Bijlage 2: Analyse budgetoverschrijding Jeugdzorg 2023
Tekst van het document
Analyse van de budgetoverschrijding jeugdzorg 2023 Gemeente Waadhoeke Versie 2.3 12 juni 2024
1
INHOUDSOPGAVE Pagina Inhoudsopgave
2
Aanleiding
3
Samenvatting
4
Inleiding
5
Doel en Scope
7
Algemene data
8
Analyse
11
- Landelijk onderzoek oorzaken kostenstijging
11
- Hervormingsagenda
12
- Lokale invloed op de kostenstijging
13
A
De vraag
15
B
Besluiten met terugwerkende kracht
16
C
Stijging van specifieke onderdelen van jeugdzorg
16
a. verblijf b. vaststellingsovereenkomsten c. hersteltrajecten d. dyslexie e. pleegzorg f. verlengde jeugdwet g. trajecten BEC/KDC/TEO
16 17 18 20 21 22 23
Conclusies
24
Aanbevelingen
26
Vervolg
27
Literatuurlijst
28
2
AANLEIDING Er worden jaarlijks twee bestuursrapportages aangeboden aan de raad. In 2023 verliep dat als volgt. De Berap 1 over de periode januari tot en met april 2023 gaf geen aanleiding tot aanpassingen van de prognose voor 2023 en is door de raad vastgesteld op 13 juni 2023. De Berap 2 over de periode januari tot en met augustus 2023 is door de raad vastgesteld in november 2023. Hierbij moest de jaarprognose voor 2023 worden opgehoogd met € 1,56 miljoen als gevolg van een fors toenemend aantal toekenningen in het 2e en 3e kwartaal. In de voorlopige cijfers 2023 is aanvullend € 1,87 miljoen toegevoegd aan de jaarprognose. In totaal bleek in 2023 dat de kosten dus € 1,56 + € 1,87 = € 3,43 miljoen hoger uitvielen dan de Dienst had begroot in de begroting na wijziging 2023. Gemeente Waadhoeke had inmiddels het budget al opgehoogd met 1,56 miljoen. Uit de voorlopige cijfers 2023 bleek dat er nog € 1,87 miljoen extra nodig is. In berap 2 is aangegeven dat dit aanleiding is voor nader onderzoek naar de stijgende lijn van de lasten van de jeugdzorg. Hierbij worden meegenomen: landelijk versus lokaal, stijging dyslexie, stijging aantal cliënten, stijging kostprijs (inzet duurdere trajecten) en verlengde jeugdwet.
De analyse heeft betrekking op de kosten van de inzet van jeugdzorg voor kinderen die zijn verwezen door het gebiedsteam en wettelijke verwijzers als de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, rechter, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders. De personeelskosten en daarmee de kosten van de inzet van jeugdzorg door het gebiedsteam, zijn niet meegenomen in deze analyse. Daarnaast is er een taakstelling opgelegd voor het sociaal domein. In 2025 moet de begroting hierop met € 600.000 worden teruggebracht. Ten aanzien van de denkrichting voor de Jeugdwet is er een onderzoek ingesteld ‘Een stevige basis voor de uitvoering van de Jeugdwet’. Hierin wordt ingegaan op organisatorische aspecten, zoals een uniforme werkwijze en werkprocessen. Beide onderzoeken, ‘analyse budgetoverschrijding kosten jeugdzorg 2023’ en “Een stevige basis voor de uitvoering van de Jeugdwet”, worden met één collegevoorstel aan het gemeentebestuur voorgelegd. Bovendien loopt hiermee parallel de opstelling van een samenwerkingovereenkomst (SOK) met de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân. Hierin worden nadere afspraken gemaakt tussen Dienst en gemeente met betrekking tot het primaire proces om kwaliteit en kostenbeheersing te bevorderen. De mogelijkheden om grip te krijgen op de kostenontwikkeling in het sociaal domein is onderzocht door Divosa, op basis van rapporten van Rekenkamers.
Hieruit kwam naar voren dat gemeenten om tekorten tegen te gaan: 1. de grip op de toegang verbeteren; 2. in de inkoop- en bekostigingssystematiek meer aandacht besteden aan kostenbeheersing; 3. streven naar betere beheersing van het volume aan benodigde zorg en ondersteuning; 4. meer aandacht besteden aan de realisatie van de oorspronkelijke transformatiedoelstellingen; 5. in de uitvoering de grip op de financiën versterken; 6. in de uitvoering de grip op de effectiviteit van de zorg versterken. Het rapport ‘Sturen op Jeugdzorg’ van de rekenkamer Waadhoeke (juli 2023) heeft tot onderstaande conclusies en aanbevelingen geleid:
3
SAMENVATTING In 2023 is in lijn met de landelijke ontwikkelingen een stijging van de lasten van de jeugdzorg geconstateerd. Deze analyse gaat in op de oorzaken om vervolgens conlusies te trekken en aanbevelingen te doen gericht op de beheersing van de kosten. De analyse laat zien dat een groot deel van de kostenstijging wordt veroorzaakt doordat de indexering niet volledig is begroot en één casus er financieel gezien bovenuit springt. De aantallen hulpvragen nemen toe en daarnaast zijn verblijf, de vaststellingsovereenkomsten en de hersteltrajecten (in volgorde van mate van overschrijding) reden tot zorg. De conclusies en aanbevelingen zijn in een tabel verzameld. Op basis van deze analyse en de uitwerking van de denkrichting voor de taakstelling ‘Een stevige basis voor de uitvoering van de Jeugdwet’ worden twee alternatieven geadviseerd, die los van elkaar, na elkaar of tegelijkertijd kunnen worden ingezet. Afgesloten wordt met een aanpak waarbij twee nieuwe functies aan het gebiedsteam worden toegevoegd. Daarbij gaat het om een kwaliteitsadviseur (1 fte) en een procesadviseur (0,5 fte).
4
INLEIDING Het jeugdzorggebruik is landelijk en ook in gemeente Waadhoeke gegroeid. Voorzieningen in de jeugdzorg hebben niet (altijd) het beoogde effect en lossen niet (altijd) de problemen op. Daarnaast zijn er wachtlijsten en capaciteitsvraagstukken bij zorgaanbieders. Zowel landelijk als in onze gemeente zijn er zorgen over de houdbaarheid van jeugdzorg. Niet alleen de jeugdzorg, maar ook de toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg, staan onder druk. Tabel 1 biedt inzicht in de diverse soorten jeugdzorg en het gebruik. Tabel 1. Onderverdeling van het gebruik naar jeugdzorgsoorten 2021 Waadhoeke SJH: Herstel
2022 Cliënten Aandeel % Jeugdwet 908 61%
2023 Cliënten Aandeel % Jeugdwet 893 53%
Cliënten Aandeel % Jeugdwet 909 55%
SJH: Duurzaam
194
13%
219
13%
190
11%
SJH: Dyslexie
94
6%
94
6%
126
8%
SJH: Hoog
9
1%
9
1%
4
0%
SJH: Lokaal
7
1%
16
1%
27
2%
SJH: Crisis
24
2%
35
2%
17
1%
SJH: Overig
49
3%
56
3%
58
4%
Pleegzorg
86
6%
77
5%
66
4%
Verblijf en Thuisplus
95
6%
90
5%
83
5%
Landelijke inkoop
5
0%
1
0%
3
0%
PGB
22
1%
18
1%
18
1%
Jeugdbescherming
137
8%
135
8%
Jeugdreclassering
24
1%
21
1%
1.673
100%
1.657
100%
Totaal
1.493
100%
Uit tabel 1 blijkt het volgende. - De hersteltrajecten stijgen. Zie verder onder C c. - Verblijf, zie verder onder C a. - Dyslexie is gestegen. Zie verder onder C d. - Pleegzorg daalt verder. Zie verder onder C e.
Tabel 2 Prognose na opstellen voorlopige cijfers 2023:
Totale baten Jeugdwet
-
-
-
Dekking in euro's Gemeentelijke bijdragen structureel Gemeentelijke bijdragen incidenteel
16.321.318 30.818
14.482.000 -
12.919.813 -
3.401.504 30.818
26%
14.123.172 29.891
Gemeentelijke bijdrage Jeugdwet
16.352.136
14.482.000
12.919.813
3.432.322
27%
14.153.063
5
-
Tabel 3. Onderverdeling van de kosten jeugdzorg naar onderdeel van de begroting
Uit tabel 3 blijkt dat de gemeentelijke bijdrage over 2023 voor Waadhoeke, inclusief de lokale vaststellingsovereenkomsten, 27 % hoger is uitgevallen dan de Dienst had begroot. Aangezien de inkoop van de specialistische jeugdzorg voornamelijk valt onder de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Fryslân (SDF), onderzoekt SDF de financiële ontwikkeling van de inkoop van jeugdzorg voor de achttien Friese gemeenten. In mei 2024 zal naar verwachting ambtelijk advies betreffende Grip op Financiën worden uitgebracht aan het directeurenmanagementoverleg van SDF. De daaruit voortvloeiende ontwikkelingen worden nauwgezet gevolg.
6
DOEL VAN DE ANALYSE Het doel van deze analyse is om inzicht te krijgen in de oorzaken van de kostenstijging 2023 van de ingezette jeugdzorg om vervolgens aanpassingen in beleid en uitvoering aan te brengen teneinde de kosten te beheersen. SCOPE VAN DE ANALYSE De scope van deze analyse betreft de financiële aspecten en de doelgroep van de Jeugdwet en maatregelen direct gericht op deze doelgroep. Universele preventie (gericht op alle kinderen en jongeren en hun opvoeders) wordt hier buiten beschouwing gelaten. Dit document omvat een analyse van de kostenoverschrijding, inclusief het identificeren van de oorzaken van de overschrijding. Dit in de context van selectieve preventie (gericht op groepen kinderen, jongeren en opvoeders met een verhoogd risico op problemen). Operationele processen vallen buiten deze scope. Dit is onderdeel van de denkrichting Jeugdwet in het kader van de taakstelling sociaal domein voor het jaar 2025 en is uitgewerkt in ‘Een stevige basis voor de uitvoering van de Jeugdwet’. Daarbij wordt ingegaan op operationele processen. Dit omvat onder meer het evalueren van de procedures voor het toewijzen van zorg, de samenwerking tussen verschillende betrokken partijen en de algehele uitvoering van de Jeugdwet.
Bij zowel de taakstelling als deze analyse kan het nodig zijn om de bestaande uitvoering van de Jeugdwet te evalueren om processen en daarmee de kosten beter te beheersen. Daarbij wordt de doeltreffendheid van bestaande beleidsmaatregelen onderzocht en worden verbeteringen aanbevolen. Overigens heeft de analyse, behalve raakvlakken met het document ‘Een stevige basis voor de uitvoering van de Jeugdwet’, ook raakvlakken met de op te stellen Samenwerkingovereenkomst met de Dienst en met de aanpak Kwaliteitsverbetering digitale dienstverlening keten Sociaal domein (Dienst en gemeenten) / Doelmatigheidsonderzoek 213a Gemeentewet. Bij de uitvoering van deze plannen worden zaken verbonden.
7
ALGEMENE DATA Om inzicht te hebben in de doelgroep voor wie de jeugdwet is bedoeld, volgt tabel 4 met de leeftijdscategorieën in Waadhoeke. Tabel 4 Aantal kinderen per leeftijdscategorie in Waadhoeke Aantal per leeftijdsklasse 0 t/m 4 jaar
1-1-2018
1-1-2019 1-1-2020 1-1-2021
1-1-2022
1-1-2023 1-1-2024
2.147
2.133
2.117
2.112
2.156
2.191
2.161
5 t/m 11 jaar
3.520
3.505
3.411
3.384
3.298
3.301
3.269
12 t/m 15 jaar
2.477
2.353
2.245
2.147
2.138
2.134
2.105
16 t/m 17 jaar
1.240
1.244
1.291
1.258
1.185
1.130
1.096
18 t/m 23 jaar
2.946
3.030
3.076
3.110
3.220
3.277
3.247
Totaal
12.330
12.265
12.140
12.011
11.997
12.033
11.878
Het deel van bovenstaande doelgroep dat in de afgelopen jaren werkelijk gebruik maakt van de Jeugdwet staat in tabel 5. Dit is een indicatie. Tabel 5 aantal cliënten met jeugdzorg per leeftijdscategorie1 Cliënten Jeugdwet
Waadhoeke
2021 2022
2023
0 t/m 4 jr
84
96
90
5 t/m 11 jr
565
605
614
12 t/m 15 jr
406
400
422
16 t/m 17 jr
268
264
246
18 t/m 23 jr
83
90
91
2
1
24+ jr
Een indicatie van het aantal en het percentage jongeren dat in 2023 gebruik maakten van de Jeugdwet staat per leeftijdscategorie in tabel 6. Tabel 6 Gebruik jeugdzorg per leeftijdscategorie 2023 0 t/m 4 jaar 5 t/m 11 jaar
Totaal aantal Aantal cliënten 2.191 90
% 4
3.301
614
19
12 t/m 15 jaar
2.134
422
20
16 t/m 17 jaar
1.130
246
22
18 t/m 23 jaar 24+ jaar -
3.277
91 1
3 12
12.033
Doordat cliënten gedurende een jaar jarig zijn komen ze in een nieuwe leeftijdsklasse. Deze cliënten worden dubbel geregistreerd in dit overzicht, waardoor het totaal niet klopt. Het uniek aantal cliënten van de tabel is 1279. 1
8
Het rapport ‘Stand van de jeugdzorg 2023’ van de Jeugdautoriteit2 laat een landelijke groei van het gebruik van de jeugdzorg voor en na de invoering van de Jeugdwet in 2015 zien. De vraag naar jeugdzorg neemt nog steeds toe en het is de verwachting dat deze vraag in de toekomst alleen maar zal blijven toenemen. Tabel 7 landelijk gebruik van de jeugdzorg Jaar 2000 2009 2015 2022
Gebruik van een vorm van jeugdzorg 1 op de 27 jeugdigen 1 op de 14 jeugdigen 1 op de 12 jeugdigen 1 op de 10 jeugdigen (na de invoering Jeugdwet)
Het gebruik ligt in Waadhoeke steeds iets lager dan het landelijke: op dit moment 10,8 % ten opzichte van 11,1 % landelijk. Tabel 8 het verloop van het gebruik van jeugdzorg door jongeren tot 18 jaar in Waadhoeke
Zonder gevolg te geven aan de aanbevelingen in dit document, wordt verwacht dat het gebruik van de jeugdzorg verder zal blijven toenemen
2 De Minister van VWS en de Minister voor Rechtsbescherming hebben in september 2020 de taken en positionering van de
Jeugdautoriteit vastgelegd in het Instellingsbesluit Jeugdautoriteit. Het Instellingsbesluit helpt de JA bij het innemen van een onafhankelijke en onpartijdige positie ten opzichte van gemeenten, aanbieders en bewindspersonen. Eén van de taken van de Jeugdautoriteit is het analyseren en signaleren van ontwikkelingen op het gebied van de jeugdzorg.
9
Tabel 9 data van 2022 en 2023 op een rij Aantal jongeren Waadhoeke per 1 januari Gemiddeld aantal voorzieningen per client Aantal besluiten Jeugdwet van alle verwijzers Aantal besluiten Jeugdwet van het gebiedsteam als verwijzer Gemiddelde fin verplichting hersteltraject bij besluit van gebiedsteam Gemiddelde kostprijs SJH per client Gemiddelde kostprijs ambulant hersteltraject Gemiddelde kostprijs ambulant hersteltraject via gebiedsteam Gemiddelde kostprijs verblijf Gemiddeld aantal etmalen verblijf Lokale vaststellingovereenkomsten (niet vallend onder SDF) % jeugdigen met hersteltraject van meer dan € 10.000
2022 11.997
2023 (voorlopig) 12.033
1,76
1,8
1.377
1.451
423
536
€ 11.256
€ 13.550
€ 7.289
€ 8.200
€ 6.006
€ 7.388
€ 7.230
€ 8.945
€ 27.561 138
€ 34.737 173
€ 300.000
€ 860.000
47 %
51 %
10
ANALYSE Landelijk onderzoek oorzaken kostenstijging In het rapport ‘Stand van de jeugdzorg 2023’ van de Jeugdautoriteit is aangegeven (cursief) dat ‘De stijging wordt vooral veroorzaakt door ambulante vormen van jeugdzorg, terwijl het gebruik van de ‘zwaardere’ vormen van zorg als jeugdzorg met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering een lichte afname laat zien. Voor Waadhoeke geldt de stijging ook voor het aantallen clienten. Financieel gezien zit de stijging in de ambulante vormen van jeugdzorg, verblijf en de lokale vaststellingsovereenkomsten. Daarnaast worden in verschillende onderzoeken allerhande andere redenen genoemd voor de toename van het gebruik van de jeugdzorg. Algemene maatschappelijke ontwikkelingen bijvoorbeeld: een toename van complexe scheidingen, groei van het aantal eenoudergezinnen, toegenomen prestatiedruk door steeds hogere eisen die door de samenleving gesteld worden, een hoge geluksnorm en geloof in de maakbaarheid van de samenleving en een verslechtering van de psychische gezondheid van jongeren De toegenomen welvaart kan ook een rol spelen, aangezien deze leidt tot een hoger zorggebruik. Het is waarschijnlijk dat dit ook voor jeugdzorggebruik geldt. Hoge verwachtingen van de jeugdzorg worden eveneens genoemd, terwijl tegelijkertijd de kennisontwikkeling in de jeugdzorg beperkt is en bestaande kennis te weinig gebruikt wordt.
Dit zal voor Waadhoeke waarschijnlijk ook het geval zijn. Aangezien in Waadhoeke geen registratie op deze onderdelen plaatsvindt, kunnen we dit niet met lokale data onderbouwen. Daarnaast wordt gewezen op het feit dat de toename van het gebruik vooral veroorzaakt wordt door achterblijvende uitstroom en niet door toenemende instroom. Voor de achterblijvende uitstroom worden verschillende oorzaken aangewezen. Zo zou dit te maken hebben met een toename van meervoudige en complexe problematiek, aanbieders die slechts beperkt sturen op uitstroom, problemen bij het afschalen en beëindigen van zorg en een gebrek aan doorstroommogelijkheden door bijvoorbeeld wachtlijsten, de schaarste aan woningen en de beperkte toegang tot zorg binnen andere wettelijke kaders. De uitstroom wordt ook belemmerd door gebrekkige samenwerking en een sterke verkokering van het sociale domein’. Voor Waadhoeke wordt op dit moment inzichtelijk gemaakt wat de doorstroom en uitstroom is. Het onderzoek ‘De financiële staat van het sociaal domein van gemeenten in 2021’ werd uitgevoerd in opdracht van de VNG, Divosa en het Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD). Uit dit onderzoek blijkt dat de totale netto lasten van het sociaal domein in de periode 2015–2021 met € 5,9 miljard (32,5%) zijn gestegen.
Terugkijkend op de voorgaande jaargangen van het onderzoeksrapport wordt de trend inzichtelijk dat het cluster Jeugd kampt met een structureel tekort waarin de extra (met name incidentele) rijksbijdragen onvoldoende blijken. Het onderzoek toont aan dat over 2021 er een tekort van € 1,3 miljard is op de Jeugdzorg. Zowel de toenemende personeelstekorten en daarmee hogere kosten (door bijvoorbeeld inhuur) als toegenomen aantal jongeren in jeugdzorg, de toegenomen duur (aantal dagen) van jeugdhulp en de veronderstelde toenemende complexiteit kunnen de hogere netto lasten verklaren. In 2020 werd duidelijk dat een deel van de jeugdzorg werd uitgesteld door de coronacrisis. De stijging van de netto lasten in het cluster Jeugd is daardoor mogelijk (gedeeltelijk) te verklaren door het hervatten van de uitgestelde jeugdzorg. De komende jaren moeten uitwijzen of de te realiseren besparingen voldoende zijn en wat het effect voor de lange termijn is op de Jeugdzorg. In de jaren 2022 en 2023 speelt de inflatie ook nog een rol daarbij.
11
Hervormingsagenda Om het jeugdstelsel op lange termijn betaalbaar te houden is de landelijke hervormingsagenda opgesteld. Het doel van deze agenda is de kwaliteit en effectiviteit van de hulp te bevorderen en de stijgende zorgkosten onder controle te houden. Het rijk en de VNG c.s. werken samen aan de uitvoering en hebben concrete financiële maatregelen vastgelegd in een implementatieplan, waarbij de taken worden verdeeld. Vooruitlopend op de vaststelling van de landelijke hervormingsagenda heeft Waadhoeke een lokale hervormingsagenda opgesteld om lokaal in te zetten op verbetering van de kwaliteit en beheersing van de kosten. Om de doelen van de Hervormingsagenda te bereiken, moeten gemeenten in deze fase op 3 gebieden actie ondernemen, nl. formatie van stevige lokale teams, ander schaalniveau voor specialistische jeugdzorg (verplichte regiovorming) en afbouw van residentieel verblijf. De laatste 2 punten worden regionaal aangestuurd. De formatie van stevige lokale teams is aan de gemeenten. Risico’s hierbij zijn de financiële middelen en de personele capaciteit. Het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerde medewerkers met expertise is een ander risico. Voor een rechtmatig en doelmatig functioneren is een randvoorwaarde daarbij is dat er een stevige basis staat. Zie hiervoor het document ‘Een stevige basis voor de uitvoering van de Jeugdwet’.
12
Lokale invloed op kostenstijging Het is van belang om te beseffen dat er 3 punten zijn die de budgetoverschrijding in Waadhoeke hebben beïnvloed. Punt 1 de manier van begroten Gemeenten hanteren verschillende manieren van begroten, wat leidt tot verschillen in overschrijding van het budget. De Dienst begroot op basis van geschiedenis; de trend die zichtbaar is, wordt doorberekend naar het volgende boekjaar. Deze cijfers worden overgenomen in de gemeentelijke begroting. Conclusie 1: De begroting van de Dienst wordt ten aanzien van de Jeugdwet overschreden met € 3.432.322. De inkoopsystematiek in de Specialistische jeugdzorg maakt dat begroting hierop lastig is en risico's op wijzigingen in de begroting groot zijn. Er wordt niet ruim begroot, zodat er eerder sprake is van een overschrijding van het budget. Aanbeveling 1: Ruimer te begroten om de stijgende trend en buitensporige casussen te kunnen opvangen. Punt 2 de indexering Tabel 9 toont het verloop van het indexpercentage per onderdeel van de inkoop door SDF. Hieruit blijkt dat de indexering meer dan in voorgaande jaren een belangrijke rol speelt in de toename van de kosten. Tabel 10 verloop van indexpercentage bij inkoop SDF
Voor Waadhoeke bedroeg de indexering in 2023 volgens onderstaand schema ca. € 640.000. Tabel 11 Indexering 2023 Waadhoeke
13
Deze kosten van indexering betreffen de provinciale inkoop. Er zitten ook indexaties ‘verborgen’ in de andere kosten, zodat de feitelijke lasten door indexatie wat hoger liggen. De indexatie die was begroot is € 301.000, zodat € 339.000 van bovenstaande indexaties aan de overschrijding is toe te wijzen. Conclusie 2: Dit is een autonome ontwikkeling De kostenstijging bestaat voor € 339.000 uit de verwerking van de indexaties De begroting voorziet onvoldoende in ruimte voor ontwikkelingen waardoor budget wordt overschreden Aanbeveling 2: De werkelijke indexering te begroten
Punt 3 bijzondere casus Er zijn een aantal dossiers die leiden tot hoge kosten. Zo was er bijvoorbeeld één bijzondere casus waarvan de kosten € 317.000 waren, in navolging van een gerechtelijke uitspraak. Zo kan een specifieke casus zodanige financiële gevolgen hebben, dat dit medebepalend is voor de budgetoverschrijding. Zo’n 40% van de kosten betreft 7,4% van de jeugdigen. Hierop kan een verdiepende analyse op worden gedaan Conclusie 3: De kostenstijging bestaat voor een deel uit enkele dossiers met bijzonder hoge kosten Er is een verdiepende analyse mogelijk op 7,4 % van de jeugdigen waarvoor 40% van de kosten wordt ingezet. De begroting voorziet onvoldoende in ruimte voor buitengewone zorg
Aanbeveling 3: Ruimer te begroten om de casussen met hoge kosten te kunnen opvangen
De punten 2 en 3 verklaren tezamen in totaal € 656.000 van de overschrijding van € 3,43 miljoen. De analyse van de kostenoverschrijding spitst zich onderstaand toe op de overschrijding van 3.430.000 minus € 656.000 = € 2.774.000.
14
A. De vraag Waadhoeke kent vanaf 2018 een jaarlijkse toename van het aantal cliënten met een betaalde jeugdwetvoorziening. Zo ook in 2023. Tabel 12 aantal cliënten, voorzieningen en besluit
De Jeugdautoriteit geeft aan dat de kosten sterker stegen dan de aantallen jeugdigen met jeugdzorg en trajecten: tussen 2015 en 2019 nam het aantal jeugdigen met jeugdzorg toe met 17% en het aantal jeugdzorgtrajecten met 20%, maar de kosten van de jeugdzorg stegen met 53%. De toename van de kosten wordt veroorzaakt door het feit dat steeds meer jeugdigen jeugdzorg gebruiken, zij langer jeugdzorg gebruiken en ook duurdere jeugdzorg. Het steeds toenemende gebruik van de jeugdzorg vooral wordt veroorzaakt door de toename van ‘lichte’ vormen van jeugdzorg. Dit vormt een bedreiging voor de continuïteit omdat het zorgt voor een steeds grotere druk op het stelsel. Het is dan ook van belang om de vraag vroegtijdig te signaleren en doorverwijzing naar de jeugdzorg te voorkomen. Door het gebiedsteam te laten werken op de vindplaatsen is het mogelijk om te normaliseren, de eigen kracht in te zetten en daarmee verwijzing naar lichte jeugdzorg te voorkomen.Toepassing van het Ordeningsprincipe ‘Kind in Fryslân’ is bepalend voor de doorverwijzing naar de ingekochte jeugdzorg van SDF. Een deel van de cliënten wordt doorverwezen door het gebiedsteam. Uit tabel 13 blijkt dat in 2023 het aandeel van het Gebiedsteam in de verwijzingen is gestegen met 6% ten opzichte van 2022. Het aantal bijbehorende besluiten is gestegen van 423 naar 536 in 2023 en dat is een stijging van maar liefst 27%.
Bij externe verwijzers bedroeg dit daarentegen zo’n 4,5 %. Dat is een positieve ontwikkeling omdat de gemeente hierdoor invloed kan uitoefenen. Wel stijgt hierdoor de werkdruk, waardoor er een relatie kan zijn met de toename van de besluiten met terugwerkende kracht. Tabel 13 verloop van besluiten gemeente en externe verwijzers Procentueel aandeel verwijzingen
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Waadhoeke
34% 66%
30% 70%
36% 64%
35% 65%
31% 69%
37% 63%
Aantal Besluiten
Gemeente Externe verwijzer
Conclusie 4: Conform de landelijke ontwikkelingen stijgt de vraag naar jeugdzorg ook in Waadhoeke Stijging van de vraag betreft voornamelijk lichte vormen van jeugdzorg en doorverwijzing daarvan moet zo veel mogelijk worden voorkomen. Bij het Gebiedsteam is in 2023 de stijging van het aantal verwijzingen met 6 % en het aantal besluiten met 27% toegenomen. Aanbeveling 4: Te blijven inzetten op de inzet van het gebiedsteam op de vindplaatsen om te normaliseren, signalen vroegtijdig te herkennen en doorverwijzing naar lichte jeugdzorg te voorkomen De besluitvormingstermijn van het gebiedsteam in kaart te brengen
15
B. Besluiten met terugwerkende kracht (TWK) Besluiten met terugwerkende kracht kunnen worden genomen om administratieve te correcties te verwerken om zorg in te zetten in afwachting van het besluit. Bijvoorbeeld als de aanvraag of het proces vertraging heeft opgelopen. Dit maakt dat prognoses lastiger zijn op te stellen, waardoor overschrijdingen laat geconstateerd worden. Tabel 14 totaal aantal besluiten TWK
Tabel 15 besluiten TWK via gebiedsteam
Tabel 15 geeft de besluitvorming aan voor de gemeente als verwijzer (gebiedsteam). Ook hier is een toename van de besluitvormingstermijn zichtbaar. Dit kan als gevolg hebben dat de inzet van zorg vaker wordt ingezet met terugwerkende kracht. Late facturering is hiervan een gevolg. Conclusie 5: Het duurt steeds langer voordat de inwoner een besluit op zijn aanvraag heeft. Aanbeveling 5: Te onderzoeken wat de reden is van de toename van besluiten met terugwerkende kracht bij het gebiedsteam, of hierin een relatie ligt met het aantal besluiten en de late facturering en of hierin versnelling mogelijk is.
C.
Stijging van specifieke onderdelen
a.
VERBLIJF
Bij de voorlopige cijfers 2023 voor het onderdeel Verblijf blijkt een flinke overschrijding van € 854.229 (40%) ten opzichte van de begroting en de prognoses 2023. Deze ontwikkeling werd niet eerder in het jaar gezien. De Dienst geeft daarvoor de volgende argumenten: 1. Een dalend cliëntenbestand 2. Een grillig beeld van de periodieke facturatie door aanbieders De kosten stijgen doordat: 1. Het gemiddeld toegekend aantal etmalen stijgt met bijna 13%. Gemiddeld werden er per cliënt in 2022 138 etmalen betaald. In 2023 liep dat op tot 173 etmalen 2. De zorgconsumptie (declaratie t.o.v. de maximale financiële verplichting) stijgt van 89% naar 94%. 3. We zien een verschuiving naar een hogere zorgzwaarte (zie 17 tabel Financiële jaarverplichting per verblijfsintensiteit). Hierdoor stijgt de gemiddelde financiële verplichting per cliënt voor verblijf met 26%. (€ 34.737/€ 27.561) Ten aanzien van de eerste 2 punten merken we op dat dit overeenkomt met de landelijke rapportage betreffende de uitstroom. Zie blz. 11. Een stagnatie in instroom, uitstroom en doorstroom kan leiden tot een langer verblijf. 16
Tabel 16 Verblijf en Thuisplus Zorgconsumptie Jeugdhulp Waadhoeke
Verblijf en Thuisplus Aantal Cliënten Aantal Voorzieningen Aantal Besluiten Gem. Etmalen per week Verplichting Betaald Zorgconsumptie: Betaald/Verplichting Gem. verplichting per cliënt
2021
2022
2023
95 149 94 4,37 € 2.251.192,50 € 2.005.456,00 89% € 23.696,76
90 147 98 4,47 € 2.480.544,73 € 2.219.526,35 89% € 27.561,61
83 145 86 5,03 € 2.883.249,78 € 2.710.688,26 94% € 34.737,95
Tabel 17 Financiële jaarverplichting per verblijfsintensiteit
Het is een feit dat de afgelopen jaren steeds rond de 20% van de aanbieders met een omzet op jeugdzorg van boven de €2 miljoen er niet in slaagde kostendekkend te werken. Mogelijk is dan ook dat de verwerking van het niet gecompenseerde indexeringstarief op basis van de cao (mede) een reden is voor de stijging van de gemiddelde financiële verplichting per cliënt. Conclusie 6: Het budget voor verblijf is met € 854.229 overschreden. Stagnatie van in-, uit- en doorstroom leidt tot langer verblijf Ten aanzien van verblijf stijgt de gemiddelde verplichting door de inzet van: -Meer etmalen -Grotere zorgconsumptie (meer etmalen binnen de toewijzing) -Hogere zorgzwaarte
Aanbeveling 6: Een onderzoek te doen naar de instroom, uitstroom en doorstroom en op basis van het onderzoek de uitstroom en doorstroom te versnellen.
b. VASTSTELLINGSOVEREENKOMSTEN (VOK) De overschrijding voor de vaststellingsovereenkomsten bedraagt € 579.780 doordat de uitgaven voor lokale vaststellingsovereenkomsten Jeugd (VOK’s) groeiden van zo’n € 300.000 (2022) naar € 860.000 in 2023. In de begroting van de Dienst is dit samen met de persoonsgebonden budgetten opgenomen onder de post ‘lokale inkoop’. Het gaat om aanbod dat noodzakelijkerwijs ingezet moet worden, maar waarvoor binnen de inkoop geen plaatsing mogelijk is. Het aanbod buiten de inkoop om heeft soms ook hogere tarieven omdat het ook kan gaan om zorg met een hoog specialisme. Een onderdeel van de VOK’s betreft Verblijf met Behandeling. Een dergelijke VOK is nodig, wanneer de regionaal ingekochte hulp (waaronder de beschikbare bedden) ontoereikend blijkt te zijn. Een groot
17
aandeel van de uitgaven is via het Gebiedsteam verlopen. Er ontstond met name druk op het inzetten van verblijf (incl. vervoer) en behandeling. De druk op beschikbare plekken voor verblijf maakt dat VOK's bij niet-gecontracteerde aanbieders toenemen. Daarbij speelt mee dat jeugdigen in 2023 langer in verblijf lijken te zitten dan in 2022. De doorstroommogelijkheden zijn beperkt. Tabel 18 VOK’s Verblijf en Behandeling
Vervoer en behandeling werden in 2022 niet via een VOK ingezet.
Conclusie 7: De Vaststellingsovereenkomsten zijn met 579.780 (286%) gestegen. De inkoop door SDF is niet toereikend om aan de zorgplicht te kunnen voldoen. De Vaststellingsovereenkomsten vallen in de begroting van de dienst onder de post lokale inkoop. Aanbeveling 7: In 2024 te monitoren welke soorten zorg buiten de nieuwe inkoop van SDF ingevuld worden en deze signalen bij SDF te melden. De Vaststellingsovereenkomsten als begrotingspost op te nemen in de begroting van de Dienst. c. HERSTELTRAJECTEN De totale financiële verplichting neemt voor de hersteltrajecten in 2023 fors toe. De ‘gemiddelde verplichting per besluit’ voor het totaal aan hersteltrajecten genomen in 2023, waarbij de Gemeente/Gebiedsteam verwijzer is, stijgt met 20%, nl. van € 11.256 (2022) naar € 13.550 (2023). Bij de andere verwijzers ligt de gemiddelde financiële toename ongeveer op het niveau van de tariefindexatie. Tabel 19 besluit hersteltrajecten genomen door gemeente en externe verwijzers in 2023 Specialistische Jeugdhulp Herstel Waadhoeke Aantal Besluiten
Gemeente Externe verwijzer Verplichting Totaal Gemeente Externe verwijzer Gemiddelde verplichting Gemeente per besluit Externe verwijzer
2021
2022
2023
194 365 € 2.210.167,40 € 2.970.727,01 € 11.392,62 € 8.138,98
210 364 € 2.363.812,40 € 3.115.056,26 € 11.256,25 € 8.557,85
296 387 € 4.010.965,02 € 3.505.015,09 € 13.550,56 € 9.056,89
Toegespitst op de ambulante hersteltrajecten (actief in 2023, ongeacht het jaar van besluitneming) 18
stijgt de gemiddelde kostprijs met 23 % van € 6.006 in 2022 naar € 7.388 in 2023. Dit is deels te wijten aan de inzet van duurdere trajecten. Een andere oorzaak van de kostenstijging van hersteltrajecten is mogelijk ook hier dat de cao-index niet in zijn geheel is verwerkt in de tarieven. Hierdoor nemen de kosten voor de aanbieders toe. Het is aannemelijk dat aanbieders dit compenseren door duurdere trajecten in te zetten. Dit geeft dan een vertekend beeld van de zorg. Voor 2023 is de index voldoende met de aanbieders afgestemd. Vanaf 2024 zullen er mogelijk ook tussentijds tariefwijzingen worden doorgevoerd om bij de index van de CAO te blijven aansluiten. Tabel 20 in 2023 actieve hersteltrajecten
De instroom in hersteltrajecten blijft stijgen. Een toename van cliënten is (deels) een gevolg van het vooruitlopen op de beleidswijziging gericht op afname van duurzame trajecten in 2024. Voor duurzame trajecten wordt een daling van € 200.000 t.o.v. de begroting verwacht. Deze trend zal zich in 2024 voortzetten. In vergelijking met 2022 zien we met name een toename van cliënten waarvoor een traject van € 5.000 tot € 20.000 wordt ingezet. Tabel 21 aantal cliënten met traject tussen € 5.000 en € 20.000
Waar de Gemeente/Gebiedsteam de verwijzer is, blijkt dat de gemiddelde financiële verplichting van een ambulant hersteltraject per cliënt in 2023 ad € 8.945 21% hoger ligt dan in 2022 (€ 7.388). Tabel 22 gemeente als verwijzer bij cliënten met ambulant traject
Dit is mogelijk een gevolg van de preventieve maatregelen door de gemeente. Immers, het gebiedsteam is eerder betrokken en werkt preventief, waardoor ‘lichte’ verwijzingen kunnen worden voorkomen. Te denken valt hierbij aan de pilot ‘Gebiedsteam op School’, de inzet van de praktijkondersteuner GGZ-jeugd bij de huisarts (hoewel hierbij het gebiedsteam niet als verwijzer geregistreerd wordt) en de buitenhuisaanpak. Hierdoor blijven bij het gebiedsteam de zwaardere casussen over om naar de jeugdzorg te verwijzen. Bij de andere verwijzers is deze preventieve aanpak niet aan de orde en ligt de gemiddelde toename redelijk op het niveau van de tariefindexatie.
19
Conclusie 8: De kosten van hersteltrajecten zijn met 20% gestegen tot € 1.213.221. Oorzaken zijn: 1. door het ondervangen van de lichtere zorg door het gebiedsteam resteert de inzet van duurdere trajecten 2. compensatie van het niet volledig toepassen van de CAO-index 3. hogere instroom wordt voor een klein deel veroorzaakt door een beleidswijziging ten aanzien van de duurzame trajecten en mogelijk deels als gevolg van de preventieve werkwijze van het gebiedsteam De inzet van preventie door gemeente Waadhoeke zal in de toekomst leiden tot minder hulpvragen.
Aanbeveling 8: De preventieve ‘eigen’ inzet van het gebiedsteam te monitoren om in de toekomst een afname van de specialistische jeugdzorg te kunnen verklaren.
d.
DYSLEXIE
Ten aanzien van dyslexie is een stijging waarneembaar. Redenen voor toename van dyslexie kunnen zijn een toename van de prevalentie van dyslexie, een groeiende bewustwording van leerproblemen binnen scholen of het aanbieden van taalonderwijs van onvoldoende kwaliteit. Financieel is de impact echter beperkt. De verwijzingen voor een diagnose dyslexie verloopt in Waadhoeke via het onderwijs. Tabel 23 diagnoses dyslexie
De scholen De Kabas en De Toermalijn zetten in absolute aantallen de meeste dyslexie-trajecten in. In percentage van het totaal aantal leerlingen op deze scholen wordt de landelijke norm van 3 % niet overschreden en is er evenmin sprake van een stijging van 2,5 keer zo veel. De scholen die het hoogste percentage kinderen (meer dan 3%3 van hun populatie) hebben doorverwezen naar dyslexie zijn: 1. OBS Martenaskoalle (6,3%); komt ver uit boven de landelijke norm van 3 % 2. CBS Staetlânsskoalle (3,4%) 3. OBS De Cingel (3,2%) 4. CBS De Fûgelsang (3,1%) Daarnaast wordt de grootste stijging ten opzichte van 2022 waargenomen bij OBS De Steven (+2,4%). Scholen die ten opzichte van 2022 het aantal dyslexie-trajecten meer dan hebben verdubbeld, zijn De Fûgelsang, Martenaskoalle, De Skeakel en ’T Fonnemint.
3De landelijke norm voor dyslexie is 3 % per school
20
Conclusie 9: Het budget voor dyslexie is met € 88.756 overschreden. Het aantal verwijzingen voor dyslexie neemt toe. Er zijn tussen de scholen grote verschillen in aantal dyslexiediagnoses.
Aanbeveling 9: Het aantal aanvragen dyslexiediagnose en het aantal toegewezen behandelingen te monitoren en te vergelijken met het landelijke norm van 3 %. Bij scholen die boven de landelijke norm uitkomen, de dyslexie mee te nemen in de pilot ‘Gebiedsteam op School’ en hierover afstemming te zoeken met de school.
e.
PLEEGZORG
Pleegzorg loopt vanuit de Jeugdwet standaard door tot 21 jaar, behalve als de jeugdige dit zelf niet meer wil. Vanaf zijn 18e jaar kan hij daar zelf over beslissen. Voor jeugdigen van 21 tot 23 jaar is het mogelijk om pleegzorg in te zetten als verlengde jeugdzorg. Het is niet mogelijk om vanaf 18 jaar met pleegzorg te starten. Het aantal cliënten met pleegzorg neemt af. In de leeftijdscategorieën 0 t/m 4 jaar en 12 t/m 17 jaar zien we een daling. Vanaf 18 jaar wordt er sinds 2020 meer pleegzorg ingezet. Financieel gezien verwachten wij geen effect De daling van de aantallen wordt gecompenseerd door een hoog indexeringstarief (10% tot 14 %) en een lichte stijging van het toegekende aantal etmalen per week. Landelijk is er een afname van de instroom en een toename van de uitstroom, waardoor het aantal kinderen en jongeren in de pleegzorg in 2021 licht is afgenomen. De lagere instroom komt onder andere door meer inzet van ambulante hulp om een uithuisplaatsing te voorkomen. Daarnaast speelt het tekort aan pleegouders en pleegzorgprofessionals een rol. Pleegkinderen maken deel uit van de groep jongeren in Nederland die tegenwoordig langer thuis woont. Onder 18- tot 21-jarigen nam het percentage thuiswonenden vooral na 2015 snel toe. Begin 2023 woonde 46 procent van de jongeren in die leeftijdsgroep bij hun ouders. Twintig jaar geleden was dit 39 procent.
Volgens het CBS hangt die toename waarschijnlijk samen met de invoering van het leenstelsel in dat jaar. Ook de stijging van huur- en koopprijzen van woningen en de krapte op de woningmarkt spelen daarbij een rol. Tabel 24 Gebruik van de pleegzorg
21
De stijging vanaf 18 jaar is te verklaren door de verhoging van de standaard leeftijd voor pleegzorg tot 21 jaar en de invoering van de verlengde pleegzorg tot 23 jaar in 2018. Dit is alleen een mogelijkheid voor het bestaande bestand, waardoor de oudere categorie stijgt. Conclusie 10: Het budget voor pleegzorg is met € 86.925 overschreden. De daling van pleegzorg is een gevolg van meer inzet van ambulante hulp en minder aanmeldingen van pleegouders. Het gebruik vanaf 18 jaar stijgt door landelijke ontwikkelingen zoals invoering van het leenstelsel, stijgende woonlasten en woningkrapte. Aanbeveling 10: Te onderzoeken of de stijging van pleegzorg vanaf 18 jaar binnen de kaders voor toekenning van de Jeugdwet valt. Te regelen dat buiten de kaders geen toekenning mogelijk is.
f.
VERLENGDE JEUGDWET
De verlengde jeugdwet kan worden ingezet bij pleegzorg en als een strafbaar feit is begaan tussen het 18e en 23e jaar waarvoor een maatregel van het wetboek van Strafrecht is uitgesproken. Ook is dit mogelijk in enkele gevallen die te maken hebben met het bereiken van de 18-jarige leeftijd, waarbij de hulpvraag niet past binnen de kaders van andere wettelijke regelingen (denk met name aan Wmo en Zvw). De kosten voor verlengde jeugdzorg (18 t/m 23 jaar) blijven stijgen. Tabel 25 Verlengde Jeugdwet
Als we tabel 25 verdiepen naar de verwijsroute Gemeente/Gebiedsteam, excl. de inzet van Pleegzorg 18+ (€ 176.000), dan zien we in tabel 25 dat de financiële impact van de route Gemeente/Gebiedsteam op de inzet van jeugdzorg aan jongvolwassenen hoog is. Tabel 26 Verlengde jeugdwet excl. Pleegzorg met verwijzing door gemeente
22
Conclusie 11: Er wordt een aanzienlijk beroep gedaan op de verlengde Jeugdwet. De gemiddelde kostprijs is hoog bij verwijzingen door het gebiedsteam.
Aanbeveling 11: Nader te onderzoeken of inzet van de verlengde jeugdwet binnen de wettelijke kaders valt. Te regelen dat buiten de kaders geen toekenning mogelijk is.
g.
TRAJECTEN BEC/KDC/TEO
Dit betreft trajecten voor het Behandel Expertise Centrum (BEC) Kinderdagcentrum (KDC) en trajecten educatieve ontwikkeling (TEO). De kosten voor deze inzet zijn gemiddeld per cliënt hoog. Al jaren lang zijn er discussies over de tarieven van deze voorzieningen. Per 2024 wordt een vast tarief per dagdeel gehanteerd. Dit biedt dan wel minder sturingsmogelijkheden. Om de instroom te beperken heeft Waadhoeke de pilot KindOntwikkelingStimulering op de school de Bolder in Franeker structureel gemaakt. Hiermee wordt jaarlijks jeugdzorg voor ca. 10 kinderen voorkomen. Momenteel wordt een tweede locatie in de regio het Bildt onderzocht. Zonder KOS zou het niveau van 2020 ongeveer zijn voortgezet. Tabel 27 aantal cliënten en betalingen t.a.v. KDC, BEC en TEO trajecten
Conclusie 12: Wanneer de pilot KindOntwikkelingStimulering niet was gestart in 2021 dan was het jaarlijks aantal cliënten in 2022 en 2023 ongeveer op het niveau van 2020 gebleven.
Aanbeveling 12: De toewijzing van deze dure voorzieningen door het gebiedsteam te laten verlopen via een multidisciplinair overleg. Bij monitoring de resultaten van de Kindontwikkelingstimulering mee te nemen.
23
CONCLUSIES De voorlopige financiële cijfers 2023 van de Dienst, die zijn verwerkt in de jaarrekening 2023 van de gemeente zijn geanalyseerd en leiden tot de volgende conclusies. Nummer Conclusie 1 De begroting van de Dienst wordt ten aanzien van de Jeugdwet overschreden met € 3.432.322. De inkoopsystematiek in de Specialistische jeugdzorg maakt dat begroting hierop lastig is en risico's op wijzigingen in de begroting groot zijn. Er wordt niet ruim begroot, zodat er eerder sprake is van een overschrijding van het budget. 2
Dit is een autonome ontwikkeling. De kostenstijging bestaat voor € 339.000 uit de verwerking van de indexaties. De begroting voorziet onvoldoende in ruimte voor ontwikkelingen waardoor de kosten stijgen.
3
De kostenstijging bestaat voor een deel uit enkele dossier met bijzonder hoge kosten Er is een verdiepende analyse mogelijk op 7,4 % van de jeugdigen waarvoor 40% van de kosten wordt ingezet. De begroting voorziet onvoldoende in ruimte voor buitengewone zorg.
4
Conform de landelijke ontwikkelingen stijgt de vraag naar jeugdzorg ook in Waadhoeke. Stijging van de vraag betreft voornamelijk lichte vormen van jeugdzorg en doorverwijzing daarvan moet zo veel mogelijk worden voorkomen. Bij het Gebiedsteam is in 2023 de stijging van het aantal verwijzingen met 6 % en het aantal besluiten met 27% toegenomen.
5
Het duurt steeds langer voordat de inwoner een besluit op zijn aanvraag heeft.
6
Het budget voor verblijf is met € 854.229 overschreven. Ten aanzien van verblijf stijgt de gemiddelde verplichting door de inzet van: - Meer etmalen -Grotere zorgconsumptie -Hogere zorgzwaarte
7
De Vaststellingsovereenkomsten zijn met € 579.780 (286 %)gestegen. De inkoop door SDF is niet toereikend om aan de zorgplicht te kunnen voldoen. De Vaststellingsovereenkomsten vallen in de begroting van de dienst onder de post lokale inkoop.
8
De kosten van hersteltrajecten zijn met 20% gestegen tot € 1.213.221. Oorzaken zijn: 1.de inzet van duurdere trajecten resteren voor verwijzing door het ondervangen van de lichtere zorg door het gebiedsteam 2.compensatie van het niet volledig toepassen van de CAO-index 3.hogere instroom deels veroorzaakt door een beleidswijziging ten aanzien van de duurzame trajecten en mogelijk deels als gevolg van de preventieve werkwijze van het gebiedsteam. De inzet van preventie door gemeente Waadhoeke zal in de toekomst leiden tot minder hulpvragen. 24
9
Het budget voor dyslexie is met € 88.756 overschreden. Het aantal verwijzingen voor dyslexie neemt toe. Er zijn tussen de scholen grote verschillen in aantal dyslexiediagnoses.
10
Het budget voor pleegzorg is met € 86.925 overschreden. De daling van pleegzorg is een gevolg van meer inzet van ambulante hulp en minder aanmeldingen van pleegouders. Het gebruik vanaf 18 jaar stijgt door landelijke ontwikkelingen zoals invoering van het leenstelsel, stijgende woonlasten en woningkrapte.
11
Er wordt een aanzienlijk beroep gedaan op de verlengde Jeugdwet. De gemiddelde kostprijs is hoog bij verwijzingen door het gebiedsteam.
12
Wanneer de pilot KindOntwikkelingStimulering niet was gestart in 2021 dan was het jaarlijks aantal cliënten in 2022 en 2023 ongeveer op het niveau van 2020 gebleven.
25
AANBEVELINGEN Op basis van de conclusies worden de volgende aanbevelingen gedaan om de stijging van de kosten van jeugdzorg in gemeente Waadhoeke te beheersen.
Aanbevelingen 1
Ruimer te begroten om de stijgende trend en buitensporige casussen te kunnen opvangen
2
De werkelijke indexering te begroten
3
Ruimer te begroten om de casussen met hoge kosten te kunnen opvangen
4
Te blijven inzetten op de inzet van het gebiedsteam op de vindplaatsen om signalen vroegtijdig te herkennen en doorverwijzing naar lichte jeugdzorg te voorkomen. De besluitvormingstermijn van het gebiedsteam in kaart te brengen.
5
Te onderzoeken wat de reden is van de toename van besluiten met terugwerkende kracht bij het gebiedsteam, of hierin een relatie ligt met het aantal besluiten en de late facturering en of hierin versnelling mogelijk is.
6
Een onderzoek te doen naar de instroom, uitstroom en doorstroom en op basis van het onderzoek de uitstroom en doorstroom te versnellen.
7
In 2024 te monitoren welke soorten zorg buiten de nieuwe inkoop van SDF ingevuld worden en deze signalen bij SDF te melden. De Vaststellingsovereenkomsten als begrotingspost op te nemen in de begroting van de Dienst.
8
De preventieve ‘eigen’ inzet van het gebiedsteam te monitoren om in de toekomst een afname van de specialistische jeugdzorg te kunnen verklaren.
9
Het aantal aanvragen dyslexiediagnose en het aantal toegewezen behandelingen te monitoren en te vergelijken met het landelijke norm van 3 %. Bij scholen die boven de landelijke norm uitkomen, de dyslexie mee te nemen in de pilot ‘Gebiedsteam op School’ en hierover afstemming te zoeken met de school.
10
Te onderzoeken of de stijging van pleegzorg vanaf 18 jaar binnen de kaders voor toekenning van de Jeugdwet valt. Te regelen dat buiten de kaders geen toekenning mogelijk is.
11
Nader te onderzoeken of inzet van de verlengde jeugdwet binnen de wettelijke kaders valt. Te regelen dat buiten de kaders geen toekenning mogelijk is.
26
12
De toewijzing van deze dure voorzieningen door het gebiedsteam te laten verlopen via een multidisciplinair overleg. Bij monitoring de resultaten van de Kindontwikkelingstimulering mee te nemen.
Vervolg Op 13 en 27 mei 2023 is deze analyse en “Een stevige basis voor de uitvoering van de Jeugdwet” in het PFO besproken. Op 11 juni 2023 worden beide stukken aan het college voorgelegd. Het loopt dan synchroon met de bespreking van de jaarrapportage van de raad. Bovendien worden ondertussen de SamenwerkingsOvereenKomst met de Dienst en de financiële Kadernota opgesteld. Op basis van deze analyse en de uitwerking van de denkrichting voor de taakstelling ‘Een stevige basis voor de uitvoering van de Jeugdwet’ worden twee alternatieven geadviseerd, die los van elkaar, na elkaar of tegelijkertijd kunnen worden ingezet.
Kwaliteitsadviseur t.b.v. implementatie nieuwe inkoop Jeugdzorg door SDF Sinds 2024 is er sprake van een nieuwe inkoopsystematiek bij Sociaal Domein Fryslân (SDF). Deze systematiek heeft gevolgen voor de gemeentelijke uitvoeringsprocessen van de Jeugdwet. Voor een goede lokale implementatie van deze nieuwe systematiek en het op orde houden van een volledig zorglandschap is een kwaliteitsadviseur nodig. Deze functionaris legt de werkprocessen vast in adequate werkinstructies. Dit betreft o.a. procesafspraken over de inzet van dure zorgtrajecten en voorliggende voorzieningen en wetten. De noodzaak van het vastleggen van de procesafspraken e.d. blijkt daarnaast uit de uitwerking van de doelstelling om minder meerkosten te realiseren in het sociaal domein en uit de analyse van de kostenbeheersing rondom de Jeugdwet n.a.v. berap II 2023.
Procesregisseur uitvoering sociaal domein (minder meerkosten) Deze functie is bedoeld om beter grip op de kosten van de Jeugdwet te krijgen, voor zover het de kosten betreft van ondersteuningsplannen die door de gebiedsteams zijn ingezet. De procesregisseur houdt scherp toezicht op de zorg van de aanbieder ten aanzien van o.a. te behalen resultaten, gestelde termijnen en stapeling van zorg en houdt de aanbieder aan de bij de inkoop gemaakte afspraken. Ook is er aandacht voor het scherp formuleren van resultaten en regievoering door het gebiedsteam. Daarbij betrekt de Procesregisseur ook de zakelijke aspecten, bijv. samenwerkingsproblemen tussen instellingen, financiële onderhandelingssituaties met instellingen en de beoordeling of resultaten wel of niet voldoende zijn behaald. Uit ervaringen bij andere gemeenten is gebleken dat deze functie veel kosten kan besparen. Ook bij de Dienst NWF is een dergelijke functie ingericht; maar deze functie beperkt zich tot de uitvoering van ondersteuningsplannen die zijn ingezet door de externe verwijzers. Samen met de functionaris van de Dienst NWF kan de interne procesregisseur bijdragen aan het beperken van de meerkosten van de uitvoering van de Jeugdwet. De besparing op de Jeugdwet compenseert naar verwachting volledig de uitgaven aan de Procesregisseur. 27
Literatuurlijst: DIVOSA: ‘rekenkamers over het sociaal domein’ Jeugdautoriteit: ‘Stand van zaken van de jeugdzorg 2023’ Het onderzoek ‘De financiële staat van het sociaal domein van gemeenten in 2021’ in opdracht van de VNG, Divosa en het Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD) n Rekenkamer Waadhoeke: ‘sturen op jeugdhulp’
28