Bijlage 2: Het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan Franeker - Nij Fristho, met het ongewijzigd vast te stellen beeldkwaliteitsplan (vanaf blz. 45)
Tekst van het document
4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 72 wooneenheden. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit
36/438
betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld en dit document is opgenomen in bijlage 8.
37/438
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Het juridisch systeem
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft vijf bestemmingen, één dubbelbestemming gekregen en één gebiedsaanduiding gekregen. Deze regelingen zijn afgestemd op het geldende bestemmingsplan en vergelijkbare situaties in de gemeente. Groen, Verkeer - Verblijfsgebied en Water De openbare ruimte in het plangebied is geregeld in de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Water'. Alle bestemmingen hebben een onderlinge uitwisselbaarheid van functies met elkaar. De beoogde ontsluitingswegen, parkeerplaatsen, groen en water kunnen binnen deze bestemmingen gerealiseerd worden. De drie bestemmingen hebben gemeen dat de realisatie van gebouwen niet mogelijk is. De schoorsteen is overeenkomstig de bestaande maatvoering geregeld in de groenbestemming. De schoorsteen is voorzien van een beschermende regeling waarbij sloop alleen door middel van het onder voorwaarden verkrijgen van een omgevingsvergunning mogelijk. Wonen - 2 De beoogde grondgebonden woningen in het plangebied kunnen worden gerealiseerd binnen de bestemming 'Wonen - 2'. Deze bestemming is gericht op woningen in maximaal twee bouwlagen met een kap met een gooten bouwhoogte van respectievelijk 7 en 11 meter. In de bestemming is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen (woonhuizen) en bijbehorende bouwwerken.
De hoofdgebouwen moeten in de bouwvlakken gebouwd worden en per bouwvlak is aangegeven hoeveel dit mogen zijn. Bij de woonhuizen zijn buiten de bouwvlakken bijbehorende bouwwerken mogelijk tot ten hoogste 100 m2 en tot een maximaal oppervlak van 100% van het hoofdgebouw en 50% per erf. Hiermee wordt voorkomen dat erven te vol worden gebouwd. Er zijn ook mogelijkheden voor aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.
38/438
Wonen - Woongebouw De drie woongebouwen en het bijbehorend gebied zijn geregeld in de bestemming 'Wonen - Woongebouw'. De gebouwen kunnen worden gerealiseerd in de aangeven bouwvlakken waarbij het noordelijkste gebouw tot een hoogte van 18,5 meter gerealiseerd kan worden en de andere tot 15,5 meter. Het maximaal aantal woningen is per bouwvlak aangegeven. Ook binnen deze bestemming gelden mogelijkheden voor aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Zoals in paragraaf 4.1 en bijlage 11 is aangegeven, is voor de twee zuidelijkste aan de Burg. J. Dijkstraweg gelegen woongebouwen een voorwaardelijke verplichting opgenomen die regelt dat de woningen pas in gebruik mogen worden genomen als uit als uit geluidmetingen aan het gasontvangstation blijkt dat dat aan de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) ingevolge de Wet geluidhinder wordt voldaan dan wel met geluidsreducerende maatregelen aan het gasontvangststation aan de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) kan worden voldaan. In bijlage 11 is aangetoond dat het bestemmingsplan op dit punt uitvoerbaar is. Leiding - Gas In het plangebied bevinden zich een klein deel van de beschermingszone van de gasleiding die beschreven is in paragraaf 4.9. De leiding zelf ligt buiten het plangebied.
Hiervoor geldt het uitgangspunt dat deze beschermd wordt, zodat onderhoud en beheer niet worden belemmerd en dat deze voorziening goed kan functioneren. Om deze reden is er voor de leidingen een beschermende regeling getroffen die waarborgt dat in de strook geen gebouwen en overkappingen gebouwd mogen worden. Ook zijn bepaalde werken en werkzaamheden omgevingsvergunningsplichtig. Geluidzone - industrie Bedrijventerrein West heeft een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder zoals in paragraaf 4.1 is beschreven waarvan het plangebied in de huidige situatie deel uitmaakt van het gezoneerde industrieterrein. Voor dit bestemmingsplan wordt de mogelijkheid voor gezoneerde bedrijven vervangen door de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. Deze geluidzone ligt over het gehele plangebied. Binnen de geluidzone wordt gestreefd naar het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting, dit is ook het uitgangspunt en hieraan wordt voldaan zoals in paragraaf 4.1 is geconcludeerd. Geluidgevoelige bebouwing mag hier alleen worden opgericht als is aangetoond dat de geluidbelasting niet hoger is dan de voorkeurgrenswaarde of een verkregen hogere waarde.
39/438
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. In paragraaf 6.1 volgt een nadere toelichting. Daarnaast is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. Hier wordt in paragraaf 6.2 ingegaan.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voorbereidingsfase Voorafgaande aan de bestemmingsplanprocedure is op 20 januari 2023 een (goed bezochte) informatiebijeenkomst georganiseerd waarin de plannen aan geïnteresseerden zijn gepresenteerd. Een verslag hiervan is opgenomen in bijlage 9. Daar waar de reacties aanleiding gaven, zijn het ontwerp en het bestemmingsplan aangepast. Ook is het bestemmingsplan voorgelegd aan de betrokken diensten als bedoeld in het Overleg ex artikel 3.1.1 van het Bro. De binnengekomen reacties zijn door de gemeente beantwoord en in het bestemmingsplan verwerkt, zie hiervoor bijlage 10. Ontwerpfase Het ontwerp bestemmingsplan heeft daarna de in de Wro opgenomen formele bestemmingsplanprocedure doorlopen. Dit betekent dat het ontwerp bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen. Een ieder kreeg de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze periode zijn zienswijzen ingediend die door de gemeente zijn samengevat en zijn beantwoord. Het resultaat hiervan is opgenomen in bijlage 11. Vaststellings- en beroepsfase Vervolgens is het bestemmingsplan mede op basis van bijlage 11 gewijzigd vastgesteld. De indieners van een zienswijze worden hiervan op de hoogte gebracht.
Het bestemmingsplan wordt vervolgens gepubliceerd en gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd in het kader van de beroepsmogelijkheid bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor deels een ontwikkeling van de gemeente en deels een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De initiatiefnemer heeft aangetoond dat het plan financieel haalbaar is.
40/438
Grondexploitatie Doel van de in de Wro opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit plan is een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar afgesloten. Daarmee is het kostenverhaal voldoende vastgelegd. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het verhalen van planschade.
41/438
42/438
Bijlagen toelichting
43/438
44/438
Bijlage 1
45/438
Beeldkwaliteitsplan
Beeldkwaliteitsplan Nij Fristho Franeker
27 november 2023
●
‘Landmark’ locatie voor de stad Franeker
●
Stadsentree met markante historie
●
Iconisch element aanwezig
●
Turbulente historie rondom ontwikkelingsplannen
Nij Fristho
GEMEENTEHUIS
Het terrein van een voormalig schoonmaakbedrijf aan de Harlingerweg 49 te Franeker is verouderd en zal worden omgevormd tot een woonbuurt. Het plangebied is nu de eerste bedrijfsbebouwing van het bedrijventerrein West. De aan de westzijde gelegen Burgemeester J. Dijkstraweg vormt de toegangsweg naar het bedrijventerrein. Deze weg is een belangrijke ontsluitingsweg voor Franeker. Via de Harlingerweg is het centrum van Franeker te bereiken.
Harlingerweg
Fristho
De locatie is vooral bekend door haar verleden als meubelfabriek. De Friesche Stoel- en Houtwarenfabriek (Fri-St-Ho) begon in 1920 in Huizum met de productie van stoelen en kleine meubels. Al snel was er behoefte aan uitbreiding en die werd gevonden in Franeker in een voormalige groentedrogerij.
2
BEDRIJVENTERREIN WEST
Foto’s oude meubelfabriek in de jaren ‘60 en tijdens het blussen van de brand. Het plangebied gezien vanaf de Harlingerweg met in het midden de huidige bedrijfspanden en de schoorsteen en links vooraan de voormalige bedrijfswoning.
titel:
onderdeel:
De G
ijk str a J. D est er me
De meubelfabriek is een kleine 50 jaar als zodanig in gebruik geweest. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er een aantal uitbreidingen en aanpassingen aan het gebouw gedaan, maar de woningbouwproject "Nij Fristho" grootste impact was in de jaren ’70. In 1971 verhuisde het bedrijf Franeker referentiebeelden naar een nieuwe, moderne fabriek in Heerlen. Datzelfde jaar brandde de fabriek af, waarbij de schoorsteen werd gespaard. In 1978 ging Fristho failliet.
get.: J.O.S. datum: 05-12-2022 formaat: A3 schaal: bladnummer:
rge
Het plan voor de herstructurering naar een woongebied.
Brand
Bu
Luchtfoto’s van de huidige situatie bovenaan en de meubelfabriek in 1931 daaronder.
ideo
we
n
g
In de jaren ’20 van de 20e eeuw bereidde Franeker zich in het westen uit met bedrijvigheid aan het Van Harinxmakanaal. Niet alleen Fristho werd gevestigd, maar even verderop bijvoorbeeld ook de oude suikerfabriek. De spoorlijn werd voor deze ontwikkelingen doorgetrokken tot aan de suikerfabriek en de laatste halte lag naast Fristho. Het voormalige stationsgebouwtje aan Harlingerweg 45 staat er nog steeds, naast de voormalige bedrijfswoning van Fristho aan Harlingerweg 47.
S32
projectnummer:
1922
G:\Project\1922 woningbouwproject Nij Fristho, Franeker\R1922\02_VO\1922 situatie VO.rvt
Op de locatie zijn na de brand wel nieuwe bedrijfsgebouwen neergezet, waarin verschillende soorten bedrijven hebben gezeten. Deze bebouwing had echter niet de allure en architectonische uitstraling die de meubelfabriek wel had. Fristho is al zo’n 50 jaar weg, maar de oude schoorsteen en de voormalige bedrijfswoning staan er nog steeds, als herinnering aan de oude fabriek. OOSTWOUD
ia
is Fr
titel:
won Fran
onde
situ
De rol van dit beeldkwaliteitsplan
G
Het gemeentelijke welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota die op 3 maart 2022 is vastgesteld. De nota is ingedeeld in verschillende welstandsgebieden met hun specifieke kenmerken. Op dit moment valt het plangebied nog onder welstandsgebied 13 ‘bedrijvenpark (bijzonder)’. Dat welstandskader is niet passend voor een woonomgeving. Om in het plangebied (hierboven afgebeeld) een specifiekere beeldkwaliteit, afgestemd op een woonfunctie, te kunnen creëren, stelt de gemeenteraad samen met een bestemmingsplan ook een beeldkwaliteitsplan vast. Dit beeldkwaliteitsplan vormt, na vaststelling door de raad, het geldende welstandskader voor het plangebied.
2.
3.
Het beoogde beeld van de gebouwen Planbeschrijving
Robuuste gebouwen die stevig op de grond staan
Het plan bestaat uit twee typen woonbebouwing. Aan de west- en noordzijde drie appartementengebouwen die de twee hoofdwegen begeleiden. Hiervan wordt het noordelijkste woongebouw naar de Harlingerweg gericht en uitgevoerd in vijf bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 18,5 meter als accent bij de rotonde. De andere twee woongebouwen worden naar de Burgemeester J. Dijkstraweg gericht en uitgevoerd in vier bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 15,5 m. De bouwhoogte is voldoende om de gebouwen met een kap uit te voeren en op een halfverdiepiepte parkeerlaag te zetten.
Een robuuste uitstraling begint met de uitstraling van de gevel en het materiaal dat wordt toegepast. Daarnaast moet het gebouw ‘stevig’ op de grond staan. Dus niet het gebouw op pootjes zetten of ‘laten zweven’. Stevig verankeren met de grond kan door het gebouw een voet te geven, bijvoorbeeld doormiddel van een stevige plint. Ook kan het metselwerk helemaal doorlopen tot de grond.
Beëindiging van de bovenkant
Kenmerkend voor dit type gebouw is een duidelijke beëindiging van de bovenkant van de gevel. Het gebouw krijgt een ‘pet’. Hiervoor kunnen verschillende gebouwdelen en architectonische elementen worden ingezet.
Langs de oost- en zuidzijde komen grondgebonden woningen van één of twee bouwlagen met een kap. Het bestemmingsplan staat een maximale goothogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter toe. Deze lagere woningen vormen een overgang naar de naastgelegen woningen aan De Gideon en Frisia. De woningen mogen vrijstaand zijn of worden geschakeld tot twee-onder-één-kap of een rijtje.
Een eerste voorbeeld van beëindiging is een kap. Duidelijk afwijkend en goed zichtbaar, veelal versterkt door een aantrekkelijk vormgegeven goot. Voor de woningen is het uitgangspunt een zadeldak. Deze kan in langs- of dwarsrichting worden geplaatst, waarbij rekening wordt gehouden met het type woning, bijvoorbeeld een langskap op een rijtje. Bij de woongebouwen kan, in het geval van een flauwe kap, de bovenzijde van de kopse gevel worden uitgevoerd als een fronton. Hierdoor trekt de voorgevel meer aandacht en wordt de bovenzijde van de gevel verbijzonderd. Een laatste voorbeeld is een kroonlijst als bovenrand van de gevel. Deze kan van een afwijkend materiaal zijn, zoals beton, maar in fabrieksgebouwen/ architectuur van begin 20e7eeuw wordt dit ook wel uitgevoerd in metselwerk.
Het centrale deel van het plangebied wordt ingevuld met parkeerplaatsen in een groene setting. Deze parkeerplaatsen en de woningen in het plangebied kunnen worden bereikt via een weg tussen de bestaande aansluitingen aan de noord- en westzijde van het perceel. De drie woongebouwen worden langs de Burgemeester J. Dijkstraweg en Harlingerweg gerealiseerd in een groenstrook die in het verlengde ligt van de groenstroken meer naar het noorden en zuiden van deze weg. De bestaande waterpartijen aan de zuiden westzijde worden wat aangepast, maar worden behouden. Er wordt geprobeerd om de aanwezige schoorsteenpijp te behouden.
7
Aanzicht, voor- en zijkanten De architectuur refereert aan de oude meubelfabriek
Het plan is om de buurt als een samenhangend geheel vorm te geven, waarbij gerefereerd wordt aan de historische bebouwing. De architectuur van de oude meubelfabriek en de bedrijfswoning vormen de inspiratie voor de vormgeving van de nieuwe woongebouwen en woningen. Voor de woningen zit dit voornamelijk in het materiaalen kleurgebruik. Dat betekent het gebruik van pannendaken en metselwerk in aardse tinten geel, oranje, (donker)rood, roodbruin of (donker)bruin. Omdat de woongebouwen groter zijn, kunnen zij qua hoofdvorm en opbouw van de gevel ook hierin meer aansluiten bij het beeld van fabrieksgebouwen van eind 19e/begin 20e eeuw. Dus bijvoorbeeld met metselwerk-penanten in de gevel, hoge ramen en een robuuste uitstraling.
Voor alle gevels geldt: metselwerk in de tinten geel, oranje, (donker)rood, roodbruin of (donker)bruin.
De aanblik van de woning wordt deels bepaald door de hoofdvorm, maar net zo belangrijk zijn de openingen in de gevels (deuren en ramen) en de detaillering die wordt gebruikt. De deuren en ramen geven de gebouwen een gezicht. Ze helpen bijvoorbeeld om aan te geven wat de voorkant is en wat de achterkant. Het beeld van de gebouwen laat ook zien wat de functies zijn: dat er wordt gewoond, waar de ingang is, wat privé is en wat meer openbaar. Voor de woningen gaat het er vooral om ze een voorzijde te geven aan de straat doormiddel van ramen en/of voordeuren. De woongebouwen hebben een meer alzijdig karakter, dus het gevelbeeld van alle gevels van deze gebouwen zijn relevant voor de uitstraling naar de openbare ruimte. Wel hebben zij kanten die meer een voorkant vormen. Dit zijn de gevels aan de middenruimte waar de entree in zit en de gevels aan de andere kant, gericht op de Burgemeester J. Dijkstraweg en de Harlingerweg. Dit kan worden bereikt door een meer uitgesproken en gedetailleerde vormgeving van deze gevels ten opzichte van de zijgevels. Daarnaast kunnen raamopeningen, loggia’s en balkons worden ingezet om het verschil tussen voor- en zijkant te verduidelijken.
Uitgangspunten hoofdvormen van de gebouwen
De woningen zijn één tot twee bouwlagen hoog met een kap.
4.
De twee zuidelijke woongebouwen worden maximaal vier bouwlagen hoog met een flauwe kap.
Uitgangspunten positionering van de woningen
Het noordelijke woongebouw wordt maximaal vijf bouwlagen hoog met een flauwe kap.
De woningen mogen vrijstaand zijn of worden geschakeld tot tweeonder-één kap of een rijtje.
De voorzijde van de woning wordt naar de weg gericht. De voorgevel dient een open karakter te krijgen.
Geen gesloten zijgevels aan de openbare ruimte.
Bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn van de woning.
5.
Welstandskader
De openbare ruimte De openbare ruimte bestaat uit twee delen: de ruimte rondom de drie woongebouwen en het gebied van de straat en de parkeerplaatsen. Samen vormen zij de openbare ruimte van het plangebied en worden als één samenhangend geheel vormgegeven.
Plaatsing • • •
Rondom de woongebouwen
Het beeld van de grasvlakken met bomen langs de Harlingerstraat wordt in deze zone doorgetrokken. De woongebouwen komen dus op één groot grasvlak te staan. Het heeft de vookeur dat het gras doorloopt tot aan de gevels van de woongebouwen. Verharding of halfverharding komt alleen totaan de gevel te liggen bij de entrees. In het grasvlak worden eenvoudige, halfverharde, slingerende paden aangelegd.
Hoofdvorm •
Weg en parkeren
•
De weg wordt uitgevoerd met klinkerbestrating, zoals dat ook wordt toegepast in de nabije woonstraten. De parkeerplekken worden op een zelfde wijze bestraat. Het parkeren wordt ingepast in een groene omgeving. In het parkeergebied komt een brede middenberm van gras en bomen, vergelijkbaar met het grasvlak rondom de woongebouwen. Aanvullend daaraan kunnen lage hagen en/of struiken worden geplaatst om de auto’s wat aan het zicht te onttrekken.
•
Voortuinen van de woningen
Het totale straatbeeld wordt mede bepaald door de uitstraling van de voor- en zijtuinen. Er wordt gestreefd om deze zo groen en open mogelijk te houden. Bijvoorbeeld door het toepassen van beplanting als erfafscheiding en deze niet te hoog te maken. Ook kan gekozen worden voor géén erfafscheiding aan de voorzijde. Bijvoorbeeld door een grasvlak door te laten lopen tot aan de opsluitband. Rond de voortuin wordt een maximale hoogte van de erfafscheidingen van 1 meter voorgesteld. Vanaf de voorgevel 2 meter in verband met privacy op het zij- en achtererf. Daarnaast is het wenselijk om de rest van de voortuin ook groen in te richten en zo min mogelijk te verharden. Bijvoorbeeld een grasvlak met een smalle oprit en wat opgaand groen, zoals een struik, hoge grassen of een klein boompje. woningbouwproject "Nij Fristho" Franeker onderdeel:
situatie 1-1000
Woningen hebben een kantige hoofdvorm van één of twee lagen met een langs- of dwarskap. Een combinatie van langs- en dwarskappen is ook toegestaan. Woongebouwen hebben een kantige hoofdvorm, met een duidelijke beëindiging aan de bovenkant (gebouwen hebben een ‘pet’). De woongebouwen krijgen een flauwe kap of een kapvorm met een deels platdak. Alleen een platdak is niet toegestaan. Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdgebouwen.
Aanzicht • • •
titel:
Grondgebonden woningen gesitueerd langs of aan de straat. Woningen (hoofdgebouwen) zijn gericht op de straat. Woongebouwen staan vrij in de ruimte langs de lijn van de hoofdwegen.
• •
Woningen (hoofdgebouwen) zijn gericht op de openbare ruimte. Hoekwoningen vragen om extra aandacht, geen blinde zijgevels. Woongebouwen hebben een alzijdig karakter met open gevels aan alle zijden. De (voor)gevels aan het middengebied en aan de twee hoofdwegen zijn het meest prominent. Woongebouwen hebben een duidelijk herkenbare entree. Stijl van alle gebouwen is kantig.
Opmaak • • • •
• • • •
get.: J.O.S. datum: 24-10-2023 formaat: A3 schaal: 1:600 bladnummer:
S75
projectnummer:
1922
De opmaak zorgt voor samenhang binnen de buurt. Materiaalgebruik, kleurgebruik en detaillering refereren aan de oude meubelfabriek / fabrieksgebouwen uit de eind 19e - begin 20e eeuw. Gevels van de hoofdgebouwen bestaan uit metselwerk, in aardse tinten geel, oranje, donkerbruin, bruin, donkerrood of rood. Ondergeschikte delen van de gevel mogen worden uitgevoerd in een afwijkend materiaal. Bij voorkeur hout toepassen als afwijkend materiaal, dit als verwijzing naar het verleden van het houtgebruik door de meubelfabriek. Daken van de woningen uitvoeren als pannendak. Woongebouwen worden aan de bovenkant beëindigd met een architectonisch element, zoals bijvoorbeeld een kap, een (gemetselde) kroonlijst en/of een fronton. Woongebouwen staan stevig op de grond, bijvoorbeeld door het metselwerk en/of gemetselde penanten totaan de grond door te laten lopen of doormiddel van een plint. Bijgebouwen worden minder gedetailleerd, ondergeschikter uitgevoerd in het zelfde materiaal als het hoofdgebouw of met ondergeschikte, terughoudende vormgeving en materiaalgebruik.
G:\Project\1922 woningbouwproject Nij Fristho, Franeker\R1922\02_VO\1922 situatie VO-2.rvt
Kavel • • • •
6.
Erfafscheiding van de voortuin laag houden; haag, groene afscheiding, hekje of geen afscheiding. Maximale hoogte erfafscheiding op het voorerf is 1 meter. Op het zij- en achter erf maximale hoogte erfafscheidingen 2 meter; hagen/groene afscheiding of erfafscheidingen van hout. Voor- en zijtuin bij voorkeur beplanten met opgaand groen. Rondom de woongebouwen krijgt de inrichting van het kavel een open, groen karakter.
7.
50/438
Bijlage 2
51/438
Akoestisch onderzoek
AKOESTISCH ONDERZOEK NIJ FRISTHO FRANEKER Wegverkeerslawaai en industrielawaai 8 november 2023
DATUM KENMERK
8 november 2023 20210401/120557/RK
PROJECT PROJECTLEIDER
Franeker - woningbouwlocatie Vlietstra bestemmingsplan drs.ing. T. de Jong
OPDRACHTGEVER Akkerman Investgroup B.V. PROJECTNUMMER 20210401 AUTEUR STATUS
2/32
ir. R. Koster T 058 - 256 4079 E rients.koster@rho.nl Definitief
INHOUD 1. 2.
3.
4.
5.
6.
INLEIDING PLANBESCHRIJVING
5 5
2.1 2.2
5 6
TOETSINGSKADER WET GELUIDHINDER
8
3.1 3.2
Industrielawaai Wegverkeerslawaai 3.2.1 Algemeen 3.2.2 Nieuwe situaties 3.2.3 30 km-wegen
8 9 9 9 10
3.3
Cumulatie van geluidbronsoorten
10
UITGANGSPUNTEN GELUIDBEREKENINGEN
10
4.1
Rekenmodellen 4.1.1 Industrielawaai 4.1.2 Wegverkeerslawaai 4.1.3 Toetspunten
10 10 11 11
4.2 4.3
Uitgangspunten wegverkeerslawaai Berekening cumulatie
12 12
BEREKENINGSRESULTATEN
13
5.1
Wegverkeerslawaai 5.1.1 Algemeen 5.1.2 Resultaten Harlingerweg 5.1.3 Resultaten Burg. J. Dijkstraweg
13 13 13 14
5.2
Industrielawaai 5.2.1 Zonebeheer bestaande situatie 5.2.2 Geluidniveaus woningen plangebied
15 15 17
5.3
Cumulatieve geluidniveaus
19
BESPREKING RESULTATEN/CONCLUSIE
19
6.1 6.2 6.3
Wegverkeerslawaai Industrielawaai Cumulatieve geluidniveaus
19 19 19
Begrippen Invoergegevens Rekenresultaten wegverkeerslawaai Rekenresultaten industrielawaai Berekening cumulatie
23 25 27 29 31
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
3/32
Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling
4/32
1. INLEIDING Het terrein van een voormalig schoonmaakbedrijf aan de Harlingerweg te Franeker is verouderd en zal grotendeels worden gesloopt. De initiatiefnemer heeft het voornemen om hier grondgebonden woningen en woongebouwen te realiseren met bijbehorend openbaar gebied. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de geldende planologische regeling uit het bestemmingsplan “Franeker Zuid”. Om de ontwikkeling juridisch/planologisch te regelen, wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. Het plangebied ligt binnen de zones (Wet geluidhinder) van de Burg. J. Dijkstraweg en de Harlingerweg. Om deze reden is een berekening uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op het perceel. Het doel is na te gaan of de nieuwe woningen binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder kunnen worden gerealiseerd (eventueel met een hogere waarde). Naast wegverkeerslawaai is er onderzoek gedaan naar industrielawaai. Momenteel is het plangebied voorzien van een bestemming als gezoneerd industrieterrein. Om woningbouw mogelijk te maken wordt het plangebied onttrokken aan het gezoneerde industrieterrein (dezoneren).
Het plangebied blijft wel binnen de huidige geluidzone en om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect industrielawaai. De onderzoeken zijn uitgevoerd op basis van de geldende meet- en rekenvoorschriften. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.
2. PLANBESCHRIJVING 2.1
Bestaande situatie
Het plangebied bevindt zich aan de Harlingerweg aan de entrée van bedrijventerrein West. De aan de westzijde gelegen Burgemeester J. Dijkstraweg vormt de toegangsweg naar het bedrijventerrein (via de James Wattstraat). Deze weg is een belangrijke ontsluitingsweg voor Franeker. Via de Harlingerweg is het centrum van Franeker te bereiken. Ter hoogte van het plangebied hebben deze wegen een maximumsnelheid van 50 km/uur, meer naar het noorden heeft de Burgemeester J. Dijkstraweg een maximumsnelheid van 70 km/uur. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied en de omgeving weergegeven.
5/32
Figuur 2.1: Luchtfoto bestaande situatie
2.2
Voorgenomen ontwikkeling
In de voorgenomen situatie worden in het plangebied de bestaande gebouwen gesloopt en vervangen door grondgebonden woningen en woongebouwen. In figuur 2.2 is de voorgenomen indeling van het plangebied weergegeven. De verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan is gegeven in figuur 2.3. Het project bestaat uit de realisatie van 20 grondgebonden woningen in één bouwlaag of twee bouwlagen met een kap aan de oost- en zuidzijde. Hiervan worden 12 als twee-onder-één-kap starterswoningen uitgevoerd in de oostzijde van het plangebied en 8 als rijwoning. Aan de westzijde worden 3 woongebouwen gerealiseerd met in totaal maximaal 52 woningen.
6/32
Hiervan wordt het noordelijkste gebouw naar de Harlingerweg gericht en uitgevoerd in vijf bouwlagen met een flauwe kap (maximaal 18,5 meter hoog) en de andere twee worden naar de Burgemeester J. Dijkstraweg gericht en uitgevoerd in vier bouwlagen met een flauwe kap (maximaal 15,5 meter hoog). Figuur 2.2: Voorgenomen indeling van de ontwikkeling
7/32
Figuur 2.3: Verbeelding nieuwe bestemmingsplan
3. TOETSINGSKADER WET GELUIDHINDER 3.1
Industrielawaai
Het plangebied ligt binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein “Franeker West”. Bij het realiseren van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein moet in eerste instantie worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Voldoet de geluidbelasting niet aan de voorkeursgrenswaarde, dan biedt de Wgh de mogelijkheid af te wijken van de voorkeursgrenswaarde middels een hogere waarde procedure. De maximale grenswaarde bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. Momenteel is het plangebied nog onderdeel van het gezoneerde industrieterrein; om het plan mogelijk te maken, wordt dit deel gedezoneerd.
8/32
3.2
Wegverkeerslawaai
3.2.1 Algemeen Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1: Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied 600 400 250
stedelijk gebied 350 350 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -
-
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden De berekende geluidniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: ● 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; ● 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; ● 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.
3.2.2 Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan.
9/32
De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Het gehele plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Franeker met op grond van artikel 83, lid 2 Wgh een maximale grenswaarde van Lden = 63 voor nieuwe woningen. De algemene voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB. 3.2.3 30 km-wegen Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd.
De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.
3.3
Cumulatie van geluidbronsoorten
Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 3.2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast. Tabel 3.2: Kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidbelasting Lcum [dB]
geluidkwaliteit
<45
zeer goed
46-50
goed
51-55
redelijk
56-60
matig
61-65
slecht
>65
zeer slecht
4. UITGANGSPUNTEN GELUIDBEREKENINGEN 4.1
Rekenmodellen
4.1.1 Industrielawaai Op grond van het “Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012” (artikel 2.3) moet de bepaling van het equivalente geluidniveau plaatsvinden volgens één van de methoden uit de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999” (publicatie VROM, uitgave Samsom), onder de in de handleiding genoemde voorwaarden. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van de rekensoftware Geomilieu van dgmr-software, versie 2022.4. Het zonebeheer van het gezoneerde industrieterrein Franeker West wordt uitgevoerd door de FUMO in opdracht en voor de gemeente Waadhoeke. Het zonebeheersmodel is ter beschikking gesteld door de FUMO ten behoeve van het project, waarbij alle broninformatie is geanonimiseerd. Dit is het actuele model van 13 januari 2023.
10/32
4.1.2 Wegverkeerslawaai Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie 2023.1 van dgmr-software. Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving (voor zover aanwezig of geprojecteerd). De gebouwen en bodemgebieden zijn niet afzonderlijk opgenomen in de bijlagen omdat vanwege de herkomst uit PDOK de gegevenslijst zeer uitgebreid is. In bijlage 2 zijn de bodemgebieden en gebouwhoogten in een figuur weergegeven. De overige invoergegevens zijn gegeven in bijlage 2 (ingevoerde wegen). De geluidniveaus zijn berekend op de waarneemhoogten ho = +1,5 m t/m maximaal ho = +16,5 m. Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Onverharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd.
Voor de niet gedefinieerde bodemgebieden is uitgegaan van een 50% absorberende bodem (Bf = 0,5); dit gezien de stedelijke omgeving met veel verhard oppervlak. Een overzicht van het akoestisch rekenmodel met de ligging van de rekenpunten is gegeven in figuur 4.1. 4.1.3 Toetspunten Ter plaatse van de nieuwe woningen/bouwblokken zijn toetspunten ingevoerd met een hoogte ho = +1,5 m t/m maximaal ho = +16,5 m (bouwlagen tot ten hoogste 18,5 meter). Een overzicht van het rekenmodel en de ligging van de toetspunten is gegeven in figuur 4.1. Figuur 4.1: Overzicht rekenmodel en toetspunten
11/32
4.2
Uitgangspunten wegverkeerslawaai
De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur/etmaal passeert. Door de gemeente Waadhoeke zijn tellingen uitgevoerd in 2020 (meest recent) voor een gemiddelde weekdag. Dit is omgerekend naar het peiljaar 2033 (10 jaar na plandatum) op basis van 1% autonome groei. Op aangeven van de gemeente is rekening gehouden met een “Covid” factor van 10%. Een overzicht van in de berekeningen gehanteerde uitgangspunten is gegeven in tabel 3. Voor het plangebied is de Burg. J. Dijkstraweg het meest relevant. De James Wattstraat kan eveneens een rol spelen als ontsluiting van het industrieterrein. Van deze weg (en de Voltastraat) zijn geen verkeersgegevens bekend. Uitgegaan is van 20% van de intensiteit op de Burg. J. Dijkstraweg voor de James Wattstraat. De Voltastraat is niet meer relevant (blijkt ook uit de resultaten voor de James Wattstraat). Tabel 3: Gehanteerde verkeersintensiteiten t.b.v. Nij Fristho omschrijving weg(vak)
intensiteiten 2033 [mvt/etmaal]
Burg. J. Dijkstraweg, ten noorden
wegdek
rijsnelheid
8.035
standaard asfalt
70 km/uur
5.045
standaard asfalt
50 km/uur
Harlingerweg
5.977
standaard asfalt
50 km/uur
James Wattstraat
1.009
standaard asfalt
50 km/uur
rotonde Harlingerweg Burg. J. Dijkstraweg, ten zuiden rotonde Harlingerweg
4.3
Berekening cumulatie
Bij een (mogelijke) samenloop van verschillende geluidbronnen dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden bepaald, waarbij een beoordeling dient plaats te vinden of de gecumuleerde geluidbelasting niet zal leiden tot een onaanvaardbaar niveau. De cumulatieberekening dient plaats te vinden conform de rekenmethode uit hoofdstuk 2 van bijlage I bij het RMV2012, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in dosis-effect relaties van de verschillende geluidbronnen. De verschillende geluidbronnen worden aangeduid als LRL, LLL, LIL, LVL waarbij de indices respectievelijk staan voor spoorwegverkeer, luchtvaart, industrie en (weg)verkeer. De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder bij wegverkeerslawaai toe te passen aftrek wordt bij de bepaling van LVL met deze rekenmethode niet toegepast. Al deze grootheden moeten zijn uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai waarbij de geluidbelasting volgens de geldende wettelijke definitie wordt bepaald. De Lden geluidbelastingen worden omgerekend naar een met wegverkeer vergelijkbare waarde volgens: L*RL = 0,95 LRL –1,40 L*LL = 0,98 LLL + 7,03 L*IL = 1,00 LIL + 1,00 L*VL = 1,00 LVL + 0,00 De gecumuleerde waarde Lcum kan worden berekend door energetische sommatie van de L*-waarden.
12/32
5. BEREKENINGSRESULTATEN 5.1
Wegverkeerslawaai
5.1.1 Algemeen Van de belangrijkste wegen zijn in onderstaande paragrafen de rekenresultaten grafisch weergegeven. In bijlage 3 zijn tevens de resultaten in tabelvorm weergegeven. Voor de James Wattstraat geldt dat de geluidbelasting ruim onder de voorkeursgrenswaarde ligt en zijn daarom alleen weergegeven in bijlage 3. 5.1.2 Resultaten Harlingerweg In figuur 5.1 en bijlage 3.1 is de berekende geluidbelasting vanwege de Harlingerweg weergegeven (Lden in dB). De geluidbelastingen op de toetspunten zijn inclusief aftrek op basis van art. 110g Wgh (5 dB). Figuur 5.1: Overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Harlingerweg (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)
13/32
5.1.3 Resultaten Burg. J. Dijkstraweg In figuur 5.2 en bijlage 3.2 is de berekende geluidbelasting vanwege de Burg. J. Dijkstraweg weergegeven (Lden in dB). De geluidbelastingen op de toetspunten zijn inclusief aftrek op basis van art. 110g Wgh (2/5 dB). Figuur 5.2: Overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Burg. J. Dijkstraweg (inclusief 2/5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)
14/32
5.2
Industrielawaai
5.2.1 Zonebeheer bestaande situatie Het zonebeheer van het gezoneerde industrieterrein Franeker West wordt uitgevoerd door de FUMO in opdracht en voor de gemeente Waadhoeke. Het zonebeheersmodel is ter beschikking gesteld door de FUMO ten behoeve van het project, waarbij alle broninformatie is geanonimiseerd. Dit is het actuele model van 13 januari 2023, met daarin ook bedrijven waarvan nog geen directe vergunningprocedure loopt, maar waarbij uit de pretoets blijkt dat de aangevraagde situatie inpasbaar is in de geluidzone. Verder zijn in het model zijn twee zonelijnen zichtbaar. De zonelijn zoals in 2014 is wordt op verzoek van de gemeente als toetsingskader gehanteerd. In de huidige bestemmingsplannen is abusievelijk de oude zone opgenomen. De met het huidige zonemodel berekende geluidniveaus op de zonebewakingspunten en MTG/hogere waardepunten is gegeven in onderstaande figuur 5.3 (in de omgeving van het plangebied). Uit het zonemodel blijkt dat op de (in 2014 als zodanig bedoelde) zonegrens en MTG-punten aan de grenswaarden wordt voldaan. Ter plaatse van het plangebied is de zone “opgevuld”, dat wil zeggen dat er precies wordt voldaan aan de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Figuur 5.3: Geluidsituatie zonemodel Franeker West, 13 januari 2023
15/32
Eén opvallend aspect is de geluidemissie vanwege het gasontvangststation aan de Burg. J. Dijkstraweg 10a. Uit een analyse van de rekenresultaten blijkt dat de geluidgegevens zoals opgenomen in het zonemodel ter plaatse van het plangebied veruit bepalend zijn voor de geluidniveaus. Aan de Burg. J. Dijkstraweg bevindt zich op het perceel nr. 10b een gasdistributiestation en op het perceel 10a een gasontvangststation. Bij de gemeente Waadhoeke is navraag gedaan naar het milieudossier. Daaruit blijkt dat voor het gasdistributiestation maatwerkvoorschriften geluid gelden op basis van het Activiteitenbesluit/Wet milieubeheer. De maatwerkvoorschriften dateren van 2011 en zijn hieronder weergegeven. De geluidemissie voor het perceel 10b is op basis daarvan opgenomen in het zonebeheersmodel.
Voor het gasontvangststation aan de Burg. J. Dijkstraweg 10a gelden geen maatwerkvoorschriften. Dat betekent dat momenteel de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit rechtstreeks werkend zijn. Omdat het gasontvangststation op een in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein is gelegen, gelden de algemene geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit van 50/45/40 dB(A) in de dag-/avond-/nachtperiode ook op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting. De geluidemissie vanwege het gasontvangststation is berekend in het rapport “Geluidemissie van gasontvangststation Franeker (N359)”, d.d. 4 december 2009 (Ramakers). De geluidgegevens van dit rapport zijn opgenomen in het zonebeheersmodel. In dit rapport is getoetst aan het destijds geldende Activiteitenbesluit en uitsluitend aan 50/45/40 dB(A) bij de meest nabijgelegen woningen aan de Harlingerweg. Omdat er geen maatwerkvoorschriften gelden, geldt nu 50/45/40 dB(A) bij deze woningen en 50/45/40 dB(A) op 50 meter afstand.
Met behulp van het zonemodel is de geluidemissie vanwege het gasontvangststation in overeenstemming gebracht met de grenswaarden vanuit het Activiteitenbesluit (op 50 meter afstand in de richting van het plangebied); de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn op 50 meter afstand in de richting van het plangebied ten hoogste 1,9/6,6/7,2 dB hoger dan 50/45/40 dB(A) in de dag-/avond-/nachtperiode. In het vervolg van de berekeningen is hiermee rekening gehouden door
16/32
middel van een groepsreductie op de geluidemissie vanwege het gasontvangststation van 1,9/6,6/7,2 dB in de dag-/avond/nachtperiode. 5.2.2 Geluidniveaus woningen plangebied Het voorgenomen plan is wat betreft de objecten (nieuwe woningen) ingevoerd in het huidige zonemodel en vervolgens zijn de geluidniveaus berekend vanwege het resterende gedeelte van het gezoneerde industrieterrein invallend op de gevels van de nieuwe woningen/woongebouwen. De geluidniveaus zijn berekend ter plaatse van de nieuwe woningen/bouwblokken met een hoogte ho = +1,5 m t/m maximaal ho = +16,5 m (bouwlagen tot ten hoogste 17 meter). In figuur 5.4 en bijlage 4.1 is een overzicht gegeven van de berekende geluidniveaus invallend op de gevels van de nieuwe woningen/appartementen en de overige zonebewakingspunten. De geluidemissie in het zonemodel binnen het plangebied is verwijderd. Uit figuur 5.4 blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van het plangebied ten hoogste 54 dB(A) etmaalwaarde bedraagt en nergens hoger is dan de maximale grenswaarde van 55 dB(A). Omdat de hoogste berekende waarde op de zonegrens nog steeds 50 dB(A) etmaalwaarde bedraagt, betekent dat het vaststellen van een generieke hogere waarde van 55 dB(A) voor de nieuwe woningen en het handhaven van de bestaande zonegrens er geen knelpunten zijn op basis van de Wet geluidhinder.
De maatgevende beperking ligt op de zonegrens en niet ter plaatse van de nieuwe woningen. Voor het ten zuiden van het plan gelegen bedrijf Oostwoud geldt dat ter plaatse van het plangebied de berekende geluidniveaus niet meer bedragen dan 50 dB(A). De resultaten zijn gegeven in bijlage 4.2.
17/32
Figuur 5.4: Overzicht geluidbelasting plangebied op basis van actueel zonemodel en aanpassen geluidemissie gasontvangststation conform Activiteitenbesluit
18/32
5.3
Cumulatieve geluidniveaus
De gecumuleerde waarde Lcum kan worden berekend door energetische sommatie van de L*-waarden volgens de methode als aangegeven in paragraaf 4.3. De hoogste berekende waarde voor Lcum bedraagt Lden = 62 dB, waarbij het geluid vanwege wegverkeer bepalend is. Op de locaties waar wegverkeer/industrielawaai vergelijkbaar zijn, is het cumulatie-effect ten hoogste 2 dB. In bijlage 5 is de cumulatieberekening gegeven. Voor de ligging van de rekenpunten, zie bijlage 2.
6. BESPREKING RESULTATEN/CONCLUSIE 6.1
Wegverkeerslawaai
Het voornemen bestaat om de Nij Fristho locatie aan de Harlingerweg te Franeker te herontwikkelen tot een woningbouwlocatie (Nij Fristho). De locatie ondervindt een geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai door de Harlingerweg en de Burg. J. Dijkstraweg (en in mindere mate de James Wattstraat). Uit de wegverkeerslawaaiberekeningen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB vanwege de Burg. J. Dijkstraweg en de Harlingerweg wordt overschreden, maar de maximale grenswaarde van Lden = 63 dB niet. Voor het plan dienen hogere waarden te worden vastgesteld in het kader van de Wgh. De hoogste berekende geluidbelasting bedraagt Lden = 56 dB vanwege zowel de Harlingerweg als de Burg. J. Dijkstraweg. De geluidbelasting vanwege de James Wattstraat voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In het onderhavige geval zijn geluidschermen vanwege stedenbouwkundige overwegingen niet wenselijk en het aanbrengen van geluidreducerend asfalt wordt niet als kosteneffectief gezien, ook vanwege de hogere onderhoudskosten na aanleg.
Ook geldt dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk is om de woningen verder van de weg af te realiseren. Om deze redenen kunnen hogere waarde worden verleend. Voorgesteld wordt om voor het hele plangebied een generiek hogere waarde van Lden = 56 dB vanwege wegverkeerslawaai.
6.2
Industrielawaai
Momenteel maakt het plangebied deel uit van het gezoneerde industrieterrein Franeker West. Het realiseren van woningen op gezoneerde industrieterrein wordt in het algemeen niet wenselijk geacht. Het plan is mogelijk door de Nij Fristho locatie te dezoneren. Na dezonering blijkt op basis van het zonemodel (situatie 13 januari 2023) dat de geluidbelasting op de nieuwe woningen onder de maximale grenswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde blijft. Het plan is daarmee mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Door hogere waarden van 55 dB(A) voor industrielawaai vast te stellen, zullen er voor het industrieterrein als geheel geen belemmeringen optreden omdat de geluidbelasting op de zonegrens ter hoogte van het plangebied al 50 dB(A) bedraagt. Gebleken is dat de geluidemissie vanwege het gasontvangststation in het zonemodel niet in overeenstemming is met de geldende geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. Het is aan te bevelen om de geluidemissie-situatie op het industrieterrein nader te actualiseren, ook in het kader van de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet (geluidproductieplafonds).
6.3
Cumulatieve geluidniveaus
De cumulatieve geluidniveaus per bouwblok zijn gegeven in bijlage 5. Voor met name de hoogst belaste gevels aan de doorgaande wegen moet de geluidsituatie als “slecht” worden beoordeeld. Door de geluidwering te dimensioneren op de cumulatieve geluidniveaus, kan een goed akoestisch binnenklimaat wordt gerealiseerd. Per bouwblok dient de geluidwering ten minste GA;k = Lcum – 33 te bedragen (zie bijlage 5). Wegverkeer is de maatgevende geluidbron.
19/32
20/32
BIJLAGEN
Bijlage 1 Begrippen
23/32
24/32
Bijlage 1:
begrippen
Decibel A, afgekort dB(A): een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargenomen, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10-5 Pa. Equivalent geluidsniveau LAeq,T in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid.
Gestandaardiseerd immissieniveau Li in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau LAri,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus.
Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaal in dB(A): de hoogste van de volgende drie waarden: LAr,LT over de dagperiode; LAr,LT over de avondperiode + 5; LAr,LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A): avondperiode en nachtperiode.
gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,
Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) LAmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsniveau, meterstand “fast” gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege dit terrein niet wordt overschreden.
Bijlage 2 Invoergegevens
25/32
26/32
Bijlage 2.1: globaal overzicht rekenmodel (wegverkeer)
Rho - Rotterdam
6260,00
577600
10 09 ,0
0
50 45 ,0 0
577400
164400 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Gebied - aangepaste verbeelding] , Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
164600
Bijlage 2.2: aanduiding toetspunten
Rho - Rotterdam
bouwvlak 18,5 meter [6/8]
bouwvlak 18,5 meter [5/8]
bouwvlak 18,5 meter [7/8]
577500
bouwvlak 18,5 meter [4/8]
bouwvlak 18,5 meter [8/8]
bouwvlak 18,5 meter [3/8]
bouwvlak 18,5 meter [1/8]
bouwvlak 18,5 meter [2/8]
577480
bouwvlak 15,5 meter [5/8]
577460
bouwvlak 15,5 meter [7/8]
164540 164560 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Gebied - aangepaste verbeelding] , Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
164580
Bijlage 2.2: aanduiding toetspunten
Rho - Rotterdam
bouwvlak 15,5 meter [4/8] bouwvlak 15,5 meter [5/8]
bouwvlak 15,5 meter [2/8] bouwvlak 15,5 meter [7/8]
bouwvlak 15,5 meter [3/8] bouwvlak 15,5 meter [6/8]
577440
bouwvlak 15,5 meter [1/8] bouwvlak 15,5 meter [8/8]
bouwvlak 15,5 meter [4/8] bouwvlak 15,5 meter [5/8]
bouwvlak 15,5 meter [2/8] bouwvlak 15,5 meter [7/8]
bouwvlak 15,5 meter [3/8] bouwvlak 15,5 meter [6/8]
bouwvlak 15,5 meter [1/8] bouwvlak 15,5 meter [8/8]
577400
bouwvlak W-2 [5/12] bouwvlak W-2 [1/12]
bouwvlak W-2 [3/12]
bouwvlak W-2 [2/12] bouwvlak W-2 [12/12] bouwvlak W-2 [4/12] bouwvlak W-2 [10/12]
164520 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Gebied - aangepaste verbeelding] , Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
164560
Bijlage 2.2: aanduiding toetspunten
Rho - Rotterdam
bouwvlak 15,5 meter [3/8] bouwvlak 15,5 meter [6/8]
bouwvlak 15,5 meter [1/8] bouwvlak 15,5 meter [8/8]
577440
bouwvlak 15,5 meter [4/8] bouwvlak 15,5 meter [5/8]
bouwvlak 15,5 meter [2/8] bouwvlak 15,5 meter [7/8]
bouwvlak 15,5 meter [3/8] bouwvlak 15,5 meter [6/8]
bouwvlak 15,5 meter [1/8] bouwvlak 15,5 meter [8/8]
bouwvlak
577400
bouwvlak W-2 [5/12] bouwvlak W-2 [1/12]
bouwvlak W-2 [5
bouwvlak W-2 [3/12] bouwvlak W-2 [2/12]
bouwvlak W-2 [12/12]
bouwvlak W-2 [4/19]
bouwvlak W-2 [4/12] bouwvlak W-2 [10/12] bouwvlak W-2 [6/12] bouwvlak W-2 [8/12] bouwvlak W-2 [3/19] bouwvlak W-2 [9/12]
bouwvlak W-2 [7/12]
bouwvlak W-2 [11/12]
bouwvlak
577360
bouwvlak W-2 [2/19]
bouwvlak W-2 [19
bouwvlak W-2 [1/19]
164520 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Gebied - aangepaste verbeelding] , Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
164560
Bijlage 2.2: aanduiding toetspunten
Rho - Rotterdam bouwvlak W-2 [11/19]
bouwvlak 15,5 meter [7/8]
bouwvlak W-2 [10/19]
bouwvlak W-2 [12/19]
bouwvlak 15,5 meter [6/8] bouwvlak W-2 [9/19] bouwvlak W-2 [13/19] 577440
bouwvlak 15,5 meter [8/8]
bouwvlak W-2 [8/19] bouwvlak W-2 [14/19]
bouwvlak W-2 [7/19]
bouwvlak W-2 [15/19]
bouwvlak W-2 [6/19] 577400
bouwvlak W-2 [5/19]
bouwvlak W-2 [16/19]
bouwvlak W-2 [4/19] bouwvlak W-2 [17/19] bouwvlak W-2 [6/12] bouwvlak W-2 [3/19] bouwvlak W-2 [7/12] bouwvlak W-2 [18/19] 577360
bouwvlak W-2 [2/19]
bouwvlak W-2 [19/19] bouwvlak W-2 [1/19]
164560 164600 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Gebied - aangepaste verbeelding] , Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Nij Fristho Model: Groep:
Bijlage 2.3: ingevoerde wegen
aangepaste verbeelding (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep Harlingerweg Harlingerweg Harlingerweg 70 km/uur 70 km/uur
Naam 1 2 3 4 4
Omschr. Harlingerweg Harlingerweg rotonde Burg. J. Dijkstraweg ten noorden van rotonde Burg. J. Dijkstraweg ten noorden van rotonde
X-1 164539,05 163935,15 164539,13 164679,35 164672,66
Y-1 577526,96 577509,00 577526,63 578059,25 578063,03
X-n 164933,54 164514,90 164539,13 164532,07 164524,48
50 km/uur James Wattstraat
5 6
Burg. J. Dijkstraweg ten zuiden van rotonde James Wattstraat
164524,98 164472,80
577514,76 577406,49
164282,82 164251,39
Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
8-11-2023 11:02:13
Nij Fristho Model: Groep:
Bijlage 2.3: ingevoerde wegen
aangepaste verbeelding (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Groep Harlingerweg Harlingerweg Harlingerweg 70 km/uur 70 km/uur
Y-n 577560,05 577526,62 577526,63 577537,43 577538,61
H-1 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
H-n 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
M-1 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
M-n 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Min.RH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Max.RH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Min.AH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
50 km/uur James Wattstraat
577121,33 577128,70
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00 0,00
Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
8-11-2023 11:02:13
Nij Fristho Model: Groep:
Bijlage 2.3: ingevoerde wegen
aangepaste verbeelding (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer