CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Supplement welstandsnota Waadhoeke, zonnepanelen enof collectoren binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht (Corsanummer 21.201939).PDF

Gemeenteraad Waadhoeke 3 juni 2021, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Beleid voor zonnepanelen en -collectoren binnen beschermde stads- en dorpsgezichten14.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SUPPLEMENT WELSTANDSNOTA WAADHOEKE Zonnepanelen en/of collectoren binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht

Vaststelling juni 2021

KB10-1. ZONNEPANELEN & COLLECTOREN IN BESCHERMDE STADS - EN DORPSGEZICHTEN

V oor a f Voor het opwekken van duurzame energie zijn veel eigenaren aan het investeren in zonnepanelen en collectoren. Op veel plaatsen kan dat vergunningsvrij maar dat is niet het geval in beschermde stads- en dorpsgezichten. Daar moet meestal een vergunning aangevraagd worden omdat het bestemmingsplan een afweging van de ruimtelijke kwaliteit van een beschermd dorpsgezicht vraagt. Binnen de beschermde stads- en dorpsgezichten is de situatie niet heel ideaal voor zonnepanelen. Daarom kan overwogen worden om een alternatief te benoemen. Zo kan gedacht worden aan zonnepanelen op gebouwen en/of gebieden buiten het beschermd dorpsgezicht. Het zoeken naar deze alternatieve locaties vraagt een goede onderlinge samenwerking. Op verschillende plekken in Nederland vindt dat plaats via burgerinitiatieven en (dorps-)coöperaties. Ook binnen onze gemeente is dit het geval. Via bij voorbeeld de postcoderoosregeling kan dan in nabijheid van het eigen woonadres geparticipeerd worden. Om initiatieven binnen de beschermde stads- en dorpsgezichten te kunnen afwegen, worden in deze notitie de spelregels en criteria beschreven. De notitie vormt een supplement op de welstandsnota en zodoende blijven de andere aspecten uit deze nota van kracht. Zoals de hardheidsclausule, de excessenregeling en de begrippenlijst.

O b j ec tb es c h r i j v i n g Zonnepanelen en – collectoren dragen bij aan een duurzame energievoorziening. Wij willen het gebruik van zonnepanelen en – collectoren dan ook stimuleren. De toepassing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten vraagt wel bijzondere aandacht en meestal is een vergunning nodig. Binnen de gemeente Waadhoeke liggen zes beschermde gezichten. Deze zijn allemaal verschillend. Zie ook de beschrijving zoals opgesteld door het Steunpunt Monumentenzorg Fryslân (bijlage 1). In ’t verlengde van deze beschrijving

worden hierna criteria geformuleerd. Na enkele algemeen geldende criteria wordt uitwerking gegeven voor de volgende situaties: 1. Beschermd stadsgezicht Franeker 2. De beschermde dorpsgezichten (Achlum, Dronrijp, Marsum en Oudebildtzijl) 3. Het beschermd gezicht Oude en Nieuwe Bildtdijken. De criteria zijn opgesteld om situaties te beoordelen waarvoor een vergunning nodig is om panelen op of bij een gebouw te plaatsen. Deze panelen zijn onderdeel van een installatie: -

om elektriciteit mee op te wekken; om water mee te verwarmen (zonnecollector).

Bijbehorende voorzieningen (omvormer, bedrading, boiler etc.) onzichtbaar (leidingen onder dakpannen) dan wel inpandig aangebracht.

worden

De criteria gelden voor alle panden binnen de beschermde gezichten, met uitzondering van de daar aanwezige Rijksmonumenten en de in het bestemmingsplan aangewezen karakteristieke panden. Voor deze panden geldt dat zij beschikken over dermate unieke waarden, dat het belangrijk is om voor deze panden een maatwerkbenadering toe te passen. Daarbij is een grondopstelling voor zonnepanelen niet uitgesloten. Dit geldt ook voor de Rijksmonumenten en karakteristieke panden buiten de beschermde gezichten. Dit betekent dat een aanvraag voor zonnepanelen voor deze panden of het bijbehorende erf altijd specifiek zal worden beoordeeld. Voor Rijksmonumenten gebeurt dit door de monumentencommissie, voor karakteristieke panden door de reguliere adviescommissie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de aanwijzingen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (te vinden op de website van de RCE) en, voor zover het karakteristieke panden betreft, werkt de adviescommissie in de geest van de criteria uit deze notitie. Het is verstandig om vooroverleg te voeren met de gemeente. Dat geldt in het bijzonder voor Rijksmonumenten en karakteristieke panden.

W el s ta n d sc r i t er i a Vooraf Voor de volgende categorieën geldt een specifieke afweging: o o

Rijksmonumentenpanden (zie daarvoor www.omgevingsloket.nl); Karakteristieke panden (panden die als zodanig zijn aangeduid in het bestemmingsplan of daarvoor door het college zijn aangewezen).

Algemeen o

Bij uitstek in een beschermd stads- of dorpsgezicht is zichtbaarheid van zonnepanelen en –collectoren een belangrijk aandachtspunt omdat er gauw een visueel verstorend effect vanuit kan gaan. Kunnen de zonnepanelen en –collectoren uit het zicht geplaatst worden dan is dat de beste oplossing (meestal ook vergunningsvrij);

o

Zonnepanelen of –collectoren zijn een ondergeschikte toevoeging aan een hoofdgebouw, een aan- of uitbouw of een bijgebouw;

o

Het plaatsen op niet-historische gebouwen, aan- en uitbouwen of

Voorbeeld van integraal mee-ontwerpen. In dit geval op het achterdakvlak bij een woning in Hitzum (geen beschermd gezicht)

bijgebouwen heeft voorkeur boven historische gebouwen; o

Komt een locatie vrij voor nieuwbouw dan wordt nadrukkelijk geadviseerd om zonnepanelen of –collectoren integraal mee te ontwerpen;

o

Plaatsing op platte daken conform maximaal het 45%-principe (dat wil zeggen: hoogste punt van stellage = afstand tot de rand van het betreffende platte dak) heeft voorkeur boven plaatsing op hellende dakvlakken;

o

Bij meerdere zonnepanelen of collectoren (meestal het geval) wordt gewerkt in één gelijkgerichte rechthoekige vorm;

o

De kleur (inclusief randen) komt overeen met het achterliggende dakvlak of zijn zwart, antraciet of donkergrijs;

o

Ondersteunende installaties inpandig.

Bovenstaande en de gebied-specifieke criteria gelden als basis. Afwijken (maatwerk) kan in uitzonderlijke situaties, mits de meerwaarde van de ruimtelijke kwaliteit wordt aangetoond ten opzichte van hetgeen met deze regeling wordt beoogd.

Links: rustig beeld in één vlak en één kleur. Rechts: onrustig beeld qua indeling en kleur.

Beschermd stadsgezicht Franeker

Zonering binnenstad volgens aanwijzingsbesluit

2. 3. De kernpunten uit de notitie over het beschermd stadsgezicht in relatie tot de mogelijkheden voor zonnepanelen of –collectoren zijn: 1. In de toelichting op het beschermd stadsgezicht worden drie zones (A, B en C) onderscheiden om aan te geven in welke mate de ruimtelijke structuur in combinatie met de kenmerken van gebouwen (waaronder hoeveelheid monumenten) worden gewaardeerd.

4.

Ondanks deze zonering is er in de binnenstad overwegend aaneengesloten gebouwd in een naar de weg toe gekeerde bebouwingsgrens (rooilijn); de kappen zijn vrijwel zonder uitzondering op de straat gericht (hoofdrichting van de nok is haaks op de weg), zijn op de voorzijde zonder aantastingen en leveren daardoor een ‘ongeschonden beeld’. er is sprake van een zogenaamd ‘dakenlandschap’ wat in grote mate wordt bepaald door de vele monumenten.

Criteria (aanvulling op algemeen) Het dakenlandschap wordt vanaf het openbaar toegankelijk gebied zoveel mogelijk gerespecteerd. Daarom geldt voor hoofdgebouw en eventueel in het zicht staande aan- of uitbouwen en bijgebouwen: o Bijzondere kapvormen (zie bijlage 2) blijven vrij van zonnepanelen of – collectoren; o Geen plaatsing van zonnepaneel of –collector op het voordakvlak, tenzij sprake is van bestaande bouw van na 1960 en/of in zone C, mits minimaal 50% van het oorspronkelijke dakvlak zichtbaar blijft; o Op een zijdakvlak niet gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied: op ten minste 3 meter achter de voorgevelrooilijn; o Op een zijdakvlak gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied: op ten minste 3 meter achter de voorgevelrooilijn, mits minimaal 50% van het oorspronkelijke dakvlak zichtbaar blijft en waarbij de zonnepanelen/collectoren niet zichtbaar mogen zijn vanaf het openbaar toegankelijk gebied; o Op een achterdakvlak gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied, mits minimaal 50% van het oorspronkelijke dakvlak zichtbaar blijft; o Rondom het vlak met zonnepanelen of –collectoren is minimaal 0,50 m ruimte naar de goot- en dakranden.

Voor de volgende situatie gelden de regels voor vergunningsvrij bouwen, zoals elders in de gemeente waar geen sprake is van beschermde stads- of dorpsgezichten en waarbij geen sprake is van een welstandstoets: o Bij woonschepen en hun bijgebouwen in Bloemketerp

De beschermde dorpsgezichten Achlum, Dronryp, Marsum en Oudebildtzijl De kernpunten uit de notitie over de vier beschermde dorpsgezichten laten het volgende zien in relatie tot de mogelijkheden voor zonnepanelen of – collectoren:

1.

Achlum: vierkante open dorpsstructuur (tussen terp en Achlumervaart) langs de Dorpsstraat en de Monnikenweg met divers bebouwingsbeeld van één en twee bouwlagen met kap. Daarnaast geldt de identiteit van de Tanjabuurt die zich sterk richt op de Achlumervaart. Met name hier is sprake van een nog waardevol dakenlandschap (mede door de vele monumenten);

2.

Dronryp: kleinschalige, meer besloten ruimte en bebouwing nabij de kerk, een langgerekt en breed profiel van de Brêgebuorren overgaand naar de Hearewei met royale erven en woningen. Daarnaast ook delen met latere ontwikkeling en meer eenvoudig van architectuur.

3.

4.

Marsum: in de kern staan woningen dicht op de straat met een redelijk gesloten bebouwingswand. De brede zuidelijke zone biedt plaats voor bijzondere bebouwing in de vorm van gasthuis en het meer apart gelegen Popta Slot en meer open zones uitstrekkend tot in het buitengebied. Oudebildtzijl: kenmerkend opgezet aan Oudebildtdijk en de haaks daarop gelegen Rijd. Qua bebouwingsbeeld verschil tussen noordzijde Ds Schuilingstraat en noordzijde Monnikebildtdijk enerzijds die samen een behoorlijk aaneengesloten bebouwingwand vormen en anderzijds de meer open bebouwingsstructuur aan de zuidzijde die ook wat lager ligt.

Criteria (aanvulling op algemeen) Het dakenlandschap wordt vanaf de openbare weg zoveel mogelijk gerespecteerd. Daarom geldt voor het hoofdgebouw en eventueel in het zicht staande aan- of uitbouwen en bijgebouwen: o Bijzondere kapvormen (zie bijlage 2) blijven vrij van zonnepanelen of – collectoren; o Plaatsing op de naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde dakvlakken bij gewone daken (zie bijlage 2) mits 50% van het oorspronkelijk dakvlak zichtbaar blijft; o Plaatsing van zonnepaneel of –collector op het niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijdakvlak; o Rondom het vlak met zonnepanelen of –collectoren is minimaal 0,50 m ruimte naar de goot- en dakranden.

Oude en Nieuwe Bildtdijken Criteria (aanvulling op algemeen) Het dakenlandschap wordt vanaf de openbare weg zoveel mogelijk gerespecteerd. Daarom geldt voor het hoofdgebouw en eventueel in het zicht staande aan- of uitbouwen en bijgebouwen: o Bijzondere kapvormen (zie bijlage 2) blijven vrij van zonnepanelen of – collectoren; o Plaatsing op de naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde dakvlakken bij gewone daken (zie bijlage 2) mits 50% van het oorspronkelijk dakvlak zichtbaar blijft (NB bij kleine dakvlakken van panden op het dijklichaam blijft er dan weinig over en is het verstandiger om op het zijdakvlak of met grondopstelling op het achtererfgebied te werken); o Plaatsing van zonnepaneel of –collector op het niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijdakvlak; o Rondom het vlak met zonnepanelen of –collectoren is minimaal 0,50 m ruimte naar de goot- en dakranden. De kernpunten uit de notitie over de Bildtdijken laten het volgende zien in relatie tot de mogelijkheden voor zonnepanelen of –collectoren: 1. bepalende openheid van het landschap met bebouwing geconcentreerd langs de dijken; 2.

het kenmerkende profiel van de dijken met de vaart aan de zuidkant en daarover heen bruggetjes naar de boerderijen; aan de noordkant van de dijk vooral arbeiderswoningen (op of aan de voet van de dijk); De meeste (arbeiders)woningen zijn als dijkwoningen gebouwd en bestaan uit één bouwlaag met zadeldak of schilddak. Het op de zon gerichte dakvlak is in de meeste gevallen tevens naar de weg gekeerd. Vrijwel alle boerderijen liggen aan de zuidkant van de weg. Het meest gunstige dakvlak voor zon, biedt daar mogelijkheden voor vergunningsvrij aanbrengen van panelen.

Voor de volgende situaties gelden de regels voor vergunningsvrij bouwen, zoals elders in de gemeente waar geen sprake is van beschermde stads- of dorpsgezichten en waarbij geen sprake is van een welstandstoets: o Bij niet-historische (agrarische) bedrijfsgebouwen vanaf 1960, die niet op het dijklichaam liggen; o In de naoorlogse dorpsuitbreidingen van Nij Altoena en Oudebildtzijl

BIJLAGE 1

ADVIES KENMERKEN EN WAARDEN VAN DE BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN IN RELATIE TOT HET PLAATSEN VAN ZONNEPANELEN EN ZONNECOLLECTOREN

15 maart 2021

1

ADVIES KENMERKEN EN WAARDEN VAN DE BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN IN RELATIE TOT HET PLAATSEN VAN ZONNEPANELEN EN ZONNECOLLECTOREN

Inhoudsopgave: Blz. 1. INLEIDING 1.1

Opdracht

3

1.2

Aanleiding

3

2. KENMERKEN EN WAARDEN IN BESCHERMDE GEZICHTEN 2.1

Vooraf

4

2.2

Waarden

4

2.3

Franeker (stedelijke situatie)

6

2.4

Dorpen (Achlum, Dronrijp, Marssum en Oudebildtzijl)

10

2.5

Bijzonder gebied (Bildtdijken)

25

3. WAARDERING 3.1

Van waarden naar uitgangspunten

28

3.2

Waarderingsuitgangspunten

28

3.3

Gemeentelijke keuze

30

3.4

Vertaling naar Welstandseisen

30

2

ADVIES

KENMERKEN EN WAARDEN VAN DE BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN IN RELATIE TOT HET PLAATSEN VAN ZONNEPANELEN EN ZONNECOLLECTOREN

2

INLEIDING

1.1 Opdracht Op basis van onze offerte heeft de gemeente Waadhoeke opdracht gegeven aan ons als Steunpunt Monumentenzorg Fryslân om: “een (beknopte) beschrijving op te stellen van relevante kenmerken en waarden van de beschermde stads- en dorpsgezichten in de gemeente Waadhoeke met het oog op de (on)mogelijkheden van het plaatsen van zonnepanelen en zonnecollectoren“. Het betreft een opdracht in twee delen, waarbij het eerste deel bestaat uit het beschrijven van relevante kenmerken en waarden van elk van de zes gebieden c.q. beschermde gezichten, gebaseerd op de toelichting op het aanwijzingsbesluit van het rijk en de betreffende bestemmingsplanregeling. Voor het opstellen van deze beschrijving heeft u ons als Steunpunt Monumentenzorg Fryslân benaderd. Wij dienen de vaak globaal beschreven aanwijzingsbesluiten en bestemmingsplannen, door te vertalen in ‘waarderingsuitgangspunten’. Deze beschrijving en ‘waarderingsuitgangspunten’ vormen vervolgens de basis om een regeling per gebied op te stellen. Mede vanwege het feit dat die regelingen qua vorm en techniek inpasbaar moeten zijn in de welstandsnota van de gemeente Waadhoeke, heeft de gemeente voor dat deel van de opdracht BügelHajema als partij benaderd.

1.2 Aanleiding De gemeente Waadhoeke is op zoek naar een praktisch toepasbare regeling voor de plaatsing van zonnepanelen en zonnecollectoren in beschermde stads- en dorpsgezichten. Bij de vaststelling van de nieuwe welstandsnota in december 2019 is dit als zodanig benoemd en voor 2020 ingepland. Vertrekpunt voor de regeling is de huidige regeling voor het vergunningsvrij plaatsen van zonnepanelen en zonnecollectoren in beschermde stads- en dorpsgezichten en op rijksmonumenten. Deze regeling wordt in de praktijk vaak als te beperkend ervaren. Aangezien niet elk beschermd stads- of dorpsgezicht hetzelfde is, is het zaak om per gebied te bekijken in hoeverre een verruiming van die regeling mogelijk is. Hierbij mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de cultuurhistorische en monumentale waarden van het betreffende gebied. Voor rijksmonumenten buiten de beschermde stads- en dorpsgezichten geldt dat altijd sprake zal moeten zijn van een specifieke maatwerkbenadering. De op te stellen praktische regeling voor zonnepanelen in beschermde gezichten zal hier dan ook én betrekking hebben op de rijksmonumenten, én op panden zonder monumentale status in beschermde stads- en dorpsgezichten. Hierbij zouden drie verschillende soorten gebieden moeten worden onderscheiden:  Oude- en Nieuwebildtdijk;  Achlum, Dronrijp, Marssum, Oudebildtzijl;  Franeker binnenstad e.o.

3

3 2.1

KENMERKEN EN WAARDEN IN BESCHERMDE GEZICHTEN Vooraf

Steeds meer mensen willen bijdragen aan een duurzame leefomgeving. Daarbij is het plaatsen van zonnepanelen een concrete manier om zelf duurzame energie op te wekken. Via de overheid, energiebedrijven, installatiebedrijven en het internet nemen burgers steeds meer kennis van de technische en financiële mogelijkheden van de toepassing van zonnepanelen. Er is een sterke stijging van aanvragen voor het leggen van zonnepanelen op daken. Het bestaande welstandsbeleid biedt te weinig afwegingskader voor zonnepanelen in beschermde dorpsgezichten. Doel van deze notitie c.q. dit advies is om dit afwegingskader door middel van ‘waarderingsuitgangspunten’ te benoemen opdat het beleid zou kunnen worden verruimd, rekening houdend met de beschermde waarden. Definitie Zonne-energiesystemen zijn er in twee vormen. Allereerst zijn er systemen om water te verwarmen voor badkamer en keuken. Dit gebeurt meestal met zonnecollectoren. Daarnaast gaat het om systemen die zonlicht omzetten in stroom. Dit gebeurt met zonnepanelen of speciale materialen waarin zonnecellen zitten, zoals glas, dakpannen of folies. In dit advies blijven we spreken over én zonnepanelen (voor het opwekken van elektriciteit) én zonnecollectoren (voor het opwekken van warmte). De systeemonderdelen om warmte of stroom te winnen, staan altijd buiten op het erf of op het gebouw, vaak op het dak.

Om de gewonnen warmte of elektriciteit ook te kunnen gebruiken, zijn waterleidingen en stroomkabels nodig. Daar komen nog kleinere en soms grotere apparatuur en toestellen bij. Al deze bijkomende onderdelen zitten voornamelijk aan de binnenkant van het gebouw. 2.2

Waarden

De cultuurhistorische waarden van een monument kunnen zitten in allerlei kenmerken van het gebouw en zijn omgeving. Bijvoorbeeld in de oorspronkelijke functie van het gebouw, in de toegepaste bouwstijl, in de vorm van de plattegrond, in de constructie, de gebruikte materialen, de details en afwerking van het gebouw, in de indeling en aankleding van het interieur, in de technische installaties van het gebouw en in de ligging in de omgeving. De combinatie van deze kenmerken bepaalt de cultuurhistorische waarden. Daarbij kan een extra rol spelen hoe zeldzaam of ongeschonden een monument is. Bij beschermde stads- en dorpsgezichten draait het vooral om het karakter, de functie en het uiterlijk van de gebouwen hierin en de bijdrage die zij leveren aan de stad, het dorp of het landschap. Ook ruimtelijke waarden zoals de stedenbouwkundige of landschappelijke situatie spelen hierbij een rol. Bij stads- en dorpsgezichten gaat het daarom niet alleen om de voorgevel van een gebouw, maar tellen ook de andere gevels en het dak mee. Naast het gebouw kan ook het erf of het groen eromheen een belangrijke rol spelen. Landerijen, parken en polders kunnen namelijk van cultuurhistorische waarde zijn. Deze gewaardeerde open ruimtes leveren een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van een beschermd gezicht.

Te denken valt dan aan bijvoorbeeld (open) zichtlijnen of de open ruimte op de vierkante terp van Achlum of de openheid van het landschap in de Bildtdijken. In de bodem van het perceel kunnen bovendien belangrijke archeologische resten voorkomen. Ook de archeologische waarde kan dus een rol spelen. Samengevat kunnen in algemene zin als (ensemble)waarden van een beschermd gezicht de volgende cultuurhistorische waarden worden onderscheiden, die samen met de specifieke benoemde waarden van de beschermde gezichten het afwegingskader met ‘waarderingsuitgangspunten’ vormen:

4

- monumentale waarden; de intrinsieke en architectonische waarden van individuele (monumentale) panden. Dit uit zich o.a. in bouwstijl, constructie, gebruikte materialen, detaillering, gaafheid, kleur en vorm van het dak en zal zich vooral voordoen bij rijksmonumenten en in iets mindere mate bij als karakteristiek aangemerkte panden in de bestemmingsplannen. - situatieve ruimtelijke waarden; de waarden van de panden in brede zin. Niet alleen de voorgevel van een gebouw, maar ook de andere gevels in de ‘wandvorming’, het straatbeeld, aanzichten, en het totaal van de daken (waarop de meeste zonnepanelen terecht komen) in een soort ‘dakenlandschap’. - stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; de waarden van het beschermde gebied op zich. De ontstaansgeschiedenis die heeft geleid tot een bepaald stratenpatroon en infrastructuur waarlangs panden en functies zich hebben ontwikkeld, de verhouding bebouwd gebied – open gebied, erven en groene ruimtes, landschappelijke ontwikkelingen als bijvoorbeeld polders en dijken. Deze waarden vormen te samen de identiteit c.q. het karakter van het gebied. Het zijn ook allemaal ‘beeldwaarden’ voor de bewoner en de bezoeker. Qua visuele waarden kan aan dit voorgaande nog worden toegevoegd dat er soms ook in beschermde gezichten over waarden wordt gesproken die niet zozeer in materiële zin zijn te vangen, zoals ‘zichtlijnen’.

Deze waarden zullen wij meenemen bij de stedenbouwkundige en landschappelijke waarden. Vanwege het voorgaande en kijkend naar de situatie in de gemeente Waadhoeke, zijn hier drie ‘soorten’ beschermde gezichten te onderscheiden: - Stedelijke situatie (Franeker) - Dorpen (Achlum, Dronrijp, Marssum en Oudebildtzijl) - Bijzonder gebied (Bildtdijken) Elk beschermd stads- of dorpsgezicht heeft kwetsbare en minder kwetsbare delen. Er zou dus onderscheid kunnen worden gemaakt; op basis van cultuurhistorische waarden zouden in de beschermde gezichten verschillende zones kunnen worden onderscheiden, waarvoor de welstandscriteria voor zonnepanelen verschillen (bijvoorbeeld inbreidingslocaties met bebouwing uit latere decennia). Aan de hand van de onderscheiden waarden van de beschermde gezichten, zal worden bekeken of in de ‘waarderingsuitgangspunten’ ook een dergelijk onderscheid zou moeten of kunnen worden gemaakt.

Naast de verschillende karakters van deze gebieden, is er binnen deze beschermde gezichten qua panden ook een differentiatie aan te brengen: - Rijksmonumenten - Panden met de aanduiding “Karakteristiek” in het desbetreffende bestemmingsplan (dit is vooralsnog alleen geïnventariseerd en benoemd in de voormalige gemeente Franekeradeel) - Panden zonder monumentale status Aan de hand van de aanwezige waarden, zal worden bekeken of in de ‘waarderingsuitgangspunten’ ook een dergelijk onderscheid zou moeten worden gemaakt.

5

2.3

Franeker (stedelijke situatie)

Franeker (aanwijzingsbesluit 21 februari 1979)

6

Waarschijnlijk de grootste bijdrage aan de waarde van het stadsgezicht leveren de grachten met hun bebouwing. De vrij smalle grachten, de gemetselde kademuren, de loswallen, de straten, het veelal zeer gebogen beloop, de bruggen die de verschillende opeenvolgende grachtonderdelen markeren en de in een rooilijn gesitueerde sterk individuele, aaneengesloten bebouwing vormen tezamen een aaneenschakeling van boeiende stedelijke ruimten. De Schilbanken en het Noord kennen een overwegend recht beloop, waarin echter kleine verspringingen het beeld in positieve zin beïnvloeden. De schaal van de bebouwing langs de grachten varieert weinig. De bebouwing aan de Godsacker, de Zilverstraat, de Eise Eisingastraat, de Groenmarkt en de noordzijde van het Noord is opgebouwd uit overwegend twee of drie bouwlagen en heeft in het algemeen een rijker karakter dan de bebouwing langs de Nieuwe Heerengracht, de Schilbanken, de Schilkampen en de zuidzijde van het Noord waar deze zowel in breedte als hoogte geringer is. Een zeer sterke ruimtelijke werking biedt de driesprong van de grachten Godsacker, Froonacker en Eise Eisingastraat, geaccentueerd door het karakteristieke Korendragershuisje. Een soortgelijke beeldwaarde levert een inspringende bebouwingsdriehoek aan het andere einde van de Godsacker, waardoor de ruimte fraai wordt begrensd.

Het Froonacker is ongetwijfefd één van de meest specifieke ruimten van Franeker. Het is een kleinschalig grachtje waarvan de aaneengesloten bebouwing overwegend één bouwlaag heeft onder diepe zadel- of schildkappen. De oorspronkelijke handelsfunctie blijkt nog sterk uit de opbouw van het straatprofiel en de aanwezigheid van enkele pakhuizen. Het smalle grachtje staat loodrecht op de met iepen beplante, hoog oprijzende stadswal. Daarnaast vernauwt een naar voren springend tegen de wal aangebouwd woonhuis de doorkijk naar buiten de stad. De bebouwing en de straten lopen dood tegen de wal , het grachtje evenwel breekt middels een waterpoort door de stadswal en komt in het verlengde van de Dongjumervaart uit in de stadsgracht. De gave historische structuur, de sterke niveauverschillen en de doorkijkjes leveren een ongekend, boeiend beeld op. Voor wat betreft de openbare ruimten kan worden gesteld dat deze in Franeker overwegend waardevol zijn. Zij worden gekenmerkt door een indeling en kleinschalig materiaalgebruik die een verklaring vindt in enerzijds het oorspronkelijke en anderzijds het hedendaagse functioneren. Specifieke aandacht behoeven de karakteristieke niveauverschillen, het structurele groen alsmede de privéstoepen, stoeppalen en hekken. De omgrenzing van het beschermde stadsgezicht is in hoofdzaak gelegd langs de buitenzijde van de stadsgrachten.

Het gebied daarbinnen is historisch-structureel als een eenheid te beschouwen. Op een viertal plaatsen is de omgrenzing ruimer genomen, te weten: het gebied ten noordoosten van de Noorderwal, het Oud-Kaatsveld, de Tuinen en het Vliet. De stedenbouwkundige en historisch-structurele samenhang van het aldus omgrensde stadsgebied is zo sterk, dat een nauwere omgrenzing zeer bezwaarlijk zou zijn. Aangezien de waarde van de samenstellende delen van het stadsgezicht niet uniform is, is bij de aanwijzing een zonering gehanteerd die als volgt is te omschrijven: - zone A: De gebieden van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de profilering en inrichting van de openbare ruimte en de afmetingen en vormgeving van de bebouwing, waaronder vele concentraties van monumenten. - zone B: De gebieden van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de profilering en inrichting van de openbare ruimte en de afmetingen van de bebouwing, waaronder concentraties van monumenten. - zone C: De gebieden van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de schaal van de bebouwing. Op de kaart is het voorstel voor de aanwijzing van de kern Franeker als beschermd stadsgezicht met omgrenzing en zonering aangegeven.

De A-zone omvat een zeer groot deel van de binnenstad en wel vrijwel het gehele gebied omsloten door de grachtengordel Noord,Godsacker-Schilbanken. In aansluiting daarop zijn de historisch-structureel gave gebieden rond het Vliet en het niet afgegraven deel van het Noorderbolwerk met het noordoostelijk daarvan gelegen open voorland opgenomen. De B-zone, waarin ten opzichte van de A-zone het verschil gelegen is in de

7

cultuurhistorische waarde van de bebouwing, betreft het gebied Martinikerkhof, Dijkstraat, Lijnbaanstraat en Heerengracht. Een zelfde grote waarde kan worden toegekend aan de gebieden Westerbolwerk en het noordelijk deel van het Oud-Kaatsveld. De C-zone omvat de langs de stadsgrachten gelegen aaneengesloten gebieden Tuinen, Zuiderkade, Molenpolle en Turfkade. Voorts het afgegraven deel- van het Noorderbolwerk en het gebied rond de Sjaerdemastraat ter plaatse van de supermarktvestigingen. Gelet op de directe relatie tussen stadskern/bolwerk en open voorland, is het zuidwestelijk deel van het gebied Bloemketerp meegenomen bij de vaststelling van het beschermde gezicht en behoort daarin tot zone C. Hoewel dit gebiedje - dat aan de noordzijde wordt begrensd door de weg Bloemketerp – niet expliciet in de aanwijzing tot beschermd gezicht wordt beschreven, is daarop de algemene beschrijving (“gebieden van belang vanwege het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de schaal van de bebouwing”) wel van toepassing. Het gaat daarbij om de zogenaamde ‘toenaderingsstructuur’ over land en water. De waarden van dit gebied worden in tegenstelling tot de binnenstad van Franeker, beschermd in het bestemmingsplan Noord en Oost. Die waarden liggen niet zozeer in de bebouwing, maar zijn vertaald in het behoud van de openheid.

Met name de zichtlijnen op de stad vanuit het vlakke polderlandschap zijn een uniek gegeven die ook in de toekomst een zorgvuldige behandeling vergen. Het is daarbij van belang dat het gebied tussen de Ringweg en de grens van het beschermde stadsgezícht, vanwege de silhouetwerking een zo open mogelijk karakter behoudt Samenvattende karakteristiek Ondanks de specifieke kenmerkende kwaliteiten van bebouwing en openbare ruimten in de drie onderscheiden zones, zijn er wel een aantal algemene stedenbouwkundig relevante karakteristieken te formuleren. De bebouwing is overwegend aaneengesloten gebouwd en gesitueerd in een naar de weg toe gekeerde bebouwingsgrens. De Voorstraat kent meerdere panden met drie bouwlagen, in het overige deel van de binnenstad omvatten de panden twee dan wel één bouwlaag onder een kap. De kap is vrijwel altijd op de straat gericht. De voorgaande omschrijving gekoppeld aan de huidige situatie, maken dat in het licht van het mogelijk plaatsen van zonnepanelen de volgende cultuurhistorische waarden van belang zijn en als waarderingsuitgangspunt zouden moeten gaan dienen: - monumentale waarden; de intrinsieke en architectonische waarden van individuele (monumentale) panden. Het betreft hier in het beschermd stadsgezicht van Franeker 184 rijksmonumenten en 34 als zodanig in het bestemmingsplan Binnenstad Franeker aangegeven karakteristieke panden.

Bijzondere gebouw zowel qua monumentale waarde als qua markante afwijkende bouwvorm die de ruimte bepaalt, is de Martinikerk. - situatieve ruimtelijke waarden; de waarden van de panden in brede zin. De bebouwing is overwegend aaneengesloten gebouwd en gesitueerd in een naar de weg en de gracht toe gekeerde bebouwingsgrens. De bijna overal aangesloten bebouwing kent panden met drie bouwlagen (vooral aan de Voorstraat), maar in het overgrote deel van de binnenstad panden met twee dan wel één bouwlaag onder een kap. De kappen zijn vrijwel zonder uitzondering op de straat gericht, zijn op de voorzijde zonder aantastingen en leveren daardoor een ‘ongeschonden beeld’. Hoewel het ‘dakenlandschap’ eventueel alleen zou zijn te zien van de toren van de Martinikerk, vormen de dakvlakken van de vele monumenten te samen vanwege hun veelal langgerekte vorm gericht op de straat of gracht, een waardevol geheel. - stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; de waarden van het beschermde gebied op zich. De historisch-ruimtelijke structuur met de straten en grachten is nog volledig in tact en is zeer waardevol. De wisselwerking met de open ruimtes Breedeplaats en Sint Martiniplantsoen is belangrijk, net als die aan de Voorstraat uitmondend in het summum van de openbare (groene) ruimte van

8

Franeker, het Sjûkelân. Daarnaast vormen ook de Martenatuin en het binnenterrein aan de Hortusstraat groene longen in een verder stedelijke setting. Ook het Noorder- en Westerbolwerk en het zicht hierop, vormen mede door het talud een belangrijke beeldwaarde. In het gebied Bloemketerp is het in het kader van zone C belangrijk dat de openheid wordt gewaarborgd en dat de kleinschaligheid van de gebouwen in de toekomst gehandhaafd blijft. Aangezien de belangrijkste waarde – de openheid – niet zal worden aangetast door zonnepanelen op de daar aanwezige bebouwing, maar er vanuit de stad wel zicht is op die bebouwing, is plaatsing in zone C op zich op zijn plaats. Vanwege de geringe intrinsieke monumentale dan wel beeldbepalende waarden van de bebouwing, zou zeker voor de aanwezige woonboten en de daarbij behorende bijgebouwen een uitzondering kunnen worden gemaakt op een regiem voor zonnepanelen. Temeer daar de woonboten aan de zuidzijde en vallend in het beschermde gezicht alsdan anders zouden worden benaderd dan de woonboten aan de noordzijde die net buiten de begrenzing van het beschermde gezicht vallen

9

2.4

Dorpen (Achlum, Dronrijp, Marssum en Oudebildtzijl)

Achlum (aanwijzingsbesluit 4 oktober 1991)

10

Achlum is van oorsprong een terpnederzetting, die is opgenomen in het tracé van de latere Slagtedijk. Direct ten noorden ervan is een afwateringsvaart aangelegd, waarlangs met name sinds de 19de eeuw de ruimtelijke ontwikkeling van Achlum zich voltrekt. De terp zelf is relatief schaars bebouwd. De Achlumervaart is het belangrijkste structurerende element van het dorp. Het merendeel van de bebouwing heeft zich hierop georiënteerd, te weten de Tanjabuurt aan de noordzijde en de Dorpsstraat aan de zuidzijde. De Tanjabuurt wordt door een drietal (loop)bruggetjes ontsloten. Door de dicht opeenstaande bebouwing en de deels hoog opgaande bomen langs de vaart is er een sterk besloten geheel ontstaan, hoewel tussen de afzonderlijke panden door een visuele relatie met het open agrarische gebied in het noorden en in mindere mate ook met de centrale open ruimte in het zuiden, aanwezig is. Het contrast tussen de beslotenheid van dit dorpsgedeelte en het open weidegebied komt zeer sterk naar voren bij de overgang van de Monnikenweg naar de Ludingaweg, vooral vanwege de doorgang ter plaatse.

Aan de oostzijde wordt de Dorpsstraat ruimtelijk afgesloten, enerzijds vanwege de kromming in de begrenzende straatwand en anderzijds doordat ter plekke tussen de vaart en de straat een woning aanwezig is, waardoor in samenhang met de hoekwoning aan de Jonkerschap een sterke vernauwing van het straatprofiel is opgetreden. Aan de westzijde vormt de woning aan de Monnikenweg eveneens een ruimtelijke afsluiting. De groene oevers van de Vaart vormen een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke structuur ter plekke. De Tanjabuurt is een markant onderdeel van de nederzetting. De bebouwing valt op door een grote mate van gelijkvormigheid, met name ten westen van de Bakkersteeg. De panden zijn in een vloeiende rooilijn geplaatst en bestaan merendeels uit kleine dubbele woningen met een bouwlaag, onder een schilddak. De nokrichting is over het algemeen evenwijdig aan de vaart en de daken zijn merendeels gedekt met gesmoorde verglaasde pannen. Ten oosten van de Bakkersteeg, alsmede aan de Bakkersteeg zelf, bevindt zich eenvoudiger bebouwing met grotendeels zadeldaken bedekt met rood gebakken pannen, al dan niet verglaasd. Ter hoogte van de Bakkersteeg is de visuele relatie met het open weidegebied verzwakt door de aanleg van een voetbalveld omzoomd met beplanting en door enkele rijtjes nieuwbouwwoningen.

In tegenstelling tot de bebouwing aan de Tanjabuurt vertoont de bebouwing aan de Dorpsstraat een grotere mate van afwisseling in vorm en situering. Tevens is ze doorgaans eenvoudiger, zadeldaken komen hier, afgewisseld met schilddaken, veelvuldig voor. De beslotenheid van het dorpsgedeelte aan de Achlumervaart staat in sterk contrast met de openheid van het terpgedeelte. Ondanks een zekere beslotenheid vanwege het hoog opgaand geboomte langs de Jonkerschap en rond het kerkhof is er een grote visuele betrokkenheid met het open weidegebied ten zuiden van Achlum. Een en ander wordt versterkt door de niveauverschillen tussen de terp en het maaiveld. Door de afgravingen van de noordflank van de terp en het gedeelte tussen de Jonkerschap en het kerkhof is de hoogte van de terp ter plekke goed herkenbaar. Op het hoogste punt bevindt zich de kerk, gelegen midden op het kerkhof. Het romaanse kerkgebouw bezit muren van tufsteen uit de 12de eeuw en een toren uit de 15de eeuw met een houten bovenbouw uit 1790. Aan de westzijde van de kerk is een markante kop-romp boerderij gelegen waarvan het woongedeelte naar het centrum van de terp is gericht. De boerderij staat aanzienlijk lager dan de kerk en is nagenoeg geheel omgracht. Door de hoge rieten kap van het stalgedeelte en de situering aan de rand van het open gebied vormt het een karakteristiek element in dit deel van de nederzetting.

De Monnikenweg en het oostelijk gedeelte van de Jonkerschap vormen de overgang van het besloten gedeelte bij de Achlumervaart naar de openheid van de terp. De relatie met het open weidegebied is met name in zuidelijke richting in beide straten nadrukkelijk aanwezig. Bij de Jonkerschap wordt dit nog geaccentueerd door het nog zichtbare beloop van de voormalige trambaan die doorloopt in het weidegebied. De Monnikenweg heeft door de demping van het noordelijk gedeelte van de vaart die hier liep en door de afwezigheid van beplanting een grootschalig karakter. Het zeer brede wegprofiel van het noordelijk gedeelte van de Jonkerschap is door het hoog opgaand geboomte enigszins geleed. De open ruimte in het centrum van Achlum vormt zoals gezegd een kenmerkend onderdeel van de structuur. Ingesloten door de bebouwing langs de omringende structuurelementen is, ondanks de omvang van het terrein, een duidelijk begrensd geheel binnen het dorp ontstaan. De beplanting met hoog opgaande geboomte in

11

het oosten en de steilrand van de gedeeltelijk afgegraven terp in het zuiden dragen hier in belangrijke mate aan bij. Alleen in het zuidwesten is langs de boerderij nog een visuele relatie met het open landschap aanwezig. Vanaf de open ruimte bepalen vooral de kerk en de daarnaast gelegen boerderij het bebouwingsbeeld. Samenvattende karakteristiek Kenmerkend onderdeel van de dorpsstructuur is de vierkante open ruimte die door deze ontwikkeling is ontstaan tussen de bebouwing aan de vaart en de kerk. De historische ontwikkeling is ook nu nog duidelijk herkenbaar aanwezig in de ruimtelijke opbouw van Achlum. Deze ruimtelijke structuur wordt hoofdzakelijk bepaald door de Achlumer vaart in het noorden en het tracé van de Slagtedijk met de daarin opgenomen terp in het zuiden, waardoor de zo typerende vierkante dorpsplattegrond is ontstaan. In het stratenbeloop zijn de hoogteverschillen, in verband met de dijk en de terp, nog duidelijk aanwezig. De kenmerkende dorpsstructuur, in samenhang met de historisch waardevolle bebouwing, waar een relatief groot aantal beschermde monumenten deel van uitmaakt, levert een beeld van grote cultuurhistorische waarde.

De voorgaande omschrijving gekoppeld aan de huidige situatie, maken dat in het licht van het mogelijk plaatsen van zonnepanelen de volgende cultuurhistorische waarden van belang zijn en als waarderingsuitgangspunt zouden moeten gaan dienen: - monumentale waarden; de intrinsieke en architectonische waarden van individuele (monumentale) panden. Het betreft hier in het beschermd dorpsgezicht van Achlum 22 rijksmonumenten waarvan er 16 aan de Tanjabuurt gesitueerd zijn. Bijzondere gebouwen die zowel qua monumentale waarde als qua markante afwijkende bouwvorm de ruimte bepalen, zijn de kerk en de boerderij op de zuidzijde van de vierkante terp. Karakteristieke panden zijn in Achlum nog niet geïnventariseerd. - situatieve ruimtelijke waarden; de waarden van de panden in brede zin. De bebouwing is binnen de vierkante dorpsstructuur geconcentreerd langs de Dorpsstraat en de Monnikenweg met diverse bebouwing die naar de straat is gericht met een diversiteit aan één en twee bouwlagen met kap en aan twee markante gebouwen (boerderij en kerk) aan het Jonkerschap. De bebouwing buiten de vierkante structuur bevindt zich aan de Tanjabuurt. Deze bebouwing is hoofdzakelijk één bouwlaag met kap en is qua voorzijde georiënteerd op de Achlumervaart.

De kappen zijn vrijwel zonder uitzondering op de vaart gericht, zijn op de voorzijde zonder aantastingen en leveren daardoor een ‘ongeschonden beeld’. Van een specifiek ‘dakenlandschap’ is in Achlum geen sprake, behalve dan aan de Tanjabuurt; die dakvlakken van de vele monumenten te samen vormen een waardevol geheel. - stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; de waarden van het beschermde gebied op zich. De nog steeds aanwezige historisch-ruimtelijke structuur met de vierkante open ruimte op de terp, de bebouwing aan de randen er van en de begrenzing daarvan aan de zuidzijde met boerderij en kerk op een ‘verhoging’ en aan de noordzijde de Dorpsstraat, Achlumervaart en vooral Tanjabuurt, is zeer waardevol. De wisselwerking met de open ruimte op de terp is belangrijk, net als het zicht hierop vanaf de met bomen begeleidde Jonkerschap. De gehele markante dorpsstructuur vormt een belangrijke beeldwaarde, met als hoogtepunten de openruimte op de terp en de Tanjabuurt.

12

Dronrijp (aanwijzingsbesluit 23 januari 1987)

13

De historische kom van het dorp is opgebouwd uit een tweetal kernen met als zwaartepunten de op een terp gelegen Hervormde Kerk in het noorden en de voormalige trekvaart Franeker-Leeuwarden in het zuiden. Van oudsher worden deze kernen aan de oostzijde ontsloten door de noord-zuid verlopende wegverbinding Beetgum-Winsum (de Hearewei), die nog de scheiding vormt tussen het oude dorp en de nieuwe oostelijke uitbreidingen. De twee historische kernen zullen hierna worden aangeduid met de namen Tsjerkebuorren (Kerkbuurt) en Brêgebuorren (buurt bij de brug over de trekvaart). In de noordelijke historische kern Tsjerkebuorren domineert de forse, op de kruin van de terp gelegen dorpskerk. De bebouwing in de omgeving van de kerk bestaat voornamelijk uit 18e en 19e eeuwse lage woonhuizen. De panden tellen overwegend één bouwlaag en worden afgedekt door zadeldaken tussen topgevels en al dan niet afgeknotte schilddaken met kroonlijsten. In de gevel-architectuur is het verticaal aspect overwegend, waarbij een symmetrische indeling van de gevels verhoudingsgewijs veel voorkomt. De daken zijn merendeels afgedekt met rode en gesmoorde Hollandse en Friese pannen, terwijl de gevels zijn opgetrokken uit rode en gele baksteen, bij een enkel pand voorzien van een gekleurde verflaag. De centrale ruimte in deze kern vormt de Buren, het pleintje ten zuiden van de kerkmuur.

Deze rechthoekige ruimte wordt aan drie zijden begrensd door een in lijn geplaatste gesloten woonbebouwing, doorsneden door enkele stegen die van oudsher leidden naar achtergelegen hoven en huizen. Mede door de massieve en hoge afsluiting aan de noordzijde van het plein door de dorpskerk met haar driezijdige populierenwal, is een waardevolle besloten ruimte ontstaan. Aan de westzijde daalt de Tsjerkebuorren af naar de in 1876 gedempte opvaart de Haven. Deze ruimte heeft door de demping van het water en de afbraak van een belangrijk deel van de aaneengesloten bebouwing veel van haar historisch karakter verloren. Bepalend voor het huidig beeld is een 19e en 20e eeuwse bebouwing van vrijstaande lage woonhuizen aan een klinkerweg geflankeerd door voortuinen. Waardevol blijft echter het uitzicht over het open weidelandschap achter de Buwevaart, dat vanaf de Haven bereikbaar is over een smal betonbruggetje. Ten noorden en oosten van de kerk bevindt zich het overwegend onbebouwd agrarisch gebied waar zich in de 18e en 19e eeuw de pastorie en de school met schoolmeesterswoning bevonden. Deze ruimte heeft zijn landelijk karakter behouden. Waardevolle ruimtelijke elementen daarin zijn het op het kerkterrein aansluitende Heechpaed, het voormalig kerkepad naar de verdwenen staten Groot-Dotinga en Fetza, het omgrachte pastorieterrein ten westen daarvan en de schoolmeestershof.

Kenmerkend voor dit gebied en het noordelijk gelegen weidelandschap is de kwelderwal, die wordt versterkt door de hoge ligging van de kerkterp en de uit 1916 daterende afgraving van het pastorieterrein. Boomgroepen, gelegen langs de oude rijksweg Leeuwarden-Franeker en rond enkele boerenerven vormen een goede visuele afsluiting van dit open gebied met een agrarisch karakter, dat slechts wordt verstoord door een recent gebouwd bejaardencentrum ten noordoosten van de kom. De ontsluiting van de Tsjerkebuorren wordt gevormd door de gelijknamige straat die vanaf het kerkplein in zuidoostelijke richting toegang geeft tot het historische overgangsgebied tussen de beide kernen. De wijze waarop deze weg het besloten, kleinschalig, kerkplein verbindt met het meer landelijk en open tussengebied is bijzonder waardevol: van een smalle, steenachtige doorgang bij de Buren ontwikkelde de Tsjerkebuorren zich tot een enigszins bochtig verlopend eenzijdig bebouwd straatje langs het omgrachte en dicht begroeide terrein van Osinga-state, om tussen Skilpaed en Hearewei te eindigen als een onbebouwde landelijke weg, aan weerszijden geflankeerd door een hoge bomenrij met steile taluds naar de belendende grachten. De open tuinstructuur van de aan weerszijden gelegen terreinen speelt hierbij een belangrijke rol.

De enigszins verspringend geplaatste bebouwing van lage woonhuizen, de kenmerkende hoogteverschillen in het dwars- en langsprofiel en de heggen en boomopstanden langs de weg en op het stateterrein dragen bij aan een afwisselend ruimtelijk beeld van hoge belevingswaarde.

14

In het gebied tussen de beide historische kernen zijn de voornaamste elementen de noordzuidverbindingen Hearewei, Skilpaed, en Buwevaart en de staten Hobbema en Osinga. De late ontwikkeling van de twee verbindingswegen Hearewei en Skilpaed komt nog goed tot uitdrukking in de bebouwing, die overwegend bestaat uit 19e en 20e eeuwse vrijstaande woonhuizen. Aan de Hearewei, een vrij brede, enigszins buigend verlopende klinkerweg zijn met name waardevol een drietal laat-19e eeuwse herenhuizen op de omgrachte terreinen van Osinga, die door hun rijke uitvoering en hun situering in een dicht beplante, parkachtige aanleg een voorname entree vormen tot het dorp. De bebouwing langs het Skilpead is hoofdzakelijk van later datum en eenvoudiger van architectuur. De straat wordt halverwege gekruist door de Hobbemasingel, de historische door bomen omzoomde, oprijlaan vanaf de Hearewei naar de state Hobbema, een forse 18e eeuwse kop-halsrompboerderij op een omgracht, door boomwallen omgeven terrein westelijk van het Skilpaed. De groene open ruimte ten oosten van de state, waarin zich een eveneens deels omgracht kaatsveld bevindt draagt bij tot het historisch landelijk karakter van dit gebied, evenals het licht geaccidenteerde weidelandschap aan weerszijden van de Buwevaart.

Afbreuk aan deze karakteristiek doen echter de zuidelijk van de Hobbemasingel verrezen nieuwe woningen en grootschalige industriegebouwen. Ook doorbreekt de plaatselijk verbrede Singel de ruimtelijke opbouw van het Skilpaed waar bij de kruising een schaalloze open ruimte is ontstaan. De toegang tot de zuidelijke historische kern wordt gevormd door hetzelfde Skilpaed dat zich in zuidelijke richting vernauwt, waarbij de bebouwing meer gesloten en gevarieerd van hoogte wordt. Langs de herberg "De Posthoorn" geeft deze straat toegang tot de Brêgebuorren, de centrale ruimte van deze kern, die ontstaan is langs de oevers van de voormalige trekvaart LeeuwardenHarlingen. De bebouwing bestaat hier overwegend uit in lijn geplaatste lage woonhuizen die in datering, schaal en architectuur sterk overeenkomt met die aan de Tsjerkebuorren. Geheel verschillend zijn echter de maat en detaillering van de openbare ruimte: In vergelijking tot de kleinschalige, besloten ruimte van het Kerkbuurtje valt de Brêgebuorren vooral op door zijn langgerekt en breed profiel waarin het beloop van de in 1940 gedempte vaart nog goed herkenbaar is. Het royale en historisch waardevolle ruimtelijk beeld van dit deel van de Brêgebuorren vindt aan de oostzijde een goede beëindiging in een forse boerderij bij de toegang tot de Hearewei.

De noordelijke wand wordt hier, behalve door lage woonhuizen, ook gevormd door een enkel hoger pakhuis, terwijl de zuidzijde van oudsher onbebouwd is gebleven. Het water- en weidelandschap levert een belangrijke bijdrage aan de belevingswaarde van de Bregebuorren. In het hart van de kern ligt de kruising van de voormalige vaart met Skilpaed en Dûbelestreek, de toegangen tot de in 1940 verdwenen Hoornbrug. De historische betekenis van deze overgang komt nog tot uitdrukking in de maatvoering en architectuur van de herberg "De Posthoorn" en het ertegenover gelegen "Alma Tademahuis", een 18e eeuws hoog woonhuis met een lang achterhuis onder zadeldak. Ten noordwesten van deze voormalige brug bevindt zich de Alddijk, de oude trekweg evenwijdig aan de vaart, die nog wordt gekenmerkt door een bebouwing van pakhuizen en schuren. Het historisch karakter van deze bedrijfs- en achterstraat is echter sterk aangetast door de nieuwe bebouwingen aan de noordzijde en de aanzienlijk verwijde toegang tegenover de herberg. De Dûbelestreek, de zuidelijke toegangsweg tot de brug wordt begrensd door een tweezijdige gesloten bebouwing in een en twee lagen, waarin naast woningen een aantal winkels is opgenomen.

Kenmerkend voor deze straat zijn aanzienlijke hoogteverschillen in de langsrichting, waarin de ligging van de straat op de Foppinga-terp, de meest zuidelijke van de Dronrijpster terpentrits, tot uitdrukking komt. Dominerende gebouwen zijn de 19e eeuwse in 1939 verbouwde R.K. Kerk aan de westzijde en het ertegenover gelegen, uit 1744 daterende Vredenhof-gasthuis, een rij rug-aan-rug woningen onder parallelle zadeldaken. Enkele bij de kerk gebouwde woonhuizen, waaronder de pastorie, verzwakken door de afmetingen en situering van de bouwmassa's het kleinschalig, besloten ruimtelijke beeld van de Dûbelestreek. De overgang van dit beeld naar het landelijk gebied achter het Van Harinxraakanaal ontstaat geleidelijk door een verwijding van het profiel en een toenemende openheid in de bebouwing.

15

Een aan de voet van de brugdijk gelegen complex 19e eeuwse arbeiderswoningen vormt daarbij een goede beëindiging. Samenvattende karakteristiek De ruimtelijke ontwikkeling van Dronrijp binnen een al van oudsher gevormd patroon van wegen en waterlopen, heeft geresulteerd in een dorpsbeeld waarin de nederzettingsgeschiedenis nog sterk herkenbaar is. Waardevolle elementen in dat beeld vormen met name de verschillend gevormde en ingerichte openbare ruimten, de in schaal en karakter sterk variërende dorpsbebouwing, en de overgangen van het besloten dorpsinterieur naar het open weidelandschap in de omgeving. De voorgaande omschrijving gekoppeld aan de huidige situatie, maken dat in het licht van het mogelijk plaatsen van zonnepanelen de volgende cultuurhistorische waarden van belang zijn en als waarderingsuitgangspunt zouden moeten gaan dienen: - monumentale waarden; de intrinsieke en architectonische waarden van individuele (monumentale) panden. Het betreft hier in Dronrijp 42 rijksmonumenten, waaronder twee archeologische rijksmonumenten. Bijzondere gebouwen die zowel qua monumentale waarde als qua markante afwijkende bouwvorm de ruimte bepalen, zijn in het noorden van het beschermde gezicht de Alde Witte (de forse dorpskerk uit 1544 aan de Tsjerkebuorren) en in het zuidelijke deel de RK-kerk aan de Dûbelestreek. Karakteristieke panden zijn in Dronrijp nog niet geïnventariseerd.

- situatieve ruimtelijke waarden; de waarden van de panden in brede zin. De waardevolle bebouwing laat zich eigenlijk indelen in een drietal zones; de historische kernen Tsjerkebuoren in het noorden (rond de hervormde kerk) en Brêgebuorren (buurt bij de brug over de trekvaart) in het zuiden en een soort verbindingszone daartussen langs de straten Hearewei, Skilpaed en Dûbelestreek. De bebouwing in de Tsjerkebuorren is hoofdzakelijk één bouwlaag met kap, georiënteerd op de straat en veelal afgedekt door zadeldaken tussen topgevels en al dan niet afgeknotte schilddaken met kroonlijsten. De centrale ruimte in deze kern vormt de Buren, het pleintje ten zuiden van de kerkmuur. Deze rechthoekige ruimte wordt aan drie zijden begrensd door een in lijn geplaatste gesloten woonbebouwing, doorsneden door enkele stegen die van oudsher leidden naar achtergelegen hoven en huizen. De bebouwing in de Brêgebuorren bestaat overwegend uit in lijn geplaatste lage woonhuizen die in datering, schaal en architectuur sterk overeenkomt met die aan de Tsjerkebuorren. Geheel verschillend zijn echter de maat en detaillering van de openbare ruimte: In vergelijking tot de kleinschalige, besloten ruimte van het Kerkbuurtje valt de Brêgebuorren vooral op door zijn langgerekt en breed profiel. Aan de Hearewei zijn met name waardevol een drietal laat-19e eeuwse herenhuizen op omgrachte terreinen.

De bebouwing langs het Skilpead is hoofdzakelijk van later datum en eenvoudiger van architectuur. De Dûbelestreek wordt begrensd door een tweezijdige gesloten bebouwing in één en twee lagen, waarin naast woningen een aantal winkels is opgenomen. - stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; de waarden van het beschermde gebied op zich. Het waardevolle beeld van Dronrijp wordt gevormd door de verschillend gevormde en ingerichte openbare ruimten, de in schaal en karakter sterk variërende dorpsbebouwing, en de overgangen van het besloten dorpsinterieur naar het open weidelandschap in de omgeving. In Tsjerkebuorren is dat, mede door de massieve en hoge afsluiting aan de noordzijde van het plein door de dorpskerk met haar driezijdige populierenwal, een waardevolle besloten ruimte. In Brêgebuorren is dat het langgerekte profiel en in de ‘verbindingszone’ zijn dat de omgrachte ‘pastoriewoningen’ aan de Hearewei die door hun rijke uitvoering en hun situering in een dicht beplante, parkachtige aanleg een voorname entree vormen tot het dorp.

16

Marssum (aanwijzingsbesluit 4 oktober 1991)

17

De nederzetting Marssum is vermoedelijk rond het begin van de jaartelling ontstaan als terpdorp. Gelegen aan de rand van de Middelzee werd de terp in de Middeleeuwen opgenomen in het dijktracé westelijk langs de Middelzee. De kerksituatie vertoont een structuur zoals die op veel dorpsterpen voorkomt. De kerk zelf bepaalt door haar hoge ligging, haar omvang en het open karakter van het buitengebied in sterke mate het dorpssilhouet. Typerend voor de kerksituatie zijn het rond de kerk gelegen kerkhof, de daaromheen staande haag met deels een accentuering van opgaande bomen, de tot aan het kerkterrein doorlopende kerkepaden en de sterke hoogteverschillen die aan de noordzijde zijn ontstaan als gevolg van de terpafgravingen. Het ruimtelijk beeld van de Buorren wordt gekenmerkt door aanzienlijke verschillen tussen het oostelijk en westelijk gedeelte. Aan de westzijde vertoont het straatbeeld een vrij open karakter; de straatruimte wordt hier begrensd door het kerkterrein enerzijds en enige losstaande, niet aan de verharding grenzende woonhuizen anderzijds. Twee dicht aan de bestrating gesitueerde woonhuizen op de hoek met de ringweg markeren de entree tot het dorp. De oostzijde vertoont een veel meer versteend karakter. Het straatprofiel versmalt zich hier; bovendien is de bebouwing praktisch aaneengesloten en direct aan de verharding gesitueerd.

De bebouwing wordt aldaar gevormd door het buitengasthuis, bestaande uit enkele uniforme huizenblokken die te samen een massieve straatwand vormen. De tegenover het buitengasthuis gelegen panden zorgen door hun onderlinge verschillen voor verlevendiging van het straatbeeld. Aan de oostzijde takt de Buorren op de Hegedyk aan. Een kenmerkende afsluiting van de dorpsstraat wordt hier gevormd door een tweetal forse hoekpanden met twee bouwlagen, waaronder het oude café aan de oostzijde van de dijk. De noordelijke begrenzing wordt gevormd door de bebouwing langs de Skoallestrjitte. De bebouwing aan de buitenzijde van de ringweg accentueert de kromming van deze weg. Aan de binnenzijde van de ringweg is door sloop van de voormalige school een storende onderbreking van de bebouwing ontstaan; het gebied ten noorden van de kerk vertoont daardoor een vrij rommelig karakter. In dit gebied vormt de boerderij Doyema door diens situering en stijl een karakteristiek element van de historische terpbebouwing. De kleinschalige bebouwing langs de Binnenbuorren, te samen met de aangrenzende bebouwing langs Buorren en Skoallestrjitte, heeft nog een overwegend 19de-eeuws uiterlijk. Het karakter van de Binnenbuorren als besloten en kleinschalig invullingsgebied komt duidelijk naar voren in de 'toevallige' groepering van de panden.

De aard en groepering van de panden, te samen met de aard en het patroon van de (kerke)paden leveren hier een totaalbeeld op met een hoge belevingswaarde. Aan de oostzijde grenst het gebied aan de Hegedyk. Aan de dijkweg zijn slechts enkele losstaande huizen gesitueerd. Daardoor ontstaan diepe inspringingen tussen de huizen, die doorlopen tot aan de kleinschalige bebouwing van de Binnenbuorren. De zuidelijke terphelft is slechts ten dele, voornamelijk langs de randen, bebouwd. Een afzonderlijk gebiedje wordt gevormd door de Haven. De combinatie van opvaart, stenen havenfront, op de Haven georiënteerde bebouwing en een driehoekig haventerreintje resulteren in een ruimtelijk beeld waarin de historische functie goed herkenbaar is. Vanaf de Haven strekt de bebouwing zich langs de zuidzijde van de Buorren via het buitengasthuis uit naar het binnengasthuis aan de Hegedyk. Het binnengasthuis is vrij eenvoudig van opzet, qua stijl is het te vergelijken met het buitengasthuis. De woningen zijn gegroepeerd rond een praktisch rechthoekig binnenpleintje. Een gebeeldhouwde zandstenen ingangspoort vormt aan de oostzijde de hoofdtoegang. Het aan de Hegedyk gelegen gedeelte van de bebouwing is gericht op het open, van oorsprong buitendijkse gebied. Samen met het aanwezige hoogteverschil ontstaat hierdoor een waardevolle, ruimtelijk en structureel karakteristieke, situatie.

Ook aan de Hegedyk, maar duidelijk apart gelegen van de overige bebouwing, bevindt zich de Heringa-state c.q. Popta Slot. De state heeft zijn huidige uiterlijk verkregen bij een ingrijpende restauratie begin 20ste eeuw. Daarbij is ernaar gestreefd de 16de-eeuwse staat te reconstrueren. Het complex toont daardoor een beeld zoals dat ook herkenbaar is op oude afbeeldingen van states: een hoofdgebouw met twee vleugels die, te samen met de poort en muren een plein omvatten. Daaromheen liggen een omgrachting, tuinen en

18

boomgaarden. Daarmee vertegenwoordigt het gehele complex als een der weinig overgebleven gave states een belangrijke cultuur-historische waarde, een waarde die nog wordt verstrekt door de samenhang met de gasthuis en de dorpsstructuur. De Slotleane verbindt de state met de Buorren. Aan de zuidzijde vormt de langs de ringweg gelegen Bockma-zathe een markante scheiding tussen de open terpruimte en het aangrenzende agrarische landschap. Daarnaast zijn juist door het ontbreken van verdere bebouwing visuele verbindingen gebleven met het buitengebied. Karakteristiek is vooral de contrastwerking tussen het bebouwde en met bomen omzoomde state-complex en het daaraan grenzende open gebied. In historisch-ruimtelijk opzicht van belang zijn de visuele relaties tussen het dorp en het buitengebied rond de zuidelijke terphelft. De nieuwe autosnelweg vormt daarbij een belangrijke ruimtelijke begrenzing. Samenvattende karakteristiek In de ruimtelijke structuur van Marssum zijn veel elementen herkenbaar van het type terpdorp dat wordt gekenmerkt door een centraal op de ronde terp gelegen kerk met rondom de begraafplaats, een ringweg aan de terpvoet (de zogenaamde ossenweg), boerderijen die met hun achterzijde naar de ringweg zijn gekeerd en vaarten naar de terp (opvaarten).

Behalve door deze algemene structuurkenmerken wordt de ruimtelijke structuur van Marssum in hoge mate bepaald door de Heringa-state (Poptaslot) en het Poptagasthuis. Te samen nemen zij een groot deel van de terpruimte in beslag en bepalen voor een belangrijk deel het ruimtelijk beeld van het dorp. Daarnaast vormt ook het gebied waar de overige dorpsbebouwing is geconcentreerd een wezenlijk onderdeel van de dorpsstructuur. De historisch bepaalde dorpsstructuur en de aanwezige visuele kwaliteiten bepalen in samenhang in grote mate de cultuurhistorische waarde van het beschermd dorpsgezicht Marssum. De voorgaande omschrijving gekoppeld aan de huidige situatie, maken dat in het licht van het mogelijk plaatsen van zonnepanelen de volgende cultuurhistorische waarden van belang zijn en als waarderingsuitgangspunt zouden moeten gaan dienen: - monumentale waarden; de intrinsieke en architectonische waarden van individuele (monumentale) panden. Het betreft hier in Marssum 11 rijksmonumenten, waaronder de terp als archeologisch rijksmonument. Bijzondere gebouwen die zowel qua monumentale waarde als qua markante afwijkende bouwvorm de ruimte bepalen, zijn de kerk, Heringastate c.q. Poptaslot en het Poptagasthuis. Karakteristieke panden zijn in Marssum nog niet geïnventariseerd. - situatieve ruimtelijke waarden; de waarden van de panden in brede zin.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=a27803e4-7127-4375-b7f1-737dc4c11d17