Bijlage 1b Was-wordt-tabel Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026
Tekst van het document
Bijlage 1b Was-wordt-tabel Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026
Bestaande tekst
Artikel 5
Nieuwe tekst
Belastingtarieven
1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting niet-woningen 0,1684%; b. bij de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1168%; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2460%. 2. Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. 3. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.
Bestaande tekst Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijn.
Artikel 5
Belastingtarieven
1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting niet-woningen 0,1672%; b. bij de eigenarenbelasting 2. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1116%; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2369%. 2. Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. 3. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.
Nieuwe tekst Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. In afwijking van het tweede lid kan de belastingschuldige via de door het college van burgemeester en wethouders beschikbaar gestelde Digitale Belastingbalie kiezen voor automatische incasso in 1 tot en met 12 maandelijkse termijnen, waarbij hij tevens kan kiezen uit meerdere door de gemeente aangeboden incassomomenten per maand. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste, tweede en derde lid gestelde termijn.
Toelichting aanpassing artikel 7: Vanaf januari volgend jaar bieden we inwoners en ondernemers een digitaal portaal waar men allerlei belastingzaken kan regelen. Eén van de mogelijkheden zal de FlexIncasso zijn. Inwoners en bedrijven krijgen dan meer vrijheid in het bepalen van het aantal termijnen en de dag van afschrijving. Uit onderzoek blijkt dat dit het aantal storneringen met 25% verlaagd. Deze service zal gedurende 2026 beschikbaar gesteld worden. Naast deze service biedt de Digitale Belastingbalie nog veel meer, waaronder: • Taxatieverslag inzien. • Betalingsregeling aanvragen, aanpassen of intrekken. • Automatische incasso aanvragen, aanpassen of intrekken. • Bezwaar indienen • Een overzicht inzien van 1 of meer aanslagen. • Openstaande bedragen betalen via iDEAL.