Bijlage 2 Zienswijze Nederlandse Akkerbouw Vakbond.pdf
Tekst van het document
Nederlandse Akkerbouw Vakbond Postbus 318 8250 AH Dronten
Aan het College van B&W Waadhoeke Postbus 58 8800 AB Franeker info@waadhoeke.nl
Telefoon 06-15624460 E-mail info@nav.nl Website www.nav.nl Twitter @NAV_AkkerBouwer
Dronten, 31 mei 2021 Betreft: Ontwerp Bodemvisie Waadhoeke
Geacht College, Namens de Nederlandse Akkerbouw Vakbond breng ik een aantal punten in ter verbetering van de Ontwerp Bodemvisie van de Waadhoeke. Op pagina 6: In de gemeente Waadhoeke komen geen bosbodems voor, anders dan aangeplante bosschages (meestal in ruilverkavelingen in de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw). Deze genoemde bosbodems behoeven derhalve ook niet beschermd te worden. pagina 7: Verlies aan biodiversiteit komt niet enkel voor op landbouwgrond, maar ook in de ondiepe bodem van bebouwing en harde dekking onder invloed van wegenaanleg, dorps- en stadsuitbreiding en kassenbouw. De achteruitgang van weidevogels is sterk gerelateerd aan het beschermbeleid van predatie, het faciliteren van predatie door aanplant van bomen langs akkers en tot slot het negatief effect van beleid op vrijwilligers die nesten merken. Op de akkerbouwgronden, een groot deel van de Waadhoeke, lijkt bodemleven en vruchtbaarheid er beter uit te zien dan enkele decennia geleden. Deze paragraaf dient deze feitelijkheden juist weer te geven. pagina 11: De verzilting is het sterkst in het bodemdalingsgebied als gevolg van gas- en zoutwinning uit de velden Harlingen en Barradeel I. Hierdoor is het zoute grondwater tot 40cm hoger komen te liggen. Dit wordt versterkt door de lage slenkgebieden ten noorden van de terpenlijn Berltsum, Ried, Dongjum, Winaam.
Deze genoemde regio was ook voor de aanleg van de Afsluitdijk aan verzilting onderhevig; voor de watervoorziening van vee waren 'drinkdobbes' aangelegd. B&W (gemeente Waadhoeke) zou nieuwe mijnbouwactiviteiten met dientengevolge bodemdaling moeten voorkomen. Het effect van stijging van de zeespiegel en autonome bodemdaling is in dit perspectief zeer beperkt tot enkele centimeters stijging van zout grondwater. Deze paragraaf dient deze feitelijkheden juist weer te geven. Pagina 14: De daling van 35cm is inmiddels al bereikt indien de effecten van gaswinning en zoutwinning tezamen worden genomen en gekeken wordt naar de daadwerkelijke daling. Paragraaf 4.1: Beschermen en Beheren De gemeente zou de ambitie moeten opnemen om infiltratie van zout (kwel)water te voorkomen: *negatief adviseren/besluiten voor nieuwe mijnbouwvergunningen *geen vergunning verlenen voor intrede van zout zeewater door middel van zoet/zout overgangen in de zeewering of ontpoldering. *de mogelijkheid scheppen middels aanlegvergunning voor perceelsvergroting met als doel behoud van de zoetwaterlens * kweldervorming langs de zeewering te stimuleren als buffer tegen kwel en als versterking van de zeewering De drooglegging is door bodemdaling bij veel percelen in gevaar gekomen. Deels wordt dit hersteld in de huidige gebiedsontwikkeling. Desondanks zijn peilen momenteel te hoog om voldoende drooglegging te
1
waarborgen. Bij aanpassen peilen, het vergroten van bufferen van zoetwater, moet ook de drooglegging van de percelen in de gebieden gewaarborgd blijven. Bij de bescherming van archeologische waarden dient ook een vergoeding te komen voor de beheerders die deze waarden beheren en al dan niet schade ondervinden in hun bedrijfsvoering. Tevens dient de gemeente zich bewust te zijn dat ook dit landschap zal moeten veranderen om gehoor te geven aan de maatschappelijke wens van duurzaamheid (historisch landschap heeft door de inefficiënte vorm vaak een hogere milieubelasting) en het voorkomen van verzilting (vergroten van percelen t.b.v. zoetwaterlens).
Paragraaf 4.2: Benutten Indien de gemeente doelstellingen heeft ten aanzien van vitale bodem dan zal zij zichzelf ook moeten committeren om voldoende middelen hiervoor beschikbaar te stellen. Het is onduidelijk of extra inzet op verduurzaming positief effect heeft op de gewasopbrengsten van agrariërs, waar er vaak wel direct negatieve effecten zijn. De hoogte van de benodigde middelen wordt vaak ernstig onderschat, maar kan oplopen tot jaarlijks ongeveer 10% van de huidige economische waarde van de agrarische sector binnen de Waadhoeke. Ten aanzien van zout- en gaswinning op land ontbreekt in deze visie de ondersteuning van de gemeente om inwoners en ondernemers te helpen bij al gerealiseerde schade. Het gaat hier om in kaart brengen van de omvang van de schade, de schadegevallen te bundelen en tot slot te ondersteunen in het vergoed krijgen van de schade of herstel. Paragraaf 4.3: Verbeteren p.26 Biodiversiteit Monocultuur komt in de akkerbouw nauwelijks voor. De akkerbouw doet aan (verplichte) vruchtwisseling. Sporadisch komt het voor dat er meerjarig graszaad (voor zaadwinning) geteeld wordt of een enkel gewas graan op graanteelt. Naast de genoemde voordelen zitten er ook nadelen aan vergrote biodiversiteit, zoals schadelijke onkruiden voor gewasgroei, maar ook giftige onkruiden als Jacobskruid.
Een rijk bodemleven kan ook gepaard gaan met schadelijke bodeminsecten als ritnaalden en kniptorren. Een maaibeleid waar gras blijft liggen t.b.v. insecten heeft desastreuse gevolgen voor de teelt van dichtbijgelegen uien door de invasie van trips. Het vervolgens bestrijden van schadelijke onkruiden en insecten op de akkers geeft een onnodig hoge milieudruk voor de akkerbouw. In algemene zin wordt een meer circulaire landbouw gehinderd door consumentengedrag, dat in overgrote meerderheid kiest voor zowel jaarrond beschikbaarheid van alle mogelijke voeding (los van de seizoenen) én tevens de laagste prijs. Hierdoor is het overgrote deel van het humane voedingspakket uit import afkomstig tegenstrijdig met de beoogde circulariteit. Namens de Nederlandse Akkerbouw Vakbond,
Gerlof Bergmans, Regiovoorzitter NAV regio Noord
2