Bijlage 2b Was-wordt-tabel Verordening riool-en waterzorgheffing 2025
Tekst van het document
Bijlage 2b Was-wordt-tabel Verordening riool-en waterzorgheffing 2025
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6 Belastingtarieven
Artikel 6 Belastingtarieven
Het tarief van de rioolheffing als bedoeld in artikel 5 lid 1 bedraagt € 98,70 Het tarief als bedoeld in het eerste lid wordt voor een perceel dat wordt gebruikt als woning verhoogd: a. indien het perceel wordt gebruikt door één persoon, met € 164,50 b. indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen met € 230,30 Het tarief als bedoeld in het eerste lid wordt verhoogd indien dat perceel wordt gebruikt als overige niet-woning, met € 361,90 Het tarief als bedoeld in het eerste lid wordt verhoogd indien dat wordt gebruikt als een recreatieterrein, met € 65,80
1. Het tarief van de rioolheffing als bedoeld in artikel 5 lid 1 bedraagt € 104,25 2. Het tarief als bedoeld in het eerste lid wordt voor een perceel dat wordt gebruikt als woning verhoogd: a. indien het perceel wordt gebruikt door één persoon, met € 173,75 b. indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen met € 243,25 3. Het tarief als bedoeld in het eerste lid wordt verhoogd indien dat perceel wordt gebruikt als overige niet-woning, met € 382,25 4. Het tarief als bedoeld in het eerste lid wordt verhoogd indien dat wordt gebruikt als een recreatieterrein, met € 69,50
5. Het vaste tarief bedraagt voor een perceel indien dat perceel wordt gebruikt als niet-woning en uitsluitend in gebruik is als garagebox zonder een wateraansluiting, dan wel met een wateraansluiting en het waterverbruik minder dan 10 m3 € 98,70 6. In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid geldt voor het gebruik van een perceel of een gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 4, voor zover het perceel niet dient voor bewoning, er geen sprake is van een wateraansluiting, de bij die percelen behorende aansluitpunten uitsluitend dienen voor de afvoer van hemelwater én een kleiner bebouwd grondoppervlak hebben dan 35 m2 een tarief van € 0,00
5. Het vaste tarief bedraagt voor een perceel indien dat perceel wordt gebruikt als niet-woning en uitsluitend in gebruik is als garagebox zonder een wateraansluiting, dan wel met een wateraansluiting en het waterverbruik minder dan 10 m3 € 104,25 6. In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid geldt voor het gebruik van een perceel of een gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 4, voor zover het perceel niet dient voor bewoning, er geen sprake is van een wateraansluiting, de bij die percelen behorende aansluitpunten uitsluitend dienen voor de afvoer van hemelwater én een kleiner bebouwd grondoppervlak hebben dan 35 m2 een tarief van € 0,00
Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 10 Termijnen van betaling Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen drie maanden na dagtekening van het betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijn. termijn.
Toelichting aanpassing artikel 7: De betalingstermijn van 3 maanden wordt aangepast naar één maand om betalingsproblematiek eerder op te sporen en op te lossen. Belastingplichtigen hebben ook de mogelijkheid om in tien maandelijkse termijnen te betalen.