Bijlage 4 Uitgangspunten Begroting 2024, De Dienst Noardwest Fryslân, 24-2-2023
Tekst van het document
Uitgangspunten Begroting 2024
Uitgangspunten Begroting 2024 Datum: 24-2-2023 Opgesteld door: Adviseurs Bedrijfsvoering, De Dienst Noardwest Fryslân _________________________________________________________________________ Bijgaand heeft u de inputbestanden voor de concept Begroting 2024 en de Meerjarenraming na wijziging 2025-2027 van ons ontvangen. Bij het opstellen van de geraamde aantallen en cijfers hebben wij een aantal uitgangspunten gehanteerd. Navolgend worden deze uitgangspunten toegelicht.
1 Algemeen •
•
Landelijk, Provinciaal, Regionaal en Lokaal beleid dat nog niet is vastgesteld voor 2024 is niet verwerkt in de Begroting 2024. Landelijk, Provinciaal, Regionaal en Lokaal beleid dat in 2023 actief is, is in de Begroting 2024 op basis van goingconcern opgenomen. De meerjarenraming m.b.t. de jaren 2025 t/m 2027 is opgenomen in de inputbestanden. U ontvangt hier geen separaat bestand van.
2 Werk & Participatie •
•
• • • •
De raming van de lasten Werk & Participatie is gemaakt op basis van het zogenaamde going-concern principe, waarbij de voorlopige cijfers 2022 als vertrekpunt zijn genomen. De budgetten voor Begeleide Participatie en Arbeidsparticipatie op basis van de voorlopige cijfers 2022 naar beneden bijgesteld. In de meerjarenraming zijn de budgetten conform de CPI zoals opgenomen in de septembercirculaire gemeentefonds 2022, met de volgende percentages geïndexeerd: o 2024: 2,4% o 2025: 2,5% o 2026: 2,0% o 2027: 2,0% Bij de gemeente Harlingen is € 30.000 voor lokale participatie-initiatieven opgenomen. De gemiddelde aantallen inburgering zijn gebaseerd op de taakstelling inburgering voor 2023 met een toegepaste indexatie voor 2024-2027. Voor de begroting 2024 is alvast rekening gehouden met de afspraken zoals opgenomen in de conceptsamenwerkingsovereenkomst met Pastiel. Het gemiddeld aantal cliënten voor begeleiding Beschut Werken is gebaseerd op de landelijk vastgestelde taakstelling per gemeente. Daarbij is rekening gehouden met het besluit van zowel de gemeenten Waadhoeke als Harlingen om de wachtlijst voor Beschut Werken ineens in te lopen. 1
Waadhoeke: o 2024: 38 o 2025: 40 o 2026: 42 o 2027: 44 Harlingen: o 2024: 14 o 2025: 15 o 2026: 16 o 2027: 17
3 Inkomen •
•
•
•
•
De indexatie op de bestanden Participatiewet Basis en IOAW is 3,2% voor 2024. In de meerjarenraming zijn voor 2025-2027 de volgende percentages gehanteerd, dit conform de septembercirculaire gemeentefonds 2022: o 2025: 1,8% o 2026: 2,4% o 2027: 2,3% De gemiddelde uitkeringen zijn voor 2024 geïndexeerd met 4,8% (conform gemiddelde OVA/PPC index van 2023) ten opzichte van de gemiddelde uitkering over het jaar 2023. Omdat het minimumloon op 1 januari 2023 10,15% omhoog gaat, is hier in de doorrekening van de begroting 2024 ook rekening mee gehouden. In de meerjarenraming zijn de gemiddelde uitkeringen, conform de CPI zoals opgenomen in de septembercirculaire gemeentefonds 2022, met de volgende percentages geïndexeerd: o 2025: 2,5% o 2026: 2,0% o 2027: 2,0% Voor de gemeente Harlingen is conform verzoek een taakstelling in het inputbestand voor het programma Inkomen opgenomen. De omvang van de taakstelling en financiële gevolgen willen we nog graag nader afstemmen. De taakstelling is nog niet in de lasten voor het programma Inkomen en de meerjarenraming verwerkt. Voor het bepalen van het gemiddeld aantal cliënten voor loonkostensubsidie is uitgegaan van de in de septembercirculaire 2022 gehanteerde groeifactor.
Deze bedraagt: o 2024: 15,3% o 2025: 13,3% o 2026: 6,3% o 2027: 5,9% Het gemiddeld aantal cliënten voor begeleiding Beschut Werken is gebaseerd op de landelijk vastgestelde taakstelling per gemeente. Daarbij is rekening gehouden met het besluit van zowel de gemeenten Waadhoeke als Harlingen om de wachtlijst voor Beschut Werken ineens in te lopen. Waadhoeke: o 2024: 38 o 2025: 40 2
•
o 2026: 42 o 2027: 44 Harlingen: o 2024: 14 o 2025: 15 o 2026: 16 o 2027: 17 Voor 2024 is ervan uitgegaan dat de regeling opvang ontheemden Oekraïne (ROO) het gehele jaar van toepassing is, ook al loopt de regeling op het moment van schrijven formeel op 4 maart 2024 af. In de meerjarenraming zijn de uitgaven in het kader van deze regeling niet meegenomen.
4 Armoedebestrijding • •
• •
•
De raming is qua aantallen en uitkeringen gebaseerd op de voorlopige cijfers over het jaar 2022. Voor de begroting en meerjarenraming is rekening gehouden met een CPI van 4,8% voor 2024 (conform gemiddelde OVA/PPC index van 2023). In de meerjarenraming zijn de gemiddelde uitkeringen, conform de CPI zoals opgenomen in de septembercirculaire gemeentefonds 2022, met de volgende percentages geïndexeerd: o 2025: 2,5% o 2026: 2,0% o 2027: 2,0% De Compensatie Eigen Risico (CER) is gemaximaliseerd op het bedrag van €100,-. Hierop is geen indexatie toegepast. De individuele studietoeslag is een inkomensregeling geworden en valt daardoor niet meer onder het programma Armoedebestrijding. De Studietoeslag zal daarom voor de begroting 2024 nog worden opgenomen in de meerjarenraming 2024-2027 in het programma Inkomen. In januari is het conceptwetsvoorstel energietoeslag 2023 gepubliceerd. De verwachte invoering van de wet is juni 2023. Voor 2023 zijn met de koopkrachtmaatregelen en het prijsplafond voor energie maatregelen genomen om mensen te compenseren. Dit zijn incidentele middelen en het is nog niet duidelijk wat er vanaf 2024 gaat gebeuren. Daarom zijn er voor 2024 geen uitgaven in het kader van de regeling Energietoeslag geraamd.
5 Wmo • •
Het uitgangspunt voor de bestandsontwikkeling is het aantal voorzieningen januari 2023. Voor de begroting en meerjarenraming is rekening gehouden met een CPI van 4,8% voor 2024 (conform gemiddelde OVA/PPC index van 2023). In de meerjarenraming zijn de gemiddelde uitkeringen, conform de CPI zoals opgenomen in de septembercirculaire gemeentefonds 2022, met de volgende percentages geïndexeerd: o 2025: 2,5% 3
• • • • •
•
• •
•
o 2026: 2,0% o 2027: 2,0% De tarieven van de Maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en dagactiviteiten zijn zoals hierboven aangegeven geïndexeerd. Het volume in uren van de Maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning en begeleiding is gebaseerd op het gemiddeld aantal uren in januari 2023. Bij het product huishoudelijke ondersteuning HH1 is het aantal voorzieningen met 5% verhoogd. Voor dagactiviteiten en individuele begeleiding is in de bestandontwikkeling het aantal voorzieningen van januari 2023 aangehouden. Voor collectief vervoer zijn de aantallen uit de bestandontwikkeling van januari 2023 aangehouden. Collectief vervoer is geactualiseerd obv het nieuwe contract collectief vervoer voor de vaste wal. Hiervoor is het gemiddelde van ritten en kilometers van okt-dec 2022 aangehouden met een opslag van 10%. Tarief van 2023 is voor 2024 geïndexeerd met 4,8%. Voor Terschelling is het tarief 2023 geïndexeerd met 4,8%. Voor Vlieland is de lumpsum bijdrage met 4,8% geïndexeerd. Indexatie vindt normaliter plaats o.b.v. de NEA index. De NEA index 2024 was bij het opstellen van de begroting 2024 nog niet gepubliceerd. Voor de tarief-indexatie van de hulpmiddelen, dit zijn de Rolstoelvoorzieningen en de Vervoersvoorzieningen, is bovengenoemde CPI indexatie aangehouden voor de begroting 2024 en meerjarenraming.
De post Woonvoorzieningen betreft een stelpost en neemt in de meerjarenraming trapsgewijs toe. De post PGB betreft een stelpost o.b.v. historische gegevens. Er worden minder PGB voorzieningen verstrekt. In de begroting na wijziging 2023 is de omvang al naar beneden bijgesteld. In begroting 2024 wordt daarom dezelfde omvang aangehouden. Het aantal cliënten voor inning eigen bijdragen is op basis van de CAK-rapportage december 2022 geactualiseerd.
6 Jeugdwet •
•
Per 2024 is er sprake van een herziene inkoop voor Specialistische Jeugdhulp en Wonen. Er wordt een maximale overgangstermijn gehanteerd van 1 jaar. Binnen deze termijn dienen alle cliënten te zijn geherindiceerd en administratief te zijn overgezet naar een nieuw product. Omdat het effect op aantallen en financiën door deze werkwijze niet te voorspellen is en omdat de inhoudelijke uitwerking van het perceel Wonen nog gaande is, zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd voor het opstellen van de begroting op dit punt: o Aantallen zijn (going concern) geraamd op basis van trends in de bestandsontwikkeling. o Gemiddelde budgetten per cliënt zijn t.o.v. de Begroting na wijziging 2023 geïndexeerd met de gemiddelde OVA/PPC index van 2023 ad 4,8%. o Er is geen rekening gehouden met de veranderingen t.a.v. de inzet van complementaire/ondersteunende jeugdhulp aangezien hierop nog geen beleid is vastgesteld. Voor het lumpsum-contract Hoogspecialistische Jeugdhulp betreft 2023 wederom een overgangsjaar. Hoe de inkoop er per 2024 uit zal zien is nog onduidelijk. De 4
• •
• • •
•
•
•
Begroting 2024 is gebaseerd op de vastgestelde lumpsum 2023. Het gemeentelijk aandeel in de kosten voor de dienstverlening is ingeschat. Voor Terschelling is er in 2023 sprake van één toewijzing voor HSJH. Voor 2024 hebben wij deze (nog) niet begroot. Lokale Inkoop (vaststellingsovereenkomsten): Voor Terschelling is een geheel jaar ‘begeleiding in de klas’ begroot. De begroting voor het PGB is opgenomen op basis van de bestandsontwikkeling en de budgettering in 2023. Voor Harlingen is een stelpost opgenomen, aangezien er op dit moment geen PGB wordt afgenomen. De begrote lasten van Sociaal Domein Fryslân zijn opgenomen o.b.v. de Begroting 2023 van SDF. De begrote lasten m.b.t. de Gecertificeerde Instellingen zijn opgenomen op basis van de afspraken 2023. Binnen de begroting van de overige lasten is rekening gehouden met de afspraak omtrent de financiering van de Normatieve Huisvestingscomponent voor instellingen met Gesloten Jeugdhulp. Dit betreft een financiële afspraak gemaakt met Gesloten Jeugdhulp instellingen in en voor de 3 noordelijke Jeugdhulp Regio’s. De Friese gemeenten ontvangen hiervoor een bijdrage in het gemeentefonds. Er is sprake van een ophanden zijnde bovenregionale (3-noord) contractering van GGZ Drenthe. De mogelijke financiële gevolgen hiervan zijn niet bekend en daarom niet opgenomen in de begroting 2024.
Voor de meerjarenraming is rekening gehouden met de volgende CPI (septembercirculaire gemeentefonds 2022): o 2025: 2,5% o 2026: 2,0% o 2027: 2,0% In de Begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 is, op dit moment, alleen voor de gemeente Harlingen rekening gehouden met een gemeentelijke bijstellingen (taakstellingen) op de door ons gepresenteerde financiën.
7 Bedrijfsvoering • •
Het personeelsbestand en openstaande vacatures per 1-2-2023 vormt de basis voor de doorrekening van de personeelsbegroting na wijziging 2023. De personeelslasten worden binnen het meerjarig geraamd op basis van de geldende CAO afspraken. In de doorrekening van de begroting 2024 is rekening gehouden met het CAO principeakkoord voor 2023 en is voor 2023 gerekend met een gemiddelde loonstijging van 9,1%. Uit ervaringscijfers van de afgelopen jaren blijkt dat, ingeval er nog geen CAO afspraken gelden, een trendmatige stijging van 2% per jaar realistisch is. Verwachting is dat dit voor de komende jaren hoger zal uitpakken, gezien de hoge inflatiepercentages. In de personeelsbegroting is voor de jaren 2024-2027 uitgegaan van de ramingen van het CPB voor de loonvoet sector overheid (conform sept.circulaire 2022). Het CPB hanteert de volgende percentages: o 2024: 4,2% o 2025: 4,1% o 2026: 3,9% o 2027: 3,9% 5