CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Reactienota zienswijzen omgevingsvisie gemeente Waadhoeke

Gemeenteraad Waadhoeke 6 november 2025, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsvisie gemeente Waadhoeke15.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reacfienota zienswijzen omgevingsvisie gemeente Waadhoeke Samenvafting zienswijze 1 Cumela brancheorganisafie 17 maart 2025 a. Cumela Nederland beharfigt de belangen van bedrijven in de sector groen, grond en infra. In de gemeente Waadhoeke liggen deze bedrijven nagenoeg allemaal in het buitengebied. Cumela verzoekt de gemeente om het bestaansrecht van hun (lid)bedrijven te erkennen. En om de omgevingsvisie naar aanleiding van hun zienswijze aan te passen. b. Cumela vraagt de gemeente om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocafies te kunnen uitbreiden en nieuwvesfiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de Omgevingsvisie vermelde ambifies. Het is voor Cumelabedrijven belangrijk om in het buitengebied te kunnen blijven en niet naar industrieterreinen te worden verplaatst. Zo voorkomt de gemeente hinderlijke situafies en onnodige verkeersbewegingen.

Beantwoording zienswijze

Leidt tot wijzigingen van ….

De gemeente erkent de aanwezigheid en betekenis van Cumelabedrijven binnen haar grondgebied. We benoemen in de Omgevingsvisie echter niet alle voorkomende bedrijfstakken. Op de verschillende items in uw zienswijzen gaan we nader in onder b tot en met f. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Algemeen uitgangspunt voor de groeimogelijkheden van bedrijven in het buitengebied is de regelgeving in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). De Omgevingsvisie laat deze rechten ongemoeid. Daarnaast biedt de Omgevingsvisie mogelijkheden om maatwerk te leveren voor inifiafieven van bedrijven die niet in het omgevingsplan passen. Daarvoor is een afwegingskader opgenomen. Dit afwegingskader stelt een aantal minimumvoorwaarden en een aantal mogelijkheden om aan te geven waarom groei van een bedrijf niet alleen gunsfig is voor een rendabele bedrijfsvoering van het bedrijf zelf maar ook iets belangrijks toevoegt voor het grotere geheel. Mede naar aanleiding van uw zienswijze is de tekst bij speerpunt 4 “Een economisch gezonde gemeente…” onder de kop “Plek voor bedrijven…” aangevuld met een specifieke tekst over de mogelijkheden voor groei van bedrijven in het buitengebied.

c. Cumela vraagt de gemeente om bij aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluifingswegen rekening te houden met het materieel van Cumelabedrijven.

Mede naar aanleiding van deze zienswijze wordt de tekst onder speerpunt 4 aangevuld. De tekst wordt (in vet de toegevoegde tekstdelen): Daarnaast blijft het mogelijk om bij dorpen of in het buitengebied een bedrijf uit te breiden of te vernieuwen zolang dit in schaal, aard en invloed op de omgeving past. Het is daarbij mede belangrijk dat plekken goed bereikbaar zijn. Zie voor een compleet afwegingskader het onderdeel “Idee” onder “Hoe we plannen afwegen” waar staat wat we belangrijk vinden bij inifiafieven die niet passen in het omgevingsplan. Als gemeentelijke wegen worden aangepast dan is het gebruikelijk dat de gemeente haar plannen deelt met degenen die daar interesse/belang in hebben. U kunt de plannen dan fijdig inzien en aandachtspunten inbrengen. Zeker als wij zien dat een plan mogelijk consequenfies heeft voor bepaalde bedrijven of bedrijfstype dan zullen we onze plannen specifiek ook voorleggen aan deze betrokkenen. Daarnaast verwijzen we naar de tekst van speerpunt 9. In dit deel van de Omgevingsvisie staat al “Een algemeen punt is dat wegen en paden niet breed genoeg zijn. Landbouwvoertuigen worden zwaarder en langer. Ook fietspaden of -stroken worden intensiever gebruikt; er is meer variafie in fietssnelheden en soorten vervoermiddelen.

Daar waar het mengen van fietsen met gemotoriseerd verkeer niet wenselijk is kijken we of verbreding of aanleg van fietspaden mogelijk is. Dit koppelen we met de momenten waarop we structureel onderhoud uitvoeren.”

d. Cumela neemt haar verantwoordelijkheid bij maatschappelijke thema’s zoals landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid en circulariteit. Vooral voor hergebruik van reststoffen is (buiten)opslag nodig. Cumela verzoekt de gemeente om bij de bedrijfslocafies van Cumelabedrijven uitbreiding van bestaande bedrijfslocafies in het landelijk gebied toe te staan en dit te benoemen in de Omgevingsvisie. e. Cumela verzoekt de gemeente om op bedrijfslocafies van Cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te bieden om energie op te wekken en op te slaan en dit te benoemen in de omgevingsvisie. Voorbeelden zijn opslag voor de door zonnepanelen opgewekte energie ten behoeve van het opladen van elektrisch aangedreven materieel en producfie van waterstof.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Zie de beantwoording onder 1.b

Bij de beantwoording onder 1.b is al ingegaan op groeimogelijkheden voor bedrijven in het buitengebied. De gemeente vindt het posifief dat Cumelabedrijven kijken naar mogelijkheden voor duurzame opwek van energie en de opslag daarvan. Een beperkende factor hierin is de netcongesfie. De gemeente werkt samen met de provincie en netbeheerders om de infrastructuur op te waarderen. Ook zoeken we met deze parfijen samen naar mogelijkheden om het netwerk efficiënter te benuften. Bij mogelijkheden voor duurzame opwek van energie in combinafie met opslag vindt de gemeente daarnaast het aspect veiligheid belangrijk. We verwijzen naar aanleiding van de voorbeelden die hier genoemd worden naar het afwegingskader waarin gezond en veilig een leidend principe is. Ook verwijzen we naar Speerpunt 6 waarin staat: We volgen de ontwikkelingen voor opslag van energie en kijken waar bafterijen nuftig en veilig kunnen worden ingezet. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

1

Speerpunt 4

f.

2

Cumela wil naast het indienen van deze zienswijze ook graag parficiperen/betrokken worden bij de uitwerking van de ambifies van de Omgevingsvisie. Ook is Cumela bereid om nadere uitleg te geven en doet de uitnodiging om eens bij een van de Cumelabedrijven te komen kijken.

We danken Cumela voor dit aanbod. In gevallen van bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling zal bij overlap van belangen samenwerking gezocht worden met bedrijven waaronder de Cumelabedrijven. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

2 GGD Fryslân 27 maart 2025 a. GGD Fryslân adviseert om verder te concrefiseren wat de gemeente verstaat onder “gezond en veilig” en de verschillende waarden die hieronder vallen. Als voorbeeld noemt de GGD rust. Hieronder kan bijvoorbeeld worden verstaan weinig geluidhinder. Vanuit wetenschappelijke inzichten zijn er richtwaarden voor geluid. Daarnaast zijn er de waarden uit het BKL die hoger uitvallen. Er wordt niet duidelijk waar de gemeente naar streeft. b. De GGD waardeert dat ‘gezond en veilig’ een leidend principe is. Echter de GGD merkt op dat een voldoende op dit leidende principe wordt gehaald als er wordt voldaan aan de weftelijke vereisten vanuit Rijk en Provincie. De GGD geeft aan dat op bijvoorbeeld de thema’s luchtkwaliteit, geurhinder en omgevingsgeluid het Rijk en provinciaal beleid niet gezondheidsbeschermend is. Ook mist de GGD gezondheidsbevordering in het leidende principe. Bijvoorbeeld acfief vervoer, groenvoorzieningen, voedselomgeving en rookvrije omgeving. GGD vraagt de gemeente om in lijn met het gemeentelijke beleid ‘Sûnens Foarop’ meer ambifie te tonen.

De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. De concrefisering met kwanfitafieve normen is iets wat past bij het juridische omgevingsplan. Vanzelfsprekend houdt de gemeente zich aan de weftelijke normen en regels die in Nederland gelden. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De gemeente heeft in het afwegingskader bij ieder leidend principe een minimumniveau gemarkeerd. Ook is er de mogelijkheid om op ieder leidend principe meer te doen en meerwaarde toe te voegen. Dus ook op gezond en veilig. Het totaal aan meerwaarde en de context van het bewuste project maken een maatwerkafweging mogelijk. Inifiafiefnemers met plannen die niet in het omgevingsplan passen moeten alfijd laten zien dat er sprake is van meerwerk. Het gekozen systeem heeft een zekere lenigheid voor de inifiafiefnemer en een strak pakket aan minimale voorwaarden. Dit systeem is bewust anders gemaakt dan de juridische regels die in een omgevingsplan staan. De gemeente werkt zeker ook aan gezondheidsbevordering. Naar aanleiding van deze zienswijze verscherpen we daarom de tekst van het leidende principe. Gezondheidsbevordering blijkt in de Omgevingsvisie al uit de mogelijkheden binnen het afwegingskader en ook uit verschillende speerpunten. In Speerpunt 1 en 3 ziet u de aandacht die de gemeente wil besteden aan culturele en sporfieve acfiviteiten/evenementen.

Ook staat in Speerpunt 1 wat de gemeente wil doen om de openbare ruimte voor iedereen zoveel mogelijk toegankelijk te maken. Dit zodat voorzieningen voor iedereen bereikbaar en bruikbaar zijn. Onder Speerpunt 2 is aangegeven dat de gemeente bij iedere kern tenminste één ontmoefingsplek noodzakelijk vindt. En gaat de gemeente in op een duurzaam behoud van maatschappelijke voorzieningen door bundeling en samenwerking. Ook dit is belangrijk als we het hebben over de gezondheid van onze inwoners. Tot slot wordt in Speerpunt 9 benoemd wat de gemeente doet om het gebruik van de fiets aantrekkelijk te maken. Dit doet de gemeente uit het oogpunt van duurzaamheid maar zeker ook omdat verplaatsing fiets bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Het totale gezondheidsbeleid (dat wil zeggen ook de onderdelen die niet onder de fysieke leefomgeving vallen) is samengebracht in het Uitvoeringsprogramma Gezondheid 2025 “Sûnens Foarop” zoals de GGD al aanhaalt. Mede naar aanleiding van deze zienswijzen nemen we bij Uitvoering onder bestaande programma’s ook dit rapport op.

c. Speerpunt 3 beperkt zich tot gezondheid/vitaliteit van inwoners, cultuur en sport. Dit kan verbreed worden met voedselomgeving, ontmoeten, bewegen en bescherming tegen ongezonde milieufactoren. d. GGD adviseert de gemeente om af te stappen van het systeem waarbij inifiafiefnemers een keuze hebben in de manier waarop ze meerwaarde bieden voor de samenleving.

e. De GGD geeft aan dat de milieubeginselen mede zijn vastgesteld om gezondheidsschade te voorkomen.

f.

3

De GGD geeft aan dat ze graag betrokken wordt bij de verdere uitwerkingen van de Omgevingsvisie in programma’s en plannen. Zij adviseert om GGD Fryslân als een vaste samenwerkings- en adviespartner op te nemen als het gaat om de gezonde fysieke leefomgeving (arfikel 1.3 Omgevingswet en arfikel 16 van de Wet publieke gezondheid).

Vanwege deze zienswijze en uit het oogpunt van actualisering nemen het Uitvoeringsprogramma Gezondheid 2025 op onder Uitvoering, bestaande programma’s. Ook passen we het leidende principe aan door het woord bevorderen toe te voegen; We bewaken en bevorderen veiligheid en gezondheid. Zie de beantwoording onder 2.b.

Uitvoering Onze leidende principes

Het systeem van het afwegingskader is nader uitgelegd onder 2.b. Het is een bewuste keuze om ruimte te geven voor maatwerk met een strakke begrenzing van wet en regelgeving op het gebied van gezond en veilig als basis. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De tekst wordt op dit punt aangepast. N.a.v. deze zienswijze passen we de tekst onder Uitvoering, milieubeginselen aan. De tekst wordt (in vet de toegevoegde tekstdelen): Als het om milieu en het voorkomen van gezondheidsschade gaat heeft Nederland in de Europese Unie afspraken gemaakt die alfijd en voor alle gemeenten gelden. De gemeente beschouwt de GGD zeker als vaste samenwerkings- en adviespartner. Bij de uitwerking van programma’s en plannen wordt de GGD dan ook betrokken. Dat geldt nu maar zeker ook in de toekomst. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

Uitvoering

3 Brandweer Fryslân 31 maart 2025 a. Het is belangrijk dat er een goede afweging wordt gemaakt tussen maatschappelijke belangen en veiligheid. De landelijk door de veiligheidsregio’s geformuleerde ‘kernwaarden veiligheid’ en de daaruit voortvloeiende ‘ontwerp principes voor veiligheid’ zijn hierbij richfinggevend. Deze ziet de Brandweer graag terug in de Omgevingsvisie.

b. Speerpunt 2: De Brandweer Fryslân merkt op dat de gemeente met ketenpartners zoals de Brandweer zou moeten samenwerken om een veilige en gezonde leefomgeving te waarborgen. Bij woningbouw moeten bewoners mede door regels in het omgevingsplan worden beschermd op het gebied van externe veiligheid. Daarnaast zijn brandveiligheid, bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten belangrijk in oude kwetsbare binnensteden zoals Franeker.

c. Speerpunt 4: De ontwerp Omgevingsvisie geeft aan dat er op KIE 2 in Franeker ruimte wordt geboden aan nieuwe bedrijven. De Brandweer wordt graag betrokken bij de ontwikkeling van industrieterreinen e.a. industriële omgevingen en civiele bouwwerken zoals bruggen. Dit geldt voor de ontwerp en gebruiksfase. d. Speerpunt 6: De Brandweer adviseert in het kader van de energietransifie om het bafterijbeleid van de provincie als uitgangspunt te nemen. De Brandweer wordt graag betrokken bij nieuwe ontwikkelingen waarbij een energieopslagsysteem een rol speelt.

De gemeente ondersteunt volledig het belang van veiligheid. Om die reden is veiligheid ook opgenomen als leidend principe. Dat betekent dat ieder plan op veiligheid moet worden beoordeeld. En dat alfijd sprake moet zijn van inachtneming van de weftelijke verplichfingen op dit punt. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen die integraal is. Het volstaat om hierin veiligheid op deze manier op te nemen. Het opnemen van de vele sectorale kernwaarden en/of principes die op deelonderwerpen bestaan is in dit instrument niet passend. Het kan best zijn dat dit soort kernwaarden of principes bij uitwerking van programma’s of bij het formuleren van de intenfies en regels van het omgevingsplan wel aan de orde zijn. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De gemeente werkt op dit moment al veel samen met de Brandweer en wil dit zeker confinueren. Het vertalen van een gezonde en veilige leefomgeving naar regels, waaronder regels voor externe veiligheid, vindt inderdaad plaats in het omgevingsplan en past niet bij de Omgevingsvisie die beleid op hoofdlijnen geeft. De aandachtspunten die de Brandweer geeft voor de binnenstad van Franeker ziet de gemeente ook. Bij ontwikkelingen die de brandveiligheid inclusief de door de Brandweer genoemde aspecten kunnen raken gaat de gemeente dan ook in gesprek met de Brandweer.

Dit ongeacht het gebied waarin het speelt. Zie ook het antwoord onder 3.a over veiligheid als leidend principe. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Zie de beantwoording onder 3.b; bij ontwikkelingen die de brandveiligheid kunnen raken gaat de gemeente in gesprek met de Brandweer.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. In Speerpunt 6 van de Omgevingsvisie is aangegeven: “We streven naar spreiding van het gebruik van energie zodat overbelasfing van het netwerk wordt voorkomen. We volgen de ontwikkelingen voor opslag van energie en kijken waar bafterijen nuftig en veilig kunnen worden ingezet. Ook bij de toepassing van bafterijen zorgen we voor voldoende spreiding.” Bij nieuwe ontwikkelingen waarbij een energieopslagsysteem een rol speelt treedt de gemeente in verband met de eventuele veiligheidsrisico’s graag in overleg met de Brandweer. Het is de gemeente bekend dat de provincie Fryslân werkt aan het opstellen van bafterijbeleid. Echter de gemeente heeft nog geen kennis kunnen nemen van de resultaten hiervan. Zodra deze wel bekend zijn zal de gemeente zich buigen over de betekenis van dit beleid binnen en voor de gemeente.

e. Speerpunt 7/8: De Brandweer vraagt aandacht voor voldoende en toereikende bluswatervoorzieningen. De beschikbaarheid hiervan wordt onder meer bedreigd door droogte en verminderde waterbeschikbaarheid ten gevolge van klimaatverandering. Open water is voor de Brandweer een essenfiële bron voor bluswater.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De gemeente onderschrijft de noodzaak van voldoende en toereikende bluswatervoorzieningen verspreid over het gemeentelijke grondgebied. In Speerpunt 7 staat: “We willen het zoete water in onze gemeente zo goed mogelijk vasthouden en bergen. Dit is belangrijk omdat er meer droge zomers worden verwacht. Ook is dat belangrijk om voldoende druk te houden en verzilfing van het grondwater te vertragen.” Ook staat bij dit Speerpunt: “We willen de bestaande hoeveelheid en spreiding van vaarten en sloten behouden en zo goed mogelijk benuften. Watergangen dempen kan alleen als dat wordt gecompenseerd. Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we bij de betekenis van voldoende water ook de potenfiële funcfie als bluswater toe zodat dit wordt meegewogen bij eventuele plannen voor demping van watergangen. Naar aanleiding van deze zienswijze vullen we de tekst in speerpunt 7 aan (vet gedrukt is de toegevoegde tekst): We willen het zoete water in onze gemeente zo goed mogelijk vasthouden en bergen. Dit is belangrijk omdat er meer droge zomers worden verwacht. Ook is dat belangrijk om voldoende druk te houden en verzilfing van het grondwater te vertragen en heeft voldoende oppervlaktewater betekenis voor de beschikbaarheid van bluswater.”

4

Speerpunt 7

f.

5

Speerpunt 9: De Brandweer vraagt aandacht voor de effecten van eventuele snelheidsverlagingen en verkeerremmende maatregelen. De bereikbaarheid voor hulpdiensten kan hierdoor negafief worden beïnvloed. De Brandweer vraagt de gemeente om de impact van dergelijke maatregelen goed af te wegen en het advies van de Brandweer in te winnen.

Als gemeentelijke wegen worden aangepast dan is het gebruikelijk dat de gemeente haar plannen deelt met degenen die daar interesse/belang in hebben. De hulpdiensten zijn daar zeker onderdeel van. Waar nodig zal de gemeente dan ook advies vragen aan de Brandweer. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

4 ProRail 10 april 2025 a. ProRail deelt haar visie op het spoor met de gemeente zodat de gemeente deze mee kan nemen in de Omgevingsvisie.

b. ProRail geeft aan dat zij graag betrokken worden bij plannen voor ontwikkelingen in de nabijheid van het spoor zodat de bedrijfsvoering en eventuele toekomsfige uitbreiding van ProRail niet worden belemmerd. ProRail geeft in haar zienswijze advies over:  onderzoek naar geluid;  onderzoek naar trillingen;  veranderingen aan spoorwegovergangen;  veranderingen in waterpeil of grondwerken die de stabiliteit van de spoorbaan kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld Warmte Koude Opslagsystemen of het aanleggen van wadi’s). c. ProRail wijst op de in de Omgevingswet c.a. vastgelegde beperkingengebieden rond hoofdspoorwegen. Voor bepaalde acfiviteiten geldt hier een melding aan of vergunning van ProRail. In de zienswijze geeft ProRail ook aan dat er noodzakelijke termijnen aan deze trajecten verbonden zijn. d. ProRail verzoekt de gemeente om de acfiviteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer te behouden en geen dubbelacfiviteiten mogelijk te maken. Mocht er desondanks aanleiding zijn om de dubbelacfiviteit archeologie op te nemen dan ziet ProRail graag dat het een aantoonbaar te verwachten archeologische monument betreft. e. ProRail wijst op de eigendommen van ProRail en de consequenfies die dit heeft voor het gebruik door derden.

f.

Onderstafions zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorwegeninfrastructuur. Behoud en bereikbaarheid zijn noodzakelijk geeft ProRail aan. Behoud van bereikbaarheid geldt ook voor railgebonden gebouwen en ondergrondse infra die deel uitmaakt van de hoofdspoorwegeninfrastructuur.

g. ProRail wijst op het belang van behoud van zicht op de stafionsentree in verband met de vindbaarheid voor reizigers.

h. ProRail wijst op de mogelijke negafieve effecten van hoogbouw in de stafionsomgeving. Het kan hierbij gaan om windcirculafie/windstromen en risico’s voor omliggende bebouwing (schade aan daken/kappen) door veranderde windbelasfingen. i.

j.

6

ProRail verzoekt de gemeente om rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op bouwwerken van ProRail, dit omdat ProRail daken en perronoverkappingen wil benuften voor het duurzaam opwekken van energie. ProRail wijst erop dat voor plaatsing van zonnepanelen op parkeerplekken of geluidsschermen langs het spoor een risicoanalyse nodig is. Het gaat om eventuele elektromagnefische invloeden of lichtweerkaatsing met invloed op seinen.

De gemeente heeft kennis genomen van de “Visie op het spoor” van ProRail. De Omgevingsvisie is een integrale visie op hoofdlijnen. In zo’n visie gaat het juist over het samenbrengen van alle belangrijke punten in speerpunten, in een afwegingskader en het aangeven waar een en ander nog uitgewerkt moet worden in programma’s. De Omgevingsvisie is niet bedoeld om volledige sectorale visies op te nemen. Op de specifieke punten die ProRail benoemt gaan we onder 4.b tot en met 4.j nader in. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De gemeente dankt ProRail voor alle informafie. Deze informafie komt van pas bij concrete inifiafieven en bij het opstellen van het juridische omgevingsplan. Bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoor zal ProRail aan de voorkant betrokken worden.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Dank voor de toegezonden informafie. Het bestaan van beperkingengebieden rond hoofdspoorwegen is de gemeente bekend. Bij het opstellen van het omgevingsplan en bij vergunningverlening zal de gemeente alert zijn op de aanwezigheid van deze gebieden. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Deze zienswijze is belangrijk voor het op te stellen omgevingsplan. Zodra het omgevingsplan aan de orde is krijgt ProRail de gelegenheid om te reageren. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Dank voor deze informafie. De Omgevingsvisie brengt geen verandering in deze eigendom situafies en geeft ook geen juridische regels voor gebruik. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Deze zienswijze is belangrijk voor het op te stellen omgevingsplan of vergunningverlening. Zodra dit aan de orde is krijgt u de gelegenheid om te reageren. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De gemeente onderschrijft het belang van de bereikbaarheid, bruikbaarheid en zichtbaarheid van stafions. Op het moment dat zich plannen in de omgeving van stafions zijn, betrekt de gemeente ProRail. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De gemeente neemt kennis van deze informafie.

Op dit moment zijn er geen plannen voor hoge bebouwing in de omgeving van stafions. Maar zoals aangegeven onder 4.g betrekt de gemeente ProRail in het algemeen bij ontwikkelingen in de omgeving van stafions. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Op het moment dat zich plannen in de omgeving van stafions zijn, betrekt de gemeente ProRail. Als ProRail zelf vergunningplichfige plannen heeft zal de gemeente deze afwegen zoals dat ook bij andere inifiafieven verloopt. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De gemeente neemt kennis van deze informafie. In voorkomende gevallen houdt de gemeente rekening met deze noodzakelijke onderzoeken. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

5 LTO Noord 11 april 2025 a. LTO Noord heeft voorkeur voor de term ‘belangrijke agrarische sector’ boven de term ‘kansrijke sector’.

b. LTO Noord vindt dat de Omgevingsvisie in eerste instanfie ruimte moet bieden voor ontwikkeling van agrarische bedrijven. Hierbij kan het gaan om intensivering, mechanisafie, innovafie, schaalvergrofing, specialisafie, inspelen op welzijnseisen, inspelen op markconcepten of vragen uit de keten, enzovoort. Aanpassing van de bedrijfsvoering t.b.v. maatschappelijke denkbeelden en verwachfingen komt op de tweede plaats en gaan beperkt ingevuld worden indien het economisch niet rendabel is.

c. LTO Noord wil in de Omgevingsvisie lezen wat er gaat gebeuren in de agrarische sector en dat dit wordt gefaciliteerd. Er zijn blijvers en stoppers. De blijvers krijgen meer cultuurgrond en dus grotere bedrijven. Ook is er ruimte nodig voor zaken als vergisfing, compostering, dierenwelzijn en dergelijke zo geeft LTO Noord aan. De stoppers hebben behoefte aan verandermogelijkheden. d. LTO Noord wil dat de Omgevingsvisie uitgaat van het principe; landbouwgrond blijft landbouwgrond. Claims vanuit duurzame energie, waterberging mogen niet rusten op landbouwgrond.

e. LTO Noord is scepfisch over groenblauwe dooradering. Dit mag nooit structurele nieuwe natuur worden maar moet beperkt blijven tot fijdelijke beheersmaatregelen als onderdeel van Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer of Gemeenschappelijk Landbouw Beleid.

f.

LTO Noord wijst erop dat aangepast bermbeheer niet mag leiden tot overwaaiende onkruidzaden op agrarische percelen.

Het woord kansrijk is toekomstgericht en daarom gekozen in de ontwerp Omgevingsvisie. Er is echter geen bezwaar tegen de verandering naar belangrijke agrarische sector. Beide begrippen verwijzen naar de prominente plek die de landbouw in onze gemeente heeft. De zienswijze geeft aanleiding tot een wijziging. Onder Visie/Onze plek in de regio/Vitale economie verandert de tekst in de laatste alinea. Het wordt Onze plek in (gewijzigde tekst in vet): de regio De maakindustrie en de zorg, innovafieve bedrijvigheid, landbouw, recreafie en toerisme zijn de vlakken waarop we blijven ontwikkelen. Voor onze gemeente zijn dit belangrijke sectoren. De Omgevingsvisie laat de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestaande omgevingsplan ongemoeid. De Omgevingsvisie geeft ook ruimte om van het omgevingsplan af te wijken. Als er plannen zijn die afwijken van het omgevingsplan dan geldt dat er mogelijkheden zijn voor maatwerk. Het afwegingskader in de Omgevingsvisie geeft aan hoe dat in zijn werk gaat. We snappen daarbij vanzelfsprekend dat ontwikkelingen alleen doorgaan als ze voor de ontwikkelende parfij betaalbaar en rendabel zijn. Mede naar aanleiding van uw zienswijze is de tekst bij speerpunt 4 “Een economisch gezonde gemeente…” onder de kop “Plek voor bedrijven…” voor de duidelijkheid aangevuld met een specifieke tekst over de mogelijkheden voor groei van bedrijven in het buitengebied.

Mede naar aanleiding van deze zienswijze wordt de tekst onder speerpunt 4 aangevuld. De tekst wordt (in vet de toegevoegde tekstdelen): Daarnaast blijft het mogelijk om bij dorpen of in het buitengebied een bedrijf uit te breiden of te vernieuwen zolang dit in schaal, aard en invloed op de omgeving past. Het is daarbij mede belangrijk dat plekken goed bereikbaar zijn. Zie voor een compleet afwegingskader het onderdeel “Idee” onder “Hoe we plannen afwegen” waar staat wat we belangrijk vinden bij inifiafieven die niet passen in het omgevingsplan. Zoals aangegeven onder 5.b is er ruimte om via maatwerk van het juridische omgevingsplan af te wijken. We sluiten groei of funcfieveranderingen van agrarische bedrijven niet uit.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Het is niet mogelijk om in de Omgevingsvisie te garanderen dat landbouwgrond deze funcfie alfijd en overal blijft houden. Daarvoor zijn er teveel andere belangrijke funcfies die ook om ruimte vragen zoals voldoende woningen voor iedereen. Er zijn veel funcfies die van algemeen belang zijn, ook voor het funcfioneren van de landbouw. Denk bijvoorbeeld aan waterberging en beschikbaarheid van energie. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. In een integrale visie zoals de Omgevingsvisie is, kunnen grote opgaven zoals die van landschap, recreafie, waterbeschikbaarheid en natuur niet ontbreken. Dit zijn algemene belangen die voor een deel ook voor de landbouw belangrijk zijn. Wat in de Omgevingsvisie als kansrijk wordt benoemd zijn daarnaast vooral de grotere watergangen en hun oevers. Veelal zijn deze niet in eigendom bij agrarische ondernemers maar bij het Wefterskip. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Uiteraard kan de gemeente geen garanfies geven ten aanzien van het overwaaien van onkruidzaden. De gemeente vindt aangepast bermbeheer een belangrijk middel om de biodiversiteit en de recreafieve aantrekkelijkheid van het buitengebied te vergroten.

Waar en hoe dat plaatsvindt ligt buiten de scope van de Omgevingsvisie en krijgt vorm in beheerplannen. Uitgangspunt is dat goede buren over dit soort zaken in gesprek blijven. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

7

Speerpunt 4

g. LTO Noord maakt zich zorgen over kwalificafies op de Waardenkaart en Visiekaart. LTO vindt dat voorspelbaar moet zijn welke invloed deze waarden hebben bij de afweging van inifiafieven vanuit de agrarische sector.

Zoals eerder aangegeven laat de Omgevingsvisie ontwikkelingsmogelijkheden in het bestaande omgevingsplan ongemoeid. De Waardenkaart speelt een rol als er plannen zijn die niet in het juridische omgevingsplan passen. Voor het bepalen van deze waarden heeft de inbreng van inwoners in de parficipafie een belangrijke rol gespeeld. Het zijn waarden die breed gedragen zijn. De Waardenkaart gaat vooral over het hoe. In de Omgevingsvisie staat: “We proberen zo goed mogelijk in te spelen op die waarden. Het gaat daarbij niet zozeer om of iets kan maar vooral om hoe iets kan.” De visiekaart geeft aan wat de gemeentelijke visie is voor de verschillende gebieden in Waadhoeke en wat de kansen zijn. De gehele Omgevingsvisie is een visie die zelfbindend is. De visie heeft geen directe juridische gevolgen voor een ondernemer en verplicht niet tot een bepaald handelen. Het kan zijn dat er uitwerkingen komen van onderdelen van de Omgevingsvisie die wel bindend zijn, maar deze hebben dan ook een procedure waarop betrokken inwoners weer kunnen reageren. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

8

6 Glastuinbouw Nederland 14 april 2025 a. Glastuinbouw Nederland geeft aan dat de glastuinbouw in Sexbierum onder druk staat. De ooit beoogde ontwikkelruimte voor deze glastuinbouw wordt door het idee voor een klimaatlandschap substanfieel beperkt. In Berlikum zit een sterk glastuinbouwcluster met ontwikkelambifie. Het beschikbare gebied is hier vrijwel volledig gevuld. Ontwikkeling voor glastuinbouw op twee locafies is subopfimaal.

b. Het idee voor een klimaatlandschap kan worden onderschreven, mits een duurzaam ontwikkelingsperspecfief in de toekomst wordt geboden. Glastuinbouw Nederland ziet kansen voor integrale ontwikkeling bij Berlikum met bijvoorbeeld een energiehub, inpassing en biodiversiteit, klimaatadaptafie en huisvesfing van internafionale medewerkers. Glastuinbouw Nederland vraagt de gemeente om de ontwikkelruimte bij Berlikum te onderzoeken. Zij willen graag samenwerken met de gemeente aan de uitwerking van hun visie op het gebied en recht doen aan de waarden van het landschap.

De gemeente ziet geen aanleiding om bij het glastuinbouwgebied in Sexbierum uitbreidingsmogelijkheden te bieden en heeft vanuit de sector ook geen signalen gekregen dat er behoefte aan uitbreiding van dit gebied in Sexbierum is. Met het klimaatlandschap verdwijnt op gemeenteniveau inderdaad uitbreidingsruimte voor glastuinbouw. En de gemeente ziet ook dat het bestaande tuinbouwcluster in Sexbierum onder druk staat. In die zin wordt de wens voor uitbreiding vanuit de ziftende tuinders in BitgumBerltsum begrepen. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Of er uitbreidingsmogelijkheden zijn bij het glastuinbouwgebied Berltsum is een vraag die niet makkelijk beantwoord kan worden. Dit hangt van veel factoren af. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de ruimtelijke mogelijkheden, de infrastructuur en de energievoorziening. Ook speelt de vraag waarom schaalvergrofing nodig is; is dit vanwege verduurzaming of spelen er andere redenen? Het klimaatlandschap is nog in onderzoek. De uitkomst daarvan is nog niet zeker. Als het klimaatlandschap niet haalbaar blijkt in het algemeen of op de beoogde locafie dan ontstaat een nieuwe situafie. Hierdoor kan er mogelijk zelfs een koppelkans liggen voor een klimaatlandschap of onderdelen van het klimaatlandschap en glastuinbouw.

Kortom het is niet mogelijk om op voorhand iets in de Omgevingsvisie op te nemen over groei van de glastuinbouw. Wel kunnen wij toevoegen aan de Omgevingsvisie dat de glastuinbouw een belangrijke innoverende bedrijfstak in de regio is die kan bijdrage aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstelling. Als er plannen zijn voor verdere ontwikkeling dan is gemeente benieuwd naar de inhoud daarvan en nodigt u uit om deze te bespreken in een oriënterend gesprek. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

9

7 Provincie Fryslân 14 april 2025 a. De provincie Fryslân heeft waardering voor de opzet van de ontwerp-Omgevingsvisie die aansluit bij de Omgevingswet. De uitgangspunten van de visie sluiten voor een groot deel goed aan op de provinciale Omgevingsvisie. De provincie waardeert het plan om een inventarisafie van de kwaliteit van de dorpen te maken. Zij adviseert de gemeente om daarbij ook Grutsk op ‘e Romte, de Cultuurhistorische kaart, FAMKE, de Dorpenatlas en de gemeentelijke landschapsbiografie te betrekken. b. De provincie heeft nog geen standpunt over het voornemen om binnen Waadhoeke de duurzame energie op één plek te concentreren. Ze geeft aan dat ze na de vorming van nieuw provinciaal beleid (POVI en Energievisie) een besluit kan nemen over de wenselijkheid hiervan.

De gemeente is verheugd met deze posifieve reacfie van de provincie. Voor wat betreft de inventarisafie van de kwaliteiten van de verschillende dorpen zal de gemeente vanzelfsprekend bestaande studies en documenten op dit punt betrekken.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Waadhoeke neemt het voortouw om van onderop samen met inwoners, grondeigenaren en energiecoöperafies ruimte te zoeken voor duurzame opwek en daarbij de opbrengsten lokaal te houden. De gemeente vindt het spijfig dat er nog geen signaal kan worden gegeven vanuit de provincie met betrekking tot het gebiedsontwikkelingsontwikkelingsproces Klimaatlandschap. Waadhoeke kijkt zorgvuldig naar inrichfingsmogelijkheden, natuurontwikkeling en de koppeling met opgaven in de landbouw en klimaatadaptafie. Ook is het concentreren van duurzame opwek nabij infrastructuur van Liander en Tennet aangegeven in Speerpunt 6 van de Omgevingsvisie.

c. In de ontwerp-Omgevingsvisie staat dat het beleid voor erfgoed wordt uitgewerkt in een programma. De provincie neemt aan dat de gemeente daarbij de gemeentelijke landschapsbiografie als basis neemt. Ook adviseert de provincie de hiervoor genoemde provinciale documenten bij dit programma te betrekken. Tevens geeft de provincie aan dat het provinciale kwaliteitsteam desgewenst kan ondersteunen bij het maken van keuzes. d. De provincie ondersteunt de intenfie om het open landschap open te houden. Zij kan het uitgangspunt dat alleen in het Gardenierslandschap perceelsrandbeplanfingen worden gesfimuleerd echter niet goed volgen. De provincie geeft aan dat ze bij nieuwe ontwikkelingen op of in aansluifing op bestaande bouwpercelen in het open landschap inpassing met beplanfing zullen adviseren.

e. De provincie merkt op dat de ontwerp-Omgevingsvisie behoud van openheid formuleert vanuit landschap en erfgoed en niet vanuit natuurwaarden/kansen voor weidevogels. Zij adviseert om natuurgebieden en weidevogelleefgebied te ontzien bij het aanwijzen van nieuwe funcfies.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Ook voor wat betreft het programma erfgoed zal de gemeente vanzelfsprekend bestaande studies en documenten op dit punt betrekken. Met dank voor het aanbod zal de gemeente te zijner fijd kijken op welke manier het provinciale kwaliteitsteam eventueel kan helpen. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Het gaat hier waarschijnlijk om een begripsverwarring. In het gehele vrijwel overal open landschap streeft de gemeente naar goede erfbeplanfingen rond (boerderij-)erven. Met randbeplanfingen op percelen bedoelt de gemeente de beplanfingen op de perceelsgrenzen van weilanden, akkerbouw- of tuinbouwpercelen. Het Gardenierslandschap is binnen de gemeente Waadhoeke een uitzondering met een bijzondere historie als tuindersgebied. Dit gebied had vroeger een groot aantal perceelsrandbeplanfingen. In een project dat samen met de Provincie Fryslân is doorlopen is daar beleid voor gemaakt. Voor dit gebied worden perceelsrandbeplanfingen, in de betekenis zoals hiervoor nader uitgelegd, nagestreefd. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Deze opzet is gekozen omdat zowel het gemeentelijke als het provinciale beleid in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zichtbaar is.

Bij het raadplegen van het beleid voor een locafie komen beide beleidslagen in beeld. De gemeente richt zich daarom op de onderwerpen waar ze ook daadwerkelijk over gaat. De bescherming van het NNN en kansen voor weidevogels ligt bij de provincie. Als dat in het gemeentelijke beleid wordt overgenomen en de provincie zou haar beleid aanpassen, dan moet ook de gemeente haar Omgevingsvisie aanpassen. Bij het beoordelen van plannen of ontwikkelingen kijkt de gemeente ook naar de kaders van hogere overheden. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

10

8 Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) 15 april 2025 a. De NAV is belangenbeharfiger van de akkerbouwers en dient namens haar leden een zienswijze in.  De NAV heeft krifiek op de Waardenkaart.  De gebieden Zeepolderlandschap, te Ontwikkelen Waddenkust en Donkertegebied zijn ofwel niet gedefinieerd ofwel niet vastgesteld. Onduidelijk is wat de gebieden betekenen voor de inwoners.  De NAV mist het economische en sociale belang van de landbouw/akkerbouw.  De NAV vraagt zich af wat bedoeld wordt met de waarde bodemkwaliteit.

Waardenkaart De Omgevingsvisie laat ontwikkelingsmogelijkheden in het bestaande omgevingsplan ongemoeid. De Waardenkaart speelt een rol als er plannen zijn die niet in het juridische omgevingsplan passen. Voor het bepalen van deze waarden heeft de inbreng van inwoners in de parficipafie een belangrijke rol gespeeld. Het zijn waarden die breed gedragen zijn. De Waardenkaart gaat vooral over het hoe. In de Omgevingsvisie staat: “We proberen zo goed mogelijk in te spelen op die waarden. Het gaat daarbij niet zozeer om of iets kan maar vooral om hoe iets kan.” De gehele Omgevingsvisie is een visie die zelfbindend is. De visie heeft geen directe juridische gevolgen voor een ondernemer en verplicht niet tot een bepaald handelen. Het kan zijn dat er uitwerkingen komen van onderdelen van de Omgevingsvisie die wel bindend zijn, maar deze hebben dan ook een procedure waarop betrokken inwoners weer kunnen reageren. Landschapstypen en donkerte Voor het benoemen van landschapstypen is de Landschapsbiografie ‘Het verhaal van Waadhoeke” de basis. Het donkertegebied op de Waardenkaart is gebaseerd op de gebieden die feitelijk het meest donker zijn (bron: de lichtemissie- en hemelhelderheidskaarten). Naar aanleiding van de zienswijze van de NAV hebben we tevens gekeken naar de donkerte op de Visiekaart.

Deze hoort op basis van het bestaande donkertebeleid dat is vastgesteld voor het gehele grondgebied te gelden. Mede vanwege deze zienswijze over onduidelijkheid passen we dit aan. Te ontwikkelen Waddengebied Het Te ontwikkelen Waddengebied is ontleend aan het project 1Dyk dat gaande was toen de ontwerp Omgevingsvisie tot stand kwam. Dit project is echter stopgezet. Deze gebiedsaanduiding komt te vervallen. Economisch en sociaal belang van de landbouw/akkerbouw Onder “Onze plek in de regio”, “Vitale economie” staat Waadhoeke beschikt over een uitstekend landbouwgebied waarin honderden ondernemers in de landbouw hun bedrijf hebben. Dit geeft goed weer wat de landbouw voor economische betekenis heeft. Natuurlijk heeft landbouw ook een sociale betekenis, maar dat geldt voor alle bedrijfstakken in Waadhoeke zoals de middenstand, de zorg en het onderwijs. Bodemkwaliteit Met de bodemkwaliteit wordt gedoeld op de geschikte grond voor akkerbouw/teelt van pootaardappels.

b. Bij het onderdeel ‘Onze plek in de regio’ ziet de NAV kort de teelt van pootaardappelen en graan genoemd. De NAV mist erkenning dat de gemeente Waadhoeke wat betreft de teelt van pootaardappelen, die door de ligging en omstandigheden juist hier duurzaam kan plaatsvinden, een significante rol speelt in de wereldvoedselvoorziening door het leveren van gezond uitgangsmateriaal.

11

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Dit met uitzondering van de begrenzing van het donkertegebied op de Visiekaart en het verwijderen van het Te ontwikkelen Waddengebied. Het donkertegebied op de Visiekaart wordt conform het bestaande donkertebeleid uitgebreid tot het gehele gemeentelijke grondgebied. In de Omgevingsvisie staat al tekst over de prominente rol van de pootaardappelteelt. We kunnen meegaan in het idee om dit nog te versterken. Deze zienswijze geeft aanleiding om de tekst over de pootaardappelteelt uit te breiden. Dit in het onderdeel Visie/Onze plek in de regio. De aangepaste tekst wordt (toegevoegde tekst in het vet): Waadhoeke staat bekend vanwege het fraaie open terpenlandschap met zijn boerderijen staten en sfinzen, vanwege het Bildt met teelt van pootaardappelen en graan, vanwege het Sjûkelân, het Werelderfgoed Waddenzee en het Werelderfgoed planetarium. De teelt van pootaardappelen heeft een grote rol in de voedselvoorziening en levert gezond uitgangsmateriaal voor aardappelteelt in landen over de hele wereld.

Wijziging Visiekaart

c. Bij ‘vitale economie’ staat dat de gemeente inzet op o.a. de landbouw. De NAV vindt dat daarbij hoort dat de infrastructuur verbeterd wordt zodat inwoners minder last hebben en bedrijven beter bereikbaar worden. En dat de gemeente zou moeten streven naar reducfie van gemeentelijke regelgeving. Als voorbeelden noemt NAV vergunningverlening voor gaskanon, mogelijke beperkingen van gewasbestrijdingsmiddelen, verminderen regelgeving voor behoud terpen en kwelderlandschap .

Infrastructuur Voor wat betreft de opmerking over de infrastructuur verwijzen we naar de tekst van speerpunt 9. In dit deel van de Omgevingsvisie staat al “Een algemeen punt is dat wegen en paden niet breed genoeg zijn. Landbouwvoertuigen worden zwaarder en langer. Ook fietspaden of stroken worden intensiever gebruikt; er is meer variafie in fietssnelheden en soorten vervoermiddelen. Daar waar het mengen van fietsen met gemotoriseerd verkeer niet wenselijk is kijken we of verbreding of aanleg van fietspaden mogelijk is. Dit koppelen we met de momenten waarop we structureel onderhoud uitvoeren.” Reducfie regelgeving De gemeente wijst erop dat er veel Europese regels, Rijksregels en provinciale regels zijn waar de gemeente geen of maar een beperkte invloed op heeft. Deze regels blijven van kracht. In de Omgevingsvisie is bestaand beleid van de gemeente verwerkt. In dit bestaande beleid ziften geen aanleidingen om de gemeentelijke regels te versoepelen.

d. De NAV vraagt zich af wat bedoeld wordt met ‘We ondersteunen de gevraagde veranderingen in de landbouw’.

e. De NAV kan zich niet vinden in de tekst van het onderdeel ‘Natuurlijk in balans’ waarin de gemeente volgens de NAV buiten haar bevoegdheden treedt. De NAV zou het hier meer passend vinden en in lijn met de provinciale landbouwvisie dat er in de gemeente ruimte komt voor verschillende type bedrijven (gangbare boer en groene boer).

f.

De zinsnede ‘Bij veranderingen in het buitengebied kijken we steeds hoe de ontwikkeling zo goed mogelijk aan kan sluiten bij onze geschiedenis en daar op voort kan gaan.’ vindt de NAV ongewenst.

g. De NAV vindt het goed dat de visie de verzilfing van landbouwgronden adresseert. Wel stelt de NAV voor dat de gemeente niet zelf zaken rondom verzilfing oppakt maar dit samen met parfijen uit de Waddenagenda doet.

h. Speerpunt 4: De gemeente heeft het over de landbouwtransifie. Naar het oordeel van de NAV is dit niet meer in lijn met de koers van de provincie en zou deze gericht moeten zijn op het afnemen van het aantal bedrijven en vergrofing van resterende bedrijven.

i.

De gemeente geeft te weinig blijk van het belang van de pootaardappelteelt. De akkerbouwgrond behoort tot de beste in Nederland/Europa en zou niet voor funcfies als recreafie moeten worden gebruikt.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Bedoeld wordt dat te verwachten veranderingen zoals behoefte aan aanpassingen van de omvang, aard of funcfie van agrarische bedrijven door nieuwe opgaven of omstandigheden worden ondersteund. Omdat de tekst kennelijke tot onduidelijkheid leidt passen we deze aan. Naar aanleiding van deze zienswijze passen we de tekst onder Visie/Onze plek in de regio/Vitale economie aan. Het wordt (aanpassingen in vet): Ook ondersteunen we de verwachte veranderingen in de landbouw ten gevolge van nieuwe opgaven of omstandigheden. De term Natuurlijk in balans ontstond in de Regio Deal Noardwest Fryslân. Dit is een convenant uit 2023 van 40 miljoen euro met het Rijk voor brede welvaart gericht op drie pijlers: Vitale Economie, Kwaliteit van Leven en Natuurlijk in balans. De pijler Natuurlijk in balans en de tekst in de Omgevingsvisie onder dit punt sluit geen agrarische bedrijfstypen uit. Dit met uitzondering van nieuwvesfiging van intensieve veehouderijen. De gangbare boer en de groene boer zijn beide op hun plek in Waadhoeke en onderdeel van een belangrijke economische tak in de gemeente. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. In het parficipafietraject bleek hoe belangrijk onze inwoners ons landschap vinden en de versterking daarvan.

Een uitgebreide studie in de vorm van de Landschapsbiografie ging vooraf aan het Omgevingsvisietraject en is mede basis geweest voor de Omgevingsvisie. Waadhoeke staat zeker niet sfil, maar is confinu in beweging. Echter de stappen die we zeften en veranderingen die we doorvoeren verhouden zich tot de waarden die er zijn en die voortkomen uit onze gezamenlijke geschiedenis. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. De gemeente wil samen met alle daarbij betrokken parfijen helpen om het verzilfingsproces zoveel mogelijk te vertragen en te minimaliseren. De samenwerking in de Waddenagenda is daarvoor een goed voertuig. Bovendien is de gemeente acfief aangesloten bij het kenniscluster verzilfing om samen met kennisinstellingen, overheid, onderwijs en bedrijfsleven de krachten te bundelen rond verzilfing in de kuststrook. Salta brengt parfijen samen om de prakfijk van een handelingsperspecfief te voorzien Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Naar aanleiding van deze zienswijze passen we de koptekst onder speerpunt 4 aan. In plaats van “Faciliteren transifie landbouw” spreken we over “Faciliteren veranderingen landbouw”. Dit omdat dit beter de lading dekt.

Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de koptekst onder Speerpunt 4: Faciliteren veranderingen landbouw (vet gedrukte tekst is nieuw) Zoals aangegeven onder 8.b is het belang van de pootaardappelteelt tekstueel versterkt in de visie. Dit neemt niet weg dat de Omgevingsvisie integraal is. We kijken daarom zoveel mogelijk naar koppelkansen. Recreafief medegebruik van het noordelijke kleigebied sluiten we dan ook niet uit. Deze zienswijze geeft (afgezien van het genoemde onder 8.b) geen aanleiding tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

12

Onze plek in de regio

Speerpunt 4

j.

Speerpunt 6: Met het klimaatlandschap wordt een groot gebied niet gebruikt voor landbouw/kassen maar voor zonnepanelen. Volgens de NAV is dit in strijd met de landelijke zonneladder en de Agenda voor het Waddengebied. Daarnaast helpt zonneenergie (met name zomers beschikbaar) niet met het afbouwen van gas (vooral ’s winters nodig) en is het idee in strijd met de intenfie om het landschap groen te behouden en vast te houden aan historisch gebruik.

Gebruik van landbouwgronden Bij “Onze plek in de regio” onder “Natuurlijk in balans” is tekst opgenomen over het ruimtegebruik in het buitengebied. Hierin is aangegeven dat de gemeente plaats moet geven aan heel veel funcfies maar dat ze toch tracht om zo zorgvuldig mogelijk met landbouwgebieden om te gaan. Dit betekent eerst binnenstedelijk bouwen en pas daarna buitenstedelijk. En voor opwekking van energie- en zoetwatergebieden in het buitengebied betekent dit dat we kijken naar de minder producfieve landbouwgebieden. Zonneladder De Rijks zonneladder geeft voor landbouw- of natuurgrond aan dat voor zonne-energie het “Nee-tenzij principe” geldt. Er zijn uitzonderingen waarbij zonne-energie op landbouwgrond wel acceptabel is. De provincie is het bevoegd gezag om hier op toe te zien en heeft inmiddels regels toegevoegd in de Omgevingsverordening op dit punt. De gemeente betrekt deze regels in haar onderzoek. De NAV geeft aan dat zon op landbouwgrond ook in strijd zou zijn met de Agenda voor het Waddengebied. Een dergelijke uitspraak hebben we niet in dit document kunnen vinden. Het nut van zonne-energie Het klimaatlandschap kan onder meer bestaan uit opstelling van zonnepanelen. Er kunnen ook andere vormen van duurzame opwek in het gebied komen. Er ontwikkelen zich daarnaast ook meer mogelijkheden voor energie-opslag.

De gemeente houdt deze ontwikkelingen in de gaten en waakt daarbij over de veiligheid daarvan. Dit maakt dat het zomer/winteraspect-nadeel dat de NAV benoemt minder aan de orde is. Ook is het zo dat in de zomer bij hiftestress juist weer energie nodig is voor koeling. Landschap en groen Bij de vormgeving van dit klimaatlandschap neemt de gemeente haar eigen randvoorwaarden vanzelfsprekend in acht. Deze gaan niet over behoud van het historische gebruik maar over het feit dat nieuwe ontwikkelingen zich verhouden tot de waarden van het landschap en het ontstaan daarvan. Dit kan ook betekenen dat bijvoorbeeld een oude waterloop hersteld wordt en dat er een goede landschappelijke inpassing wordt gemaakt die zorgt voor een geleidelijke overgang naar het omliggende landschap. We zoeken ook met name naar combinafies. Combinafies van landbouw met de opwek van duurzame energie. Combinafies tussen landbouw, natuurontwikkeling en wateradaptafie. Niet of alleen landbouw of alleen energie, maar én.

k. Speerpunt 7: De NAV wijst op de risico’s die samenhangen met een groene dijk. Een groene dijk is een brug voor plaaginsecten. Bij de pootaardappelteelt geldt een nultoleranfie voor bladluizen.

l.

Speerpunt 7 en 8: Voor de zorg van voldoende zoetwatervoorraad/-berging en aanpak van verzilfing gaat de NAV ervan uit dat de gemeente zich als een van de ondertekenaars conformeert aan de Waddenagenda.

m. Speerpunt 7 en 8: In het project 1DYK is inmiddels de potenfiële aanleg van dijkplassen losgelaten omdat dit ten koste zou gaan van goede landbouwgrond. De NAV geeft aan dat dijkplassen in tegenspraak zijn met de Waddenagenda en dat deze de zoetwaterhuishouding in de omliggende percelen zouden kunnen verstoren.

13

Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het is nog niet bekend welke vorm de dijk krijgt. De dijkversterking 1Dyk is een project waar veel parfijen bij betrokken zijn geweest echter dit project is stopgezet. Het ‘Integrale Inrichfingsplan’ (IIP) en het dijkverbeteringstraject Koehool–Lauwersmeer zijn nu losgekoppeld. De tekst over 1Dyk wordt daarom aangepast. De dijkversterking zal in verschillende stappen vorm krijgen. De gemeente wil gezien het nog komende samenwerkingstraject geen voorschot nemen op de doorstart die plaatsvindt. Echter hoe de dijk er ook uit komt te zien, er kan nooit uitgesloten worden dat insecten vanaf de dijk de akkerlanden bereiken of andersom. Deze zienswijze is een reacfie op de tekst uit het project 1Dyk die in de ontwerp Omgevingsvisie was opgenomen. Omdat het project 1Dyk is gestopt passen we de zinssnede over de dijkversterking aan. Ook wordt Te ontwikkelen Waddenkust uit de Visiekaart gehaald. Als de gemeente in een samenwerkingsverband afspraken maakt komt zij deze na. Dit tenzij er dwingende redenen zijn om van deze afspraken afstand te doen. In dat geval is het aan de gemeente om haar partners op de hoogte te houden en haar keuze te mofiveren.

In de Waddenagenda is aandacht voor het thema verzilfing in de kustzone specifiek in relafie tot de landbouw gelet op het belang van de beschikbaarheid van zoet water voor de landbouw en gewasteelt. De Omgevingsvisie van Waadhoeke onderstreept dit belang. Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Voor wat betreft deze zienswijze over een onderdeel van het project 1Dyk verwijzen we naar de beantwoording onder 8.k.

Wijziging Visiekaart

n. Speerpunt 7: De NAV vraagt zich af wat bedoeld wordt met: We moedigen aangepast peilbeheer aan. De NAV geeft aan dat in de Waddenagenda een zoetwateragenda is opgenomen en dat de gemeente zich daaraan heeft geconformeerd. De NAV meldt dat peilverhoging negafief werkt in gebieden waar het water al brak is. Peilverhoging kan ook risico’s opleveren voor overstroming. o. Speerpunt 8: De NAV vindt faciliteren van verandering naar meer natuurinclusieve landbouw voor Waadhoeke geen opfimale visie. Vanwege de nultoleranfie voor bladluizen zijn bloemrijke akkerranden enz. contraproducfief. De NAV ziet geen meerwaarde in natuurinclusie/natuurinclusieve inrichfing van erven.

p. Speerpunt 8: Bloemrijke akkerranden en ecologisch bermbeheer leidt tot verhoging van onkruiddruk. De NAV ziet liever een integrale samenwerking waarbij landbouw en gemeente samenwerken.

q. Speerpunt 8: Aanplant van perceelsrandbeplanfingen geeft zichtplaatsen voor roofvogels die een gevaar vormen voor weideen akkervogels. Ook de gemeente heeft voor wat betreft de weide- en akkervogels een zorgplicht.

r.

Speerpunt 8: De aanwijzing van de Bildtdijken als cultureel erfgoed levert geen extra toeristen op maar wel beperkingen voor het aanbrengen van zonnepanelen. Vervolgens wil de gemeente dan meer zonnepanelen op landbouwgrond. De NAV denkt dat het anders kan.

Aanpassingen aan het waterpeil vinden in het algemeen plaats in goed overleg en ten behoeve van een belangrijk doel. Het Wefterskip is hier de leidende parfij. Met de aangehaalde zin wil de gemeente ondersteunen dat peilbeheer een rol kan spelen in het behoud van voldoende zoetwater en het tegengaan van verzilfing en dat zij dit ondersteunen. Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Agrarische ondernemers kunnen hun eigen keuzes maken voor wat betreft hun bedrijfsvoering. Zowel de gangbare boer als de groene boer is en blijft welkom in de gemeente. De agrarische ondernemer bepaalt zelf of deze bloemrijke akkerranden in wil zaaien. Wel is in de ontwerp Omgevingsvisie aangegeven dat erfbeplanfing belangrijk is voor boerderijerven. Dit geldt voor alle boerderijerven. In de Omgevingsvisie staat hierover: “We sfimuleren erfbeplanfing en waken over behoud. We maken een Kwaliteitsnota erven buitengebied. Dit doen we als hulp voor eigenaren van een erf om een goed erfinrichfingsplan te maken, en voor onze gemeente om veranderingen op erven goed te begeleiden.” Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De gemeente vindt aangepast bermbeheer een belangrijk middel om de biodiversiteit en de recreafieve aantrekkelijkheid van het buitengebied te vergroten.

Waar en hoe dat plaatsvindt ligt buiten de scope van de Omgevingsvisie en krijgt vorm in beheerplannen. Uitgangspunt is dat goede buren over dit soort zaken in gesprek blijven. Het is dus zeker de bedoeling om tot een goede samenwerking te komen. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Het landschap, tussen Marsum en Wier, het Gardenierslandschap, was een tuindersgebied waar vanouds beplante perceelsranden voorkwamen. In dit overigens beperkte gedeelte van het gemeentelijke grondgebied sfimuleert de gemeente beplanfing op perceelsranden. Dit is beleid dat samen en met instemming van de provincie is opgesteld, door de gemeenteraad is vastgesteld en al van kracht is. De omgeving is hier ook al minder open dan grote delen van de gemeente Waadhoeke en daarom niet bij uitstek geschikt voor weidevogels. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Er zijn aparte criteria opgesteld voor zonnepanelen op de daken van gebouwen in de Bildtdijken vanwege de cultuurhistorische waarden. Het is echter niet zo dat er geen mogelijkheden zijn, integendeel. In het algemeen geldt we benuften veel daken voor zonne-energie. Echter ons energiegebruik neemt in heel Nederland nog steeds toe. Er is echt meer nodig dan alleen zon op daken.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. s. Speerpunt 9: De NAV vindt het idee om fietsers af te scheiden van De gemeente zoekt naar effecfieve oplossingen die de verkeersveiligheid wegen een goed punt. NAV geeft wel mee dat voorkomen moet verbeteren. worden dat er met versmallingen op wegen schijnveiligheid Als gemeentelijke wegen worden aangepast dan is het daarnaast wordt gecreëerd. gebruikelijk dat de gemeente haar plannen deelt met degenen die daar interesse/belang in hebben. U kunt de plannen dan fijdig inzien en aandachtspunten inbrengen. Zeker als wij zien dat een plan mogelijk consequenfies heeft voor bepaalde bedrijven of bedrijfstype dan zullen we onze plannen specifiek ook voorleggen aan deze betrokkenen. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

14

t.

Leidende principes: De NAV vindt de tekst over leidende principes kort en nietszeggend. NAV vraagt zich af wat er gebeurt als principes met elkaar botsen. Een principe over sterke economie ontbreekt.

De leidende principes zijn onderdeel van het afwegingskader. Dit kader is de basis voor het leveren van maatwerk voor plannen die niet in het juridische omgevingsplan passen. Algemeen uitgangspunt voor de groeimogelijkheden van bedrijven in het buitengebied is de regelgeving in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). De Omgevingsvisie laat deze rechten ongemoeid. Daarnaast biedt de Omgevingsvisie mogelijkheden om maatwerk te leveren voor inifiafieven van bedrijven die niet in het omgevingsplan passen. Daarvoor is een afwegingskader opgenomen. Het afwegingskader met de leidende principes is een kans bovenop de kansen die het omgevingsplan al biedt. Dit kader is anders dan de juridische regels in het omgevingsplan. Het is een afweging op kwaliteit. Op basis van de leidende principes zijn minimumvoorwaarden geformuleerd en een aantal mogelijkheden om aan te geven waarom groei van een bedrijf niet alleen gunsfig is voor een rendabele bedrijfsvoering van het bedrijf zelf maar ook iets belangrijks toevoegt voor het grotere geheel. De leidende principes zijn bewust gericht op maatschappelijke meerwaarde. Ook is bewust een keuze gegeven voor de ontwikkelende parfij om meerwaarde aan te tonen. Het is dus een lenig systeem met een basis van minimale voorwaarden. Een leidend principe over economie past niet in dit systeem.

Het aangediende plan is doorgaans al een toevoeging aan de economie.

u. Leidende principes: De NAV mist zoiets als “in samenspraak”

v. Leidende principes: De NAV vindt dat als bodem en water leidend zijn de dijkplassen en zonneakkers op landbouwgrond moeten komen te vervallen. w. De NAV vindt dat de ontwerp Omgevingsvisie vaag is en op sommige punten intern strijdig. Dit geeft in de ogen van NAV het risico van conflicten in de gemeente.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Zoals eerder aangegeven gaat de gemeente graag in gesprek met belanghebbende parfijen. Dit als het om aanpassing van de wegen gaat, om het watersysteem, om verzilfing, om bermbeheer en nog veel andere onderwerpen. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Verwezen wordt naar de beantwoording van 8.a, 8.m en 8.j. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. Een visie op hoofdlijnen is alfijd enigszins abstract. Daarom zijn er ook vervolgstappen. Deze zijn te zien bij het hoofdstuk Uitvoering. Er zijn en worden uitvoeringsprogramma’s gemaakt. Ook wordt er gewerkt aan het juridische omgevingsplan. Deze vervolgproducten kennen ook een procedure waarin de NAV kan parficiperen. De NAV geeft aan dat er mogelijk een risico is voor conflicten. Dat lijkt niet zo waarschijnlijk. Het is wel mogelijk dat er op deelgebiedniveau nog scherpere keuzes moeten worden gemaakt door de gemeente. Daarvoor bestaan er dan de vervolginstrumenten zoals het programma. De Omgevingsvisie is uitsluitend bindend voor de parfij die hem vaststelt. Dus de gemeente is gebonden aan de inhoud van de Omgevingsvisie en kan daar alleen van afwijken als ze dat goed kan mofiveren. Ook wordt de Omgevingsvisie met enige regelmaat op punten aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=e43c9d6b-bba6-4042-ab06-46bf8f63e6b2