Bijlage 2 Beheerplan groen 2023-2026
Tekst van het document
36
Aanplant / herplant / natuurlijke verjonging In veel bosjes is sprake van een houtopstand met monocultuur (Fraxinus, Acer, Crataegus). Vanwege de boomziekte Essentaksterfte zijn relatief veel bomen ziek of dood. Dit geeft kansen voor ontwikkelbeheer, namelijk het aanplanten van andere soorten op open plekken om de diversiteit van de houtopstand te bevorderen. De soortenkeuze wordt afgestemd op locatie, grondsoort en functie van het bosje. In bosjes waar door natuurlijke processen een boom doodgaat, kan natuurlijke verjonging een kans krijgen. In veel gevallen is in de onderbegroeiing jonge aanwas aanwezig. Ingrijpen, door middel van aanplant, kan daarmee achterwege blijven. Open plekken Voor een vitaal bossysteem en de biodiversiteit kan het van belang zijn om open plekken te creëren. Open plekken waarbij de houtopstand te niet wordt gedaan en waarbij de stobben worden verwijderd, zodat er een meer kruidachtige vegetatie kan ontstaan. Door plekken te maken waar geen bomen of struiken staan komt er meer licht en warmte in het bos. Hier profiteren bijvoorbeeld vlinders, reptielen en amfibieën van. Een open plek kan ook zorgen voor natuurlijke verjonging van de houtopstand. Daarnaast kan op open plekken waarbij de houtopstand te niet wordt gedaan, herplant plaatsvinden met inheemse soorten.
Een andere vorm van het creëren van open plekken is het afzetten van de beplanting, waarbij de stobben wel blijven zitten. Hierdoor komt meer gelaagdheid in de houtopstanden, maar kan er minder gestuurd worden op de soortenrijkdom.
Belang van bosbodem Een goed functionerende bosbodem is belangrijk voor duurzaam beheer. Een bosbodem kan zich, afhankelijk van het moedermateriaal, ontwikkelen tot drager van een rijk bodemleven. Het is daarom belangrijk de bosbodem niet te verstoren. Bij de uitvoer van beheermaatregelen moet daarom aandacht zijn voor het toepassen van kleinschalige kap- of dunningsmethodes en het zoveel mogelijk beperken van schade aan de bosbodem. Hierbij horen kleine en lichte machines of moet men zoveel mogelijk handmatig te werk gaan. Het belang van dood hout Dood hout is essentieel voor een vitaal bosecosysteem. Grote aantallen insecten, schimmels en andere organismen zijn voor hun levenscyclus afhankelijk van dood hout. Andere dieren leven op hun beurt van die insecten die op of in dood hout voorkomen. Staande, dode bomen zijn een leefplaats voor onder andere holenbroeders en vleermuizen. Liggend dood hout is van belang voor onder andere schimmels, mossen, planten en larven. Bij het uitvoeren van beheermaatregelen wordt waar mogelijk het vrijgekomen hout verwerkt in het bosje.
Bosbouwkundig verantwoord herplanten In de Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 staat in artikel 6.2 lid 1 een beschrijving van bosbouwkundig verantwoorde herplant. De basis hiervoor is artikel 4.3 lid 3 van de Wet natuurbescherming. 1. Van bosbouwkundig verantwoorde herplant is sprake indien: a) de te herplanten oppervlakte ten minste even groot is als de gevelde oppervlakte; b) er gebruik wordt gemaakt van inheemse soorten;
37
c) het voldoende aannemelijk is dat de te herplanten houtopstand, gelet op de bodemkwaliteit en de waterhuishouding ter plaatse, uit kan groeien tot een volwaardige en duurzame houtopstand; d) het voldoende aannemelijk is dat de te herplanten houtopstand binnen een periode van drie jaar voldoende dekkingsgraad heeft zodat er binnen een periode van vijf tot tien jaar een gesloten kronendak kan vormen; en e) het voldoende aannemelijk is dat de te herplanten houtopstand op termijn tenminste vergelijkbare bosbouwkundige, ecologische, landschappelijk en/of cultuurhistorische waarden kan vertegenwoordigen als die teloor zullen gaan met de te vellen houtopstand; 2. Indien gebruik wordt gemaakt van herplant door natuurlijke verjonging, dient het voldoende aannemelijk te zijn dat de verjonging uit kan groeien tot een volwaardige houtopstand en deze houtopstand vergelijkbare bosbouwkundige, ecologische, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden kan vertegenwoordigen als die teloor zullen gaan met de te vellen houtopstand.
3.3 Relatie Wet natuurbescherming en beheermaatregelen Bescherming flora en fauna De Wet natuurbescherming richt zich in hoofdstuk 3 op de bescherming van de flora en fauna. Het is verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of beschadigen van soorten vogels die in het wild in Nederland leven en onder de Vogelrichtlijn vallen. Ook is het verboden om dieren van soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren, de voorplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. Daarnaast is de bescherming van vaatplanten, zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers geregeld in hoofdstuk 3. Er geldt altijd een zorgplicht. Voorafgaand aan het uitvoeren van een beheermaatregel moet worden onderzocht welke flora en fauna er aanwezig is in de houtopstand en of deze onder de beschermingsregels van de Wet natuurbescherming vallen. Daarbij moet een ecologisch onderzoek gedaan worden. Er is geen wettelijke maat voor de geldigheid van ecologisch onderzoek. Vaak wordt voor Habitat- en Vogelrichtlijn soorten uitgegaan van gegevens die niet ouder dan drie jaar zijn. Voor nationaal beschermde soorten wordt vaak vijf jaar gehanteerd. De provincie Fryslân (als bevoegd gezag) hanteert deze algemene termijnen voor de geldigheid van ecologisch onderzoek.
De uitkomsten van dit onderzoek zijn sturend voor de te nemen beheermaatregelen en het moment waarop deze maatregelen kunnen worden uitgevoerd. Het kan zijn dat een nader ecologisch onderzoek moet worden gedaan en er een ontheffing moet worden aangevraagd op basis van de Wet natuurbescherming. Bescherming houtopstanden Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming richt zich op het bewaren en beheren van houtopstanden. Hierbij geldt een meldingsplicht voor houtopstanden buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming en een eventuele herplantplicht. Een melding moet op basis van artikel 6.1 van de provinciale Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 tenminste 6 weken, maar niet eerder dan één jaar voorafgaand aan de beheermaatregel worden gedaan. Opgemerkt moet worden dat in bosjes die onder de bebouwde kom Wet natuurbescherming vallen, geen open plekken gecreëerd kunnen worden waarbij de houtopstand volledig wordt verwijderd om een meer kruidachtige vegetatie te stimuleren. Immers, het creëren van open plekken in houtopstanden die onder het regime van de Wnb vallen, is op basis van artikel 6.2 van de Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017, niet mogelijk tenzij er een geschikte locatie is om de te niet gedane houtopstand te compenseren.
Bij het aanbrengen van open plekken, waarmee een deel van een opstand teniet wordt gedaan, dient de teniet gedane houtopstand elders gecompenseerd te worden. Deze compensatie dient te voldoen aan bosbouwkundige eisen en moet passen in het landschap. Daarbij is het planten van uitheemse soorten niet
38
toegestaan binnen de Wet natuurbescherming. Overigens is het aanbrengen van een meer diverse inheemse beplanting wel mogelijk binnen de Wet natuurbescherming, zij het onder voorwaarden. Het creëren van een openplek waarbij de stobben in de grond blijven zitten en weer opnieuw kunnen uitlopen, is wel mogelijk binnen de Wet natuurbescherming.
3.4 Soortenlijst Hieronder is een lijst opgenomen met soorten die in houtopstanden voorkomen of kunnen worden toegevoegd. Deze lijst is nadrukkelijk niet uitputtend. Zoom Wetenschappelijke naam Rubus Urtica Achillea millefolium Anthriscus sylvestris Allium ursinum Alliaria petiolata
Nederlandse naam Braam Brandnetel Duizendblad Fluitenkruid Daslook Look-zonder-look
Bijzonderheden Bloem- en besdragend, stekels Waardplant vlinders Bloemdragend Bloemdragend Bloemdragend Bloemdragend
Nederlandse naam Krentenboompje Liguster Kamperfoelie Gewone vlier Wilde lijsterbes Gelderse roos
Bijzonderheden Bloem- en besdragend Bloem- en besdragend Bloemdragend Bloem- en besdragend Bloem- en besdragend Bloem- en besdragend
Nederlandse naam Esdoorn Els Meidoorn Es Liguster Zoetekers Sleedoorn Iep
Bijzonderheden Opgaande overstaander Opgaande overstaander Bloemdragend, stekels Opgaande overstaander Bloem- en besdragend Bloem- en besdragend Bloem- en besdragend, stekels Opgaande overstaander
Mantel Wetenschappelijke naam Amelanchier lamarckii Ligustrum vulgare Lonicera periclymenum Sambucus nigra Sorbus aucuparia Viburnum opulus
Kern Wetenschappelijke naam Acer pseudoplatanus Alnus glutinosa Crataegus monogyna Fraxinus excelsior Ligustrum vulgare Prunus avium Prunus spinoza Ulmus
39
4. Areaal In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de houtopstanden in gemeente Waadhoeke.
4.1 Inventarisatie Bij de inventarisatie is gekeken naar de huidige ontwikkelingsfase, de opstand en de urgentie van de te nemen beheermaatregelen. Bij de inventarisatie onderscheid gemaakt tussen: • Bos(jes): blokvormige houtopstanden met onderbegroeiing / dorpsbosjes • Bosplantsoen: kleine(re) houtopstanden met onderbegroeiing in kernen en buitengebied • Wegbeplanting: lintvormige houtopstanden met onderbegroeiing langs een weg of pad
4.2 Fase en opstand Algemeen kan gesteld worden dat de houtopstanden zich in de stakenfase bevinden en hoofdzakelijk bestaan uit Fraxinus en Acer, met een onderbegroeiing van Crataegus. Ook is Alnus, Populus en Salix in een groot deel van de houtopstanden aanwezig. Voor een aantal bosjes en in bosplantsoen geldt dat de stammen (erg) dicht op elkaar staan. De onderbegroeiing is in sommige gevallen alleen aan de rand of in plukken aanwezig. In de meeste bosjes is het mogelijk een kern-mantel opbouw te ontwikkelen. Het ontwikkelen van een zoom is slechts in enkele gevallen mogelijk, dit vanwege de afmetingen. In het bosplantsoen is het ontwikkelen van meer gelaagdheid mogelijk, maar een duidelijke kern en mantel opbouw is vanwege de afmetingen veelal niet mogelijk. In de wegbeplanting is te zien dat met name langs fietspaden de onderbegroeiing de functie van windkering heeft.
4.3 Werkplannen Zoals eerder genoemd is dit een beheerplan op hoofdlijnen, waarbij ecologisch onderzoek aangeeft welke beheermaatregelen kunnen of mogen worden uitgevoerd en waarbij de flora en fauna centraal staat. Voorafgaand aan de uitvoer van beheersmaatregelen moet via een ecologische Quickscan worden onderzocht of er rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig zijn. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijke effecten van de beheermaatregelen op aanwezige flora en fauna. Er wordt onderzocht welke maatregelen kunnen of moeten worden genomen om schade te voorkomen, te beperken of te herstellen en veiligheid te waarborgen. Indien er strikt beschermde soorten aanwezig zijn, moet een uitgebreider ecologisch onderzoek worden uitgevoerd. De uitkomsten van het ecologisch onderzoek en de uitgangspunten worden gebruikt bij het maken van concrete werkplannen per houtopstand. Voor stambomen in bosplantsoen, wegbeplanting en langs paden in bosjes geldt dat deze worden geïnspecteerd volgens de VTA methode. Deze uitkomsten worden meegenomen in werkplannen. Indien er een direct gevaar is voor de veiligheid wordt een beheermaatregel uitgevoerd of de boom wordt gekapt. Daarbij geven de werkplannen input om de meldingen op basis van artikel 6.1 van de provinciale Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 te doen.
40
4.4 Prioritering bosjes Voor de prioritering is alleen gekeken naar de bosjes, waarbij de ontwikkelingsfase, de dichtheid en de soorten in de houtopstand zijn meegenomen. Dit heeft geresulteerd in een lijst waarbij de prioritering is aangegeven met 1 (hoog), 2 (middel) en 3 (laag). In bosjes met prioritering 1 staan de staken (erg) dicht op elkaar en de stammen zijn hoog en dun. In bosjes met prioritering 2 staan de staken niet (erg) dicht op elkaar, de stammen zijn hoog en dun. In bosjes met prioritering 3 staan de staken op afstand, de stammen zijn niet dun, er is onderbegroeiing aanwezig en er is gelaagdheid te zien. In het overzicht hieronder zijn de bosjes op volgorde van prioritering weergegeven. De bosjes met prioritering 1 zijn opgenomen in het overzicht hieronder. Hiervoor kan een ecologische Quickscan worden uitgevoerd. Vervolgens wordt bepaald of nader onderzoek nodig is en wanneer welke beheermaatregelen uitgevoerd kunnen worden. In deze houtopstanden is het mogelijk de winst te behalen voor de ontwikkeling van stakenfase naar een eind/climaxfase en daarmee de vergroting van de biodiversiteit. De lijst met overige bosjes (prioritering 2 en 3) is te vinden in bijlage 6. In bosplantsoen en wegbeplanting kan door middel van het uitvoeren van beheermaatregelen gewerkt worden aan meer gelaagdheid en diversiteit.
Deze houtopstanden zijn niet opgenomen in het overzicht, maar staan wel op de beheerkaarten.
41
Locatie
Eigendom
Kadastraal
Oppervlak Ontwikkelingsfase opmerking are
Opstand
Urgentie Ligging t.o.v. Wnb
Achlum De Jister
Natuurmonumenten, Erfpacht gemeente Waadhoeke
TJU 00 F 485
231
Stakenfase
Dunne stammen en 1 deel overwegend struiken. Onderbegroeiing aanwezig. Kern-mantelzoom opbouw mogelijk.
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus, Salix, Prunus
1
Buiten bebouwde kom
Achlum De Wiske
Gemeente Waadhoeke
TJU00 F 330, TJU00 F 362
99
Stakenfase
Dicht op elkaar en dunnen stammen. In midden onderbegroeiing aanwezig. Kern-mantel opbouw mogelijk.
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus
1
Buiten bebouwde kom
Franeker De Horsa
Gemeente Waadhoeke
FNK00 E 828, FNK00 E 837
94
Stakenfase
Alleen staken, dicht op elkaar en dunne stammen
Populus
1
Binnen bebouwde kom
Menaam kaatsveld
Gemeente Waadhoeke
BGM01 C 2963
108
Stakenfase
Veel en dicht op elkaar. Onderbegroeiing aanwezig. Zeer slecht bereikbaar. Rillen aanwezig. Kern-mantel opbouw mogelijk. Sporen van Essentaksterfte.
Crataegus, Fraxinus
1
Buiten bebouwde kom
Menaam Bitgumerdyk
Gemeente Waadhoeke
BGM01 E 1365
115
Stakenfase
Veel en dicht op elkaar. Wel dikkere stammen. Kern-mantel-zoom opbouw uitstekend mogelijk.
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus, Salix
1
Buiten bebouwde kom
42
Locatie
Eigendom
Kadastraal
Oppervlak Ontwikkelingsfase opmerking are
Opstand
Urgentie Ligging t.o.v. Wnb
Minnertsga Hearewei
Gemeente Waadhoeke
MGN01 B 3295
150
Stakenfase
Veel stammen en dicht op elkaar. Onderbegroeiing redelijk aanwezig. Kern-mantelzoom opbouw mogelijk.
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus, Populus
1
Buiten bebouwde kom
Minnertsga Hearewei
Gemeente Waadhoeke
MGN01 G 159
51
Stakenfase
Dicht op elkaar. Kernmantel opbouw mogelijk
Acer, Crataegus, Fraxinus
1
Buiten bebouwde kom
Minnertsga W. Binnemaleane
Gemeente Waadhoeke
MGN01 G 485
39
Stakenfase
Acer, Fraxinus, Crataegus
1
Buiten bebouwde kom
Nij Altoenae
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
ANA02 E 631
31
Stakenfase
Onderbegroeiing aanwezig. Kern-mantel-zoom opbouw mogelijk. Erg dicht op elkaar. Dunne stammen. Weinig onderbegroeiiing. Kernmantel-zoom opbouw mogelijk.
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus,
1
Buiten bebouwde kom
43
Locatie
Eigendom
Kadastraal
Oppervlak Ontwikkelingsfase opmerking are
Opstand
Urgentie Ligging t.o.v. Wnb
Sexbierum Walburgastrjitte
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
SBR00 F 142
71
Stakenfase
Dicht op elkaar en dunne stammen. Onderbegroeiing aanwezig. Mantel-kern opbouw mogelijk.
Acer, Crataegus, Fraxinus
1
Buiten bebouwde kom
Sexbierum langs Sexbierumer opvaart
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
SBR00 F 889
208
Stakenfase
Dicht op elkaar en dunne stammen. Onderbegroeiing aanwezig. Mantel-kern opbouw mogelijk.
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus
1
Buiten bebouwde kom
St. Annaparochie Noordeand
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
ANA02 F 287
85
Stakenfase
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus
1
Buiten bebouwde kom
St. Annaparochie De Keeg
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
ANA02 F 473, ANA02 F 745
337
Stakenfase
Dicht op elkaar. Wel verschil dikke en dunne stammen. Onderbegroeiing deels aanwezig aan de rand. In het midden overwegend overstaanders. Kernmantel-zoom opbouw mogelijk. Dicht op elkaar en dunne stammen. Onderbegroeiing aanwezig. Opstand in rijen geplant en deze structuur is nog zichtbaar.
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus
1
Buiten bebouwde kom
44
Locatie
Eigendom
Kadastraal
Oppervlak Ontwikkelingsfase opmerking are
St. Annaparochie Kroanenburg
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
ANA02 F 18
166
Stakenfase
St. Annaparochie J. Weidemastraat
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
ANA02 F 10
200
Stakenfase
St. Jacobiparochie ’t Spoorrondsy
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
JCB00 D 908
210
Tzummarum Kleasterwei
Staatsbosbeheer, erfpacht gemeente Waadhoeke
TMU00 F 1469
85
Opstand
Urgentie Ligging t.o.v. Wnb
Zeer dicht op elkaar, dunne stammen. Wel onderbegroeiing aanwezig. Sporen van Essentaksterfte. Kernmantel-zoom opbouw mogelijk Weinig tot geen lagen. De rand heeft een struiklaag. Kern-mantelzoom opbouw mogelijk.
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus
1
Buiten bebouwde kom
Acer, Alnus, Crataegus, Fraxinus, Salix
1
Buiten bebouwde kom
Stakenfase
Dicht op elkaar en dunne stammen onderbegroeiing aanwezig. Kern-mantelzoom opbouw mogelijk.
Acer, Crataegus, Fraxinus, Salix
1
Buiten bebouwde kom
Stakenfase
Onderbegroeiing aanwezig. Kern-mantel opbouw mogelijk.
Acer, Crataegus, Fraxinus, Populus, Salix
1
Buiten bebouwde kom
45
Deel 5: Bomen Deel 5 gaat in op het beheer van bomen. Er wordt een beschrijving gegeven van de beplantingstypen, de uitgangspunten bij het beheer, het beheer en het areaal.
46
1. Beplantingstypen Binnen het beheer van bomen vallen: • solitaire bomen • een rij bomen • groep van bomen Bomenrijen en boomgroepen met onderbeplanting vallen onder deel 4 natuurlijke beplanting.
2. Uitgangspunten Hieronder wordt ingegaan op de uitgangpunten bij het beheer van bomen.
Uitgangspunt 1: Beheer en ontwerp op basis van het Handboek Bomen 2022 \ Het beheer en ontwerp van bomen wordt uitgevoerd op basis van het Handboek Bomen 2022. Het Handboek Bomen 2022 zijn gestandaardiseerde en gevalideerde procedures, kwaliteitseisen en resultaatsverplichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen. Deze voorwaarden gelden ook voor het ontwerpen, beheer en veiligheid. Door het Handboek Bomen 2022 toe te passen binnen beheer wordt de kwaliteitszorg voor bomen op de lange termijn geborgd. Binnen het beheer en ontwerp wordt over het algemeen uitgegaan van een ‘redelijk’ ambitieniveau en een omloop tijd van 40 jaar.
Uitgangspunt 2: Veiligheid Voortvloeiend uit de zorgplicht op basis van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW), wordt bij iedere stamboom iedere drie jaar een boomveiligheidsonderzoek (BVC) uitgevoerd. De BVC wordt uitgevoerd op basis van het Handboek Bomen 2022. Uit deze BVC volgt een lijst met te nemen beheermaatregelen. Uit deze inspectie komt tevens een lijst met bomen die jaarlijks middels de BVC methode moeten worden geïnspecteerd. Ook bomen langs wandel- en fietspaden in bosjes, worden bij de BVC inspectie meegenomen. Opgemerkt moet worden dat niet alle bomen in bosjes worden gecontroleerd door middel van BVC. Alleen bomen binnen een valafstand tot een fiets- of wandelpad worden meegenomen.
Uitgangspunt 3: Ontwerp op basis van de vuistregel 3-30-300 In het ontwerp zoveel- en waar mogelijk gewerkt met de 3-30-300 vuistregel. Dit houdt in dat iemand vanuit het huis 3 bomen kan zien, dat 30 % van de oppervlakte in een wijk moet voorzien zijn van een bladerdak en dat iedereen binnen 300 meter vanaf de woning een groengebied/park kan bereiken. Deze vuistregel geldt name voor woonkernen en heeft de potentie de kwaliteit van de openbare ruimte te vergroten.
Uitgangspunt 4: Diversiteit In het verleden zijn boomrijen/lanen en boomgroepen aangeplant waarbij één soort boom werd toegepast. In het geval van een boomziekte, bijvoorbeeld de iepziekte, dan was de hele laan in gevaar. Oude rijen en lanen zijn, in enkele gevallen, daarom verloren gegaan. In het huidige boombeheer ligt de nadruk, waar mogelijk, op
47
diversiteit. Bij de keuze voor een te planten boomsoort wordt gekeken naar de groeiplaats, het gewenste eindbeeld, biodiversiteit en soorten die in het landschap of dorp passen.
Uitgangspunt 5: Geen gezonde bomen kappen Bomen hebben verschillende functies en leveren ecosysteemdiensten. Bijvoorbeeld: gezonde bomen verlagen de kosten voor technische waterberging, riolering, koelte en luchtfiltering. Ze dragen bij aan woongenot en gezondheid, zijn van nature circulair en faciliteren CO2-opslag. Het kappen van gezonde bomen is daarom niet wenselijk.
Uitsnede Handboek Bomen 2022 boekomslag achterzijde
Uitgangspunt 6: Rond bomen blijft een deel van de vegetatie staan. Rond bomen wordt bij het maaien een deel van de vegetatie niet gemaaid. Hiermee worden beschadigingen aan de stam en stamvoet tegen gegaan. Daarnaast biedt de behouden vegetatie bijvoorbeeld een voedselbron en een schuilmogelijkheid voor aanwezige fauna.
48
3. Beheer Binnen het beheer van bomen zijn drie ‘richtingen’ te onderscheiden: bestaande bomen (alle bomen die zijn aangeplant), nieuwe bomen (ontwerp) en werken rond bomen. De te nemen beheermaatregelen zijn afgestemd op functie en vegetatie op een locatie, waarbij (verkeers)veiligheid altijd voorop staat. In het beheer is onderscheid te maken tussen: 1. Regulier onderhoud. Dit zijn wekelijks of jaarlijks terugkerende beheermaatregelen. Te denken valt aan het verwijderen van stamopschot, verwijderen van dood hout uit de kronen en het toepassen van correctiesnoei. 2. Incidenteel onderhoud. Dit zijn incidenteel voorkomende beheermaatregelen, zoals het opruimen van stormschade en het terugsnoeien van overhangende takken. 3. Groot onderhoud en renovaties. Groot onderhoud kan bestaan uit het herinrichten en de aanplant van nieuwe bomen.
3.1 Bestaande bomen Binnen het beheer van bestaande bomen ligt de nadruk op veiligheid. Om te voldoen aan de zorgplicht voorvloeiend uit artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek wordt de boomveiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vrij uitgroeiende bomen en niet vrij uitgroeiende bomen. Vrij uitgroeiende boom: Een boom waaraan geen eisen voor een vrije doorgang gesteld zijn. • Opkronen: opkronen is niet aan de orde. • Kroon: alleen blijvende kroon. • Snoeiwijze: onderhoudssnoei. niet vrij uitgroeiende boom: Een boom waaraan specifieke eisen voor een vrije doorgang zijn gesteld. • Opkronen: tot beoogde opkroonhoogte eindbeeld • Tijdelijke kroon: kroongedeelte beneden de beoogde opkroonhoogte snoeiwijze: begeleidssnoei tijdelijke kroon. • Blijvende kroon: kroongedeelte boven de beoogde opkroonhoogte snoeiwijze: onderhoudssnoei blijvende kroon.
49
3.1.1 Boomveiligheidscontrole (BVC) Binnen de BVC wordt de gehele boom één keer per drie jaar geïnspecteerd, waarbij gekeken wordt naar gebreken van de boom. Dit zijn gebreken aan de kroon, stam, stamvoet, maaiveld, algemeen, vrije doorgang en bestratingsopdruk. Bij de BVC wordt een boomveiligheidsklasse toegewezen. Ook wordt bij de BVC het boombeeld van de boom beoordeeld.
Boomveiligheidscontrole, uitsnede Handboek Bomen 22, blz. 226
50
Boomveiligheidsklasse Boomveiligheidsklasse geeft een duiding over de veiligheid van de boom, waarbij gekeken wordt naar boomgebreken. Hieronder staan de drie boomveiligheidsklassen beschreven.
Uitsnede Handboek Bomen 2022, blz. 228
51
3.1.2 Boombeelden Boombeelden geven een beschrijving van de benodigde snoeibehoefte. Hierbij ligt de nadruk op de aanwezigheid van probleemtakken, waarmee de veiligheid in het geding zou kunnen zijn. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de boombeelden. Voor de technische specificaties wordt verwezen naar het Handboek Bomen 2022 hoofdstuk 8.
Boombeeld
Snoei
Opmerking
Aanvaard
Geen snoei-ingreep aan de orde Reguliere snoeiingreep aan de orde
Geen actuele snoeibehoefte of wordt geacht geen snoeibehoefte te hebben. In één reguliere snoeibeurt moeten alle probleemtakken worden verwijderd. Na de snoeibeurt moet er sprake zijn van een aanvaard boombeeld. In één verzwaarde snoeibeurt moeten alle probleemtakken worden verwijderd. Na de snoeibeurt moet er sprake zijn van een aanvaard boombeeld. Verzwaarde snoei-ingreep: kroonvolume reductie tenminste 30% tot maximaal 40%. Te dikke takken: wanneer er meerdere dikke takken in de tijdelijke kroon voorkomen met een takdiameter van >15 cm. Innemen takken: meerdere takken moeten worden ingenomen (overschrijding 25% totaal kroonvolume. Dood hout: overmatig dood hout waarbij het aantal te verwijderen dode probleemtakken los van de overige te verwijderen probleemtakken tenminste gelijk is aan 3 dode takken per 6 meter boomhoogte. Er zijn meerdere snoeibeurten nodig om alle probleem takken te verwijderen. Meer van 40% van het kroonvolume bestaat uit probleemtakken. Het verwijderen van meer dan 40% kroonvolume is niet in één beurt toegestaan, met uitzondering van probleemtakken in het kader van de veiligheid.
Regulier
Achterstallig
Verzwaarde snoeiingreep aan de orde
Verwaarloosd Gefaseerde snoeiingrepen aan de orde
Uitsnede Handboek Bomen 2022, blz, 186
52
3.1. Probleemtaken Probleemtakken zijn takken die de veiligheid in het gevaar kunnen brengen en die de wettelijke vrije doorgang en de obstakelvrije doorgang in het geding brengen. Hieronder volgt een beschrijving van de probleemtakken.
Uitsnede Handboek Bomen 2022, blz. 190
Uitsnede Handboek Bomen 202, blz. 196
53
3.2 Begeleidingssnoei Begeleidingssnoei is er op gericht maatregelen te nemen om het eindbeeld te behalen. • Het stelselmatig borgen van de veiligheid, een voldoende vrije doorgang en een voldoende vrije obstakelvrije zone. • Het stelselmatig binnen de tijdelijke kroon voorkomen of wegnemen van te dikke takken. • Het verkrijgen/handhaven van een rechte doorgaande, opgaande spil. • Het stelselmatig voorkomen van stamvergaffelingen binnen de beoogde takvrije stam. • Voorkomen c.q. wegnemen van dubbele toppen. • Het systematisch opkronen.
3.3 Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei is de snoei in de blijvende kroon en is primair gericht op het duurzaam behoud van de blijvende kroon zonder probleemtakken.
54
3.4 Samenvatting terminologie Hieronder staat een samenvatting van de terminologie met betrekking tot het snoeien van bomen.
Uitsnede Handboek Bomen 22, blz. 192
55
3.2 Nieuwe bomen (ontwerp) Een boom kan tot volle wasdom komen als bij het ontwerp wordt gewerkt met het principe: de juiste boom op de juiste plaats. Het selecteren van een boom is sterk afhankelijk van de beoogde groeiplaats. De mate van ondergrondse groeiruimte is net zo belangrijk als de bovengrondse groeiruimte. Bij het ontwerp wordt gekeken naar boomcategorieën, eindbeelden en kroonvormen. Binnen het Handboek Bomen 2022 is een rekentool om de juiste boom voor de juiste plaats te selecteren waarbij wordt gekeken naar de groeiplaats en de (beoogde) groeilocatie. 3.2.1 Boomcategorieën Binnen het ontwerp wordt gewerkt met drie boomcategorieën.
Categorie 1: eindhoogte > 15 meter Categorie 2: eindhoogte 8 – 15 meter
Categorie 3: eindhoogte < 8
3.2.2 Eindbeelden en kroonvormen De groeiplaats is sterk verbonden met de haalbaarheid van het beoogde eindbeeld (zie hieronder).
Uitsnede Handboek Bomen 2022, blz. 31
56
3.3 Werken rond bomen Werkzaamheden rond bomen kunnen (sterk) effect hebben op de vitaliteit en gezondheid van een boom. Voorafgaand aan werkzaamheden wordt beoordeeld welk effect het werk kan hebben op de boom. 3.3.1 Kwetsbare boomzone Rond elke boom bevindt zich een boven- en ondergrondse, kwetsbare boomzone: de projectie van de kroon, het wortelpakket en de groeiplaats. Uit uitgangspunt bestaat de kwetsbare boomzone uit de (bovengrondse) standruimte van de boom inclusief de aan de boomgerelateerde (ondergrondse) groeiplaats, stabiliteitswortels en de doorwortelde bodemzone.
Uitsnede Handboek Bomen 2022, blz. 51
57
4. Areaal 4.1 Areaal boomveiligheidscontrole Voor de uitvoer van de boomveiligheidscontrole (BVC) is het grondgebied opgedeeld in die rayons. Op deze manier worden alle bomen één keer per drie jaar gecontroleerd, om te voldoen aan de zorgplicht op basis van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Na de BVC worden de onderhoudsmaatregelen genomen. Opgemerkt moet worden dat bij acute onveilige situaties, zoals takbreuk of windworp, beheermaatregelen zo snel mogelijk worden genomen.
Kaart rayonindeling Boomveiligheidscontrole (BVC)
58
4.2 Areaal wijkteams Het grondgebied van de gemeente is voor het beheer van het openbaar groen opgedeeld in zes wijken. Over het algemeen verwijdert het wijkteam het stamopschot en voeren zij het onderhoud van knot- en leibomen uit.
59
4.3 Soorten Hieronder volgt een overzicht van de bomen in gemeente Waadhoeke. In deze lijst is alleen de soortnaam opgekomen. De volledige lijst, inclusief botanische naam, is te vinden in bijlage 7.
Bomen
Acer
Aesculus
Ailianthus
Alnus
Amelanchier
Betula
Carpinus
Castanea
Catalpa
Cedrus
Cercidiphyllum
Chamaecyparis
cornus
Corylus
Crataegus
Fagus
Fraxinus
Ginkgo
Gleditsia
Ilex
Juglans
Laburnum
Liquidambar
Magnolia
Malus
Metasequioa
Morus
Nyssa sylcatica
Ostrya
Parrotia
Picea
Pinus
Platanus
Populus
Prunus
Pterocarya
Pyrus
Quercus
Rhamnus
Robina
Salix
Sambucus
Sophora
Sorbus
Taxodium
Taxus
Thuja
Tilia
Ulmus
Zelkovaserrata
60
Deel 6: Monitoring, schouw en lidmaatschappen Dit deel gaat in op de wijze waarop monitoring en schouw worden uitgevoerd. Daarnaast geeft dit deel een overzicht van de lidmaatschappen en een beknopte beschrijving van overige zaken.
1. Monitoring Om de effecten van het beheer in beeld te hebben en het beheer waar nodig bij te sturen wordt monitoring ingezet. Monitoring is het langdurig uitvoeren van metingen om ontwikkelingen te kunnen volgen. Monitoring geeft, met name bij ecologische beheer, inzicht in de effecten van beheer. De schouwen worden ingezet om langdurig metingen te doen.
2. Schouw Vier keer per jaar wordt het gemeentelijke areaal geschouwd, door een externe partij. Door het inzetten van een externe partij wordt ‘het keuren van eigen vlees’ tegengegaan. Bij de schouw wordt gekeken naar het onderhoudsniveau van gras (met name gazon) en cultuurlijke beplanting. Hiervoor worden vooraf vastgestelde meetlatten gebruikt. De meetlatten zijn opgesteld op basis van de CROW systematiek waardoor er op objectieve wijze geschouwd kan worden. Binnen de schouw is steeds meer aandacht voor ecologisch beheer. Meetlatten om ecologie objectief meetbaar en inzichtelijk te maken, zijn volop in ontwikkeling. Ecologie is met name aan de orde bij het beheer van gras en natuurlijke beplanting. Binnen de schouw bij ecologisch beheer wordt gekeken naar de soortensamenstelling. Binnen het boombeheer wordt de boomveiligheidscontrole als schouw ingezet. Dit is beschreven in deel 5 onder 3.3.1.
3. Lidmaatschappen Gemeente Waadhoeke heeft lidmaatschappen bij: • Stichting Iepenwacht Friesland (SIF): SIF coördineert en voert de bestrijding van de iepziekte uit. SIF voert de jaarlijkse inspectierondes uit (tussen april en oktober) en zorgt voor het verwijderen en afvoeren van zieke/dode iepen. • Normeninstituut Bomen: Het Nomeninstituut Bomen geeft het Handboek Bomen 2022 uit en fungeert als kennisbank. • Hortipoint: Hortipoint is een stichting voor groene vakbladen.
4. Wensen •
•
Om het ecologisch beheer in de juiste samenhang met de Wet natuurbescherming uit te voeren is het nodig een natuurwaardenkaart voor Waadhoeke op te stellen. Een natuurwaardenkaart geeft inzicht in de aanwezigheid van (beschermde) soorten flora en fauna. Tevens kan een dergelijke kaart organisatie breed ingezet worden voor het verlenen van vergunningen en bij projecten bijvoorbeeld. Voor het opstellen van een natuurwaardenkaart is het van belang een lidmaatschaap te hebben bij de Nederlandse Databank Flora Fauna. Deze databank is de basis voor data omtrent flora en fauna in Nederland. Een dergelijk lidmaatschap kost rond de €7000,- per jaar. Om inwoners te informeren, delen en ophalen van informatie kunnen communicatie middelen worden ingezet bijvoorbeeld filmpjes, artikelen en enquête. Hiervoor zijn financiële middelen benodigd.
61
Deel 7: Financiën Gras Onderstaande bedragen zijn ramingen, mede gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2020 en 2021. Hierover zijn zowel onvoorziene uitgaven doorberekend als indexatie met een factor 1.3. Type Maaien en hekkelbestek (Ecologisch) specialistisch beheer Hekkelen boeren
Kosten € 975.500 € 100.000 € 35.000
TOTAAL
€ 1.110.500
Cultuurlijke beplanting Type Inboet Hoveniers extern Renovatie Huur materieel en inkoop TOTAAL
Kosten € 150.000 € 100.000 €100.000 € 200.000 € 550.000
62
Natuurlijke beplanting Raming bosjes Onderstaande raming is berekend voor de komende 4 jaar, voor de bosjes (natuurlijke beplanting) welke aangemerkt zijn met prioriteit 1. Alle overige bosjes, met een andere prioritering, worden meegenomen in de volgende groenbeheerplannen, tenzij veiligheid in het geding is. quickscan Totaal
€ 35.572
nader onderzoek € 91.066
% dunning
maatregelen dunning are
prijs € 142.980
ontheffingen
bijplanten
herplant are
aantal
prijs
€ 27.375
€ 1.332 TOTAAL komende 4 jaar
€ 298.326
Bedrag per jaar
€ 75.000
Vanuit financieel perspectief wordt gekozen om de verplichte QuickScans structureel mee te nemen in de begroting. De nadere financiële uitwerking zal in de kadernota 2024 ev worden meegenomen. Resteer een structureel bedrag van € 40.000,Raming wegbeplanting en bosplantsoen Wat betreft onderstaande raming geldt dat er jaarlijks circa € 63.283,- nodig is voor het beheer van bosplantsoen en wegbeplanting. De totale raming voor het onderhoud van de wegbeplanting en bosplantsoen is € 421.890,-. Type
Oppervlak are
quickscan
nader onderzoek
maatregelen dunning are
% dunning
prijs
ontheffingen
are bosplantsoen
3154
€ 54.753
€ 140.163
30%
946,2
€ 94.620
€ 1.825
wegbeplanting
1402
€ 24.338
€ 62.304
30%
420,6
€ 42.060
€ 1.825
Totaal
€ 79.092
€ 202.468
€ 136.680
€ 3.650
TOTALE RAMING
€ 421.890
15% op jaarbasis (jaarlijks)
€ 63.283
63
Bomen Het onderhoud aan bomen vanuit het klein onderhoud, zoals inboet en aanplant, watergeven, wortelopdruk, stobbe frezen en onvoorziene uitgaven, is een bedrag van € 250.000,- geraamd. Bedrag per jaar regulier onderhoud
€ 250.000
Onderstaand laat de kosten per jaar zien voor het uitvoeren van de boomveiligheidscontroles (BVC) en de daaruit volgende onderhoudsmaatregelen. 2023 jaar 1 Totaal
€ 226.557
Totaal
€ 393.746
Totaal
€ 499.893
Totaal
€ 182.494
TOTAAL beheerplan BVC en beheer komende 4 jaar
€ 1.302.691
TOTAAL per jaar gemiddeld
€ 325.672
2024 jaar 2
2025 jaar 3
2026 jaar 4
Vanuit financieel perspectief wordt gekozen om de verplichte QuickScans structureel mee te nemen in de begroting. De nadere financiële uitwerking zal indien dit een uitbreiding van de financiële middelen vraagt, na het uitvoeren van de QuickScans jaarlijks aan de raad worden voorgelegd. Resteer een structureel bedrag van € 50.000,-
Uitbestede werken algemeen Type Gras/hekkelen totaal (excl. oa gazons) Bomen totaal (bosjes, wegbeplanting, bosplantsoen, bomen)
Inspecties en schouw Uitbesteed specialistisch Exoten
Kosten € 1.110.500
Aangepast vanuit financieel perspectief (40.000+63.000+250.000+50.000=) € 403.000 € 20.000 € 75.000 € 200.000
64
Personeel van derden (2022 ca. 65% Empatec)
€ 700.000
TOTAAL per jaar
€ 2.508.500
Lidmaatschappen, wensen, experimenten, ontwikkelingen Type Contributies Ontwikkelingen
Kosten
€ 50.000 Aangepast vanuit financieel perspectief € 50.000 Aangepast vanuit financieel perspectief € 25.000
Dorpen en wijken initiatieven TOTAAL per jaar
€ 125.000
Vanuit financieel perspectief wordt gekozen om de raming Ontwikkelingen en Dorpen en wijken initiatieven terug te brengen van respectievelijk €150.000 naar € 50.000 en €100.000 naar € 25.000. Resteer een structureel bedrag voor deze onderdelen van € 50.000 + €50.000 + €25.000 = € 125.000
Samenvatting financieel Regulier onderhoud Type
2023
2024
2025
2026
Cultuurlijke beplanting Uitbestede werken algemeen Lidmaatschappen, wensen, experimenten, ontwikkelingen
€ 550.000 € 2.508.500 € 125.000
€ 550.000 € 2.508.500 € 125.000
€ 550.000 € 2.508.500 € 125.000
€ 550.000 € 2.508.500 € 125.000
Bijstellen kostenstijging (ca. 9%)
-€ 286.513
-€ 286.513
-€ 286.513
-€ 286.513
€ 2.896.987
€ 2.896.987
€ 2.896.987
€ 2.896.987
€ 1.401.136
€ 1.401.136
€ 1.401.136
€ 1.401.136
Budget hekkelen en maaien
€ 160.800
€ 160.800
€ 160.800
€ 160.800
Budget ecologisch bermbeheer en biodiversiteit (4 jaar)
€ 190.000
€ 190.000
€ 190.000
€ 190.000
TOTAAL BESCHIKBAAR
€ 1.751.936
€ 1.751.936
€ 1.751.936
€ 1.751.936
Tekort
€ 1.145.051
€ 1.145.051
€ 1.145.051
€ 1.145.051
TOTAAL BENODIGD Budget openbaar groen
Het tekort wordt veroorzaakt door meerdere oorzaken zoals kostenstijgingen, areaalwijziging en nieuwe wetgeving. Omdat er nog voldoende ruimte op de stelpost Onvoorzien met bestemming (loon- en prijsontwikkeling) is, is het voorstel om het regulier budget voor onderhoud groen te verhogen met € 1.145.051 ten laste van ten laste van Onvoorzien met bestemming (loon- en prijsontwikkeling) 65
Deel 8: Bijlagen Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Bijlage 2: Samenvatting wettelijk kader en achtergronden Bijlage 3: Beelden grastypen Bijlage 4: Varianten onderhoudsniveau ’s Bijlage 5: Natuurlijke beplanting overzicht Bijlage 6: Lijst bosjes prioritering 2 en 3 Bijlage 7: Namenlijst bomen
66
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Hieronder staat een verklarende woordenlijst. Voor een verklarende beschrijving van de beplantingstypen en beheermaatregelen wordt verwezen naar de betreffende delen in dit beheerplan. Successie: Successie is de verandering in de soortensamenstelling binnen een gebied gedurende de tijd. Inboet: Inboet is het aanvullen van een beplantingsvak met dezelfde soort planten, om gaten op te vullen. Groot onderhoud en renovaties: Groot onderhoud kan bestaan uit het opnieuw inrichten of omvormen van een beplantingsvak. Technische levensduur: De gemiddelde levensduur van cultuurlijke beplanting is afhankelijk van het soort beplanting. Op het moment dat beplanting door middel van regulier onderhoud niet meer kan voldoen aan de oorspronkelijke ontwerpeisen is de technische levensduur verlopen. Fasen in ontwikkeling natuurlijke beplanting Fase Leeftijd Omschrijving Jonge fase 1 tot 5 jaar Boompjes groeien uit de begroeiing omhoog en de kronen beginnen aan te sluiten. Vaak zijn er nog veel pionier- en ruigtekruiden in de begroeiing aanwezig. Dichte fase 5 tot 10 jaar De bomen sluiten aaneen totdat onder de bomen doorgekeken kan worden. Er is weinig licht onder de bomen, waardoor veel kruiden verdwijnen. Stakenfase 10 tot 40 jaar Het kronendak is gesloten en de bomen groeien sterk de hoogte in.
Er is veel concurrentie tussen de bomen onderling, waardoor veel bomen afsterven. Op deze manier vindt er natuurlijke dunning plaats. Er zijn maar weinig andere planten in staat zich te handhaven. Er is relatief weinig variatie. Volgroeide fase 40-200 jaar De bomen bereiken hun maximale hoogte. Er komt meer / climaxfase structuurverschil. Sommige bomen kunnen goed uitgroeien en vormen dikke stammen. Andere bomen worden verdrukt of blijven achter in groei. Er ontstaat gelaagdheid met een dik kronendak. Door de gelaagdheid ontstaan er plekken waar licht op de bodem valt. Het bos wordt gevarieerder en minder doorzichtig. Verjongingsfase > 200 jaar Bomen sterven langzaam af en niet allemaal op hetzelfde moment. Als een boom afsterft valt er meer licht op de bodem, waardoor kruiden, struiken en jonge bomen zich kunnen ontwikkelen. De jongen bomen zullen de concurrentiestrijd winnen. Het bos wordt steeds gevarieerder en waardevoller. Kern-mantel-zoom natuurlijke beplanting Opbouw Omschrijving Zoom De kruidachtige begroeiing in de randzone tussen de houtige begroeiing en het grasland. Bestaat uit hoog opschietende en overblijvende soorten. Mantel De overgangszone van zoom naar bos die vooral uit lichtminnende struiken bestaat. Veel mantelsoorten groeien ook in het bos, maar zijn daar minder goed ontwikkeld.
Kern Bestaat uit volwassen bomen met daaronder jonge bomen en schaduwverdragende soorten.
67
Boom: Een overblijvend houtig gewas volgens de naamlijst houtige gewassen, maat tenminste 14-16. Binnen het Handboek Bomen 2022 wordt het begrip boom als volgt omschreven: De kroon, de stam en de wortels van de boom alsmede de aan de boomgerelateerde groei en standplaats. Ook een dode boom of bomen met een verminderde conditie of een beperkte toekomstverwachting vallen binnen de omschrijving ‘Boom’. Houtopstand: Zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Snoei: Selectief terugsnijden van houtige planten. Kandelaberen: Het fors inkorten of innemen van een te groot geworden boom. De boom verandert daardoor zodanig van beeld dat hij in kale vorm tijdelijk lijkt op een kandelaar of luchter met meerdere armen. Kap: Het omzagen van een boom. Afzetten: Afzetten van bomen en struiken houdt in dat het in zijn geheel laag bij de grond wordt afgezaagd of omgehakt. Dit heeft veelal als doel de boom of struik weer te laten uitlopen. Rooien: Het weghalen van de boom en het wortelgestel van de boom. Dunnen: Vellen dat geschiedt als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand. Stobbe: Een stobbe, ook wel boomstronk of boomstomp genoemd, is het onderste deel van een boom met de wortels, dat overblijft na afkappen of snoeien of kappen.
Stobbenfrees: Een stobbenfrees is een freesmachine waarmee men de stobbe en wortels van een gerooide boom stuk kan maken, om te voorkomen dat deze opnieuw uitloop.
68
Bijlage 2: Samenvatting wettelijk kader en achtergronden 1. Europa VN-Klimaatakkoord van Parijs 1.1 Klimaat en biodiversiteit Op 5 juni 1992 is het Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro ondertekend door 195 landen, waarmee zij zich verplichten de biodiversiteit te beschermen. Later, in december 2015, is in Parijs een wereldwijd klimaatakkoord gesloten, dit is in 2020 ingegaan. Doel van het akkoord is om de klimaatopwarming te beperken tot 1,5 à 2 graden Celsius. Om dit doel te halen hebben EU-lidstaten met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 40% minder moet uitstoten.
1.2 Europese Biodiversiteitsstrategie In 2020 is de Europese Biodiversiteitsstrategie gepresenteerd. Dit is een pijler van de Europese Green Deal en heeft tot doel de biodiversiteit in Europa uiterlijk in 2030 op het pad naar herstel te zetten.
1.3 Sustainable Development Goals: Werelddoelen voor duurzame ontwikkeling Sinds 2015 wordt gewerkt aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Deze doelstellingen zijn erop gericht een einde te maken aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering. De 193 lidstaten van de Verenigde Naties (VN) hebben deze ontwikkelingsagenda voor 2015 – 2030 vastgesteld. De agenda bestaat uit 17 doelen. Landen voeren de SDG’s uit op nationaal en internationaal niveau.
2. Nederland 2.1 Nederlandse Klimaatakkoord Het Nederlandse Klimaatakkoord (2019) is een vertaling van het VN-Klimaatakkoord van Parijs. De Nederlandse overheid wil in 2030 49% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet dat 95% minder zijn. Om de doelstelling te halen heeft de overheid samen met bedrijven en organisaties maatregelen afgesproken. Deze staan in het nationale Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord staan afspraken met 5 sectoren over de maatregelen die deze sectoren de komende 10 jaar en in de jaren daarna gaan nemen om de klimaatdoelen te halen. Deze sectoren zijn: gebouwde omgeving, landbouw en landgebruik, elektriciteit, industrie en mobiliteit. Binnen de sector ‘Landbouw en landgebruik’ is onder andere afgesproken om maatregelen te nemen om CO2 vast te leggen en om te werken aan meer bos, bomen en natuur.
2.2 Deltaplan biodiversiteit In 2018 hebben boerenorganisaties, ketenpartijen, onderzoekers, natuur- en milieuorganisaties en een financier een plan gemaakt om biodiversiteitverlies in Nederland om te buigen naar herstel. Met het Deltaplan Biodiversiteitsherstel wordt bestaande kennis, welvaart en energie ingezet voor een Nederland waar mensen én natuur zich volop kunnen ontplooien. Kern van de aanpak is brede samenwerking van boeren, terreinbeheerders, particulieren, onderzoekers en overheden op gebiedsniveau. Binnen het Deltaplan Biodiversiteit zijn drie werkroutes uitgewerkt: werkroute natuur, werkroute landbouw, werkroute openbare ruimte. Hieruit voortgekomen is het Fries herstelplan en vervolgens het Biodiversiteitsactieplan Waadhoeke.
2.3 Bossenstrategie Een van de uitwerkingen van het VN-Klimaatakkoord is in 2020 vertaald in de Bossenstrategie. Het Rijk en provincie hebben gezamenlijke deze strategie opgesteld. In de Bossenstrategie wordt ingegaan op de volgende thema’s: • Realiseren van bosuitbreiding
69
• • •
Revitaliseren van bestaande bossen Kansen voor bossen en bomen in de landelijke en stedelijke omgeving Mogelijkheden voor gebruik van bos, o.a. houtproductie
2.4 Natura 2000-gebied Natura 2000is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. De Waddenzee is aangemerkt als Natura 2000-gebied. De overige Natura 2000-gebieden liggen niet in gemeente Waadhoeke.
2.5 Het Natuurnetwerk Nederland Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Er zijn geen Natuur Netwerk Nederland gebieden in Waadhoeke.
2.6 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. In de Wnb zijn drie oude wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998 (natuurbescherming van specifieke gebieden) , de Boswet (bescherming van bossen) en de Flora- en Faunawet (bescherming dier- en plantsoorten) samengevoegd. In de Wet natuurbescherming zijn in hoofdstuk 4 regels opgenomen over het bewaren van houtopstanden. Deze regels gelden voor houtopstanden die op basis van artikel 4.1 lid a van de Wetnatuurbescherming buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming liggen. Daarmee vallen houtopstanden buiten de grenzen van de bebouwde kom onder het beschermende regime van de Wet natuurbescherming.
2.7 Zorgplicht bomen In artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de onrechtmatige daad omschreven. Het gaat om een handelen of een nalaten waarmee iemand een ander schade toebrengt. Er moet aan 5 criteria worden voldaan: er moet sprake zijn van onrechtmatigheid, van toerekenbaarheid (vaak in de vorm van ‘schuld’), er moet schade zijn, er moet een causaal verband bestaan tussen de onrechtmatige daad en de schade en er moet sprake zijn van relativiteit. Is aan al deze eisen voldaan, dan moet de eigenaar van de boom de schade van het slachtoffer vergoeden. Een eigenaar van een boom kan aansprakelijkheid voorkomen wanneer hij kan bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De algemene zorgplicht bestaat er uit dat er sprake moet zijn van regulier en regelmatig onderhoud en uitwendige controle op gebreken aan de boom (de zogenaamde boomveiligheidscontrole ). Daarbij is er de onderzoeksplicht. Wanneer uitwendige gebreken worden geconstateerd of andere aanwijzingen bestaan over een gebrek, dan dient een nader onderzoek plaats te vinden. (bron: bomenrecht.nl)
2.8 Waterwet De Waterwet regelt het beheer van watersystemen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast, waterschaarste en de bescherming en verbetering van kwaliteit van de watersystemen.
70
2.9 Gedragscode soortenbescherming Stadswerk De gedragscode Soortbescherming voor gemeenten is de opvolger van de in 2011 goedgekeurde, Stadswerk gedragscode Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en de in 2014 goedgekeurde Stadswerk gedragscode Bestendig beheer of onderhoud groenvoorzieningen. Deze gedragscode is van toepassing op voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden op locaties met wettelijk beschermde soorten. De werkzaamheden worden door gemeenten of in opdracht van gemeenten gerealiseerd. De gedragscode geeft invulling aan aantoonbaar zorgvuldig handelen. Het betreft een uitwerking van het onderdeel soortbescherming van de Wet natuurbescherming. Centraal hierin staat: behoud en herstel van biodiversiteit.
3. Fryslân 3.1 Bouwstenen voor CO2-opslag in bomen, bos en natuur Binnen het Nederlandse Klimaatakkoord is binnen het thema Landbouw & Landschap nagedacht over mogelijkheden om drie en een half miljoen ton aan CO2 -emissiereductie te realiseren. Bomen, Bos en Natuur was een van de zeven thema’s die in dat kader werden uitgewerkt. Provincie Fryslân heeft in juni 2020 in samenwerking met verschillende partijen het rapport ‘Bouwstenen voor CO2-opslag in bomen, bos en natuur’ opgesteld. In dit rapport staan 18 bouwstenen verdeeld over 3 categorieën beschreven. Bomen, bos en natuur spelen een belangrijke rol in het vasthouden van CO2. Binnen het thema ‘Bos, bomen en natuur’ een viertal pijlers geformuleerd: 1. Revitalisering landschapselementen 2. Revitalisering van bos 3. Klimaatslim ketenbeheer 4. Stapeling van functies en doelen.
3.2 Herstelplan biodiversiteit Fryslân Het provinciaal Herstelprogramma Biodiversiteit is te beschouwen als de provinciale vertaling van de gezamenlijke Agenda herstel biodiversiteit Fryslân, die met de Friese partners is ontwikkeld. Vanuit de Agenda Herstel biodiversiteit Fryslân wordt benadrukt dat het essentieel is dat randvoorwaarden voor herstel van biodiversiteit van goede kwaliteit zijn. De Agenda herstel biodiversiteit Fryslân levert hier een bijdrage aan door te verbinden, versterken en verbeteren.
3.3 Friese bossenstrategie Momenteel wordt aan een Friese Bossenstrategie gewerkt.
3.4 Grutsk op ‘e Romte Op 26 maart 2004 is Grutsk op 'e Romte vastgesteld door Provinciale Staten. Grutsk op ‘e Romte is een thematische structuurvisie over landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang en is voor dit thema een kader dat gebruikt wordt bij ruimtelijke afwegingen. Het is een zelfbindend document, dus alleen bindend voor de provincie zelf.
3.5 Omgevingsvisie De Romte Diele Op 1 mei 2020 is de Omgevingsvisie De Romte Diele vastgesteld. In deze visie geeft provincie Fryslân haar hoofdambitie aan: brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân.
71
3.6 Keur Wetterskip Fryslân 2013 Keur Wetterskip Fryslân 2013 is een verordening die gericht is op het beheer van de infrastructuur. De basis voor het uitmaaien van watergangen ligt in de volgende artikelen: • Artikel 1.2: De verplichtingen ingevolge deze keur rusten op de eigenaar van de gronden. • Artikel 2.1: Onderhoudsplichtig zijn diegenen die in de legger of in artikel 2.12: tot het verrichten van gewoon of buitengewoon onderhoud aan waterstaatswerken zijn aangewezen. • Artikel 2.5: De onderhoudsplichtigen van oppervlaktewaterlichamen zijn verplicht tot het daaruit verwijderen van begroeiingen en afval, tot het herstellen van beschadigingen aan oevers en tot het onderhouden van begroeiingen, dienstig aan de waterhuishoudkundige functies ervan. • Artikel 2.6: De onderhoudsplichtigen van oppervlaktewaterlichamen zijn verplicht tot instandhouding daarvan overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent richting, vorm, afmeting en constructie.
72
4. Waadhoeke 4.1 Biodiversiteit Actie Plan Op 11 juni 2020 is het Biodiversiteitactieplan (met enkele wijzigingen) vastgesteld. Dit plan borgt de structurele aandacht voor biodiversiteit. Ook is hierin de ecologische visie opgenomen: Waadhoeke wil dat de huidige ecologische waarden in stand worden gehouden en -daar waar het kansrijk isworden hersteld en versterkt. Waadhoeke streeft naar een eigen ecologische hoofdstructuur waarin belangrijke hotspots met elkaar worden verbonden door natuurlijke corridors
4.2 Duurzaamheidsagenda Op 2 juli 2020 is de Duurzaamheidsagenda vastgesteld. Hierin zijn drie thema’s opgenomen: Oars mei enerzjy omgean, Oars mei grien omgean, Oars mei ôffal omgean.
4.3 Ontwikkelperspectief D: Duurzame oogst voor de toekomst Met deze ontwikkellijn wil Waadhoeke een duurzame(re) versterking tussen landschap, natuur en landbouw. Daarnaast is er aandacht voor grote opgaven hoger op de regionale en nationale agenda te zetten en innovatiekansen aanjagen, bijvoorbeeld (healthy) food.
4.4 Landschapsbiografie ‘Het verhaal van Waadhoeke, 3000 jaar leven met het water’ In de landschapsbiografie staat het ontstaan van het landschap van gemeente Waadhoeke beschreven. Daarbij wordt in hoofdstuk ‘De Huidige Tijd’ een beschrijving gegeven van de kernwaarden van het landschap.
4.5 Grenzen bebouwde kom Wet natuurbescherming Waadhoeke De Wet natuurbescherming geeft in hoofdstuk 4 regels voor het bewaren van houtopstanden. Deze regels gelden voor houtopstanden buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming. Waar de grens van de bebouwde kom ligt, wordt op basis van artikel 4.1 lid a bepaald door uw gemeenteraad. Op 23 december 2021 heeft de gemeenteraad de grenzen bebouwde kom Wet natuurbescherming vastgesteld.
4.6 Bodemvisie Waadhoeke Op 21 december 2021 is de Bodemvisie Waadhoeke vastgesteld. Hierin worden elf speerpunten benoemd om het beschermen, beheren, benutten en verbeteren van de bodem en ondergrond te bevorderen.
4.7 Inventarisatie waardevolle landschapselementen Op 20 mei 2021 is de motie Kappen van Bomen aangenomen door de raad. In deze motie wordt gevraagd een inventarisatie te laten doen naar historische/monumentale/ beeldbepalende/ karakteristieke bomen en houtopstanden in de gemeente Waadhoeke en de kap van waardevolle bomen en landschapselementen onder de WABO te laten vallen. De uitkomsten van deze inventarisatie worden meegenomen in de beheermaatregelen.
73
Bijlage 3: Beelden grastypen
Gazon
Ruigte
Kruidenrijk gras
Uitmaaien watergang (hekkelen)
Riet
74
Bijlage 4: Varianten onderhoudsniveau’s (bron Antea Group) Variant A (hoog) De variant A (hoog) wordt toegepast in verblijfsgebieden met een geheel eigen, herkenbaar karakter en uitstraling. Deze gebieden worden intensief tot zeer intensief gebruikt en vervullen een regionale functie. De inrichting is gedetailleerd en er zijn bijzondere inrichtingsmaterialen gebruikt. De ruimte is doorgaans als één integraal geheel ontworpen. Variant intensief houdt in dat de openbare ruimte intensief wordt onderhouden om aan de verwachte beeldkwaliteit te kunnen voldoen.
Variant B (basis) Het meest voorkomende functionele gebied in de gemeente is de woonwijk. In de woonwijken treffen we het normale gebruik van de openbare ruimte aan. De inrichting is hierop afgestemd. De inrichting is functioneel en eenvoudig en kent weinig bijzondere elementen en inrichtingsmaterialen. Het ligt dan ook voor de hand om aan woongebieden een standaard onderhoudsniveau toe te kennen. Variant basis houdt in dat het beschikbare budget afdoende is om te voorzien in het onderhoud en vervanging die nodig zijn om het kapitaalgoed in conditie te houden, dusdanig dat de waarde daarvan niet vermindert en dat aan de basisvereisten van veiligheid voldaan kan worden. Het gaat om sober en doelmatig onderhoud.
Variant C (laag) Variant C (laag ) wordt toegepast in gebieden waar nauwelijks randvoorwaarden gelden ten aanzien van de beeldkwaliteit. De inrichting is hier standaard en eenvoudig. Door de lage gebruiksdruk en de esthetisch minder representatieve functie kunnen deze gebieden op een wat lagere kwaliteit dan gemiddeld worden onderhouden.
75
Beplanting Opgaande heesters, Bodembedekkende heesters, Opgaande bodembedekkende heesters, Botanische heester rozen, Kruidachtigen en Bosplantsoen verrijkt. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De beplanting voldoet aan het gewenste eindbeeld en vertoont nauwelijks snoeiachterstand De vitaliteit van de beplanting is goed Schade komt nauwelijks voor De vakken zijn gesloten, kale plekken komen nauwelijks voor Oneigenlijke snoeimaatregelen komen nauwelijks voor Er is nauwelijks urgente snoeibehoefte Inboet doet geen breuk aan beeld/uitstraling De afzonderlijke standplaats van planten is herkenbaar (niet bij bodembedekkers)
Kwaliteitsnorm:100 m2 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Beeld (jeugdfase/eindbeeld) Vitaliteit Schade Volledigheid rijen/vakken Oneigenlijke maatregelen zichtbaar Snoeibehoefte Inboet: overeenst. maat en soort Verdringing/vakvreemde soorten
Hoog
Kwaliteitsbeschrijving:
<5% niet goed/achterstand <5% matig/slecht <5% schade <5% onvolledig nee <5% urgent goed <5% verdringing
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De beplanting voldoet redelijk aan het gewenste eindbeeld en vertoont enige snoeiachterstand De vitaliteit van de beplanting is voldoende Schade is vaak zichtbaar De vakken zijn gesloten, kale plekken komen hier en daar voor Oneigenlijke snoeimaatregelen komen incidenteel voor Er is enige urgente snoeibehoefte Inboet doet enige afbreuk aan beeld/uitstraling De afzonderlijke standplaats van planten is herkenbaar (niet bij bodembedekkers)
Kwaliteitsnorm:100 m2 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Beeld (jeugdfase/eindbeeld) Vitaliteit Schade Volledigheid rijen/vakken Oneigenlijke maatregelen zichtbaar Snoeibehoefte Inboet: overeenst. maat en soort Verdringing/vakvreemde soorten
Basis
Kwaliteitsbeschrijving:
<20% niet goed/achterstand <20% matig/slecht <20% schade <20% onvolledig incidenteel/ beperkt <20% urgent grotendeels goed <20% verdringing
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De beplanting voldoet matig aan het gewenste eindbeeld en vertoont een duidelijke snoeiachterstand De vitaliteit van de beplanting is matig Schade is regelmatig zichtbaar De vakken zijn niet geheel gesloten, kale plekken komen regelmatig voor Oneigenlijke snoeimaatregelen komen regelmatig voor Er is urgente snoeibehoefte Inboet past grotendeels niet bij beeld/uitstraling De afzonderlijke standplaats van planten is niet duidelijk herkenbaar (wel het geval bij bodembedekkers)
Kwaliteitsnorm:100 m2 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Beeld (jeugdfase/eindbeeld) Vitaliteit Schade Volledigheid rijen/vakken Oneigenlijke maatregelen zichtbaar Snoeibehoefte Inboet: overeenst. maat en soort Verdringing/vakvreemde soorten
Laag
Kwaliteitsbeschrijving:
<40% niet goed/achterstand <40%matig/slecht <40% schade <40% onvolledig duidelijk <40% urgent niet goed <40% verdringing
76
Sierbeplanting Struikrozen. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De beplanting voldoet aan het gewenste eindbeeld en vertoont nauwelijks snoeiachterstand De vitaliteit van de beplanting is goed Schade komt nauwelijks voor De vakken zijn gesloten, kale plekken komen nauwelijks voor Er is nauwelijks urgente snoeibehoefte Inboet doet geen breuk aan beeld/uitstraling Er zijn geen dode bloemen
Kwaliteitsnorm:100 m2 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Beeld Vitaliteit Schade/uitval Volledigheid rijen/vakken Snoeibehoefte Inboet: overeenst. maat en soort Dode bloemen
<5% niet goed/achterstand <5% matig/slecht <5% schade <5% onvolledig <5% urgent goed 0% per 100m2
Hoog
Kwaliteitsbeschrijving:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De beplanting voldoet redelijk aan het gewenste eindbeeld en vertoont enige snoeiachterstand De vitaliteit van de beplanting is voldoende Schade is vaak zichtbaar De vakken zijn gesloten, kale plekken komen hier en daar voor Er is enige urgente snoeibehoefte Inboet doet enige afbreuk aan beeld/uitstraling Er zijn incidenteel dode bloemen
Kwaliteitsnorm:100 m2 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Beeld Vitaliteit Schade/uitval Volledigheid rijen/vakken Snoeibehoefte Inboet: overeenst. maat en soort Dode bloemen
<20% niet goed/achterstand <20% matig/slecht <20% schade <20% onvolledig <20% urgent gedeeltelijk goed <25% per 100m2
Basis
Kwaliteitsbeschrijving:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De beplanting voldoet matig aan het gewenste eindbeeld en vertoont een duidelijke snoeiachterstand De vitaliteit van de beplanting is matig Schade is regelmatig zichtbaar De vakken zijn niet geheel gesloten, kale plekken komen regelmatig voor Er is urgente snoeibehoefte Inboet past grotendeels niet bij beeld/uitstraling Er zijn redelijk veel dode bloemen
Kwaliteitsnorm:100 m2 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Beeld Vitaliteit Schade/uitval Volledigheid rijen/vakken Snoeibehoefte Inboet: overeenst. maat en soort Dode bloemen
<40% niet goed/achterstand <40%matig/slecht <40% schade <40% onvolledig <40% urgent niet goed <40% per 100m2
Laag
Kwaliteitsbeschrijving:
77
Zwerfvuil in het groen Opgaande heesters, Bodembedekkende heesters, Opgaande bodembedekkende heesters, Botanische heester rozen, Kruidachtigen, Bosplantsoen verrijkt, Struikrozen, Strakke haag (niet snoeien), Boomspiegels en Niet ingeplant. Kwaliteitsbeschrijving: Er ligt weinig grof zwerfafval Er ligt weinig fijn zwerfafval Er is weinig natuurlijk vuil Er ligt weinig grof zwerfafval Er ligt weinig fijn zwerfafval Er zijn enkele stuks drijfvuil
Kwaliteitsnorm:100 m2 1. 2.