondom de hvp’s en eilanden vormen een natuurlijke barrière tegen verstoring en predatie. De gebieden zijn relatief onverstoord (rekening houdend met Op Paad lâns it Waad) en liggen dicht bij droogvallende slibplaten (foerageergebied vogels buitendijks). De toename van ( jonge) vis (maatregel B) biedt ook groter voedselaanbod voor visetende vogels, zoals de lepelaar en grondeleenden (ondiep water; 10-50 cm diepte) of voor duikeenden en futen (diep water; 5-10 m diepte). Polder Breebaart, maar ook meerdere locaties bij de Jadebussen in Duitsland betreffen voorbeelden hoe een dergelijk gebied eruit kan zien, met moerasvegetatie en vele vogels. In dit ecologisch perspectief zijn enkele inspirerende voorbeelden gegeven.

Dijkputten

D

Door dijkputten te graven, zal meerwaarde voor ecologie en diversiteit ontstaan ten opzichte van het omringende productieland. De ‘Fryske Waadfûgelwurkgroep’ (onderdeel van Fryske Feriening foar Fjildbiology) beveelt aan om binnendijks dijkputten te graven waar buitendijks geen of nauwelijks kwelders zijn (Waadfûgelwurkgroep, 2021). Daar hebben op het wad foeragerende vogels in drukke landbouwtijden of met hoge/dichte gewassen weinig of geen plek om te overtijen. Door deze dijkputten te verbinden met elkaar, met binnenwateren en met de Waddenzee, kunnen er binnendijks nat-droog en kleinschalige zoet-zout overgangen ontstaan. Het idee is dat de nieuwe dijkputten een brak karakter krijgen waardoor er mogelijkheden ontstaan voor zilte pioniervegetaties met bijv. zeekraal en ruppia (NB: begroeiing met pioniersoorten vertegenwoordigen binnendijks een andere waarde dan buitendijks, met name omdat de processen in beide gebieden significant verschillen). Het is van belang dat de dijkputten van voldoende omvang zijn, enerzijds om waardevol te zijn als paai- en opgroeigebied voor jonge vis- en broed- rustgebied voor vogels, anderzijds zodat het plan als geheel zowel in omvang en kwaliteit tot een significante natuurverbetering leidt.

Er wordt hierbij vanuit gegaan dat de dijkputten een integraal onderdeel worden van de Waddenzee en het netto natuuroppervlak hiermee significant vergroot wordt.

D B

A

C

D

B

Afbeelding 4.4: Dijk landschap type A - Meerwaarde ecologisch perspectief [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

25

4.2 Voorland zonder zomerpolder (dijklandschap type B)

Afbeelding 4.5: Voorland zonder zomerpolder [f ].

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

26

4.2 Voorland zonder zomerpolder (dijklandschap type B) Huidige situatie en knelpunt

Tussen Zwarte Haan en Nieuwebildtzijl, en tussen Blije en Ternaard (dijksecties 2 en 4 op het traject KoehoolLauwersmeer)

bevinden

zich

voorlanden

zonder

zomerpolders. Door sedimentatie en de kwelderwerken leidt menselijk ingrijpen tot een onnatuurlijke snelheid van sedimentatie en een (netto) uitbreiding van de kwelder.

1a

Knelpunt 1a - ingeperkte natuurlijke dynamiek (kwelders)

Als gevolg van de ingeperkte natuurlijk dynamiek verloopt de gradiënt van lage kwelder naar hoge kwelder onnatuurlijk. De gradiënt van nat naar droog stopt abrupt bij de dijkteen, waar deze overgaat in een steil asfalttalud. De diversiteit van de vegetatie op de kwelder wordt in stand gehouden door verschillende vormen van beheer. Een zoetzout overgang ontbreekt volledig door de aanwezigheid van de dijk, die zorgt voor een scherpe scheiding tussen het zoute voorland (lage kwelder) en het zoete binnenland.

2

Knelpunt 2 - tekort aan rust- en broedgebieden vogels Delen van de dijk bestaan uit een steil asfalt talud. Over het algemeen zijn dit soort hellingen ongeschikt als hoogwatervluchtplaats. Dit komt mede door te veel verstoring op de dijk. Vogels kunnen hier niet broeden, omdat er te weinig beschutting is.

2 1a

Afbeelding 4.6: Dijk landschap type B - huidige situatie [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

27

4.2 Voorland zonder zomerpolder (dijklandschap type B) Ecologisch perspectief met maatregelen

Op de kwelders waar geen zomerpolder aanwezig is, wordt de overgang tussen kwelder en de dijk meer geïntegreerd. Hierdoor ontstaat een groter en gevarieerder leefgebied voor dieren.

E

Flauw en natuurlijk dijktalud

Het huidige dijktalud wordt verflauwd (bijvoorbeeld naar 1:8), zodat de kwelder geleidelijk overgaat van een middenhoge kwelder (nu veelal lage kwelderzone) naar hoge kwelder en vervolgens overgaat in een zoete grasdijk. Door de buitendijkse verhardingen en dijksloot te verwijderen, worden dijk en voorland één geheel, en ontstaan er meer geleidelijke overgangen tussen nat en droog. Met name plantensoorten die op de hogere, droge delen voorkomen zullen hiervan profiteren. Grondgebonden dieren (zoals muizen) kunnen door een verbeterde connectie zich makkelijker verplaatsen, en hebben bij extreme waterstanden een veilige vluchtplaats. Daarnaast biedt het flauwe talud van de dijk rustgebied voor enkele soorten vogels zoals scholekster en ganzen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er in de nabijheid geen asfaltpaden zijn waardoor rustende vogels verstoord worden. Het is essentieel dat de beoogde verflauwing niet ten koste gaat van waardevol ecologisch areaal zoals het areaal aan wadplaten en pioniersstadia. Desgewenst zal o.b.v. de vegetatiekarteringen maatwerk plaats moeten vinden.

Holwerd aan Zee Bij Holwerd aan Zee vindt de verkenning van een gebiedsinitiatief plaats om aan de binnenzijde van de dijk een brakwaterzone te creëren op bestaande landbouwgronden. Hiermee ontstaat er binnen dijklandschap B de kans om een zoet-zout gradiënt te realiseren in combinatie met hoogwatervluchtplaatsen en broedvogeleilanden (gelijkend aan de maatregelen B, C en D bij dijklandschap type A). Het gebiedsinitiatief biedt hiermee een mooie kans voor vissen en vogels.

E

Afbeelding 4.7: Dijk landschap type B - Meerwaarde ecologisch perspectief [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

28

4.3 Voorland met zomerpolder (dijklandschap type C)

Afbeelding 4.8: Voorland met zomerpolder [f ].

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

29

4.3 Voorland met zomerpolder (dijklandschap type C) Huidige situatie en knelpunt

Bij Fryslân Bûtendyks en bij de Peazemerlannen (dijksecties 3 en 7b op het traject Koehool-Lauwersmeer) zijn brede kwelders aanwezig met zomerpolders aan de teen van de dijk. Bij Fryslân Bûtendyks is de dijk breed en groen, terwijl bij de Peazemerlannen de dijk een asfaltbekleding heeft.

1a

Knelpunt 1a ingeperkte natuurlijke dynamiek (kwelders)

Hoewel bij Fryslân Bûtendyks al een brede groene dijk aanwezig is, kan hier niet gesproken worden over een geleidelijke overgang tussen voorland en achterland. De zomerdijk, dijksloot en het onderhoudspad zijn elementen die de geleidelijke vegetatieovergang verstoren of verhinderen. Ook zijn het fysieke barrières die het verplaatsen van grondgebonden dieren beperken. De asfaltdijk bij Peazemerlannen vormt een onnatuurlijk element, waardoor de barrièrewerking wordt versterkt.

1b

Knelpunt 1b - ingeperkte natuurlijke dynamiek (zomerpolders)

Momenteel zijn de zomerpolders niet als habitattype geclassificeerd. Desondanks dienen de zomerpolders als broedgebied voor weidevogels, als hoogwatervluchtplaats voor tienduizenden steltlopers en als foerageergebied voor grote aantallen ganzen. Omdat de polders van oorsprong zijn vormgegeven ten behoeve van de landbouw, functioneren ze als half-natuurlijk landschap. Het tij wordt gekeerd bij de zomerdijk, waardoor er een gebrek aan dynamiek is en de polder lager dan de omgeving komt te liggen. Het ontbreekt hierdoor aan de van nature kenmerkende vegetatie. Met actief beheer wordt lokale verruiging tegen gegaan.

4

Knelpunt 4 - ontbreken van vismigratie

De watergangen bieden leefgebied voor (brakwater) vissen, die weer door bijvoorbeeld lepelaars worden gegeten. Toch is de inrichting niet optimaal. Doordat het tij wordt gekeerd bij de zomerdijk, is de dynamiek daarachter beperkt.

4 1a

1b

Afbeelding 4.9: Dijk landschap type C - huidige situatie [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

30

4.3 Voorland met zomerpolder (dijklandschap type C) Ecologisch perspectief met maatregelen

Om de ecologische waarde van de kwelders en

de ingreep gaan tijdelijk foerageergebieden van (met

zomerpolders beter tot hun recht te laten komen, zou de

name) ganzen en broedgebieden van vogels verloren. Om

inrichting van (een deel van) de zomerpolders moeten

de impact hiervan te beperken, moeten de maatregelen

veranderen in combinatie met de verflauwing van het

stapsgewijs worden genomen. Door elke vijf jaar dit proces

dijktalud. Zo ontstaat een groter, robuuster én dynamischer

te herhalen, zal over een periode van 15 jaar in totaal 60

natuurgebied met ruimte voor vissen, vogels, insecten

ha zomerpolder kunnen worden opengesteld. Door de

en zoogdieren. Het is echter belangrijk dat er rekening

maatregelen gecontroleerd en met de juiste afwegingen

wordt gehouden met de bestaande natuurwaarden in

toe te passen, wordt de draagkracht van Waddenvogels

de gebieden. Beheerder It Fryske Gea heeft positieve

op de korte termijn gewaarborgd en op de lange termijn

ervaringen met het stapsgewijs ontsluiten van (delen van)

verbeterd.

Flauw en natuurlijk dijktalud

E

Net als bij dijklandschap type B is hier de dijk onderdeel van het voorland door de dijksloot en het onderhoudspad te verwijderen of te vergroenen. Bij Fryslân Bûtendyks is het talud al relatief flauw, bij Peazemerlannen dient het nog verder verflauwd te worden. Door het talud te verbinden met de zomerpolder en beheer aanpassingen te doen, zal de kwelder geleidelijk overlopen in een zoete grasdijk. Hiermee biedt het kansen voor een grote variatie aan insecten, die alleen op de unieke flora kunnen voorkomen. Ook kunnen hierdoor grondgebonden dieren zich makkelijker tussen gebieden verplaatsen. Tot slot biedt het rustgebied voor vogels zoals de scholekster en ganzen.

zomerpolders. Hierbij is altijd een balans gezocht tussen de ontwikkeling van pionierkwelder, het broedsucces van vogels en de bestaanszekerheid van de veehouderij. Door

G

F

E

Afbeelding 4.10: Dijk landschap type C - Meerwaarde ecologisch perspectief [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

31

F

Gedeeltelijk ‘verkwelderen’ zomerpolders Door het verkwelderen / openstellen van de zomerpolders wordt de getijdendynamiek in ere hersteld en zal er weer netto sedimentatie plaatsvinden en kansen ontstaan voor pionierbegroeiing. Door de verkweldering gradueel plaats te laten vinden (In eerste instantie circa 15 ha) ontstaat een mozaïek van zomerpolders en wisselpolders, met een grote diversiteit. Dit biedt ruimte voor pioniersbegroeiing, leefgebied voor vis en foerageergebied voor steltlopers. Welke zomerpolders in aanmerking komen, hangt af van de hoogteligging, nabijheid van slenken en de kwaliteit van de vegetatie. Grofweg de helft van het open te stellen gebied zal geschikt gemaakt moeten worden voor pioniersvegetatie. Door de tijd zal als gevolg van opslibbing, verruiging optreden. Een goed afgestemd beheer kan dit proces vertragen. Eventueel zal de zomerpolder deels worden afgegraven, als dit het ecologisch functioneren op de lange termijn ten goede komt. Dit afgraven is tevens van belang om het antropogene slotenpatroon te doorbreken, waardoor natuurlijke kreekvorming de ruimte krijgt. Dit komt de heterogeniteit en diversiteit van het landschap ten goede en draagt bij aan de kraamkamerfunctie voor vis. Op lange termijn blijft een deel van de zomerpolders behouden als onderdeel van het mozaïeklandschap.

De hogere delen, die niet ontgraven worden, blijven geschikt als broedgebied voor weidevogels en als hoogwatervluchtplaats.

G

G

Visvriendelijke kwelder In de zomerpolder ontstaat als gevolg van de verkweldering hoogwaardig paai- en opgroei gebied voor vis met een brak karakter als gevolg van de open verbinding naar de Waddenzee en verbindingen met het achterland (zoals nu al het geval is bij gemaal de Heining). Deze visvriendelijke wateren bieden ook voedsel voor vogels.

F

E

Afbeelding 4.11: Dijk landschap type C - Meerwaarde ecologisch perspectief [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

32

4.4 Ecologische meerwaarde langs het hele dijktraject

Natuurlijke processen

Het ecologisch perspectief zoals hiervoor beschreven is een

Natuur is wat volgt op kansen, waarbij natuurlijke processen

benaderingswijze waarbij getracht wordt door versterking

de basis zijn voor elk ecosysteem. Ze bepalen de abiotische

van de natuurlijke processen (lokaal) en de creatie van zoet-

randvoorwaarden voor de verscheidenheid van leefgebieden

zout en land-water overgangen (in beperkte omvang) het

en uiteindelijke soorten. Hoe dichter deze processen staan

ecosysteem Waddenzee een positieve impuls te geven,

bij de bijbehorende natuur, hoe meer ruimte ontstaat voor

wat een bijdrage zal leveren aan de Natura 2000 en KRW

herstel van een ecosysteem, zonder dat daar veel beheer

doelstellingen. Het ecologisch perspectief geeft hiermee een

en onderhoud aan te pas hoeft te komen. Natuurlijk herstel

aanzet voor de invulling van 1) de ambitie van het Wetterskip

begint dus met het ruimte geven aan natuurlijke processen.

om natuur volwaardig mee te nemen in de dijkverbetering en 2) de PAGW opgave om de randen van het wad te

Met het ecologisch perspectief krijgen natuurlijke processen

verzachten. Er wordt met het ecologisch perspectief een

op 3 locaties meer ruimte:

netto verbetering nagestreefd. Het ecologisch perspectief

- Dijktype A: door binnendijks dijkputten aan te leggen

is dan ook niet bedoeld als compensatiemaatregel. Deze

en te verbinden met de Waddenzee ontstaan brakke

paragraaf geeft een nadere toelichting op de bijdrage

Afbeelding 4.12 Vijf niveaus om ecologische meerwaarde te bereiken [d].

overgangsgebieden

met

zoutinvloed

(en

beperkte

van het ecologisch perspectief aan het versterken van

getijdewerking);

natuurlijke processen, vergroten van gradiënten, vergroten

- Dijktype B: door de dijk onderdeel van de kwelder te

van leefgebieden, versterken van functies voor soorten en

maken ontstaat er een grotere buitendijkse gradiënt met

tot slot het versterken van de biodiversiteit en productiviteit.

zoutinvloed; - Dijktype C: door het verkwelderen van zomerpolders krijgt de zee met hoog water invloed en kan de zomerpolder weer langzaam meegroeien met de zeespiegelstijging, wat ook de toekomstbestendigheid ten goede komt.

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

33

Geleidelijke gradiënten

Leefgebieden en habitattypen

Geleidelijke overgangen tussen zoet-zout, nat-droog en

- Dijktype B: waar kwelders aan de teen van de dijk liggen,

laag-hoog zorgen ervoor dat de abiotische factoren (bijv.

wordt het talud van de dijk verflauwd zodat deze deel uit

vergroting van enkele gradiënten wordt het leefgebied

zoutgehalte, sedimentsamenstelling, stromingssnelheden,

kan maken van de kwelder;

voor vogels, vissen en andere dieren zoals grondgebonden

droogvalduur) verschillen en er een mozaïek aan condities

- Dijktype C: waar zomerpolders en -kades tussen dijk

zoogdieren en insecten versterkt en vergroot. Door het

ontstaat. Deze condities geven vorm aan de leefgebieden

en kwelder liggen, verbetert de nat-droog en zoet-

ecologisch perspectief vindt een netto uitbreiding van

en dus het voorkomen van specifieke soorten.

zout overgang door de zomerpolders stapsgewijs te

oppervlak voor natuur plaats. Dit komt ten gunste van

verkwelderen.

de ontwikkeling van pioniersvegetaties zoals (zeekraal en

Door het ecologisch perspectief worden een aantal

Door versterking van de natuurlijke processen en de

slijkgras, habitattypen H1310A/B en H1320), kwelders en

gradiënten op dit traject toegevoegd of verlengd:

In onderstaande afbeeldingen is een schematisatie

zilte graslanden (H1330A/B) en vegetatietypen kenmerken

- Dijktype A: waar het water de teen van de dijk raakt, zijn

weergegeven van verschillende vormen van gradiëntherstel.

voor meer droge en zoete omstandigheden.

de overgangen nat-droog en zoet-zout vaak erg abrupt. Met

Boven gradiëntherstel met de dijk als blijvende barrière en

een brak overgangsgebied ontstaat een meer geleidelijke

onder gradiëntherstel met dijkdoorsteek. In dit ecologisch

Een groot deel van deze kenmerkende vegetatie komt

overgang van buiten- naar binnendijks;

perspectief is deze laatste optie nadrukkelijk buiten

ook nu op het traject voor, maar het areaal dat wordt

beschouwing gelaten.

toegevoegd met de maatregelen zal groter zijn dan het areaal dat door het voorkeursalternatief (VKA) van de dijkverbetering in beslag wordt genomen. Het VKA leidt tot oppervlakteverlies van beschermde natuurwaarden, terwijl het ecologisch perspectief een herinrichting van de Friese

Afbeelding 4.13: Schematisatie met gradiëntherstel met dijk als blijvende barrière [d].

Waddenzeekust schetst. Op delen (type B) wordt de dijk verflauwd en verbreed, waardoor met name een afname van kwelderareaal met kenmerkende soorten plaatsvindt. Daar tegenover staat het realiseren van pioniersvegetaties kenmerkend voor kwelders binnendijks (type A) en op zomerpolders (type C). Netto vindt een uitbreiding van

ZOUT - ZOET Afbeelding 4.14: Schematisatie met gradiëntherstel met dijk doorsteek [d]. ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

het oppervlak plaats, door met name uitbreiding aan de binnenzijde van de dijk door de creatie van dijkputten. 34

Biodiversiteit en productiviteit

De omvang van deze dijkputten moet nog nader bepaald

gaat hoogwaardig broedgebied voor wadvogels verloren.

zijn. Een belangrijke randvoorwaarde is echter dat de

Maatregelen elders langs het dijktracé, zoals het aanleggen

ecologie, waardoor gradiënten, leefgebieden en ecologische

dijkputten van voldoende omvang zijn om binnen het

van broedeilanden (maatregel C) bieden kansen. Daar komt

functies verbeteren. Dit alles resulteert in een toename van de

ecosysteem van de Waddenzee als waardevolle eenheid te

bij dat netto sterke uitbreiding van het areaal natuur plaats

unieke biodiversiteit en productiviteit. Deze biodiversiteit kan

functioneren. In deze dijkputten zullen alle succesiestadia

vindt binenndijks. Dit is relevant, omdat de ecologische

ontstaan op de overgang tussen de kwelder en de dijk, omdat

voor een kwelder van slik tot zeekraal, slijkgras en zilte

kwaliteit van de gebieden, met name in de eerste jaren,

momenteel deze overgang een harde grens is (met asfalt, sloot,

graslanden voor moeten komen.

waarschijnlijk anders zal zijn.

onderhoudspad en/of hek). Een meer natuurlijke inrichting geeft

Het herstellen van natuurlijke processen biedt kansen voor de

een belangrijke impuls aan de kruidenrijke graslandvegetaties

De dijk zelf biedt ruimte voor de ontwikkeling van habitattypen die tot dusverre zeldzaam in het Waddengebied voorkomen, maar die wel goed in dit deel van het Waddengebied zouden passen, zoals kamgrasweide of zilte graslanden. Door transformatie van de asfaltdelen van de dijk zal circa 30 ha van grijs naar groen omgevormd kunnen worden. Tot slot biedt het ontwerpproces kansen voor optimalisatie. Hiermee kan het netto ruimtebeslag van de dijk (op de habitattypen H1140A, H1310A, H1320 en H1330A) verkleint worden van circa 26,5 ha naar 24,3 ha. Met name het habitattype slik- en zandplaten (H1140A) wordt ontlast Door het ontgraven van een deel van de zomerpolders

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

Functies voor soorten Het ecologisch perspectief biedt mogelijkheden voor een aantal nieuwe functies voor soorten, die voorheen niet of beperkt op het dijktraject voorkwamen. Zo biedt de hogere waarde van de dijkteen leefgebied voor kleine kreeftachtigen en weekdieren die zich kunnen verschuilen in de gevarieerde steenbestorting.

en daarbij horende biodiversiteit. Ditzelfde geldt voor de onderwaternatuur aan de teen van de dijk, waar ruimte komt voor bijzondere flora en fauna, zoals wieren, anemonen, maar ook korstmossen en insecten. Grote winst voor de biodiversiteit zit ook in de dijkputten binnendijks, met de langere gradiënten van nat-droog en zoet-zout.

Granieten natuurstenen bieden aanhechtingskansen voor korstmossen, pokken, mosselen en anemonen, en een schuilplaats voor kreeftachtigen. Dit dient weer als voedsel voor vogels. Ook worden landschappen opnieuw met elkaar verbonden, wat bijdraagt aan de migratiemogelijkheden van vissen, insecten en grondgebonden dieren.

35

Natuurlijke gradiënten

Afbeelding 4.15: Zuid-Westpunt Schiermonnikoog [g].

Afbeelding 4.16: De flauwe dijk [c].

Afbeelding 4.17: Eems-Dollard [h].

Afbeelding 4.18: Kwelder na kleiwinning [i].

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

36

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

37

5.1 Conclusies In voorgaand hoofdstuk is het ecologisch perspectief beschreven en de daaruit volgende meerwaarde voor het ecosysteem. Langs de Friese Waddenzeekust zorgt het ecologisch perspectief voor meerwaarde voor de natuur. Door versterking van natuurlijke processen worden gradiënten en leefgebieden zodanig verbeterd dat nieuwe functies voor soorten ontstaan, wat uiteindelijk ook de biodiversiteit en productiviteit versterkt. De drie maatregelen van het ecologisch perspectief die de grootste winst opleveren voor het ecosysteem van de Waddenzee zijn: 1. het aanleggen van dijkputten binnendijks; 2. het verkwelderen van zomerpolders; 3. het verbinden van het voorland met de dijk. De ontwerpgroep heeft geconcludeerd dat dit ecologisch perspectief voldoende houvast biedt voor het verder uitwerken van de ecosysteembenadering, als alternatief voor de doelensystematiek om de ecologische meerwaarde én de vergunbaarheid van het VKA te verbeteren.

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

38

5.2 Aanbevelingen Met het opstellen van voorliggend ecologisch perspectief is

de verkenningsfase is afgerond, dient dit te gebeuren in de

een ontwerpslag gemaakt te worden om de waarden te

een eerste stap gemaakt in de ecosysteembenadering. Bij

planuitwerking die start na de zomer van 2022. Daarnaast

behouden.

het verder uitwerken van de ecosysteembenadering moet

concludeerden de groep ecologen dat het mogelijk is om

rekening worden gehouden met in ieder geval de volgende

een optimalisatieslag te maken om het oppervlakteverlies

aandachtspunten.

te verminderen.

Dijkverlegging binnendijks

Dit ecologisch perspectief heeft als uitgangspunt dat, in lijn met het voorkeursalternatief van de dijkverbetering,

Dijkontwerp

Maatwerk

Het ecologisch perspectief is van een hoog abstractieniveau.

dijkverlegging wordt gezien als een van de belangrijkste

van de dijkverbetering in onvoldoende mate een integraal

Maatwerk dient bij de nadere uitwerking plaats te vinden

oplossingsrichtingen voor het natuurlijk functioneren van

antwoord op de meervoudige opgave voor waterveiligheid

om belangrijke ecologische waarden te behouden, met

het ecosysteem Waddenzee. In het vervolg dient voldoende

en ecologie. Door het ecologisch perspectief te verwerken in

name aan de dijkteen als gevolg van de verflauwing van

onderbouwd te worden waarom een binnendijkse verlegging

het voorkeursalternatief voor de dijkverbetering, geeft deze

het dijktalud. Concreet gaat het om jonge successiestadia

nu geen mogelijkheid is voor de dijkverbetering.

een integraal antwoord op waterveiligheid én ecologie.

(P- en L-typen). Onderstaand is een indicatie gegeven

Dit vraagt om een ontwerpslag waarin de ecologische

van waardevolle zones op basis van de meest recente

maatregelen een plek krijgen in het dijkontwerp. Aangezien

vegetatiekartering (VEGWAD, 2022). Op deze locaties dient

Zoals beschreven in de inleiding, is het voorkeursalternatief

een binnendijkse dijkverlegging is uitgesloten. Echter, een

Afbeelding 5.2: Waardvolle ecologische waarden in nabijheid van de dijk [d].

ECOLOGISCH PERSPECTIEF FRIESE WADDENZEEKUST

39

Gebiedspartners en draagvlak

Mogelijk kunnen niet alle maatregelen uit het ecologisch

bij bewoners en bedrijven een aandachtspunt. Zoals in het

de ecosysteembenadering zijn voorzien. Nieuwe habitats

perspectief een plek krijgen in het dijkontwerp. Daarom

rapport ‘Werken in het Natura 2000-gebied Waddenzee’

hebben zonder wijzigingsbesluit geen formele status

spelen ook de Programmatische Aanpak Grote Wateren

van Altenburg & Wymenga is beschreven voor de Prins

als habitattype, maar dragen wel bij aan het ecologisch

en het Fries Programma Waddenkust een rol om de

Hendrik Zanddijk: “het begint en eindigt met de omgeving”.

functioneren

voorgestelde

maatregelen

te

implementeren

buiten

van

de

Waddenzee.

Deze

gebieden

kunnen bijvoorbeeld een bijzondere beschermingsstatus

de dijkverbetering om. Daar staan de gebiedspartners

NB. Het ecologisch perspectief betreft een samengesteld

(bijvoorbeeld artikel 2.5 gebieden) krijgen, wat bij andere

Rijkswaterstaat en Provincie Fryslân (respectievelijk) voor

pakket aan maatregelen dat gezamenlijk tot een netto winst

zeedijken al wordt toegepast.

aan de lat. Hierbij speelt ook een financieel aandachtspunt,

leidt voor natuur. Als vanwege (een gebrek aan) draagvlak

de manier waarop kosten verdeeld worden tussen partijen.

maar een gedeelte van de maatregelen uitgevoerd kan

Tevens moet geborgd worden dat de ecologische

worden, dan staat potentieel ook de vergunbaarheid ter

plus ook daadwerkelijk gerealiseerd en behaald wordt,

discussie.

bijvoorbeeld door het opstellen van een beheerplan en een

Langs de Friese Waddenzeekust spelen veel belangen die mogelijk botsen met het ecologisch perspectief. Denk bijvoorbeeld aan recreatie of landbouw. Zo vraagt het geschetste ecologisch perspectief om het omvormen

monitoringsplan.

Juridische uitwerking

Toetsing volgens de ecosysteembenadering is juridisch

Daarnaast zijn de juridische risico’s kleiner als er draagvlak

van buitendijks en binnendijks gebied die nu veelal een

gezien

onzekerheden

en bestuurlijk commitment is voor het plan (zie hiervoor)

agrarische functie hebben. Tegelijkertijd blijft beweiding met

dan de doelensystematiek. Daarom zijn een aantal

en de wijze waarop het plan wat betreft Natura 2000 wordt

vee nodig, waarmee de agrarische sector juist een rol kan

aandachtspunten

het

getoetst. Verder blijkt uit andere projecten waarin een

spelen. Ook is het nodig dat bepaalde leefgebieden zo min

plan een duidelijke ecologische plus voor Natura

ecosysteembenadering is toegepast, dat het in een vroeg

mogelijk verstoring hebben, dat maakt recreatie daarom

2000-instandhoudingsdoelstellingen nodig, waarbij een

stadium betrekken van het bevoegd gezag in het project

niet op alle plekken mogelijk. In het vervolg moet daarom

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=184d763f-8fb9-428a-9a33-5aa0a8399ab2