CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4b - Uitgangspunten legesheffing onder de Omgevingswet

Gemeenteraad Waadhoeke 21 december 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Belastingverordeningen 20242.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten legesheffing onder de Omgevingswet Samenvatting: Een Groeimodel Ons voorstel is gebaseerd op een pragmatische benadering die zich richt op groei, flexibiliteit en rechtvaardigheid. We stellen voor te kiezen voor een groeimodel met de volgende uitgangspunten: • • •

•

•

Volgen van het VNG-model: We nemen zoveel mogelijk de model legesverordening van de VNG als basis, inclusief de artikelnummering. Dit biedt een solide en vertrouwde structuur. Neutraal alternatief waar mogelijk: We kiezen waar mogelijk voor neutrale alternatieven van de huidige tarieven. Eén Tarief voor Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit: We hanteren één vast tarief voor vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten om de complexiteit te verminderen en de transparantie te vergroten. Stimuleren van Omgevingsoverleg: We willen het omgevingsoverleg stimuleren. Daarom vragen we geen kostendekkende tarieven voor deze diensten en hanteren we één tarief voor alle vormen van omgevingsoverleg. Jaarlijkse Evaluatie: We evalueren de effecten van deze legesverordening na een jaar en passen deze indien nodig aan. Dit stelt ons in staat om flexibel in te spelen op de behoeften van onze gemeenschap.

Inhoud Uitgangspunten legesheffing onder de Omgevingswet _____________________________________1 1. Inleiding ________________________________________________________________________3 1.1 Aanleiding ____________________________________________________________________3 1.2 Omgevingswet ________________________________________________________________3 1.3 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ____________________________________________3 1.4 Legesverordening ______________________________________________________________5 2. Gevolgen voor het heffen van leges __________________________________________________7 2.1 Van één vergunning naar meerdere activiteiten ______________________________________7 De technische toets wordt duurder _________________________________________________7 Voorstel ______________________________________________________________________8 2.2 Vergunning voor een omgevingsplanactiviteit _______________________________________8 De “Kruimellijst” verdwijnt _______________________________________________________8 Voorstel ______________________________________________________________________9 2.3 Omgevingsoverleg initiatieven ___________________________________________________9 Voorstel _____________________________________________________________________10 2.4 Milieuleges __________________________________________________________________10 Voorstel

_____________________________________________________________________10 2.5 Toekomstige Ontwikkelingen (tot 2032) ___________________________________________10 3. Financiële gevolgen ______________________________________________________________11 Voorstel _____________________________________________________________________11 Bijlage 1: Toelichting tarieventabel ____________________________________________________12

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 1 januari 2024 treden zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gelijktijdig in werking. Beide wetten hebben impact op het heffen van leges. De Omgevingswet veranderd de structuur en organisatie van vergunningverlening, terwijl de Wkb ervoor zorgt dat een deel van het werk wordt verlegd naar particuliere partijen. Met deze notitie wordt ingegaan op de gevolgen van deze nieuwe wetten. Eerst gaan we in op beide nieuwe wetten en op de wettelijke grondslag van de legesverordening. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 2 in op de gevolgen die dit heeft voor de leges. Bovendien presenteren we in deze nota de keuzes en principes die als basis dienen voor aanpassingen aan de legesverordening 2024. Het gaat hierbij alleen om de leges genoemd in Titel 2 (dienstverlening en besluit in het kader van de Omgevingswet) van de legesverordening.

1.2 Omgevingswet Onze huidige wet- en regelgeving met betrekking tot de leefomgeving wordt vaak ervaren als complex, versplinterd en moeilijk te doorgronden. De Rijksoverheid heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de ontwikkeling van de Omgevingswet. Deze nieuwe wet is niet zomaar een verandering; het is een evolutie. Een evolutie die de bestaande wetgeving rondom de fysieke leefomgeving, inclusief bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur, consolideert en moderniseert. De Omgevingswet brengt grootschalige integratie met zich mee. In totaal zullen maar liefst 26 wetten volledig of gedeeltelijk worden geïntegreerd in deze wet. Dit betekent niet alleen een herziening van regels, maar ook een herziening van werkmethoden en de introductie van nieuwe digitale infrastructuur en instrumenten. Voor ons als gemeentelijke organisaties betekent dit een tijd van keuzes maken. We denken na over hoe we de impact van de Omgevingswet zullen absorberen en integreren in onze dagelijkse praktijk. Het vraagt niet alleen om aanpassing aan nieuwe regelgeving, maar ook om een heroverweging van onze benadering en de manier waarop we werken.

1.3 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is een nieuwe wet die is ontworpen om de kwaliteit van bouwwerken te verbeteren en de positie van opdrachtgevers en consumenten te versterken. Het doel is om de verantwoordelijkheden tussen degene die opdracht geeft (opdrachtgever) en degene die het werk uitvoert (aannemer) duidelijker te maken. De Wkb wordt niet in één keer ingevoerd. De invoering gebeurt in fasen. Onder de Wkb worden bouwwerken verdeeld in drie categorieën, deze categorieën worden aangeduid als Gevolgklasse 1, 2 en 3.

Voor eenvoudige bouwwerken verandert er vanaf 2024 veel: het bevoegd gezag van de gemeente voert geen technische toetsing meer uit voor bepaalde delen van het bouwbesluit. In plaats daarvan zijn onafhankelijke kwaliteitsborgers verantwoordelijk voor het toezicht op de bouw. Voor de gemeente betekent de Wkb dat er veranderingen zijn in haar rol en verantwoordelijkheden. De Wkb heeft gevolgen voor het heffen van leges. Als een bouwproject onder de Wkb valt, kan de gemeente geen leges meer innen voor toezichthoudende en handhavende taken. Hoe de veranderingen die de Wkb met zich meebrengt er in de praktijk uit gaan zien, is op dit moment nog onduidelijk.

Een voorbeeld om dit te illustreren:

1.4 Legesverordening In onze legesverordening staan de tarieven vermeld voor de diverse diensten en producten die wij aanbieden. Leges mogen alleen worden geheven voor diensten die in het individuele belang van de aanvrager zijn. Voor alle verschillende procedures zijn legesartikelen opgenomen met een daarbij behorend tarief. Deze tarieven zijn tot stand gekomen door een samenvoeging van de legesverordeningen van de voormalige gemeenten en zijn door de jaren heen geïndexeerd en een beperkt aantal artikelen is aangepast. Met de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ondergaat het legesheffingsproces veranderingen. Als richtlijn voor deze aanpassingen heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een model legesverordening opgesteld. Voor de legesverordening gelden twee uitgangspunten. Maximale Kostendekkendheid (100%): • • •

De totale opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geschatte kosten. Tarieven worden zo vastgesteld dat inkomsten en uitgaven in balans zijn. Overschrijding van 100% kan leiden tot juridische problemen.

Kruissubsidiëring: • •

Dit betekent dat grotere bouwprojecten meer bijdragen dan kleinere. Opbrengsten van grote projecten ondersteunen zo kleinere projecten, waardoor een eerlijke verdeling ontstaat.

2. Gevolgen voor het heffen van leges 2.1 Van één vergunning naar meerdere activiteiten De huidige omgevingsvergunning voor bouwen wordt gesplitst in een ‘technisch- en een ‘ruimtelijk deel’. Dat levert 2 activiteiten op: 1. de technische bouwactiviteit en, 2. de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Dit noemen wij de “Knip”.

De technische toets wordt duurder Nu heffen we leges voor de technische bouwactiviteit door een vast bedrag te rekenen plus een gestaffeld percentage afhankelijk van de bouwsom, we maken hier gebruik van kruissubsidiering. Dit betekent dat een groter project, met een hogere bouwsom, meer betaalt dan een kleiner project met een lagere bouwsom. Zodra de Wkb in werking treedt voert een private kwaliteitsborger de bouwtechnische toetst uit voor nieuwe bouwwerken Gevolgklasse 1.

Als sprake is van een nieuwbouwactiviteit die onder gevolgklasse 1 valt, is onze verwachting dat een private kwaliteitsborger per 1 januari 2024, een kostendekkend tarief in rekening gaat brengen. Deze tarieven worden voor ‘kleine projecten’ naar verwachting hoger dan de huidige leges. De private kwaliteitsborger zal de tarieven namelijk baseren op de werkelijke kosten per dossier, vermeerderd met een rendement en BTW. Een private kwaliteitsborger past geen kruissubsidiëring toe, wat betekent dat ze niet de kosten van grote projecten gebruiken om de prijs voor kleinere projecten te verlagen. Voor een klein project, zoals het bouwen van een enkele woning, zal de private kwaliteitsborger waarschijnlijk een hogere prijs vragen dan de legeskosten die normaal zouden gelden voor een vergunning. Aan de andere kant, voor grotere projecten die onder Gevolgklasse 1 vallen, bijvoorbeeld als iemand meerdere huizen bouwt, zullen de kosten lager zijn dan de normale vergunningskosten. Dus, terwijl kleine projecten waarschijnlijk duurder uitkomen, profiteren grote projecten juist van lagere kosten. Dit is een gevolg van de gemaakte keuzes van de wetgever, waar we als Waadhoeke niets aan kunnen doen.

Voorstel Onder de huidige werkwijze heffen we leges voor de technische bouwactiviteit door een vast bedrag te rekenen plus een gestaffeld percentage afhankelijk van de bouwsom. Dit systeem maakt gebruik van kruissubsidiering, waarbij grotere projecten met hogere bouwsommen meer betalen dan kleinere projecten met lagere bouwsommen. Deze aanpak blijft gehandhaafd zoals het nu is.

2.2 Vergunning voor een omgevingsplanactiviteit De “Kruimellijst” verdwijnt Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure met een behandeltermijn van 8 weken de standaard, waarbij het wel mogelijk is om de beslistermijn met 6 weken te verlengen. Deze reguliere procedure geldt straks ook voor de omgevingsvergunning die nodig is om af te wijken van het omgevingsplan, waarvoor nu nog een behandeltermijn van 26 weken geldt. Omdat de reguliere procedure de standaard wordt is de lijst met ruimtelijke vergunningen die in 8 weken moesten worden afgehandeld uit de wet. Dit geldt bijvoorbeeld voor tijdelijke vergunningen en het anders gebruiken van bestaande gebouwen. Deze lijst noemden wij de Kruimellijst. •

Binnenplanse Omgevingsplanactiviteit (OPA) Is een omgevingsvergunning nodig op basis van regels uit het omgevingsplan? Dan is er sprake van een binnenplanse vergunningplicht. In het omgevingsplan staan de beoordelingregels en de aanvraagvereisten voor deze vergunning.

•

Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) Vergunningplicht als een activiteit volgens de regels van het omgevingsplan niet is toegestaan.

De uitgebreide procedure van 26 weken is wel van toepassing op een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit, als het bevoegd gezag hier de uitgebreide procedure op van toepassing heeft verklaard. Dit kan alleen als er (mogelijk) aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving zijn en/of er naar verwachting veel bedenkingen zijn.

Voorstel Voor een omgevingsplan activiteit is het advies van de VNG om vaste bedragen te rekenen. De bouwkosten zijn in dit stadium van een initiatief niet altijd goed in te schatten of nog onbekend. Een vast bedrag betekent dat voor grote en kleinere plannen waarvoor op grond van het omgevingsplan een ruimtelijke omgevingsvergunning nodig is, hetzelfde bedrag verschuldigd is.

2.3 Omgevingsoverleg initiatieven Zoals hierboven aangegeven is de korte procedure van 8 weken het uitgangspunt onder de Omgevingswet. Daarom is het fijn voor alle partijen als een aanvraag voor een omgevingsvergunning al is besproken en beoordeeld voordat de vergunning formeel is aangevraagd. Dit geldt zeker voor een complexe vergunningaanvraag. De bestaande vormen van “vooroverleg” zijn vooral schriftelijk, en niet altijd duidelijk gedefinieerd. Er komen nieuwe vormen van overleg die allen een duidelijke structuur en taak hebben.

Voor de complexere aanvragen hebben we het proces van de intake- en omgevingstafel ingericht. We vinden het belangrijk dat we met burgers en bedrijven op een laagdrempelige manier in gesprek blijven over hun ideeën en wensen in de fysieke leefomgeving. Dit houden we als vertrekpunt bij het opstellen van de nieuwe tarieven. Het tarief van het huidige vooroverleg was soms hoger dan de prijs voor het aanvragen van een vergunning. Daarmee was de drempel voor het vooroverleg te groot.

Voorstel Wij stellen voor om de financiële drempel laag te houden om zo het vooroverleg te stimuleren. Bij het starten van een initiatief is nog niet duidelijk welk vorm van vooroverleg er uiteindelijk nodig of handig is. Wij stellen dan ook voor om bij de start van een Omgevingsoverleg éénmaal leges te heffen en deze niet te stapelen.

2.4 Milieuleges De Omgevingswet maakt het mogelijk om leges te heffen over milieubelastende activiteiten. Sinds eind jaren ’90 was dit niet meer toegestaan. In plaats van milieuvergunningen voor een hele inrichting, worden er onder de Omgevingswet vergunningen verstrekt per activiteit. Deze vergunningverlening hebben wij uitbesteed aan de FUMO. Niemand heeft nog ervaring met het werken met activiteiten. Dit leidt tot onzekerheid bij het bepalen van de aantallen en de duur van de vergunningverlening. Wel weten we op grond van het huidige aantal milieuvergunningen, dat het om kleine aantallen gaat. Vooralsnog nemen we aan dat er geen grote veranderingen zijn in het aantal uren voor het verlenen van de omgevingsvergunningen voor een activiteit onder de Omgevingswet ten opzichte van de huidige situatie. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de omgevingswet vragen wij van de FUMO inzicht in het aantal en de uren die zij kwijt zijn aan de vergunningverlening.

Voorstel Wij stellen dan ook voor om op dit moment nog geen leges voor Milieu belastende activiteiten te heffen.

2.5 Toekomstige Ontwikkelingen (tot 2032) De Omgevingswet geeft gemeenten meer keuzevrijheid en ruimte om te beslissen waar zij wel en geen vergunningplicht of meldingsplicht willen hanteren. Het doel van het Rijk is om het vergunningenproces te vereenvoudigen en te versnellen. Bij het vormgeven van het definitieve omgevingsplan kunnen we er bijvoorbeeld voor kiezen om van vergunningplicht naar meldingsplicht te gaan, of om binnen het Omgevingsplan ruimere mogelijkheden te creëren, zodat een vergunning om af te wijken niet meer nodig is.

Van Vergunningplicht naar Meldingsplicht: In plaats van een vergunning aan te moeten vragen voor verbouwingen zoals het plaatsen van een dakkapel aan de voorkant van een huis, kan de gemeente ervoor kiezen dat inwoners alleen een melding hoeven te doen. Van Vergunningplicht naar Vergunningvrij: De gemeente kan de vergunningplicht ook gebruiken om te sturen op beleidsdoelen, door bijvoorbeeld ruimere regels op te stellen als het duurzame initiatieven betreft. Bijvoorbeeld bij het verhogen van een dak voor het plaatsen van isolatie. Zodat inwoners geen ruimtelijke afwijkingsvergunning meer nodig hebben voor het plaatsen van dakisolatie binnen bepaalde grenzen. Het doel van het Rijk is om efficiënter om te gaan met vergunningaanvragen, wat uiteindelijk zou moeten leiden tot een afname in het aantal benodigde vergunningen. Daarentegen, verwachten we dat er meer meldings- en informatieplichtige activiteiten gaan ontstaan.

3. Financiële gevolgen De financiële gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb zijn nog niet goed aan te geven. We gaan er voor de begroting 2024 vooralsnog vanuit dat we kostenneutraal uitkomen. In 2024 gaan we de daadwerkelijke gevolgen van de invoering monitoren. Dit nemen we mee in het vervolgtraject.

Voorstel We evalueren de effecten van deze legesverordening na een jaar en passen deze indien nodig aan. Dit stelt ons in staat om flexibel in te spelen op de behoeften van onze gemeenschap.

Bijlage 1: Toelichting tarieventabel Artikel 2.4 Omgevingsoverleg is een activiteit. De verwachting is dat deze nieuwe activiteit veel gebruikt zal worden elk jaar. Er is gekozen voor een drempelbedrag, waarbij er niet gestapeld worden. Een omgevingsoverleg kan bestaan uit meerdere stadia, waarbij er eenmaal leges wordt opgelegd.

Artikel 2.5 Dit is nieuw, tot op heden is dit een gecombineerd tarief van bouwtechnisch- en ruimtelijk deel.

Artikel 2.6 ev. Binneplanse Omgevingsplan activiteit (OPA) en Buitenplanse Omgevinsgactiviteit (BOPA) zijn nieuw. Het is nog niet te zeggen hoeveel hiervan gebruik wordt gemaakt. Gekozen is voor het gemiddelde tarief van de vergunningen voor afwijken bestemmingsplan en wijzigingen van het bestemmingplan.

Artikel 2.8.4 en 2.9.3 Eigenaren van monumenten of bewoners in een bescherm dorpsgezicht hoeven hierdoor geen kosten te maken voor het plaatsen van zonnepanelen, die overige inwoners van de gemeente niet hoeven te maken.

Artikel 2.12 t/m 2.20 Op dit moment is er nog te weinig informatie beschikbaar over de werkzaamheden die de gemeente voor deze activiteiten moet gaan uitvoeren. Daardoor is het niet mogelijk een redelijke inschatting van de inzet te maken en is er dus ook geen uitlegbaar tarief te bepalen.

Artikel 2.35 t/m 2.37 Dit is een nieuwe activiteit. Naar verwachting is deze meestal niet van toepassing, want maakt onderdeel uit van vergunningsvoorschrift in de vergunning.

Artikel 2.38 Dit zijn nieuwe activiteiten. Dit artikel voorziet erin dat de gemeente voorafgaand aan de aanvraag een kostenopgave indient en dat de aanvrager kan besluiten de aanvraag in te trekken. Het voorstel is het kostendekkend uurtarief van 106,-.

Artikel 2.45 Dit betreft hetzelfde tarief als nu voor het wijzigen van het bestemmingplan. Het wijzigen van het bestemmingplan is net zo complex als het opstellen van een omgevingsplan.

Artikel 2.48 Dit betreft vergunningen waarop de Uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Wij hanteren hier hetzelfde tarief als nu voor het wijzigen van het bestemmingplan van toepassing is. Artikel 2.54 t/m 2.61 In veel gevallen zijn er veel kosten gemaakt om tot het betreffende besluit te kunnen komen. Desondanks wordt de aanvrager tegemoet gekomen door een deel van de leges terug te betalen. Hierbij is wel van toepassing dat er nooit meer wordt terugbetaald dan er is opgelegd en dat het terug te betalen bedrag minimaal € 116,- terug te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=c76b2206-4d98-4880-85f7-3975930ea459