CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Ontwikkelingsvisie Groot Terhorne

Gemeenteraad Waadhoeke 18 april 2024, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Herinrichting Stateterrein Groot ter Horne6.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stateterrein

GROOT TERHORNE

Herinrichting fase 1 Kûm

Een landgoed dat terugkijkt naar het verleden en ons biedt wat wij in de toekomst nodig hebben

Stateterrein

GROOT TERHORNE

Herinrichting fase 1 Kûm

Pleatslik Belang Bitgummole

Doarpsbelang Bitgum

Landschapsbeheer Friesland Commissieweg 15 9244 GB Beetsterzwaag 0512-383800 / info@lanschapsbeheerfriesland.nl Luchtfoto anno 2020 met de projectie van het schetsontwerp door L.P. Roodbaard voor de tuinaanleg van Groot Terhorne rond 1827

Contactpersoon: Jan Piet de Boer (senior projectleider) 06-51278957 / j.p.deboer@ landschapsbeheerfriesland.nl

Voorwoord Het gebied tussen Bitgum en Bitgummole is nu al een aantrekkelijk gebied om te wandelen en te sporten. Veel bewoners weten van de historie van het gebied en zijn enthousiast over de herinrichting van het terrein. De werkgroep ‘Stateterrein Groot Terhorne’ was snel gevormd en de facebookpagina die speciaal gemaakt is voor het project heeft in korte tijd al een paar honderd ‘vrienden’. Voor de digitale presentatie waren de direct betrokkenen, ruim 50 personen uitgenodigd en die waren allemaal aanwezig. Kortom, het project leeft volop in de beide dorpen! Het toekomstige terrein voorziet duidelijk in een behoefte. Het past bij deze tijd om aandacht te geven aan natuur/biodiversiteit, een gezonde leefstijl (voedsel, bewegen) en ontspanning. Dat is ook de reden dat de eigenaar van het terrein, de Van Aismastichting heeft besloten om een andere koers te gaan varen. Niet alle pachtopbrengsten worden langer ter beschikking gesteld aan het verenigingsleven van beide dorpen, maar de transformatie van een deel van de grond die de stichting in eigendom heeft moet in de toekomst zorgen voor de maatschappelijke meerwaarde. En het gebied heeft die potentie! Het gebied zorgt nu al voor binding, maar in de toekomst nog veel meer. Zoals de sportterreinen de dorpen Bitgum en Bitgummole al jaren met elkaar verbinden, zorgt het toekomstige landgoed daar ook voor.

Alleen al de zorg voor het terrein met jong en oud uit de dorpen en het inschakelen van kwetsbare doelgroepen biedt grote meerwaarde en is een goede invulling van de maatschappelijke functie van het terrein. Aan de plannen hiervoor is de afgelopen maanden keihard gewerkt door de werkgroep. Nu komt het op realisatie aan. Aan het enthousiasme zal het niet liggen!

4

Figuur 1: Werkgroep Stateterrein Groot Terhorne. Foto: Landschapsbeheer Friesland

Sybe Bloem Voorzitter Doarpsbelang Bitgum

Doeke de Jong Voorzitter Pleatslik Belang Bitgummole

Inhoudsopgave Projectgegevens

Voorwoord

3

2.

11

1.

Inleiding, aanleiding

3.

Doel van het project

4.

Samenvatting

Mienskip en gezondheid

27

5.2.5

Natuur

31

6.

De Kûm / vijver

6.3

Paden in het landschap

6.2

15

4.3

Stinzen in Friesland

16

7.

16

21

4.5

4.6

De stins Groot Terhorne

Van stins naar state

De tuinaanleg van Groot Terhorne

Concept en visie 5.1

Concept:

5.2

Visie op de korte termijn

5.3

De Groot Terhorne-legpuzzel 5.2.1 5.2.2

15

16

17

21

21

Het groen-blauwe raamwerk 21 Beleving

23

lange termijn

25

Visie op de middellange en 5.3.2

Voedsel

25

Cultuur

6.1

Beetgum aan zee

Bedijking van de Middelzee

5.3.4

Het ontwerp

4.1

4.4

6

13

5.3.3

De historie van stateterrein Groot Terhorne 15 4.2

5.

9

6.4

Laan

Zichtlijnen

Governance en beheer 7.1

Organisatiestructuur en beheer 7.1.1

Bestuur of aparte

7.1.2

Beheer als maatschappelijke

7.2

29 33

33

33

35

35

37

37

beheerstichting?

37

functie

37

Toekomst en educatie

39

1. Inleiding, aanleiding

“Een der schoonste buitengoederen” heeft gelegen tussen de dorpen Bitgum en Bitgummole. Op oude kaarten is te zien hoe geweldig dit landgoed moet zijn geweest. En ook nog eens met een indrukwekkende historie van bewoning door adellijke families met veel aanzien en hoge functies. Toch heeft het landgoed niet mogen voortbestaan en zijn slechts enkele restanten en contouren van het landgoed in het landschap overgebleven. Voor de kenner en fijnproever zijn het waardevolle restantjes die tot de verbeelding spreken, maar een willekeurige passant zal niet opmerken hoe bijzonder deze plek eigenlijk is. De met groen omzoomde sportvelden kunnen nog enigszins het beeld oproepen van een landgoed, maar de sporen van de vroegere tuinaanleg zijn in de akkers aan de zuidzijde van het sportveldencomplex veel subtieler, zoals een gebogen slootje en de restanten van een vroegere vijver.

8

Figuur 2: Contouren van de laan in het landschap

Vanaf het voorjaar van 2019 zijn op initiatief van de gemeente Waadhoeke gesprekken gevoerd met diverse partijen over de teloorgang van de zogenaamde Klaaiwâlden, een gebied, gelegen tussen Marssum en Wier dat in de afgelopen decennia zijn kleinschalige karakter heeft verloren. In eerste instantie werden de zorgen geuit door de Stichting Ringsom Groot-Terhorne. Op een gegeven

moment wist de Stichting zelfs landelijk de aandacht te vestigen op het probleem door een reportage op de landelijke Publieke Omroep. De partijen die door de gemeente werden uitgenodigd waren o.a. boeren in de omgeving, dorpsbelangenbestuurders, maar ook Landschapsbeheer Friesland. Hier ontstond het eerste contact tussen de voorzitter van Dorpsbelang Beetgumermolen en de projectleider ‘cultuurhistorie/erfgoed’ van Landschapsbeheer Friesland. Het gesprek kwam op het vroegere landgoed Groot-Terhorne en de kansen die er wellicht waren om dit voormalige stateterrein weer duidelijker op de kaart te zetten. De eigenaar van de grond ten zuiden van de sportvelden, de Van Aismastichting, had net besloten om de langjarige geliberaliseerde pacht aan een akkerbouwer om te zetten in een jaarlijkse pacht. De oude pachter was namelijk al op leeftijd en had geen belang meer bij het pachten van de grond. Dat gaf de Van Aismastichting meer vrijheid waardoor het bestuur van de Stichting zich is gaan herbezinnen op de toekomst van de grond. Er werden vervolgafspraken gepland tussen Dorpsbelang Bitgum en Landschapsbeheer Friesland. Dit leidde tot de gedachte om een eerste projectje op te zetten met als doel om een Masterplan te maken voor het gebied. Het

projectplan is ingediend voor financiering bij de gemeente en bij de Provincie (Iepen Mienskipsfûns). Begin 2020 was er groen licht van de financiers en zo kon in een lastige Coronaperiode het project beginnen. Er werd een werkgroep samengesteld, bestaande uit 8 bewoners uit Bitgum en Bitgummole. In de zomerperiode van 2020, toen de Coronamaatregelen iets versoepeld werden, kwam het project goed op gang. Ter inspiratie heeft de werkgroep diverse parken bezocht, waarvan de vroegere tuinarchitect Roodbaard de ontwerper was. Ook Groot-Terhorne is in de 19e eeuw door Roodbaard ontworpen. Ontwerpen van zijn hand in Engelse Landschapsstijl zijn indrukwekkend te noemen en gelukkig zijn er nog gave voorbeelden te vinden van parken die door hem zijn ontworpen, zoals de Prinsentuin in Leeuwarden en Oranjestein in Oranjewoud. De werkgroep heeft op 5 februari 2021 het eerste conceptplan kunnen presenteren aan de stakeholders. Het plan werd door de ruim 50 digitale aanwezigen goed ontvangen en het conceptplan is vervolgens uitgewerkt tot een definitief ontwerp en tot slot tot een uitvoeringsontwerp. In dit projectplan komen achtereenvolgens de historie, de visie, het ontwerp en de toelichting op het ontwerp aan de orde.

9

2. Samenvatting In 2019 is contact ontstaan tussen Landschapsbeheer Friesland en de dorpsbelangen van Bitgum en Bitgummole. Aanleiding was de slijtage van het vanouds lommerrijke landschap tussen Wier en Marssum. Middelpunt van dit gebied is het voormalige stateterrein Groot-Terhorne. De dorpsbelangen zagen kans om het eens zo prachtige stateterrein zijn allure weer terug te geven. Er werd besloten om een project op te zetten met als titel ‘Masterplan Groot-Terhorne’. Doel van het project is om het historisch zeer waardevolle voormalige stateterrein Groot Terhorne weer de allure te geven die het eeuwenlang heeft gehad. Het terrein wordt de groene verbinder tussen de dorpen Bitgum en Bitgummole.

10

Figuur 3: Masterplan maart 2021

In de 15e eeuw is er voor het eerst sprake van een bouwwerk op het huidige terrein van GrootTerhorne, grenzend aan het pas ingedijkte gebied Het Bildt. De toenmalige stins is later verbouwd tot state en deze state is in de eeuwen daarna bewoond geweest door diverse adellijke families met veel invloed in de Provincie Fryslân en zelfs ver daarbuiten. Dit heeft zich o.a. geuit in een steeds grotere tuin die zich aanpaste aan de heersende tuinstijl. In de 19e eeuw was het de

bekende landschapsarchitect Roodbaard die de tuin in 1879 transformeerde tot een park in Engelse landschapsstijl. Aan het diezelfde eeuw is de state afgebroken en de tuin is langzaam verdwenen. Alleen de contouren zijn nog zichtbaar. De werkgroep heeft bedacht om met het neerzetten van groenblauw raamwerk, geïnspireerd op de landschappelijke aanleg, ruimte te bieden aan een duurzame en maatschappelijke transitie van het terrein. Op korte termijn wordt er met het neerzetten van het groenblauwe raamwerk vooral ingezet op het belevingsaspect. Op de langeen middellange termijn vindt een geleidelijke invulling plaats van de percelen, welke binnen dit raamwerk liggen. Er wordt daarbij gedacht aan een dorpstuinderij, maar ook aan ruimte voor natuur en cultuur. In alle gevallen zal het stateterrein een maatschappelijke meerwaarde moeten krijgen voor de dorpsbewoners. Het betrekken van kwetsbare doelgroepen bij het beheer van dit raamwerk zal daarvan een eerste resultaat zijn. Dit project behelst dus de uitvoering van het groenblauwe raamwerk van het voormalige stateterrein Groot Terhorne tussen Bitgum en Bitgummole.

Figuur 4: Groot Terhorne omstreeks 1736 (Nicolaas Ypeij)

11

3. Doel van het project Doel van het project is om het historisch zeer waardevolle voormalige stateterrein Groot Terhorne weer de allure te geven die het eeuwenlang heeft gehad. Het terrein wordt de groene verbinder tussen de dorpen Bitgum en Bitgummole waardoor het cultuurhistorisch erfgoed tastbaar is en het bewustzijn van je eigen leefomgeving wordt vergroot. Middels het creëren van een statig groenblauw raamwerk, geïnspireerd op de 19e-eeuwse tuinaanleg, wordt de basis gelegd voor een verdere duurzame ontwikkeling van het terrein met daarin plaats voor ontmoeting, duurzame voeding en natuur. Nu is dit terrein, ten zuiden van de sportterreinen, nog in regulier agrarisch gebruik, maar dit gebruik wordt in stappen omgevormd. De

eigenaar, de Van Aismastichting, wil het terrein een duurzame, maatschappelijke meerwaarde geven voor de beide dorpen. Hierdoor draagt het bij aan een prettige en gezonde leefomgeving. Deze ontwikkeling vraagt tijd en daarom wordt gekozen voor een gefaseerde aanpak, waarbij het fysieke ruimtelijke kader alvast wordt neergezet, zodat een mooie en inspirerende omgeving ontstaat die als decor dient van deze ontwikkelingen. De bomen hebben de tijd nodig om te groeien en tot volle wasdom te komen. Dat kunnen ze alleen als ze nu al geplant worden. Datzelfde geldt voor de vele duurzame ideeën voor het terrein. Ook die hebben de tijd nodig om te rijpen in de geesten van de dorpsbewoners.

Een landgoed dat terugkijkt naar het verleden en ons biedt wat wij in de toekomst nodig hebben 12

Figuur 5: Landschapsarchitecte Ilse van Zuilen, Sybe Bloem, Doeke de Jong en Peter Groothoff bij de originele Roodbaard-vijver die nog steeds op het stateterrein ligt. Foto: Niels Westra

13

4. De historie van stateterrein Groot Terhorne 4.1 Beetgum aan zee Het klinkt niet eens zo raar, ‘Beetgum aan zee’. Tot in de middeleeuwen was dit ook de werkelijkheid. De provincie Fryslân zoals we de nu kennen werd in tweeën gedeeld door de Middelzee. Van oorsprong was de Middelzee een zeer forse getijdengeul die zich in de loop van eeuwen steeds dieper en verder landinwaarts wist uit te breiden. Het noordelijke deel van Friesland bestond eigenlijk uit twee grote landstreken aan weerszijden van de Middelzee: Oostergo en Westergo. Beetgum lag in Westergo. Westergo kent een zeer lange geschiedenis. Het gewest is ontstaan vanuit een dynamisch waddenlandschap. Door het repeterende proces van eb en vloed ontstonden in het steeds verder opslibbende waddenlandschap gebieden die alleen nog bij hoogwater overstroomden. We noemen dit kwelders. De hoogste delen van de kwelder overstroomden sporadisch, waarbij vaak grovere zanden werden afgezet. Op deze plekken ontstonden kwelderwallen. In Westergo ligt een hele reeks van langwerpige kwelderwallen. Ook langs de oevers van de Middelzee ontstonden aaneengesloten, langgerekte kwelderwallen. Op

14

Figuur 6: Het Bildt omstreeks 1570 (Jan Jansz – Tresoar kaart nr. 002393)

bodemkaarten staan deze kwelderwallen duidelijk aangegeven. De toenmalige bewoners hebben de kwelderwallen gebruikt om er terpen op te werpen. Zo ook de kwelderwal langs de westzijde van de Middelzee met de terpen van Wier, Berlikum, Bitgum, Engelum en Marssum. 4.2 Bedijking van de Middelzee Gedurende de 12e eeuw kwam rond Westergo een sluitende omringdijk tot stand. Ook langs de Middelzee werd een doorgaand dijktracé opgeworpen. Het dijkdeel tussen Berlikum en Marssum – de Bitgumerdyk – ‘It Bosk’ zoals ter hoogte van Beetgum, maakte er onderdeel van uit. Het gevolg van de bedijkingen en de aanpassingen in de waterstaat was dat de toevoer van het zeewater naar de Middelzee verminderde. Na een periode van uitbreiding begon de Middelzee, en ook de Marneslenk in het westelijke deel van Westergo, tussen 1200 – 1300 steeds verder dicht te slibben. De zeeboezem werd stukje bij beetje ingepolderd waardoor er veel nieuw vruchtbaar land ontstond. Het sluitstuk van de inpoldering vormde de aanleg van de Langestraat - Skrédyk tussen Beetgum en Britsum rond 1200.

Figuur 7: Groot Terhorne omstreeks 1877 (Marin Albert – Fries Museum, Online beeldbank)

Figuur 8: naar Vos 2013 met als ondergrond topografische kaart (opentopo).

15

Met de aanleg van de dijk veranderde het landschap ingrijpend. Met de aanleg van de zeedijk maakte de kustlijn ter hoogte van Beetgumermolen een zeer scherpe hoek. Zo’n uitspringende bocht of hoek werd in de middeleeuwen benoemd als een ‘horn/horne’. In de nabijheid van deze horne werd een groot stenen huis/ stins gebouwd. Dat brengt ons bij het stinsterrein van Groot Terhorne. 4.3 Stinzen in Friesland Tot ver in de middeleeuwen ontbrak het in Friesland aan een centraal georganiseerd effectief gezag. Het was een regio zonder graven of hertogen en ook de elite van hoge adel ontbrak. De macht was in handen van lokale grootgrondbezitters: de hoofdelingen. In hun zoektocht naar machtsuitbreiding traden er diverse conflicten en twisten op tussen vooraanstaande hoofdelingen. Geschillen die niet met praten werden opgelost, maar met geweld. De naam hoofdeling is dan ook afgeleid naar hun leidende militaire rol in vetes. Zij bestreden elkaar geregeld en in wisselende allianties waarbij eerconflicten tussen vooraanstaande geslachten al snel uitliepen op kleine privé-oorlogjes. Al snel werden er door de hoofdelingen kleine stenen versterkingen gebouwd: de stinzen. Het zijn stenen gebouwen die vaak op een opgeworpen heuvel werden aangelegd en vaak omgracht waren. Deze

16

4.5 Van stins naar state Vanaf de 14e- en 15e-eeuw ontstond een nieuw type stins: de zaalstins. Ze kenden een rechthoekige plattegrond met onder een grote zaal vaak een overwelfde kelder. Door haardplaatsen en vensters toe te voegen bood de zaalstins meer woongerief. Vanaf de 16e eeuw nam de behoefte aan verdedigbare huizen af. Na verloop van tijd ontwikkelde de zaalstins zich meer en meer tot een huis dat invulling gaf aan het woongerief en de status van de bewoners. Op veel oude stinsterreinen verrezen aanzienlijke huizen met bijgebouwen op een royaal erf. Al snel werden dergelijke terreinen aangeduid met de naam state. Of het proces van stins naar state zich ook heeft voltrokken op het terrein van Groot Terhorne is onzeker. Dat er een fraaie state heeft gestaan blijkt uit een omschrijving uit de Tegenwoordige staat van Friesland: ‘De hoving (hof/lusthof) van deze plaats is zeer uitgebreid en fraai, ook het huis zelf zeer aanmerkelijk, als geheel uit het water opgehaald en op kelders gebouwd, die eene onderaardsche gemeenschap hebben met drie torentjes, bastions.. en buiten twijffel weleer dus tot verdediging gebouwd’. Het is deze situatie die we ook kennen van 18e-eeuwse afbeeldingen.

torenstinzen zijn vooral in de 12e- en 13e-eeuw gebouwd. De Schierstins van Veenwouden is er het enige nog resterende voorbeeld van in Friesland. In totaal zijn er zo’n 550 stins- en stateterreinen bekend in Friesland. Veel van deze voormalige stinsterreinen liggen in Westergo op de oude kwelderwallen en op de kwelderrug langs de voormalige Middelzee. 4.4 De stins Groot Terhorne Pas in de 15e eeuw wordt er voor het eerst gesproken over een bouwwerk op het latere stateterrein van Groot Terhorne. Hessel van Martena betrekt er in 1489, het jaar van zijn huwelijk, een woning. Vermoedelijk is dat een versterkt huis geweest. In de strijd tussen de Schieringers en Vetkopers wordt het huis door inwoners uit Leeuwarden (Vetkopers) en hun medestanders in 1496 bestormd. Een kroniekschrijver weet te vermelden dat het ‘steenhuys’ werd vernietigd, terwijl de aarden wal slechts beperkte schade werd toegedaan. Enige tijd later blijkt dat Hessel van Martena zijn huis opnieuw had opgebouwd en de omwalling had hersteld. De troepen kwamen wederom bij ‘Hessel Martena huys ter Hoorne’ waar zij het huis wederom in puin legden en de omwalling wisten te slechten. Gelet op de aarden wal en het ‘steenhuys’ is het aannemelijk dat er op de locatie van het huidige sportterrein ooit een stins heeft gestaan.

Figuur 9: Tuinaanleg Groot Terhorne rond 1725 (verm. Daniel Marlot – Tresoar kaart nr. 000681)

De bouwstijl is typerend voor de 16-eeuwser renaissance. Vanaf 1545 kwam het stateterrein n handen van de familie (thoe) Schwarzenberg en Hohenlandsberg. Door latere generaties uit dit geslacht zijn in de 19 eeuw aanpassingen uitgevoerd aan het uiterlijk van het gebouw. De typische stijlkenmerken van de renaissance zijn verdwenen, zodat het gebouw een minder klassieke uitstraling kreeg. 4.6 De tuinaanleg van Groot Terhorne Het stateterrein van Groot Terhorne was vooral befaamd vanwege de indrukwekkende tuinaanleg. In de Tegenwoordige staat van Friesland wordt de fraaiheid ervan al benoemd. Het is dan ook een post waar de familie niet op heeft bezuinigd. Het familiearchief geeft een prachtig inkijkje in de diverse tuinontwerpen en de uitvoering ervan. Tot in de 17e eeuw kende het stateterrein nog de typische omgrachting. Buiten de omgrachting blijken een aantal percelen met bos te zijn beplant. Van een echte planmatige tuinaanleg blijkt sprake aan het begin van de 18e eeuw. Een prachtige kaart uit 1729 toont een tuinaanleg in Franse stijl. Dat wil zeggen een zeer formele stijl geïnspireerd op de Italiaanse renaissancetuinen met veel strakke lijnen en geometrische patronen.

Figuur 10: Schetsontwerp tuinaanleg Groot Terhorne rond 1827 (L.P. Roodbaard - Tresoar kaart nr. 000662)

17

Enkele jaren later is er opnieuw een kaart van de tuinaanleg gerealiseerd. Op deze kaart heeft Ypeij de tuin vastgelegd zoals deze ook daadwerkelijk was gerealiseerd.

hertenkamp, vijver, appelhof, boomkwekerij, hoge brug, orangerie, moestuin, lange vijver, broeibakken en druivenkas, draaibrug en diverse lanen van onder andere linde- en kastanjebomen.

Aan het begin van de 19e eeuw kwam de Engelse landschapsstijl meer en meer in de mode bij tuinontwerpen. Zo ook op Groot Terhorne. Uit 1820 is een plankaart bekend van Hendrik van Zutphen. Binnen de contouren van de formele tuinaanleg heeft hij nieuwe vloeiende en speelse lijnen geïntroduceerd.

Kortom, Groot Terhorne kende een weelderige tuinaanleg met een zeer karakteristiek ogende state. Het was vermaard vanwege de prachtige lusthof en in latere eeuwen vanwege de landschapsaanleg met een beroemde bloementuin.

Het past geheel in de traditie van de landschapsstijl waar slingerpaden, hoogteverschillen, speelse vijvervormen, solitaire bomen en bosschages langs de kronkelede paden belangrijke elementen zijn. Kort daarna, rond 1824, heeft Pieter Roodbaard twee schetsontwerpen voor Groot Terhorne gemaakt. Roodbaard was een van Nederlands bekendste tuinarchitecten voor wat betreft de Engelse landschapsstijl. Een latere kaart van de tuinaanleg (1866) toont aan dat elementen uit zowel het plan van Van Zupthen en het ontwerp van Roodbaard zijn gerealiseerd. Noemenswaardige elementen zijn de bloemenkas,

18

Figuur 11: Ingekleurde opmetingskaart uit 1866 geprojecteerd op luchtfoto

Figuur 12: Hertenkamp met schuilhut en een deel van de vijver. Foto omstreeks 1869 kaart nr. 672 Tresoar

Figuur 13: Vijver met brug waarachter uizicht naar de verte. Foto omstreeks 1869. Schw., inv. nr. 750 (kwintanties uit 1868-1869)

19

5. Concept en visie Het maken van een masterplan voor het Groot Terhorne-terrein schept een grote verantwoordelijkheid. Het terrein kent immers een rijke historie. De werkgroep heeft daarom bedacht om de invulling van het terrein stapsgewijs aan te pakken en het langzaam te laten ‘groeien’. De wijze waarop het terrein geleidelijk ingevuld wordt is dan niet te afhankelijk van de behoefte en ‘mode’ van dit moment, maar kan door de jaren heen langzaam ingevuld worden. Wat wel nodig is, is een duidelijk raamwerk of structurerend casco waarin deze ontwikkelingen ruimtelijk een plek kunnen krijgen. Dit uitvoeringsproject richt zich met name op het stevig neerzetten van dit raamwerk. 5.1 Concept: De Groot Terhorne-legpuzzel Met het neerzetten van een duidelijk ruimtelijk, groenblauw raamwerk kan verdere invulling van delen van het terrein geleidelijk plaatsvinden. Omdat dit raamwerk voor een groot deel uit bomen zal bestaan die tijd nodig hebben om te groeien, is het zaak om op korte termijn dit groenblauwe raamwerk al vorm te geven. De landgoederen die wij nu kennen en die wij nu zo waarderen, vanwege de ouderdom van de bomen, zijn ook ooit aangelegd met structurerende elementen als lanen,

20

Figuur 14: Impressie van het terrein rondom De Kûm na uitvoering.

solitaire bomen, vijvers, hoogteverschillen etc. Dat is ook wat de werkgroep Groot Terhorne voor ogen heeft en middels dit project wil realiseren. Wat de bestemming moet worden van de akkerpercelen, de zogenaamde ‘puzzelstukken’ binnen dit raamwerk, is nog onbekend, maar de Van Aismastichting wil dat het gehele terrein steeds meer ruimte biedt aan de mienskip van beide dorpen. Duurzame voedselproductie, beleving van cultuur(-historie) en natuur kunnen belangrijke toekomstige functies worden van het voormalige stateterrein. (zie paragraaf 4.3). 5.2 Visie op de korte termijn De komende jaren wordt er dus ingezet op het vormgeven van een groenblauw raamwerk, maar ook op toegankelijkheid en beleving van het gehele stateterrein. Op enkele elementen na is het stateterrein niet meer herkenbaar. Het is mooi dat veel bomen rond de sportvelden inmiddels tientallen jaren de tijd hebben gehad om te groeien, zodat aan de noordzijde het beschutte karakter, dat passend is bij een stateterrein, inmiddels weer aanwezig is. Langs het schelpenpad/Feartswal worden in dit

Figuur 15: Concept puzzel

21

project weer bomen aangeplant en aan de zuidzijde bij de Menamerdyk wordt een laanbeplanting aangebracht met vier (!) rijen walnoten, die in de toekomst een imposant beeld gaan vormen. De voormalige vijver (De ‘Kûm’) is inmiddels opgeschoond en zal in de plannen grotendeels de oorspronkelijke vorm terugkrijgen. Met de vrijkomende grond worden aan weerszijden aarden wallen opgeworpen, geheel in Roodbaardstijl. Kortom, het groenblauwe raamwerk krijgt weer vorm. 5.2.2 Beleving Het terrein zal de komende jaren langzaam vorm krijgen. Het sportterrein aan de noordzijde heeft al een belangrijke sociale functie voor de beide dorpen. Er wordt o.a. gekaatst en gevoetbald en de sportkantine biedt onderdak aan de welbekende ‘derde helft’ en tal van andere ‘mienskips’activiteiten, waaronder vergaderingen van de vele verenigingen die de dorpen rijk zijn, maar ook aan gezellige spelletjesavonden. Aan de westzijde van het terrein, tussen de Menamerdyk en It Bosk/Alddyk bevindt zich de Feartswâl, een schelpenpad langs de Engelumer Feart waar veel gebruik van wordt gemaakt voor

22

Figuur 16: Imposante laan tussen sportcomplex gezien vanuit It Bosk

een ommetje. De mensen kunnen daar nu al heerlijk genieten van het landschap en het buitenzijn. De plannen voor het Stateterrein Groot Terhorne, ten zuiden van de sportvelden zijn niet drastisch anders. Hier heeft de Werkgroep plannen voor een verdere invulling die voorziet in behoeften van de mienskip. Het ommetje kan hier verder uitgebreid worden met wandelpaden die doen denken aan de zwierige wandelpaden uit de ‘Roodbaardperiode’. Bochtjes, hoogteverschillen, verrassende uitzichtpunten, mooie bomen en bruggetjes doen de wandelaars volop genieten van de omgeving. Het is een duidelijke verwijzing naar de historie en men kan zich een voorstelling maken van hoe de vroegere bewoners hier ook mochten rondwandelen. Toen was het een privilege voor de welgestelden, maar nu mag iedereen er genieten!

Figuur 17: Zicht op akker vanaf sportcomplex

Figuur 18: Bestaand voetbalveld van VV Beetgum

23

5.3.2 Voedsel De ca. 7 ha. aan akkerpercelen die hier jaarlijks door de Van Aismastichting worden verpacht, worden nu door de pachters gebruikt voor met name aardappelteelt. De bodem is vruchtbaar en voor dit doel heel geschikt. De opbrengst van de pacht is jarenlang door de Van Aismastichting verdeeld onder verenigingen en goede doelen uit Bitgum en Bitgummole. Zo heeft de Van Aismastichting jarenlang een belangrijke maatschappelijke functie vervuld. Echter, in de visie van het huidige bestuur van de stichting zou dit model in de toekomst kunnen veranderen. Niet zozeer de opbrengst van de pacht en de verdeling van de gelden onder verenigingen moet het hoofddoel zijn, maar het Stateterrein Groot Terhorne kan zelf ook een belangrijke functie voor het dorp vervullen. Nu wordt de grond gebruikt voor reguliere akkerbouw die gebruik maakt van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen die niet allemaal even goed zijn voor het milieu. De aardappeloogst ‘verdwijnt’ in de handel. Het zou natuurlijk veel mooier zijn als op de percelen van de Van Aismastichting op een duurzame wijze gewassen verbouwd worden die ook nog eens ten goede komen aan de eigen

24

Figuur 19: https://rotterdam.herenboeren.nl/

bewoners. Geen tussenhandel en een goed inkomen voor de degene die het werk ervan heeft/ hebben. Een echte korte keten dus. En wie weet hebben de bewoners van Bitgum en Bitgummole wel een goede prijs over voor deze gezonde, onbespoten landbouwproducten die ook nog eens in de eigen dorpsomgeving verbouwd zijn. Op deze wijze kan de Van Aismastichting richting geven aan een duurzaam voedselmodel en daarmee een andere maatschappelijke functie vervullen. Mocht de vraag uit de beide dorpen tegenvallen, dan bevindt zich enkele kilometers verderop nog een belangrijke afzetmarkt, namelijk de stad Leeuwarden. De vruchtbare omgeving van Bitgum en Bitgummole zou opnieuw de ‘Tuin van Leeuwarden’ kunnen worden. Zo lang de percelen nog niet op deze wijze gebruikt worden, bijvoorbeeld omdat zich nog geen schikte boer/tuinder heeft aangediend, worden de komende jaren de percelen nog ieder jaar verpacht onder de bestaande voorwaarden. Volgens het legpuzzelconcept kan er vervolgens per perceel besloten worden of er weer een puzzelstuk aan de duurzame legpuzzel kan worden toegevoegd. Inspirerend bij de verdere voedselideeën is het zogenaamde ‘Herenboerenconcept’.

CONCEPT ‘HERENBOEREN’ Een Herenboerderij is een kleinschalig gemengd boerenbedrijf waarvan de klanten ook de eigenaren zijn. Een professionele boer(in) werkt op de boerderij tegen een vast salaris. Samen genieten ze van de oogst, samen delen ze de bedrijfsrisico’s. Leden-Herenboeren eten van hun eigen boerderij; tientallen soorten groenten, fruit, aardappelen en eieren. En voor wie wil is er ook vlees van eigen runderen, varkens en kippen. Herenboeren eten met de seizoenen mee, uit de buurt en hun boer(in) werkt zo duurzaam mogelijk wat je terugziet op het land. De bodemkwaliteit gaat erop vooruit, de natuur kan zich ontwikkelen en het landschap herstelt zich. Daarnaast is een Herenboerderij ook een plaats waar mensen samenkomen, elkaar en hun boer spreken en waar nieuwe vriendschappen en mooie initiatieven ontstaan. Helpen mag maar hoeft niet. ‘Herenboeren Nederland’ ondersteunt burgers bij de ontwikkeling van natuurgedreven coöperatieve Herenboerderijen .

https://www.herenboeren.nl/de-beweging/

25

5.3.3 Mienskip en gezondheid Voedsel en voedselproductie kan een samenbindende factor zijn voor de beide dorpen, zoals in de vorige paragraaf te lezen is, maar gezondheid in brede zin eveneens. Wat dat betreft liggen de sportvelden al heel mooi binnen de vroegere begrenzing van het stateterrein Groot Terhorne. Want naast gezond voedsel is bewegen eveneens gezond, maar ook het samenzijn, het verenigingsleven, het actief deel uitmaken van de gemeenschap, de trots op de (eigen) prestaties, etc. etc. Dit draagt allemaal bij aan het algemeen welbevinden van mensen. Gezondheid staat de laatste jaren volop in de belangstelling en enkele jaren geleden is er al onderzoek gedaan naar zogenaamde ‘Blue zones’, plekken in de wereld waar mensen heel oud worden.

26

Figuur 20: Veel groenten van eigen bodem

Voorbeelden van Blue Zones zijn Sardinië (Italië), Okinawa (Japan), Nicoya (Costa Rica) en Ikaria (Griekenland). Het gaat om kleine gemeenschappen, die hecht samenleven en die leven van de landbouw, visserij en veeteelt. De bewoners van de Blue Zones zijn geen stedelingen, leven niet in dichtbevolkte gebieden en werken niet in de industrie. Ze leiden een rustig leven, midden in de natuur. De voeding in elke Blue Zone is grotendeels plantaardig. Veel groenten en fruit, granen,

peulvruchten, noten, kruiden en knollen. Aangevuld met vis, wat vlees of zuivel, daarmee heb je het Blue Zone-dieet in grote lijnen wel beschreven. Heel basic eigenlijk, maar o zo gezond. En lekker! De mensen in de Blue Zones bewegen veel. Maar ze sporten niet en heffen ook geen gewichten: ze doen aan functioneel bewegen. Tuinieren bijvoorbeeld, of lopen, of klussen of dansen. Ze zijn veel buiten en profiteren zo van de weldadige werking van de natuur én van vitamine D uit zonlicht. (Website: Gezondheidsnet.nl) Gezond oud worden, dat wil iedereen wel! En de ‘ingrediënten’ van een Blue Zone passen wel goed bij de dorpen Bitgum en Bitgummole. Een sterke gemeenschapszin, veel bewegen en de mogelijkheid om gezond eten te verbouwen (zie vorige paragraaf). De uitdaging is natuurlijk hoe al deze zaken gecombineerd kunnen worden en de bewoners hier bewust mee aan de slag te laten gaan. Welnu, daarvoor zijn er in de Provincie Fryslân de zogenaamde ‘Bloeizones’ in het leven geroepen. Met gedachten als ‘voorkomen is beter dan genezen’ en ‘de boer is de apotheker van de toekomst’ zijn een aantal dorpen al actief aan de slag gegaan. In het geval van Bakkeveen heeft de plaatselijke huisarts een voortrekkersrol gehad, omdat zij het belang inziet van preventie. Inmiddels ondersteunen de Provinsje Fryslân en het Healthy Ageing Network Noord Nederland (HANNN) de Bloeizones in Fryslân.

CONCEPT ‘BLOEIZONE FRYSLÂN’ Een ‘Bloeizone’ is een gebied met meer groen, meer betrokkenheid bij elkaar, waar je lekker kunt bewegen en ontspannen. Waar je makkelijk ergens kunt komen, op de fiets of gebracht door een goede buur. Hier vind je informatie over verschillende initiatieven en gemeenschappen die zich inzetten voor een bloeizone omgeving in eigen dorp of wijk. Samen maken we Bloeizone Fryslân. Vanuit de gemeenschappelijke doelstelling om de inwoners van Friesland vitaler te maken ondersteunt De Friesland de Bloeizone door haar platform Doejemee beschikbaar te stellen. Healthy Ageing Netwerk Noord Nederland (HANNN) heeft de opdracht gekregen om in Fryslân samen met vele anderen het aantal Bloeizones te laten groeien. Deze ‘Bloeizones’ moeten passen bij de eigen identiteit van de provincie. De ontwikkelingen gebeuren in nauwe samenwerking met inwonersinitiatieven, kennisinstellingen, het bedrijfsleven en de overheid.

https://www.doejemee.nl/bloeizone

27

5.3.4 Cultuur De rijke historie van het terrein is zeer inspirerend, maar zal op dit moment niet iedereen in de dorpen nog erg aanspreken. Er is immers weinig van deze historie terug te zien. De meesten weten wel dat er vroeger iets geweest is, maar wat precies en hoe dat precies uit heeft gezien weten maar weinigen. Maar de historie in zijn geheel terughalen, oftewel een gehele reconstructie behoort natuurlijk niet tot de mogelijkheden. Toch is het interessant om te zien welke mogelijkheden deze tijd biedt om de historie meer zichtbaar te maken. Zo biedt bijvoorbeeld ‘augmented reality’ de mogelijkheid om met digitale middelen, zoals de smartphone of de ipad de historie weer tot leven te wekken. ‘Augmented reality’ voegt elementen toe aan de realiteit. Zo kan bijvoorbeeld de state in 3D getekend worden en aan het beeld worden toegevoegd en hetzelfde geldt voor de oranjerie, de vroegere gracht etc. etc. Een 3D-printer kan helpen bij het reconstrueren van de beelden die bij de ingang van het terrein op de homeien hebben gestaan. De beelden maken nu nog deel uit van een expositie in Tresoar, maar na deze expositie kunnen de beelden ingescand worden en door een 3D-printer op ware grootte

28

Figuur 21: Gezicht op ‘Groot Terhorne’ met poortgebouw en ingangspoort, gezien vanaf de weg. Foto omstreeks 1869

uitgeprint worden. Vervolgens kunnen ze hun oude plek weer innemen. Natuurlijk is het ook mogelijk om delen van het vroeger stateterrein of elementen daarvan deels te reconstrueren. De vijver komt bijvoorbeeld grotendeels in de oude vorm terug, maar zo zijn er ook ideeën om de slingerpaden ten oosten van de vijver terug te brengen. Echter, dit deel is een van de ‘puzzelstukken’ en heeft nog niet een definitieve bestemming, maar stel dat hier een moestuin wordt aangelegd als onderdeel van een ‘dorpstuinderij’, dan kan gedacht worden aan een combinatie met de slingerpaden. De stukjes moestuin liggen daar dan als nier- en druppelvormige elementen tussen deze slingerpaden.

Figuur 22: Moestuin in Roodbaardstijl. Bron: Google maps

De oude gebouwen, zoals de oranjerie, bloemen- en druivenkas zijn natuurlijk prachtige bouwwerken die goed zouden kunnen aansluiten bij de toekomstige ‘duurzame-voedsel-functie’. Dergelijke bouwwerken kunnen alleen terugkeren als deze ook echt een functie krijgen. De bruggetjes die in het huidige ontwerp meegenomen zijn liggen deels op de historische locaties, maar zullen een moderne vormgeving krijgen. Wel hebben ze eenzelfde functie als de

Figuur 23: Moderne vormgeving kunstwerken

29

bruggetjes in de Engelse landschapsstijltuin, namelijk als sierelement, uitzichtpunt etc. Toekomstige pogingen om de state, op welke wijze dan ook, terug te laten keren op de oude plek, zullen al snel kitscherig zijn. Een geslaagd voorbeeld van een stalen reconstructie is te vinden op het Uniastate-terrein in Bears, maar een tweede stalen reconstructie in Fryslân is niet gewenst. Indien een artistieke reconstructie ook doelen kan dienen die aansluiten bij de duurzame mienskipsfunctie van het terrein, dan hangt het sterk af van de vormgeving of een dergelijk plan wenselijk is.

4.2.5 Natuur Het groen-blauwe raamwerk heeft vooral een landschappelijke en belevingsfunctie, maar tegelijkertijd dient het een biodiversiteitsdoel. Er worden veel bomen en struiken geplant en zo mogelijk worden er kruidenrijke mengsels toegepast of stinzenplanten geplant. De insecten profiteren hiervan en daarvan profiteren weer de insectenetende zangvogels die beschutting vinden in de struiken, waar ze ook kunnen nestelen. Bij een toekomstig beheer dat meer in evenwicht is met natuurwaarden zullen ook meer zoogdieren een plek op het terrein vinden, zoals egels en kleine marterachtigen. Kortom, de natuurlijke rijkdom zal in de loop van de tijd steeds verder toenemen.

Figuur 25: Flora en fauna

Figuur 26: Flora en fauna

30

Figuur 24: Stinzenplanten

31

6. Het ontwerp 6.1.1 De Kûm / vijver De kûm is één van de laatste elementen van de voormalige tuinen rondom Groot Terhorne. Deze vijver is altijd het middelpunt geweest van de tuinen rondom de state; in de barokke tuinen, maar ook in de landschappelijke tuinen. In dit plan zal dit wederom zo zijn. Voor dit plan is de vijver uit de tijd van de Engelse Landschapsstijl geprojecteerd op de huidige situatie. Daaruit blijkt dat de huidige omvang sterk gekrompen is. De vijver zal dus uitgegraven moeten worden. De vrijkomende grond wordt rondom de vijver gebruikt voor het aanleggen van aarden wallen aan beide zijden van de vijver. In de voormalige tuin heeft er aan de zuidzijde van de vijver een bruggetje gelegen. Men kon vanaf het bruggetje uitkijken over het water naar de state en aan de andere kant naar de laan. Deze brug keert in het ontwerp terug met een eigentijdse vormgeving: een opvallend element, maar ook een prachtig uitzichtpunt.

6.1.2 Laan De zuidelijk gelegen laan uit het 19e -eeuwse ontwerp wordt teruggebracht. Het wordt een dubbelen laan, bestaande uit in totaal 4 rijen walnotenbomen. Het toekomstige beeld is imposant, maar dient naast het fraaie beeld ook nog een duidelijk doel. De bomen zullen in de toekomst massa’s walnoten produceren. Dit sluit aan bij de duurzame voedselfunctie die het stateterrein in de toekomst steeds meer zal krijgen. Aangezien de walnoten hoge bomen zijn, kan de functie van imposante toegangslaan en boomgaard ook nog worden gecombineerd met combinatie met grazend vee onder de bomen. Door het plaatsten van een hekwerk kan de boomgaard afgesloten worden en in gebruik genomen worden door een veehouder.

Figuur 28: De Kûm in masterplan maart 2021

Figuur 29: De laan in masterplan maart 2021

32 Figuur 27: Masterplan maart 2021

33

6.1.3 Paden in het landschap Op het grondgebied van Groot Terhorne worden nieuwe paden aangelegd. Deze paden zorgen ervoor dat het gebied recreatief ontsloten wordt voor fietsers en wandelaars. Tijdens de Renaissance liep men er door lanen en over lange rechte paden, tekenen van de macht die de mens over de natuur had. In de periode van de Engelse landschapsstijl wilde men juist een heel groots ‘natuurlijk’ en parkachtig landschap maken. Door te slingeren door het landschap, over glooiende gazons en tussen bomengroepen door, kon de wandelaar allemaal natuurervaringen opdoen. Dit project betreft de aanleg van het raamwerk en niet de reconstructie van een complete tuin. Met de minimale padenstructuur die daarbij mogelijk is wordt toch gepoogd om eenzelfde effect te bereiken als in de tuin ten tijde van de Engelse landschapsstijl.

6.1.4 Zichtlijnen De huidige bomen rondom het sportterrein en het bosje langs de Menamerdyk vormen gesloten groene massa’s. Hier en daar worden in het ontwerp zichtijnen hersteld door bomen te rooien. Aan de zuidzijde, waar het landschap nu nog vrij open is, worden juist boomgroepen, lanen en bosschages toegevoegd waardoor er een interessant ‘kijkspel’ ontstaat. De belangrijkste zichtlijn die teruggebracht wordt is de zichtlijn vanaf de ingang van het sportterrein (bij de homeien) vanaf It Bosk, over het sportveld naar de kûm, het bruggetje en de toekomstige notenlaan. Deze zichtlijn is afgeleid uit oude ontwerptekeningen.

Figuur 7: Huidige situatie aan oostzijde

Figuur 31: Zichtlijnen over één as en het veld

34

Figuur 30: De paden door en naar het landschap

35

7. Governance en beheer 7.1 Organisatiestructuur en beheer De van Aismastichting is eigenaar van de gronden van het plangebied. De stichting heeft geen winstoogmerk en heeft de afgelopen decennia de pachtopbrengsten verdeeld over het verenigingsleven in beide dorpen. Kortom, de Van Aismastichting heeft lange tijd een maatschappelijke rol gehad voor beide dorpen en zal deze rol ook blijven vervullen. Echter de maatschappelijke rol gaat wel veranderen. Waren het eerst de pachtopbrengsten waarmee de stichting maatschappelijke doelen in het dorp kon steunen, in de toekomst zal het vooral het Groot Terhorne-terrein zelf zijn dat een maatschappelijke functie krijgt als de plannen uitgevoerd zijn. In de vorige hoofdstukken is dit beschreven. 7.1.1 Bestuur of aparte beheerstichting? Het huidige bestuur van de Van Aismastichting is zich aan het beraden of de rol van het bestuur ook anders moet worden. Immers het verpachten van de gronden en het verdelen van de pachtopbrengsten is een heel andere rol dan het beheren van een parkachtig gebied met een recreatieve en culturele functie. Ook het verduurzamen van de landbouwgronden middels constructies als

36

Figuur 32: Vertegenwoordigers van Pleatslik Belang Bitgummole, Doarpsbelang Bitgum en de Van Aismastichting op het stateterrein februari 2021. Samen zetten zij zich in voor realisatie, governence en beheer.

‘Herenboeren’ of het inschakelen van een pachter die een dorpstuinderij opzet, vraagt heel andere vaardigheden binnen een bestuur. De conclusie kan zijn dat het bestuur inderdaad een andere rol krijgt, wellicht de statuten aanpast en dat de huidige bestuursleden bekijken in hoeverre zij deze rol kunnen vervullen. Scholing of een aanvulling met bestuursleden met bepaalde vaardigheden zou het bestuur klaar kunnen stomen voor deze nieuwe rol. Echter, er kan ook voor een andere vorm worden gekozen, namelijk het instellen van een aparte beheerstichting. De beheerszaken kunnen dan door deze beheerstichting worden geregeld en georganiseerd. Dat betekent dat het huidige bestuur van de Van Aismastichting de beheerzaken naar de beheerstichting delegeert en daar afspraken over maakt en deze officieel vastlegt. 7.1.2 Beheer als maatschappelijke functie De pachtopbrengsten van de Van Aismastichting kunnen helpen bij het dekken van de beheerkosten. De werkgroep, De Van Aismastichting en de beide dorpsbelangbesturen vinden dat het beheer zelf ook op een maatschappelijke wijze zou moeten worden ingevuld, oftewel het onderhoud van het terrein biedt kansen voor sociaal kwetsbare mensen

Het onderhoud van het terrein biedt kansen voor sociaal kwetsbare mensen uit de samenleving 37

uit de samenleving. Enerzijds kan een deel van het onderhoud door vrijwilligers uit de beide dorpen uitgevoerd worden, waardoor het beheer tevens een sociale aangelegenheid wordt, vergelijkbaar met de beheergroep van de sportvelden. Dit biedt bijvoorbeeld ouderen uit de dorpen de gelegenheid om samen met jongere mensen te werken aan gezamenlijk doel, namelijk het mooi houden van het terrein waar beide dorpen gebruik van maken. Maar, om een landschapstuin in goede staat te houden is redelijk intensief onderhoud nodig. Het groenblauwe raamwerk is qua grootte gelukkig goed te overzien qua beheer. Er moet gemaaid en/ of begraasd worden. De jonge bomen vragen de eerste jaren om begeleidingssnoei etc. In aanvulling op het vrijwillige beheerwerk is meer nodig. Zaken hierover zullen afgestemd worden met de gemeente Waadhoeke, maar er zijn momenteel ook oriënterende gesprekken gaande met het werkvoorzieningsschap Empatec en instellingen voor dagbesteding. Ook op deze wijze kan het beheer gezien worden als een maatschappelijke functie voor het terrein.

38

Figuur 33: Samen schatgraven en op zoek naar archeologische vondsten na het uitbaggeren van de vijver. Februari 2021

7.2 Toekomst en educatie Er zal alles aan gedaan worden om de toekomstige generatie bij het terrein te betrekken, oftewel de kinderen en de jongeren van nu. De basisscholen worden actief betrokken middels lessen over de historie van het terrein, inclusief veldbezoeken. De jongeren van de middelbare schoolleeftijd worden actief betrokken bij de onderhoudswerkzaamheden, bijvoorbeeld als onderdeel van hun maatschappelijke stage. Zodra er een deel van het terrein ingevuld wordt met bijvoorbeeld een dorpstuinderij, dan zal ook de basisschool actief betrokken worden. Kinderen kunnen er hun eigen groenten oogsten, wat natuurlijk de ideale manier is om hen te leren waar hun voedsel vandaan komt.

De bouw op om je eigen voedsel te zien groeien 39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=2bde1a5d-f11e-4a44-9425-f5f79e088731