CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Was-wordt tabel

Gemeenteraad Waadhoeke 27 november 2025, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Aanpassing van de Algemene Subsidieverordening3.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel bij Algemene subsidieverordening gemeente Waadhoeke 2026 Bestaande tekst

Nieuwe tekst [Overal in de tekst wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’]

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen [De begrippen worden in alfabetische volgorde geplaatst]

-

algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

[Begrip vervalt  begrip komt in verordening verder niet voor]

-

de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352), verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

-

-

Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van

-

-

college: het college van burgemeester en wethouders;

de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op deminimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2); [Omschrijving overgenomen uit VNG-model] Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van

staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;

-

subsidieaanvrager: een rechtspersoon, die de subsidie heeft aangevraagd;

Artikel 2 Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen:

staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); [Omschrijving overgenomen uit VNG-model] -

(subsidie)aanvrager: een rechtspersoon, die subsidie aanvraagt; wet: de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen: [Indeling in lid (1) verwijderd]

a. b. c. d. e. f. g. Sociaal domein; h. Volksgezondheid en milieu; i. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing;

[De beleidsterreinen niet meer met hoofdletters] a. b. c. d. e. f. g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening; h. volksgezondheid; i. milieu; j. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. [Omschrijving overgenomen uit VNG-model]

Artikel 3 Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders kunnen bij beleidsregels (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 3 Subsidieregelingen Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 4 Europees steunkader

Artikel 4 Staatssteunregels [Omschrijving titel overgenomen uit VNG-model; tekst van het artikel wijzigt niet]

Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als: a. het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd, en; b. 3. 4.

Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. 2. Het college kan een subsidieplafond verlagen als: a. het subsidieplafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd, en; b. 3. 4.

Artikel 6 Aanvraag 1. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. b. c. d. als de aanvrager een onderneming is:

Artikel 6 Aanvraag 1. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. b. c. d. als de aanvrager een onderneming is:

[Omschrijving overgenomen uit VNG-model; een subsidieregeling is geen beleidsregel, maar een nadere regel]

1°. 2°. een verklaring als bedoeld in de minimisverordening (deminimisverklaring); e. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag. 4. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn. Artikel 9 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. b. c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

1°. 2°. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot deminimissteun (de-minimisverklaring); [Omschrijving overgenomen uit VNG-model] e. als het een subsidie betreft die per boekjaar wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3. Een aanvrager die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. [Omschrijving overgenomen uit VNG-model]

Artikel 9 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigert het college de subsidie in ieder geval: a. b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

2. 3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. b. c. [Vervalt. In artikel 6 van de Wet Bibob is bepaald dat een subsidie kan worden geweigerd of ingetrokken in de gevallen en onder de voorwaarden van artikel 3 van de Wet Bibob. In de ASV hoeft er daardoor geen bepaling over te worden opgenomen]

d. e. f. g. als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet; 4. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

d. e. f. g.

. . . [Vervalt. Volgens ABRvS 05-07-2017, ECLI:NL:RVS:2017:1774 is het niet toelaatbaar het betalen van salarissen die de norm van de Wet normering topinkomens te boven gaan als weigeringsgrond te hanteren.]

4. [Vervalt. Als gevolg van het inwerkingtreden per 1 juli 2018 van de Wet terugvordering staatsteun vervalt dit artikel]

Artikel 10 Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald in beleidsregels, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 10 Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. [Omschrijving overgenomen uit VNG-model; een subsidieregeling is geen beleidsregel, maar een nadere regel]

Artikel 11 Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. 2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a. b. c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d.

Artikel 11 Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. 2. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies van € 50.000 of meer, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden

Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies vanaf € 150.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording

a. b. c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d.

uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. [‘Vanaf’ sluit aan bij artikel 15]

2. 3. 4. Voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, kan daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd zijn als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wet voordoet. Daarbij wordt de hoogte van de vergoeding door het college naar redelijkheid bepaald.

2. 3. 4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. [Omschrijving overgenomen uit VNG-model]

Artikel 12a. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie van € 50.000 of meer bedraagt een egalisatiereserve vormt. 2. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve. 3. De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd. 4. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. 5. Als de subsidie-ontvanger een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd is omdat: a. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; b. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of c. de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden, dan is de subsidie-ontvanger ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen. 6. De ontvanger van een andere subsidie als bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken

Artikel 12a. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie vanaf € 150.000 een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt.

Leden 2 t/m 5 vervallen. Overgenomen uit VNGmodel]

2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen

een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing.

vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13 Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot € 5.000 1. Subsidies tot € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 12 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Als bij verleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen vindt de vaststelling plaats binnen 12 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

Artikel 13 Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot € 50.000 1. Subsidies tot € 50.000 kunnen door het college worden verleend en direct vastgesteld, tenzij toepassing wordt gegeven aan het vierde lid.

2. Het college kan binnen vijf jaren na afronding van de activiteiten een controle uitvoeren. De aanvrager is verplicht de bewijzen van de gesubsidieerde activiteiten voor minimaal die periode te bewaren.

3. Het college kan op grond van artikel 4:49 van de wet de subsidie intrekken of wijzigen.

3. In geval van verlening van een subsidie tot € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

4. Voor zover de subsidie niet volgens het eerste lid direct wordt vastgesteld, is de subsidieaanvrager verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 12 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 5. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht. 6. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd die voor de vaststelling van belang zijn. 7. In geval van verlening van een subsidie tot € 50.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

Artikel 14 Eindverantwoording subsidies vanaf € 5.000 tot € 50.000 1. Bij subsidies vanaf € 5.000 tot € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

Artikel 14 Eindverantwoording subsidies vanaf € 50.000 tot € 150.000 1. Bij subsidies vanaf € 50.000 tot € 150.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

a. uiterlijk vóór 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar, of; b. uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk vóór 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 12 weken na afloop van het betrokken boekjaar; c. in andere gevallen uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

2. 3. Het college kan bij beschikking bepalen of de subsidieontvanger een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijke accountant, dient in te leveren. 4. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

2. [Lid 3 vervalt. Overgenomen uit VNG-model]

Artikel 15 Eindverantwoording subsidies vanaf € 50.000 1. Bij subsidies vanaf € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. b. c. 2. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 15 Eindverantwoording subsidies vanaf € 150.000 1. Bij subsidies vanaf € 150.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. b. c. 2. 3. Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen of andere of minder gegevens verlangen.

Artikel 16 Subsidievaststelling subsidies vanaf € 5.000 1. Het college stelt een subsidie vanaf € 5.000 die is verstrekt op basis van een boekjaar en de eenmalige subsidie vast binnen 12 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Het college stelt de meerjarige subsidie vanaf € 5.000 vast vóór 1 oktober. 3. 4. 5. Artikel 19 Slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening gemeente het Bildt 2012, de Subsidieverordening Franekeradeel 2011, de Algemene subsidieverordening

Artikel 16 Subsidievaststelling subsidies vanaf € 50.000 1. Het college stelt een subsidie vanaf € 50.000 die is verstrekt op basis van een boekjaar en de eenmalige subsidie vast binnen 12 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Het college stelt de meerjarige subsidie vanaf € 50.000 vast vóór 1 oktober. 3. 4. 5.

3. Het college kan bij subsidieregeling bepalen dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

Deze bepaling vervalt.

gemeente Littenseradiel 2012 en de Subsidieverordening gemeente Menameradiel worden ingetrokken. Artikel 20 Overgangsbepaling Op een aanvraag om subsidie die is ingediend voor 1 januari 2018 is de voor dat tijdstip geldende verordening van toepassing.

Artikel 19 Overgangsbepaling Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Waadhoeke 2018 van toepassing. Dat geldt ook voor subsidies die zijn verleend op grond van de Algemene subsidieverordening Waadhoeke 2018 en die nog moeten worden vastgesteld.

Artikel 21 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 2 januari 2018 en werkt terug tot 1 januari 2018. 2. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente het Bildt 2012, de Subsidieverordening Franekeradeel 2011, de Algemene subsidieverordening gemeente Littenseradiel 2012 dan wel de Subsidieverordening gemeente Menameradiel van toepassing. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Waadhoeke 2018.

Artikel 20 Slotbepalingen 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. [Het bepaalde in het oude lid 2 staat nu in artikel 19]

2. Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Waadhoeke 2026. 3. De Algemene subsidieverordening Waadhoeke 2018 wordt ingetrokken. 4. De nadere regelingen (subsidieregelingen) die op basis van artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Waadhoeke 2018 zijn vastgesteld, worden na inwerkingtreding van deze verordening geacht te zijn vastgesteld op basis van artikel 3 van deze verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=ab7afd2c-50e5-4035-9ecd-fa66282f9df1