CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10: Onderliggend stuk verzoek energiecoöperaties

Gemeenteraad Waadhoeke 28 maart 2024, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Notitie analyse onderzoek Energielandschap Waadhoeke1.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderliggend stuk - verzoek energiecoöperaties om lokale opwek mogelijk te maken (Energievisie coöperaties uitvoeren) Aanleiding Op 10 juli 2023 hebben de Bildtse Energiecoöperatie en Energie Coöperatie Dronryp hun Energievisie gepresenteerd aan de raadsfracties. Op 25 juli 2023 is de Energievisie als ingekomen stuk binnengekomen. In de raad van 7 september 2023 zijn de presentatie en de energievisie als ingekomen stukken behandeld. Daarbij heeft de raad besloten dat het in handen gesteld moest worden aan het college ter afdoening. In de raadswerkgroep Energielandschap is een eerste discussie gevoerd over het onderwerp. Er is vervolgens afgesproken dat samen met de onderzoeksresultaten van het energielandschap een stuk wordt meegestuurd waarin wordt aangegeven wat er voor de energiecoöperaties mogelijk is qua energieopwek. Hieronder wordt dit uiteengezet. Huidige stand van zaken Er ligt een grote opgave om energie te besparen en duurzaam stroom op te wekken. Het is mooi dat dorpen hier actief mee aan de slag willen. Er zijn nu 7 energiecoöperaties actief, die met elkaar niet alle dorpen in de gemeente bedienen. De meerderheid van de dorpen heeft nog geen energiecoöperatie.

De bestaande energiecoöperaties hebben niet allemaal eigen opwek projecten. TOER uit Tzum (wind), Fryske Flinter (zon op dak), Bildtse Energiecoöperatie (zon op dak) en Boksum (kleinschalig zon op dorpshuis) hebben dat wel. Marsum werkt met Leeuwarden mee aan een zonneveld op de vliegbasis. Het dorp Hitzum heeft een eigen dorpsmolen. De energiecoöperaties van Dronryp en Spannum hebben geen eigen opwek. In Dronryp staat wel een windturbine, maar die is van een particuliere eigenaar. De coöperaties met eigen opwek hebben met de opbrengst kapitaal opgebouwd voor eigen projecten, waaronder mogelijk nieuwe opwek. In de ALV beslissen leden van een coöperatie waar de winst van een jaar opwek naartoe gaat: bijvoorbeeld omgevingsdoelen, energiebesparingsprojecten, financieel voordeel voor coöperatieleden en mede-eigenaren van de opwekinstallaties. Investeren in een installatie is voor individuele leden niet altijd nodig, dat loopt vaak via de coöperatie waar men lid van is. Dorpen en zeker bestaande energiecoöperaties die nog geen eigen opwek hebben, willen graag ook zelf stappen zetten. Daarmee creëren ze eigen middelen om in hun dorpen te investeren. Technische beperkingen zijn leidend De wens van energiecoöperaties om zelf energie op te wekken past in de opgave die voor ons ligt.

Naast een bijdrage aan de maatschappelijke opgave, levert het mooie opbrengsten op, die benut kunnen worden om te investeren in het dorp. Veel energiecoöperaties hebben zelf al projecten opgezet, variërend van een dorpsmolen tot een dak vol zonnepanelen. Mede op basis van het vigerend provinciaal beleid zien de energiecoöperaties kansen om bij hun dorp een zonneveld te realiseren naar de aard en schaal van het dorp. Op deze manier zijn in de afgelopen jaren ook verschillende zonnevelden in collectieve handen ontstaan, zoals het zonneveld bij IJlst en dat van Westeinde bij Leeuwarden. 1 van 4

Op dit moment zien we als gemeente dat het energienetwerk onder grote druk staat. Er is op veel plekken sprake van congestie. Problemen die zich nu voordoen, zijn onder andere dat nieuwe woonwijken, kantoren of bedrijven niet aangesloten kunnen worden op het net, maar ook dat grote aantallen zonnepanelen op grote daken, ook van particulieren, soms ‘uitgezet’ worden op piekmomenten. Het huidige netwerk is niet ingericht op de mate van teruglevering die nu op het netwerk aangesloten is. Ook is het huidige netwerk niet ingericht op de elektrificatie zoals die nu plaatsvindt in kader van verduurzaming. Het midden- en laagspanningsnet in Noordwest-Fryslân (dus ook Waadhoeke) is van oudsher ontworpen voor levering van elektriciteit in een dunbevolkt gebied. Er wordt de komende jaren in geïnvesteerd (NuLelie tot 2026) om de huidige problemen het hoofd te kunnen bieden. In deze investeringen is dus nog geen rekening gehouden met de energie- en warmtetransitie van inwoners en bedrijven. De komende 20 á 30 jaar zal er continue geïnvesteerd moeten worden in het netwerk. De rol van netbeheerders én in steeds toenemendere mate gemeente en provincie is om strategisch te bepalen waar investeringen worden gedaan, waar in het netwerk de prioriteit ligt op levering en op teruglevering (grootschalige opwek) en waar slimme combinaties kunnen worden gemaakt.

Uit de strategische plannen van de provincie, netbeheerders (Provinciaal Meerjarige Investeringsagenda Energie en Klimaat), de Friese Energie Tafel (Energievisie) en de gemeente (onderzoek Energielandschap) blijkt dat grootschalige opwek (zonnevelden en windmolens) niet gedecentraliseerd (versnipperd) in het middenspanningsnet moet plaatsvinden. Dit moet op gecentraliseerde, aangewezen, locaties op bepaalde plekken in de provincie, dicht bij de hoofdinfrastructuur (onderstations) van de netbeheerders. Het middenspanningsnet én laagspanningsnet is hier niet voor ontworpen en wordt de komende jaren overbelast door de warmtetransitie (elektrificatie woningen en mobiliteit) bij inwoners en bedrijven. De nodige investeringen in het netwerk duren allemaal erg lang. Daarom is het belangrijk om voor de kortere termijn met grootverbruikers samen te onderzoeken welke ruimte er nog wél is op het netwerk. Sommige verbruikers hebben grote aansluitingen, maar gebruiken die niet volledig. Andere gebruiken hun volledige aansluiting alleen op piekmomenten. Op verschillende plekken in het land is gestart met projecten om op bedrijventerreinen te onderzoeken hoe door samenwerking deze ruimte onderling benut kan worden. Gemeente Waadhoeke wil ook een dergelijk project opzetten in 2024. Hieruit komt mogelijk ook ruimte voor energiecoöperaties om aan te haken bij nieuwe initiatieven van bedrijven.

Er kan zo meer ruimte ontstaan voor bijvoorbeeld zon op dak bij een groot bedrijf, waar bedrijf en coöperatie wellicht samen in op kunnen trekken. We willen de energiecoöperaties een rol geven in het project, zodat we transparant met elkaar optrekken in de ontwikkeling van het energiesysteem. Wat zijn de mogelijkheden die energiecoöperaties wél hebben: Als het gaat om grootschalige opwek, dan hebben energiecoöperaties binnen de huidige insteek van de gemeente (ontwikkeling energielandschap) de volgende opties: 1. Zon op daken (vaak vergunningsvrij, of het kan ligt bij Liander, niet bij gemeente). Er zijn nog veel grote daken in de gemeente onbenut voor de opwek van zonne-energie. Zon-op-dakprojecten zijn het type projecten dat veel energiecoöperaties ook als eerste opgepakt hebben en waar dus al veel ervaring mee is. De mogelijkheden voor zon-op-dak zijn afhankelijk van de sterkte van een dak en de bereidwilligheid van de eigenaar om mee te werken, maar boven alles van de beschikbare aansluiting op het elektriciteitsnet. Liander besluit in alle gevallen of er ruimte is voor een zonnedak op de desbetreffende aansluiting of in het desbetreffende gebied. 2. Participeren in een gemeentelijk traject waarin gezocht wordt naar ruimte op bestaande aansluitingen, in samenwerking met bedrijven.

Binnen de huidige congestie op het net is bekend dat er bedrijven zijn die capaciteit over hebben op hun aansluiting. Daar zou ook zon-opwek op kunnen plaatsvinden. De gemeente kan initiatief nemen om dit samen met bedrijven en energiecoöperaties in beeld te brengen en te stimuleren dat er samenwerkingen ontstaan, waarbij de opbrengsten ook ten goede komen aan de inwoners. Dit wordt nu opgenomen in de 2 van 4

businesscase ‘Toekomstbestendige bedrijventerreinen’ van het gezamenlijke sociaal economische actieprogramma van Waadhoeke en Harlingen ‘Het Goud van Noordwest’. 3. Participeren in energielandschap (naar alle waarschijnlijkheid lange(re) termijn). Participatie in het energielandschap is de ontwikkeling die we de afgelopen maanden met de energiecoöperaties hebben verkend. Uit de gesprekken die Enber hierover gevoerd heeft met de coöperaties is opgehaald dat de interesse er is, maar dat coöperaties nog wel van mening verschillen hoe die participatie er uit moet zien. Het gaat dan bijvoorbeeld om wel of niet een gezamenlijke, overkoepelende coöperatie vormen voor dit specifieke project (bv gebiedscoöperatie) en de mate van zeggenschap. De schop gaat nog niet de grond in voor het energielandschap, dus participatie in het landschap levert pas op lange(re) termijn iets op voor de dorpen. In de tussentijd vraagt het wel tijd en inspanning om tot een gezamenlijke aanpak, mogelijke samenwerking en lokaal eigendom te komen. Vraag die nu voorligt, is of de energiecoöperaties ook ruimte krijgen van de gemeenteraad om te gaan werken aan projecten voor zon op land, daarvoor het middenspanningsnet te gebruiken en ruimte buiten het te ontwikkelen energielandschap.

Kader bij grootschalige opwek op land Vanuit de Duurzaamheidsagenda, en bevestigd in de ‘Notitie Kaders en bouwstenen’, gelden de volgende gemeentelijke kaders voor grootschalige opwek. Een project voor opwek van zonne-energie op land, met een opbrengst groter dan voor eigen gebruik, hoort tot grootschalige opwek. Deze kaders zouden dus ook van toepassing moeten zijn op projecten van energiecoöperaties. In onderstaande tabel zijn de kaders op een rij gezet, met daarbij een overweging wat een dergelijk kader betekent in relatie tot initiatieven van energiecoöperaties en het energielandschap. Gemeentelijk kader In principe niet op landbouwgrond 1/3e besparen, 2/3e opwekken Combinatie zon en wind Binnen 4 km van onderstation Clustering van zonneweides Lokaal eigenaarschap, bij voorkeur tenminste 60%

Overweging Voldoen we met energielandschap deels niet aan Ook met besparen is nog veel winst te halen voor inwoners Als randvoorwaarde mee te geven aan projecten Als randvoorwaarde voor de meeste dorpen niet haalbaar Met opwek per dorp laat u dit kader los en laat u het uitgangspunt van voorkomen van verrommeling los. Als een coöperatie zelf ontwikkelt, dan is dat volledig lokaal eigendom. Het is niet vanzelfsprekend dat iedere inwoner meeprofiteert, omdat energiecoöperaties kleine ledenaantallen hebben en ze elk een eigen bedieningsgebied hebben.

3 van 4

Lijst van overwegingen bij een besluit -

-

-

Waar op het net wordt de opwek aangesloten? Grootschalige teruglevering (dus niet voor eigen verbruik) via middenspanning of laagspanning wordt afgeraden door Liander. Alleen opwek toestaan op plekken waar al een bestaande windmolen of een bestaand zonneveld is. Bij wind mag alleen zon worden toegevoegd, bij zon alleen wind. Daarmee voldoen we aan het kader dat we zon en wind willen combineren. De voorwaarde stellen dat zon en wind gecombineerd moeten worden, beperkt het aantal mogelijke locaties. Er zal met Liander onderzoek gedaan moeten worden welke mogelijke locaties dat zijn, of daar inderdaad nog ruimte op de aansluiting is en of er daar ook ruimte is voor extra teruglevering. Ook is dan de vraag of er op elke mogelijke locatie een energiecoöperatie actief is. Wil de raad ook inzetten op het stimuleren van het ontstaan van een coöperatie (of samenwerking met een bestaande) als bij een mogelijke locatie nog geen energiecoöperatie actief is? Het onderzoek naar mogelijke locaties zou door de ambtelijke organisatie, i.s.m. Liander, moeten worden opgepakt. Als we ruimte geven aan het verzoek van de 2 energiecoöperaties die het initiatief nemen, moeten we ruimte geven aan alle coöperaties. Wat betekent dat qua impact op het energienetwerk, versnipperd door het landschap aanwezig zijn van zonnepanelen danwel windturbines? Lokale lustenverdeling.

Kunnen alle inwoners in de gemeente meeprofiteren of is het alleen voor die dorpen die een eigen coöperatie hebben? En is het dan voor alle inwoners van dat dorp? Of alleen voor de leden of alleen voor de participerende leden? Grote projecten worden steeds complexer en daarvoor is professionalisering nodig, ook bij energiecoöperaties. Voor elk individueel zon op land project is een procedure nodig volgens de provinciale verordening, die capaciteit en mogelijk ook financiële bijdrage van de gemeente vraagt: o In beeld brengen energiebehoefte dorp o Bepalen wat er kan worden bespaard en kan worden opgewekt op daken en op plekken binnen de bebouwde kom o Sinnetafel sessies om draagvlak en mogelijke locaties te bepalen Een sinnetafel kunnen dorpen vaak niet zelf faciliteren. Daarvoor is een externe nodig. Vaak vraagt een coöperatie daarvoor een bijdrage van de gemeente. Ook is de gemeente nodig bij de sinnetafel sessie. Vanuit een sinnetafel komen locaties in beeld, waarvan duidelijkheid moet komen over: van wie zijn ze, wat is de bestemming, liggen er kabels/leidingen o.i.d, wat zijn natuurwaarden, etc. Daarna volgen mogelijk bestemmingswijziging en vergunningaanvraag.

4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=238683df-4717-4048-b42e-c8b31e064ede